Category Archives: investeringen

Hoe zullen we de fenomenaal hoge investeringen financieren? (2)

Hierbij volgen we de argumenten van de burgemeester en de financieel directeur, nu met cijfergegevens en ook wat aanvullende opmerkingen.

Financieel draagvlak is goed
De financieel directeur heeft het hier over het exploitatiesaldo. De ontvangsten zijn telkenjare groter dan de uitgaven. De ontvangsten gaan van 213,18 M (in 2024) naar 231,57 M (in 2025). Het BATIG saldo is telkens hoger dan 20.000 euro. Nochtans is het budgettair resultaat VAN HET BOEKJAAR in de periode 2020-2025 slechtst één jaar (2023) positief. Het resultaat op kasbasis (nu genoemd: gecumuleerd budgettair resultaat van het boekjaar) houdt men op +/- 4 M. Maar voor 2020 gaat het om 38 M omdat men er de uitkomst van 2019 bij betrekt, hoewel er nog geen jaarrekening is gekend.

Leningen
Zijn evenwel niet ter sprake gekomen in de raadscommissie.
In de betrokken periode zal men voor 175,1 M leningen ophalen. (3,6 M dient voor doorgeefleningen, dus dat moeten we nog terugkrijgen.)
De aflossingen bedragen 134,4 M.
En daarover wordt ook altijd zedig gezwegen: de financiële schulden lopen op van 207,2 M naar 248,3 M.

Verkoop van patrimonium (zowel van stad als OCMW)
Dat beïnvloedt tevens de positieve autofinancieringsmarge.
Men verwacht in 2020 al de verkoop van Doorniksestraat 166, Goed te Boevekerke, Amsterdams Poortje, Lange Brugstraat 1-3, Spoorweglaan (?).
Voor de gehele bestuursperiode voorziet men aan verkopen 40 M. Ja? (We geven later nog wel eens het lijstje, en dat is nogal lang.)

Retributies
Worden geïndexeerd of verhoogd naar analogie van wat in andere steden wordt aangerekend. Enkele verhoogde tarieven: afhalen bedrijfsafval, huisvuilzakken, DIFTAR, verhuren van zalen, uurtarieven stadspersoneel.
Kijk nu eens. Ontvangsten uit afgifte van administratieve stukken stijgen van 510.000 euro naar 670.000 euro. De verblijfsbelasting (logies) : van 425.000 naar 525.000 euro.

Belastingontvangsten
De aanslagvoeten veranderen dus niet. De aanvullende personenbelasting (APB): 7,9 %. Opcentiemen onroerende voorheffing (OV): 1.102 basispunten.
Niettemin stijgen de ontvangsten van de APB van 25,65 M naar 27,02 M (groeivoet van 2 procent vanaf 2022). OV gaat van 35,99 M naar 41,72 M.(Groeivoet van 3 procent in de eerstvolgende twee jaar.) Waar is de tijd dat de oppositie (SP en Groen) voorstelde om tarieven te verlagen om de spontane stijging te compenseren??

Sterke basiscijfers
De financieel directeur wees daarbij naar de mooie cijfers van de jaarrekening 2018 en het budget 2019.
Ja zeg, zo kunnen wij het ook.
In 2019 daalden de investeringen na budgetwijziging van 38,9 M naar 28,0 M. En de op te nemen leningen dus van 34,9 M naar 25,0 M. Niet te verwonderen dat bijv. het resultaat op kasbasis dan stijgt van 9,8 M naar 21,8 M.
In 2018 idem. De investeringen daalden van 49,2 M naar 26,1 M. Op te nemen leningen: van 53,6 m naar 30,8 M. En de exploitatie-ontvangsten stegen van 137,8 M naar 141,2 M. Terwijl de uitgaven daalden van 122,4 M naar 120,3 M.

Afvloeien personeel
De burgemeester wees daar op. We hebben dat eigenlijk nooit goed kunnen volgen. Maar volgens de krant liet stad in de vorige bestuursperiode 70 tot 80 medewerkers afvloeien. Wat we wel weten is dat de personeelsuitgaven voortdurend stegen. En volgend jaar stijgt het aantal voltijdse equivalenten met 46: van 1.476 naar 1.522.






Hoe zullen we die fenomenaal hoge investeringsuitgaven financieren? (1)

Voor de periode 2020-2025 voorziet het meerjarenplan voor 219.171.191 euro investeringen. Netto (min de ontvangsten) wordt dit 215.026.857 euro.
Laten we er wel even op wijzen dat er in dit onwaarschijnlijk hoge bedrag ook rekening gehouden wordt met de financiële toestand van OCMW en de (AGB’s) Parko en SOK.
En we verwijzen voorafgaand nogmaals op enige heersende scepcis, ook onder de populisten. Zullen die gebudgetteerde (=geraamde) investeringen wel daadwerkelijk gerealiseerd worden? In de vorige bestuursperiode gebeurden jaarlijks talloze budgetwijzigingen (met ‘bijgestelde’ oftewel verlaagde investeringen) en zijn de meerjarenplannen zelfs tienmaal aangepast. Tienmaal !

Tja.
Hoe denkt men die hoge investeringen te kunnen bekostigen?
In een raadscommissie, gewijd aan het nieuwe meerjarenplan, is daar toch enigszins op ingegaan. (Gezagsgetrouw en onwetend als ze zijn reppen onze persjongens daar met geen woord over.)
– Onze financiële directeur Johan Dejonckheere (vroeger zei men: stadsontvanger) vond dat een en ander zeker kon worden opgevangen door de opeenvolgende gunstige exploitatie-uitgaven. Het ‘financieel draagvlak’ ziet er goed uit. Ook de verkoop van stads- en OCMW-eigendommen kunnen een steentje bijdragen. Voorts zijn allerhande retributies geïndexeerd of verhoogd naar analogie van wat andere centrumsteden aanrekenen. En we starten met een sterke basis: zowel de jaarrekening 2018 en de budgetwijziging 2019 vertonen mooie cijfers.
– Onze burgemeester (dat is nog altijd Van Quickenborne) sloot zich aan bij dit laatste. Hij verwees hierbij ook naar het niet vervangen van vertrekkend personeel.
Ook hield hij staande dat het stijgend aantal (en ook meer welvarende) bewoners de belastingontvangsten spontaan doen stijgen.
En aan de kranten liet hij duidelijk weten dat de versnelde ‘vernieuwing’ van de stad zou gebeuren zonder belastingverhoging.
Hij heeft daarbij vanaf het eerste jaar heel prompt drie geheel nieuwe gemeentebelastingen ingevoerd en later nog twee bestaande verhoogd. (Stond nooit in de pers.) We zwijgen intussen nog over de meer recente parkeerbelastingen.
De uitdrukking “zonder belastingverhoging” is pure volksverlakkerij.

In een volgend stuk gaan we wat nader in op de wijze waarop de tripartite denkt de hoge investeringen te kunnen bekostigen. Met het nodige cijfermateriaal.
Straks alweer gemeenteraadsdag! Voor iedereen toegankelijk. (Ja zeker, er zijn nog altijd Kortrijkzanen die dat niet weten. Je kunt de raadsleden ook live in de weer zien op de website van stad.)




De investeringen volgens het meerjarenplan: een nachtmerrie voor de droge cijferaars

Het stond triomfantelijk aangekondigd in alle kranten: de investeringen voor de periode 2020-2025 zouden (volgens een raming!) 291,1 miljoen bedragen. Volledig uitgedrukt: 291.171.291 euro. (WTV heeft daar 300 miljoen van gemaakt…) Vergeleken met de vorige bestuursperiode ging het toen, volgens het College althans, om 217,5 miljoen. (Schepen van Financiën Kelly Detavernier (N-VA) maakt daar gemakshalve 218 miljoen van.) Een verschil van 73,6 miljoen oftewel 33,8 procent. (In het meerjarenplan staat op pag.16: 25,3 procent.)
Aan de hand van die bedragen oppert burgemeester Van Quickenborne van de groots mogelijke populistische tripartite ooit in de ‘De Krant van West-Vlaanderen’: “Wij worden de nachtmerrie van de populisten”.

Zeg, kan het gaan ja?
How dare you??
Vanwaar men het cijfer 218 miljoen investeringen in de vorige legislatuur haalt is ons immers een compleet raadsel.
We hebben nog eens de daadwerkelijk gerealiseerde investeringsuitgaven van stad bekeken, de nuchtere cijfers volgens de jaarrekeningen.
Voor de periode 2014-2019 komen we aan een bedrag van 166,82 miljoen euro.

Ziehier, voor wie nu nog verder wil lezen.
– 2014: 45.236.829 euro. Dit lijkt veel maar het is een geflatteerd bedrag want daar zit de deelname aan een kapitaalsverhoging van Gaselwest in verscholen, zijnde niet minder dan 23,45 miljoen. Zonder dat bedrag gaat het om een investeringsuitgave van 27,72 miljoen voor dat eerste jaar van de vorige legislatuur.
– 2015: 17.561.061 euro
– 2016: 18.596.389 euro
– 2017: 31.237.351 euro (een hopeloze inhaalbeweging)
– 2018: 26.161.987 euro
– 2019: hoogstens 28.035.303 euro.
We zeggen hierbij “hoogstens” want voor dat jaar is nog altijd geen rekening gekend en slaat het cijfer op een raming (het budget).

We tellen samen en komen dus aan 166.828.920 euro gerealiseerde investeringen.
Dat is van een totaal andere orde van grootte dan wat Kelly en de burgemeester beweren. En we zijn hierbij nog coulant ook. We rekenen er de kapitaalsverhoging van Gaselwest bij en het geraamde budget van 2019.
De schepen van Financiën moet op een volgende gemeenteraad toch eens uitleggen hoe zij aan die 218 miljoen euro komt.
Meteen kan zij ook eens toelichten wat de realisatiegraad was van de investeringen toen, jaar na jaar. Dat is de verhouding tussen wat was begroot en wat daadwerkelijk is uitgegeven.

P.S. (1)
Voor de cijferaars onder ons die de ware feiten willen kennen.
We hebben ook berekend wat de netto-investeringsuitgaven zijn geweest, d.w.z. de uitgaven min de ontvangsten. 108.635.437 euro zeg!
P.S. (2)
We weten nu al dat de pers in de volgende jaren niet en nooit zal reppen over de werkelijke realisatiegraad, tenzij die een keer goed zou uitvallen. En geen populist in het College die gelooft dat men in deze bestuursperiode ooit daadwerkelijk 291 miljoen zal spenderen aan investeringsuitgaven.

















Een oude koe: de effectiviteit van de gedane investeringen

Zo’n gemiddelde Kortrijkzaan heeft als enige perceptie dat Kortrijk onder en sinds de vorige bestuursperiode intussen “veel is verbeterd”. Ja, veel is verbeterd. Ja.
Men (m/v) heeft het dan veelal over de verlaagde Leiekaaien en over niet veel andere zaken meer. Weten we veel…
Met de journalistiek volstrekt onbehoorlijke medeplichtigheid van de plaatselijke gazetten is de Kortrijkse burger geheel onwetend gebleven over de effectiviteit (is het doel bereikt?) en de efficiency (lage prijs, geen tijdverlies?) van het gevoerde beleid.
Denk maar eens aan zaken als het kerkenplan, de stationsomgeving, het heel duur uitgevallen politiecommissariaat, de armoedebestrijding, de drie nieuwe belastingen, de perikelen bij VLAS en Fluvia. De besparing van de personeelskosten de daling van het aantal medewerkers? Het nog altijd niet gerealiseerde nieuwe stadsmuseum. Het warrige en financieel ondoorzichtige kunstenbeleid op Buda-eiland. De ontslagen van topambtenaren. We zouden in het algemeen ook steeds meer doen met steeds minder.
Tja. We weten van zeer veel niet veel.

Maar we beperken ons hier en nu tot het meest flagrante en meest fundamentele tekort aan effectiviteit in het beleid tijdens de vorige legislatuur: de lage realisatiegraad van de investeringen. De jaarrekening 2018 is nu gekend zodat we over alle benodigde cijfers beschikken.

Weet u het wel nog?
Het vorige schepencollege riep zichzelf met veel tromgeroffel uit tot de grootste investeringscoalitie aller tijden. De entiteit Stad alléén al zou gedurende zes jaar niet minder dan 160 miljoen investeringsuitgaven besteden.
Is dat doel bereikt?
U krijgt hierna jaar per jaar achtereenvolgens volgende cijfers te lezen:
– het voorziene (bedachte) investeringsbudget
– de werkelijk gedane uitgave volgens de jaarrekening
– de realisatiegraad (een percentage).

2013
– 28,57 miljoen euro
– 11,83 miljoen euro
– 41,4 % gerealiseerd
2014
– 39,93
– 27,72
– 69,4 %
2015
– 48,66
– 17,56
– 36,0 %
2016
– 35,07
– 18,59
– 53,0 %
2017
– 38,92
– 31,23
– 80,2 % (inhaalbeweging)
2018
– 36,81
– 26,6
– 71,0 % (laatste poging om het gestelde doel te bereiken)

De gemiddelde realisatiegraad bedroeg zowat 58 procent.
We werkten met afgeronde, onvolledige getallen. Leesbaarheid…Laat ons zeggen dat er iets als 134 miljoen euro investeringsuitgaven door Stad zijn gedaan in de vorige legislatuur.

N.B.
Deze gegevens stonden of zullen nooit staan in onze lokale gazetten. Kiezersbedrog is dat. Journalistiek-deontologisch complete desinformatie.



Tweede tripartite doet alweer aan volksverlakkerij (2)

Volgens de N-VA-schepen van Financiën Kelly Detavernier zal Stad+OCMW+de autonome gemeentebedrijven(zoals SOK, Parko)+de gemeentelijke vzw’s (zoals Sportplus, de musea) deze lopende bestuursperiode voor 164 miljoen euro investeren. En zij zegt dat dit 11,8 miljoen meer is dan in de vorige legislatuur (152,2 miljoen).
Dat is eigenlijk niet veel!
Wij herinneren ons geheel andere bedragen.

In december 2013 had de vorige tripartite het triomfantelijk over een bedrag van 235 miljoen investeringen vanwege Stad+OCMW+de politiezone VLAS+Parko.
Stad alleen al zou 160 miljoen ophoesten.
(Pas in mei zullen we aan de hand van de jaarrekening 2018 te weten komen of dit begrotingscijfer is behaald. Volgens onze berekeningen zal dit niet lukken aangezien de realisatiegraad van de bestedingen in bepaalde jaren veel te laag was.)

In de gemeenteraad van december 2017 was er sprake van een ware investeringsgolf. Voor de periode van zes jaren (2013-2019) begrootte men voor niet minder dan 278 miljoen euro aan investeringen.
Vergelijk nu maar even dat bedrag met de cijfers van de schepen van Financiën.

Mogen we een keer iets vragen aan Kelly Detavernier?
Vertel nu eens de waarheid over de investeringen in de vorige bestuursperiode. Geef ons tenminste voor Stad en het OCMW – jaar na jaar – de begrote (geraamde) investeringsuitgaven en daarnaast dan wat in werkelijkheid in die jaren is gerealiseerd.
Alstublieft! Doe dat een keer!…









Tweede tripartite doet alweer aan volksverlakkerij (1)

In “Het Laatste Nieuws” van 3 maart (het Kortrijkse ‘ Staatsblad’ van de huidige en vorige tripartite, meer speciaal nu van het zgn. Team Burgemeester) laat de schepen van Financiën de onschuldige Kortrijkse burger weten dat ‘Stad’ tijdens deze legislatuur (tot en met 2014) voor 164 miljoen euro zal investeren. Er zou dan voor 11,8 miljoen meer “uitgetrokken” worden dan in de vorige legislatuur.
Even later bericht de scribent dan in hetzelfde stuk dat het, bij het bedrag van 164 miljoen niet enkel gaat om stadsuitgaven, maar dat het bedrag tevens slaat op het totale aantal investeringen van nog andere nevenbesturen: het OCMW, de autonome gemeentebedrijven (zoals het SOK), en de (gemeentelijke) vzw’s.

Dat maakt een hele wereld van verschil uit waardoor de vergelijking van schepen Kelly Detavernier (N-VA) met het investeringsbedrag van de vorige bestuursperiode geheel mank loop, totaal onwezenlijk is en flagrant onjuist. (In Kortrijk noemt het stadsbestuur een onjuiste, bedrieglijke persmededeling evenwel “een alternatief feit”.)

De scribent (LPS) van HLN – de Kortrijkse Moniteur van Team Burgemeester – ziet dat uiteraard niet.
We moeten hem dus (en zelfs de schepen) aan enkele ‘facts en figures’ uit het verleden herinneren. Wat waren de geplande investeringen alweer? Is daar wat van terechtgekomen?

(Wordt vervolgd.)

Wat kostte het open zwembad vorige zomer? (2)

De realisatie van het nieuwe zwembad op Kortrijk Weide (en dat van Zwevegem) gebeurt via een publiek-private samenwerking van Stad met de firma S&R (commerciële benaming: LAGO) uit Leuven.
De gemaakte afspraken liggen vast in een zogenaamd DBFMO-contract dat na veel gehakketak is toegewezen aan S&R op 4 juli 2016. S&R staat dus in voor de Design (ontwerp), Build (bouw), Finance (financiering), Maintain (onderhoud), Operate (Exploitatie) van de zwembaden.

In het oorspronkelijk contract stond dat S&R na het afleveren van het beschikbaarheidscertificaat (de opening) van het nieuwe Kortrijkse zwembadcomplex nog voor drie jaar zou instaan voor de exploitatie van het zwembad Abdijkaai en dat van Heule (Lagaeplein).

In de gemeenteraadszitting van 16 april 2016 kreeg S&R (LAG0) evenwel de opdracht om de uitbating van de twee resterende Kortrijkse zwembaden vroeger op te starten. Het open zwembad vanaf 17 april 2018 en dat in Heule vanaf 1 september 2018. Tevens werd bedongen dat het zwembad Abdijkaai toegankelijk zou zijn voor het publiek vanaf 1 juni (bij goed weer!) en dit tussen 11u en 19u.

Daarvoor kreeg S&R (Lago) een éénmalige management vergoeding van 50.000 euro (excl. BTW).
In toepassing van van het DBFMO-contract worden de kosten voor de uitbating door S&R doorgerekend aan stad.  En niet te vergeten: stad betaalt de kosten voor water, gas en elektriciteit.
Zo komt het dat we voor het eerst vernemen wat zo’n open zwembad kan kosten inzake investeringen, exploitatie, personeel en weten we ook wat de opbrengst is aan inkomsten van de bezoekers aan de kassa.
Zie ons vorig stuk hieromtrent. Aan S&R werd voor vorige zomer door stad een netto-bedrag van 299.074 euro uitgekeerd. (De ontvangsten van de bezoekers hield Stad voor zich.)

Nog noteren dat de openingsuren en tarieven van de twee resterende zwembaden volgens de DBFMO-overeenkomst dit jaar 2019 zullen aangepast. (Helaas kennen we die afspraken niet. Niet te vinden op de website van stad.)






Wat kostte het open zwembad vorige zomer? (1)

Het open zwembad aan de Abdijkaai was in de zomer van 2018 publiek opengesteld vanaf zaterdag 2 juni tot 31 augustus tussen 11 uur en 19u15. (Het zou kunnen dat de nieuwe uitbater hier dit jaar veranderingen zal aan brengen.)

Er moesten vorig jaar enkele eenmalige investeringen gebeuren om het zwembad operationeel te maken. Bijvoorbeeld herstellingen aan de glijbaan, nieuwe vloer in de cafetaria. Totale kostprijs van die werken: 133.108 euro.

Er waren natuurlijk exploitatiekosten.
De bewakings- en onderhoudsfirma moest betaald. De dagelijkse schoonmaak. Het systeem van de toegangscontrole. Enz. Kostprijs: 150.116 euro.

En dan was er nog de personeelskost.
Men werkte met een mix van jobstudenten (14 deeltijds) , interimpersoneel (11) en vaste medewerkers (8 VTE) van de exploitant. Totale som (incusief voorbereidende kosten): 142.183 euro , waarvan 70.477 euro ging naar de vaste medewerkers.

Totale bruto-kost was dus 425.407 euro.

Maar er waren ook inkomsten.
Het was een mooie zomer zodat er 35. 321 bezoekers opdaagden. Die brachten aan de kassa inkomsten ter waarde van 126.333 euro.

De netto-kost bedroeg dus 299.074 euro.
Maar dit is niet alles. De kosten liggen hoger.
De lopende contracten voor bijv. water, gas, elektriciteit waren nog op naam van stad Kortrijk en die kosten zijn niet verrekend in ons overzicht!
(We vinden die nergens terug.)

P.S.
In een volgend stuk leggen we uit hoe die cijfers nu voor het eerst openbaar worden en wie de nieuwe exploitant is.





DE 100 MILJOEN VAN SCHEPEN VANDENDRIESSCHE

Schepen van sport en nog zowat Vandendriessche (“zeg maar Arne”) is – als een marketeer gelijk – een meester in het beoefenen van aankondigingspolitiek en krijgt daarmee op gezette tijden veel airplay in de lokale media.
Vorige week had hij het over de aanstaande opening van het nieuwe zwembad op Kortrijk Weide. In “De Krant van West-Vlaanderen” (11 januari, pag. 3) en gaf hij daarbij enkele – niet veel – cijfers mee inzake het kostenplaatje. Bij de bouw van het zwembad werkt Stad samen met de firma Lago (oorspronkelijk S&R) in een PPS-formule, een privaat-publieke samenwerking.
Lago investeerde daarbij 33 miljoen. Volgens de schepen althans.

Hoe motiveert schepen Arne nu die PPS?
Volgens de krant zegt hij dit: “Als je weet dat je met stad jaarlijks een 100 miljoen euro hebt om te investeren, dan kan je nooit zo’n gebouw neerzetten zonder de hulp van een externe partner.”
WAT??
Heeft stad jaarlijks 100 miljoen investeringsgeld ter beschikking?
Heeft schepen Arne eigenlijk al een keer een stadsbudget (begroting of rekening) ingekeken?
Of was hij sterk onder invloed bij het geven van een interview met de krant?
Wat??
100 miljoen euro? Jaarlijks?
In de vorige legislatuur was het streefcijfer om in zes jaar tijd 160 miljoen te investeren. En dat zal men niet halen. Het hoogste gerealiseerde investeringsbudget bedroeg 31 miljoen in 2017. En dat ging om een ‘inhaalbeweging’.  Voor 2018 mogen we ons verwachten aan iets van 17 miljoen.
Schepen Arne toch.

P.S.
Het fenomeen genaamd Arne hult zich gelukkig in stilzwijgen over een aantal andere bedragen. Want die kent hij ook niet.
– Hoeveel subsidie kreeg men van minister van sport Muyters? (1,5 miljoen.)
– Hoeveel kostte de juridische en externe begeleiding aan Stad? (We vermoeden 185.000 euro. Het stadsbestuur is hierover ook weer niet heel transparant).
– Wat zal de jaarlijkse bijdrage van Stad zijn aan Lago voor het gebruik van het complex? (Voor dit jaar 2019 is er een budgetuitgave van 1,8 miljoen euro voorzien.)