Category Archives: gemeentefinanciën

Die realisatiegraden toch!…

De jaarrekening 2021 toont aan dat er vorig jaar effectief 37,02 miljoen euro is geïnvesteerd.
Stad (schepen Kelly Detavernier van de N-VA) gaat daar heel fier over, want dat is 6,3 miljoen of 20% meer dan in 2020. Ja, dat is een vergelijking die schepenen van Financiën altijd het liefste maken.
Om te beginnen was het jaar 2020 al geen succes vanwege corona: er konden toen om enigszins – jawel – aanvaardbare redenen bepaalde projecten niet uitgevoerd. Zoals men dan zegt in schepentaal: een aantal “transactiemomenten van die projecten moesten bijgestuurd”.
Want vergeet niet: voor dat jaar ’20 had het schepencollege in al zijn traditionele, arrogante aankondigingspolitiek voor niet minder dan 61,78 miljoen aan investeringsuitgaven voorzien. We durven het bijna niet meer zeggen: in 2020 gaven we aan investeringen 31,02 miljoen uit terwijl de gazetten vol stonden met de gedicteerde voornemens van het schepencollege om voor 61,78 miljoen projecten te verwezenlijken. Realisatie? 50,2% !!

Procenten geven een duidelijk beeld over de vraag of de realisatiegraad van de investeringen al of niet geflatteerd wordt voorgesteld.
Zie even.
– Als we de daadwerkelijk contractuele uitgaven van de JR 2021 afzetten tegenover tegenover het aangepaste, zgn. “eindbudget ’21” (een minder arrogante, meer nederige tweede raming in het meerjarenplan) van 45,29 miljoen dan krijgen we een opgesmukte realisatiegraad van 82,3%.
– Zetten we dezelfde effectieve uitgaven van de JR21 daarentegen af tegenover het initiëel geraamde, voorgenomen budget (het IB) van 51,74 miljoen, dan is de realisatiegraad plots slechts 60,9%. Dit is de politiek meest eerlijke, waarachtige, ja – soms ontmaskerende vergelijking die valt te maken. Het is immers op basis van dit programma en geen andere bijgestelde beloften dat de tripartite aan de macht kwam.

We kunnen het niet genoeg herhalen: deze tripartite heeft altijd (bij monde van burgemeester Vincent Van Quickenborne) gesteld dat een realisatiegraad van 80 procent (tegenover het IB) als een redelijke, een billijke uitslag is te beschouwen. Dit bestuur zal deze doelstelling in deze bestuursperiode niet halen. En de gazetten zullen dit feit in de aanloop naar de volgende gemeenteraadsverkiezingen NOOIT schrijven.

In een raadscommissie van 3 mei over de JR21 heeft Benjamin Vandorpe (de coming man bij de CD&V) een heel interessante en nooit eerder geziene vraag gesteld.
“Hoe zouden we dit gefinancierd hebben als we hadden geïnvesteerd wat we hadden gebudgetteerd?” En: “wat zouden de gevolgen zijn op een parameter als ‘het budgettair resultaat van het boekjaar?”
Wel, dan zou voor 2021 het investeringstekort een toename hebben betekend van 22 miljoen, en dit zou niet meer kunnen volledig kunnen betaald met kasmiddelen. Het beschikbaar budgettair resultaat zou met -22,9 miljoen negatief geworden zijn. Een assumptie zou dan kunnen zijn dat men voor 25 miljoen aan leningen zou moeten opnemen.

Maar waar bleef die kortrijkwatcher toch vorige week?

Ja zeg.
We moeten ook nog de gazetten lezen hoor ! Weten die wellicht toch nog iets te vertellen over Kortrijkse politiek? Wij willen dan zien wat ze niet publiceren. Dat karwei veroorzaakt tegenwoordig ter redactie een niet meer in te halen tijdverlies.
En daarbij, gisteravond 9 mei was het weerom gemeenteraadsdag.
Met 7 interpellaties, 1 voorstel tot beslissing vanuit de oppositie en 20 agendapunten m.b.t. stad, plus daarnaast nog de dagorde van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn met 3 interpellaties en 5 agendapunten. De memorie van toelichting over dit alles besloeg in totaal 54 pagina’s lectuur, maar dan wel zonder raadpleging van de soms dikke dossiers die daar achter steken. Die tarief- en distributiekosten van Gaselwest bijvoorbeeld. De Algemene Vergaderingen van Leiedal en Psilon.
Komt daarbij dat Stad al is klaargekomen met het opstellen van de jaarrekening 2021 !
De jaarrekening zelf beslaat 274 bladzijden kleurendruk. De bijhorende beleidsevaluatie 218 pagina’s.
Om die gemeenteraad voor te bereiden was er op 3 mei nog een zogenaamde Verenigde Raadscommissie, speciaal gewijd aan die jaarrekening. De raadsleden kregen daartoe stukken te verorberen zoals de (verkorte) presentatie van de jaarrekening (32 pagina’s), het Plan voor sociale Vooruitgang en tegen Armoede (30 pag.), het budget “mondiaal beleid” (20 pag.), en een aanvullend verslag met (vertraagde) antwoorden op lastige vragen van de oppositie-raadsleden Benjamin Vandorpe en Wouter Vermeersch (20 pag.).
Kortrijkwatcher las al die taaie 618 bladzijden en is gisteren dan, op weg naar het stadhuis om de raadszitting bij te wonen, helaas bezweken bij een zonovergoten terras aan de verlaagde Leiekaaien.
Wees gerust, u hoort nog over die jaarrekening. Over de realisatiegraad van de investeringen natuurlijk !
En weet u waarom het budget voor de laatste restauratie van het Begijnhof zo erg is overschreden in vergelijking met de raming? De projectleiders waren veel vroeger dan verwacht klaar met de opstelling ervan !

Daar zijn kosten aan, aan onze schepen Axel Weydts (2)

Laat ons een keer beginnen met een oude koe uit de gracht te halen, van toen Axel net schepen werd in de coalitie VLD-SP.a-N-VA.
In dat jaar 2015 werd de bouw van de ondergrondse parkings en de bovengrondse aanleg aan de Houtmarkt gegund voor een bedrag van 7,33 miljoen. (Die parkeergarage is er gekomen op uitdrukkelijk verzoek van het WZC Sint-Vincentius.) Uiteindelijk werd het 8,38 miljoen. De oorspronkelijke raming bedroeg 6,55 miljoen euro. Soit. Meerwerken en zo, het moet allemaal kunnen. Maar die studiewerken zeg! De offerte uit 2012 had het over zowat 350.000 euro en dat liep uit naar niet minder dan ca. 700.000 euro. Het aandeel van stad en Parko in die kosten konden we met veel moeite achterhalen, maat dat van Sint-Vincentius niet. Wat we hier willen zeggen is dat de voorzitter van Parko, zijnde onze Axel, nooit uitblonk in transparantie over de financiële meerkosten van zijn projecten. Dat hangt samen met zijn autoritair karakter. We kennen waarlijk geen bestuurder (Quickie even daargelaten) wiens beleid zo volmaakt congruent samenvalt met de eigenaardigheden van zijn persoonlijkheidsstructuur.

En nu we het toch over ondergrondse parkings hebben: de story van de parking K onder het winkelcentrum K (voorheen Q Park geheten,- weet u het nog?) kunnen we niet zomaar laten verdwijnen in de nevelen van de geschiedenis. Dat is de enige ondergrondse parking in Kortrijk die nooit ofte nooit een batig saldo zal opbrengen.
Schepen Weydts heeft het in al zijn koppigheid, nog wel op grond nog van een zogezegd objectieve kosten-baten-analyse, altijd anders voorgesteld. De redenering was: huurprijs (geïndexeerd) en exploitatie zal stad iets van 1,22 miljoen per jaar kosten, maar de verwachte ontvangsten aan retributies zullen zeker oplopen tot 1,36 miljoen. Mis dus, – al sinds de huurovereenkomst van oktober 2017 lijdt die parking verlies. (In 2020: 817.347 euro.) Die huur loopt nog tot eind oktober 2032, en een vroegtijdige ontbinding is onmogelijk. Vandaar ook dat de oppositie het bij monde van Benjamin Vandorpe (Cd&V) altijd heeft over een wurgcontract. En om Weydts maar weer eens als eigengereid persoon te typeren: zijn Raad van Bestuur kon de intentie om die parking van het winkelcentrum te huren vernemen via de pers. En er waren 6 bestuursleden voor, en 5 tegen. En de overeenkomst werd in de gemeenteraad van oktober 2017 goedgekeurd, dat is: nadat de huur al in voege was. Een arrogant bewindsman als onze Alex stoort zich daar allerminst aan.

Hadden we het over parkings?
Gelukkig heeft de CD&V – en niet de bevoegde schepen Weydts – het bijtijds (februari 2021) uitgebracht.
Even kort. In 2016 werd na onderhandelingen tussen D. Kerckhof van de Roeselaarse NV Pans een principeakkoord gesloten rond de ontwikkeling van de site Texture. Dat ging over de erfpacht op het gebouw en terrein in het kader van een gezamenlijk nieuw project bestaande uit de bouw van een ondergrondse parking (ook voor fietsen), appartementen, de pleinheraanleg en een loods voor het nieuwe Vlasmuseum.
Maar op basis van een bespreking in het College aanvang 2019 werd niet meer geopteerd voor een publieke ondergrondse parking vanwege “nieuwe geactualiseerde inzichten”. Die eenzijdige beslissing van de eigenwijze schepen Weydts berustte op het inzicht dat er in de toekomst steeds minder gebruik zou gemaakt worden van koning auto en er dus in Kortrijk geen nood meer was (is) aan nog maar eens een bijkomende ondergrondse parkeergarage.
NV Pans eiste eind 2020 een totale schadevergoeding van 491.100 euro. En AGB Parko had intussen al voor 336.558 euro kosten betaald als ereloon voor de architect en indirecte personeelskosten afgerekend voor 144 werkdagen. Beetje lunatieke schepen Weydts aanziet die onkosten als een besparing! Immers: de kost voor de P Texture was geraamd op 9,3 miljoen euro. Omgerekend naar leninglasten betekent dit dus een uitsparing van 700.000 euro per jaar gedurende 15 jaar.
In dit verband willen we absoluut op een verbijsterend feit wijzen dat ons stilaan doet vermoeden dat we met schepen Weydts te maken hebben met een caractériel.
Het laatste aangepast meerjarenplan schrapt voor 2020 ook de geplande fietsparking (170 plaatsen) bij Texture, net omdat er aldaar geen autoparking komt…
Onze eigenwijze schepen van mobiliteit heeft dus nog als voortschrijdend inzicht dat minder autoverkeer gelijk staat aan minder fietsverkeer.
(Wordt zeker vervolgd, na deze diagnose.)

Daar zijn nog kosten aan, aan schepen Weydts (1)

Er is dezer dagen heel wat beroering ontstaan omtrent – laat ons zeggen – : een vergetelheid van het stadsbestuur, subsidiair van de voorzitter van het voormalige autonoom gemeentebedrijf Parko, nu (sinds 1 januari 2020) “ingekapseld” in de stadsadministratie.
Die voorzitter van het AGB Parko was schepen Axel Weydts (SP.A).
Blijkt nu dat Stad – alleszins gedurende een bepaalde periode in 2020 – niet beschikte over een machtiging om via de FOD Mobiliteit en Vervoer (Dienst Inschrijving Voertuigen) over te gaan tot de identificatie van een nummerplaat om zodoende overtreders van een parkeerreglement een belasting aan te smeren. (Voor GAS-boetes kan het wél!)
Een bekend Kortrijks (fout)parkeerder (die toch anoniem blijft) heeft hieromtrent klacht neergelegd bij de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, (de “privacycommissie”) en kreeg warempel gelijk.
VB-raadslid Wouter Vermeersch bracht uit dat die rechtszaak aan stad inzake advocatenkosten (bij het bureau Eubelius) alreeds 59.000 euro heeft gekost, terwijl de raming oorspronkelijk 8.500 euro bedroeg.
Verbijsterend. En de zaak is nog niet afgelopen want stad gaat obstinaat in beroep. Dat kan ons waarschijnlijk bovenop nog een keer 59.000 euro kosten. Hangt mede af van het aantal consultatierondes en van het soort en aantal advocaten dat Eubelius op de zaak zet. (We komen daar gegarandeerd op terug.)
Wij achten hierbij Weydts mede in het geding. Politiek verantwoordelijk.

Schepen Weydts staat op gebied van geldzaken bekend als een echte potverteerder.
Misschien werd hem dat losjes omspringen met geld dat niet van hem is spontaan aangeleerd toen hij als militair in de Balkan beschikte over gigantische hoeveelheden cash geld om de Belgische soldaten van de buitenlandse missie aldaar te bevoorraden met voedsel en drank. (Hij ging daarbij gewapend met baar geld gewoon winkelen bij de plaatselijke handelaars.)

Weydts is schepen van Mobiliteit en Openbare Werken en beheert me dunkt daarbij – in geld uitgedrukt – de grootste portefeuille van heel het College van Burgemeester en Schepenen.
Om u een idee te geven: voor zijn fietsbeleid alleen al beschikt hij voor dit jaar over 11 miljoen. Om de stad “wandel- en fietsvriendelijk” te maken: 13 miljoen. Stationsomgeving: 7 miljoen. Parkeren: 3 miljoen. Enzovoort. Allemaal reusachtige sommen geld, voor de schepen in dit jaar beschikbaar gesteld.
Maar er zijn waarlijk nog andere kosten – minder urgente dan – aan schepen Weydts verbonden. Namelijk die uitgaven louter te wijten aan blunders, arrogant en megalomaan beleid of aan sotternieën.
Daarover een volgende keer.

Hoeveel brachten de parkings aan winst op in 2020, denkt u? (1)

Zeg maar: niks!

Maar eerst een woordje vooraf.
De jaarrekening 2020 is de eerste volledig geïntegreerde rekening van zowel Stad als OCMW plus de voormalige 2 autonome gemeentebedrijven (zoals Parko) en de 7 gemeentelijke vzw’s. Dat brengt mee dat we op allerlei vlakken geen of nauwelijks meer inzicht hebben in de cijfermatige historiek van vele componenten in het bestuur. Ja, tenzij er een raadslid – bekend staande als “slechte Kortrijkzaan” – uitdrukkelijk om vraagt. Zo komt het bijv. dat de gemeenteraad bij de bespreking van de tweede aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 in bijlage een overzicht kreeg van de uitgaven en ontvangsten vorig jaar van onze 15 parkings.
Zelfs voor dit jaar zijn al enige cijfers beschikbaar. We gaan daar nu niet op in want voor het vierde kwartaal gaat het om een raming en de kosten die centraal worden gebudgetteerd zijn nog niet per parking toegewezen.

Globaal genomen bedroegen de ontvangsten voor alle parkings samen 6.494.282 euro. Uitgaven: 6.653.072 euro.
Maar de kapitaalaflossing van -2.416.503 euro zit niet bij die uitgaven! Dat zijn kosten zeker?
Belangrjjk!
De autofinancieringsmarge (AFM) is negatief (min 2,5 miljoen) wat betekent dat de courante werking niet genoeg geld oplevert om de leningslasten te betalen ! (Ook voor dit jaar zal dit het geval zijn…)
Ten overstaan van het initieel budget is er voor 1,4 miljoen minder gerealiseerd, niettegenstaande de doorgevoerde tariefwijzigingen. Het stadsbestuur wijt dit aan het groot negatief Corona-effect op de ontvangsten, voornamelijk bij de eerste lockdown van maart-mei 2020. Men raamt de impact van Corona op -1,4 miljoen (straat) en -1,7 miljoen (garage), hetzij samen afgerond op -3,1 miljoen.
Nog volgens het stadsbestuur is de impact, niet onverwacht, terug te vinden in de parkings K onder het winkelcentrum en de Schouwburg.
Over de parking K willen we wel iets zeggen. Heeft die eigenlijk wel ooit enige winst gemaakt?
Stad heeft die parking in 2017 in beheer genomen met een huurlast van 1 miljoen per jaar (geïndexeerd!) met een looptijd van 15 jaar. Vandaar uitgaven ten belope van 1,44 miljoen. (Ik vermoed dat de huurlast nu 1.084.330 euro bedraagt.)
De vroegere vzw Parko (met name schepen en voorzitter Weydts) leefde in de verwachting dat die parking jaarlijks 1,2 miljoen aan ontvangsten zou opstrijken, nog wel op basis van een ernstig opgevatte studie over de kosten-baten analyse. Een grote misrekening. CD&V spreekt nogal altijd van een wurgcontract met de vroegere eigenaar N.V. “K in Kortrijk”, vertegenwoordigd door de N.V. Group Ceusters-SCMS.

In onze volgende editie de resultaten per parking.
Opgedragen aan al die Kortrijkzanen die klagen over de tarieven.



Er zijn ook corona-gerelateerde ontvangsten…

Maar daar hoor je waarlijk nooit iets over.
Schepen van Financiën Kelly Detavernier (N-VA) had het daar maar weer eens NIET over toen ze het in “Het Laatste Nieuws” (onze stadsmoniteur) recent wat uitleg verschafte over de min-inkomsten in het exploitatiebudget ten gevolge van corona.
Zij gaf drie voorbeelden: min 550.0000 euro toegangsgelden, min 400.000 euro ondergrondse parkeergelden, min 300.000 euro consumpties in cafetaria. De berekeningswijze van deze “verliezen” bleven achterwege.

En gaat het bij al die dalingen wel om een netto-verlies? We vermoeden dat er ook compensaties te vinden zijn vanwege lagere werkingskosten. Minder uitgaven, voornamelijk in de vrijetijdsdiensten. (Ja, dat is een cynisch gevolg…)

Onze schepenen zijn altoos sterk in het debiteren van halve waarheden. (Kortrijkse persjongens weten nergens van. Zien dat niet. Raadplegen geen dossiers. Gaan gewoon altijd af op wat schepenen vertellen. Heel soms op wat de oppositie zegt. Kunnen daar evenwel nooit eigen kennis tegenover stellen. Dat is het trieste, fundamentele kwaliteitsverschil met de beroepsjournalisten in de nationale pers.)

Kelly had vooral even kunnen benadrukken wat staat in de tweede Aanpassing van het MeerJarenPlan 2020-2025 (AMJP-2) op pag.173. “De hogere overheid komt nog steeds tussen in geleden omzetverliezen (bijv. zorg) of meeruitgaven (bijv. steun) en zorgt voor een degelijke financiering van nieuwe taken (bijv. vaccinatie-centrum)”
Spijtig dat er in dat AMJP-2 geen helder, geordend overzicht te vinden is van de subsidies van hogere overheden om de negatieve corona-impact in onze stad te compenseren. In de tabel van de exploitatie-ontvangsten in 2021 zijn geen details te vinden van de specifieke werkingssubsidies die we hebben gekregen voor het bestrijden van de corona-crisis.
We moeten die een beetje overal gaan zoeken in de 185 pagina’s van het AMJP-2, maar de oogst blijft zeer globaal.

Pag. 9
Er werden heel wat Corona-subsidies toegekend, zowel van de federale overheid (bv. COVID19 steun, voedselhulp, 50 euro extra steun per maand…) als van de Vlaamse overheid (bv. consumptiebonnen, lokale armoedebestrijding).
(…) Het aandeel ontvangsten in 2021 bedraagt 1,7M.
Pag. 10
We ramen de kost VAXPO op 3,2M. We voorzien evenveel subsidie. In principe is méér subsidiëring voorzien. VAXPO (het vaccinatie-centrum) is dus budgetneutraal in AMJP-2.

Nu ja.
We weten ook wel dat corona geen winstpost is in onze gemeentefinanciën.
Op vraag van raadslid Benjamin Vandorpe (CD&V) raamde onze boekhouder in een raadscommissie de netto-impact van Corona op min 3,61 M maar dat bedrag wordt niet echt toegelicht in een latere, toegestuurde bijlage.








Evolutie van de schuld (3): de nieuwe leningen

In een vorige, overigens fel gelezen editie van deze krant (we hebben moet bijdrukken), gaven we een overzicht van de evolutie van de schulden voor de periode 2020-2025. Hierbij constateerden we dat die ramingen binnen de tijdspanne van één jaar of zelfs binnen een half jaar geweldige bokkesprongen kunnen maken. Die zouden best eens kunnen uitgelegd in de volgende gemeenteraad (6 december) waarbij een tweede aangepast meerjarenplan 2020-2025 wordt besproken.
Financiële schulden van een gemeente bestaan uit vijf componenten: de schulden die al bestaan bij het begin van het jaar, nieuwe leningen, aflossingen, overboekingen en soms een keer “andere mutaties”.
Laat ons nu eens kijken welke jo-jo-bewegingen de voorgenomen bedragen van de nieuwe leningen maken, volgens drie documenten die nochtans binnen één jaar zijn opgemaakt. Van december vorig jaar tot december dit jaar!

We hebben het over:
– AMJP-2: de tweede aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025, recent opgemaakt in de maand november en zal voorgelegd in de aanstaande gemeenteraad van december;
– Rekening 2020: met daarin een overzicht van de voorgenomen nieuwe leningen voor de periode 2020-2025 en nog halfweg dit jaar vastgesteld in de gemeenteraad van juni;
– AMJP-1: eerste aanpassing van het meerjarenplan, vorig jaar goedgekeurd in de gemeenteraad van december 2020.

Let op de verschillen, vooral in dit jaar en in 2023. Ze zeggen veel over de schommelende, vaak lage realisatiegraad van de beloofde investeringen. Vergelijk hiervoor AMJP 1 en 2.

2020
AMJP-2: 11.749.823 euro
Rekening: 11.749.832 – idem (de rekening is goedgekeurd- het is geen raming meer)
AMJP-1: 12.354.283 euro

2021
AMJP-2: slechts 1.557.461 euro
Rekening: men voorzag 24.432.461 euro op te nemen leningen
AMPJ-1: 24.432.461 – idem, zelfde bedrag toen ook voorzien

2022
AMJP-2: 32.607.461
Rekening: 46.132.461
AMJP-1: idem

2023
AMJP-2: 62.857.461 (inhaalbeweging)
Rekening: 47.532.461
AMJP-1 idem

2024
AMJP-2: 38.707.461
Rekening: 29.882.461
AMJP-1: idem

2025
AMJP-2: 36.387.461
Rekening: 26.287.461
AMJP-1: idem

Wat valt er dus op?
Voor de jaren 2020, 2021, 2022 is het (in december 2020) voorziene bedrag van de op te nemen leningen telkens hoger gebudgetteerd dan het laatste (in december 2021) voorziene bedrag. Overigens is dit ook het geval voor het jaar 2019, het eerste jaar van de huidige bestuursperiode. Men voorzag voor ca. 19 miljoen leningen en daarvan is er ca. 13 miljoen gerealiseerd. Men was nog in “rodage“, zo vond de schepen van Financiën.
Anders gezegd: deze tripartite verwezenlijkt(e) de eerste vier jaren van deze legislatuur (meer dan de helft van de bestuursperiode) minder dan beoogt. U zal dat in geen enkele regionale gazet lezen…
In 2023 naderen de verkiezingen dan alweer en zet men zijn beste beentje voor qua investeringen.

Commentaren volgen nog wel.




Evolutie van de schuld (2): de stijgingspercentages !

In een vorige editie van deze krant is hier gemeld dat de “absolute” totale schuld in de periode 2020-2025 volgens de laatste (tweede) aanpassing van het Meerjarenplan (AMJP-2) zal stijgen van 191.070.974 euro naar 255.072.052 euro. Dat is met 33,4 procent.
(Met absolute schuld bedoelt men die van eigen leningen van stad én OCMW plus de doorgeefleningen en boekhoudkundige leningen. Dus alles. Ook wat ooit later van geen tel meer kan zijn.

Maar hoe zit het in verhouding met de pure eigen leningen van stad én OCMW?
Ha! Die gaan van 147.016.934 (in 2020) naar 212.360.776 euro (in 2025). Dat stijgingspercentage is wel hoger: 44,4 procent.

Meerjarenplannen slaan voor dit jaar decretaal verplicht op de periode van 2020 tot en met 2025.
Interessant om weten is evenwel hoeveel het stijgingspercentage volgens de ramingen bedraagt gedurende de huidige bestuursperiode. Daar heeft men het nooit over. Die termijn loopt van 2019 tot en met 2024.
Hier gaat het om een geconsolideerd bedrag van 199.710.930 euro naar 243.325.214 euro. Stijgingspercentage: 21,8 procent.

Kwaadaardige, meer populistische burgers en zeker de koele minnaars van de tripartite weten dolgraag hoeveel de schuld bedraagt per capita (baby’s inbegrepen).
Daar hebben we het nog niet over gehad.
Een overzicht. Zelf berekend. (De gehanteerde bevolkingscijfers per jaar komen van de officiële website https:///statbel.fgov.be.)

2019: 2.603 euro (reëel cijfer)
2020: 2.478 euro (ook)
2021: 2.225 (vanaf nu ramingen)
2022: 2.376
2023: 2.897
2024: 3.093 (de kaap van 3.000 overschreden)
2025: 3.226 euro.
Voor de huidige, lopende bestuursperiode (2019-2024) bedraagt de stijging per capita 18,8 procent.
Al die bedragen zijn natuurlijk héél voorlopig en zéér afhankelijk van de moeilijk voorspelbare echte bevolkingsgroei. Maar toch even zeggen dat deze cijfers beter uitvallen dan verwacht in de eerste aanpassing van het meerjarenplan. Maar ja, dat wil ook niks zeggen… Politiek bekeken is het de realisatiegraad die telt. Wat wou men doen, en wat is niet gebeurd?

Ha!
Slechte, door en door slechte Kortrijkzaan! U verlangt zeker nog te weten hoeveel er in de loop der jaren nog zoal zal geleend worden?

Evolutie van de schuld 2020-2025 (1): een rare cijfermatige vaststelling

Ja, de tweede Aanpassing van het MeerJarenplan 2020-2025 (AMJP-2) is aangekomen, die waarvan de schepen van Financiën in de laatste gemeenteraad van 15 november nog niks wilde vertellen. We moesten erop wachten tot op de gemeenteraad van 6 december.
Bij de lectuur van meerjarenplannen gaat onze ongezonde cijfermatige nieuwsgierigheid vooral uit naar de evolutie van de schuld en van de belastingen.
Maar we hadden nu vanwege corona even wat tijd over en bedachten iets wat we nog nooit hebben gedaan.
We dachten: laten we ons nu toch met iets bezighouden, en eens kijken in hoeverre de cijfers van de schulden in het document AMJP-2 gelijken of verschillen van die zoals te lezen in 1) de jaarrekening 2020 en in die van 2) de eerste aanpassing van het meerjarenplan (AMJP-1).
We vergelijken:
– Het document AMJP-2 dat is opgemaakt in november van dit jaar.
– De prognose-gegevens uit de jaarrekening 2020 die dateren van juni van dit jaar.
– De AMJP-1 die is goedgekeurd in december 2020.

Hierna krijgt u de cijfers van de totale financiële schulden per jaar volgens de drie bekeken documenten.
Die schulden zijn geconsolideerd: het gaat om eigen leningen van stad en OCMW, plus de doorgeefleningen aan VLAS of aan XOM of aan kerkfabrieken (sommen die we eigenlijk ooit wel eens terug krijgen) plus eventuele boekhoudkundige leningen (die geen kasstromen genereren).

2020
AMJP-2: 191.070.974 euro
Rekening: idem
AMJP-1: 191.260.813

2021
AMJP-2: 172.488.699
Rekening: 195.046.055
AMJP-1: 195.235.894

2022
AMJP-2: 185.038.208
Rekening: 219.877.091
AMJP-1: 220.066.931

2023
AMJP-2: 226.734.179
Rekening: 244.647.441
AMJP-1: 244.837.281

2024
AMJP-2: 243.734.379
Rekening: 251.264.441
AMJP-1: 251.454.693

2025
AMJP-2: 255.072.052
Rekening: 252.277.307
AMJP-1: 252.467.146

Toch verbazingwekkend.
Hoe ramingen binnen één jaar tijd zo kunnen verschillen. En zelfs binnen een half jaar: vergelijk de prognoses van juni met deze van deze maand november. Hoe relatief is dat dan, als we nu al stellen dat de totale schuld tussen 2020 en 2025 met 32 procent stijgt?

Stand van zaken in het exploitatiebudget, halverwege dit jaar


Eerst de uitgaven op 30 juni
Toen was er voor 93,6 miljoen effectief geboekt.
Nu moet u weten dat er voor geheel dit jaar volgens het meerjarenplan voor een totaal aan uitgaven voor 198,1 miljoen is gebudgetteerd! Er moet dus wel nog iets gebeuren. De realisatiegraad is 47 procent.
– Voor de uitgaven inzake “goederen en diensten” was 69,2 miljoen voorzien.
Hier is er halverwege dit jaar 17,9 M geboekt. Realisatiegraad: slechts 25 procent…
– Qua bezoldigingen stad/OCMW was er voor 103,3 miljoen begroot. Daarvan is in het eerste semester 49,3% besteed.
Dat is dus een normale realisatie: praktisch de helft.
– Van de toegestane werkingssubsidies (bijv. voor politie) is 49,8% van het jaarbudget besteed. Ook normaal.
– Voor de rentekost van leningen zitten we met 2,2 M op 48,1% van de jaarraming.

Nu wat over de ontvangsten op 30 juni.
Het jaarbudget bedroeg in totaal 213,2 miljoen. Daarvan is 86,2 M geboekt oftewel 40,4%.
– Qua fiscale ontvangsten Is in het eerste semester 18,9 M geïnd, oftewel 27,3% van het jaarbudget. (Zie verder.)
– Voor “ontvangsten uit de werking” is 46,7% van de beoogde jaaromzet gerealiseerd. Voorname ontvangten zijn die uit de verkoop van huisvuilzakken en inkomsten uit containerparken.
– Er is in het eerste semester geen enkele verkoop van onroerende goederen gerealiseerd. (Denk aan Doorni-ksewijk 166, Goed te Boevekerke, Amsterdams Poortje.)

Het saldo van de uitgaven en ontvangsten is negatief
We hebben het nog altijd over halverwege het jaar.
Het saldo bedroeg MIN 7,4 miljoen.
Wanneer we ook de kapitaalaflossingen (11,5 M) in rekening brengen bekomen we zelfs een negatieve autofinancieringsmarge van min 18,9 miljoen. En dit terwijl het jaarbudget een AFM van min 3,2 M toestond.
MAAR dat sterke negatieve saldo in het 1ste semester is normaal aangezien de grootste belastingontvangst, met name de Onroerende Voorheffing (35 M), pas in het tweede semester wordt uitbetaald.