Category Archives: investeringen

Totaal niet gerealiseerde investeringen in 2019 (2)

Ons schepencollege heeft zich – met de welwillende medewerking van de plaatselijke pers – al jaren de reputatie aangemeten van het grootste investeringscollege aller tijden te zijn. (In Kortrijk.)
De krant Kortrijkwatcher is een enorme voorstander van puur feitelijke, waarheidsgetrouwe informatie en probeert al jaren een soort arrogant kiezersbedrog te ontmaskeren.
Dat lukt maar niet, want onze gewiekste burgemeester en bepaalde, nogal verwaande schepenen en ook niet heel deskundige schepenen van de tripartite zijn ware meesters in het verspreiden van populistische berichten aan de pers (met foto!) , om aldus het meer serieuze politieke nieuws (de andere gegevens) te manipuleren of te verdonkeremanen.
Dat behoort ook tot de fameuze aankondigingspolitiek, waarbij achteraf (zo nodig) niets meer wordt rechtgezet. (Dat Museum X bijvoorbeeld dat het nieuwe stadsmuseum zou worden. Vorig jaar nog een keer 200.000 euro gebudgetteerd. Daarvan is 7.079 euro uitgegeven. Ooit iets over gelezen in de gazetten? Nog iets daarover gehoord vanwege schepen Ronse van cultuur?)
Andere tactiek om de Kortrijkzaan in slaap te wiegen is – om het even zo te stellen – eenvoudig- tweevoudig: enerzijds verspreidt men om de haverklap onnozele, triviale berichten die Kortrijkse burgers uitermate weliswaar kunnen charmeren (daar is toch alweer een speelplein? en we gaan de deelgemeente Kooigem vegen), waardoor anderzijds de aandacht continu wordt afgeleid van minder gelukkige beleidsdaden en van meer gewichtige zaken. Bijvoorbeeld de realisatiegraad van de investeringen. Of de hoge belastingopbrengsten. Of een mislukte verkoop van patrimonium. Enz.
Van alles ondersneeuwen is de kunst.

Heel de redactie van Kortrijkwatcher is dit machiavellistische spel, deze ware volksmisleiding hartstikke beu. Vandaar dat we nu een keer zeer concreet gaan opsommen welke investeringen vorig jaar HELEMAAL NIET zijn verwezenlijkt, terwijl men er bij het indienen van de begroting danig mee verguld was.
Zoals al gezegd gaat het in totaal om 59 voorgenomen maar niet vervulde investeringenuitgaven (op – als we even goed tellen: 140 projecten) en dat is teveel om op te noemen. We beperken ons daarom op niet gerealiseerde investeringen van méér dan 100.000 euro. We zijn weer positivo! De initiële budgetten staan erbij vermeld. (Er zijn ook veel voorgenomen investeringen maar half gerealiseerd, passons.)

– Eandissite: herstel Gasstraat na bodemsanering: 110.000 euro
– Aankoop W&Z gronden (Leiewerken): 359.000
– Persleiding RWA pompstation E17 – Grote Wallebeeek: 642.466
– Bufferbekken Cannaertstraat: 286.711
– Doven openbare verlichting: 188.630
– Aankoop gronden Gullegemsesteenweg – Ghellincpark: 400.000
– Investeringstoelage KVK: 150.000 (tiens?)
– Omgevingsaanleg Buda-tip: 150.000
– Op te starten studies: 160.000
– Parking Mellestraat: 110.000
– Beluikenplan: 363.000
– Aanleg DWA-riool en aansluiting op collector Aquafin: 114.000
– Disgracht RWA leiding: 113.498
– Riolering en wegenis Bellegembos: 663.821
– Aansluiten woningen Waterhoennest en afkoppeling Schoonwaterbeek: 365.858
– Automatisatie doortrekkersterrein: 150.000
– Cyriel Buysestraat – afkoppelen RWA: 150.000












Investeringsgraad van nul procent t.o.v. van initieel budget én t.o.v van het eindbudget (1)

Ja, dat kan ook, dat er in een bepaald jaar niets is verwezenlijkt inzake bepaalde, voorgenomen investeringen. Niets, maar dan ook niets van wat werd begroot (beloofd).
In voorgaande stukken alhier gaf kortrijkwatcher als “negativo” te kennen dat stad vorig jaar voor slechts 51,10 procent investeringsuitgaven realiseerde tegenover wat geraamd werd als initieel bedrag. Concreet: 20,27 miljoen t.o.v. van de oorspronkelijke voorziene 38,9 miljoen. (Tegenover het eindbudget haalden we wel nog 72 %, maar daar is dan een grote kapitaalsverhoging van 1,3 miljoen voor IMOG inbegrepen. )

We vroegen ons af wat er dan wel TOTAAL NIET werd gerealiseerd.
In de volgende editie van deze krant een lijstje van een aantal grote projecten met nul procent realisatiegraad. Niet allemaal dus, want we tellen er niet minder dan 59.
We gaan ons daarom beperken tot de investeringsuitgaven van méér dan 100.000 euro die in het geheel niet werden opgesoupeerd.
Dit soort gegevens (nieuws!) haalt natuurlijk onze plaatselijke pers niet…
Dat interesseert de mensen niet! Dat is allemaal veel te moeilijk!

Schepen Kelly van Financiën (N-VA) liet het ditmaal bij de bespreking van de jaarrekening geheel na om te wijzen op de schitterende realisatiegraad van de investeringen. Heel verstandig zeg! Wel wees zij – uitermate tevreden – op het feit dat we in 2019 alweer degelijke financiële evenwichten bereikten. Natuurlijk, als je weinig doet, moet je ook weinig uitgeven en tevens minder lenen. Kwam daarbij nog de meevaller van verhoogde ontvangsten uit de aanvullende personenbelasting: 2,3 miljoen meer dan geraamd. In het exploitatiebudget waren er 1,8 miljoen minder uitgaven en 2 miljoen meer ontvangsten, wat maakte dat het resultaat 3,8 miljoen beter uitviel dan gebudgetteerd.
Ja, zo kunnen wij het ook…

(Wordt dus vervolgd.)


Nogmaals over de realisatiegraad van de investeringen

Een tijdje geleden hadden we het hier op de redactie over de effectiviteit van de investeringen. Het is een uiterst belangrijke aanwijzing over de vraag of het beleid wel zijn vooropgestelde doel (heeft) bereikt.
We hadden het toen voor de vorige bestuursperiode over de werkelijk gedane investeringenuitgaven uitgezet tegenover het zgn. eindbudget van hetzelfde jaar. Dit wil zeggen: tegenover de laatste begrotingswijziging van dat jaar. Dit is een zeer coulante benadering want we houden dan rekening met de bijstellingen van het bestuur, het voortschrijdend inzicht dat gerezen is over bepaalde projecten die niet zullen doorgaan, of maar half zullen lukken. En met gegevens uit de vorige jaarrekening. Toch was de berekende realisatiegraad voor die periode (2013-2018) absoluut niet van die aard om over naar huis te schrijven. Kent u het nog allemaal?

We keken toen ook al even vlug naar de pas opgemaakte jaarrekening 2019.
De realisatiegraad voor de uitgaven was hier al beter. 72,3% van het geraamde eindbudget werd daadwerkelijk verwezenlijkt.

Onze gemeenteraadwatcher wil evenwel voor het jaar 2019 nu een keer minder goedertieren vertonen en nu eens de gedane uitgaven afzetten tegenover het oorspronkelijk opgemaakte budget. Het initiële budget.
Het bestuur houdt niet erg veel van dit soort vergelijkingen: men belooft aan de kiezer immers graag altijd méér dan men uiteindelijk zal realiseren.
We berekenen dus nu de verhouding tussen de uitgaven ter waarde van 20.278.531 euro tegenover het originele begrotingsbedrag van niet minder dan – ja zeg! – 38.916.234 euro. Hoeveel is de realisatiegraad dan wel?
52,10 procent ! Ietwat meer dan de helft van het begrote bedrag waar men ooit fier heeft mee uitgepakt. Ook in de pers. Dit begint op kiezersbedrog te lijken.

Waarom is onze gemeenteraadwatcher nu minder goedgunstig gezind?
– Onze tripartite pronkt telkenjare met het (hoge) initiële budget om de goegemeente weer eens attent te maken op het feit dat we nog altijd bestuurd worden door een ongelooflijk, historisch onvergelijkbaar investeringscollege. (De schepenen geloven het zelf bijna niet.)
– Dat blijkt maar weer eens uit de toelichting bij de jaarrekening 2019 op pag.7. Daar presteert iemand het om te gewagen van een “overschot” van 7,7 miljoen euro in de investeringsuitgaven, terwijl het in werkelijkheid gaat om een min-uitgave, een aan ons – brave burgers – beloofde maar niet-gerealiseerde prestatie waarvan wij allen beter zouden van worden.
(Hopelijk zal de burgemeester op de volgende gemeenteraad van maandag 8 juni eens vertellen wat men niet heeft gerealiseerd en hoe dat komt.)
Nog op deze pagina vindt men – het is waarlijk onwaarschijnlijk! – dat daarmee het resultaat van het budget (het saldo) beter is dan gebudgetteerd.
– We zijn een beetje kwaad, ja. Nu blijkt tevens dat bij de investeringsuitgaven – zonder commentaar – ook een kapitaalsverhoging van 1.332.465 euro voor IMOG is verrekend. Ja, op papier is dat dus een investeringsuitgave behorend tot de categorie “financiële vaste activa”. In de praktijk ervaren gewone mensen (en zelfs financieel directeurs van een gemeente) “echte investeringen” pas als ze slaan op “materiële vaste activa” (terreinen, gebouwen, wegen) of op “toegestane investeringssubsidies” (aan brandweer, politie, bibliotheek, KVK, enz.).
Als we die kapitaalsverhoging in mindering brengen (men deed dat vroeger in 2014 ook voor Gaselwest) komen we aan een realisatiegraad van 48,68 procent.
– Wat ons ook heeft boos gemaakt is dat gebruik van onverstaanbare afkortingen: voor 9 miljoen SIB’s voor BV, ICT, RES en andere. Niet echt uitgelegd. Zelfs niet goed op de raadscommissie.
– De realisatie van de verbonden investeringsontvangsten is ook niet schitterend. Initieel verwachte subsidies: 7,37 miljoen. Geïnde subsidies: 2,62 miljoen. Realisatiegraad: 36%.
Waarom zijn die subsidies nog niet binnen voor de herinrichting van de schoolomgeving Pottelberg en voor de President Kennedylaan?
Wat de ‘desinvesteringen’ (= verkopen) betreft verwachtte men 4,11 miljoen ontvangsten. Verkregen: 2,61 miljoen. Realisatiegraad: 64%. (Hier kan men als verontschuldiging aanroepen dat heel laat werd beslist tot verkoop van de openbare verlichting. Men hoopt intussen later nog op 1 miljoen.)

P.S.
Toch zullen schepen Kelly van Financiën en de burgemeester aanstaande maandag zeggen dat er geen vuiltje aan de lucht is. Voor Kelly hier nog een laatste, welgemeende waarschuwing: zeg aanstaande maandag niet alweer dat de investeringen jaar na jaar stijgen.




De effectiviteit van ons zgn. investeringscollege

We kennen nu de jaarrekeningen vanaf 2013 tot en met 2019.
De bedragen in die papieren slaan dus op de werkelijk gedane uitgaven (en ontvangsten) van onze eerste tripartite (2013-2018) en die van het eerste jaar van de tweede tripartite met het allegaartje, genaamd Team Burgemeester.
De coalitie VLD-SP.A en N-VA heeft zich ooit uitgeroepen tot het grootste investeringscollege ooit terwijl de huidige schepen van Financiën Kelly Detavernier (N-VA) vindt dat we in de vorige legislatuur en tot op heden telkenjare meer en meer hebben geïnvesteerd.
We kunnen nu ook voor ieder jaar de investeringsuitgaven afzetten tegenover het eindbudget, dat wil zeggen: tegenover de laatste gewijzigde begroting van dat jaar. Dat lijkt ons heel redelijk (alleszins verdraagzaam tegenover de coalitie) want met die laatste budgetaanpassing van het jaar is bij het bestuur voortschrijdend inzicht gebezigd. De arrogantie is dan getemperd.
Dat geeft ons een adequaat inzicht op de effectiviteit van het investeringsbeleid, met name de vraag of het doel is bereikt. Dat is DE vraag die er toe doet als men – zonder af te gaan op ons buikgevoel – een oordeel wil uitspreken over het gevoerde beleid, Gedaan met intuïtieve percepties!
We zeggen al onmiddellijk (voor het geval u niet verder leest) dat de tripartite in zijn eerste bestuursperiode in totaal 55,79% heeft gerealiseerd van wat werd begroot.

2013
Toen sprak men nog van investeringen als “uitgaven in buitengewone dienst”. De werkelijk gedane uitgaven noemde men toen ‘aanrekeningen’ en de geraamde bedragen ‘begrotingskredieten’.
Aanrekening: 11.837.162 euro
Krediet: 28.517.684 euro
Verwezenlijkt (realisatiegraad): 41,51%

2014
Dat is wel een heel speciaal jaar. Want toen is er als deelname bij Gaselwest een kapitaalsverhoging gebeurd ter waarde van 23.457.544 euro. Dit bracht de investeringsuitgave op een soort fictief bedrag van 45.236.829 euro. Tegenover een geraamd budget van 39,9 miljoen was dat een onwaarschijnlijke realisatiegraad.
We trekken dus de kapitaalsverhoging af om te komen tot de reële investeringsuitgave in de stad.
Uitgave: 21.779.285 euro
Eindbudget (wat men van zins was om te doen): 39.939.619 euro
Gerealiseerd: 54,53%

2015
Cijfers altijd in de volgorde 1) werkelijk gedane uitgave, 2)geraamde uitgave en 3) realisatie
17.561.061
48.666.211
36,08% (een dieptepunt)

2016
18.596.389
35.076.916
53,02%

2017
31.237.351
38.927.323
80,25% (inhaalbeweging – verkiezingen naderen)

2018
26.161.987
36.812.978
71,07%

2019
20.278.531
28.035.303
72,33%

Conclusie voor de vorige bestuursperiode 2013-2018:
Werkelijk uitgegeven: 127.173.235 euro
Voorgenomen: 227.940.731 euro
Gerealiseerd: 55,79% was de effectiviteit….




Wie betaalt de kosten van de resterende zwembaden Abdijkaai en Lagae?

WIJ allen natuurlijk, en niet de NV S&R uit Leuven (in de volksmond: Lago).
In juli 2016 is met de firma S&R een zgn. DBFMO-contract afgesloten voor de realisatie van het nieuwe zwembad op Kortrijk-Weide én de exploitatie van het open zwembad aan het kanaal én dat van Heule.
Nu er blijkbaar weer (heel) noodzakelijke opknapwerken aan de gang zijn in “den openen” (Lago was eerder nogal laks) is het nuttig om de Kortrijkzanen (evenals en vooral de pers) te herinneren aan het feit dat het contract van 2016 voorzag dat alle door S&R gemaakte kosten worden doorgerekend aan stad Kortrijk, weliswaar na aftrek van de inkomsten.
Gedurende de loop van het kalenderjaar gebeuren er gedeeltelijke maar vaste kwartaal-betaalbaarstellingen vastgelegd op 80 procent van de effectieve kosten. Aan het eind van het jaar wordt dan een definitief bedrag afgerekend.

We kennen nu de gemaakte kosten voor het gehele kalenderjaar 2019, en wel voor beide zwembaden samen. (Zo kunnen we jammer genoeg geen afsplitsing maken voor het zwembad aan de Abdijkaai. )
De totale kost voor 2019 bedroeg 765.180,17 euro. (Er was een opbrengst van 125.058,39 euro.)
Een overzicht:
– Exploitatie: 252.387 euro
– Investeringen: 208.881 euro
– Personeel: 296.170 euro
– BTW: 132.799 euro
Dat brengt het totaal op 890.237 euro, maar daar moet dus de opbrengst van worden afgetrokken. Die gaat naar stad…

P.S. (1)
Nog altijd doen er op niets gebaseerde geruchten de ronde over een eventuele sluiting van de resterende zwembaden. Meer speciaal is iedereen (velen!) bang over het voortbestaan de open zwemkom.
S&R zou volgens het contract die twee zwembaden alleszins voor drie jaar exploiteren. Te rekenen vanaf 2018. Maar wat daarna?
Daarover zegt het meerjarenplan 2020-2025 van stad in elk geval op pag. 7 letterlijk: “De middelen voor de uitbating van Heule én het openluchtzwembad zijn voorzien gedurende de ganse legislatuur.”
P.S. (2)
De (geïndexeerde) toelage voor S&R-Lago bedraagt voor dit jaar 1.467.000 euro. Volgend jaar: 1.489.000 euro. En in 2025: 1.578.000 euro.
(Over dertig jaar is dat zwembad van ons – stad Kortrijk- en zullen we het weer oplappen.)



Ziezo! Daar is de eerste bezuiniging!

Gisteren konden onze brave “onnozele” verkozen raadsleden via de pers vernemen dat De Lijn het niet ziet zitten om tegen 2024 in Kortrijk nieuwe trambussen in te schakelen tussen het station en Hoog-Kortrijk. De zaak wordt sine die uitgesteld.
Het persbericht komt blijkbaar van onze lokale bewindslieden zelf, en niet van De Lijn.
Een belangrijke politiek getinte tussenvraag is dan sinds wanneer onze lokale burgemeester en/of het schepencollege daarvan op de hoogte zijn gebracht van de beslissing van De Lijn en hoelang zij daarmee hebben gewacht om dit publiek te brengen.

Nu even een P.S. , voorafgaand aan dit stuk.
Gemeenteraadsleden hebben inzage in de lijst van inkomende en uitgaande post. (Maar dat weten zij niet.)

Onze gemeenteraadwatcher verschiet daar allemaal niet van. Enkel om zijn gerenommeerd imago van positivo ten allen koste te handhaven evenals te versterken, heeft hij nooit ofte nooit twijfels laten blijken over de vraag of het prestigieuze dossier “Hoogwaardig Openbaar Vervoer” (HOV) tussen het station en Hoog Kortrijk tegen 2024 zou gerealiseerd zijn.

De investeringskost van het HOV bestaat uit twee grote delen: de aankoop van de elektrische trambussen en de heraanleg van het openbaar domein, meer in het bijzonder de Doorniksewijk.
De aankoop van 12 nieuwe trambussen zou gedragen worden door De Lijn, met enige (minieme) steun van Stad Kortrijk. De aankoop van zo’n elektrische trambus kost ongeveer 800.000 euro per voertuig. (Sommigen zeggen 1 miljoen.)

De Doorniksewijk en -steenweg zijn gewestwegen.
De kosten voor de aanleg worden samen gedragen door stad Kortrijk en het Gewest.
De heraanleg van de Doorniksewijk (naar aanleiding van de komst van trambussen) zou volgens ons meerjarenplan (pag. 92) aan Stad dan gefaseerd zes miljoen euro kosten. (Gewest: 4,5 miljoen?)
Maar met als excuus dat De Lijn niet over de brug komt met zijn bussen, heeft de burgemeester en SP.A-schepen Axel Weydts dan maar (zonder zitting van het College? zonder gemeenteraad!) zich gehaast (ASAP) om aan elkeen te laten weten dat de geplande werken in de Doorniksewijk nu ook niet zullen doorgaan.
Goed verstaan?? Ja?
Dat is dus een welgekomen alibi tot besparingen inzake investeringen, immers heel hard nodig om de vele steunmaatregelen van Stad in het kader van de coronacrisis te bekostigen.
(Kelly Detavernier, N-VA-schepen van Financiën, dacht dat men het zou redden met wat aangelegde buffers, maar dat gelooft niemand.)

In feite is de besparing voor Stad door de niet realisatie van het HOV-project in deze legislatuur nog ietwat groter.
In het meerjarenplan voor deze legislatuur is er een actiepunt 2.4.4 (pag. 36) dat slaat op “de realisatie van een betere verbinding tussen het station en Hoog Kortrijk”. (Dat is dus een langer traject dan enkel de Doorniksewijk.)
Om wat voor investeringen gaat het dan? We kennen enkel de bedragen.
– 2020: 300.000 euro
– 2023: 300.000
– 2024: 320.000
Totaal : 920.000 euro.
Nog een besparing zeg!
(En in 2025 zou er nog 220.000 euro bijkomen.)

P.S.
Tussen Stad en het Gewest is er in februari een overeenkomst (X30/N50/73) gesloten over een studieopdracht N50-Doorniksewijk. Aandeel van Stad: 650.000 euro. Gaat die opdracht nu nog door?

De meerkost van de te bouwen Reepbrug (2)

De 60 meter lange voet- en fietsbrug aan de Budatip met zijn fietsliften wordt heel zeker een iconisch bouwwerk want ontworpen door het bureau Ney & Partners, hetzelfde bureau dat de Collegebrug heeft bedacht.
Het schepencollege keurde op 15 juli 2019 het ontwerp goed alsook de financiële verdeelsleutel tussen de De Vlaamse Waterweg en stad. Hierbij werd 1.577.950 euro voorzien als aandeel voor de stad.
Men is dat wat vergeten maar oorspronkelijk dacht men dat de werken aan brug al zouden starten in 2016 en de opening ervan zou gebeuren in 2018. Later werd de timing bijgesteld naar 2019-2020 en tegenwoordig hoopt men dat de brug zal klaar zijn tegen midden 2022.
Intussen heeft De Vlaamse Waterweg nog een keer de openbare aanbesteding doorlopen en geconstateerd dat de goedkoopste offerte hoger ligt dan de raming bij het definitief ontwerp.
– De brug zal geen 1,75 miljoen kosten maar 2,33 miljoen. (We weten niet of dit met of zonder BTW is. Waarschijnlijk zonder.)
– De omgevingsaanleg daarentegen daalt van 641K naar 530K. (Waarom weet ik niet.)
In elk geval verhoogt het aandeel van de stad tot 1.704.852,89 euro.
Met eventuele latere verrekeningen kan dat oplopen tot 1.752.950 euro.
Er is als bijdrage van stad namelijk 927.950 euro voorzien voor de regularisatie van grondposities (wat dat ook moge betekenen).
En er is 150.000 euro ingeschreven in het budget 2019 en 675.000 in het budget voor de jaren 2020 (173.340), 2021 (260.000), 2022 (216.660).

Die laatste cijfers vond ik in het meerjarenplan. Dat zal dus moeten aangepast want het schepencollege heeft het nu over 400K in het jaar 2020, 100K in 2021 en 175K in 2022.

Belangrijk is dat De Vlaamse Waterweg de opdracht tot uitvoering van de werken pas zal geven als de stad zijn verhoogd engagement van 175.000 euro zal bevestigen. Het kan dus niet vlug genoeg gebeuren.

Zoals gebruikelijk staat dat allemaal niet in onze gazetten.


Zelden meegemaakt: een eindafrekening lager dan het offertebedrag

Het gaat over de eindafrekening van de restauratie van de laatste huizenrij in het begijnhof, kant O.L.Vrouwkerk. De zogenaamde fasen 8 en 9 (van het globale restauratiedossier dat al minstens 30 jaar aansleept) en die slaan op de woningen 7-8-9 en 3-4-5-6.

De gunning van deze opdracht ging op 17 november 2016 naar de firma Monument Vandekerckhove uit Ingelmunster voor een offertebedrag (bestelbedrag) van 3.898.068 euro of 4.131.952 euro inclusief 6% BTW.
Na verrekeningen (in min) en prijsherzieningen kwam de kostprijs uiteindelijk op 3.823.058 euro of inclusief BTW op 4.052.442 euro.
Batig saldo: 79.510 euro.

De Vlaamse subsidies vanwege de dienst Onroerend Erfgoed uit Brugge bedragen 2.463.538 euro, incl. BTW.
Zodoende kost het project aan Stad (OCMW) “slechts” 1.588.904 euro.
Curieus dat de “embedded press” – meer speciaal HLN – dit goede nieuws niet heeft gebracht.

P.S
Er komt nog een laatste fase 1O: de buitenaanleg. Heraanleg van de bestrating, andere lampen, nieuwe nutsleidingen en riolen. Zou 1,1 M kosten.
In het meerjarenplan is hiervoor 1.350.000 euro voorzien en men hoopt op 488.000 euro subsidies.
En dan is er nog zoiets van een “plusfase” waarover nog geen bedrag is gekend. De vroegere gerestaureerde woningen uit de jaren ’90 krijgen een soort opsmuk…
En hoe zit het met de dakisolatie in doe woningen??
Neen, de werken zijn nog niet voltooid!

Realisatiegraden in investeringen (3)

Ja, we hebben het over realisatiegraden, in het meervoud.
– Men kan bijvoorbeeld de totale investeringsuitgaven van een gemeente in ogenschouw nemen. Dan neemt men niet enkel de materiële investeringen (gebouwen, wegen, enz) en de immateriële vaste activa (concessies, ontwikkelingskosten) mee in de som, maar ook de financiële vaste activa (bijv. onze participatie in Gaselwest) en de toegekende investeringssubsidies (bijv. aan kerkfabrieken). Dat zijn dan vier soorten van investeringsuitgaven. Vier.
Dat is wat het Kortrijkse schepencollege ons voorhoudt als de tripartite een keer triomfantelijk wil uitpakken met een hoge realisatiegraad.
– En om ons – onwetenden – helemaal te beduvelen ook nog investeringen incalculeert van andere autonome bedrijven.
– Een andere mogelijkheid is dat men enkel rekening houdt met immateriële een materiële vaste activa. Dat is bijv. wat het adviesbureau BDO heeft gedaan met zijn stilaan berucht onderzoek naar de realisatiegraad van de investeringen in Vlaamse steden en gemeenten.
– Nog een andere, weliswaar ongebruikelijk rekenmethode (in Gent?) zou er kunnen in bestaan om te werken met het saldo van investeringsuitgaven en -ontvangsten. De netto-investeringen.

– Omdat de andere investeringen nogal wispelturig zijn (jaar na jaar wisselen of in kleinere gemeenten gewoon niet niet voorkomen) kan men zich zelfs louter beperken tot de materiële vaste activa. Wat heeft het bestuur verwezenlijkt inzake werken? Dat is wat de burger het meest interesseert toch? (Kortrijk is veel veranderd!)

Zoals vroeger al eens gezegd, vragen we ons af of er ergens een officiële regel is ingevoerd die gemeenten oplegt welke soorten van activa men dient te betrekken bij de berekening van de investeringsgraad. De totale of niet?

– En nu!
Ander probleem is welke ratio (verhouding) men dient te gebruiken voor die berekening. De kwestie van de samenstelling (de som) van de teller en de keuze van de noemer! Moet men de daadwerkelijk gedane investeringen afzetten tegenover het geraamde eindbudget (dus na budgetwijzigingen) of integendeel tegenover het initieel goedgekeurde budget? Dat is het budget waarmee besturen aan het begin van een begrotingsjaar altijd met trompetgeschal mee uitpakken en hierbij kritiekloos worden gevolgd door de plaatselijke pers. Maar in het laatste het geval dan (vergelijken met het oorspronkelijke bedrag) komen de gemeenten er niet zo goed uit…Ze doen dat dus nooit.

Voor het Kortrijkse budget en de jaarrekening 2018 hierna enkele uitkomsten.

1. De ratio van de totale waarlijk gedane investeringsuitgaven (jaarrekening) tegenover het geraamde eindbudget.
Dat is dus de Kortrijkse methode. Dan stellen we het bedrag 26,16 M tegenover 36,81 M. Realisatiegraad is dan 71,0 %.
Pendant is de procentuele afname van de verhoopte en waarlijk verwezenlijkte investeringen: -28,9 %. (Rij eens met de fiets een berg af met zo’n hellingspercentage…)
2. De ratio pure materiële gedane investeringen tegenover het eindbudget.
Dan heeft men zich ietwat beraden. Nu zijn de immateriële, financiële en investeringssubsidies uitgeschakeld.
We stellen dan (slechts) 23,85 M tegenover 36,81 M. De uitslag is al minder vleiend: een realisatiegraad van 64,7 %.
3. De ratio totale gedane uitgaven tegenover het initiële budget.
– We maken de uitslag nog minder vleiend. De verhouding is nu 26,16 M tegenover niet minder dan 49,28 M. (Want waarlijk: nog voor het jaar 2018 begon raamde men de investeringsuitgaven op 49.280.797 M. Een verkiezingsjaar!)
Realisatiegraad? 53,0 %. U zal noch de schepen van Financiën (Kelly), noch de burgemeester betrappen op het gebruik van deze berekeningswijze. Die ontmaskert volkomen de grootspraak va,n het zgn. investeringscollege.
– We kunnen het nog erger maken en enkel rekening houden met de verwezenlijkte materiële vast activa. Dat is namelijk wat de mensen concreet zien gebeuren aan werken. (Wat is onze stad veranderd zeg! Verlaagde Leiekaaien!)
De verhouding is nu 23,85 M / 49,28 M. Uitkomst: 48,3 %. Een procentuele afname van niet minder dan 51,6 %. Dat komt zeker nooit in de gazetten!
4. De afname van de netto-investeringen
Ja, dat zou men ook eens kunnen bekijken. Even nagaan wat de evolutie is van het verschil tussen de gedane investeringsuitgaven en het de werkelijk verkregen ontvangsten.
– Het initiële saldo bedroeg 33.42 M.
– Het eindbudget 23,03 M.
– En in de jaarrekening had men het over… 15,97 M.
Zie eens die afname van wat de investeringen aan Stad zelf hebben gekost.
– Van het oorspronkelijke budget naar het eindbudget is er een daling van min 31,0 %.
– Van het eindbudget naar het werkelijke saldo: min 30,6 %.
– En hou u vast: van het oorspronkelijke saldo naar het saldo in de jaarrekening: min 52,12 %.
Wat een investeringscollege was met dat !

Zo. Nu hebt u alles gehad.
Dank u voor het kijken.




Die realisatiegraad van de investeringen – om gek van te worden (2)

(Zie nog vorig stuk.)
Op basis van gegevens van het adviesbureau BDO (dat zich blijkbaar baseerde op cijfers van de Administratie Binnenlands Bestuur) lieten de kranten voor onze stad Kortrijk dan weten dat de investeringsgraad voor materiële vaste activa alhier ter stede 74 procent bedroeg in 2018. Kortrijkwatcher weet niet hoe men daarbij komt.

Wij doen nu beroep op cijfers zoals die voorkomen op de officiële website van Stad om – weliswaar diverse – investeringsgraden te berekenen. Want dat is juist een groot probleem: nergens is te vinden welke ratio gemeenten en steden hanteren (of officieel dienen te gebruiken) om zo’n investeringsgraad te berekenen.
Als ze die al in de jaarrekeningen berekenen, want meestal gaan gemeentebesturen achteraf niet al te fier op hun reële verwezenlijkingen op dit gebied.

Nu, eerst de bedragen dus, voor ons Kortrijk, in het jaar 2018. Het jaar 2019 is natuurlijk nog lopend en het zal nog maanden duren eer we de ware toedracht van de gedane investering voor dit jaar kennen. En de lokale pers zal er niet over reppen, maar dit weerom geheel terzijde.

Initieel of oorspronkelijk budget 2018 (goedgekeurd in de gemeenteraad van 11 december 2017).
Het College staat voor een nieuw begrotingsjaar en wil daarom beloftevol groots uitpakken. De kiezer epateren. (2018 is trouwens een verkiezingsjaar.) Prof. Filip De Rijnck (een Kortijkzaan) zei het in dit verband nog: “Er zit soms politieke marketing achter: gemeentebesturen doen alsof ze grote plannen hebben.”
– De uitgaven worden – voor wat komen gaat – dolenthousiast geraamd op 49.280.797,00 euro. (De lokale pers kan vindt daar geen graten in.)
– Over de mogelijk ontvangsten (subsidies van hogere overheden en verkopen van patrimonium) is men ook overmoedig positief: men hoopt op 15.859.599,00 euro.
– Het saldo (uitgaven min ontvangsten), of het door Stad zelf werkelijk te besteden geraamde bedrag is dus 33.421.198,00 euro.

Eindbudget 2018 (in gemeenteraad van 10 december 2018 goedgekeurd).
Het schepencollege is intussen al wat ontnuchterd. De werken liepen minder vlot dan verwacht? Een of andere verkoop ging niet door? Er is misschien wat geld tekort zodat een voorgenomen project wordt uitgesteld? Eén of meerdere budgetwijzigingen blijken soms nodig?
In Kortrijk was er in 2018 op de valreep slechts één budgetwijziging, zedig vertolkt als zijnde een “betere inschatting van transactiemomenten”. Er is 12,4 miljoen “doorgeschoven” naar volgend jaar. (Tsja. Een stad is geen huishouden hoor.)
– De (nog altijd geraamde) uitgaven worden uit de aard der zaak naar beneden bijgesteld: 36.812.978,16 euro. Maar dit gaat tevens om immateriële vaste activa én investeringssubsidies.
– Bijhorende subsidies blijven uit of verkopen gaan niet door…
De ontvangsten dalen naar 13.777.692,90 euro.
– Het saldo wordt nu ook kleiner: 23.035.285,26 euro.

Jaarrekening 2018 (gemeenteraad van 17 juni 2019)
Het jaar is al lang voorbij. De harde waarheid komt nu aan het licht. De werkelijke bedragen (transacties) zijn eindelijk gekend.
– Totale aangerekende uitgaven : (slechts) 26.161.987,34 euro.
Maar! Enkel voor materiële vaste activa: 23.851.182,76 euro.
– Gedane ontvangsten vallen ook tegen: 10.191.627,39 euro.
– Saldo: 15.970.359,95 euro.

Aan de hand van bovenstaande cijfergegevens gaan we in een volgende editie over tot enkele berekeningen van de realisatiegraad van investeringen in 2018. Want zoals u ziet zij er meerdere ratio’s mogelijk. Niet te doen, zolang A N-VA-schepen van Financiën Kelly Detavernier geen klaarheid schept.