Category Archives: media

Geen enkel recht voorbehouden !

Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand, of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier. Voorafgaande schriftelijke toestemming van de hoofdredacteur en/of een of andere medewerker is niet vereist. Noch van de aandeelhouders. Een bronvermelding is soms wel geapprecieerd.
De redactie heeft er anderzijds naar gestreefd alle copyrights van de in deze stadskrant opgenomen teksten of illustraties van anderen te achterhalen. Aan hen die desondanks menen alsnog rechten te kunnen doen gelden worden verzocht contact op te nemen met onze redactie.

Iets over het belabberd interview met Kortrijks burgemeester op Canvas (2)

Vorige donderdag 15 maart liep er op de VRT een reportage over politionele camerabeveiliging op openbaar domein, met focus op de mogelijke aantasting van onze privacy. Vandaar ook de titel: “Privacy & ik”. (Er komt nog een tweede deel dat wil nagaan in hoeverre men ons ‘gaan en staan’ én vertier én afkomst in winkels en straten in de gaten houdt, via het gebruik van onze mobiele telefoon. In Kortrijk betaalde stad aan Proximus daar vorig jaar al 30.000 euro voor.)
Aangezien de straten van Kortrijk en deelgemeenten onder impuls van (nu titelvoerend) burgemeester Vincent Van Quickenborne over de jaren heen (en in de toekomst nog steeds) werkelijk bezaaid worden met camera’s van allerlei slag, en stad Kortrijk op dit gebied samen met Mechelen trendy-koplopers zijn, sprak het vanzelf dat de makers van de documentaire maar al te graag meer speciaal de verantwoordelijke burgemeesters van beide steden fysiek bij het programma wilden betrekken.
Met Bart Somers (ook met een dubbel-functie) had men blijkbaar geen problemen.
Maar het contact met Van Quickenborne liep van geen leien dak.
Na aanvankelijke toe- en afzeggingen voor een mondelinge afspraak met presentator Tim Verheyden weigerde Quickie uiteindelijk elk interview. Met als drogreden dat hij nu Minister van Justitie is en de materie derhalve eerder toekomt aan een Minister van Binnenlandse Zaken. Van Quickenborne is nu wel iemand die – als het hem goed uitkomt – in de media absoluut niet nalaat om te benadrukken dat hij nog altijd DE burgemeester is van stad Kortrijk. (En die zich als Minister van Justitie intussen federaal gevaarlijk dicht op het terrein van Binnenlandse Zaken waagt. Daar komt nog boel van.)
De waarheid is dat hij als een heus ‘politiek beest’ terugschrok voor die reportage. Het feit is dat hij op voorhand wel goed aanvoelde en voorzag dat hij zou geconfronteerd worden met een spervuur van zeer ongemakkelijke vragen. Over de proportionaliteit en effectiviteit van zijn steeds maar aangroeiend cameranetwerk. Over de gigantische kosten. Over oneigenlijk gebruik van ANPR-camera’s. Over de rol van Securitas (burgers). Over preventieve en repressieve resultaten, enzovoort.
Vandaar dat hij het karwei waarmee hij nu een keer niets had bij te winnen het liefst overliet aan zijn plaatsvervangend burgemeester, Ruth Vandenberghe. Het schaap…
Het is deze politieke gang van zaken die ons hier interesseert.

We laten daarom hier en nu in deze bijdrage met opzet de problematiek van de (politionele) cameratechnologie geheel achterwege omdat de reportage een onverwachte (ongewilde) openbaring opleverde over het gebrekkige politieke reilen en zeilen van het bestuur in deze centrumstad.
Alleen al het feit dat Van Quickenborne voor een televisieprogramma vaandelvlucht pleegt, dat is voor al wie hem een beetje kent totaal opzienbarend. Zoals gezegd is hij de grote instigator van het cameranetwerk in onze stad. Na zijn aantreden in 2013 met de nieuwe coalitie zijn er binnen de kortste keren in één jaar tijd 28 camera’s geplaatst. En met zijn nieuwe bestuursakkoord van 2019 (“Kortrijk, Beste Stad van Vlaanderen”) is het hek helemaal van de dam. Onder zijn bewind is al meer dan één miljoen euro gespendeerd aan die surveillance, en zijn meerjarenplan voorziet voor vijf jaar nog 2,5 miljoen. We zitten nu al aan 1 camera per 328 inwoners.
Over dit alles en de resultaten ervan wenst Quickie dus landelijk geen publieke verantwoording af te leggen. (Kortrijkse raadsleden zijn dit al gewoon en zijn al jaren in slaap gewiegd.)
Dit is evenwel al een eerste politiek feit zonder weerga. Dat hij dan maar ontslag neemt als titelvoerend burgemeester. (Er is heus meer voor hem weggelegd.)

Een tweede belangrijk, concreet politiek gegeven uit de TV-uitzending leerde ons nog iets opzienbarend, met name over de bestuurskracht van onze Kortrijkse administratie. De presentator van het programma “Privacy & ik” vertelde ter info dat hij in totaal – en na aandringen, in drie fasen – acht (8) maanden heeft moeten wachten op vragen en antwoorden naar enige deftige, schriftelijke informatie over het Kortrijkse cameranetwerk.
De hete aardappel werd doorgeschoven naar plaatsvervangend burgemeester Ruth Vandenberghe. Dat is uitgedraaid op een catastrofe.
Derde politiek feit. Ook Ruth VDB weigerde aanvankelijk tactisch geheel laconiek om mee werken aan het programma. Met als onvergetelijk – maar wel geloofwaardig argument – dat zij niet wist waarover zij inzake deze materie iets accuraat zou kunnen vertellen.
Uiteindelijk wilde Ruthie (koosnaampje) op de valreep wél een interview toestaan. In de uitzending zelf verontschuldigde zij zich voor haar aanvankelijke weigering, ditmaal met het ONgeloofwaardige argument dat zij het vanwege al die corona-beslommeringen véél te druk had.
Dat is dan een vierde politiek feit, geleerd uit de uitzending : onze nieuwe burgemeester durft ook een leugentje ten beste geven. Want in werkelijkheid wist zij natuurlijk over geheel die cameratechnologie geen snars, en heeft men haar op het laatste nippertje met wat (nieuwe) documentatie nog ietwat kunnen klaarstomen voor het interview.
Ach ja. Ruthie en haar omgeving (de veiligheidsadviseur) zagen op de duur wel in dat stad Kortrijk zich geheel belachelijk zou maken indien men (als enige stad) bleef weigeren om aan het programma mee te werken.
Zij heeft dat eigenlijk ook min of meer bekend. Op een bepaald ogenblik vraagt presentator Tim Verheyden (niet zonder enige ironie) waarom het stadsbestuur eerst het perspectief op een mogelijk TV-programma nodig heeft om pas daarna met een soort visie-nota en cijfermateriaal op de proppen te komen. Jamaar-ja, zei Ruthie: de nodige data waren er wel hoor, maar ze moesten nog ietwat geordend geregistreerd. Maar goed, zij geeft het toe: het is een werkpunt voor het stadsbestuur. (Men is intussen wel “in vijfde versnelling” gekomen”.)
Dat werkpunt is dan te beschouwen als een vijfde politiek feit: het bestaan van een slordige, trage administratie.

In het TV- interview met Ruth Vandenberghe – dat men wel degelijk kan beschouwen als een vuurproef in haar politieke loopbaan – is er nog een bijzondere passage geweest waarbij onze eigenste “cerebrale” pijngrens ernstig werd overschreden. We zullen dit maar niet als een politiek, maar wel als een puur persoonlijk feit bestempelen.
Ruth beweerde dat camera’s wel degelijk een soort schrikeffect teweegbrengen. Zij is er heilig van overtuigd dat mensen (en dan zeker wie iets in het schild voert) zich anders gaan gedragen in de nabijheid van veiligheidscamera’s.
Presentator Tim Verheyden repliceerde daarop dat de wetenschappelijke studies hieromtrent dit terdege tegenspreken. Waarop Ruth zomaar antwoordt: “Dan zeg ik dat uit eigen naam.” (Zij voelt zich als jonge vrouw veel veiliger in de winkelstraten met camera’s in de buurt.) We hebben in burgemeester Ruth nu een persoon leren kennen die de wetenschap in eigen naam én als jonge vrouw tegenspreekt! Dit slaat waarlijk een bres in ons cognitief welzijn.

Tenslotte gaf onze nieuwe burgemeester toch wel toe dat de effectiviteit van camera’s niet precies (“één op één”) te meten valt. Maar het draagvlak bij de bevolking is groot. Dat maakt haar blij.
Tja, Wat moeten we daarmee nu aanvangen? Nog meer camera’s??




Journalistieke mores in onze lokale media: misbegrepen “hoor en wederhoor” (3)

De wijze waarop onze lokale pers de casus (waarbij is uitgekomen dat Stad Kortrijk een schadevergoeding van bijna een half miljoen moet betalen) heeft aangepakt is behoorlijk instructief en illustratief voor het gehalte, de kwaliteit van onze regionale gazetten en onze beeldpers (WTV).
Zie ons vorig stuk in deze elektronische krant.

We leerden voor de zoveelste keer dat ook in dit dossier onze verslaggevers niet kunnen verdacht worden van enige kennis ter zake. Men slaagt er niet in om aan de bevoegde schepen (hier in dit geval voornamelijk: SP.A-schepen van mobiliteit Alex Weydts) relevante, informatieve vragen te stellen. Laat staan puur feitelijke gegevens of kritische bedenkingen die de mandataris nog voor schut kunnen stellen ook.
Het was hier alweer nochtans echt nodig om de consciëntie van de schepen (of zelfs van heel het College- ook schepen Wout Maddens!) te onderzoeken. Taak van de pers is om aan waarheidsvinding te doen. Dat is niet gebeurd. Men liet schepen Weydts ongestoord heel de zaak verbloemen, bagatelliseren, en smoesjes verzinnen.

Ter redactie van ‘kortrijkwatcher’ circuleren omtrent de schadeclaim (en heel het project rond de site Texture) talloze pertinente vragen die de pers naar behoren had kunnen en moeten stellen. Maar we vermelden er, bij wijze van voorbeeld slechts één: zullen bewoners van de nog te bouwen assistentiewoningen en appartementen dan ook geen fietsenstalling krijgen? (Vraag voor Groen?)
Waarom beperken we onze resem vragen over de materie nu tot slechts één enkel punt?
Heel eenvoudig omdat de zaak nog een staartje zal krijgen in de eerstvolgende gemeenteraad van 8 maart en we de slapende verantwoordelijke honden niet willen wakker maken.
CD&V-raadslid Benjamin Vandorpe zal over de penibele kwestie een uitgebreide interpellatie indienen. Het zal er stuiven! (Jammer dat de zitting nog altijd virtueel moet doorgaan en niet fysiek.) Hoe zal de Groen-fractie reageren? (Het was de enige fractie die zich in het toenmalig bestuur van Parko verzette tegen de bouw van een ondergrondse parking.) En wat zal de houding of commentaar zijn van de raadsleden die vroeger zetelden in het bestuur van het vzw Texture-museum?
Zeer benieuwd.

Wat hebben de persberichten over de schadeclaim (vanwege de niet realisatie van de parking) ons nog geleerd over de plaatselijke journalistieke mores?
De oppositiepartij CD&V was in deze materie de klokkenluider.
Welnu, als de oppositie dan een keer een communiqué verspreidt dat het beleid van de tripartite enigszins op de korrel neemt (en door de pers wordt opgenomen!) , dan is de eerste pavlov-reflex van die pers om binnen de minuut een of ander lid van het schepencollege te contacteren. En binnen de minuut komt er een antwoord.
“Hoor en wederhoor”, weet je wel? Men laat de bevoegde mandataris (ongehinderd) zijn zegje doen. Een wederwoord vanwege de oppositie wordt daarna niet meer gegund. Gevolg is dat bij de Kortrijkzaan enkel en alleen de repliek van de mandataris blijft hangen.
Vanwaar die eenzijdige handelswijze van de pers?
De crux is dat de persjongens en -meisjes zeker bij zichzelf met enige trots bedenken dat zij hiermee journalistiek bekeken heel professioneel handelen. Ze hebben dat op hun school geleerd hoor.
Maar eigenlijk doen zij gewoon aan wederhoor, net omdat ze geen snars afweten van het te behandelen onderwerp. (En om hun amicale verhouding te blijven onderhouden met de tripartite.)
Het principe “hoor en wederhoor” is niet absoluut.
Een beslagen journalist die alles afweet van het onderwerp, die terdege alle mogelijke officiële, authentieke bronnen kent en heeft onderworpen aan enige “historische kritiek”, heeft geen nood aan een wederwoord.
Zo’n journalist schat het bericht van de oppositie op zijn juiste waarde en is als het ware op zichzelf het wederwoord. Een vraag om een reactie is dan compleet zinloos. (Men kan eventueel gewoon een ‘recht op antwoord’ afwachten en dat gelaten of niet publiceren…)
Fundamentele vraag is ten andere waarom onze lokale onderzoeksjournalisten zelf niet op het spoor zijn gekomen van de schadeclaim. (HLN van 7 juni 2019 had het al over die non-realisatie van de parking en deed er verder niks mee…)

Nog iets.
De omgekeerde “hoor en wederhoor” gebeurt in onze plaatselijke media nooit. Diverse bewindslieden van de tripartite bestoken onze pers letterlijk, praktisch dagelijks met berichten over hun beleidsdaden of voornemens, trouwens vaak nog voor die ter sprake kwamen in het College. Het is niet meer normaal, overdonderend.
Naar een reactie van de fracties uit de oppositie wordt dan evenwel niet gevraagd.
Braaf blijven als je nog nog ‘primeurs’ wil krijgen!
Journalisten die het toch meermaals wel zouden wagen, worden op de vingers getikt door de bestuurders of zelfs door hun eigen hoofdredactie in Brussel of Antwerpen (ja!) en geven er op de duur de brui aan, zoals in het verleden al is gebleken.

Zo.
Dit was het dan voor vandaag.


Kortrijkse journalistieke mores (2): gebrek aan dossierkennis

Ja, het weekblad “De Krant Van West-Vlaanderen” heeft het er dus ook over, en verder konden de regionale edities van gazetten HLN en HN en de WTV het ook niet laten. (Landelijk wel géén nieuws.)

We hebben het over het feit dat de oppositiepartij CD&V wereldkundig heeft gemaakt dat stad aan de Roeselaarse NV Pans (eigenaar van heel de site rondom Texture) zowat een half miljoen schadevergoeding moet betalen omdat het project van de bouw van een ondergrondse parking bij het museum niet doorgaat. (Schepen Weydts maakt het zo bont dat hij dit als een “winst” aanziet.)

Had de CD&V dat opzienbarend feit niet onthuld, dan waren we het (net als de gemeenteraad) waarschijnlijk nooit ter ore gekomen.
En aangezien de aard van de zaak en de hoogte van de claim zodanig zwaarwichtig is , konden de reguliere media het persbericht ditmaal niet negeren. Want, beste Kortrijkzaan, u hebt er waarlijk geen idee van hoe vaak onze Kortrijkse “embedded press” communiqués vanuit de oppositiepartijen straal negeert.
Dat is al een eerste vaststelling inzake de journalistieke zeden in onze (Kortrijkse) lokale pers. Intussen krijgen ook de meest triviale mededelingen van de burgemeester of de schepenen over meerdere kolommen wel de volle aandacht, mét telkens nog een foto van de mandataris erbij.

Wanneer we nu de gepubliceerde informatie over de te betalen schadevergoeding aan de NV Pans wat van dichterbij bekijken, dan is een tweede vaststelling dat het de scribenten of verslaggevers volstrekt ontbreekt aan kennis van de feiten. Ook dat is een traditie bij onze plaatselijke pers: het vertoon van een flagrant gebrek aan dossierkennis.
Dat heeft dan tot gevolg dat men zijn toeverlaat wel moet nemen tot een repliek van de bij het bericht betrokken mandataris. Daarbij komt dat men geheel niet in staat is om ook maar één deskundige, relevante vraag te stellen. Hier in dit geval ging het om de commentaar van Axel Weydts, de SP.A-schepen van mobiliteit (fietsen en parkeren) die dus zonder enig weerwoord in de media een aantal zaken kon maskeren.

Vandaar dat we, ten behoeve van de lezer én de pers, eerst even een trackrecord van de feiten weergeven.
Al in 2016 (ja!) is na onderhandelingen met D. Kerckhof (van Pans NV) een princiepsakkoord gesloten rond de (her)ontwikkeling van de site Texture aan de Noordstraat en omliggende.
Men kwam tot een gezamenlijk nieuw project over een ondergrondse parking, een appartementsgebouw, de pleinheraanleg, de loods. Dit alles werd geformaliseerd en goedgekeurd door CBS-besluiten van 9 mei 2016 en 2 mei 2017. Ook Parko (met voorzitter Weydts) besliste in de periode 2017-2019 goedkeuring te verlenen aan de bouw en exploitatie van een publieke ondergrondse parking (229 plaatsen en 4 verdiepingen). Zie nog het Parko-budget 2019. De voorbereidingen (plannen, vergunningen) zouden gebeuren in dat jaar 2019 en de werken zouden nog starten in hetzelfde jaar, na het bouwverlof. Geraamde bouwkostprijs 10,2 miljoen.
Geheel het project stond alreeds onder leiding van een architect (wie?) in de startblokken en was ook juridisch afgerond (wanneer?) bij een niet bij naam genoemde notaris.
Op basis van een bespreking in het College aanvang 2019 (besluit niet terug te vinden, – de pers heeft het evenwel over de maand juni) werd geopteerd om af te zien van de bouw van een ondergrondse parking. En dit op grond van “gewijzigde, geactualiseerde inzichten en financiële beperkingen”. Kan gebeuren. Dat is een vorm van prompt voortschrijdend inzicht.
(Schepen Weydts vindt dat er alhier ter stede al genoeg parkings zijn en dat het wagengebruik of wagenpark in de toekomst (op termijn) zal dalen. Hij heeft het wel niet over het reglementair noodzakelijk geachte aantal parkeerplaatsen voor de nieuwe appartementen.)

Naar aanleiding van het stopzetten van dit project dient Pans NV op 31/12/20 (let op de datum, het tijdsverschil met de beslissing van begin 2019) een schadeclaim in ten bedrage van 371.100 euro (schade en leegstandbelasting) plus 120.000 euro voor betaalde facturen, excl. BTW).
Die claim is intern besproken en correct bevonden door de financieel directeur J.Dejonckheere, vastgoedcoördinator S.Meulenijzer en stadsarchitect D.Baeckelandt. In de begroting (welke? welke post?) is – hoe kan dat? – alreeds 500.000 euro ingeschreven. Dat is wel een staaltje van regeren is vooruitzien.
Er is nu een nieuw plan in de maak met krachtlijnen over de bovengrondse ontwikkeling met Vabeld als bouwheer ( onder meer over 48 assistentiewoningen en 11 appartementen in vier bouwlagen – en dus zonder parkingsfaciliteiten), de omgevingsaanleg, een erfpachtwijziging (bedrag onbekend), de nieuwe polyvalente museale ruimte.
Er duiken dientengevolge nieuwe financiële elementen op. met een aanpassing van het meerjarenplan voor 126.599 euro voor de nieuwe museale ruimte.
Dit alles vergt een finale beslissing door de gemeenteraad.

De kennis van bovenstaand summier overzicht van de feiten zou een welingelichte pers de gelegenheid gegeven hebben om bij uitspraken van schepen Weydts met pertinente vragen aan waarheidsvinding te doen.
Dat behoort tot de journalistieke plichtenleer.


(Wordt vervolgd.)




Coming up: iets over de journalistieke mores van de Kortrijkse pers

We wachten nog even op morgen, om de laatste editie van “De Krant van West-Vlaanderen” te raadplegen.
Willen weten of en hoe de krant in een specifiek Kortrijks politiek gebeuren van deze week de “mos” (regel, – meervoud “mores”) van ‘hoor en wederhoor’ heeft toegepast.
Het is namelijk zo dat de lokale pers alleszins in haar politieke (Kortrijkse) berichtgeving weinig begrip heeft van bepaalde journalistiek-deontologische geplogenheden. Soort zedenleer.
Onze trouwe lezers weten dit wel, maar we willen daar maar eens een concreet, recent staaltje van behandelen.
Tot kijk.

De oplage van de stadsblog “kortrijkwatcher”

Volgens onze teller kreeg uw geliefde elektronische krant 39.544 “bezoekers” met de daaraan verbonden 178.581 “bezoeken” in de laatste 365 dagen.
Is dat veel, is dat weinig, voor dit soort van blog dan? Dat we het niet weten.
De dagelijkse cijfers schommelen ook onbegrijpelijk op en neer, en er is vaak een immens groot verschil tussen het aantal ‘bezoekers’ en het aantal ‘bezoeken’ per dag.
In Kortrijk zijn er alleszins geen vergelijkbare blogs en in andere steden vinden we ook geen gelijkaardige, (kritische) stadsblogs met zowel informatieve (meestal!) als persuatieve communicatie. Soms ook directieve zeg, voor de raadsleden dan!
Tenzij dan de onvolprezen en goed gemaakte Mechelse blog van Bartel Volckaert met de eigenaardige naam “As Gau Paust” (naar een tekst van de Mechelse liedjeszanger Günter Neefs). Het aantal lezers van die blog kennen we evenwel niet maar is waarschijnlijker talrijker.

Overigens bestaat deze vorm van lokale burgerjournalistiek praktisch niet meer. De bloeitijd van het verschijnsel lag in de jaren rond 2010.
Zelfs de onvoorstelbaar pretentieuze “Gentblogt” (die valselijk beweerde de oudste stadsblog in Vlaanderen te zijn) gaf er na tien jaar (in 2015) de brui aan.

Wat onze redactie intussen wel zeer zeker weet, dat is dat we onze doelgroep bereiken. Laat het ons maar eens brutaal zo zeggen: de meer “interessante Kortrijkzaan”. We krijgen van dit soort inwoners zelfs zomaar op straat onverwachte complimenten…Meest geuite lofbetuiging: “Dank zij jouw gazet weten we nog iets van wat er echt gebeurt in de politiek alhier.” En we moeten vooral volhouden!!

En met onze ironische (informatieve, persuasieve én directieve) losse berichtjes op Facebook in de groep “Slechte Kortrijkzanen” (476 leden) kunnen we de lokale politiekers en fervente aanhangers van de tripartite lekker op stang jagen.

Voor al onze lezers wensen we voor 2021 vooral nog veel ataraxie!

P.S.
Kortrijkwatcher is gestart op 4 januari 2005, als eerste stadsblog in heel Vlaanderen. Binnenkort dus weer een verjaardag. De redactie is nog altijd bereikbaar op het email-adres: frans.lavaert@gmail.com, of skynet.be.
GSM 0498 – 54 74 75.



“In geen enkele West-Vlaamse centrumstad ligt de de schuld zo hoog als in Kortrijk.” (2)

Dat is dus de uitzonderlijk gewaagde kop van een stuk dat op 17 december geheel onverhoeds verscheen in de regionale editie van ‘Het Nieuwsblad’. Dit is het soort van titel dat je nooit ofte nooit zult te lezen krijgen in het lokale katern van ‘Het Laatste Nieuws’, voor de Kortrijkse politiek een gazet geredigeerd door de volslagen “embedded” journalist Peter Lanssens.

In HN illustreert Kris Vanhee zijn drastische uitspraak met een tabel van de schuld per inwoner in de Vlaamse centrumsteden (één vergeten), voor de periode 2014-2018.
En ja hoor, ook in het jaar 2018 was de rangorde als volgt: 1) Kortrijk (2185 euro per capita, nu met reële correctie 2.568 euro), 2) Roeselare (1.650 euro), 3) Oostende (1.460 euro), 4) Brugge (739 euro).

In onze editie van gisteren gaf onze eigenste gemeenteraadwatcher een tabel ten beste die slaat op meer recente én toekomstige cijfers. Waarvoor dank!
We zagen daar dan dat de gebudgetteerde schuld tussen 2020 en 2024 oploopt van 191,2 miljoen tot 251.4 miljoen. Per inwoner van 2.480 euro naar 3.197 euro.
Het is misschien even het gepaste moment om in ons archief over burgemeester Vincent Van Quickenborne te duiken en om hem te herinneren aan een uitspraak die (weerom) achteraf niet waar is gemaakt: “De schulden zullen niet stijgen, daar sta ik borg voor.” (Nog wel opgetekend in ‘Het Nieuwsblad”, op 26 januari 2016.)

In het fameuze artikel van HN waar we nu naar refereren is wel geen gewag gemaakt van de recente plaats van onze stad inzake de schuld per inwoner, vergeleken met de andere drie West-Vlaamse centrumsteden.
We raadpleegden daarom de (aangepaste, laatste) meerjarenplannen van die steden, speciaal voor dit jaar 2020.
We deelden dus de totale schuld (het budget-document T4) door het aantal inwoners van het jaar 2020.
1. Kortrijk:
191.260.813 euro schuld / 77.109 inwoners = 2.480 euro schuld per capita.
2. Oostende:
168.096.373 euro / 71.800 = 2.341 euro.
3. Roeselare:
Hier zitten we met het probleempje dat de schuld is opgesplitst voor de entiteiten stad, derden, “commercial paper” en De Lijn! We hebben maar alles samengeteld en kwamen aan een totaal van 114.157.805 euro. (Voor de stad alleen gaat het om 98.138.189 euro). Als we het totaal delen door het aantal inwoners (63.500) komen we hier aan 1.797 euro schuld per capita.
4. Brugge:
110.536.993 / 118.700 = 931 euro.

Zo ziet u meteen dat onze stad althans in de provincie ook nu nog altijd koploper is inzake schuld per inwoner.
Over de vergelijking van budgetten met andere steden is natuurlijk veel te zeggen. Over de schuldpositie alvast iets wat maar al te vaak wordt vergeten.
Met name het thesauriebeleid zelf! (In HN van 17 december wordt dit aspect niet aangeraakt.)
– Men dient bijvoorbeeld te vermijden om leningen op te nemen wanneer men over genoeg liquide middelen beschikt. (In Kortrijk is dat alleszins de bedoeling.)
– Voor iedere stad apart is het nodig om zich af te vragen of de schuldenlast al of niet slaat op een geïntegreerde boekhouding. Of de schuld namelijk is geconsolideerd met andere entiteiten zoals OCMW en bijv. vroegere autonome bedrijven. (In Kortrijk is die “inkanteling” nu wel het geval.)
– Zijn de gebruikte leningsinstrumenten wel koosjer? In Brugge werkt men ook met thesauriebewijzen en obligatieleningen. Die zijn in handen van beleggers, niet van een bank.
– En hoe staat het met de aflossingen? Hier dient men de periodieke aflossing van een bepaald jaar af te zetten tegenover de totale schuld van het vorige boekjaar. Dat percentage geeft dan een indicatie van de looptermijn. We deden dat een keer voor 2020 (aflossing: 12.354.283 euro) tegenover 2019 (schuld: 199.710.930 euro). Dat geeft 6 procent oftewel een afbetalingstermijn van 16,6 jaar. Is dat goed? Is dat slecht? (Kenners vinden 8 procent goed, wat dan slaat op 12,5 jaar (100:8). Weet er iemand waarom?)

NASCHRIFT
Beste lezer,
Vergeet deze en andere technische beslommeringen en nog veel andere vragen over goede en slechte schulden, over aflossingen of over grootse investeringsprogramma’s.
Politiek bekeken zou iedere lokale gazet slechts twee zaken moeten onderstrepen:
– dat de schulden steeds maar stijgen in weerwil van de dure eed van Quickie dat dit nooit zou gebeuren;
– dat de realisatiegraad van de investeringen voor dit jaar geraamd wordt op slechts 58 procent.
En in de vorige bestuursperiode 2013-2018: gemiddeld 55 procent.
Als de Kortrijkzanen dit maar onthouden – of te lezen kregen – , dat zou al veel zijn.



“In geen enkele West-Vlaamse centrumstad ligt schuld zo hoog als in Kortrijk” (1)

Dat is de opzienbarende en alhier – zeker journalistiek bekeken – gedurfde kop bij het stuk van Kris Vanhee in de plaatselijke editie van ‘Het Nieuwsblad”, genaamd “Nieuws uit de streek”, dd. 17 december. (Komt niet van ons; kortrijkwatcher zou dit als positivo niet aandurven.)

Concreet zinspeelt Kris dan meer speciaal op de merkwaardige hoogte van de schuldenlast per capita (baby’s incluis) in de (vier) beschouwde steden.
Beetje ambetant is dat er in de titel gewag wordt gemaakt van een vergelijking met onze – niet nader genoemde vier – provinciale centrumsteden terwijl in de (vet gedrukte) inleiding (de journalistieke bekende ‘peptalk’) plotseling sprake is van een vergelijking met ALLE centrumsteden.
Vervelend mankement in het ‘verhaal’ is nog dat onze concullega Vanhee deze onverwacht vermetele uitspraak in het geheel niet staaft met accurate, actuele cijfers over die provinciale centrumsteden, met name Brugge, Oostende, Roeselare en ook Kortrijk zelf.
Intuïtief geloven we zijn bewering wel, maar voor de zekerheid hebben we toch voor dit jaar 2020 (want daarover gaat het NU toch?) dan maar eens zelf de toestand nagegaan. Berekend. Zoals het er nu uitziet. Cf. infra, of wellicht in een volgend stuk.
Waarop baseert de journalist van ‘Het Nieuwsblad’ zich dan om zonder concreet cijfermateriaal te komen tot zo’n erg stoute vaststelling? (Een manmoedige titel die hem bij onze populistische bewindslieden niet in dank zal worden afgenomen.)
Wel, hij publiceert en maakt gebruik van een vergelijkende tabel van de totale schuld per inwoner in de Vlaamse centrumsteden tijdens de voorbije jaren. (Klein detail: slechts 12 van de 13 steden worden vernoemd, want Turnhout is vergeten.) Die tabel slaat op schuldevolutie van de jaren 2014 tot en met … 2018.
De meest recente cijfers voor 2019 en 2020 zijn er dus niet bij.
We menen te weten hoe dat zo komt.
Vanhee citeert een Kortrijkse raadscommissie als bron. Dat zal wel die van juni van dit aflopende jaar zijn geweest, waarin VB-raadslid Wouter Vermeersch vroeg naar zo’n vergelijkende tabel. Maar toen waren de gegevens van de centrumsteden pas tot in het jaar 2018 gekend. Vandaar het ontbreken van de meest recente data.
Uit de in de krant gepubliceerde tabel blijkt intussen overduidelijk dat in al die voorbije jaren onze tripartite wel degelijk per capita in West-Vlaanderen de hoogste schuld kon bewerkstelligen én handhaven. Daar niet van.
Ter illustratie. Al in het eerste werkjaar 2013 van de coalitie (VLD, SP.A en N-VA) bijvoorbeeld bedroeg de totale schuld per kop in Kortrijk 2.118 euro. Gevolgd door Oostende (1.657 euro), Roeselare (1.575 euro), Brugge (801 euro).
Misschien nog een schoonheidsfoutje uit de tabel rechtzetten?
Voor 2018 is voor onze stad een bedrag van 2.185 euro schuld per kop aangegeven. Volgens de laatste info van onze dienst Financiën was de reële schuld per capita in dat jaar evenwel 2.568 euro.

Bon.
De krant doet het niet, dus geven we hier nu per jaar de meer actuele en toekomstige cijfers.
De nieuwe, actuele tabel van de evolutie van de totale schuld met daarbij de schuld per inwoner.
Wel eerst enige belangrijke, broodnodige voorafgaandelijke bemerkingen:
– de totale schuld voor Kortrijk is die zoals op balans nu of later kan voorkomen, met in onze stad inclusief de doorgeefleningen (bijv, aan kerkfabrieken, politie, XOM);
– voor de jaren 2018 en 2019 kon men zich baseren op de reële jaarrekeningen, dus de reële schuld;
– vanaf 2020 en verder gaat het om de gebudgetteerde (geraamde) schuld, daarbij nog met een voorheen nooit gedane consolidatie van de entiteiten stad én OCMW én Parko & SOK.
– vanaf 2021 rekent men simpelweg (al te simpel?) met een groeivoet van 0,5 procent;
– bij de berekening van de schuld per capita houdt men in de evolutie rekening met stijging van het aantal inwoners in Kortrijk van 77.109 naar 79.056 in 2025.
Nuttig om te weten.
Daar gaan we…

2018
Absolute schuld: 195.866.052 euro
Per capita dan: 2.568 euro
2019
199.710.930 euro
2.603 euro
2020
191.260.813
2.480
2021
195.235.894
2.519
2022
220.066.931
2.826
2023
244.87.281
3.128
2024
251.454.693
3.197
2025
252.467.146
3.194

In een volgens stuk moeten we zelf nog de titel van het artikel in ‘Het Nieuwsblad’ waarmaken. Die gewaagde, vergelijkende uitlating over wie nu de hoogste schuld torst bij de vier West-Vlaamse centrumsteden bewijzen. Want de krant doet dat eigenlijk niet.
Wordt dus vervolgd.