Category Archives: investeringen

Die realisatiegraden toch!…

De jaarrekening 2021 toont aan dat er vorig jaar effectief 37,02 miljoen euro is geïnvesteerd.
Stad (schepen Kelly Detavernier van de N-VA) gaat daar heel fier over, want dat is 6,3 miljoen of 20% meer dan in 2020. Ja, dat is een vergelijking die schepenen van Financiën altijd het liefste maken.
Om te beginnen was het jaar 2020 al geen succes vanwege corona: er konden toen om enigszins – jawel – aanvaardbare redenen bepaalde projecten niet uitgevoerd. Zoals men dan zegt in schepentaal: een aantal “transactiemomenten van die projecten moesten bijgestuurd”.
Want vergeet niet: voor dat jaar ’20 had het schepencollege in al zijn traditionele, arrogante aankondigingspolitiek voor niet minder dan 61,78 miljoen aan investeringsuitgaven voorzien. We durven het bijna niet meer zeggen: in 2020 gaven we aan investeringen 31,02 miljoen uit terwijl de gazetten vol stonden met de gedicteerde voornemens van het schepencollege om voor 61,78 miljoen projecten te verwezenlijken. Realisatie? 50,2% !!

Procenten geven een duidelijk beeld over de vraag of de realisatiegraad van de investeringen al of niet geflatteerd wordt voorgesteld.
Zie even.
– Als we de daadwerkelijk contractuele uitgaven van de JR 2021 afzetten tegenover tegenover het aangepaste, zgn. “eindbudget ’21” (een minder arrogante, meer nederige tweede raming in het meerjarenplan) van 45,29 miljoen dan krijgen we een opgesmukte realisatiegraad van 82,3%.
– Zetten we dezelfde effectieve uitgaven van de JR21 daarentegen af tegenover het initiëel geraamde, voorgenomen budget (het IB) van 51,74 miljoen, dan is de realisatiegraad plots slechts 60,9%. Dit is de politiek meest eerlijke, waarachtige, ja – soms ontmaskerende vergelijking die valt te maken. Het is immers op basis van dit programma en geen andere bijgestelde beloften dat de tripartite aan de macht kwam.

We kunnen het niet genoeg herhalen: deze tripartite heeft altijd (bij monde van burgemeester Vincent Van Quickenborne) gesteld dat een realisatiegraad van 80 procent (tegenover het IB) als een redelijke, een billijke uitslag is te beschouwen. Dit bestuur zal deze doelstelling in deze bestuursperiode niet halen. En de gazetten zullen dit feit in de aanloop naar de volgende gemeenteraadsverkiezingen NOOIT schrijven.

In een raadscommissie van 3 mei over de JR21 heeft Benjamin Vandorpe (de coming man bij de CD&V) een heel interessante en nooit eerder geziene vraag gesteld.
“Hoe zouden we dit gefinancierd hebben als we hadden geïnvesteerd wat we hadden gebudgetteerd?” En: “wat zouden de gevolgen zijn op een parameter als ‘het budgettair resultaat van het boekjaar?”
Wel, dan zou voor 2021 het investeringstekort een toename hebben betekend van 22 miljoen, en dit zou niet meer kunnen volledig kunnen betaald met kasmiddelen. Het beschikbaar budgettair resultaat zou met -22,9 miljoen negatief geworden zijn. Een assumptie zou dan kunnen zijn dat men voor 25 miljoen aan leningen zou moeten opnemen.

Voortschrijdend inzicht in de ramingen van het nieuwe “Groeningepark” (3)

Uit een vorige editie van deze alternatieve stadskrant kon u vernemen dat de “ontharding” en de aanleg van een nieuw park in de Groeningelaan (ter hoogte van het WZC Sint-Carolus) bij de aankondiging van het project (2020) volgens schepen Bert Herrewyn 450.000 euro (zonder BTW) zou bedragen. Tot onze opperste verbazing (eigenlijk ontsteltenis) vermeldt de website van Stad nog altijd datzelfde bedrag. Zie onder de rubriek “Groeningepark” of Groenigenlaan de “veel gestelde vragen”. Elders vindt men op die officiële website onder de term “technische fiche” een wat nauwkeuriger cijfer: 438.657,38 euro. Dit alles tot op de dag van vandaag ! (De lokale pers houdt het ook nog altijd bij dat bedrag.)
Je acht het niet voor mogelijk want het schepencollege heeft nu (21 februari ll.) ex cathedra verkondigd dat het huidig voorontwerp wordt geraamd op 899.344,75 euro (excl. BTW) of 1.088.207,15 euro (inclusief BTW). Netto (met aftrek van een subsidie van 250.000 euro): 838.207,15 euro.
Wat we niet weten is of het ereloon voor het studiebureau Cnockaert van Wervik daar wel is inbegrepen. Volgens schepen van Mobiliteit Axel Weydts ( ook van “Vooruit” met de SPa.) zou het gaan om 66.516,73 euro maar dat zei hij in HLN van 2 augustus 2020 en dat is wel al heel lang geleden. Is dus zeker niet meer geldig…

Maar speciaal voor de cijfermaniakken onder ons willen we een ander onwaarschijnlijk financieel aspect van het project onder ogenschouw nemen. Met name hoe grillig in de loop der jaren de hoogte van de ramingen voor dat werk (qua omvang en moeilijkheidsgraad uiteindelijk nogal onbenullig) is verlopen. Het zegt waarlijk iets over de bestuurskracht van onze administratie en de eventuele afhankelijkheid van lobbyisten.
We steunen daarbij op cijfermateriaal uit onverdachte hoek: het meerjarenplan (MJPL) 2020-2025, goedgekeurd door de gemeenteraad.

Het oorspronkelijke MJPL gepubliceerd op 4 december 2019
Het actieplan 91.9. vermeldt op pag. 19 (“Parking Groeningeplein verdwijnt en wordt groen”) een investeringsbudget van 1 miljoen euro (dus géén 450.000 euro).
Op pag. 61 vernemen we wat er per jaar zal geïnvesteerd worden.
Let wel: geen bedrag voor bijv. 2021 voorzien terwijl er toen al wat werken werden gepresteerd. Van ontvangsten (subsidies) geen spoor.
2022: 58.330 euro
2023: 861.670
2024: 80.000
Dat maakt dus netjes één miljoen.
Op pag. 148 staat in het schema T3 (stand van zaken) dat er nog niets is gerealiseerd sinds de opmaak van dat MJPL.

Eerste aanpassing van het MJPL alreeds gepubliceerd op 14 december het jaar 2020
Op pag. 22 vermeldt men een eerste wijziging: de uitgaven stijgen met +26.517 euro. Totaal wordt nu: 1.026.517 euro. (De publieke opinie meent nog altijd dat het gaat om 450.000 euro aan uitgaven.) Géén ontvangsten aangegeven.
Pag. 79 de uitgaven per jaar. Plots zijn er nu uitgaven geraamd voor de jaren 2020, 2021 en zelfs het jaar 2025.
2020: 33.738 euro
2021: 88.485
2022: 411.435
2023: 186.287
2024: 141.257
2025: 165.314
Het totaal klopt: 1.026.517 euro uitgaven.
Schema T3 pag. 183 zegt dat er nog niets is uitgegeven en dat er dus nog 1.026.517 euro dient gerealiseerd tijdens dit MJPL.

Tweede aanpassing (en laatste, meest recente) gepubliceerd op 6 december 2021
0p pag. 26 is er ietwat abusievelijk sprake van “heraanleg parking Groeningelaan”.
Er zijn wijzigingen. +230.000 nieuwe uitgaven. Geen uitleg. Maar voor het eerst horen we van de verhoopte ontvangsten: 250.000 euro. Bruto uitgave wordt nu 1.256.517 euro. Netto: 1.006.517 euro.
Op pag. 78 luidt de hoofding gelukkig: “Parking Groeningelaan verdwijnt en wordt groen. Het park wordt heraangelegd.” De bedragen verschillen weer grondig van het vorige MJPL.
2020
Ontvangsten: 75.000
Uitgaven: 10.718
Saldo: 64.282
2021
Ontvangsten: nul
Uitgaven: 60.842
Saldo: 60.843
2022
Ontvangsten: 60.000
Uitgaven: 91.965
Saldo: 31.965
2023
Ontvangsten: 115.000
Uitgaven: 714.393
Saldo: 599.393
2024
Ontvangsten: nul
Uitgaven: 378.5598
Saldo: 378.598
2025
Plots niet meer vermeld…
We tellen samen.
Voor de periode 2020-2024 raamt dit MJPL de bruto uitgaven op 1.256.516 euro en de netto uitgaven op 1.135.080 euro.
Wat zegt schema T3 op pag. 166 over de stand van zaken?
– Reeds gerealiseerd: 10.718 euro.
– Nog te realiseren: 1.245.799 euro.

Besluit

  • Curieuze boekhouding, nietwaar?
  • Vergelijk nu eens de uitgaven van het laatst opgemaakte MJPL met de meest recente ramingen. van het schepencollege.
    Een MJPL is eigenlijk een lachertje. Of niet?? Want ja – men leert er de intenties van het College uit, en kan dan nagaan wat er effectief wordt gerealiseerd.
















“Haast en spoed is wél goed !” zeggen andere bewoners van de Groeningelaan (2)

Ja, dat is een schijnbare paradox en dus oplosbaar.
In een vorige stuk vonden de bewoners van de Groeninegelaan het godegeklaagd dat het project “ontharding” van de parking en de aanleg van een park aldaar zoveel jaren kon (kan) aanslepen. Er zullen namelijk tussen de aankondiging van het plan en het eind van de werken (medio 2023) niet minder dan drie jaar verlopen. (Bedenk intussen dat het – och arme – om een oppervlakte gaat te vergelijken met 1/3de van een voetbalveld.
Bon.
Waarom kan haast en spoed dan wél eens geboden zijn bij openbare werken?
Omdat met de jaren allerhande prijzen stijgen, tiens. Denk aan inflatie, loonstijgingen, bijkomende werken (wegens voortschrijdend inzicht) met continu nieuwe voorontwerpen. Nieuwe “hoeveelheden”!
En in dit kader bekeken zal u dit waarschijnlijk niet kunnen geloven.
Bij de aankondiging van het project (bijv. in augustus 2020 op Facebook) beweerde schepen van groen en zo, Bert Herrewyn (SP.a), zonder verpinken dat het werk 450.000 euro (exc. BTW) zou kosten.
En – geloof het of niet – diezelfde prijs staat NU nog altijd en tot op de dag van vandaag vermeld op de website van stad !
En hoever staan we nu, dat is een vraag die op uw lippen brandt zeker? (Een prijs die nog altijd door geen enkele plaatselijke gazet is vermeld.)
We gaan het eens luidop zeggen, tot op de komma.
Het huidig voorontwerp wordt geraamd op 899.344.,75 euro zonder BTW, of 838.207,15 euro met BTW.
O ja, binnen het subsidietraject “Vlaanderen breekt uit” (geld voor de ontharding!) krijgen we van hogerhand 250.000 euro, wat maakt dat de nettoaanlegkost 838.207,15 euro bedraagt.

Beste lezers en bewoners van de Groeningelaan,
Eigenlijk weet u nu genoeg, maar voor de cijferaars onder ons geef ik in een volgend stuk toch maar eens een overzicht van de (grillige) evolutie van de geraamde kostprijs voor het project. Een wonderlijke geschiedenis die veel zegt over onze (rekenkundige) administratieve diensten en tevens inzicht geeft over de kundigheid van de projectontwikkelaar.

(Wordt dus nog wat vervolgd.)



“Haast en spoed is zelden goed,” zeggen de bewoners van de Groeningelaan (1)

De bewoners zeggen wel nog veel meer hoor , maar daar hebben we het later over.
Nu gaat het hier om de timing van de werken aan de Groeningelaan.
Op een geforceerde ludieke manier is op 1 september 2020 publiek gemaakt dat men de parking aan de Groeningelaan (tussen de Veemarkt en het Groeningemonument “de maagd van Vlaanderen”) zou ontharden om er een park van te maken. Men gebruikte de term “ontharden” in plaats van “aanleg groen park” omdat zo’n betiteling van het werk dan kan genieten van subsidies van de hogere overheid.
Op 24 augustus van dat jaar 2020 is ook een bewonersbrief gepubliceerd.

Men wil dus de grondbedekking (asfalt) van de site aldaar van 2.870 m² reduceren met 80% tot 640 m². Het aantal parkeerplaatsen zou herleid worden van 118 naar 40 plaatsen. Het park zal bestaan uit drie zones (soms zegt men vier, als men er een “ontmoetingsplaats bij rekent.)
Om wat goodwill bij de omwonenden te kweken is intussen de bestaande parking in september 2020 reeds gedeeltelijk ingenomen als verblijfplaats voor de basisschool Sint-Jozef, het WZC Sint-Carolis en de buurtbewoners. Zodoende is er daar nu een speeltoestel, zijn er moestuinbakken, wilgentunnels, een petanqueveld te vinden.
Medio 2020 is het bureau Cnockaert uit Wervik aangesteld als ontwerper, samen met landschapsarchitect Katinka t’ Kindt. Het voorontwerp kon eind december 2021 voorgesteld aan de ruime buurt en werd naar men zegt positief ontvangen. (Op de website van stad over het project zijn bij het punt ” bevraging” enkel de percentages van de respondenten vermeld, zonder hun antwoorden op de gestelde vragen.)
Dat voorontwerp is door het schepencollege in oktober 2021 goedgekeurd.
Aan dit voorontwerp is de afgelopen maanden door het ontwerpbureau hard verder gewerkt en sinds 21 februari van dit jaar 2022 is het omgevingsdossier eindelijk gereed geraakt. (Er zijn geen grote wijzigingen aangebracht. De zone rond de maagd van Vlaanderen is uit het projectgebied gehaald. Uitgesteld tot er een “totaalvisie is uitgewerkt. Praktisch zeker opnieuw werk voor het studiebureau.)
Hoe ziet de timing er nu uit?
Volgens de website van stad zijn of waren er zeven fasen voorzien.
We slaan er vier over en beginnen met wat er NU staat te gebeuren:
– fase 5 (dit voorjaar): bouwvergunning (= omgevingsvergunning) en aanbestedingsprocedure;
– fase 6 (deze zomer): selectie van de aannemer;
– fase 7 (najaar): ontharding en “uitvoering van de werken”.
De opstart van de werken zal dus volgens de laatste berichten gebeuren na het bouwverlof maar heel het gebeuren zal duren tot medio 2023.
Jawel, we zijn dan drie jaar verder, sinds we voor het eerst kennis konden nemen van het project.

Als u een keer een Chinees zou tegenkomen, vraag hem dan eens in hoeveel weken met dit werkje in zijn land zou opknappen. Heel goed denkbaar dat hij antwoordt: “almost four days.”



Lage realisatiegraad van de investeringen en “de capaciteit aan projectieleiders”


Vanavond 6 april om 19 uur dus alweer gemeenteraad. Een héél speciale, belangrijke want gewijd aan de tweede aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 (AMJP-2).
Kortrijkwatcher zal het daar natuurlijk nog over hebben, na gehoord te hebben wat er allemaal is verteld in de Raad, en alleszins na lectuur van de mogelijke verslaggeving van onze plaatselijke reporters. (Altijd interessant, ook als ze niks schrijven!)

We kunnen het evenwel nu al niet laten om te wijzen op enkele intrigerende zinnetjes op pag. 167 uit dat nieuwe AMJP-2.
De tripartite zit met één zaak (van de vele) opnieuw zéér verveeld: de lage realisatiegraad van de investeringen in dit aflopend jaar 2021.
In het initiële meerjarenplan (MJP-nul) budgetteerde men de investeringen al heel hoog op 51,74 miljoen.
En bij de eerste aanpassing van het plan (AMJP-1) zag men het zelfs nog grootser: nu zou men voor 61,24 miljoen investeren. Een ongezien bedrag.
De tweede aanpassing van vandaag (AMJP-2) is inmiddels al veel discreter: men beoogt een meer nederig bedrag van 45,29 miljoen euro te verwezenlijken. (De jaarrekening 2021 zal nog moet uitwijzen of dit streefcijfer wel zal gehaald worden. Dat weten we normaal pas in mei 2022 – of zelfs later.)

Hoe legt de tripartite die lagere raming nu uit?
Vooreerst met enig jargon: “de transactiemomenten zijn geëvalueerd en bijgestuurd”. Dat wil gewoon zeggen dat een of ander werk, of dienstverlening of levering niet (op tijd) kon doorgaan.
Er zijn externe oorzaken:
– de Corona-crisis (dat is een klassieker);
– een recente oververhitting van de bouwsector (haha, aannemers hebben nu plots elders teveel werk?);
– moeizaam verloop van offertes of overheidsopdrachten die moeten hernomen worden (wiens schuld?);
– moeizaam verloop van grondverwerving;
– etc.

Maar het stadsbestuur erkent ook een interne oorzaak van de lagere raming: de capaciteit van de projectleiders die nog in uitbouw is. (Men beweerde ooit dat vanwege corona geen aanwervingen – testen – konden gebeuren.)
Vandaar: “Om de realisatiegraad te verhogen in deze budgetronde is beslist de capaciteit aan projectleiders nogmaals uit te breiden met 3 VTE.
Hoeveel van die leiders er nu al ter beschikking staan en om welke projecten het zal gaan of reeds gaat wordt niet gezegd.

Een stad die durft ! (2)

Onderaan het stuk (bij het P.S.) een aanvulling over kostprijzen.

In het kader van het grootse project tot het realiseren van een “Kunst- en Tentoonstellingsruimte” rond het abdijgebouw in het Begijnhofpark vindt men het nodig om het achterliggend gedeelte van drie huizen in de Groeningestraat te slopen. Het gaat om de nummers 38, 40, 42. In totaal wordt er bijna 5.800 m³ met een footprint van iets minder dan 820 m² gesloopt.

Gedurfde ingreep 1: splitsing van de omgevingsvergunningen.

De omgevingsvergunning voor wat betreft de sloopwerken betreft is goedgekeurd door het College op 30 augustus.
De eigenlijke ontwikkeling van de site (nieuwbouwdelen, verbouwingen, omgevingsaanleg) was niet openomen in die goedgekeurde aanvraag.
Op zich is dit al niet evident en gedurfd. De sloop- en demontagewerken zullen dus pas kunnen aangevat nadat ook een aanvraag tot omgevingsvergunning voor de hele site werd ingediend en ontvankelijk verklaard.
Die opsplitsing van aanvragen motiveert het stadbestuur met de gedachte dat een voorafgaande sloop de mogelijkheid biedt om het archeologisch onderzoek (dat lang kan aanslepen) vlug te starten en vlot uit te voeren.
Het College hoopte in mei van dit jaar nog dat men in december zou kunnen starten met de afbraakwerken en in februari 2022 met het archeologisch traject.
Maar die timing is blijkbaar drastisch veranderd.
De uitvoering van het sloopdossier is nu pas voorzien vanaf februari 2022 en zal verlopen in twee fasen: de afbraak van de huidige gebouwen én de grondwerken, gecombineerd met archeologische opgravingen. Deze werken zullen waarschijnlijk vier maanden duren. De eigenlijke bouwwerken starten dan in augustus 2022 en zullen duren tot in het voorjaar 2024 . En toch hoopt men nog altijd op de opening van de nieuwe site in september 2024.

Gedurfde ingreep 2: slopen van (een deel van) een pand dat stad niet bezit.

We vroegen aan de bevoegde schepen of de panden nummer 38, 40, 42 in de Groeningestraat wel behoren tot het patrimonium van de stad. Na enig aandringen kregen we van zijn administratie de mededeling dat “de gebouwen met uitzondering van nr. 38 stadseigendom zijn”.
Op de onderliggende vraag naar de eigendomstitels van de nrs. 40 en 42 (datum van verwerving en prijs?) kwam geen antwoord.
Met de eigenaar van het pand nr. 38 zijn natuurlijk gesprekken aan de gang. Dat spreekt.
De juridische vraag blijft. Hoe zal (en kan?) een stad dat oplossen: een pand slopen dat men niet in bezit heeft?

Beste lezer, weet u het soms?

P.S.
– Raming van het sloopdossier: 399.035 euro (incl. BTW)
– Raming van de bouwkost: 9.441.294 (excl. BTW)
– Raming van de totale projectkost: 14.471.894 euro (Incl. BTW en erelonen)
Men vroeg ons hoeveel het archeologisch onderzoek zou kosten. Exclusief BTW is dat geraamd op 119.000 euro, en dit bedrag zou vervat zijn in de totale projectprijs. Inc. BTW zou het gaan om 144.020 euro. Bij dit soort van ramingen vragen wij ons altijd af hoe projectleiders of ontwerpers de kostprijs van dit bijzonder soort van werken kunnen ramen zonder daarbij deskundige externen (archeologen) te betrekken. Die kunnen dan toch niet meer mededingen als kandidaat voor die werken?

Is een inhaalbeweging mogelijk inzake gedane investeringen halverwege het jaar en aan eind van het jaar?


Iets voor de cijferfanaten onder ons…

In onze vorige editie zagen we dat voor dit jaar per 30 juni voor 48,5% van de investeringsuitgaven is vastgelegd (afgesproken) en daarvan 19,7% is geboekt (aangerekend). Interessant zal zijn om na te gaan of men aan het eind van het jaar bijvoorbeeld aan 100 procent vastleggingen kan komen. (70 procent zou al veel zijn…)

Voor vorig 2020 jaar beschikken we over de realisatiegraad halfweg het jaar plus ook over de gerealiseerde uitgaven aan het eind van jaar. We kunnen dus als burger voor het eerst zien of er een inhaalbeweging is gebeurd.

Vorig jaar per 30 juni was er toen voor slechts 38,5% aan projecten vastgelegd (25,84 miljoen).
Hoe was de stand van zaken dan eind van dat jaar?
– Tegenover het initieel budget van 61,78 miljoen euro stond dus een gerealiseerde uitgave van slechts 31,02 miljoen (5 miljoen meer in vergelijking met de eerste helft van het jaar.) Dat is een realisatiegraad van – verschiet niet – van net 50,2 procent.
– Maar daar is een mouw aangepast. In de loop van het jaar 2020 is het eindbudget inzake investeringen waarlijk gedaald tot 35,90 miljoen.
Alles de schuld van corona…! Zo kon de realisatiegraad toen opgesmukt tot 86,4 procent.
Boerenbedrog. Goed gedaan hé?

P.S..
Staat allemaal niet in de pers.




Stand van de realisaties inzake investeringen halverwege dit jaar 2021

Sinds vorig jaar dient stad een semesterieel opvolgingrapport op te maken aangaande de stand van zaken van de prioritaire actieplannen, de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven. Een goede zaak waarover onze lokale pers het alweer niet nuttig vindt om daar aandacht aan te wijden.
Zo komt het dat menig Kortrijkzaan vindt dat het er veel verandert in onze stad…Geen mens kent de realisatiegraden van de gewone uitgaven en ontvangsten of van de investeringsbudgetten.
Wel, hoe staat het daar u mee per 30 juni van dit jaar, en hoe was het halverwege vorig jaar?

Eerst even zeggen dat het uitgavenbudget 2021 voor investeringen na overdracht uit de jaarrekening momenteel 66,11 miljoen bedraagt.
Daarvan is eind juli van dit jaar 32,05 miljoen vastgelegd (er bestaat een verbintenis) maar slechts 13,01 miljoen effectief geboekt (aangerekend). De realisatiegraad inzake investeringen bedraagt dus resp. 48,5% en slechst 18,7%. Maar dat is toch al wat beter dan halverwege vorig jaar met realisatiegraden van resp. 36,5% en 13,1%.

Welke projecten kenden per 30 juni de grootste geboekte uitgaven?
Nogal vaak die van schepen Axel Weydts. Bijv. fietspaden en rioleringen N43 (1,9 M), vernieuwen starten (1,1 M), parking stat ion (819K). Van het onderhoud van gebouwen is nu ook werk van gemaakt (1,2M).

Duivels interessant is het om een keer na te gaan voor welke projecten er halfweg dit jaar nog geen cent is geboekt.
– Heraanleg Doornikseweg
– Fietszone Heule en Marke
– Haalbaarheidsstudie Park 17
– Stadsgroen Marionetten
– Herbestemming kerk Kooigem
– Depot Ruimte-site KGM
– Aanpassing containerparken
– Doortrekken verlaagde Leieboorden
– Corona
– Bovenaanleg plein Texture

Voorts zijn er nog zeer weinig investerinstoelagen aangerekend. Voor slechts 7 procent!
Nog niet geboekt bijv.: dotatie Fluvia en het kazerneringsplan, vele kerkfabrieken, overeenkomst Kortrijk Voetbalt, Natuurbank, Street Art.

De studie (niet de werken) van de herinrichting van de Leieboorden (fase II) is eindelijk gegund (2)

Vorige keer vernam u dat die studiekosten in totaal worden geraamd op 1.019.275 euro en dat stad Kortrijk daar 824.100 euro voor zijn rekening zal nemen.
En nu vraagt u zich af aan welke firma de studie is opgedragen en voor welk bedrag.
Bij de tweede gunning (de eerste was wegens slecht bestek grandioos mislukt) dienden dezelfde drie firma’s als bij de eerste plaatsingsprocedure alweer een offerte in…
De duurste won!
Arcadis Belgium nv met een totaal van 1.164.985 euro (exc. BTW). Dat is dus niet zo heel ver naast de raming (1.019.275 euro.)
Voor de “gedeelten” zijn er toch wel verschillen. Stad komt er wel minder goedkoop vanaf dan gedacht.
– Vast gedeelte (ten laste van stad): 515.583 euro tegenover een raming van 373.700 euro)
– Voorwaardelijke gedeelten ten laste van stad: 515.583 euro tegenover een raming van 450.400 euro
– Voorwaardelijke gedeelten ten laste van de Vlaamse Waterweg: 214.465 euro tegenover een raming van 195.175 euro.

Waarom won de duurste offerte? In een openbare aanbesteding nog wel.
Een andere firma is onregelmatig bevonden vanwege hun aanpassingscoëfficiënt.
En nog weer een andere firma werd opnieuw onvoldoende deskundig bevonden.

Misschien nog even kijken hoeveel Stad in totaal (niet enkel voor studies maar ook voor werken) voorziet in zijn meerjarenplan?
Uitgaven: 7.505.000 euro.
Ontvangsten: 2.150.000 euro.
Dat is allemaal nog niet voor morgen hé.
Voor de voorwaardelijke gedeelten kent Stad zich een termijn van 10 jaar toe…

De studie (niet de werken) over de herinrichting van de Leieboorden (fase II) is eindelijk gegund (1)

Het gaat voornamelijk om de verlaging van de Dolfijnkaai, Handelskaai en de Reepkaai.
De voorwaarden en de wijze van gunnen voor de opdracht (openbare aanbesteding) dateert al van december 2020.
En we heinneren ons een artikel uit ‘Het Nieuwsblad’ van 26 januari waarbij gemeld werd dat de werken al waren van start gegaan, in elk geval bepaalde technische werken.
Bij die gunning van december vorig jaar daagden tegen begin februari dit jaar drie offertes op. Maar op basis van het initiële bestek bleek in het College van 19 april plots dat er geen correcte vergelijking mogelijk was tussen de ingediende offertes in verband met concept en visie. Tevens was de inschatting van de deskundigheid van één van de teams niet mogelijk.
Kortrijkwatcher denkt dat het bestek gewoon niet goed in mekaar stak. In elk geval is er in overleg met De Vlaamse Waterweg een scherper omschreven bestek opgesteld.

Het aangepaste bestek bevat 7 vaste gehelen, waarvan 2 vaste en 5 voorwaardelijke.
De vaste gedeelten slaan op een schetsontwerp voor alle deelprojecten en natuurlijk op de herinrichting van de kaaien. Die zijn geheel en al ten laste van de stad voor resp. 54.000 en 319.700 euro.
Het voorwaardelijk gedeelte 1 slaat op de herbouw van de Leiebrug en kost De Vlaamse Waterweg 146.000 euro.
Het voorwaardelijk gedeelte 2 gaat over de herinrichting van de Handelskaai van de Kasteelbrug tot de Schippersraat/Paleisstraat. Raming 122.600 euro, ten laste van stad.
Voorwaardelijk gedeelte 3: Reepkaai. 163.900 euro. Voor Stad.
Voorwaardelijk gedeelte 4: Kasteelbrug en omgeving. Ook 163.900 euro(°. Voor Stad.
Voorwaardelijk gedeelte 5: herbouw Leiebrug. 49.175 euro. Voor De Waterweg.

Wat opvalt is dat er nergens sprake is van een nochtans beloofde passantenhaven bij de Vismarkt.

Eindtotaal is dus geraamd op 1.019.275 euro waarvan 824.100 euro zal gedragen worden door Stad en 195.175 euro door de Waterweg.
Twee zaken mogen we niet vergeten:
– het gaat om ramingen en zonder BTW;
– het gaat om studies (ontwerpen, opvolging) en NIET om werken.
En wat is het verschil tussen vaste en voorwaardelijke gehelen?
Enkel de vaste ten laste van Stad worden nu financieel vastgelegd. Dat is dus voorlopig slechts 373.700 euro (zonder BTW)
De voorwaardelijke kunnen later via een CBS-beslissing opgenomen. Wanneer? Binnen een termijn van 10 jaar, na gunning.
Een en ander is dus niet voor morgen…

(Wordt vervolgd.)