Category Archives: investeringen

Cultuurschepen Ronse en cijfers: de vernieuwde schouwburg (2)

U hebt het allemaal kunnen lezen in HLN van gisteren 28 maart: de ingrijpende renovatie van de stadschouwburg is aangevat, met als blikvangers de nieuwe theaterzaal en het cultuurcafé. Stond ook allemaal tevoren al te lezen op de website van stad. In feite gaat het om meer dan een renovatie: er is ook restauratie en nieuwbouw opgenomen in het masterplan.
We beperken ons hier tot wat de N-VA- schepen van cultuur Axel Ronse te berde brengt inzake financiering van het project (dat we genegen zijn, – al positivo haasten we ons voortaan altijd om dit uitdrukkelijk te poneren).
Schepen zegt:
– het totaalbudget bedraagt 13,3 miljoen van de stad en 7,8 miljoen euro Vlaamse subsidies;
– vergeleken met het oorspronkelijk budget had men af te rekenen met een prijsstijging van 25 procent maar door een nieuwe onderhandelingsprocedure (en extra financiering) kon men 1 miljoen besparen.
Voorts vertelt Axel nog dat er bij zijn debuut als schepen in 2019 plannen op tafel lagen om enkel een eerste fase van het zogenaamde masterplan te verwezenlijken maar dat men nu vanwege de steun van Vlaanderen aan de slag kon gaan om het volledige masterplan te realiseren.

Over dit laatste punt moeten we toch even bekennen dat we er niks van begrijpen. Eerste fase? Wat is dan de tweede?
In alle meerjarenplannen (we zijn gekomen aan de vierde aanpassing) van de lopende bestuursperiode is steeds en NOG STEEDS sprake van een masterplan fase 1, en dat slaat op het “publiekgedeelte”.
In het oorspronkelijke meerjarenplan (MJP) van december 2019 gaat het nog om een luttel investeringsbudget (raming!) van 8.110.000 euro en een subsidies ter waarde van 750.000 euro. Netto gaat het dus toch wel om een stadsuitgave van 7.360.000 euro.
In december 2020 krijgen we volgens het eerste aangepast meerjarenplan (AMJP1) plots een subsidie van niet minder dan 8.300.000 euro, zodat het masterplan nu slaat op een bedrag van – jawel – 14.377.168 euro (icl. BTW). Maar netto blijft de kost voor stad dus toch binnen de perken: 6.077.68 euro.
Ter info zeggen we er nog even bij dat de netto-uitgave in zowel het AMJP2 (2021) als in AMJP3 (2022) steeds cirkelt rond 6,5 miljoen. En de uitgaven (ramingen) blijven ook constant: 14,3 miljoen.
Maar dan gebeurt er iets waar de schepen niet over rept.
En let wel, men maakt nog steeds gewag van budgetten voor een fase 1 van het masterplan.
In het AMJP4 van 8 december 2023 is er plots een budgetwijziging met een stijging van meer dan 10 miljoen en een verhoging van het subsidiebedrag met ca. 200.000 euro. Het netto-bedrag stijgt met 9,9 miljoen.
Het budget (een raming) bedraagt dus nu, en onthoud dat maar even:
– een uitgave van 24.513.483 miljoen;
– subsidie: 8.010.000 euro:
– netto-uitgave voor stad: 16.503.483 euro.
ZO.
Herlees nu maar eens wat de schepen vertelt in de gazet en op de website van stad.


Tot op heden hadden we het over ramingen.
Laten we nu even de aanbestedingen bekijken, met andere woorden de contractuele, reëel aangegane uitgaven.
Een chronologie van de feiten. (De gazetten mogen deze gegevens gerust overnemen.) Laten we beginnen bij het begin:
1. De gunning van de studieopdracht (CBS van 14 juni 2021)
Het bureau WIT Architecten uit Leuven mag een ontwerp maken voor de nieuwbouw en renovatie/restauratie van de stadschouwburg. Ereloon 11 procent van de bouwkost. Offerte van het bureau bedroeg 1.246.500 euro (incl. BTW). In mei 2021 werd de bouwkost volgens het wedstrijdontwerp nog geraamd op 11.425.444 euro. (Bouwkost wil zeggen: zonder voorstudie, erelonen, bijkomende projectkosten)
2. Voorontwerp goedgekeurd (CBS van 31 januari 2022)
(Schepen Ronse is verontschuldigd.)
Volgens een geactualiseerde prijsraming wordt de bouwkost nu geraamd op 12.829.506 euro.
De verhoging is te wijten aan een “hoogconjunctuur van de bouwprijzen”. Er is een gemiddelde prijsstijging te bespeuren van 8,72 procent sinds april 2021, wat een meerkost geeft van ca. 1 miljoen.
Komt daarbij dat er een nieuwe regelgeving is voor de ventilatie van de zalen. Een vernieuwing van het ventilatiesysteem in de grote zaal is geboden. Meerkost ca. 453.000 euro.
In de toelichting bij dat voorontwerp is niet uitdrukkelijk sprake van een fase 1 en 2. Wel heeft men het over enerzijds het “architecturale ontwerp” en daarnaast over studies in verband met technieken (HVAC, sanitair, akoestiek,…)
3. Algemene bouwaanneming, voorwaarden en wijze van gunnen (gemeenteraad 13 maart 2023)
Even wat politiek.
In het kader van de komende nieuwe stadslijst van het Team Burgemeester én de CD&V past het hier om om er aan te herinneren dat de oppositie (ook de CD&V dus ) zich heeft onthouden.
In een stemverklaring wijst Hannelore Vanhoenacker (fractieleider CD&V) op de serieuze prijsverhoging terwijl een evenredige stijging van de subsidiëring achterwege blijft. In een repliek zegt schepen Ronse dat hij nog zal proberen om extra middelen te verkrijgen van hogere overheden en hoopt hij dat de CD&V hem hierbij zal steunen. Maar in de raadscommissie is net door de projectleider geopperd dat men een aanvraag tot meer steun heeft ingediend en dat de uitkomst was dat zoiets niet kon !

(Wordt vervolgd.)

















Wat kostte de “Lago” ons tot op heden ?

Eerst dit. We hebben het gemakshalve over “Lago”, maar dat is de commerciële benaming voor de NV S&R Kortrijk-Zwevegem waarmee onze stad en de gemeente Zwevegem in 2016 een PPS-overeenkomst heeft gesloten voor de bouw en exploitatie van twee zwembadencomplexen. Tegelijk kwam onze stad overeen dat “Lago” dus ook zou instaan voor de exploitatie van de bestaande zwembaden Lagae in Heule en “den openen” aan de Abdijkaai in Kortrijk.
Voor het nieuwe complex aan Kortrijk-Weide zou stad ipso facto instaan voor een jaarlijks bedrag van 1,5 miljoen en voor de andere twee bestaande zwemkoms voor de exploitatiekosten (onderhoudskosten, initieel zowat geraamd op een half miljoen) en de noodzakelijke grote investeringen. (We hebben ons daar deerlijk aan misgrepen; – zie infra.)

De normale vergoedingen voor Lago (Kortrijk-Weide) volgens de jaarrekeningen
2019: 1.073.314 euro
2020: 1.444.961
2021: 1.450.607
2022: 1.513.012
(De vergoeding voor 2023 kennen we nog niet, maar dat zal wel 1,6 miljoen worden.)
Ter compensatie van de dalende omzet vanwege Corona kon de NV-S&R bij stad nog geld afschooien zodat het totaal van de toelage in het jaar 2022 neerkwam op 2.162.301 euro. Eénmalig.
(Voor de toename van de energiekost bedong de NV dat de tarieven eventjes tijdelijk mochten verhoogd worden. Men heeft dat nu vergeten.)
Totale bijdrage van Stad voor de vier jaren (2019-2022) voor het complex Kortrijk-Weide: 6.131.183 euro.
(Nog 26 jaar te gaan. Dan is het complex van ons.)

De NV S&R Kortrijk-Zwevegem kampt met een liquiditeitsprobleem en moet ook nog een en ander investeren. U moet weten dat het vermogen van de NV S&R negatief is (in 2021: min 2.321.504 euro, en dat is méér dan het maatschappelijk kapitaal) zodat een klein kind kon raden dat Belfius niet meer zou bereid zijn om het thesaurieprobleem van de NV S&R Kortrijk (meer speciaal) op te lossen met een nieuwe lening.
(Te rade gaan bij een andere bank kan niet.)
Na veel vijven en zessen heeft zowel stad Kortrijk als de gemeente Zwevegem toegestemd om een zgn. doorgeeflening toe te kennen aan de NV-S&R. In Kortrijk is dat gebeurd in de laatste gemeenteraad van 19 februari. 32 stemmen voor op 40 uitgebrachte stemmen. (De CD&V heeft sinds het feit dat de partij een alliantie zal sluiten met het Team Burgemeester zijn felle tegenstand omgezet in enige “bezorgdheden”.)
De NV kreeg wat men vroeg: een achtergestelde lening ter waarde van 3.673.578 euro. Aandeel stad Kortrijk: 2.136.375 euro.) Let wel: het is een zgn. doorgeeflening. Over tien jaar krijgen we dat geld terug, misschien met wat uitstel. En de NV is wel gedwongen om zelf enige tegemoetkomingen te doen.)

Onze werkingstoelagen (en investeringen) voor Lagae-Heule en “den openen” aan de Abdijkaai.
(Helaas kennen we de bedragen niet voor de zwemkoms afzonderlijk.)
2018: 462.013 euro
2019: 1.766.912
2020: 2.174.709
2021: 2.248.594
2022: 2.831.227
Totaal voor die beide zwembaden: 9.483.555 euro.
De sprong van een half miljoen naar 1 en dan 2 miljoen kunnen we niet uitleggen. Het enige wat we weten is dat er in “den openen” wel altijd iets kapot was, of moest vernieuwd.
In 2021 is de forfaitaire werkingstoelage veranderd en kreeg “Lago” voor de exploitatie een vergoeding van 15 euro per zwembeurt. Intussen is deze “prijssubsidie” door de indexering 18,5 euro geworden.)

ZO.
Bedankt voor het kijken.



Overzicht investeringen OCMW in eerste bestuursperiode 2013-2018

In onze vorige editie kreeg u een overzicht van de investeringen van de tripartite in de beide legislaturen.
Daarbij werd gewezen op een feit dat wel eens vergeten wordt. In de eerste bestuursperiode 2013-2018 is de stadsbegroting afgescheiden van die van het OCMW. In de tweede bestuursperiode (2019-2024) niet meer, d.w.z. dat althans vanaf het jaar 2020 de OCMW-begroting is “ingekapseld” in die van stad. Overigens ook die van de twee vroegere Autonome Gemeentebedrijven (de AGB’s Parko en SOK) en de vroegere zeven gemeentelijke VZW’s (zoals Stedelijke Musea, Bruisende Stad, Sport, enz.).
In komende debatten ter gelegenheid van de gemeenteverkiezingen mag dit niet uit het oog worden verloren. Mag de tripartite niet de bedrieglijke indruk wekken dat de investeringsuitgaven op de huidige, op zijn eind lopende bestuursperiode plotseling immens zijn verhoogd.
De burgemeester heeft al een keer het gerucht verspreid dat we dit keer – in deze legislatuur dan – niet minder dan 363,2 miljoen zullen geïnvesteerd hebben. Dit is, zoals we al opmerkten, een perfect goede machiavellistische benadering van de feiten. Hij mag dat niet meer doen! Quickie mag ons niet als dom kiesvee beschouwen zoals zijn leermeester hem voorhoudt in zijn lijfboek “Il Principe”.
– Ten eerste slaat dat vermeende bedrag (klakkeloos overgenomen door de pers) helemaal niet op deze legislatuur, maar komt namelijk uit het laatste meerjarenplan en dat slaat op de jaren 2020 tot en met 2025.
– Ten tweede – en dat maakt de bewering totaal zinloos: de legislatuur is nog niet gedaan! Hoe kan Quickie dan nu reeds opperen wat er zal geïnvesteerd worden?
– En ten derde is de meest wijze en juiste manier van (laat ons zeggen) waarheidsvinding om het te hebben over de werkelijke vastleggingen (contracten) of aanrekeningen. Zo zagen we bijvoorbeeld dat in de eerste vier jaren van deze legislatuur door Stad plus “satellieten” voor 55 procent is gerealiseerd, in vergelijking met de initiële ramingen. We moeten dus nog de jaarrekening voor 2023 afwachten, – en dat wordt waarlijk wachten geblazen tot in de maand mei. Terwijl we de werkelijke investeringsuitgaven van dit jaar 2024 zelfs pas zullen kennen in de lente van 2025, dus lang na de verkiezingen…
Dat alles maakt een accurate financiële beoordeling van de gehele investeringspolitiek van de tripartite nogal twijfelachtig.

Nu, om bij vergelijking tussen de eerste en tweede legislatuur de debatten zuiver te houden geven we hierna op algemene aanvraag ook kennis van de OCMW-uitgaven in 2013-2018. (In vorige editie niet gedaan.)
Netto-bedragen? In het totaal 47.577.188 euro. Dat bedrag kunnen we dan – later dus, in 2025!) optellen bij de netto- investeringsuitgaven van stad zelf en komen we tot een totaal van de werkelijk bestede uitgaven van de tripartite in haar totale bestuursperiode vanaf 2013.
De realisatiegraad voor alle OCMW-uitgaven kunnen we u helaas niet meegeven want we konden niet achterhalen wat men in het jaar 2013 juist heeft geraamd aan uitgaven. Zullen nog eens zoeken… Of misschien kan een voormalig OCMW-raadslid ons daar aan helpen? (Het BBC-systeem was toen nog niet in voege.)
U zal intussen merken dat de OCMW-investeringen in het verkiezingsjaar 2018 onvoorstelbaar stegen, met zelfs een realisatiegraad van 86 procent.
Er werden toen gigantische sommen uitgegeven voor de restauratie van de woningen 3 tot 9 in het begijnhof (budget 2,2 miljoen), aan de flats in Bellegem (9,5 M) en aan de verbouwing van het pand Gheysens tot volksrestaurant (2,6 M).

Hierna in de eerste kolom de geraamde uitgave, in de tweede de werkelijke bestede uitgave en daaruit volgend de realisatiegraad.
2013
………………..? / 6.968.559 / …. %
2014
11.803.824 / 6.369.619 / 53,9%
2015
9.214.900 / 6.862.422 / 74,0%
2016
9.482.341 / 6.152.327 / 64,8%
2017
13.071.439 / 6.277.807 / 48,0%
2018
17.964.454 / 14.946.454 / 86,4%
TOTAAL
………………… / 47.577.188 / …..%

Zo. Nu weten we ongeveer genoeg.
Klaar voor de debatten !



Overzicht investeringsuitgaven van de tripartite in de twee legislaturen

Woord vooraf
Dit overzicht dient als bijlage (toelichting) bij ons vorig stuk over de onware en foute (machiavellistische) berichtgeving die burgemeester Vincent Van Quickenborne ons via de lokale “embedded press” voorschotelt.


BESTUURSPERIODE 2013-2018
In het bestuursakkoord “Plan Nieuw Kortrijk” luidde het dat stad Kortrijk zou overspoeld worden door een ware, historisch nooit geziene investeringsgolf. Het bestuur van de coalitie VLD, SP.A en N-VA riep zich uit tot een “investeringscollege”.
Hierna volgt een overzicht van de jaarlijkse investeringsuitgaven van stad in die eerste bestuursperiode. (OCMW niet meegerekend.)
– Het eerste bedrag slaat op wat initieel is begroot. Dat is de (bruto)uitgave, geraamd nog voor het jaar begon. Naderhand is het wel zo dat de raming in de loop van het jaar om allerlei feiten wordt bijgesteld tot een zgn. eindbedrag. (Nogal eens kleiner dan oorspronkelijk gedacht.) Maar toch blijven we bij het berekenen van de realisatiegraad ons houden aan de oorspronkelijke raming, want dat bedrag is uiteindelijk altijd datgene waarmee het College van Burgemeester en Schepen ons mee om de oren slaat, ons overdondert!
– Het tweede bedrag slaat op wat er in werkelijkheid, daadwerkelijk is uitgegeven (aangerekend). En zo komen we tot de vaststelling van de realisatiegraad in procent uitgedrukt. Let even op het feit dat de tripartite in 2013 moeizaam op gang is gekomen maar dat er bij het naderen van de verkiezingen in 2017 en 2018 een ware inhaalbeweging is gebeurd.

2013
28.517684 euro / 11.837.162 euro / 41,5%
2014
39.939.619 / 21/779.285 / 54,5%
2015
48.666.211 / 17.561.061 / 36,0%
(Dieptepunt o.a. te wijten aan vertragingen projecten Kortrijk Weide en Muziekcentrum.)
2016
35.076.916 / 18.596.389 / 53,0%
2017
38.927.323 / 31.237.351 / 80,2%
2018
36.812.978 / 26.161.987 / 71,0%
Totaal
227.940.731 euro / 127.173.835 euro / 55,79% gerealiseerd.

BESTUURSPERIODE 2019-2024
In deze tijdspanne wil Kortrijk “de beste stad van Vlaanderen” worden.
Burgemeester Vincent Van Quickenborne verspreidt over deze periode een bericht waarvan het College zou zeggen dat het om een “alternatief feit” gaat. Dat betekent eigenlijk: een totaal misleidend bericht. Een verkapte leugen. Quickie beweert namelijk ongestraft dat Stad in deze lopende legislatuur 50 procent méér zal investeringen dan in de vorige bestuursperiode. Op het eerste gezicht lijkt dat zo, alleszins voor de kiezer die niet helemaal is ingevoerd in gemeentefinanciën.
Men dient evenwel te beseffen dat vanaf 2020 het stadsbudget OOK de investeringsuitgaven omvat van het ‘ingekantelde’ OCMW. Vandaar die twee bedragen voor het jaar 2019.
Voor de jaren 2019 tot en met 2022 zijn de jaarrekeningen gekend. Daarom dat we in het overzicht voor die eerste vier jaren een tussensom berekenen.
In hierna volgend overzicht slaat het eerste getal slaat weerom op het geraamde initieel budget, het tweede op de reële uitgave.

2019
Stad: 38.916.234 / 20.278.531
OCMW: 14.876.198 / 10.395.556
Samen: 53.792.432 / 30.674.087 / 57,0%
2020
61.781.987 / 31.022.793 / 50,2%
2021
61.248.929 / 37.317.194 / 60,9%
2022
71.919.094 / 59.530.679 / 82,7% (inhaalbeweging na coronacrisis)
Totaal voor deze eerste vier jaren:
248.742.441 euro / 158.544.753 euro / 63,7%

Geraamd budget voor 2023: 85.017.250 euro
Geraamd budget voor 2024: 98.711.811 euro
Samen maakt dit 183.729.061 euro.
Dat zou betekenen dat we in twee jaar tijd meer kunnen investeren dan in de vorige vier jaren!
Onzin.


DE SALDO’s (netto-uitgaven)
Gewoon voor de aardigheid hebben we een keer berekend wat wijzelf, Kortrijzanen, uit onze eigenste portemonnee hebben uitgegeven inzake investeringen. Want we kregen bij allerlei projecten ook subsidies van hogere overheden, zelfs wel eens van Europa.
2019: 21.548.146 (waarvan 6.511.929 voor het OCMW)
2020: 20.492.006
2021: 20.693.015
2022: 28.869.871
Samen: 91.603.038 euro zelf betaald ! Uit eigen zak.

BELASTINGEN
Altijd opnieuw beweert de burgemeester dat we al die investeringen bekostigen zonder enige belastingverhoging. Ja zeg. Dat is weer zo’n “alternatief feit”. Het is wel zo dat de tarieven voor de aanvullende personenbelasting en de opcentiemen onroerende voorheffingen al die jaren ongewijzigd bleven. Oké. Maar wat iedereen natuurlijk nu heeft vergeten (ook de burgemeester?) is dat de tripartite onmiddellijk bij haar aantreden in 2013 drie totaal NIEUWE gemeentelijke belastingen heeft ingevoerd en twee wel degelijk heeft verhoogd. En natuurlijk zijn allerlei tarieven van de retributies wél verhoogd of – zo heet dat dan – puur ‘geïndexeerd’. Overigens stijgen de belastingontvangsten op ‘een natuurlijke wijze’, al was het maar omdat we meer verdienen. Om u een idee te geven. In 2019 bedroegen de fiscale ontvangsten zowat 70 miljoen. Nu, in 2024, ronden we de kaap van 80 miljoen. Maar daar kunnen we niets aan doen, tenzij dan de belastingen…verlagen.










Wanneer zal Quickie een keer ophouden met liegen?? (2)

Ter inleiding
In dit stuk gaat het over heel wat cijfergegevens.
Om een en ander leesbaar te houden – en om de liefhebbers gedetailleerde, nauwkeurige informatie te bezorgen – zullen we die later meer uitgebreid in een afzonderlijk stuk publiceren
.

2024 is een verkiezingsjaar, het sein voor politici om vooruit te plannen.” En: “burgemeester Vincent Van Quickenborne loste een eerste schot voor de boeg.”
Zo begint in de regionale editie van 6 januari van HLN een stuk van de 0,00%-journalist Peter Lanssens, de marionet van het stadsbestuur, meer in het bijzonder dan toch van Quickie en Axel Weydts, de befaamde schepen van Velo. (Lanssens heeft het daarbij om een lusvormige wandelroute die Q intussen als verkiezingsstunt heeft bedacht.)
Er staat ons waarlijk nog wat te wachten inzake – voor bepaalde kandidaten dan toch – kosteloze kiespropaganda in onze lokale gazetten, alleszins in HLN.

Het “eerste schot voor de boeg” is eigenlijk al afgevuurd in onze gazetten van vorige week, toen het stadsbestuur (in de feiten: Vincent VVQ himself) uitpakte met de mededeling dat “Kortrijk zich opmaakt voor 12 grote openingen in 2024.”
Twee gazetten hebben het daarbij nogal uitdrukkelijk gewaagd om het ook met cijfergegevens te hebben over voorbije en lopende investeringen. Zij lieten daarbij voornamelijk Quickie aan het woord. We achten het onze journalistiek-deontologische plicht om bepaalde van die cijfers die de burgemeester ons wil meegeven hartsgrondig te betwijfelen.
Dat hij zaken beweert die niet waar of niet juist zijn, of halve waarheden vertelt (of zaken NIET vertelt), dat bestempelen we dus zonder schroom als “liegen”. Politici die de kiezer misleiden met gegevens die niet juist zijn maar wel goed klinken, die noemen we dus “leugenaars”. Zo zijn we nu eenmaal.(Voor wie liever een deftiger politicologisch predicaat wil: het zijn “machiavellisten”.)

Laten we even starten met “De Krant van West-Vlaanderen” ter hand te nemen. Editie van 5 januari. Een verslag van reporter Margot Demeulemeester (die nog altijd verstoken blijft van enige elementaire kennis over gemeentepolitiek). De andere krant die ons ietwat heeft geïnformeerd is “Het Nieuwsblad” van 2 januari, maar we vonden enkel een online-versie van Bas De Wilde (om 16u13 van die dag gepubliceerd) en geen print.
Margot noteert bij monde van de burgemeester dat stad en deelgemeenten in deze legislatuur de grootste investeringen ooit kenden voor Kortrijk. “Goed voor 363 miljoen euro.”
Dat getal is wat afgerond, in “Het Nieuwsblad” houdt Bas het met 363,2 M al wat nauwkeuriger. Het gaat namelijk om 363.241.706 euro. Maar goed, daar vallen we niet over. We willen vooral onze bekommernis uitdrukken over het feit dat de reporter(s) evenwel niet in staat zijn om hierbij de burgemeester te wijzen op een ernstige onnauwkeurigheid. Een grove fout die zeer misleidend is.
Dat fameuze bedrag aan investeringen vindt men in het recent aangepaste (vierde) meerjarenplan en slaat op uitgaven uit de periode 2020-2025. Dat is dus helemaal niet “de huidige legislatuur”!! Die loopt namelijk van 2019 tot en met 2024.
Het is dus zo dat de huidige bestuursperiode niet eens is afgelopen: het jaar 2024 is pas begonnen en van 2023 kennen we zelfs nog geen jaarrekening, met het juiste bedrag van de reële investeringsuitgaven. (Dat zal waarschijnlijk en ten vroegste in de maand mei gekend zijn.)
Vergeet die 363 M dus maar, dat getal slaat nergens op.
De burgemeester mag dat nooit meer vertellen hoor ! Anders heeft hij met mij te doen !

Onze journalistiek-deontologische plicht heeft er ons toe gedreven om te berekenen wat er – in deze legislatuur al – daadwerkelijk is besteed aan investeringen. Dit alles ten behoeve van de burgemeester, zodat hij de kiezer in de toekomst ten minste wat accurater kan informeren. We hebben op basis van de reeds gekende jaarrekeningen allereerst de som gemaakt van de werkelijke gedane investeringen in de jaren 2019 tot en met 2022. De eerste vier jaren van deze legislatuur. Uitkomst?? 158.544.753 euro.
Maar nu moet u alleszins eens weten wat het stadsbestuur voor diezelfde jaren had begroot!
Dus wat Quickie ons allen (in de pers) in het verleden had beloofd van te verwezenlijken. We noemen dat: het budget. Wat we van plan zijn om te doen. Welnu: initieel is er voor de jaren 2019 tot en met 2022 globaal voor 248.742.449 euro gebudgetteerd. Dat is: voorgenomen, geraamd. Dat is net wat de burgemeester ons het liefste voorschotelt.

We kunnen dus nu ook duidelijk zien wat er in die eerste vier jaren van deze bestuursperiode in werkelijkheid is gepresteerd: een realisatiegraad van gemiddeld 63,73 procent.
Deze ongemakkelijke waarheid zal je nooit ofte nooit horen verkondigen door onze zittende burgemeester. Want dan zou hij – tegen zijn machiavellistische aard in – de ware waarheid moeten proclameren. Dat is hem te machtig. Feiten niet vertellen is ook niet koosjer. Het is: bedriegen.

Goed. De legislatuur is nog niet ten einde.
Om het bedrag te kennen van de investeringsuitgaven over heel deze bestuursperiode moeten we ook rekening houden met de uitgaven die we reëel deden in 2023 en dit jaar 2024 zullen doen. Maar die kennen we nog niet. We weten op dit ogenblik wat de burgemeester ons (via ‘Het Nieuwsblad’) diets maakt voor 2024: zegge en schrijve voor 100 miljoen investeringen. Weerom mooi afgerond, zo onthoudt men dat het best. Het officiële meerjarenplan is wel nauwkeuriger: 98.711.8811 euro. En voor 2023 is er voor 85.017.250 euro begroot. Ja, ongezien veel is dat.

Beste lezers,
Het spijt ons.
We geloven, kunnen niet geloven dat men die twee begrote investeringsuitgaven in werkelijkheid zal kunnen realiseren. Samen zou dat gaan om een geraamd bedrag van 183.729.061 euro. Men zou dus in twee jaar tijd een bedrag willen investeren dat hoger ligt dan wat men in (de eerste) vier jaar kon realiseren.
Voor het voorbije jaar konden we trouwens in de praktijk nagaan hoe het zit met de voortgang inzake investeringen. Er bestaat immers zoiets als een semesterrapport (door geen enkel gemeenteraadslid besproken.) Volgens dat rapport hadden we op 30 juni (dus halfweg) van vorig jaar al 67.307.370 euro vastgelegd (aangewend) maar is slechts 31.034.049 euro geboekt (aangerekend).
Door te vergelijken met het budget van dat jaar kun je dus nagaan wat er in dit nu afgelopen tweede semester van 2023 nog moest gedaan. Is het gelukt? Burgemeester zwijgt daar wijselijk over. Ja, nu de verkiezingen naderen jagen alle gemeentebesturen zich op. Vraag is of de aannemers wel meekunnen in de race.

De burgemeester beweert nog (in HN) dat we in deze tweede legislatuur voor 50 procent méér zullen presteren dan in de vorige legislatuur.
Kortrijkwatcher heeft zich weer aan het werk gezet om deze bewering te staven.
– In de nu lopende legislatuur besteedden we in de eerste vier jaar in werkelijkheid al 158.544.753 euro, plus hopen we nog 183.729.061 euro te verteren in 2023 en 2024. We geloven daar niet in maar zijn coulant en zeggen dat stad in deze periode dus waarschijnlijk in totaal voor 342.273.814 euro zal investeren.
De vorige legislatuur van deze tripartite liep van 2013 tot en met 2018.
Voor hoeveel geld is er in deze tijdspanne daadwerkelijk aangerekend? (Gelukkig vonden we ons archief nog terug.) We zeggen en schrijven: 127.173.235 euro. En wat hadden we toen initieel begroot? Voor 227.940.731 euro. Realisatiegraad? 55,79 procent. Weerom een gegeven waar we van onze Machiavelli niets zullen vernemen. Weet onze pers nog dat onze kandidaat-burgemeester het in zijn kiescampagne toen in 2012 had over een ongeziene investeringsgolf die Kortrijk zou overspoelen? Zijn bestuur bestempelde als een “investeringscollege”? Quickie is zijn belofte niet nagekomen. De kiezer is bedrogen.

Beste lezer, bereken maar zelf of het stijgingspercentage van 227,9 M naar de verhoopte 342,2 M zowat 50 procent bedraagt? Misschien klopt dat wel ongeveer, als we ten minste toch willen geloven wat voor hoge bedragen voor de jaren 2023 en 2024 is begroot. (Quid non. We mogen al zéér blij zijn als er voor 80% wordt gerealiseerd.)
Ons interesseert hier echter vooral weer hoe de burgemeester ons opnieuw belazert met die vergelijking tussen zijn eerste en tweede legislatuur.
Ten eerste is de stijging van de investeringsuitgaven (overal te lande) te wijten aan diverse externe factoren.
Allerhande subsidies van hogere overheden zijn hoger en talrijker geworden zodat lokale besturen meer geneigd zijn om projecten op te zetten. Voorts sloeg de inflatie toe zodat de bouwkosten (materiaal, lonen) fel toenamen. En zo zijn er nog redenen aan te geven waarom gemeenten in deze periode hogere investeringsuitgaven hebben begroot. We gaan daar nu niet op in. Een actuaris zou daar een kluif aan hebben om het effect van externe factoren (niet van beleid) op het stijgingspercentage van de investeringsbedragen te achterhalen.
Maar we moeten de loze bewering van onze burgemeester ontmaskeren met een heel fundamentele reden.
Vincent Van Quickenborne vergeet nu een keer totaal dat in de tweede bestuursperiode vanaf 2020 in het stadsbudget nu ook is ingecalculeerd wat het OCMW, de twee AGB’s en de zeven gemeentelijke vzw’s zoal hebben geïnvesteerd. Dat vermeldt hij niet, en geen journalist die dat inziet. De kiezer wordt bedrogen en belogen.
Machiavelli zou hem voor deze APOSIOPESIS, deze RETICENTIE zéér hartelijk gefeliciteerd hebben.

We willen wel even de opmerkelijke financiële repercussie van deze verzwijging illustreren met een praktisch voorbeeld.
In 2019 was de inkanteling van het OCMW in het stadsbudget nog niet van toepassing.
Kijk nu eens.
In dat jaar vermeldt het stadsbudget een investering van initieel 38.916.234 euro. Met de investering van het OCMW er bijgeteld wordt dat plots niet minder dan 53.792.432 euro.
In de jaarrekening van dat jaar 2019 gaat het van 20.278.531 euro als stadsinvestering naar 30.674.087 euro met het OCMW erbij.
Begrijpt u nu waarom de investeringen – volgens onze machiavellistische burgemeester – op ongeziene wijze (met 50 % !) zijn gestegen in deze laatste bestuursperiode?
BEGRIJPT U NU HOE HIJ LIEGT DOOR “VERZWIJGING”?

Wat de kiescampagne (de propaganda) betreft doet er zich een probleem voor wanneer men iets deftigs wil zeggen over investeringen. De werkelijke uitgaven voor het laatste jaar van de legislatuur kennen we slechts lang na de verkiezingen: pas in mei 2025…

P.S.
Zoals gezegd geven we in een volgende editie voor de diehards inzake gemeentefinanciën een serie van cijfergegevens in detail. Misschien moet er iets gecorrigeerd?













Wanneer zal dit stadsbestuur nu een keer ophouden met liegen??? (1)

Verdorie, we zitten op een doorregende, rustige vrijdagnacht wat kranten te lezen en stootten op de lokale berichten over Kortrijk alweer op flagrante politieke leugens, zo flagrant dat we niet begrijpen dat men die durft publiekelijk debiteren.
Het gaat over de investeringen voor dit jaar, meer speciaal over wat onze burgemeester Quickie weerom op machiavellistische wijze wijsmaakt aan de onze plaatselijke reporters (en dus aan de Kortrijkzanen) over de gedane investeringsuitgaven tijdens deze en vorige legislatuur.
Wat er ons daarenboven stilaan waarlijk hondsdol maakt is dat die persjongens en meisjes dat allemaal slikken. Dat ze niet de moeite doen om ook maar één cijfer (een dossier) te checken. Zelfs pure onzin uitkramen.
Ons weekend is naar de knoppen.
We moeten het weer allemaal zelf doen.
Wordt dus vervolgd…

Quote van de dag: “kanttekening”

We zijn nog altijd aan het dubben of we wel zullen verhalen over de laatsleden gemeenteraad van 4 december die een “koninginnedebat” moest worden, gewijd aan het nieuwe, aangepaste meerjarenplan 2020-2027. We zijn er nog altijd niet goed van. De inhoudelijke kwaliteit en het formele verloop van de gemeenteraad heeft namelijk een dieptepunt bereikt. En we hebben redenen om te betwijfelen of de raadsleden dat zelf beseffen.
Nu, intussen kunnen we het niet laten om te verwijzen naar de “quote van de dag”, ditmaal te vinden in ‘Het Laatste Nieuws” van vandaag 7 december op pag.23 en geuit door – wie anders – onze 0.00%-journalist Peter Lanssens.
Het Schepencollege pakt maar weer eens uit met een triomfantelijke aankondigingspolitiek. (Weer komisch om te zien hoe de schepenen Maddens en Weydts in de gazetten proberen om de eer naar zich toe te trekken.)
Het gaat erom dat de stad Kortrijk, én De Lijn én het Vlaams Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) op sinterklaasdag een samenwerkingsovereenkomst hebben “bekrachtigd” om tegen 2029 nog wel te zorgen voor de sinds lang beloofde nieuwe, betere verbinding tussen het centrum en Hoog Kortrijk.
(De vorige generatie had het er al over.) Nu met dat – ook al lang geleden bedachte, unieke Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV), nl. de elektrische trambus. Voorts is er nog sprake van een tweede stelplaats voor De Lijn, een P&R parking, een bredere brug over de E17, en natuurlijk een totale heraanleg (‘omvorming’) van de Doorniksewijk. Dat moet een Champs-Elysées worden! (We hebben altijd gedacht dat hiermee een andere straat was bedoeld: die tussen de Grote Markt en het Casinoplein.)
Bij wijze van inleiding schrijft reporter (lps) nog dat “alle neuzen nu in dezelfde richting staan en er ook een tijdspad” is uitgetekend.
En dan komt het. Volgende laconieke zin, letterlijk: “Kanttekening: er is nog geen budget.”

Ja zeg, KANTTEKENING !! Wie houdt men hier voor de gek?
We mogen dus veronderstellen dat De Lijn (net als AWW?) geen geld heeft, net zoals vroeger al is gemeld. Wie weet dat nog? In februari 2020 heeft De Lijn aan stad laten weten dat de studie X20/N50.73/ ‘on hold’ werd gezet. Er was nog nergens geld voor. (Het stadsaandeel bedroeg toen 650.000 euro!)

P.S.
We hebben ook een kanttekening. Gazetteschrijvers (en schepenen) moeten op hun woorden letten.
Wie aandachtig het bericht leest over de zaak op de website van Stad leest daar dat de samenwerkingsovereenkomst nog moet geconcretiseerd.


Naschrift
Gewoon uit een onoverkomelijke, ziekelijke nieuwsgierigheid hebben we een keer de jaarlijkse aangepaste Meerjarenplannen (MJP) doorploegd op zoek naar de begrote uitgaven voor het actieplan 2.4.6. Dat slaat op de post “heraanleg Doorniksewijk en Doorniksesteenweg i.f.v. trambus“.
Hierna dus de jaarlijks geraamde uitgaven van Stad voor dit project. De bedragen zoals voorzien in het oorspronkelijke MJP goedgekeurd eind 2019 tot en met de recente, vierde aangepaste (A)MJP. Dus achtereenvolgens krijgt u de begrote uitgaven voor de vijf meerjarenplannen van 2020 t/m 2025. Zie eens wat een absurde schommelingen er zich hebben voorgedaan.
– Oorspronkelijk MJP van 2020: over heel de periode tot 2025 nog géén uitgaven voorzien.
– Eerste AMJP: nul/80.000/10.000/24.694/24.594
– Tweede AMJP: 300.000/96.000/40.000/25.306
– Derde AMJP: 300.000/99.200/48.000/96.000/101.850
– Vierde AMJP: 3.200.000/24.800/88.060/90.045/90.045
– Vijfde AMJP: 2.200.000/nul/113.940/63.955/63.955

Dat waren geraamde bedragen.
Nu nog eens kijken wat men reëel heeft uitgegeven?
Voor de lopende bestuursperiode komen twee (gekende) rekeningen in aanmerking.
– In 2021 dachten we dus initieel om 80.000 euro uit te geven, maar dat vonden we aan het eind van het jaar teveel en begrootten we slechts 10.000 euro. Uiteindelijk gaven we toch 24.694 euro uit.
– 2022 dan. Initieel begroot: 40.000 euro. Dat werd herleid tot 25.306 euro. Werkelijk besteed: 20.656 euro.
We gaven dus voor dat project in twee jaar tijd 45.350 euro uit. Waaraan juist? Dat weten we niet.
De jaarrekening 2023 is nog niet gekend. Hiervoor is het wachten geblazen tot mei volgend jaar.







P.S.


En nu iets over de bouwkost van de deelfabriek (6)

Ja, dat waren we waarlijk nog vergeten in ons overzicht van het dossier “herinrichten en herontwikkelen van de oude brandweerkazerne”. In dit verband willen we terloops wel eens stellen dat we zelden een zo slordige weergave van het verloop van een project in de documenten van de gemeenteraad en het het schepencollege hebben gezien. Een onmogelijke wirwar van verschillende geraamde bedragen en subsidies, soms zelfs in één dossier. We vonden ook ergens een foutieve samentelling van een serie kosten, maar het verschil bedroeg slechts enkele centiemen. Een andere keer wordt verwezen naar een Collegebesluit op een verkeerde datum. Wat de werken (en de kosten ervan) betreft blijkt dan plots dat die in fasen zijn gesplitst, en dat er “nevendossiers” zijn. Er is ook een onvoorstelbare vertraging geweest van de werken, terwijl over een mogelijke verantwoordelijkheid van de aannemer niet (meer) wordt gerept.
En ja, dan is er nog die ongelooflijk kloof tussen de (geraamde) initiële prijs en de reële finale kostprijs.
Kort, maar dan zéér kort geformuleerd, om te kunnen onthouden: van 3 naar 6 miljoen.
Irritant om vandaag te constateren is intussen OOK NOG het verschil tussen de vastgestelde uitgaven en inkomsten in oktober 2021 (bij de gunning van de werken) en wat te lezen valt op de website van Stad. Zie nog onderaan deze bladzijde.

Bon.
We gaan het nu hebben over wat genoemd wordt “de algemene aanneming“. (Over de studieopdracht, gegund aan de cvba “Trans Architecten Stedenbouw”, hadden we het vroeger al.)
Als we het goed voor hebben omvatte die “algemene aanneming” volgende werken:
– grond- en rioleringswerken, ruwbouw en dakwerken, buitenschrijnwerk, binnenafwerking en omgevingsaanleg;
– HVAC en sanitair;
– elektriciteit.
Daarin is inbegrepen wat men noemt “het te vermarkten gedeelte“, maar we weten niet wat dat is.
Misschien alles wat niet te maken heeft met de (her)localisatie van de dienst ‘nette stad’ in de loodsen aan de zijde van de Rijkswachtstraat? (De kostprijs daarvan is geraamd op 270.00 euro, excl. btw.) Dus de ruimtes voor private gebruikers?

* Niet inbegrepen zijn de specifieke gedeeltes als vast meubilair. Daar is een afzonderlijk dossier voor opgemaakt, maar dat konden we helaas nergens terugvinden.
* Ook niet inbegrepen in de aanneming is het ‘nevendossier’ gevelrestauratie. Dat gaat over de ’tuighuizen’. Ook dat is een apart dossier waarvan we weten dat de architect ervan Delaey was en dat de werken in april 2021 werden toegewezen aan de NV Arthur Vandendorpe uit Zedelgem voor 758.899,62 euro. Curieus: de raming was véél hoger! (Daar zou een premie zijn goedgekeurd door het Agentschap Onroerend Goed ter waarde van 306.000 euro.)
* En ook niet inbegrepen in de opdracht is een verwijdering van asbest die is uitgevoerd voor 20.644 euro, excl. btw. Geen info over enige aanbesteding gevonden.

De uitgave van de opdracht is door het College in mei 2021 geraamd op 2.607.246,42 euro, oftewel incl; btw op 3.154.758,17 euro. (In de ontwerpfase lag die raming véél hoger, men heeft een besparingsronde doorgevoerd door enkele architecturale ingrepen.)

Uiteindelijk werd de “algemene aanneming” gegund aan “Maatschap Bouw-Tec” uit Rekkem voor en bedrag van 3.718.956,95 euro. Dat is een meerkost van 729.455,36 euro en dit terwijl de prijs van een ingediende (niet verplichte) variante nog hoger lag. Vandaar dat in afwachting van een budgetwijziging enkel de werken van “fase 1” konden toegewezen en opgestart.

Overzicht van de kosten, zoals vastgesteld in oktober 2021:
Awel ja, voor de volledigheid en ter documentatie, in afwachting van de definitieve verrekening, en in vergelijking wat de website van Stad op heden vermeldt.
1. Bouwkosten:
– fase 1: 4.58.754,90
– fase 2: 847.105,88
– gevelrestauratie: 945.422,00
2. Erelonen:
– fase 1: 440.568,64
– fase 2: 84.710,59
– gevelrestauratie: 68.325,52
3. Bijkomende projectkosten/ 186.232,11
TOTAAL KOSTEN: 6.731.119,64 euro

Overzicht inkomsten, zoals vastgesteld in oktober 2021:
1. Agentschap Onroerend Erfgoed:
– standaardpremie: 85.000
– ? : 306.000,00
2. Provincie: 100.000
3. Rollend Fonds (?): 48.000
TOTAAL INKOMSTEN: 1.939.000 euro

Netto-kost: 4.792.119,61 euro.

WAT ZEGT DE WEBSITE VAN STAD?
Lang zoeken hoor !
Diverse bedragen, maar in oktober van dit jaar vonden we dit:
Totaal budget: 6.251.567 euro.
Netto: 3,85 miljoen.

BESLUIT
HET WORDT NU TOCH HOOG TIJD DAT SCHEPEN PHILIPPE DE COENE
EEN ACCURATE STAND VAN ZAKEN GEEFT.
(Dan kunnen we hier deze serie afsluiten.)









Daar gaan we weer, over de deelfabriek (5)

In de afgelopen weken werd onze redactie overdonderd door faits divers en belangwekkende actualiteitsberichten. Daarnaast kreeg onze afdeling marketing en reclame overstelpend vele lucratieve advertenties binnen zodat we er niet toe kwamen om ons vervolgverhaal over de nieuwe deelfabriek verder te zetten. U begrijpt dat we voor betaalde advertenties prioritair plaats maken in onze krant.

Over de restauratie en herinrichting van de oude brandweerkazerne verschenen hier in de maand oktober al vier stukken, en die draaiden eigenlijk allemaal rond de wonderlijke evolutie van de kostprijs van het project. Om niet alweer als een negativo over te komen voegden we er altijd en nu weer haastig bij dat geheel onze redactie volkomen achter dit waarlijk innovatief sociaal gebeuren staat. Dat is géén ironie!
Blijft wel dat we ons verbazen over het feit dat schepen Philippe De Coene ooit voorzag dat het project 30,1 miljoen zou kosten (HLN van 19 januari 2019) en het meerjarenplan van dat jaar het bijv. had over 3.833.550 euro miljoen. Let wel: al die initiële bedragen sloegen op de prijs all-in! Terwijl men het nu zonder verpinken heeft over 6.251.561 euro. En dat cijfer kan nog veranderen…
Intussen vergaten warempel nog om het te hebben over het belangrijkste onderdeel inzake de prijs van het project: de algemene aanneming van de herinrichting van de brandweerkazerne.
We zullen er toch weer een apart stukje moeten aan wijden want nu ik ons archiefje doorblader zie ik dat het wat ingewikkelder is dan gedacht. Er waren blijkbaar twee aannemers, en van één ervan vinden we nauwelijks iets terug.
Wordt dus vervolgd.
En om uw geduld niet helemaal op de proef te stellen vlug even dit ter introductie.
De algemene aanneming werd op 11 oktober 2021 gegund aan Maatschap Bouw-Tec uit Rekkem voor 3.718.596,95 euro, inclusief BTW. En het “nevendossier” voor de restauratie van de gevels werd toewezen aan de NV Arthur Vandendorpe voor 758.899,62 euro. En blijkbaar was er nog een dossier over de verwijdering van asbest. Ja, zeg, zo kunnen we nog heel de dag bezig blijven….


Gevonden ! De subsidie van 7,5 miljoen voor Abby (3)

In een vorige editie kon onze gemeenteraadwatcher zich danig ergeren (zo is hij wel) over het feit dat hij nergens een document vond dat erop wees dat de nieuwe “kunst- en tentoonstellingssite Abby” echt zou genieten van een subsidie ter waarde van 7.500.000 euro.
Kwam daar nog bij dat de officiële website van Stad het had over 7.580.000 euro, geschonken door het Fonds Culturele Infrastructuur (FOCI). En als je wat verder leest in de website over het project, dan zie je zelfs ergens een getal verschijnen met een nul teveel: 7.5800.000 euro. (Er is overigens ook nog een meerjarenplan te vinden dat het heeft over 7 miljoen. Onze stadswebsite getuigt traditioneel van veel diversiteit als het om getallen gaat. We verschieten daar niet meer van! )
We weten intussen dat het in werkelijkheid gaat om een investeringssubsidie van 7.500.000 euro, en dat die niet komt van FOCI.
Inmiddels nog ontdekt waarom het juist om 7,5 M gaat. Want dat vroegen we ons ook af.
Dat is te kaderen in een toepassing van een Besluit van de Vlaamse Regering (dat al dateert van 16 november 2012) over het toekennen van investeringssubsidies voor “het uitbreiden, verbouwen of verwerven van culturele infrastructuur met uitzonderlijke omvang”. Het artikel 6 daarvan zegt dat die subsidie van de Vlaamse Regering maximaal 60% kan bedragen, en dat de rest van de kostprijs moet gedragen worden door een andere overheid, hier in dit geval dus onze Stad. (Ter info: dit reglement wordt nog deze zomer gewijzigd.)
Als “totaal budget” (blijkbaar de totale kostprijs) voor Abby vermeldt de Kortrijkse website 12.501.487 euro, een andere keer één euro meer: 12.501.488 euro. (Ja, zo gaat dat hier.) Nou, 60 procent van het afgerond getal 12.500.000 euro geeft wel degelijk als uitkomst 750.00 euro.
(Intussen hebben we hier al gemeld dat de totale prijsraming van het project (met erelonen, marges, mogelijke herzieningen en meerwerken) geschat wordt op 14.472.324,66 euro. Zullen we daar 60% van krijgen?)

Uren en uren heeft onze gemeenteraadwatcher veil gehad om uit te vissen in welke officiële bron die subsidie zou kunnen terug te vinden zijn. (Zo is hij wel.) Die verwijzing naar FOCI heeft ons misleid.
We zijn dan maar gaan kijken of er in het relanceplan genaamd “Vlaamse Veerkracht” soms geen investeringssubsidies voor cultuur zijn voorzien. En jawel hoor. Dat investeringsplan wil fundamenteel een serieuze impuls geven aan duurzame economische ontwikkeling maar in het speerpunt “infrastructuur’ bestaat er ook een cluster voor culturele TOPinfrastructuur. En ja, na veel geploeter in digitale papieren op Tinternet vonden we op pag. 429-430 van een document genaamd “Monitoring Relanceplan, – Voortgangsrapport en covernota, meetmoment december 2022” toch een project met de code VV 080 die gaat over een Groeningeabdij in Kortrijk. Met een vastleggingskrediet (VAK) van 7,5 miljoen, waaronder alreeds een vereffeningskrediet (VEK) van 1.242.000 euro.
Zo. We zijn weer op ons gemak.
Hoog tijd (eer de gazetten er een keer over beginnen) om het te hebben over de eerste tentoonstelling die er – naar we hopen – al eind 2024 komt in Abby met als curator Rinus Van de Velde, beeldend kunstenaar.