Category Archives: OCMW

Koffiehuis in beggijnhof wordt nu ook eethuis

De bekende koffiequeen Dorine Clement huurt sinds september 2016 heel het prachtige huis van de Grootjuffrouw in het Kortrijkse beggijnhof (nr.31). De huur sloeg op een periode van 9 jaar, dus tot eind augustus 2026. Steeg wel in prijs per periode van drie jaar.
Haar bvba Marcella wordt nu (15 oktober) evenwel overgenomen door Joeri Verraes en Kimberly Demeyere uit Heule, allebei werkzaam in horeca-sectoren.
Dorine houdt er dus mee op (ze blijft wel mobiele koffiequeen) en de nieuwe exploitanten maken er nu ook een eethuis van: “Huyze Begga”. (Open op woensdag tot en met zondag vanaf 10 tot 18u30.)
Het excellent appartement op de bovenverdieping komt vrij en staat normaliter voor iedereen in afspraak weliswaar met het OCMW te huur.
De flat is toegankelijk via het terras achter het pand.
Aangezien de nieuwe exploitanten het appartement niet zullen gebruiken daalt de huurprijs daar beneden per maand met 1/3de: van 1.200 naar 800 euro (geïndexeerd: 839,75 euro). Men kan daar min of meer uit afleiden hoeveel de huurprijs van het appartement zal bedragen: minstens 400 euro, waarschijnlijk opgetrokken tot 500 euro.

P.S. (1)
Beggijnhof met tweemaal g’s, zie poort.
Het kan dus. Spelling.
PS. (2)
Steeds meer commerce in het begijnhof toegelaten? Ander probleem.


Quote van de dag: “geen oorzakelijk verband met beleid”(1)

Een samenvatting (voor de gehaaste lezer).
Toen indertijd de socialisten in de oppositie zaten en de kinderarmoede-indicator plotseling 18 procent bedroeg was dat de schuld van het gevoerde beleid. Van de christen-democraten én de liberalen.
Nu men weer dat cijfer bereikt heeft, met de SP.a in de meerderheid, heeft het beleid er niets mee te maken.
(Zo, nu moet u niet meer verder lezen.)

De meeste recente (kinder)armoede-index van Kind en Gezin is lichtjes (niet significant?) gedaald van 18, 6 % naar 18,2%.
Commentaar van schepen Armoedebestrijding Philippe De Coene (SP.a) : “De cijfers hebben geen oorzakelijk verband met het lokaal beleid in Kortrijk.” (HLN, 14 juni, pag.17.)
– De schepen maakte al een keer dergelijke wonderlijke analyse, toen in 2016 de index van K&G tot zijn verbazing steeg van 12,9 naar 17,4 procent. (Hij zou toen wel het beleid “bijsturen”.)
– Ook toen voor de periode 2015-2017 er een gevoelige stijging viel waar nemen van 12,9 % naar niet minder dan 18,6 % was de schepen opnieuw van oordeel dat er “geen oorzakelijk verband was tussen de index en de lokale inspanningen of het gebrek eraan.’

Zijn analyse is ooit anders (tegenovergesteld) geweest.
Toen bleek dat Philippe De Coene zou toetreden tot de meerderheid (de eerste tripartite) ontdekte hij tot zijn stomme verbazing dat onder de vorige coalitie (CD&V en VLD) de kinderarmoede in Kortrijk flagrant was gestegen van 14,4 % in 2011 naar 18,0 % in 2012. Hij schreeuwde moord en brand en pakte prompt en met veel bombarie uit met een uitermate ambitieus armoedebestrijdingsplan 2013-2019 dat 30 miljoen euro mocht kosten en minstens 175 acties zou tellen.
En waarlijk: al in 2013 daalde de index naar 17,6 % en in 2015 naar 15,4 %.
Zie je wel, zei de schepen toen: “Het plan rendeert!”

P,S.
De index juist interpreteren of verstaan.
Hoe wordt de indicator van K&G berekend?
Het is het resultaat van een deling met gegevens over drie jaren .
In de teller het aantal kinderen (van nul tot drie jaar) dat in het jaar X, X-1, X-2 volgens bepaalde indicatoren leeft in kansarmoede.
In de noemer het totaal aantal kinderen geboren in dezelfde drie jaren.
De uitslag vermenigvuldigen met 100 geeft het percentage.





Een originele herbestemming van roerend erfgoed van het Begijnhof

Voor de restauratie van het begijnhof van start ging heeft het bestuur beslist om de resterende roerend erfgoedcollectie veilig onder te brengen in een kelderruimte van WZC Lichtendal. Maar dat gebouw moet nu volledig leeggemaakt aangezien het WZC in juni verhuist naar Bellegem.
Een aanzienlijk deel van de collectie werd intussen gebruikt voor de inrichting van het belevingscentrum en de kijkwoning in het begijnhof.
Wat in Lichtendal dan toch nog achterbleef verhuist grotendeels naar het erfgoeddepot Trezoor.
Maar Liesbeth Soete, deskundige informatie- en erfgoed bij het OCMW, wil vermijden dat erfgoedobjecten bewaard worden ‘om bewaard te blijven’.
Zij wil de meest bruikbare stukken herbestemmen (ontdoen van hun museale functie) en dus laten dienen als gebruiksvoorwerp. Concreet gaat het voornamelijk om meubels (kleinere kasten, stoelen en een paar tafels).

En zo kwam men op de originele gedacht om die meubelstukken aan te bieden aan de bewoners van het begijnhof, en uitsluitend aan die bewoners. De geïnteresseerden dienen de erfgoedstukken te respecteren, waarmee bedoeld wordt dat ze een plekje moeten vinden in het begijnhof zelf en niet mogen verkocht worden.
Gisteren was er voor de bewoners van het begijnhof een “kijkmoment” waarbij het het principe gold “eerst komt, eerst maalt”.
Of deze herbestemming succes heeft gekend was bij het ter perse gaan van kortrijkwatcher nog niet gekend.
P.S.
Niets op tegen. Maar is deze wijze van werken of handelen wel goedgekeurd binnen het OCMW?


Straks opnieuw huisjes te huur in het Kortrijkse Begijnhof

De restauratie van de huisjes met nrs. 3/4, en 5 tot en 9 (verste kant, vlakbij O.L.Vrouwkerk) loopt stilaan ten einde. Met enige vertraging weliswaar vanwege een geschil tussen de opdrachtgever (OCMW als eigenaar) en…de architecten.
De voorlopige oplevering van de werken is nu voorzien voor eind april. In de maand mei worden dan nog wat laatste aanpassingen uitgevoerd en de verhuur kan starten vanaf juni. Kandidaat-huurders dienen zich aan te melden bij michael.desmet@kortrijk.be of via 0473 86 26 13. (Er is een wachtlijst.)
Intussen is het huishoudelijk reglement van het Begijnhof gewijzigd. Er is geen leeftijdscriterium meer: kinderen zijn nu toegelaten, maar de woning moet er natuurlijk voor geschikt zijn.

Er zijn nog werken voorzien.
– Bewoonde huisjes krijgen allemaal voorzetramen.
– Een serie (oudste) woningen krijgen ook systematisch ‘comfortaanpassingen’, vooral een update van de keuken en het sanitair.
– De bestrating zal worden heraangelegd (geen verstuikingen meer bij de bezoekers..) en er komen stroken voor rolstoelgebruikers. Het rioolstelsel wordt vernieuwd, evenals de leidingen voor gas , elektriciteit en telecommunicatie..

Evolutie van het aantal dossiers (equivalent) leefloon

2012:  1.557 dossiers
2013:  1.469
2014:  1.385
2015:  1.327
2016:  1.410
2017:  1.501

Het leefloon is een financiële tegemoetkoming aan minvermogenden (zij die niet kunnen leven van hun eventueel inkomen).  Het bedrag is afhankelijk van de familiale toestand: samenwonenden, alleenstaanden, samenwonenden met gezinslast.
Een equivalent leefloon (zelfde bedrag) kan toegekend aan personen die om een of andere reden geen recht hebben op een leefloon maar in een vergelijkbare noodtoestand verkeren.  Bijv. te weinig inkomen voor voeding, kleding, wonen.

Uit bovenstaande tabel blijkt dat al eind 2015 eigenlijk het aantal dossiers leefloon is beginnen toenemen na een periode van stagnatie/daling.
De trend zet zich voort zowel in 2016 als in 2017.  In 2017 was er een globale toename van +91, zijnde een combinatie van een toename van 109 dossiers leefloon en een  afname van 18 dossiers equivalent leefloon.

Het procentueel aandeel jongeren (minder dan 25 jaar) daalt lichtjes (32,4% in 2017) maar hun aantal blijft lichtjes toenemen:  486 dossiers in 2017 en 480 in 2016.  (Dat is veel hoor.  Beetje alarmerend.)

Wat dat allemaal kost?
In 2017 ging het om een bedrag van 6.197.473 euro. Maar!  Er was een subsidie  van 4.818.759 euro (77,8%) en een terugvordering van 228.855 euro (37%).
De netto- tussenkomst ten laste van ons OCMW bedroeg vorig jaar dus “slechts” 1.149.859 euro (18,6%).

De stijging van zowel de kost als de netto-tussenkomst in 2017 is wel nogal opvallend
.  (De bedragen voor het leefloon stegen trouwens ook.)
– 2016:  4.54.673 euro.  Netto:  774.571 (17,0%).
– 2015:  3.968.592 euro. Netto:  839.690 euro (21,2%).
De significante toename van de uitkeringen leefloon met méér dan 1 miljoen wijt het OCMW vooral aan de uitstroom van ex-asielzoekers (zo heet dat) en arbeidsmarktverstrengende maatregelen inzake werkloosheidsuitkeringen.

P.S. (1)
De subsidies voor het leefloon aan de OCMW’s komen van de “Programmatorische Federale Overheidsdienst (POD) Maatschappelijke Integratie.
P.S  (2)
Onze locale perse (die van de dode bomen) vindt dat allemaal niet interessant.  Onze lezers wel.

Kortrijks OCMW voert nieuwe berekening in voor aanvullende steun (3)

Wie is de  doelgroep bij de mogelijke verhoging van aanvullende steun?
(Pers is daar waar heel sober over.)

De gazetten wekken – zoals altoos uit onkunde en tekort aan objectiviteit –     alleszins verkeerdelijk de indruk dat het enkel gaat om leefloners.  Ja, de aanvullende steun gaat in eerste instantie naar gerechtigden op leefloon en steun equivalent leefloon, maar men maakt geen voorbehoud voor mensen die een ander inkomen hebben en volgens de berekening (referentiebudget volgens gezinssituatie) in aanmerking komen.

Er zijn voorwaarden tot toekenning steun !
–  Er moet een duurzame verblijf- en woonsituatie worden bewezen.  Mensen met tijdelijk verblijf en daklozen komen niet in aanmerking.  Evenmin mensen zonder legale verblijfplaats, met uitzondering voor kinderen ten laste waarvan de verblijfsituatie nog niet geregulariseerd is
–  Rechten op andere uitkeringen zijn uitgeput.
–  Transparantie over ALLE inkomsten van ALLE gezinsleden.
–  Inzet op daling van de uitgaven is nodig.  Bijv. inschrijven voor en sociale woning, overschakelen naar gunstiger energiecontracten.

En wie komt er in het geheel niet in aanmerking?  
–  Schorsingen in het recht op werkloosheidsuitkeringen .
–  Schorsingen in het recht op ziekte- of invaliditeitsuitkeringen.
–  Personen onder elektronisch toezicht.
–  Studenten.
(…)

P.S.
Naar schatting zouden er 170 dossiers in aanmerking komen.
Aanvullende steun kan er pas na 3 maanden komen,  – tijd nodig om de sociale situatie volledig in kaart te brengen.

Hoe hoog bedraagt de aanvullende steun?
Er is een kritische grens:  de aanvullende steun wordt afgetopt zodat het inkomen in totaal nooit het minimumloon overstijgt.  Er moet nog altijd een kloof zijn tussen een inkomen uit werken en een vervangingsinkomen om de werkloosheidval te vermijden.
Het spanningsveld tussen het minimumloon en  het ‘Kortrijks Menswaardig Inkomen’  (KMI) zou 35 procent kunnen bedragen voor alleenstaanden, 25 procent voor koppels en gezinnen met uitsluitend meerderjarige kinderen,  en 15 procent voor gezinnen met minderjarige kinderen of één meerderjarig studerend kind ten laste.
Het gemiddeld bedrag in opleg op leefloon zou 114 euro bedragen.  (Er circuleren andere bedragen in de kranten.  Op de website van de landelijke SP.a bijv. 125 euro.)
Méérkost op het OCMW-budget: een kleine 205.000 euro per jaar.

 

Kortrijks OCMW voert nieuwe berekening in voor aanvullende steun aan leefloners (2)

Op donderdag 5 juli viel hierover een beslissing in de OCMW-raad.
De klassieke drie lokale persjongens (die zelfs de toelichting bij de agenda van de Raad niet lezen) zijn hierover traditioneel al van tevoren ingelicht  – en tot ze het allemaal verstaan-  door de OCMW-voorzitter Philippe De Coene (SP.a), maar waren zo journalistiek-deontologisch zo kies om daar pas  de dag erna , op vrijdag 6 juli hierover te berichten.

Meest inslaande kop stond in “Het Nieuwsblad”:  “Leefloners kunnen tot 400 euro meer krijgen als ze werk willen zoeken”.  En in “Het Laatste Nieuws” laat de OCMW-voorzitter uitdrukkelijk weten dat het niet gaat om een verkiezingsstunt.  “We zijn er al meer dan een jaar mee bezig (…) en tijdens de jaarwisseling zijn we een kijkje gaan nemen in Gent waar het systeem al werkt'”.
(Ter info.
In Gent is de nieuwe berekeningsmethode ingevoerd door de OCMW-voorzitter en schepen Rudy Coppens (12 bezoldigde mandaten en 14 onbezoldigd).  Hij is nu ook lijsttrekker en kandidaat-burgemeester bij de volgende verkiezingen.
Tot daar.)

In september 2013 heeft ons OCMW beslist om de tool REMI aan te wenden voor de begeleiding van ‘cliënten’ in budget- en schuldhulpverlening en om de webapplicatie aan te wenden als  referentiekader om aanvullende steun toe te kennen.  REMI staat voor “Referentiebudget voor een Menswaardig Inkomen” en is ontwikkeld om een antwoord  te vinden op de vraag  hoeveel inkomen een gezin nodig heeft om op een menswaardige manier te kunnen participeren aan de samenleving.
Maar REMi houdt gen rekening met de minimumlonen en is een ingewikkelde berekeningstool zodat ons OCMW tot nu toe slechts zeer selectief een recurrente maandelijkse steun toekende.  Zo genoten in 2017 bijv. slechts 73 cliënten van REMI.  En het ging zeker niet noodzakelijk om leefloners.

In navolging van Gent (en Roeselare) zal ons OCMW vanaf september dit jaar een vlotter, rechtvaardiger en meer gestandaardiseerde aanpak en beleidslijn voor aanvullende steun toepassen.
Men zal daarbij gebruik maken van een computermodel van het ICT-bedrijf LOGINS uit Mechelen.

In onze lokale gazetten van 6 juli wordt telkens (door de OCMW-voorzitter) benadrukt dat enkel wie  actief een job zoekt een hoger leefloon krijgt.  Maar met de applicatie REMI primeerde ook al het activeringsprincipe!  Cliënten werden in eerste instantie begeleid in het uitputten van hun rechten en het verwerven van een inkomen op basis van eigen inspanningen.

Wellicht zal er met het nieuwe systeem nog intensiever worden ingezet op doorstroming naar tewerkstelling en zal men zelfs aanvullende steun weer intrekken indien er onvoldoende inspanningen worden geleverd op vlak van activering.  Schorsingen in het recht op werkloosheidsuitkering, niet naleven van afspraken met maatschappelijk werkers of trajectbegeleiders, uitoefenen van irregulier werk,…, zijn aanwijzingen om geen aanvullende steun toe te kennen of in te trekken.

(Wordt vervolgd.)

 

Kortrijks OCMW voert nieuwe berekening in voor aanvullende steun aan leefloners (1)

Staat vandaag op de agenda van de OCMW-raad.
In de gazetten zult u daar pas over lezen als d e OCMW-voorzitter hieromtrent een nota stuurt naar onze lokale pers.  (Ongetwijfeld met foto van hem en enkele hiertoe aangemaande genodigden.)

Algemeen wordt aangenomen dat de bedragen van het leefloon te laag zijn om volwaardig te kunnen participeren aan het maatschappelijk leven.
Voorheen berekende ons OCMW  aan de hand van een tool  genaamd REMi (Referentiebudget voor een Menswaardig Inkomen) de nodige aanvullende steun voor bepaalde leefloners.   In 2017 genoten hiervan 73 “cIiënten” (eigenlijk niet noodzakelijk leefloners, maar bijv. ook personen met een zware schuldenproblematiek).

Nu wil ons OCMW een rekensysteem invoeren dat al in Gent en Roeselare wordt toegepast.
Eind 2017 waren er hier 851 dossiers Leefloon- equivalent leefloon op dagbasis.
In het nieuwe systeem zouden vanaf september daarvan 20 procent (170 dossiers) in aanmerking komen voor een vorm van aanvullende steun.
Gemiddelde opleg 114 euro per maand.
Raming meerkost voor het OCMW-bugtet ca. 205.000 euro.

P.S.
Méér nieuws hierover als we de gazetten hebben gelezen.

Kansarmoede-index even relativeren (4)

Onze OCMW-voorzitter en schepen Philippe De Coene toont zich daar een meester in.
In de vorige editie van deze krant vertelden we daarover.  Hoe hij bij meevallende (dalende) indexcijfers van ‘Kind en Gezin’ voor Kortrijk meteen van oordeel was dat men dit had te danken aan zijn armoedebestrijdingsplan.
Maar nu de indicatoren van kinderen in kansarme gezinnen in Kortrijk al tweemaal zeer fors zijn gestegen luidt het plots dat er “geen oorzakelijk verband (bestaat) tussen de jaarlijks index en de lokale inspanningen (of het gebrek eraan). (“De Morgen” van 13 juni.)
Meer linksgerichte armoededeskundigen (bijna allemaal) wijten de stijgingen van de index in Vlaanderen overigens aan het gevoerde regeringsbeleid, zowel federaal maar vooral Vlaams.  (En niet in het minst en bovenal ligt de schuld bij minister Liesbeth Homans.)  Zij vinden dat de bevoegde ministers meer doorgedreven structurele inspanningen moeten leveren op het vlak van tewerkstelling, inkomensbeleid, dienstverlening (bijv. kinderopvang), huisvesting. Enzovoort.

Op te merken valt dat ook ‘Kind en Gezin’ zelf een genuanceerde toelichting verstrekt over de interpretatie van evoluties van de kansarmoede-index.
Wat voor zaken moet men in het achterhoofd houden als men de index wil gebruiken om beleid te beoordelen?
1.
K&G beoordeelt kansarmoede enkel voor zeer jonge kinderen.  Inspanningen  of trajecten in lokaal beleid voor alle kansarme gezinnen/kinderen vertalen zich daarom niet in een daling van de cijfers.  (In Kortrijk is bijvoorbeeld het effect van de casemanagers in 254 gezinnen en de brugfiguren in de basisscholen bij mijn weten niet gekend.)
2.
De registratie  is een momentopname.   Inspanningen of trajecten die in de concrete gezinnen worden opgezet, leiden niet tot een nieuwe beoordeling (registratie).
3.
Door de berekeningswijze is de index ook gevoelig voor verhuisbewegingen en voor de instroom van inwijkelingen waar bijv. lokale besturen niet altijd vat op hebben.
4.
Door de rollende berekening van de index werken kansarmoedecijfers uit en bepaald geboortejaar 3 jaar door op  de index.
5.
K&G bekijkt de kansarmoede op 6 levensdomeinen.  Beleid dat zich op andere zaken richt zal niet zichtbaar zijn in de cijfers.
6.
Werken aan meer structurele factoren (zoals bijv. de arbeidssituatie) zal pas na geruime tijd effect hebben.

En K&G besluit:
De kansarmoede-index lijkt ons dan ook minder geschikt om het succes of falen van recente beleidsinspanningen aan te tonen.  De  index is  vooral een belangrijke signaalindicator voor beleidsmakers die aangeeft dat er absoluut beleidsinspanningen nodig zijn.

“Fiasco in sociale woningbouw”…ook bij ons in Kortrijk (2)

Zoals eerder gezegd heeft “Het Laatste Nieuws” van 24 februari onderzocht hoe sociale  huisvestingsmaatschappijen en OCMW’s bij hun opdrachten tot het bouwen van sociale woningen nodeloos op kosten worden gejaagd doordat bouwondernemingen zoals Gabecon en Bouwcentrale Modern besparen op kwaliteit of vanwege te scherpe (te lage) prijzen wel moeten failliet gaan.
En dan is er een heraanbesteding nodig die vaak duurder uitvalt.
Een en ander zou  te wijten zijn aan het feit dat overheden bij openbare aanbestedingen verplicht zijn om scheep te gaan met de aannemer met de laagste prijsofferte.

De krant HLN gaf daarbij aan dat het Kortrijkse OCMW bij een of ander sociaal bouwproject geconfronteerd is of was met een  meerkost van 840.000 euro.
HLN zegt hierbij helaas niet om welk project het gaat maar zéér vermoedelijk slaat het op de realisatie van een indrukwekkende zorgcampus in Bellegem.  Indien dit het geval is, dan weten we niet waar HLN dat bedrag van 840.000 euro vandaan haalt.
Zie hierna.

Wat historie.
–  In augustus 2015 gaat de Kortrijkse OCMW-raad akkoord met een dossier dat voorziet in de bouw van een woonzorgcentrum in Bellegem voor 96 bewoners, 24 sociale flats, een lokaal dienstencentrum, een ondergrondse parking.
De kostprijs van alle werken samen is toendertijd  geraamd op 15.439.756 euro, exclusief BTW.  Er is voorgesteld om de opdracht te gunnen bij wijze van de open aanbesteding op nationaal en Europees niveau.
–  Bij die aanbesteding zijn er in december 2015 zeven offertes ontvangen, allemaal van Vlaamse ondernemingen.
De uitgave voor de opdracht is nu geraamd op 15.275.977 euro, exclusief BTW of 17.203.430 euro inclusief BTW.
–  De ontwerper (BURO II en ARCHI uit Brussel) stelt voor om de opdracht te gunnen  aan de laagste bieder, zijnde de firma Gabecon uit Geluveld.  Het inschrijvingsbedrag is 13.762.997 euro (excl.) of 15.532.679 euro (incl. BTW).
Dat is opvallend véél lager dan de raming.
De OCMW-raad van 21 januari 2016  keurt dit goed.
De werken aan de zorgcampus in Bellegem  zijn gestart in mei 2016.

–  De eerste alarmerende berichten over de gang van zaken op de werf duiken in april 2017 op in de pers.
Zo meldt de krant HLN op 19 april 2017 dat Gabecon kampt met financiële problemen.  Er is een tekort aan materiaal op de werf en de werken lopen een vertraging op van 6 weken.  OCMW-voorzitter Philippe De Coene meent nog dat die vertraging kan weggewerkt.
–  Op 31 mei 2017 meldt de OCMW -voorzitter via de krant HLN dat er wordt uitgekeken naar een andere aannemer en hij hoopt hierbij dat de nieuwe offerte “verzoenbaar” zal zijn met de initiële kostprijs.
–  In zitting van 15 juni 2017 beslist de OCMW-raad om de aannemingsovereenkomst met de NV Gabecon stop te zetten.  (In het verslag van deze Raad is hiervan niets terug te vinden.)   Gabecon verkeerde immers in WCO3 (het bedrijf is over te nemen) en stopte de werken sinds 1 april 2017.

Heraanbesteding
Die gebeurt in zitting van 31 augustus 2017.
De uitgave van de totale opdracht wordt nu geraamd  op 11.834.931 euro (excl.) of 13.388.135 (incl. BTW).
Alle aannemers die deelnamen aan de oorspronkelijke open aanbesteding van 2015  waren  uitgenodigd om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure.
Er liepen twee offertes binnen.
Ook hier wordt opnieuw gekozen voor de laagste bieder, zijnde Stadsbader NV uit Harelbeke.  Onderhandelde bedrag:  11.520.596  euro (excl.) of 13.028.234 euro (incl. BTW).

Meerkost van de heraanbesteding: onduidelijk

–  Voorzitter Philippe De Coene zegt in zitting van augustus 2017 dat deze nieuwe prijs ongeveer 900.000 euro hoger ligt dan de initiële aannemingsprijs.
Dat begrijpen we dus niet.
–  En we begrijpen het dus te minder bij de lectuur van de OCMW-budgetwijziging 2017 (goedgekeurd in de Raad van 23 november 2017).
Over  de motivering van de wijziging in de investeringsuitgaven staat letterlijk dit te lezen (pag. 1):
” Nieuwbouwproject Bellegem: de meerkost veroorzaakt door de faling van de eerste aannemer en heraanbesteding wordt geraamd op afgerond 1,25 mio EUR.”
Men hoopt wel een zo groot mogelijk deel van de meerkost te recupereren.  Bijv. de bankwaarborg van 723.290 euro.