Category Archives: sociaal

Steden waar het goed is te leven

IK KOM ZIEK VAN AL DIE PERCEPTIES.

In het zopas verschenen nummer (511, juli-augustus) van Test-Aankoop staat het verslag van een onderzoek bij diverse Europese en Belgische steden over de leefkwaliteit.
Elf aspecten werden onder ogen genomen:
huisvesting, gezondheidszorg, onderwijs, mobiliteit en vervoer,
stadslandschap, werkgelegenheid en arbeidmarkt, milieu en vervuiling, veiligheid en criminaliteit, winkels en diensten, cultuur-sport-ontspanning, stadsplanning-beheer-bestuur.

Bij de 20 ondervraagde Belgische steden staat Kortrijk globaal genomen op de zesde plaats. Internationaal op de achtste plaats.

Zie vooral nog de website van Test-Aankoop voor een uitgebreid overzicht. Men kan er ook per stad een fiche raadplegen en steden met elkaar vergelijken. Ook telkens zien welke stad het maximum of minimum behaalde.
Prachtig.

Wie kijkt er een keer naar gelijkenissen of verschillen met de stadsmonitor?

Maar wat zijn we toch een zeurpieten! Stad scoort slecht inzake veiligheid en criminaliteit (4,6), parkeergelegenheid (5,8), openbaarheid van bestuur (5,8), respons op de noden van de burgers (5,8).
Kom nou! ‘ t Zal gaan zeker?

En bij al dit soort opiniepeilingen vergeet men altoos dat de helft van de mensen een IQ heeft van minder dan honderd.
De emotionele IQ laten we buiten beschouwing. Telefonisch gemiddeld bekeken is die te hoog.

Orde van grootte van subsidies aan Kortrijkse ziekenhuizen

De schriftelijke vraag nr. 121 kwam van Vlaams volksvertegenwoordiger en Kortrijks raadslid Bart Caron (Spirit). Gesteld aan mevrouw Inge Vervotte, Vlaams minister van Welzijn, enz. Op 23 maart verstuurd en beantwoord op 20 april. Zopas gepubliceerd op de website van het Vlaams Parlement op 8 mei.

Bart Caron begint altijd met enige kennis te etaleren alvorens tot zijn vraagstelling te komen.
We slaan die inleiding van twaalf regels over.
Kortom, het ging om volgende vragen:
1. Hoeveel Vlaamse subsidies werden er voor investeringen in Kortrijkse ziekenhuizen in de periode 1995 tot op heden toegekend?
2. Welke subsidietoezeggingen zijn gedaan voor de komende jaren?

Het antwoord van Vervotte op vraag 1.
* Sint-Niklaaskliniek
Er werden “voor het laatst” subsidies ten bedrage van 800.000 euro toegekend voor bouwwerken in 1995.
* Maria’s Voorzienigheid
Vanaf 1995 tot op heden werden er geen subsidies verleend voor bouwwerken.
* Sint-Maarten
De laatste aanbesteding voor verbouwingswerken gebeurde in 1996. ORDE VAN GROOTTE subsidies: 500.000 euro.
* O.L.V. Hospitaal
De bouw dateert van de periode 1995-2000. Orde van grootte subsidies: 9.100.000 euro. (Deze campus wordt niet verlaten.)

Het antwoord van Vervotte op vraag 2.
Stap 1 van de nieuwbouw AZ Groeninge (deelprojecten 1 en 2) omvat de aanzet van de bouw van een nieuw ziekenhuis. De subsidie bedraagt 35.192.472,76 euro, nu niet in orde van grootte, maar tot op de cent nauwkeurig.
Stap 2 omvat de deelprojecten 3,4 en 5 en zou aansluitend worden uitgevoerd (periode 2008-2010). De toekenning van een principieel akkoord wordt onderzocht.
Stap 3 (sluitstuk – deelprojecten 6 en 7) werd nog niet voor subsidiëring ingediend.
We schrijven: 20 april 2007.

O.K.
Dat weten we nu.
Nogal wat van die gegevens zijn te vinden op de website van VIPA. Dat is het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden. Een financieringsinstrument voor welzijns- en gezondheidsvoorzieningen die infrastructuurwerken willen uitvoeren.

MIS.
Intussen zijn de jaarverslagen van VIPA doorploegd, van 2005 tot 1999. Bart Caron had gelijk om die vragen te stellen.
Wat het AZ Groeninge betreft enkel gevonden dat er door VIPA in 2004 een subsidie is verleend van 11.774.583,37 euro. En dat er een belofte voor de vorige jaren was van 17.089.699,92 euro.
Van de andere ziekenhuizen: geen spoor.
Intussen wel veel bijgeleerd. Over de orde van grootte. Beloften en beslissingen.
Hoeveel het CAW Stimulans krijgt. Het nursinghuis H.Hart. De vzw Achtkanter. Het rusthuis Sint-Carolus. Ter Melle. Saint-Jozef. MPI De Kindervriend. Het revalidatiecentrum Overleie. De vzw Pamela. Enzovoort.

Dank u, Bart. Dankt u VIPA.
Het kan me geen barst schelen, maar niemand die het weet.

De HIVA-studie (3): over de kosten van de sociale economie

De Hiva-studie onderschepte 29 sociale economie-projecten. Kanaal 127, de Waak en de Werkwinkel niet meegerekend. (In werkelijkheid zijn er meer.) En waar zijn de CAW’s gebleven?

Het totale budget (subsidies plus omzet) wordt op basis van mij onbekende indicatorenfiches voor 2004-2005 geraamd op 11.917.119 euro. Maar in een voetnoot hierbij zegt men dat de gegevens onvolledig zijn.

Voor de werkvorm “degressieve subsidiëring” gaat het om 4,2 miljoen. Bij volgende invoegbedrijven: Car Cleaning Service, Clarus, dienstenhuis Oost West, Het textielhuis c.v.b.a., IMOG, Mobile Environmental Care, Makkie, Sherpa Personal Delivery, Skateconstruct.
(Details per ‘initiatief’ niet medegedeeld. En dat geldt ook voor de andere initiatieven hierna.)

De maatwerkbedrijven die vallen onder “permanente subsidiëring” gaan om met 3,9 miljoen euro. Slaat op: Constructief, De Bolster, Kringloopcentrum, Mobiel.

Initiatieven die lijden onder “tijdelijke subsidiëring” hebben een budget van 3,2 miljoen. Dat is voor Fietsrijk/Kantwerk, Jongerenatelier, Mentor, Oranjehuis, Speel-O-kee, Werkpunt/De Poort.

De zgn. “nieuwe diensteneconomie” moet het volgens de HIVA-studie stellen met 485.215 euo. Hier gaat het om Buurtdiensten, De Speelhoek, Mobiel, Karweibedrijf, Werkpunt/De Poort (project begraafplaatsen).

Dat klopt allemaal niet, zelfs al zijn de gegevens “onvolledig”.
Zie bijvoorbeeld alleen al de budgetten voor de Buurt- en Nabijheidsdienst, zoals alhier uiteengezet in stuk van 27 oktober 2005.
Zie alles onder de rubriek ‘sociaal’.

Hoe zit het nu met de tewerkstelling? De jobcreatie met die vooropgestelde 11,9 miljoen ?
Volgens HIVA zorgden de 29 aangehaalde initiatieven in de sociale economie voor een tewerkstelling van 459,5 doelgroepenwerknemers en 96,5 omkaderingspersoneel. Totaal: 556 tewerkgestelden. Daarnaast waren er nog 1.460 personen “betrokken” in begeleiding, assessment, korte opleidingen en brugprojecten.

Klopt dat?
Geen idee.
In maart 2006 – dat is nog vóór het verschijnen van de HIVA studie – vierde schepen Lybeer de 1000ste werknemer. Als we aannemen dat HIVA werkte met cijfergegevens van 2005 betekent dat een verdubbeling in één jaar tijd.
De gegevens zijn trouwens niet te controleren. Op de sociale kaart (SOKA) vertikken al die vzw’s en cvba’s het om aan te duiden hoeveel beroepskrachten (omkaderingspersoneel) zij tewerkstellen. En als ze dan een website hebben, verneem je ook niets over het aantal doelgroepwerknemers. (Over de financiering natuurlijk ook geen woord.)

SWOT

Het HIVA-rapport was echt niet van plan om de werking van de sociale economie alhier te evalueren.
Niettemin is er toch wat aan SWOT-analyse gedaan: sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen?

Ja, er is een gebrek aan transparantie voor de buitenwereld.
Ja, in de diensteneconomie is er een leemte aan kwaliteitszorg.
Ja, ouderen en allochtonen zijn ondervertegenwoordigd in de initiatieven.
Ja, er is politisering.
Ja, de bedrijfseconomische invalshoek (management) is te weinig aanwezig.
Ja, er is parallele dienstverlening.
Ja, er is territoriumstrijd.
Ja, er is soms “gebrek aan slagkracht” (de Werkwinkel).
Ja, de criteria voor aanwending van de financiële middelen (cf. Fonds Sociaal Kapitaal) zijn nog onvoldoende geëxpliciteerd en de procedure is weinig transparant.
Ja, de registratie van gegevens is te weinig verifieerbaar en te veel gericht op het bekomen van subsidies.

En ja: er zijn “conflicterende benaderingen” en er is versnippering van het regisseursschap.
Stad, OCMW en Kanaal 127 zijn zowel betrokken als actor en regisseur in het gevoerde beleid. Een duidelijke uitklaring van rollen dring zich op om belangenconflicten en blokkeringsmechanismen te vermijden.
Kortrijkwatcher zegt dat al lang, wordt daar niet voor betaald, en kan hierdoor gezwind beschouwd als een negativo.

HIVA schippert nogal bij de vraag of nu Stad of het OCMW dé regisseursrol moet vervullen in de sociale economie. En stelt dan maar een warrig “klaverbladmodel” voor. (De term “sociaal huis” komt niet voor in de studie. DE VDAB bestaat ook niet.)

En toch.
Het is aangewezen om de sociale economie in het organogram van de stad een duidelijke plaats te geven.
“Voor Kortrijk zou de meest verregaande herstructurering deze zijn van een aparte directie ‘Werk en Economie’, waaronder werkgelegenheid, sociale economie en economie vanuit één directie worden aangestuurd.”
Beleidsbepalend en coördinerend.
Het OCMW en onze plaatselijke “professionelen” (Piet Lareu, Ronny Declercq, Bart Wulbrecht, Willy Vandamme, Stijn Tanghe, Rik Desmet) zullen dit met enige consternatie aanhoord hebben. Alhoewel.
Geen nood. Het amalgaam zal blijven bestaan. Niet enkel om allerhande particuliere-bedrijfseconomische en electorale ACW-belangen te vrijwaren.
Gewoon omdat Stad die ambitieuze regierol inzake ‘werk en economie’ niet eens aankan. Zelfs niet moet aankunnen. Het is geen kerntaak van een gemeente.

______
De stukken over de HIVA-studie kaderen in het 30-jarig bestaan van de OCMW-wet.
Zoals al gemeld wordt dit op 9 maart gevierd te Brussel, tijdens het Feest van de Sociale Economie. Voor het eerst wordt daar een Manager Sociale Economie 2007 bekroond.
Geen Kortrijkzaan genomineerd.
De winnaar ontvangt een bedrag van 5.000 euro waarmee hij volgens een persbericht van staatssecretaris Els Van Weert een personeelsfeest kan organiseren.

Over de HIVA-studie over sociale economie in Kortrijk (2)

Het Hoger Instituut voor de Arbeid (HIVA) heeft in opdracht van Stad een onderzoek uitgevoerd. (Zie infra, stuk van 21/02.)
HIVA is een onderzoeksinstituut aan de KUL, maar zeer sterk gelieerd met de christelijke arbeidersbeweging. In de Raad van Bestuur zetelen afgevaardigden van het ACW, ACV, de CM, KAV, ARCO. Het is van belang om dit te weten bij de lectuur van het rapport over de sociale economie ter stede. Heel deze sector alhier is puur in handen van het ACW en schepen Lieben Lybeer. En zoals de schepen nu weet (en de burgemeester ook) brengt dat ontzaglijk veel naamstemmen op.

Stad heeft 27.500 euro voorzien voor het onderzoek. Er zijn blijkbaar ook Europese subsidies geweest want op de kaft van het document prijkt het logo van “EQUAL”.

Titel van de studie: “Werkgelegenheid en sociale economie: de rol van lokale overheden.” (Dit wijst erop dat hele delen van de studie ook op andere steden kunnen geplakt.) Ondertitel hier dus: “ambities, mogelijkheden en grenzen voor de stad Kortrijk”.
HIVA kan nu met dat document gaan leuren bij andere CD&V-ACW bestuurde gemeenten.

Auteur is Ingrid Vanhoren. Niets op aan te merken.
En de promotor was de directeur van HIVA himself, Hubert Cossey. 74 bladzijden (zonder de CD-rom) waarvan 2/3de voor Stad totaal irrelevant. Verschenen in juni 2006 en na veel zoeken nog te vinden op de website van schepen Lybeer. Er was ook een soort voorpublicatie in april 2006 met een overzicht van alle instellingen uit de Kortrijkse sociale economie. Samensteller onbekend. Schoon werk.

De inventarisatie van het werkveld in de HIVA-studie slaat op het voorjaar 2005. En de indicatorenfiche is ingevuld voor het werkjaar 2004. Dit bewijst weer eens het tekort aan bestuurskracht (dit is: onkunde) in de zachte sector.
Kent Ingrid Vanhoren dan de “sociale kaart” niet? Die SOKA is permanent up to date gehouden op internet. (Niet vermeld in de bibliografie!)

Na een één-tweetje met raadslid Filip Santy heeft schepen Lybeer al in de gemeenteraad van november 2003 de noodzaak van een studieopdracht voorgesteld. Hij wist toen zeker al dat HIVA hiervoor zou instaan.

Wie in opdracht een studie maakt moet altijd tonen dat hij zijn geld waard is. Iets uitvinden. Nieuw woordje zoeken. Anders catalogiseren. Een klaverbladmodel voorstellen. Een matrix.

Auteur Ingrid Vanhoren heeft gemeend er goed aan te doen om vier “werkvormen” te ontdekken in de sociale economie. Gebaseerd op de wijze van subsidiëring !
1. Degressieve subsidiëring: invoegbedrijven en -afdelingen.
2. Permanente subsidiëring: beschutte en sociale werkplaatsen, arbeidszorg. (Ingrid vindt dat er géén beschutte werkplaatsen zijn in Kortrijk.)
3. Tijdelijke subsidiëring: initiatieven en projecten inzake begeleiding, opleiding, werkervaring voor kansengroepen.

Natuurlijk is deze indeling niet sluitend.
Ingrid heeft er dan maar een vierde werkvorm (buiten het crtiterium van subsidiëring) tegenaan gegooid: de nieuwe diensteneconomie.
En heel raar is dat de HIVA-studie 29 sociale economie-projecten inventariseert, maar Kanaal 127 en de Werkwinkel daar even buiten laat.

In de inleiding haast de auteur zich om te melden dat het doel van de opdracht in de eerste plaats was om het veld van de sociale economie in kaart te brengen, zonder het beleid van Stad te evalueren.
Dus krijgen we – zoals hier al meermaals uitgelegd – nog altijd geen nauwgezette berekening van de kost van één jobcreatie in de sociale economie.

We krijgen wel enigzins een indicatie.
Maar is die wel betrouwbaar?
Volgens Ingrid zorgen sociale economie-initiatieven voor een tewerkstelling van 449,5 doelgroepwerknemers en 96,5 omkaderingspersoneel in voltijdse equivalenten. Gegevens uit 2004-2005.
Volgens schepen Lybeer konden we in maart 2006 evenwel onze 1000ste werknemer vieren in het socio-economiewerkveld.
Waarom zegt Ingrid dat dan niet? Haar studie is in juni 2006 verschenen.
Het is zeer eigen aan de zachte sector: men kan daar gewoon niet tellen.

P.S.
Ook raar.
Op de website van HIVA is er sprake van nog een studie over “regiemodellen werkgelegenheid en sociale economie in Kortrijk”. Opdracht van februari 2006. Einde van de studie was voorzien in mei 2006. Onderzoekers: Gert Van den Broeck én Ingrid !

(Wordt vervolgd, wel op een andere bladzijde.)

30 jaar OCMW op 1 maart 2007

De OCMW-wet die elke inwoner van België een menswaardig bestaan garandeert en in elke gemeente een OCMW oprichtte (voorheen de C.O.O.) viert haar 30ste verjaardag.

U weet ongetwijfeld al dat Christian Dupont, onze Minister van Maatschappelijke Integratie, deze gebeurtenis wil onderstrepen met een groots evenement. Meer speciaal rond initiatieven van OCMW’s om hun cliënten meer en beter te laten participeren aan het sociale, culturele en sportieve leven.
Want doorheen de jaren is de hulpverlening die het OCMW biedt ingrijpend gewijzigd. Gaande van financiële steun tot meer emanciperende maatregelen zoals het aanbieden van een gerecycleerde PC aan kansarmen.

Het evenement van minister Dupont zal plaatshebben op 1 maart in de Brussel Event Brewery (BEB), Delaunoystraat 58 te 1080 Brussel.
U kan nu tóch nog inschrijven tot en met 23 februari. Per email op uw gerecycleerde PC naar het adres events@fast.be. Declareer uw kosten als kansarmoedige cliënt of medewerker maar bij het OCMW. Geld genoeg. (Men krijgt het niet op, terzake participatie.)

Best parkeren aan het slachthuis van Anderlecht. Daar zijn héél gezellige cafeetjes. Resto’s voor de meest verscheidene soorten marginalen. (Ga vooral eten bij de zwartjes.)
Laurette Onkelinx, Miet Smet, Magda De Galan, Johan Vande Lanotte, Frans Destoop, Franceska Verhenne komen ook.

En Kortrijkwatcher viert mee. Al lezend.
Want ondanks de vele inspanningen die OCMW-personeelsleden én mandatarissen dag na dag leveren, blijven armoede en sociale uitsluiting bestaan. Kijk maar rondom u.

Lees een volgende keer alhier iets over de studie van het Hoger Instituut voor de Arbeid (HIVA- verbonden aan de KUL) met betrekking tot de werkgelegenheid en de sociale economie in Kortrijk.
Die (dure) studie – nota bene in opdracht van Stad (schepen Lieben Lybeer?) – is nog nergens besproken, niet in de gemeenteraad, niet in de OCMW-raad.
Wat zijn de ambities, mogelijkheden en grenzen voor Stad? Een rapport dat al dateert van juni 2006. Door niemand gelezen.

STRAKS HIER EINDELIJK EENS EEN EIGENGEREIDE SAMENVATTING VAN HET VERTICAAL GEKLASSEERDE DOSSIER.
Meenemen naar Anderlecht!

Energiearmoede alhier

Toen we nog klein waren had moedre geen geld om kolen (antracieten) te kopen.
Dus zat er niets anders op dan om bij rijke buren aan de Leie de as te gaan zeven. Wij weg.
Moedre zei: die zwarte kooltjes eruit halen. En toen gingen we geheel op eigen risico de meest zwarte kooltjes oprapen tussen de rails van de stoomtram. Aan Moedre nooit verteld.


Onder onze lezers zijn er inzake sociale openbaredienstverplichtingen heelwat “beschermde klanten”.
Zij genieten bijv. van een verhoogde tegemoetkoming van het ziekenfonds, schuldbemiddeling, budgetbegeleiding bij het OCMW, een leefloon, of ze zijn mentaal gehandicapt.
In Kortrijk alleen al waren er vorig jaar 948 leefloners, genoten er 619 inwoners van budgetbeheer, en 135 kregen een verwarmingstoelage.
Het aantal elektrische budgetmeters en stroombeperkers moet ik nog opvragen. Moet hiervoor naar EANDIS trekken want de LAC weet het niet.

Beschermde klanten krijgen van de distributienetbeheerder GASELWEST een aantal specifieke voordelen.
Ondermeer alle kosten verbonden aan die budgetmeter.
Onze lezers die hun elektriciteit of kolen niet meer kunnen betalen krijgen voortaan tien ampère (A) in plaats van zes.

Ongelooflijk hoeveel misverstanden de ronde doen rondom de laatste (vier) besluiten van minister van Energie Kris Peeters.

Kansarme lezers vragen zich nu bijvoorbeeld af of ze nog tegelijk kortrijkwatcher kunnen lezen en WTV kijken en de wasmachine laten draaien (schudden).

Hiervoor alvast waarschuwen.
In de meeste gevallen laat je best nog altijd die wasmachine met rust.
Ga maar vlug met uw nieuwe wasmachine naar de kringloopwinkel om ze in te ruilen voor een oude.
Oudere wasmachines nemen meestal genoegen met 10 A, maar verslinden wel meer energie. Dat wel.
Ampère is kracht. Stroomsterkte. Symbool: de I van intensité.
De hoeveelheid elektriciteit (in coulomb) die in één seconde door de elektrische leiding vloeit, ja toch?

Verbruik is wat anders: kracht maal (*) de tijd die door die kracht wordt uitgeoefend.
Het maakt dus geen verschil uit of je wast op 90 of 60 graden. Maar tijdens de opwarming zal uw nieuwe wasmachine gegarandeerd meer dan 10 “ampèrage” vragen. En de periode van opwarming is natuurlijk korter als je koud wast.
Via de VRT liet minister Kris Peeters weten dat je met tien ampère tegelijk een wasmachine, een koelkast, een strijkijzer en een stofzuiger kunt laten werken. Ja?
Het wordt tijd dat op internet in al die websites over energiearmoede de test met 6 A wordt aangepast voor 10 A. (Die agoge gasten die op internet bezig zijn met soorten en vormen van armoede uit te leggen zijn geen ervaringsdeskundigen op gebied van werkkracht.)

Maar wat heeft de minister van energie nu eigenlijk zoal beslist?
(Het ontwerp is nog niet goedgekeurd hoor! Moet ook nog een advies krijgen van de Raad van State. Zal dit allemaal nog vóór Kerstmis kunnen gebeuren?)

1.
De stroombegrenzing wordt verhoogd van zes naar tien Ampére.
In juli wou de minister nog een onderscheid maken tussen gezinnen met (zouden 12 A krijgen) en zonder kinderen (8 A). Maar netbeheerders kennen (bij gratis kWh) wel de gezinsomvang maar niet de gezinssamenstelling. Die steeds wisselende gegevens verzamelen zou aanzienlijke administratieve lasten en kosten met zich meebrengen. En voor de stroombegrenzers zouden andere toestellen moeten worden aangemaakt omdat 8 A of 12 A gewoonweg niet beschikbaar zijn. Het is 6 of 10 of 16 A.

En hier past het om raadslid Carl Decaluwé eraan te herinneren dat hij in een motie van aanbeveling voor de Vlaamse regering pleitte voor een minimumlevering van 8 A en zelfs om die hoeveelheid aan te passen aan de grootte van de woning. Niet enkel het aantal gezinsleden. (Stuk 668 van 15 februari 2006.)
Nu, misschien maakt Decaluwé nog een kans. De minister overweegt nog altijd om bijkomend vermogen toe te kennen aan gezinnen met kinderen. Voor zover de gegevensoverdracht “gestroomlijnd” kan verlopen en de stroombegrenzers op 12 A beschikbaar komen of overbodig worden door de veralgemening van de budgetmeters.

2.
Het afsluitverbod tijdens de winter wordt uitgebreid van twee tot drie maanden.
In de winter was het al verboden om gezinnen af te sluiten van elektriciteit of aardgas. Maar de winter voor elektriciteit duurde van 15 december tot 15 februari en de aardgaswinter van 1 december tot 1 maart. Winter is nu van 1 december tot 1 maart.
Alhoewel. Een afsluitverbod kan ook buiten deze periode in geval van barre weersomstandigdheden. Dan kan het verbod zelfs een maand vroeger ingaan of tot een maand langer duren.

Carl Decaluwé heeft hier zijn slag thuisgehaald. Maar: benieuwd wat de Raad van State zal zeggen over de definitie van “barre weersomstandigheden”.
Carl vroeg in zijn motie ook naar een rechtszeker kader inzake afsluiting. De gevallen waarin dit kan gebeuren moeten duidelijker omschreven. De term “klaarblijkelijke onwil” moet vervangen door “duidelijke onwil” en er dienen criteria aangegeven voor die onwil.
Klaarblijkelijke onwil slaat nu op “het aantoonbaar kunnen maar niet willen betalen”. Afsluiting van energie kan dan enkel mits unaniem advies van de lokale adviescommissie (cf. infra over die LAC).

In zijn oorspronkelijk voorontwerp van juli wou minister Peeters het afsluiten beperken tot een aantal noodgevallen: onveiligheid, leegstand, fraude of het moedwillig weigeren een contract af te sluiten met een leverancier.
Verder nog in geval men weigert een afbetalingsplan te sluiten (of dit niet nakomt), de toegang tot de woning weigert voor het plaatsen van een budgetmeter, herhaaldelijk niet verschijnt voor de LAC.
Nog een tip voor onze kansarme lezers.
Met 10 A kun je nu wel een elektrisch vuurtje bijzetten. (Zal dit de kansarmen aanzetten om elektrisch te verwarmen?)
En uw elektriciteitsschulden laten oplopen tot 690 euro (vroeger 410). Als je ’s nachts ook nog verwarmt tot 1.050 euro (vroeger 630).
Qua verlichting er wel aan denken dat kaarsen op langere termijn duurder zijn dan lampen.

3.
De budgetmeter wordt kosteloos, ook voor niet-beschermde armen.
In feite rekenden de netbeheerders totnogtoe geen kosten aan. Plaatsing werd namelijk betaald met middelen uit “het fonds voor tweevoudige uurmeters”. Maar dit fonds raakt uitgeput. Hoe zal Gaselwet hierop reageren?
Carl Decaluwé voorzag enkel kosteloosheid voor klanten met een betalingsplan.

Tip voor de lezer.
Met één euro op uw budgetmeterkaart kom je al een heel eind weg. Uren (geen dagen) wassen strijken en drogen. Als dat karwei is afgelopen wacht u maar af tot uw budgetmeter weer overschakelt op minimale kracht. Of beter: druk op de rode toets om uw noodkrediet te activeren. Echte kenners weten dat je dat tweemaal kunt doen, mits de automaat opnieuw in te schakelen. Vanaf dan is het vermogen beperkt: u ziet de letter A en daarnaast het bedrag van uw schuld. (Kun je ook zien door een twaalfde druk op de blauwe knop.)
Ga dan weer naar het OCMW om uw kaart met één euro op te laden. Maar wel vóór 16u15, want anders staat u voor een gesloten deur.

WAT TE DOEN BIJ PROBLEMEN?
Een probleem is bijvoorbeeld dat u echt en te techte wel wil betalen maar dat u de handleiding van EANDIS over de budgetmeter totaal niet verstaat. Niet kunt lezen. (Acht bladzijden.)
Ga naar het OCMW spreken met de voorzitter van de Lokale Adviescommissie (LAC). De heer Dirk Devos, hoofd maatschappelijk assistent van de sociale dienst.
Zo’n een LAC bestaat verder uit 1 lid van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn, 1 vertegenwoordiger van de distributiesector (Gaselwest), 1 vertegenwoordiger van de erkende instelling voor schuldbemiddeling (ook OCMW) en een secretaris.

Wat vroeg Carl Decaluwé hieromtrent in zijn motie van aanbeveling?
Dat armen de feitelijke mogelijkheid krijgen om zich bij de LAC te laten bijstaan door een vertegenwoordiger van armenverenigingen. Dat vastgelegd wordt dat nooit kan worden besloten tot afsluiting van energie zonder voorafgaand sociaal onderzoek. Dat de werking van de LAC getoetst wordt aan een handleiding “goede praktijken”. Dat er minimale criteria zouden zijn voor de goede werking ervan. En dat de financiering van het OCMW hiervoor afhankelijk gemaakt wordt van het naleven van deze criteria.

Benieuwd of raadslid-expert over alles en nog wat Decaluwé over dit alles nu een keer zal tussenkomen in de volgende gemeenteraad van december.
’t Ist moment.
Maar hoe zit het nu eigenlijk met onze al of niet beschermde arme gebruikers van aardgas?
EN ER MOETEN OOK MEER OPLAADPUNTEN KOMEN. In de postpunten.
Dit is persoonlijk: is er hier wel een LAC?

Sociale economie (4): een woord vooraf

Komende dagen zult u het hier weer moeten stellen met aartsvervelende stukken.
Maar daar is veel aanleiding toe.
Die gemeenteraad van aanstaande maandag wordt weer niks. Niet eens aanvullende punten van raadsleden. Iedereen doodmoe.

1. Zopas heeft Els Van Weert stipt als altijd haar beleidsnota over sociale economie voorgelegd. Els is staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie. (Ik geloof dat Jan Dhaene bij haar werkt.)

2. RESOC zal op 13 december (Kulak, 18u30) een debatavond wijden aan het nieuwe streekpact voor Zuid-West-Vlaanderen. In het basisdocument (derde deel) worden tien thema’s behandeld en daar komt ook alweer sociale economie aan bod.

3. In samenwerking met Leiedal zijn er ook een 25-tal jongeren (studenten) van bij ons betrokken bij de bespreking van het streekpact. Zij kregen als opdracht om eens grondig na te denken over de vraag hoe onze streek aantrekkelijk kan gemaakt worden voor werk, wonen en jongeren. Het onvoorstelbaar intrieste resultaat van al dat denkwerk kunt u lezen op www.pharewest.be. Moge deze waan- en onzin stoppen! Een regelrecht affront voor onze streek.

4. Ons stadsbestuur (schepen Lieven Lybeer) heeft bij het HIVA (dat is een ACW-gremium in Leuven) een heel dure studie besteld over sociale economie in Kortrijk. Hier werd daar al een keer over bericht. (Zoek met trefwoord HIVA. Of “Constructief” bijvoorbeeld. Of sociale economie natuurlijk. Werk.waardig. Of blader gewoon wat in de rubriek “sociaal”. Het is een warboel.)

5. Er gaan onnoemlijk veel financiële middelen naar die Kortrijkse sociale economie. Het is zelfs niet te achterhalen hoeveel. Alleen al het “Fonds voor sociaal kapitaal” beschikt voor dit jaar over een budget van 276.531 euro. Geen mens weet wat daarmee wordt aangevangen. En in de stadsbegroting zitten bij wat genoemd wordt “technische prestaties van derden” ook aanzienlijke bedragen verscholen voor “sociale economie”. U ziet op straat toch soms een ploeg die herfstbladeren wegblazen? Die ploeg doet dat niet gratis. Dat is sociale economie. De ploegleider al gezien?

En wist u dat al onze Belgische regeringen samen voor dit jaar 30,6 miljoen (euro) hebben uitgetrokken voor sociale economie PLUS “maatschappelijk verantwoord ondernemen”? Awel, ik niet.

6. Met de nieuwe coalitie CD&V-VLD valt het af te wachten of er niet een soort tabula rasa zal komen in de sector sociale economie.
(Het streekpact van RESOC dient volgend jaar goedgekeurd door de nieuwe gemeenteraad.)
Ongelooflijk hoeveel organisaties en personeel daarmee is gemoeid. En de overlappingen zijn ook al niet te tellen.

Wie kan er nu voluit tegen “sociale economie” gekant zijn?
Er zijn wel fundamentele vragen te stellen.
Het is wellicht per definitie zo dat sociale economie veel financiële middelen behoeft. Maar zoveel?
En worden die middelen wel optimaal ingezet? Wordt er niet teveel opgesoupeerd aan kantoren, bergen studies, het opmaken van actieplannen, websites?
Is er wel voldoende doorstroming naar de reguliere arbeidsmarkt van mensen die men in de sector zelf aan het werk zet?

Maar wat is sociale economie eigenlijk?
Daar zijn veel opvattingen over, maar we hanteren de definitie van VOSEC (Vlaams Overlegplatform Sociale Economie en Meerwaarde-economie).
Zet u maar schrap.

“De sociale economie bestaat uit een verscheidenheid van bedrijven en initiatieven die in hun doelstellingen de realisatie van bepaalde maatschappelijke meerwaarden voorop stellen en hierbij de volgende basisprincipes respecteren: voorrang van arbeid op kapitaal, democratische besluitvorming, maatschappelijke inbedding, transparantie, kwaliteit en duurzaamheid. Bijzondere aandacht gaat ook naar de kwaliteit van de interne en externe relaties. Zij brengen goederen en diensten op de markt en zetten daarbij hun middelen economisch efficiënt in, met de bedoeling continuïteit en rentabiliteit te verzekeren. De sociale economie is in de praktijk een bonte verzameling van initiatieven, waaronder beschutte werkplaatsen, sociale werkplaatsen, erkende adviesbureaus; de startcentra, invoegbedrijven, kringloopcentra, activiteitencoöperaties, buurt- en nabijheidsdiensten…”

Zo. Nu weet u het weer.
Sociale economie niet verwarren met non-profit, of meerwaardeneconomie.
Draagt u soms uw strijk naar Kanaal 127?

P.S.
Het ziet er naar uit dat mijn verhaal over meerdere dagen zal gespreid worden. Moet nu toch een keer echt de baan op, naar de WAAK, Constructief, het OCMW, Mobiel, etc.
De Hond in het Kegelspel.
En dan met een Mentor naar een of ander revalidatiecentrum.

VROEM !!! Met de gouden woonwagen !

Op vrijdag 10 november krijgt schepen Frans Destoop “de gouden woonwagenprijs”, uitgereikt door de vzw “VROEM”.
Hierbij een oproep tot alle zigeuners en gadgo’s: om 18 uur stipt aanwezig zijn in de Oude Schepenzaal. Er is aansluitend een receptie in de Beatrijszaal. Uw aanwezigheid bevestigen bij Dominique Dehaene, tel. 056/27 87 90.
Komt dat leuke zigeunerorkestje van Rijsel de receptie opfleuren??

Die prijs is eigenlijk al toegekend in april van dit jaar, maar dat nieuws is “om evidente reden” (tot na de verkiezingen) maandenlang stil gehouden.

Schepen Destoop krijgt een miniatuurwoonwagen en een oorkonde omwille van de politieke moed die hij heeft betoond om “ondanks massale tegenkanting” toch een doortrekkersterrein voor woonwagenbewoners in te richten op Heule-Watermolen. (Het is er nog altijd niet, maar de familie notaris-Sabbe is er intussen al wel in geslaagd om nog vlug al haar grond IN DE BUURT aan Stad te verkopen. Een deal. Winwinsituatie.)

Vorig jaar ging de gouden woonwagen naar de provincie Limburg, ten name van gedeputeerde Jos Claessens.

VROEM is een vzw en het letterwoord staat voor: Vlaamse Vereniging voor Voyageurs, Roms, Roma en Manoesjen.
Die vzw munt niet uit door openheid. Zoek maar eens op internet.
De oorspronkelijke naam was “Vlaams Centrum Woonwagenwerk” (VCW). En nog eerder (in 1977) “Vlaams Overleg Woonwagenwerk”. Sinds maart 2004: VROEM. De zetel is nu gevestigd in Jeuk. Voorzitter is Rob Van Noppen een priester uit Jeuk zelf. Secretaris Toon Machiels, pedagoog uit Kortessem. De vzw is nogal pastoraal gericht: een bestuurslid is bijvoorbeeld nog Omer Hommez, priester uit Zeebrugge. De Raad van Bestuur telt 3 pastoors op 8 leden.

Wie op internet “Vlaams Centrum voor Woonwagenwerk” intikt krijgt dit te lezen: “Gelieve onze nieuwe website te bezoeken voor actuele informatie, http//home2.pi.be/tmachiel.”
Doet u dat, dan leest u: “het spijt ons, de pagina die u zoekt, bestaat niet.”

In 1999 werd het Vlaams Minderhedencentrum (VMC) operationeel en dat bracht mee dat de coördinator van het toenmalige Vlaams Centrum Woonwagenwerk (nu VROEM) in dienst trad bij dat VMC. De overgang bracht de nodige financiële opwinding teweeg bij de medewerkers.
Het is eigenlijk nooit meer goed gekomen tussen het VCW en het VMC.
Vlaams volksvertegenwoordiger Bart Caron (volgend jaar raadslid) stelde er vorig jaar nog een vraag over, gericht aan minister Marino Keulen.
Klopt het dat het Vlaams minderhedenbeleid voor zigeuners in volle crisis verkeert? Zijn er deskundigen ontslagen of vertrokken? Wordt de basiswerking afgebouwd?
De minister gaf toe dat er enig “ongenoegen” heerst bij het woonwagenwerk en dat er twee medewerkers van het VMC die werkzaam waren op het terrein zijn ontslagen. Aldus kwam Omer Hommez uit Zeebrugge dan toch in de raad van Bestuur van het VMC.

Hoe VROEM nu wordt gefinancierd is nergens te vinden. Zelfs niet in het jaarverslag 2004. (Het enige dat is terug te vinden op internet.)
In een oud document (titel: “Emancipatiebeleid naar voyageurs en zigeuners”) van het WVC, het departement Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, lezen we dat het Vlaams Centrum Woonwagenwerk gesubsidieerd wordt door de administratie Gezin en Maatschappelijk Werk en voor de werking in Brussel door de Vlaamse Gemeenschapscommissie. In 1998 ging het minstens om 10 miljoen BEF. (Drie miljoen daarvan voor de bijkomende aanwerving van twee personeelsleden.)

Informatie over ons “zigeunerpark” op deze weblog te vinden met termen als “tsiganologie”, “doortrekkersterrein”.
Op internet is omtrent gypsies http://romnews.com heel interessant.

Het juiste aantal woonwagenbewoners in Vlaanderen is niet gekend. Oude schattingen zeggen dat er ongeveer 750 woonwagengezinnen (2.000 mensen) zijn. Een nieuwe telling van 2003 kwam op 841 gezinnen die hier permanent verblijven. Maar naast deze groep zijn er jaarlijks een duizendtal buitenlandse rondtrekkende woonwagengezinnen.

WAT IK DENK?
DE ZIGEUNERS KAN HET ALLEMAAL GEEN BARST SCHELEN.

Kamerbewoners en leefloners

Nogal wat kamerbewoners in Kortrijk blijken asielzoekers te zijn. (Ik zeg dat niet, zie infra. Ken niet de minste cijfers.)
Hun kamer wordt meestal door het OCMW gehuurd en de bewoners krijgen leefgeld. (Over dat leefgeld straks meer.)
Zo is er iemand (een gevluchte christenmens en leraar) uit Sri Lanka die aldaar zijn gezin achterliet en nu verblijft in een kamerje dat net groot genoeg is volgens de normen. De badkamervloer is wel rot, vanwege een lek in de afvoer van de douche.

Er is hier een stedenbouwkundige verordening die zegt dat bij het opdelen van eensgezinswoningen in meerdere woongelegenheden er minstens één kernwoning behouden moet blijven van tenminste 90 m². Het aantal bijkomende verhuurde kamers mag per kernwoning ten hoogste drie bedragen (twee als het om andere woongelegenheden gaat).
De nieuwe regeling is vooral ingegeven door de vrees dat een dalende vraag naar door particulieren verhuurde studentenkamers zal leiden tot een toename van het aantal logementswoningen in kwetsbare wijken die nu reeds te kampen hebben met problemen op vlak van woningkwalliteit en leefbaarheid. (Cf. Sint-Denijsestraat.)

Het is mogelijk dat u de vorige zin niet begrijpt, maar die staat wel degelijk te lezen in het laatste nummer van “Surplus” van de vzw Samenlevingsopbouw. (Camouflagenaam voor ’t RISO.)
(Dat stedenbouwkundig reglement wou juist beletten dat er in bepaalde straten nog meer studentenkamers zouden komen. Burgemeester wou daarmee net studenten naar de binnenstad lokken, meer speciaal waar nu dat winkelcentrum komt.)

Mieke Spruytte en Dirk Sansen van onderlinge samenlevingsopbouw deden een projectverkenning over kamerwoningen alhier. Tel. 051/24 29 28. Email: dirk.sansen@samenlevingsopbouw.be .
Eén vaststelling valt op: “een aantal kamerwoningen blijken inmiddels studio’s geworden te zijn”. Wie een studio wil verhuren heeft geen “uitbatingsvergunning” (sic) nodig.
Op de website van de vzw “Samenlevingsopbouw” nog geen volledig rapport gevonden van deze “projectverkenning”.

Ja, hoeveel leefloners zijn er hier eigenlijk?
De recente HIVA-studie over de sociale economie alhier weet het zelf niet.
Voor het jaar 2004 vindt men er 380. Over 2005: niets.
Maar daar staat een – intellectueel bekeken – grappige voetnoot bij: “Het cijfer is volgens het OCMW niet correct”.
Vandaar ook dat “de sterke daling van het aantal leefloners niet meteen is te verklaren”. (In 2003: 523.)
Let wel, dit is een citaat uit een studie van universitair niveau (KUL), gemaakt in opdracht van Stad (schepen Lieven Lybeer) en OCMW (voorzitster Franceska Verhenne).

P.S.
Dit stukje is nu wel geschreven in opdracht van mijn spychiater.
Als Freudiaan vindt hij het mijn taak om – ter genezing van de cultuurschokken, opgedaan in de verkiezingsdebatten – toch te blijven schrijven wat moet geschreven worden. Vanuit het Ãœber-Ich. Maar met meer gevoel voor het komische, vanuit het ES of ICH zeker? Zal nog nakijken.

Minderhedenbeleid: het grootste knelpunt (3)

Soms lijkt het alsof de integratiedienst (binnen de directie Burger en Welzijn) op zichzelf een knelpunt vormt. En welkeen !Neem nu het hoofdstuk over “zelforganisaties” in het Minderhedenbeleidsplan 2007-2009.
In de operationele doelstellingen voor de volgende jaren wordt ondermeer gevraagd om een Collegebeslissing bij het toekennen van toelagen aan zelforgansisaties.
Je zou toch wel gaan denken dat men bij de integratiedienst die Collegebesluiten leest?
Neem nu alleen even de CBS-notulen van de maand juni.
Daarin leest men dan bijv. dat er een toelage van 400 euro is toegekend aan de vzw Sindebad. En ook nog 400 euro aan de vzw St.Michiel. Dit alles gebaseerd op het reglement betreffende start- en projectoelagen goedgekeurd in de gemeenteraad van 8 november 2004.

En dit overtreft ook mijn bevattingsvermogen: het minderhedenbeleidplan vraagt om een artikel dat al in het reglement staat. Art. 6 luidt: “Elke aanvraag (tot betoelaging) wordt beslist door het College.” (Via een interne werkgroep.)

De integratiedienst wil in de toekomst ook nog dat er een lijst komt met criteria voor het bekomen van subsidies. En de ondersteunde activiteiten moeten interculturele ontmoetingen en samenwerking stimuleren.
Alweer kan men zich afvragen of de integratiedienst zijn eigen reglementen wel kent.
Al de voorgestelde operationele doelstellingen staan er allemaal al in!

Art. 5.6 somt de criteria op voor interculturele projecten. Er zijn er zes. En één daarvan zegt juist dat aanvragen worden beoordeeld in de mate waarin mensen uit andere culturen worden betrokken bij het project, in de mate waarop wordt samengewerkt met andere organisaties, in de mate waarop het initiatief een open samenleving nastreeft. Zelfs het beoogde publieksbereik is een criterium.

Art. 3 betreffende de starttoelage stelt uitdrukkelijk dat organisaties die deze toelage ontvangen er zich toe verbinden om activiteiten te ontwikkelen die gericht zijn op “ontmoeting”. Idem voor projecttoelagen.

Het eerste reglement betreffende toelagen voor zelforganisaties werd goedgekeurd in de gemeenteraad van april 2001. Alleen het Vaams Blok (Vancoillie, Zonnekein, Bouteca) was toen tegen. Er waren geen noemenswaardige tussenkomsten van de fracties.

Het nieuwe reglement (4 bladzijden) van november 2004 heeft een aantal onduidelijkheden weggewerkt.
Het voorstel werd uitgewerkt in bijeenkomsten van de jeugddienst, de sportdienst, de cultuurdienst EN het integratieplatform zelf.

In de gemeenteraad van 8 november 2004 is daar heelwat om te doen geweest. Een ellenlang en zeer hoogdravend debat. Met maatschappelijk-filosofische bespiegelingen van vooral Jan Kempinaire (VLD) en schepen Frans Destoop.
Stemden tegen: Bouteca, Depauw en Verschaete van het VB.
De VLD’ers onthielden zich, want liberalen hebben uit de aard der zaak (sowieso)iets principieels tegen “zelforganisaties”. Ook Lieve Vanhoutte (nu behorend tot de CD&V-fractie) heeft zich toen onthouden.

En nu vinden de opstellers van het minderhedenbeleidsplan dus dat daar weer moet aan geschaafd worden… Ik zou niet weten waarom.

Heel intrigerend is dat het minderhedenbeleidsplan in feite zijn eigen integratiedienst op de korrel neemt.
Men beklaagt er zich namelijk over dat stadsdiensten elk een eigen toelagesysteem hanteren en een eigen communicatiesysteem voeren. Dat zelforganisaties shoppen bij verschillende diensten. Dat er geen lijst bestaat van zelforganisaties. En geen lijst van beantwoorde aanvragen.

Je acht het niet voor mogelijk.
Hier zegt de integratiedienst van zichzelf dat die niet werkt. Beseft men dat wel?

Ik citeer nog even uit het reglement.
Art. 6: “Elke aanvraag (voor toelagen) gebeurt tav. het College van Burgemeester en Schepenen.” En met een speciaal formulier.
Nog art.6: “Elke aanvraag wordt beslist door het College op advies van een interne werkgroep.”
En wie zit daarin? Juist! Ook een medewerker van de stedelijke integratiedienst!

Heel dat minderhedenbeleidsplan laat eigenlijk weten dat de integratiedienst zelf geen grip heeft noch controle over het beleid terzake.
Werk aan de winkel voor de nieuwe integratieambtenaar.

Schepen Alain van Welzijn!
Vertel op de gemeenteraad van maandag aanstaande eens wat uw eigenste operationele doelstelling is.