Een oude koe: de effectiviteit van de gedane investeringen

Zo’n gemiddelde Kortrijkzaan heeft als enige perceptie dat Kortrijk onder en sinds de vorige bestuursperiode intussen “veel is verbeterd”. Ja, veel is verbeterd. Ja.
Men (m/v) heeft het dan veelal over de verlaagde Leiekaaien en over niet veel andere zaken meer. Weten we veel…
Met de journalistiek volstrekt onbehoorlijke medeplichtigheid van de plaatselijke gazetten is de Kortrijkse burger geheel onwetend gebleven over de effectiviteit (is het doel bereikt?) en de efficiency (lage prijs, geen tijdverlies?) van het gevoerde beleid.
Denk maar eens aan zaken als het kerkenplan, de stationsomgeving, het heel duur uitgevallen politiecommissariaat, de armoedebestrijding, de drie nieuwe belastingen, de perikelen bij VLAS en Fluvia. De besparing van de personeelskosten de daling van het aantal medewerkers? Het nog altijd niet gerealiseerde nieuwe stadsmuseum. Het warrige en financieel ondoorzichtige kunstenbeleid op Buda-eiland. De ontslagen van topambtenaren. We zouden in het algemeen ook steeds meer doen met steeds minder.
Tja. We weten van zeer veel niet veel.

Maar we beperken ons hier en nu tot het meest flagrante en meest fundamentele tekort aan effectiviteit in het beleid tijdens de vorige legislatuur: de lage realisatiegraad van de investeringen. De jaarrekening 2018 is nu gekend zodat we over alle benodigde cijfers beschikken.

Weet u het wel nog?
Het vorige schepencollege riep zichzelf met veel tromgeroffel uit tot de grootste investeringscoalitie aller tijden. De entiteit Stad alléén al zou gedurende zes jaar niet minder dan 160 miljoen investeringsuitgaven besteden.
Is dat doel bereikt?
U krijgt hierna jaar per jaar achtereenvolgens volgende cijfers te lezen:
– het voorziene (bedachte) investeringsbudget
– de werkelijk gedane uitgave volgens de jaarrekening
– de realisatiegraad (een percentage).

2013
– 28,57 miljoen euro
– 11,83 miljoen euro
– 41,4 % gerealiseerd
2014
– 39,93
– 27,72
– 69,4 %
2015
– 48,66
– 17,56
– 36,0 %
2016
– 35,07
– 18,59
– 53,0 %
2017
– 38,92
– 31,23
– 80,2 % (inhaalbeweging)
2018
– 36,81
– 26,6
– 71,0 % (laatste poging om het gestelde doel te bereiken)

De gemiddelde realisatiegraad bedroeg zowat 58 procent.
We werkten met afgeronde, onvolledige getallen. Leesbaarheid…Laat ons zeggen dat er iets als 134 miljoen euro investeringsuitgaven door Stad zijn gedaan in de vorige legislatuur.

N.B.
Deze gegevens stonden of zullen nooit staan in onze lokale gazetten. Kiezersbedrog is dat. Journalistiek-deontologisch complete desinformatie.



Breaking news: Textielhuis wordt verkocht

Het Textielhuis in de Rijselsestraat en het aanpalend hoekpand wordt verkocht. Aan (door?) Leiedal? Doet Stad ook een duit in het zakje? (Leiedal beschouwt deze aankoop als strategisch “kernversterkend”.)
Prijs kennen we niet. Bestemming ook niet. Door wie en waar beslist?

Op heel de kwestie berust een embargo tot 3 juli om 10 uur. Dan krijgt de pers de eerste informatie. De gemeenteraad later, evenals de trouwe ABVV’ers. De kameraden.

Komt het dan toch goed met de financies van Parko? (3)

Schepen Weydts (SP.a) denkt alleszins van wel.
Hij baseert zich hierbij evenwel niet op de verhoging van de parkeertarieven (zie vorige stukken in deze elektronische krant) maar op het feit dat Parko vanaf volgend jaar geen autonoom gemeentebedrijf meer is, maar een “stadsdienst” wordt. Die ‘inkanteling’ heeft tot gevolg dat Parko niet meer jaarlijks verplicht is om te betalen voor het gebruik van het openbaar domein. Dat kost nu zowat 752.000 euro per jaar (vanaf dan dus te dragen door ons allen, belastingbetalers).

Wij kennen nog een andere, betere reden waarom het zou kunnen dat Parko er weer kan bovenop geraken: de totale investeringen dalen!
Een overzicht.
In 2016 kon het geld niet op: 8,80 miljoen euro investeringen.
In 2017: 2,46 miljoen.
In 2018: 1,93 miljoen.
En dit jaar bedragen de geraamde investeringen 2.756.000 euro.
Nu zult u zeggen: dat is toch een stijging van 42 procent?
Neen!
Want intussen is bekend geraakt dat de bouw van de ondergrondse parking aan museum Texture niet doorgaat.
Men heeft nu plotseling ingezien dat er geen echte nood aan is. (Probeer maar eens in de buurt van de Noordstraat en de omliggende zijstraten aldaar een parkeerplaats te vinden…) Stadsplanning is dit genaamd.

Die parking zou héél veel geld hebben gekost: méér dan 10 miljoen. (Aan voorbereide werkzaamheden is al 364.000 euro besteed.)
Dit jaar zou Parko 1 miljoen euro investeren in die parking. Dat bedrag moet dus in mindering gebracht worden en zo komen we nu aan 1.756.000 euro geraamde investeringen. Dat is minder dan vorig jaar.
Het komt heus nog goed met Parko!!

P.S.
De hoogste investering voor dit jaar gaat naar parking station: 655.000 euro.
Daar is al een keer geruisloos op beknot. Het aantal parkeerplaatsen is ingekrompen door het schrappen van een bouwlaag. (900 plaatsen i.p.v. 1.200.) Dat bericht staat nu pas in de gazetten. Is al ‘goedgekeurd’ (aanvaard) in De Raad van Bestuur van 2018-11-07.
Die perse toch…Ik kan er niet meer tegen! Die onkunde. Die onwetendheid. Die gedweeheid. En hoe men de Kortrijkse burger in het ongewisse laat.

De verhoging van de parkeertarieven is een beleidsdaad en heeft niets te maken met de financies van Parko (2)

Dat is dus de stelling van schepen Axel Weydts (voorzitter van Parko). Immers de financiële toestand van het parkeerbedrijf kent volgens hem geen structureel probleem. De meeropbrengst van die tariefverhogingen (zelfs geen raming gekend!) gaat trouwens naar projecten rondom verkeersveiligheid en fietsinfrastructuur.
In een vorige editie van deze krant spraken we onze twijfel uit over de “staat van het financieel evenwicht 2018-2019” bij Parko. En – zoals altijd zuigen we dat niet uit onze duim – maar steunen daarbij op een verslag van de Raad van Bestuur (07/11/2018) waarbij gewezen wordt op de opeenvolgende negatieve autofiancieringsmarges (AFM) met als conclusie dat in 2019 een budgetwijziging en “bijsturing” nodig is.


Hierna nog wat gegevens om te oordelen over de financies bij Parko

.2. De budgettair resultaten per boekjaar zijn negatief.
– 2017: min 1.367.689 euro
– 2018: min 846.320 euro
– 2019: min 411.038 euro.
3. Overzicht van de financiële schulden (voor de leesbaarheid ronden we af):
– 2014: 9,35 miljoen euro
– 2015: 14,33
– 2016: 19,78
– 2017: 18,60
– 2018: 17,59
– 2019: 18,12 miljoen euro.
4. Geraamde kosten en opbrengsten volgens budget 2019
– De kosten zijn weinig gestegen tegenover 2018. Slechts 1 procent (van 6,31 naar 6,37 miljoen euro.
– Maar de opbrengsten dalen wel met 11 procent! (Van 9,15 naar 8,18 miljoen euro.)
ZOU DIE VERMINDERDE OPBRENGST NIET KUNNEN DE AANLEIDING ZIJN (OF DE ECHTE REDEN) VAN DE TARIEFVERHOGINGEN?
(Wordt straks vervolgd.)





De verhoging van de parkeertarieven is een beleidsdaad en heeft niets te maken met de financies van Parko (1)

Vorige maandag heeft de gemeenteraad – meerderheid tegen minderheid – de drastische verhogingen van de parkeertarieven en van de boeten goedgekeurd. En in de week ervoor kreeg schepen Axel Weydts (voorzitter van PARKO) in de plaatselijke pers al uitvoerig de gelegenheid om te beweren dat die verhogingen totaal niks te maken hebben met de financiële toestand van het autonoom parkeerbedrijf. Het gaat om een pure beleidsdaad. Men wil de stad wat meer autoluw maken, de ondergrondse parkeergarages meer gevuld krijgen (de tarieven zijn daar ook duurder geworden!) en de de straat teruggeven aan de fietser.

Wie daadwerkelijk die verhogingen heeft uitgebroed en berekend weten we niet. (Nog nooit een verslag gezien van het directiecomité van Parko.) Is het Weydts zelf? De boekhouder Gryspeerdt? Directeur Vandewinckele?
Maar dat de tariefaanpassingen helemaal los moeten gezien worden van de financiële toestand van PARKO geloven we maar half en half.
Daar zijn enkele aanwijzingen voor.
1.
In het verslag van de Raad van Bestuur van Parko (dd. 07.11.218) gaat het over de “staat van het financieel evenwicht 2018-1019”. Daarbij merkt men op dat de autofinancieringsmarge jaar na jaar negatief is. En dan volgt een raadselachtig maar verdacht zinnetje: “Een budgetwijziging in 2019 met de nieuwe bestuursploeg om een bijsturing te realiseren is nodig.”
Ter info.
AFM in 2017: min 887.699
AFM in 2018: min 405.441 euro
AFM in 2019: min 405.038 euro
Dat zijn vege tekens aan de wand. De AFM is het verschil tussen het exploitatiesaldo en de aflossingen van de leningen. Een negatief AFM betekent dat het bestuur van Parko niet in staat is om de leningslasten te dragen met het overschot uit de gewone werking. Nog anders gezegd: na vereffening van de leningslasten zijn er geen middelen meer om investeringen rechtstreeks te financieren of om bijkomende leningen aan te gaan. (Een aantal grote investeringen zijn trouwens nu al geschrapt. Waarom dan toch de tarieven verhogen?)

In de laatste gemeenteraad bleef voorzitter Weydts maar beweren dat de financiële toestand van Parko kerngezond is. Hij greep daarbij naar een klein hulpmiddeltje dat pas geldt voor de toekomst. Als Parko geen autonoom gemeentebedrijf (AGB) meer is maar een ‘stadsdienst’ wordt, dan moet de organisatie geen 800.000 euro meer betalen aan Stad voor het gebruik van openbaar domein. (In werkelijkheid gaat het 751.950 euro.) Eigenlijk is deze redenering (een besparing) juist alweer een motief om de parkeertarieven niet te doen stijgen…

(Wordt vervolgd.
Volgende week nog wat meer over de financies van Parko. Want onze gazetten laten ons hier ook weer volkomen in de steek.)



We zullen het dus weer niet te weten komen…

Ergens in maart of april van dit jaar besloot het stadsbestuur principieel om samen met andere centrumsteden deel te nemen aan een survey over stadsverlaters en – toekomers in onze stad. De bevraging zou ergens in september geschieden door “Steunpunt Wonen” en geanalyseerd door KU-Leuven (HIVA).

Kortrijkwatcher verheugde zich daar uitermate over (stuk van 19 april), weliswaar met enig wantrouwen dat het onderzoek niet zou doorgaan.
De enquête zou vooral achterhalen waarom huishoudens (geen individuen) naar Kortrijk komen of integendeel de stad verlaten. Wat zijn de motieven van deze verhuisbewegingen? (Willen onze bewindslieden dat wel weten? Als het bevolkingscijfer ietwat stijgt hebben onze bestuurders daar stante pede een simpel en eenduidig antwoord op: het ligt aan hun schitterend beleid. Bij daling: radio-stilte alom.)

Nu heeft ons schepencollege beslist om in het geheel niet deel te nemen aan de survey…
* Daar wordt om te beginnen een volstrekt doorzichtige drogreden voor opgegeven. Er doen slechts zes centrumsteden mee en tussen deze steden (Sint-Niklaas, Mechelen, Roeselare, Antwerpen, Aalst) en Kortrijk is er weinig “verhuisdynamiek” gaande: minder dan 2 procent. Het stadsbestuur doet dus alsof de bevraging enkel slaat op verhuisbewegingen tussen de centrumsteden.
* Andere reden om te verzaken aan het onderzoek.
Men denkt (vermoedt) nu al dat er te weinig bruikbare enquêtes zullen binnenstromen. Naar ‘schatting zijn er 4 op 7 geldige uitspraken nodig van ingeweken huishoudens, 2 op 3 van verlaters en 4 op 7 van interne verhuizingen. (Dat wist men vroeger al.)
* Ten slotte vindt men plots de nog niet geraamde kostprijs te hoog: 20.000 euro. (Toen stad nog akkoord ging met het onderzoek dacht men aan iets van 20.700 euro, als niet alle centrumsteden zouden deelnemen. )

N.B.
Staat allemaal niet in onze lokale pers. Terwijl dit zéér betekenisvol is.



Armoedecijfers zeggen niets over het gevoerde beleid (2)

In ‘Het Nieuwsblad’ van vandaag zaterdag 15 juni zegt schepen Philippe De Coene (SP.a) iets dat enige nuancering behoeft en ook iets dat niet helemaal waar is.

1. Wat is niet waar?
De Coene vertelt dat hij al jaren verklaart dat de armoede-index van K&G niets zegt over het gevoerde beleid, en dat hij dat ook herhaalde toen de (Kortrijkse) cijfers fors daalden.
– Welnu, toen de index in 2014 en 2015 onder zijn bewind significant daalde liet de schepen via WTV letterlijk weten dat zijn armoedebestrijdingsplan RENDEERT. (De datum van die uitlating op WTV vergeten te noteren. Excuus.)
Overigens is het ook zo dat de schepen er intussen al jaren heel prat op gaat dat hij her en der wordt gevraagd om zijn armoedebestrijdingsplan toe te lichten. (De resultaten onder zijn bewind ook?)
– En toen de armoede-cijfers dan toch ongunstig evolueerden (naar 17,4 %) was de schepen heel verrast. Hij was van plan om bij Kind &Gezin navraag te doen naar een interpretatie van de cijfers (WTV, 16 juni 2017) en hij zou aan experten vragen om de cijfers te analyseren met het oog op een “bijsturing van het beleid” (HLN, 17 juni 2017.) Niet veel meer van vernomen.

2. Wat hoeft enige nuancering?
Schepen De Coene zegt nog in HN van vandaag dat “alle experten en Kind&Gezin zelf stellen dat hun cijfers niets zeggen over het lokaal gevoerde beleid.”
– Alle experten? Ik denk dat de schepen doelt op één bevriende en links geörienteerde expert Wim Van Lancker. Die vindt bovenal dat het federale en Vlaamse armoedebeleid (Homans!) niet voldoet.
– Kind&Gezin geeft een aantal richtlijnen om de index te interpreteren en concludeert hierbij dat de index wellicht minder geschikt is om het succes of het falen van recente beleidsinspanningen aan te tonen. En voegt daar aan toe dat de index wel een signaalfunctie heeft dat er beleidsinspanningen nodig zijn.
– En ter info verwijzen we nog naar een stuk van De Coene himself in De Morgen (13.06.2018) waarbij hij stelt dat de armoede-index wel degelijk een potentiële gebruikswaarde heeft.

Zo, dat weet u dan alweer.
En de plaatselijke journalistieke inktkoelies ook.

Quote van de dag: “geen oorzakelijk verband met beleid”(1)

Een samenvatting (voor de gehaaste lezer).
Toen indertijd de socialisten in de oppositie zaten en de kinderarmoede-indicator plotseling 18 procent bedroeg was dat de schuld van het gevoerde beleid. Van de christen-democraten én de liberalen.
Nu men weer dat cijfer bereikt heeft, met de SP.a in de meerderheid, heeft het beleid er niets mee te maken.
(Zo, nu moet u niet meer verder lezen.)

De meeste recente (kinder)armoede-index van Kind en Gezin is lichtjes (niet significant?) gedaald van 18, 6 % naar 18,2%.
Commentaar van schepen Armoedebestrijding Philippe De Coene (SP.a) : “De cijfers hebben geen oorzakelijk verband met het lokaal beleid in Kortrijk.” (HLN, 14 juni, pag.17.)
– De schepen maakte al een keer dergelijke wonderlijke analyse, toen in 2016 de index van K&G tot zijn verbazing steeg van 12,9 naar 17,4 procent. (Hij zou toen wel het beleid “bijsturen”.)
– Ook toen voor de periode 2015-2017 er een gevoelige stijging viel waar nemen van 12,9 % naar niet minder dan 18,6 % was de schepen opnieuw van oordeel dat er “geen oorzakelijk verband was tussen de index en de lokale inspanningen of het gebrek eraan.’

Zijn analyse is ooit anders (tegenovergesteld) geweest.
Toen bleek dat Philippe De Coene zou toetreden tot de meerderheid (de eerste tripartite) ontdekte hij tot zijn stomme verbazing dat onder de vorige coalitie (CD&V en VLD) de kinderarmoede in Kortrijk flagrant was gestegen van 14,4 % in 2011 naar 18,0 % in 2012. Hij schreeuwde moord en brand en pakte prompt en met veel bombarie uit met een uitermate ambitieus armoedebestrijdingsplan 2013-2019 dat 30 miljoen euro mocht kosten en minstens 175 acties zou tellen.
En waarlijk: al in 2013 daalde de index naar 17,6 % en in 2015 naar 15,4 %.
Zie je wel, zei de schepen toen: “Het plan rendeert!”

P,S.
De index juist interpreteren of verstaan.
Hoe wordt de indicator van K&G berekend?
Het is het resultaat van een deling met gegevens over drie jaren .
In de teller het aantal kinderen (van nul tot drie jaar) dat in het jaar X, X-1, X-2 volgens bepaalde indicatoren leeft in kansarmoede.
In de noemer het totaal aantal kinderen geboren in dezelfde drie jaren.
De uitslag vermenigvuldigen met 100 geeft het percentage.





Kortrijkwatcher legt voor even de persen stil

De senior writer, tevens manusje-van- alles (hoofd-en-eindredacteur en corrector, illustrator, art director, digital manager) is even buiten strijd.
Maar in totale afzondering bereidt hij een stuk voor over Parko, naar aanleiding van het volks-en kiezersbedrog bij de tariefstijgingen voor parkeren in Kortrijk.

Weblog over het reilen en zeilen in de Kortrijkse politiek door Frans Lavaert