Category Archives: recht

Wobben (2)

Wat is een bestuursdocument?
Het moet niet noodzakelijk een papier zijn. Andere dragers van informatie zijn mogelijk: elektronische (e-mails, cd-roms), geluidsdocumenten, of visuele drager (film, foto, dvd).
Alle documenten in het bezit van een overheidsinstantie zijn opvraagbaar, dus niet enkel de documenten die tot een eindbeslissing hebben geleid. Het moet zelfs niet gaan om eigen documenten die de overheid heeft geproduceerd. Ook documenten van derden in het bezit van de overheid komen in aanmerking.
Het moet wel gaan om bestaande documenten. Een aanvrager kan een instantie bijvoorbeeld niet vragen om gegevens te verzamelen uit dossiers om daaruit een nieuw document op te maken.
Verzoek om openbaarmaking
Kan per e-mail, fax of brief gebeuren. Wel altijd naam en postadres opgeven. Men kan zich ook persoonlijk aanbieden, waarbij dan zal ,gevraagd worden om een aanvraagformulier in te vullen. Bij telefonische aanvraag zal men u verzoeken om het schriftelijk te doen.
Bij de aanvraag vermelden of u enkel inzage wil, of uitleg, of een afschrift.
Inzage of uitleg krijgen is altijd gratis. Een afschrift in principe ook, maar men kan een redelijk kostprijs vragen.
Moet men een belang kunnen aantonen?
Neen.
Maar wél als de aanvraag slaat op informatie van persoonlijk aard. Bijv. een beoordelingsdossier van een ambtenaar.
Wanneer krijgt u antwoord?
Twintig kalenderdagen nadat uw aanvraag is ingeschreven in een register. Soms tot 40 dagen verlengd als er veel opzoekingswerk mee gemoeid is of als men tijd nodig heeft om te onderzoeken of er geen uitzonderingsgronden van tel zijn. (Een verzoek kan afgewezen worden.)
En wie neemt de beslissing?
De hoogst geplaatste ambtenaar of persoon, of een bevoegd leidinggevend personeelslid. Voor de lokale overheden: zie art. II.29 van het bestuursdecreet. Voor de gemeenten is dit de algemeen directeur (vroeger secretaris genoemd) en voor de provincie de griffier.
Beroep is mogelijk
Uw aanvraag kan geweigerd worden of slechts gedeeltelijk ingewilligd.
De overheid moet vermelden bij wie of waar beroep mogelijk is en dat beroep moet binnen de 30 dagen gebeuren.

Wobben (1)

Een ongebruikelijk woord alhier te lande. Dat komt omdat men (burgers, pers, politici) het weinig of niet doen.
De term betekent een beroep doen op de Wet Openbaarheid van Bestuur om toegang te krijgen tot bestuursdocumenten van een overheidsinstantie.
In volgende edities van deze krant gaan we daar wat nader op in. Met de stille hoop dat Kortrijkzanen en zeker journalisten daar werk zullen van maken in deze zogezegd transparante stad.

Wat is een bestuursdocument?
Hoe doen we een verzoek tot openbaarmaking?
Zijn er uitzonderingsgronden?
Wie neemt de beslissing?
Enz.


Veranderingen op het vlak van openbaarheid van bestuur (2)

Informatie ‘in het bezit van de overheidsinstantie’
Sinds het nieuwe bestuursdecreet van 2019 is er nu sprake van informatie “die in het bezit is van een overheidsinstantie” i.p.v. “waarover een overheidsinstantie beschikt”. Want de term “beschikken” wordt soms ten onrechte zo geïnterpreteerd dat informatie als bestuursdocument moet beschouwd zodra een overheid die informatie ergens kan bekomen of kan opvragen.
Wel is het zo dat dat alle informatie juridisch in het bezit is van een overheidsinstantie , ook al is die tijdelijk in het bezit van een derde.

Ontvankelijkheid van de aanvraag
De aanvrager moet zijn naam en postadres opgeven. Een emailadres volstaat niet langer.
Er zijn specifieke uitzonderingsbepalingen voor “oude” bestuursdocumenten en voor toegang met wetenschappelijke doeleinden.
(Te lang om hierop in te gaan. We zeggen enkel dat tot 20 jaar na opmaak van het bestuursdocument alle mogelijke uitzonderingsgronden gelden.)

Termijn voor behandeling openbaarheidsonderzoek
De termijn waarbinnen beslist en uitgevoerd moet worden bedraagt voortaan 20 kalenderdagen maar kan mist motivering verlengbaar zin tot 40 dagen.

Afbakening van openbaarheid en hergebruik
Een overheidsinstantie die een openbaarheidsonderzoek inwilligt dient de burger er op te wijzen dat dit geen toestemming inhoudt om die informtie ook te gaan hergebruiken.

Procedure inzake verbetering van bestuursdocumenten
De behandelingstermijn is nu 20 kalenderdagen.

Beroepsprocedure
De aanvrager moet een afschrift van zijn oorspronkelijk openbaarheidsonderzoek en de weigeringsbeslissing meesturen.

P.S.
Op bepaalde praktische zaken komen we later nog op terug.




Veranderingen op het vlak van openbaarheid van bestuur (1)

Op 1 januari 2019 trad het nieuwe bestuursdecreet in werking ( hier op de redactie van kortrijkwatcher ook vergeten !) en dat bracht ook enkele veranderingen met zich mee inzake openbaarheid van bestuur.
Burgers hebben het recht om bestuursdocumenten op te vragen. Dat weten we. Als een burger dat vraagt is de overheid verplicht om inzage te geven in een bestuursdocument (gratis), uitleg te geven over dat document (gratis), een afschrift te geven van en bestuursdocument (eventueel tegen betaling). Dat laatste is voor de redactie van kortrijkwatcher door de Kortrijkse administratie al een keer geweigerd.

In een volgend stuk hebben we het over:
– Informatie in het bezit van de overheidsinstantie;
– Ontvankelijkheid van de aanvraag;
– Termijn voor de behandeling openbaarheidsverzoek;
– Afbakening van openbaarheid en hergebruik;
– Procedure inzake verbetering van bestuursdocumenten;
– Beroepsprocedure.

Ongezien juridisch grensoverschrijdend gedrag in de Kortrijkse gemeenteraad (2)

Raadslid Moniek Gheysens (van het Team) deed dus het voorstel om zelf (helemaal zelf dus, met enige vriendelijke literaire bijstand) zwart-wit portretten te maken van allerhande diverse soorten Kortrijkzanen, om die daarna – levensgroot gemaakt- op ons kosten te laten aanbrengen (op te hangen, aan te plakken) op allerlei plaatsen in de stad. (Zie nog ons stuk van 4 september.)
Dat voorstel is zonder stemming, maar bij consensus – applaus op bijna alle banken – op 9 september aanvaard in de Raad van onze centrumstad.
Zowel Groen als CD&V vonden het plan “creatief”. En de schepen van cultuur Axel Ronse (N-VA) was danig onder de indruk van het project en vond het een mooi initiatief.
Niemand kwam op het idee (de gewone vaststelling) om het voorstel als totaal strijdig te bestempelen met art. 27 van het decreet over het lokaal bestuur.
Duidelijk een geval van belangenvermenging. En zo absurd, zo onwaarschijnlijk grotesk: het voorstel werd dan nog door de belanghebbende, de betrokkene zelf voorgedragen! Ongezien in een gemeenteraad, waarschijnlijk nergens in het land.
We vragen ons werkelijk af hoe het mogelijk is dat de voorzitter van de gemeenteraad dit agendapunt kon toelaten en waarom de algemeen directeur niet stante pede is opgetreden. (Art. 2 in hoofdstuk 2 van de deontologische code voor mandatarissen wil dat de gehele raad moet waken over belangenvermenging.)

De fractieleider van de CD&V Hannelore Vanhoenacker, vroeg zich wel even tussendoor af wat dit project zou kunnen kosten. Indiener Moniek Gheysens wist het niet. Haar inbreng zou “bijna niks” kosten, want “creatief zijn vraagt geen geld”. Voor het vergroten van de foto’s heeft zij wel een raming opgevraagd bij de firma Fotorama van Wevelgem maar kende blijkbaar nog altijd geen bedrag. Raar. (Met 100 euro per foto redt men het zeker niet, en dan moeten de foto’s nog aangeplakt of opgehangen – nvdr.) Voor dit jaar nog wou ze twee foto’s maken en verder dacht ze het gehele project te laten lopen tot het jaar 2030!
Schepen Axel Ronse meldde nog dat de administratie het budget zou bekijken in samenspraak met raadslid Gheysens. Dit laatste mag ook niet volgens art.4 (hoofdstuk 2) van de deontologische code.
Er is nog iets dat niet mag, maar het is niet ter sprake gekomen. Het project zou mede tot stand komen in samenwerking met de dichteres Lut De Block. Gheysens verdedigt hiermee dus de belangen van nog een ander persoon. Kan niet volgens art. 2 van de deontologische code.

We kijken dus gretig uit naar een Collegebesluit waarbij een gemeentelijke overheidsopdracht letterlijk wordt toegewezen aan een zittend gemeenteraadslid van de stad zelf.
Wat zal de toezichthoudende overheid daarvan zeggen?


P.S.
Het begrip ‘belangenvermenging’ gaat niet altijd over centen!
Het hoeft niet noodzakelijk om een financieel belang te gaan, maar kan ook moreel van aard te zijn. Bijv. winnen aan prestige. Zichzelf profileren. Anderen buiten spel zetten.
Ach…

Ongezien juridisch grensoverschrijdend gedrag in Kortrijkse gemeenteraad (1)

U weet wellicht niet wat er staat in art.27 §1 van het decreet lokaal bestuur over het gedrag van raadsleden bij stemming en beraadslaging. Dat geeft niet, want u gaat er zeker mee akkoord.
Daar staat dus dit: “Het is voor een raadslid verboden deel te nemen aan de bespreking of de stemming over: 1° aangelegenheden waarin hij een rechtstreeks belang heeft.”
En wat staat er in paragraaf §2, punt 3°?
“Het is voor een gemeenteraadslid verboden: deel te nemen aan een opdracht voor aanneming van werken, levering of diensten, verkoop af aankoop ten behoeve van de gemeente.” (Dat vindt u zeker ook vanzelfsprekend.)

Laat ons ook nog de deontologische code voor lokale mandatarissen ter sprake brengen. Daar is een hoofdstukje nr.2 gewijd aan ‘belangenvermenging en de schijn ervan’.
Art. 2 zegt: “Een lokale mandataris mag zijn/haar invloed en stem niet gebruiken voor het eigen persoonlijk belang. Dat mag ook niet voor het persoonlijk belang van een ander persoon. (…) Het is dan ook belangrijk dat niet enkel de lokale mandataris zelf, maar ook de hele raad erover waakt dat (de schijn van) belangenvermenging zo veel als mogelijk voorkomen wordt.”
Art. 3 benadrukt nogmaals dat een mandataris geen deel neemt aan de bespreking en de stemming wanneer er sprake is van een beslissing waarbij belangenvermenging speelt.
Art. 4 is in onze context ook van belang. “Mogelijke belangenvermenging is niet beperkt tot de bespreking en stemming. Daarom zorgt een lokale mandataris dat er ook geen enkele beïnvloeding is tijdens de andere fases van het besluitvormingsproces.”

Waarom memoreren we hier al deze artikels?
Omdat ze in de Kortrijkse gemeenteraadszitting van 9 september allemaal zijn overtreden bij de bespreking en goedkeuring van een voorstel van en door raadslid Moniek Gheysens van het Team (een kiesvereniging) burgemeester Van Quickenborne. Een ongezien flagrant geval van belangenvermenging.

(Wordt vervolgd.)


E-deelsteps invoeren met externe aanbieder is een vorm van privatisering

(Er is een naschrift aan toegevoegd, over de E-tron.)

Tot voor kort was onze lokale overheid (Parko en de vzw Mobiel) zelf leidende partij in het opstarten en bepalen van ons lokaal (deel)fietsensysteeem. Maar met de komst van de elektrische deelsteps alhier is er een marktverschuiving gebeurd. Nog wel onder de bevoegdheid van een socialistische schepen (Axel Weydts) is het stadsbestuur blijkbaar bereid om een of andere private aanbieder toe te laten om in bepaalde delen van het Kortrijkse grondgebied E-deelsteps aan te bieden en dan nog wel met freefloating.
Wereldwijd zijn steenrijke (met Aziatisch kapitaal) buitenlandse providers bezig met het veroveren van steden (en nu ook gemeenten) met een systeem van elektrisch fiets- en stepdeelen. En we begrijpen waarom de lokale overheden alsmaar meer geneigd zijn om die privatisering van een aspect van hun mobiliteitsbeleid toe te laten. Het gaat om de centen.
(Een E-step van het Segway-type kost zowat 550 euro.)

De lokale overheden hebben geen of bijna geen kosten te dragen. Er is geen investeringskost, en bij een freefloatingsysteem zijn zelfs geen stallingen meer nodig. Er zijn ook geen werkings- en onderhoudskosten te besteden door de overheid.
Intussen blijft het belangrijk om als lokale overheid duidelijke beleidskeuzes te maken en spelregels vast te leggen om toch min of meer marktmeester te worden of te blijven.
Welke samenwerking wenst het lokale bestuur met de aanbieder(s)? Hoeveel aanbieders laat men toe en onder welke voorwaarden? Welke dienstverlening mag men verwachten? Welk budget heeft men ervoor over?
De organisatie “Fietsberaad Vlaanderen” heeft over dit alles vorig jaar een heel interessant en uitvoerig rapport opgemaakt. We vestigen er graag de aandacht op. Het gaat wel over fietsdelen met externe aanbieders, maar inhoudelijk geldt de tekst ook voor E-deelsteps. Spijtig genoeg is de bijlage met modelteksten van vergunningen of concessies enkel beschikbaar voor openbare besturen.
Interessant in dit rapport is nog dat men er niet voor terugschrikt om wat mythes rond de effecten van deelfietsen te onderwerpen aan een kritische analyse. Is het wel juist dat dankzij fietsdelen er meer gefietst wordt in de stad? Zorgt fietsdelen voor lager autobezit?
Voorts heeft men het over het feit dat er toch wat kosten zijn verbonden bij het werken met externe providers. Bijvoorbeeld voor de controle op het handhaven van de toelatings- of gunningsvoorschriften.
Eigenaardig is wel dat het rapport van “Fietsberaad Vlaanderen” geen gewag maakt van het feit dat de externe aanbieder in het freefloatingsysteem ook kan gevraagd worden om te betalen voor de inname (het gebruik van) van openbaar domein.

Naschrift: de “E-tron
De technologie staat niet stil.
De autobouwer Audi komt volgend jaar met een zgn. E-tron op de markt. Het is een combinatie van een elektrische step en een skateboard, en dan nog met vier wielen(twee voor en twee achter). Dat tuig is dus veel veiliger, zeker bij het nemen van een scherpe bocht. Zouden we niet beter wachten met het aanduiden van een aanbieder tot we er een hebben gevonden die belooft van te werken met E-trons?



Die “grote” bevraging is maar om te lachen (1)

Zonder de gemeenteraad daarin te betrekken heeft de nieuwe (nog méér dan vroeger – de stiel is geleerd!) populistische tripartite beslist om ergens midden oktober aan alle Kortrijkzanen, ouder dan 16 jaar, te vragen of ze akkoord gaan om maandelijks een autoloze zondag in te voeren.
Op de laatste gemeenteraad van 1 juli moest en kon er zelfs niet gestemd worden op de principiële vraag of Stad al of niet op gezette tijden over bepaalde onderwerpen bevragingen kon gaan organiseren. Dat is dus alreeds beslist, en wel zeker één per jaar. Nu ging het louter over het reglement van de bevraging. (We komen daar nog wel op terug.)

Laat ons nu maar eerst direct naar de kern van de zaak gaan.
Die ‘bevragingen’ zijn dus om te lachen, zeg maar waardeloos.
En wel hierom: ze zijn per definitie NIET representatief.
En dat is niet omdat de steekproef zou te klein zijn, – iets wat velen denken. (De populatie bedraagt zowat 55.000 “kiesgerechtigden” en men oordeelt dat een steekproef met 2.000 respondenten “ontvankelijk” is. Daarbij moet het verschil tussen het aantal ja- en neen-stemmen minimum 2,5 % bedragen.)

Er komen dus “bevragingen” en géén volksraadplegingen of referenda. (Die termen zijn nochtans wel een keer gevallen in de gemeenteraad, waarbij men bewees absoluut niet op de hoogte te zijn van de materie.)
Bij een volksraadpleging moeten er (in een stad als Kortrijk) minstens 10 procent deelnemers zijn.
Een volksraadpleging is overigens een hele (kostelijke) bedoening, met procedures net als bij gemeenteraadsverkiezingen. Men heeft bemande stembureaus en telbureaus nodig, oproepingsbrieven, enz.

Er komt dus een volkomen verkapte (valse) aselecte (of random) steekproef want de stem kan enkel digitaal worden uitgebracht. Men moet dus een PC bezitten of tenminste (ergens) kunnen gebruiken.
Met deze steekproefmethode hebben namelijk niet alle eenheden van de populatie (de kiesgerechtigde Kortrijkse bewoners) evenveel kans om in de steekproef terecht te komen (er aan deel te nemen). Gevolg: de steekproef is onmogelijk representatief te noemen en de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid is niet eens geldig.

Onze statistisch weinig beslagen schepen van participatie Ruth Vandenberghe (van het Team) wil wel aan dit euvel een belachelijke, potsierlijke mouw passen. Stad belooft nu computers te installeren in de bib, de wijkcentra en de ontmoetingscentra…

En die weging dan
Misschien toch nog iets over die steekproefomvang waarbij 2.000 antwoorden als ‘voldoende’ worden beschouwd. Een optimale steekproefgrootte hangt ook af van de mate waarin de populatie homogeen is. In ons geval – met de vraag over eventuele autoloze zondagen – is de homogeniteit volledig zoek.
Je hebt zovele subpopulaties denkbaar: jong en oud, autobezitters en fietsers, inwoners (al of niet met een auto) uit het centrum of de deelgemeenten, meer- en mindervaliden, groene en andere vingers (het VB zal trouwens oproepen om neen te stemmen), arm en rijk, diverse gezinssamenstelling (kinderen of niet). Enz.
Aangezien al die variabelen niet worden in rekening gebracht (statistisch gewogen) zullen we voor altijd wetenschappelijk in het ongewisse blijven over mogelijke beweegredenen (motivaties van subpopulaties) waarom men in Kortrijk voor of tegen autoloze zondagen is. Politiek is dat bijzonder jammer. Men zou er veel kunnen uit leren ook in andere steden.

P.S.
Het wordt gewoon een partij-politieke stemming.

Syndicaal overleg (2): leden stadsdelegatie

Hoog Overlegcomité én Bijzonder Onderhandelingscomité (HocBoc dus)

1. Vincent Van Quicenborne, burgemeester-voorzitter
2. Kelly Detavernier (N-VA), schepen-dienstdoend voorzitter
3. Philippe De Coene (S.PA), schepen-lid
4. Nathalie Desmet, algemeen directeur-lid
Secretaris: Gerd Dumortier (sociaal adviseur-HR) of Robbe Struyve (stadmedewerker-HR)
Techniekers:
– Nele Hofman, HR-manager
– Robbe Struyve, stafmedewerker-HR
– Laurent Hoornaert, kabinetschef  

Basisoverlegcomité (BoC)- vanwege stad

1. Vincent Van Quickenborne, burgemeester-voorzitter
2. Kelly Detavernier, schepen-dienstdoend voorzitter
3. Philippe De Coene, schepen-lid
4. Nathalie Desmet, algemeen directeur-lid
5. Anneliese Moësse, arbeidsgeneesheer-lid
6. Dirk Sagaert, preventieadviseur-lid (wordt later vervangen)
7. Nle Hofman, HR-manager-lid
Secretaris/technieker: Gerd Dumortier, soclaal-adviseur-HR /Robbe Struyve, stafmedewerker-HR

Basisoverlegcomité (BoC) – vanwege OCMW

Eigenaardig. Krak dezelfde personen, uitgenomen een andere preventieadviseur: Patrick Vandenbussche.

P.S.
Zoals eerder al gezegd: de namen van de vakbondsdelegatie kennen we niet.
En in CBS-besluiten verwijst men nooit naar verslagen van die comités.  In het verleden vroegen we ons wel een keer af of die comités wel regelmatig bijeenkomen. Of er wel sociaal overleg was met de drie (ja?) vakbonden.

Het syndicaal overleg voor het personeel van lokale besturen (1)

Dat syndicaal overleg tussen vakbonden en de lokale overheid betreft in feite twee overlegorganen:  enerzijds het Hoog Overlegcomité (HOC)  en anderzijds het Bijzonder Onderhandelingscomité (BOC).
In de praktijk evenwel kennen beide organen een gelijke samenstelling zodat de vergaderingen gezamenlijk gebeuren. We spreken dan over het HocBoc.

Overleg”  gaat over voorstellen tot vaststelling of aanpassing  van de personeelsformatie, maatregelen van inwendige orde en regelingen m.b.t. arbeidsuur  en organisatie van het werk.
Onderhandeling” slaat op de vaststelling of aanpassing van het personeelsstatuut (genaamd: rechtspositiebesluit), bezoldigingen, pensioenen, de relatie met de vakorganisaties, de sociale diensten, maar ook op algemene verordeningen met het oog op de latere vaststelling van de personeelsformatie  , de organisatie van het werk, de arbeidsduur.

Bij de HoCBoc  bestaat de delegatie van Stad uit personen bevoegd om het betrokken bestuur te verbinden. (De schepen van personeel is daar niet bij.) De burgemeester is ambtshalve voorzitter van beide  organen. De voorzitter van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn is ondervoorzitter. Naast de schepenen zetelen ook een secretaris, en technici (ambtenaren). (De namen volgen later.)

Er is naast de HocBoc ook nog een basisoverlegcomité van Stad/OCMW m.b.t. de materie welzijn op het werk.  Er is niet bepaald wie daarvan de voorzitter is maar volgens de regelgeving mag de burgemeester dit bepalen.  Hij heeft dan ook zichzelf verkozen. Een maximum aantal leden is niet bepaald. In Kortrijk gaat het zowel voor Stad als OCMW om dezelfde  7 leden en twee secretarissen (technici).

P.S.
Het is voor het eerst dat we inzage krijgen van de stadsdelegaties in die diverse comités.
De vakbondsdelegaties kennen we nog altijd niet.
Raar is nog dat in Collegebesluiten aangaande de besproken materies  nooit verwezen wordt naar verslagen van die comités.