Category Archives: personeel

Personeelsverloop in de jaren 2019,2020,2021

Raadslid Benjamin Vandorpe (CD&V) vroeg hoeveel personen “de organisatie” Stad én OCMW de voorbije drie jaren hebben verlaten, en wat de gemiddelde duur van de tewerkstelling was. (De periode slaat dus op de eerste helt van de tweede bestuursperiode van de tripartite.)
Er kwam nogal prompt een antwoord maar met de bemerking dat de cijfers slaan op medewerkers die de organisatie hebben verlaten “in onderling overleg” (wat zeker niet altijd het geval was!) en dat de leerwerknemers en het vzw-personeel niet in rekening zijn gebracht.
Met “vzw personeel” bedoelt men de personen die tewerkgesteld zijn bij de vzw van de Zusters Augustijnen in de zorginstellingen. En dat zijn er niet weinig! Volgens onze meest recente informatie 630 koppen in 2021!

Onderstaande tabel moet dus ietwat genuanceerd bekeken worden.
2019: 30 “verlaters” op 1250 medewerkers
2020: 29/1270
2021: 32/1300

Hadden minder dan 1 jaar dienst: 23
Minder dan 5 jaar: 37
Minder dan 19 jaar: 19
Méér dan 10 jaar: 12

Spijtig dat raadslid Vandorpe niet heeft gevraagd naar het aantal verlaters per niveau van tewerkstelling. En of het om vastbenoemden gaat of contractuelen.
Maar uit de tabel blijkt wel nog een interessante vaststelling. Het is dus blijkbaar niet zo dat het aantal medewerkers vermindert, wat nochtans een zeer voornaam partij-programmapunt was van de VLD-Team Burgemeester.

Ter informatie nog de personeelsinzet in aantal voltijdse equivalenten (VTE) volgens de laatste aanpassing van het meerjarenplan voor het jaar 2020. We kiezen met opzet voor dat jaar omdat het werkelijk gaat om een telling van actuele waarden. Geen raming.
Stad: 699 VTE
OCMW: 329 VTE
VZW: 376 VTE
Totaal: 1.404 VTE

De 1270 koppen bij Stad én OCMW in 2020 komen dus overeen met 1.029 VTE. (Maar hier zitten ook de werknemers bij volgens art.60.)








Aanwerving nieuwe projectleiders mag niet ter sprake komen in de gemeenteraad

Vanavond om 19 uur alweer (virtuele) gemeenteraad.
En Helga Kints valt voor de zoveelste keer uit haar rol als objectieve, neutrale voorzitter van de Raad. Zij kiest alweer de rol van beschermvrouw van het schepencollege, de uitvoerende macht, – in plaats van op te komen voor de rechten van de gemeenteraad – bij wijze van spreken de wetgevende macht.
Even zo kort mogelijk vertellen waarover het gaat.

Stad zal op korte termijn (het is misschien al gebeurd) nieuwe, bijkomende projectleiders aanwerven. Drie voltijdse equivalenten. Volgens het meerjarenplan moet dit gebeuren om de realisatiegraad van de investeringen op te krikken.
(Ja, dat is zeker nodig! In het verleden zijn projecten niet kunnen doorgaan vanwege een tekort aan “capaciteiten“…)

Onafhankelijk raadslid (vroeger VB) Jacques Demeersseman wou daar wat meer over weten en diende daartoe een aantal vragen in. Bijvoorbeeld de vraag over hoeveel personen (koppen) de 3 VTE dan wel gaan. Over de projecten die zij zullen moeten leiden. Over de vraag wat er met die medewerkers zal gebeuren, eens de projecten zijn afgelopen. Over de bijkomende loonkost.
Allemaal puur informatieve ,legitieme vragen over een materie (personeelsbeleid) waarover de gemeenteraad zeker bevoegd is.
Maar nu.
Die vragen worden bestempeld als een” interpellatie”.
En volgens Helga Kints beantwoorden de gestelde vragen in het geheel niet aan de definitie van een interpellatie, zoals bepaald in het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad. Volgens die definitie moet een interpellatie slaan op vragen van politieke aard over het bestuur van de stad, over een beleidskeuze en een actuele kwestie.
Dat is volgens de voorzitter met de voorgelegde vragen hier niet het geval. Onvoorstelbaar…
Daarenboven vindt zij dat de vragen over cijfermateriaal gaan, iets wat veel voorbereidend werk vergt om een deftig antwoord te kunnen formuleren. (Dat zou dan stof kunnen zijn voor een schriftelijke vraag.)

Onze Helga verklaart hierom de ingediende vragen als onontvankelijk.
Probeer dat maar eens aan iemand uit te leggen.

Lage realisatiegraad van de investeringen en “de capaciteit aan projectieleiders”


Vanavond 6 april om 19 uur dus alweer gemeenteraad. Een héél speciale, belangrijke want gewijd aan de tweede aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 (AMJP-2).
Kortrijkwatcher zal het daar natuurlijk nog over hebben, na gehoord te hebben wat er allemaal is verteld in de Raad, en alleszins na lectuur van de mogelijke verslaggeving van onze plaatselijke reporters. (Altijd interessant, ook als ze niks schrijven!)

We kunnen het evenwel nu al niet laten om te wijzen op enkele intrigerende zinnetjes op pag. 167 uit dat nieuwe AMJP-2.
De tripartite zit met één zaak (van de vele) opnieuw zéér verveeld: de lage realisatiegraad van de investeringen in dit aflopend jaar 2021.
In het initiële meerjarenplan (MJP-nul) budgetteerde men de investeringen al heel hoog op 51,74 miljoen.
En bij de eerste aanpassing van het plan (AMJP-1) zag men het zelfs nog grootser: nu zou men voor 61,24 miljoen investeren. Een ongezien bedrag.
De tweede aanpassing van vandaag (AMJP-2) is inmiddels al veel discreter: men beoogt een meer nederig bedrag van 45,29 miljoen euro te verwezenlijken. (De jaarrekening 2021 zal nog moet uitwijzen of dit streefcijfer wel zal gehaald worden. Dat weten we normaal pas in mei 2022 – of zelfs later.)

Hoe legt de tripartite die lagere raming nu uit?
Vooreerst met enig jargon: “de transactiemomenten zijn geëvalueerd en bijgestuurd”. Dat wil gewoon zeggen dat een of ander werk, of dienstverlening of levering niet (op tijd) kon doorgaan.
Er zijn externe oorzaken:
– de Corona-crisis (dat is een klassieker);
– een recente oververhitting van de bouwsector (haha, aannemers hebben nu plots elders teveel werk?);
– moeizaam verloop van offertes of overheidsopdrachten die moeten hernomen worden (wiens schuld?);
– moeizaam verloop van grondverwerving;
– etc.

Maar het stadsbestuur erkent ook een interne oorzaak van de lagere raming: de capaciteit van de projectleiders die nog in uitbouw is. (Men beweerde ooit dat vanwege corona geen aanwervingen – testen – konden gebeuren.)
Vandaar: “Om de realisatiegraad te verhogen in deze budgetronde is beslist de capaciteit aan projectleiders nogmaals uit te breiden met 3 VTE.
Hoeveel van die leiders er nu al ter beschikking staan en om welke projecten het zal gaan of reeds gaat wordt niet gezegd.

De verhouding loonkost versus de personeelsinzet (3)

Voor het aantal VTE als personeelsinzet per jaar, zie vorig stuk.

2020

Voor 2020 is er een jaarrekening beschikbaar, dus geen raming. De exploitatie-uitgaven bedroegen 181.7294.995 euro (veel minder dan gebudgetteerd). Voor de personeelsuitgaven vinden we eigenaardig genoeg enkel afgeronde uitgaven. Een totale loonkost van 95.247.000 euro. We overschrijden hier toch al meer dan de helft van de “gewone” uitgaven, namelijk 52.4 %. Terwijl we vroeger dachten dit dit later zou gebeuren.
Loonkost :
– Stad/OCMW: 68.725.000 euro
– VZW zorg: 23.523 euro
– OCMW sociaal: 2.999.000
De loonkost bij stad/OCMW bedroeg meer dan gedacht vanwege o.a bijkomende opdrachten door Corona, uitbreiding van de sociale dienst, telewerkvergoeding. Tevens door de klassieke indexverhoging, verhoging 2de pensioenpijler én aanwerving van “hogere profielen”. (Dit laatste valt al sinds enige tijd op.)
Ter info: de gemiddelde loonkost per VTE in dat jaar bedroeg 67,8K met onderling grote verschillen: zorginstellingen 62,6K, regulier (stad/OCMW) 72,4K).

2021
Exploitatie-uitgaven (raming): 198.404.104
Loonkost (raming): 102.024.592
Verhouding: 51,4 %

2022
Exploitatie: 198.404.104
Loonkost: 106.390.381
Verhouding; 53,6 %

2023
Exploitatie: 202.611.066
Loonkost: 106.855.983
Verhouding: 52,7 %

2024
Exploitatie: 207.213.717
Loonkost: 108.176.194
Verhouding: 52;2 %

2025
Exploitatie: 207.295.995
Loonkost: 109.621.706
Verhouding: 52,8 %



Evolutie van onze personeelsinzet (2)

Eerst wat aantallen in voltijdse equivalenten (VTE), daarna enig commentaar.
Maar vooraleer u die tabel overloopt toch bedenken dat het om gemiddelden gaat van het aantal effectief betaalde (als we de jaarrekening kennen) of gebudgetteerde VTE per jaar, want die aantallen kunnen wat schommelen tijdens het jaar.

2019
Stad: 707
OCMW: 370
VZW Augustinessen (zorginstellingen): 375
Totaal: 1.452

2020
Stad: 699
OCMW: 329
VZW: 376
Totaal: 1.404

2021
Stad: 752
OCMW: 369
VZW: 407
Totaal: 1.528

2022
Stad: 738
OCMW: 366
VZW: 408
Totaal: 1.512

2023
Stad: 734
OCMW: 364
VZW: 409
Totaal: 1.507

2024
Stad: 735
OCMW: 363
VZW: 410
Totaal: 1.508

De aantallen voor de jaren 2019 en 2020 zijn “juist”, in die zin dat ze steunen op de jaarrekeningen. De andere zijn ramingen.
De meeste medewerkers zijn niet vastbenoemd, maar zijn zgn. contractuelen. In tegenstelling tot de “statutairen” zijn ze gemakkelijker te ontslaan, en kosten minder. In 2020 waren er dat 1.203 op een totaal van 1.404. Voor dit jaar 1.271 op 1.5012. Bij Stad zelf zijn er in 2020 slechts 87 vastbenoemd en dit jaar 88.
Bemerk de opvallende dalingen van het aantal VTE in 2020 bij Stad en OCMW. Die zijn te wijten aan de tijdelijke werkloosheid en uitgestelde aanwervingen ten gevolge van Corona.
Toename van het aantal VTE ligt bij het het OCMW, inbegrepen “de zorg”. (Kortrijkzanen staan altijd verbaasd als ze horen dat er meer mensen bij het OCMW werken dan bij de Stad.)
In een volgend stuk gaan we per jaar na wat de verhouding is tussen de personeelskost en het totaal van exploitatie-uitgaven. Een verhelderend gegeven.

Dit jaar zal de loonkost Stad/OCMW voor het eerst oplopen tot meer dan 100 miljoen (1)

U weet het ongetwijfeld ook nog.
Toen in 2013-2014 de nieuwe tripartite aantrad was zowat de meest prioritaire beleidsdoelstelling het significant krimpen van de personeelskost door afslanking (niet-vervanging) van stadsmedewerkers. Toenmalig burgemeester Quickie opperde zelfs dat al in het eerste jaar van die bestuursperiode minstens 1 miljoen kon bespaard worden. Wat niet werd bewaarheid…Integendeel. Wel moet gezegd dat in die eerste legislatuur het aantal voltijdse equivalenten (VTE – dat zijn géén koppen) bij het stadspersoneel daalde van 794,12 (in 2014) naar 674,22 VTE (in 2020) bij het stadspersoneel dan.

Maar we laten nu die eerste legislatuur maar even geheel achterwege (“het verleden laten rusten”) en kijken naar de huidige stand van zaken, meer speciaal naar de cijfergegevens uit het meerjarenplan 2020-2025.
Dat vergt nogal wat werk.
We kijken naar de evolutie van de personeelsinzet in VTE voor Stad (nu ook met Parko en SOK), OCMW, de zorginstellingen (vzw Zusters Augustinessen) en het bijhorende loonbudget.
Het gaat dus om ramingen, uitgenomen voor 2020 want van dat jaar kennen we de rekening (de werkelijke uitgaven)

Maar 2020 was nu juist een speciaal geval, vanwege corona: tijdelijke werkloosheid en uitgestelde aanwervingen.

Een interessante nieuwigheid – een verfijning! – is dat in het huidige meerjarenplan een opsplitsing is gemaakt tussen de loonkost uitbetaald door de vzw Augustinessen in de zorginstellingen en het loonbudget (bezoldigingen, sociale lasten, pensioenen) bij Stad/OCMW.

Voor dit jaar 2021 laten we u nu niet langer in het ongewisse:
– vzw: 24.721.310 euro
– stad/OCMW: 77.303.219 euro (onderwijzend personeel inbegrepen)

Totaal dus 102.024.529 euro. Een raming, maar wel een relevant bedrag. Afgezet tegenover het totaal van alle exploitatie-uitgaven samen (198.145534 euro) in dat jaar komt dit neer op 51,4 procent. Méér dan de helft dus. Wist u dat?

(Wordt vervolgd…)

Bij het OCMW werken al jaren en jaren twee soorten personeelsleden. Waarom eigenlijk?

Het is ingewikkeld.
Kortrijkwatcher had het er al driemaal over, al in onze gazetten in het jaar 2016, maar nu pas heeft een raadslid (Wouter Vermeersch, parlementariër en VB-fractieleider in de gemeenteraad) het even nodig gevonden om over deze toch rare kwestie een schriftelijke vraag te stellen. Hij moest dit blijkbaar in twee pogingen doen, om uiteindelijk wat nadere, beetje meer accurate informatie te verkrijgen. (Dat gaat hier zo , in stad.)
Momenteel werken er 630 koppen als werknemers van de vzw Zusters Augustinessen in de vele soorten zorginstellingen van het OCMW. Daarnaast zijn er 450 “pure” OCMW-personeelsleden, met een heel andere rechtspositieregeling (statuut).
(Ter info: Stad zelf telt nu minder medewerkers: 885 koppen.)

Vanwaar die twee verschillende personeelsstatuten?
Och ja, dat is nu eenmaal historisch zo gegroeid…Niets aan te doen.
In 1954 (je kunt peinzen) is een overeenkomst met de nonnen getekend door de voormalige Commissie voor Openbare Onderstand om de exploitatie van de woonzorgcentra toe te vertrouwen aan personeel van de nonnen Augustinessen. (Ge kunt peinzen.)
Maar. Die werknemers vallen sindsdien qua verloningen en zo onder een paritair comité, dat met de CAO 330. Deze CAO is volledig afgestemd op de tewerkstelling in de zorgsector en volgt o.a. de IFIC-schalen. Ja. Volgens het stadsbestuur biedt dit een meerwaarde voor zowel 1) het personeel (een statuut gelijk aan de private-sector, en 2) financieel interessant bij subsidies.

Er is dus een meer prozaïsche reden om de verschillende statuten te behouden. En wel met sindsdien een niet historisch gegroeide reden.
Het personeel van de nonnen is meer speciaal in de “zorg” aan het werk. Te weten: de wooncentra, transmurale zorg, begeleid wonen, thuiszorg, keuken, volksrestaurant. Met ingang van 2017 is daartoe een zgn. Intern Verzelfstandigd Agentschap (IVA) opgericht. Eerst dacht men de werking onder te brengen in een Extern Verzelfstandigd Agentschap (EVA) met rechtspersoonlijkheid. Maar na enig ingewonnen juridisch advies zag men in dat met deze rechtsvorm nog onmogelijk een contractuele samenwerkingsovereenkomst kon worden gesloten met de private-VZW van de Zusters Augustijnen. En daardoor zouden belangrijke financiële voordelen voor het OCMW (dus voor Stad) wegvallen.

Om hoeveel geldelijk voordeel gaat het?
In 2016 maakte de OCMW-voorzitter Philippe De Coene zelf de berekening. We weten het nog goed: 700.000 euro RIZIV-financiering plus 420.000 euro vanwege het in voege zijn van de verschillende statuten. Totaal: 1.120.000 euro. De vzw van de Zusters mocht en moest dus wel aan boord blijven als werkgever.
De 700K “rusthuisfinanciering” is nu 545K geworden.
De 420K, te wijten aan het verschil het verschil tussen publiek en privé personeelsstatuut, is op peil gebleven. Huidig totaal: 965.000 euro.
Er is dus een loonverschil (en wellicht nog andere minder zichtbare vormen van discriminatie tussen de twee soorten OCMW-medewerkers).
Maar ja, “elk statuut kent zijn voor- en nadelen“, zo zegt het stadsbestuur, zonder enige illustratie ervan.
“Van discriminatie is hier dus geen sprake”.

P.S.
Mijne frank begin pas nu te vallen, naar aanleiding de heibel rond het zorgbedrijf In Antwerpen.
AU FOUND is “ZORG Kortrijk” ook geprivatiseerd, maar dan onder het mom van een vrome instelling van uitstervende nonnen.


Wie goed doet, goed ontmoet: een extra-vergoeding voor het stadspersoneel

Ook het stadspersoneel heeft het in deze coronatijden inzake werkomstandigheden extra-moeilijk. Medewerkers worden geconfronteerd met tijdelijke werkloosheid, extra taken, meer vraag naar flexibiliteit, nieuwe werkzaamheden.
Als waardering krijgen zij nu van onze burgemeester en schepenen (van ons, Kortrijkzanen?) ter gelegenheid van kerstmis en nieuwjaar een cadeau-cheque ter waarde van 40 euro, te besteden bij onze Kortrijkse handelaars.

Een grote groep van personeelsleden was tevens verplicht om te telewerken. Dat brengt onkosten mee (verwarming en zo, eigen koffie malen). Ter compensatie krijgen zij dan een eenmalige vergoeding van 40 euro. Hier gaat het om 400 personeelsleden , wel bepaald al wie in de periode september-december 20 dagen van thuis uit heeft gewerkt.

De cadeau-cheque gaat naar een totaal van 1.800 personeelsleden.
Deze vergoedingen (in het jargon: “incentives” genaamd) zijn te putten uit het loonbudget en zullen 88.000 euro kosten. Netjes afgerond.
Om de uitgave ietwat te spreiden, waarschijnlijk als krediet op het budget van dit en volgend jaar. Want dat budget swingt jaarlijks de pan uit, weerom in tegenstelling met de dure belofte waartoe Quickie zich ooit heeft toe verbonden.

P.S.
Weet u het ook niet meer? De tripartite evenmin hoor! Met hoeveel tientallen VTE’s het aantal stadsmedewerkers per jaar zou verminderen, evenals met hoeveel miljoenen euroots (ja!) ook de personeelskosten zouden dalen, ongeacht indexeringen?

Kostprijs nieuwjaarsreceptie voor de stadsmedewerkers

Die receptie vond plaats op 11 januari in Départ Kortrijk.
Hoeveel uitnodigingen er werden verstuurd weten we niet.
We kennen wel het aantal inschrijvingen met de verdeelsleutel van de kosten per organisatie.
– Voor Stad en brandweer samen: 670 inschrijvingen met een verdeelsleutel van 58,56 %. Het stadsaandeel in de facturen bedroeg 47.832 euro. (Voor de evenementenhal alleen al 27.854 euro.)
– OCMW: 215 inschrijvingen. Verdeelsleutel : 18,79 %. Aandeel in de kosten: 8987 euro.
– Zorg Kortrijk: 210. 18,36 %. 8782 euro.
– AGB Parko: 36. 3,15 %. 1506 euro.
– AGB SOK: 13. 1,14 %. 545 euro.

Totale kostprijs: 47.832 plus 19.822 euro van de partners maakt dat 67.654 euro. Dat is duurder dan vorige jaren. (Ooit streefde men naar een maximum van 30.000 euro kosten. )
Per ingeschreven medewerker: 59 euro.

Syndicaal overleg (2): leden stadsdelegatie

Hoog Overlegcomité én Bijzonder Onderhandelingscomité (HocBoc dus)

1. Vincent Van Quicenborne, burgemeester-voorzitter
2. Kelly Detavernier (N-VA), schepen-dienstdoend voorzitter
3. Philippe De Coene (S.PA), schepen-lid
4. Nathalie Desmet, algemeen directeur-lid
Secretaris: Gerd Dumortier (sociaal adviseur-HR) of Robbe Struyve (stadmedewerker-HR)
Techniekers:
– Nele Hofman, HR-manager
– Robbe Struyve, stafmedewerker-HR
– Laurent Hoornaert, kabinetschef  

Basisoverlegcomité (BoC)- vanwege stad

1. Vincent Van Quickenborne, burgemeester-voorzitter
2. Kelly Detavernier, schepen-dienstdoend voorzitter
3. Philippe De Coene, schepen-lid
4. Nathalie Desmet, algemeen directeur-lid
5. Anneliese Moësse, arbeidsgeneesheer-lid
6. Dirk Sagaert, preventieadviseur-lid (wordt later vervangen)
7. Nle Hofman, HR-manager-lid
Secretaris/technieker: Gerd Dumortier, soclaal-adviseur-HR /Robbe Struyve, stafmedewerker-HR

Basisoverlegcomité (BoC) – vanwege OCMW

Eigenaardig. Krak dezelfde personen, uitgenomen een andere preventieadviseur: Patrick Vandenbussche.

P.S.
Zoals eerder al gezegd: de namen van de vakbondsdelegatie kennen we niet.
En in CBS-besluiten verwijst men nooit naar verslagen van die comités.  In het verleden vroegen we ons wel een keer af of die comités wel regelmatig bijeenkomen. Of er wel sociaal overleg was met de drie (ja?) vakbonden.