Category Archives: sociaal

Aankondigingspolitiek: armen tafelen in commerciële eethuizen (2)

En dit voor 2 euro of 7 euro!
Schepen voor Sociale Vooruitgang Philippe De Coene (SP.A) kondigde dit (met foto) aan in ‘Het Laatste Nieuws’ van 30 april 2019.
Wie daarvoor in aanmerking komt zou zeker vanaf de herfst (met een pasje) in een ‘gewoon eethuis’ aan een armoedetarief van 2 euro of een sociaal tarief van 7 euro kunnen tafelen. En dit tien keer per jaar. Het verschil met een dagschotel-tarief van 14 euro zou bijgelegd worden met sociale fondsen. De schepen mikt op bijna 6.000 maaltijden en het bijpassen zou 50.000 euro per jaar kosten. En dit is financieel zeker haalbaar want het OCMW doet het in de laatste jaarrekening 500.000 euro beter dan voorzien.
(Noot van kortrijkwatcher: ??)
Natuurlijk komen restaurants uit het ‘hoogste segment’ niet in aanmerking maar de schepen hoopt toch in alle deelgemeenten “toegankelijke eethuizen” te vinden die willen deelnemen aan het project. “Dudu” uit Heule heeft al zin om mee te doen.

Tot daar dus de aankondiging in HLN van 30 april.
We schrijven nu oktober 2019.
Raadslid David Wemel van Groen krijgt in het “Bulletin van Vragen en Antwoorden” van die maand antwoord op een aantal schriftelijk vragen over de stand van zaken over “Tafelen voor 2 euro in reguliere horecazaken”.

1. VRAAG. In welk bestuursorgaan werd deze beslissing genomen. Is er daar een verslag van?
ANTWOORD. Bij de bespreking van de evaluatie van 1 jaar volksrestaurant VORK is het voorstel geformuleerd, ook na overleg binnen de bestuurscoalitie. De voorbije maanden is het voorstel verder uitgewerkt. Als alle deelnemers aan het pilootproject zijn gekend volgt er nog een formele beslissing in het Vast Bureau met alle modaliteiten. (Noot van Kortrijkwatcher: nog altijd niet gebeurd.)

2. Over welk budget spreken we jaarlijks? Waar is deze post te vinden in de begroting?
De opeenvolgende positieve rekeningen van het OCMW zorgen dat er ruimte is om dergelijke nieuwe acties op te zetten. De kosten voor de opstart in 2019 vangen we op binnen het bestaande budget van de sociale dienst. In het nieuwe meerjarenbudget 2020-2025 zal er een jaarlijks bedrag van 50.000 euro worden voorzien.

3. Werd er overleg gepleegd met de sector? Is er een verslag daarover en kan u dat bezorgen?
In het voorjaar is het voorstel besproken met een aantal horecazaken en ook ter kennis gegeven aan Horeca Vorming Vlaanderen. Op het Kortrijkse horeca-platform van 6 september is het idee van de VORK-pas voorgesteld, zie presentatie in bijlage. (Noot van kortrijkwatcher: in die ‘presentatie’ géén verslag te vinden.)

4. Welke horecazaken stappen mee in het systeem? Op basis waarvan worden horecazaken geselecteerd? Zijn er al formele overeenkomsten?
Op vandaag hebben al drie zaken interesse getoond. Elke eetgelegenheid in Kortrijk met een vergelijkbaar aanbod als VORK kan aansluiten. (…) Horecazaken dienen mee te werken aan een opleidingsproject van VORK. De praktische modaliteiten zullen verder worden uitgewerkt met alle geïnteresseerde horecazaken.

ZIEDAAR DUS EEN KNAP STAALTJE VAN AANKONDIGINGSPOLITIEK.
Denk nu niet dat de krant HLN hier gewag van maakt!


Waar gingen de houders van een een UITPAS met “kansentarief” het liefst naartoe?

Hoe kunnen we dit weten?
Zeer eenvoudig.
Houders van een UITPAS met kansentarief betalen slechts 20 procent als ze deelnemen aan een bepaalde activiteit. 40% derft de aanbieder zelf en de overige 40% betaalt stad uit via middelen uit het Vlaamse Participatiedecreet voor “vrijetijdsparticipatie voor mensen in armoede”. Periodiek maakt stad dan een afrekening over de afbetalingen aan de organisatoren via het participatiedecreet.
Hierna even de bedragen voor de periode van het tweede kwartaal (april-mei-juni). Met tussen haakjes nog de uitbetaalde tussenkomsten voor het derde kwartaal (1 juli tot 30 september).
Bepaalde activiteiten hebben telkens opnieuw gedurende het hele jaar het meeste bijval. Allerhande sporten bijvoorbeeld, en meer speciaal voetbal.
De invloed van de zomermaanden (derde kwartaal) is voelbaar.
Onderstaande bedragen zijn dus gekozen volgens de organisaties die het meeste bijval hebben.

1. vzw SPORTPLUS: 8.217 euro (9.740)
1. Lago Kortrijk Weide: 5.738 (7.813)
2. KVS Kortrijk (voetbalopleiding): 5.360 (4.140)
(KVK zelf: 2.502 en 3.314)
3. Wijkcentrum Zonnewijzer: 2.094 (2.467)
4. Wijkcentrum Zevenkamer: 1.935 (1.208)
5. Wijkcentrum Condé: 1.599 (1.040)
6. Schouwburg Kortrijk: 1.213 (442- zomermaanden)
7. De Warande: 1.029 (3.542)

Restauratiepremies voor ‘t Fort’ en ‘Oud Cortryck’ nu volledig uitbetaald

Voor de restauratie van de school Onze-Lieve-Vrouw ter Engelen aan ‘t Plein (in de volksmond nog altijd ‘ Fort’ genoemd) bedraagt de effectief toegestane premie 1.867.397,26 euro. Het aandeel van de Vlaamse Overheid hierin bedraagt 65%, van de gemeente 15% en van de premienemer zelf 20%.
Stad draagt concreet 261.286,22 euro bij.
Dit wordt zo berekend:
1.867.397,26 x 1,06 (BTW) x 1,10 (algemene kosten) x 0,15 (percentage premie).
Het nog te betalen saldo is nu uitgekeerd aan de vzw Damast (voorheen DPSA) op naam van Tabor vzw uit Gent. (Leraren kennen die instanties niet eens.)

Herberg ‘Oud Cortryck’ nu, in de Wijngaardstraat.
De premie werd vastgesteld bij M.B. op 329.923,82 euro.
Aandeel Vlaamse Overheid 32,5%, gemeente 7,5% en premienemer 60%.
Aandeel van onze stad: 32.934 euro.
Berekeningswijze: 329.923,82x 1,21 (BTW) x 1,10 (algemene kosten) x 0,075 (ons aandeel).
Ook hier is het saldo nog te betalen uitgekeerd aan de NV Leonverimmo uit Anzegem.

ZO.
Dat weet u nu ook alweer. Bedankt voor het kijken.





Breaking news: Textielhuis wordt verkocht

Het Textielhuis in de Rijselsestraat en het aanpalend hoekpand wordt verkocht. Aan (door?) Leiedal? Doet Stad ook een duit in het zakje? (Leiedal beschouwt deze aankoop als strategisch “kernversterkend”.)
Prijs kennen we niet. Bestemming ook niet. Door wie en waar beslist?

Op heel de kwestie berust een embargo tot 3 juli om 10 uur. Dan krijgt de pers de eerste informatie. De gemeenteraad later, evenals de trouwe ABVV’ers. De kameraden.

Armoedecijfers zeggen niets over het gevoerde beleid (2)

In ‘Het Nieuwsblad’ van vandaag zaterdag 15 juni zegt schepen Philippe De Coene (SP.a) iets dat enige nuancering behoeft en ook iets dat niet helemaal waar is.

1. Wat is niet waar?
De Coene vertelt dat hij al jaren verklaart dat de armoede-index van K&G niets zegt over het gevoerde beleid, en dat hij dat ook herhaalde toen de (Kortrijkse) cijfers fors daalden.
– Welnu, toen de index in 2014 en 2015 onder zijn bewind significant daalde liet de schepen via WTV letterlijk weten dat zijn armoedebestrijdingsplan RENDEERT. (De datum van die uitlating op WTV vergeten te noteren. Excuus.)
Overigens is het ook zo dat de schepen er intussen al jaren heel prat op gaat dat hij her en der wordt gevraagd om zijn armoedebestrijdingsplan toe te lichten. (De resultaten onder zijn bewind ook?)
– En toen de armoede-cijfers dan toch ongunstig evolueerden (naar 17,4 %) was de schepen heel verrast. Hij was van plan om bij Kind &Gezin navraag te doen naar een interpretatie van de cijfers (WTV, 16 juni 2017) en hij zou aan experten vragen om de cijfers te analyseren met het oog op een “bijsturing van het beleid” (HLN, 17 juni 2017.) Niet veel meer van vernomen.

2. Wat hoeft enige nuancering?
Schepen De Coene zegt nog in HN van vandaag dat “alle experten en Kind&Gezin zelf stellen dat hun cijfers niets zeggen over het lokaal gevoerde beleid.”
– Alle experten? Ik denk dat de schepen doelt op één bevriende en links geörienteerde expert Wim Van Lancker. Die vindt bovenal dat het federale en Vlaamse armoedebeleid (Homans!) niet voldoet.
– Kind&Gezin geeft een aantal richtlijnen om de index te interpreteren en concludeert hierbij dat de index wellicht minder geschikt is om het succes of het falen van recente beleidsinspanningen aan te tonen. En voegt daar aan toe dat de index wel een signaalfunctie heeft dat er beleidsinspanningen nodig zijn.
– En ter info verwijzen we nog naar een stuk van De Coene himself in De Morgen (13.06.2018) waarbij hij stelt dat de armoede-index wel degelijk een potentiële gebruikswaarde heeft.

Zo, dat weet u dan alweer.
En de plaatselijke journalistieke inktkoelies ook.

Quote van de dag: “geen oorzakelijk verband met beleid”(1)

Een samenvatting (voor de gehaaste lezer).
Toen indertijd de socialisten in de oppositie zaten en de kinderarmoede-indicator plotseling 18 procent bedroeg was dat de schuld van het gevoerde beleid. Van de christen-democraten én de liberalen.
Nu men weer dat cijfer bereikt heeft, met de SP.a in de meerderheid, heeft het beleid er niets mee te maken.
(Zo, nu moet u niet meer verder lezen.)

De meeste recente (kinder)armoede-index van Kind en Gezin is lichtjes (niet significant?) gedaald van 18, 6 % naar 18,2%.
Commentaar van schepen Armoedebestrijding Philippe De Coene (SP.a) : “De cijfers hebben geen oorzakelijk verband met het lokaal beleid in Kortrijk.” (HLN, 14 juni, pag.17.)
– De schepen maakte al een keer dergelijke wonderlijke analyse, toen in 2016 de index van K&G tot zijn verbazing steeg van 12,9 naar 17,4 procent. (Hij zou toen wel het beleid “bijsturen”.)
– Ook toen voor de periode 2015-2017 er een gevoelige stijging viel waar nemen van 12,9 % naar niet minder dan 18,6 % was de schepen opnieuw van oordeel dat er “geen oorzakelijk verband was tussen de index en de lokale inspanningen of het gebrek eraan.’

Zijn analyse is ooit anders (tegenovergesteld) geweest.
Toen bleek dat Philippe De Coene zou toetreden tot de meerderheid (de eerste tripartite) ontdekte hij tot zijn stomme verbazing dat onder de vorige coalitie (CD&V en VLD) de kinderarmoede in Kortrijk flagrant was gestegen van 14,4 % in 2011 naar 18,0 % in 2012. Hij schreeuwde moord en brand en pakte prompt en met veel bombarie uit met een uitermate ambitieus armoedebestrijdingsplan 2013-2019 dat 30 miljoen euro mocht kosten en minstens 175 acties zou tellen.
En waarlijk: al in 2013 daalde de index naar 17,6 % en in 2015 naar 15,4 %.
Zie je wel, zei de schepen toen: “Het plan rendeert!”

P,S.
De index juist interpreteren of verstaan.
Hoe wordt de indicator van K&G berekend?
Het is het resultaat van een deling met gegevens over drie jaren .
In de teller het aantal kinderen (van nul tot drie jaar) dat in het jaar X, X-1, X-2 volgens bepaalde indicatoren leeft in kansarmoede.
In de noemer het totaal aantal kinderen geboren in dezelfde drie jaren.
De uitslag vermenigvuldigen met 100 geeft het percentage.





Syndicaal overleg (2): leden stadsdelegatie

Hoog Overlegcomité én Bijzonder Onderhandelingscomité (HocBoc dus)

1. Vincent Van Quicenborne, burgemeester-voorzitter
2. Kelly Detavernier (N-VA), schepen-dienstdoend voorzitter
3. Philippe De Coene (S.PA), schepen-lid
4. Nathalie Desmet, algemeen directeur-lid
Secretaris: Gerd Dumortier (sociaal adviseur-HR) of Robbe Struyve (stadmedewerker-HR)
Techniekers:
– Nele Hofman, HR-manager
– Robbe Struyve, stafmedewerker-HR
– Laurent Hoornaert, kabinetschef  

Basisoverlegcomité (BoC)- vanwege stad

1. Vincent Van Quickenborne, burgemeester-voorzitter
2. Kelly Detavernier, schepen-dienstdoend voorzitter
3. Philippe De Coene, schepen-lid
4. Nathalie Desmet, algemeen directeur-lid
5. Anneliese Moësse, arbeidsgeneesheer-lid
6. Dirk Sagaert, preventieadviseur-lid (wordt later vervangen)
7. Nle Hofman, HR-manager-lid
Secretaris/technieker: Gerd Dumortier, soclaal-adviseur-HR /Robbe Struyve, stafmedewerker-HR

Basisoverlegcomité (BoC) – vanwege OCMW

Eigenaardig. Krak dezelfde personen, uitgenomen een andere preventieadviseur: Patrick Vandenbussche.

P.S.
Zoals eerder al gezegd: de namen van de vakbondsdelegatie kennen we niet.
En in CBS-besluiten verwijst men nooit naar verslagen van die comités.  In het verleden vroegen we ons wel een keer af of die comités wel regelmatig bijeenkomen. Of er wel sociaal overleg was met de drie (ja?) vakbonden.

Het syndicaal overleg voor het personeel van lokale besturen (1)

Dat syndicaal overleg tussen vakbonden en de lokale overheid betreft in feite twee overlegorganen:  enerzijds het Hoog Overlegcomité (HOC)  en anderzijds het Bijzonder Onderhandelingscomité (BOC).
In de praktijk evenwel kennen beide organen een gelijke samenstelling zodat de vergaderingen gezamenlijk gebeuren. We spreken dan over het HocBoc.

Overleg”  gaat over voorstellen tot vaststelling of aanpassing  van de personeelsformatie, maatregelen van inwendige orde en regelingen m.b.t. arbeidsuur  en organisatie van het werk.
Onderhandeling” slaat op de vaststelling of aanpassing van het personeelsstatuut (genaamd: rechtspositiebesluit), bezoldigingen, pensioenen, de relatie met de vakorganisaties, de sociale diensten, maar ook op algemene verordeningen met het oog op de latere vaststelling van de personeelsformatie  , de organisatie van het werk, de arbeidsduur.

Bij de HoCBoc  bestaat de delegatie van Stad uit personen bevoegd om het betrokken bestuur te verbinden. (De schepen van personeel is daar niet bij.) De burgemeester is ambtshalve voorzitter van beide  organen. De voorzitter van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn is ondervoorzitter. Naast de schepenen zetelen ook een secretaris, en technici (ambtenaren). (De namen volgen later.)

Er is naast de HocBoc ook nog een basisoverlegcomité van Stad/OCMW m.b.t. de materie welzijn op het werk.  Er is niet bepaald wie daarvan de voorzitter is maar volgens de regelgeving mag de burgemeester dit bepalen.  Hij heeft dan ook zichzelf verkozen. Een maximum aantal leden is niet bepaald. In Kortrijk gaat het zowel voor Stad als OCMW om dezelfde  7 leden en twee secretarissen (technici).

P.S.
Het is voor het eerst dat we inzage krijgen van de stadsdelegaties in die diverse comités.
De vakbondsdelegaties kennen we nog altijd niet.
Raar is nog dat in Collegebesluiten aangaande de besproken materies  nooit verwezen wordt naar verslagen van die comités.

Evolutie van het aantal dossiers (equivalent) leefloon

2012:  1.557 dossiers
2013:  1.469
2014:  1.385
2015:  1.327
2016:  1.410
2017:  1.501

Het leefloon is een financiële tegemoetkoming aan minvermogenden (zij die niet kunnen leven van hun eventueel inkomen).  Het bedrag is afhankelijk van de familiale toestand: samenwonenden, alleenstaanden, samenwonenden met gezinslast.
Een equivalent leefloon (zelfde bedrag) kan toegekend aan personen die om een of andere reden geen recht hebben op een leefloon maar in een vergelijkbare noodtoestand verkeren.  Bijv. te weinig inkomen voor voeding, kleding, wonen.

Uit bovenstaande tabel blijkt dat al eind 2015 eigenlijk het aantal dossiers leefloon is beginnen toenemen na een periode van stagnatie/daling.
De trend zet zich voort zowel in 2016 als in 2017.  In 2017 was er een globale toename van +91, zijnde een combinatie van een toename van 109 dossiers leefloon en een  afname van 18 dossiers equivalent leefloon.

Het procentueel aandeel jongeren (minder dan 25 jaar) daalt lichtjes (32,4% in 2017) maar hun aantal blijft lichtjes toenemen:  486 dossiers in 2017 en 480 in 2016.  (Dat is veel hoor.  Beetje alarmerend.)

Wat dat allemaal kost?
In 2017 ging het om een bedrag van 6.197.473 euro. Maar!  Er was een subsidie  van 4.818.759 euro (77,8%) en een terugvordering van 228.855 euro (37%).
De netto- tussenkomst ten laste van ons OCMW bedroeg vorig jaar dus “slechts” 1.149.859 euro (18,6%).

De stijging van zowel de kost als de netto-tussenkomst in 2017 is wel nogal opvallend
.  (De bedragen voor het leefloon stegen trouwens ook.)
– 2016:  4.54.673 euro.  Netto:  774.571 (17,0%).
– 2015:  3.968.592 euro. Netto:  839.690 euro (21,2%).
De significante toename van de uitkeringen leefloon met méér dan 1 miljoen wijt het OCMW vooral aan de uitstroom van ex-asielzoekers (zo heet dat) en arbeidsmarktverstrengende maatregelen inzake werkloosheidsuitkeringen.

P.S. (1)
De subsidies voor het leefloon aan de OCMW’s komen van de “Programmatorische Federale Overheidsdienst (POD) Maatschappelijke Integratie.
P.S  (2)
Onze locale perse (die van de dode bomen) vindt dat allemaal niet interessant.  Onze lezers wel.