Category Archives: gemeentefinanciën

Investeringsgraad van nul procent t.o.v. van initieel budget én t.o.v van het eindbudget (1)

Ja, dat kan ook, dat er in een bepaald jaar niets is verwezenlijkt inzake bepaalde, voorgenomen investeringen. Niets, maar dan ook niets van wat werd begroot (beloofd).
In voorgaande stukken alhier gaf kortrijkwatcher als “negativo” te kennen dat stad vorig jaar voor slechts 51,10 procent investeringsuitgaven realiseerde tegenover wat geraamd werd als initieel bedrag. Concreet: 20,27 miljoen t.o.v. van de oorspronkelijke voorziene 38,9 miljoen. (Tegenover het eindbudget haalden we wel nog 72 %, maar daar is dan een grote kapitaalsverhoging van 1,3 miljoen voor IMOG inbegrepen. )

We vroegen ons af wat er dan wel TOTAAL NIET werd gerealiseerd.
In de volgende editie van deze krant een lijstje van een aantal grote projecten met nul procent realisatiegraad. Niet allemaal dus, want we tellen er niet minder dan 59.
We gaan ons daarom beperken tot de investeringsuitgaven van méér dan 100.000 euro die in het geheel niet werden opgesoupeerd.
Dit soort gegevens (nieuws!) haalt natuurlijk onze plaatselijke pers niet…
Dat interesseert de mensen niet! Dat is allemaal veel te moeilijk!

Schepen Kelly van Financiën (N-VA) liet het ditmaal bij de bespreking van de jaarrekening geheel na om te wijzen op de schitterende realisatiegraad van de investeringen. Heel verstandig zeg! Wel wees zij – uitermate tevreden – op het feit dat we in 2019 alweer degelijke financiële evenwichten bereikten. Natuurlijk, als je weinig doet, moet je ook weinig uitgeven en tevens minder lenen. Kwam daarbij nog de meevaller van verhoogde ontvangsten uit de aanvullende personenbelasting: 2,3 miljoen meer dan geraamd. In het exploitatiebudget waren er 1,8 miljoen minder uitgaven en 2 miljoen meer ontvangsten, wat maakte dat het resultaat 3,8 miljoen beter uitviel dan gebudgetteerd.
Ja, zo kunnen wij het ook…

(Wordt dus vervolgd.)


Raadslid Benjamin Vandorpe (CD&V) over de jaarrekening 2019

(Zoals beloofd: zijn tussenkomst in de gemeenteraad van 8 juni, bijna in extenso.)

(…)
2019 was een boerenjaar qua inkomsten voor Stad Kortrijk met 2,3 miljoen euro meer inkomsten uit de Aanvullende Personenbelasting (APB) dan eerst geraamd. Ik laat u raden of Stad hiermee is omgegaan zoals de mier zou doen of de krekel in de fabel van Jean de la Fontaine.
Enkele voorbeelden.
Op de gemeenteraad van 9 oktober 2017 werd het volgende vooropgesteld in verband met het huurcontract parking K in Kortrijk door PARKO, en ik citeer:
Het AGB Parko heeft met betrekking tot deze voorgenomen huur, waarbij het geen vragende partij was en dus een sterke onderhandelingspositie innam, steeds navolgende krachtlijnen vooropgesteld:
– een nieuwe huurovereenkomst in plaats van de overname van een bestaande
– een langdurende overeenkomst
(…)
– een huurprijs onafhankelijk van de omzet
– financieel exploitatie-resultaat break-even


Is dat even tegengevallen, want wat leren de nieuwste cijfers: in 2019 haalt K in Kortrijk een omzet van 805.812,01 euro. De huur alleen bedraagt al 1.050.000 euro, dus voor dat je enige kosten maakt kom je al 250.000 euro te kort. Met de kosten erbij al gauw een half miljoen, 15 jaar lang, want Ceusters heeft bedongen dat jullie niet vervroegd onder het contract uit kunnen.
Begin morgen aub de onderhandelingen om het contract open te breken. Zelfs al betaal je daar een miljoen schadevergoeding voor, dan nog zal de schade voor de Kortrijkzanen veel kleiner zijn dan de miljoenen die nu verspild worden, want we hangen nog 12 jaar vast aan dit verdoemde wurgcontract. Precies waar we vooraf voor gewaarschuwd hadden. En kom niet af met ‘we zijn bezig met corrigerende acties’. Die waren er in 2019 ook al, met als enig resultaat een nog lagere omzet dan in 2018.

Het is helaas niet het enige contract waarmee het intussen misgelopen is. (…)
Herinner je het Gabecon debacle in Woonzorgcentrum Bellegem, de asbest story met Howest, de Lago borgstelling, het niet bestaande trambus contract met De Lijn.
(…)

Kortrijk wil de beste stad van Vlaanderen zijn. (…) Wel voor feesten zijn jullie daar alvast in geslaagd, maar wat de serieuze financiële zaken betreft, gaan jullie om met contracten zoals Boma dat zou doen met zijn café-ploeg F.C. De Kampioenen. Echte amateurs zijn jullie op dat vlak. (…)

– Van de projectinvesteringen (dus zonder de onderhoudsinvesteringen) hebben jullie maar 41% gerealiseerd van wat jullie beloofd hebben: 13,2 miljoen op een totaal van 32,2 miljoen. (…)
– Kortrijk heeft een derde minder investeringsuitgaven per inwoner dan Genk of Hasselt, zelfs de helft minder dan Leuven, Antwerpen of Brugge. (…) De persmythe van de “investeringscoalitie” is definitief doorprikt.
Ik weet het, het is niet gemakkelijk voor de pers om het een en ander te doorzien. Maar in plaats van alles klakkeloos over te nemen, stel een en ander in vraag en geef de oppositie de mogelijkheid om weerwerk te bieden. (…)
En vooral, stel jezelf de vraag: waarom de cijfers afzetten tegenover de budgetwijziging in plaats van tegen het echte initiële budget?
Waarom de criminaliteitscijfers opsmukken door deze van de stad met de regio (VLAS) samen te voegen.?
(…)
Ik vrees dat we nog niet alles boven gespit hebben. (…)
Bij deze nog een goede raad. Wees bij het opstellen van de komende plannen behoedzaam voor de uitdagingen van de toekomst:
– een daling van APB;
– Lago die zijn prognoses niet kan waar maken;
– de kosten voor Corona die groter zijn dan ingeschat.


Nogmaals over de realisatiegraad van de investeringen

Een tijdje geleden hadden we het hier op de redactie over de effectiviteit van de investeringen. Het is een uiterst belangrijke aanwijzing over de vraag of het beleid wel zijn vooropgestelde doel (heeft) bereikt.
We hadden het toen voor de vorige bestuursperiode over de werkelijk gedane investeringenuitgaven uitgezet tegenover het zgn. eindbudget van hetzelfde jaar. Dit wil zeggen: tegenover de laatste begrotingswijziging van dat jaar. Dit is een zeer coulante benadering want we houden dan rekening met de bijstellingen van het bestuur, het voortschrijdend inzicht dat gerezen is over bepaalde projecten die niet zullen doorgaan, of maar half zullen lukken. En met gegevens uit de vorige jaarrekening. Toch was de berekende realisatiegraad voor die periode (2013-2018) absoluut niet van die aard om over naar huis te schrijven. Kent u het nog allemaal?

We keken toen ook al even vlug naar de pas opgemaakte jaarrekening 2019.
De realisatiegraad voor de uitgaven was hier al beter. 72,3% van het geraamde eindbudget werd daadwerkelijk verwezenlijkt.

Onze gemeenteraadwatcher wil evenwel voor het jaar 2019 nu een keer minder goedertieren vertonen en nu eens de gedane uitgaven afzetten tegenover het oorspronkelijk opgemaakte budget. Het initiële budget.
Het bestuur houdt niet erg veel van dit soort vergelijkingen: men belooft aan de kiezer immers graag altijd méér dan men uiteindelijk zal realiseren.
We berekenen dus nu de verhouding tussen de uitgaven ter waarde van 20.278.531 euro tegenover het originele begrotingsbedrag van niet minder dan – ja zeg! – 38.916.234 euro. Hoeveel is de realisatiegraad dan wel?
52,10 procent ! Ietwat meer dan de helft van het begrote bedrag waar men ooit fier heeft mee uitgepakt. Ook in de pers. Dit begint op kiezersbedrog te lijken.

Waarom is onze gemeenteraadwatcher nu minder goedgunstig gezind?
– Onze tripartite pronkt telkenjare met het (hoge) initiële budget om de goegemeente weer eens attent te maken op het feit dat we nog altijd bestuurd worden door een ongelooflijk, historisch onvergelijkbaar investeringscollege. (De schepenen geloven het zelf bijna niet.)
– Dat blijkt maar weer eens uit de toelichting bij de jaarrekening 2019 op pag.7. Daar presteert iemand het om te gewagen van een “overschot” van 7,7 miljoen euro in de investeringsuitgaven, terwijl het in werkelijkheid gaat om een min-uitgave, een aan ons – brave burgers – beloofde maar niet-gerealiseerde prestatie waarvan wij allen beter zouden van worden.
(Hopelijk zal de burgemeester op de volgende gemeenteraad van maandag 8 juni eens vertellen wat men niet heeft gerealiseerd en hoe dat komt.)
Nog op deze pagina vindt men – het is waarlijk onwaarschijnlijk! – dat daarmee het resultaat van het budget (het saldo) beter is dan gebudgetteerd.
– We zijn een beetje kwaad, ja. Nu blijkt tevens dat bij de investeringsuitgaven – zonder commentaar – ook een kapitaalsverhoging van 1.332.465 euro voor IMOG is verrekend. Ja, op papier is dat dus een investeringsuitgave behorend tot de categorie “financiële vaste activa”. In de praktijk ervaren gewone mensen (en zelfs financieel directeurs van een gemeente) “echte investeringen” pas als ze slaan op “materiële vaste activa” (terreinen, gebouwen, wegen) of op “toegestane investeringssubsidies” (aan brandweer, politie, bibliotheek, KVK, enz.).
Als we die kapitaalsverhoging in mindering brengen (men deed dat vroeger in 2014 ook voor Gaselwest) komen we aan een realisatiegraad van 48,68 procent.
– Wat ons ook heeft boos gemaakt is dat gebruik van onverstaanbare afkortingen: voor 9 miljoen SIB’s voor BV, ICT, RES en andere. Niet echt uitgelegd. Zelfs niet goed op de raadscommissie.
– De realisatie van de verbonden investeringsontvangsten is ook niet schitterend. Initieel verwachte subsidies: 7,37 miljoen. Geïnde subsidies: 2,62 miljoen. Realisatiegraad: 36%.
Waarom zijn die subsidies nog niet binnen voor de herinrichting van de schoolomgeving Pottelberg en voor de President Kennedylaan?
Wat de ‘desinvesteringen’ (= verkopen) betreft verwachtte men 4,11 miljoen ontvangsten. Verkregen: 2,61 miljoen. Realisatiegraad: 64%. (Hier kan men als verontschuldiging aanroepen dat heel laat werd beslist tot verkoop van de openbare verlichting. Men hoopt intussen later nog op 1 miljoen.)

P.S.
Toch zullen schepen Kelly van Financiën en de burgemeester aanstaande maandag zeggen dat er geen vuiltje aan de lucht is. Voor Kelly hier nog een laatste, welgemeende waarschuwing: zeg aanstaande maandag niet alweer dat de investeringen jaar na jaar stijgen.




De effectiviteit van ons zgn. investeringscollege

We kennen nu de jaarrekeningen vanaf 2013 tot en met 2019.
De bedragen in die papieren slaan dus op de werkelijk gedane uitgaven (en ontvangsten) van onze eerste tripartite (2013-2018) en die van het eerste jaar van de tweede tripartite met het allegaartje, genaamd Team Burgemeester.
De coalitie VLD-SP.A en N-VA heeft zich ooit uitgeroepen tot het grootste investeringscollege ooit terwijl de huidige schepen van Financiën Kelly Detavernier (N-VA) vindt dat we in de vorige legislatuur en tot op heden telkenjare meer en meer hebben geïnvesteerd.
We kunnen nu ook voor ieder jaar de investeringsuitgaven afzetten tegenover het eindbudget, dat wil zeggen: tegenover de laatste gewijzigde begroting van dat jaar. Dat lijkt ons heel redelijk (alleszins verdraagzaam tegenover de coalitie) want met die laatste budgetaanpassing van het jaar is bij het bestuur voortschrijdend inzicht gebezigd. De arrogantie is dan getemperd.
Dat geeft ons een adequaat inzicht op de effectiviteit van het investeringsbeleid, met name de vraag of het doel is bereikt. Dat is DE vraag die er toe doet als men – zonder af te gaan op ons buikgevoel – een oordeel wil uitspreken over het gevoerde beleid, Gedaan met intuïtieve percepties!
We zeggen al onmiddellijk (voor het geval u niet verder leest) dat de tripartite in zijn eerste bestuursperiode in totaal 55,79% heeft gerealiseerd van wat werd begroot.

2013
Toen sprak men nog van investeringen als “uitgaven in buitengewone dienst”. De werkelijk gedane uitgaven noemde men toen ‘aanrekeningen’ en de geraamde bedragen ‘begrotingskredieten’.
Aanrekening: 11.837.162 euro
Krediet: 28.517.684 euro
Verwezenlijkt (realisatiegraad): 41,51%

2014
Dat is wel een heel speciaal jaar. Want toen is er als deelname bij Gaselwest een kapitaalsverhoging gebeurd ter waarde van 23.457.544 euro. Dit bracht de investeringsuitgave op een soort fictief bedrag van 45.236.829 euro. Tegenover een geraamd budget van 39,9 miljoen was dat een onwaarschijnlijke realisatiegraad.
We trekken dus de kapitaalsverhoging af om te komen tot de reële investeringsuitgave in de stad.
Uitgave: 21.779.285 euro
Eindbudget (wat men van zins was om te doen): 39.939.619 euro
Gerealiseerd: 54,53%

2015
Cijfers altijd in de volgorde 1) werkelijk gedane uitgave, 2)geraamde uitgave en 3) realisatie
17.561.061
48.666.211
36,08% (een dieptepunt)

2016
18.596.389
35.076.916
53,02%

2017
31.237.351
38.927.323
80,25% (inhaalbeweging – verkiezingen naderen)

2018
26.161.987
36.812.978
71,07%

2019
20.278.531
28.035.303
72,33%

Conclusie voor de vorige bestuursperiode 2013-2018:
Werkelijk uitgegeven: 127.173.235 euro
Voorgenomen: 227.940.731 euro
Gerealiseerd: 55,79% was de effectiviteit….




Hoe zal men de impact van de coronacrisis bezweren? (4)

In vorige edities hadden we het over 1) het halveren van twee strategische buffers, 2) over het schrappen van twee investeringen – dit alles om de putten te dempen veroorzaakt door de steunmaatregelen aan de Kortrijkse burgers die lijden onder de coronaramp.
Het stadsbestuur voorziet nog een derde luik aan financiële maatregelen en daarover hebben we het nu.

Men wil uit de aard der zaak ook ingrijpen in het explotatiebudget van het meerjarenplan.
De voornemens staan weerom opgesomd op pag. 24 in het plan “De Weg uit de Crisis”. Zij behoren duidelijk eerder tot de meer paniekerige budgettaire ingrepen onder wat wij – in stadsbudgetten althans – beschouwen als de toepassing van de ietwat ridicule leuze “alle beetjes helpen”.
– Vooreerst zegt men in het algemeen dat wordt uitgekeken naar “slimme keuzes” in het exploitatiebudget. Die slimme keuzes zijn niet nader toegelicht. Het zou gaan om verschuivingen van enkele budgetten. Ten koste van welke andere dan?
– Misschien deze dan: “Meer telewerk en meer digitaal werken betekent ook een daling op sommige kosten (bv. papier, inkt, kopies, postzegels…).”
Hierbij willen we wel even aanmerken dat niettegenstaande men op het stadhuis sinds jaren al verwoed allerlei ICT-tools invoert, de papierberg nauwelijks daalt, of globaal zelfs niet vermindert. En vergeet niet dat al die ICT-dinges die men hier de laatste jaren heeft bedacht daarenboven schatten van mensen kosten. Ook aan studies, opleidingen, onderhoud en bijstand van externen. Soms méér dan begroot.
En van hiernavolgende maatregel begrijpen we waarlijk niets. Niks. We citeren:
” In 2021 passen we éénmalig een indexsprong toe op de werkingskosten, die ook in de volgende jaren impact heeft (effect 200.000 euro per jaar of samen 1 MIO).”
Werkingskosten of -uitgaven zijn bij ons weten alle exploitatie-uitgaven nodig voor de werking van de gemeentediensten. Bijvoorbeeld energiekosten, kantoorbenodigdheden (printers!), telefoon, onderhoud voertuigen. Maar dan zonder de personeelskosten! En bij ons weten zijn die kosten nu in het budget globaal te vinden onder de rubriek “goederen en diensten”. (Details ontbreken evenwel.)
In 2020 bedragen de uitgaven onder deze rubriek althans 65,79 miljoen en 66,09 miljoen in 2017. In 2022 voorziet het meerjarenplan 66,19 miljoen. Op zo’n bedragen 200.000 euro per jaar besparen is een peulschil.
Maar wat betekent die “éénmalige indexsprong”? Waarover heeft men het?? Wij weten het echt niet.

P.S.
Tot daar onze serie commentaarstukken over “De Weg uit de Crisis”.
Maar we kunnen er meer verwachten…

Hoe zal men de impact van de coronaramp financieren? (3)

De crisis brengt mee dat stad minder inkomsten dan begroot zal ontvangen en de steunmaatregelen vergen anderzijds meer uitgaven dan geraamd. Stad Kortrijk probeert dit alles momenteel te compenseren door het treffen van drie soorten van financiële maatregelen. Zie het plan: “De weg uit de crisis” (pag.24).

Een eerste luik wil de strategische buffers die men had aangelegd in het meerjarenplan 20-25 halveren.
Het beschikbaar budgettair resultaat gaat dan van 4 naar 2 miljoen. En de buffer van 1 miljoen binnen de autofinacieringsmarge van 1 naar 0,5 miljoen. Over die maatregelen hadden we het al in een vorige editie van deze elektronische krant. En we vroegen daarbij aan Kelly Detavernier – de schepen van Financiën – om enige opheldering over de posten in het budget die daardoor zullen getroffen worden. (Kelly had het ook nog over het verhoopte overschot op de jaarrekening 2019. Dat moet nu toch halfverwege de maand mei van dit jaar gekend zijn.)

De gedeeltelijke inbreng van die twee buffers en dat verwachte overschot op de jaarrekening 2019 zullen niet volstaan om de impact van de crisis op de stadsfinanciën te dempen. Zeker niet als de crisis maar blijft duren.

Vandaar dat tweede luik van maatregelen dat men wenst door te voeren.
Die voornemens slaan op een drastische verlaging van twee investeringen.
1. De heraanleg van de Doorniksewijk gaat nog niet door.
Dat was een heel belabberd dossier en voor het stadsbestuur was het feit dat De Lijn geen geld heeft om zovele elektrische trambussen te kopen voor de verbinding van het station met Hoog Kortrijk een dankbaar alibi om van dat slecht gemanaged project af te geraken.
Het verdagen van het project naar sint-juttemis brengt gedurende deze bestuursperiode een uitstel van investeringen mee ten bedrage van zes miljoen.
Hoe zag de investeringstabel er namelijk uit in het actieplan 2.4.6 van het meerjarenplan 20-25, genaamd “betere verbinding van het centrum met Hoog-Kortrijk”?
– Voor 2020 en 2021: nul euro (!)
(Dus voor deze jaren eigenlijk geen bezuiniging…)
– 2022: 300.000
– 2023: 300.000
– 2024: 3.200.000
– 2025: 2.200.000 euro.

2. De markthal op de Veemarkt wordt niet gebouwd.
(We weten niet welke politieker of partij dit project in het bestuursakkoord heeft gesmokkeld , maar men heeft nu plots en wel laat ingezien dat Kortrijk met al zijn leegstand geen nood heeft aan nog meer winkeloppervlakte.)
Wat moet de totale afschaffing van dit project (actieplan 9.1.8) opbrengen?
In totaal: 4,3 miljoen.
Dit voortschrijdend inzicht brengt ons alweer tot in 2022 eigenlijk niks op inzake schrapping van uitgaven.
De investeringstabel ziet er namelijk zo uit:
– 2020: nul euro
– 2021: nul euro
– 2022: nog altijd niks voorzien
– 2023: 394.160 euro
– 2024: 1.875.280 euro
– 2025: 2.030.560 euro.

Die beide “bijstellingen” van investeringsuitgaven brengen dus in totaal een minuitgave teweeg van 10,3 miljoen.
Nochtans is in het document “De weg uit de crisis” op pag. 24 slechts sprake van 8 miljoen. Schepen Kelly moet dat maar weer eens uitleggen.
In haar redenering bedraagt het resterende investeringsbudget voor de gehele planningsperiode 20-25 dus 283,1 miljoen.
Volgens kortrijkwatcher dus niet.
De totaliteit van de investeringen van stad én ingekantelde “satellieten” (OCMW, Parko, enz.) is geraamd op 291.171.291 miljoen.
Daar moeten we 10.300.000 euro van aftrekken. Geeft 280.871.291 euro.
(En dat moet dan nog worden gerealiseerd. Als de crisis lang genoeg aansleept zal men waarschijnlijk nog investeringen moeten schrappen. Kortrijkwatcher heeft er al enkele in gedachten…)

P.S.
Volgende editie is gewijd aan het derde (beetje pover) luik van maatregelen die stad wil treffen om het hoofd te bieden aan de financiële impact van corona.






Hoe zal men de impact van de corona-maatregelen financieren? (2)

In een vorig stuk vertelden we wat volgens ons bestuur de impact van de corona-maatregelen (opgesomd in het document “Weg uit de crisis”) zou kunnen zijn op onze stadsfinanciën.

Hoe wil men die verliesposten (meeruitgaven) nu financieren?
Vooreerst door twee strategische buffers te halveren...Ja zeg!


Dat is wel zéér curieus, om twee redenen.
Schepen van Financiën Kelly Detavernier (N-VA) dacht namelijk vroeger dat juist die buffers zouden volstaan om de impact van de corona-crisis te bezweren. En de buffers zouden tegelijk dienen om mogelijke financiële risico’s in de toekomst te bezweren. Bijvoorbeeld de zware pensioenfactuur.
Passons…

Ja, het meerjarenplan 20-25 legde de evenwichtsvoorwaarden hoger dan wettelijk opgelegd.
Zo legde men het resultaat op kasbasis (nu genoemd: beschikbaar budgettair resultaat – BBR) ieder jaar vast op ca. 4 miljoen. Dat is hoog. Eigenlijk volstaat het dat het bedrag elk jaar gewoon positief is.
Dit jaar is het BBR geraamd op 4.127.837 euro. Men wil dat dus herleiden tot ca. 2 miljoen. Maar “Weg uit de crisis” legt niet uit welke post(en) men dan wel ziet verminderen.
Het BBR is de som van alle uitgaven en ontvangsten. Concreet: de som van de saldo’s van de posten exploitatie, investeringen, financiering (leningen) én het budgettair resultaat van het vorig boekjaar.
Volgens de schepen van Financiën zou juist dat hoge positieve resultaat van vorig jaar de redding brengen. Die post is nu gebudgetteerd op 39 miljoen euro en dat bedrag mag dus volgens Kelly zeker niet lager uitvallen. We kijken uit.

De tweede buffer die men wenst te halveren slaat op de autofinancieringsmarge. De AFM gaat na of een bestuur wel voldoende marge genereert uit de courante werking om de leningslasten te dragen. Wettelijk gezien moet de AFM enkel positief zijn in het laatste jaar van het meerjarenplan.
In Kortrijk is de AFM ieder jaar positief. In 2025 gaat het zelfs om 3,17 miljoen. Raar: in het relanceplan “Weg uit de crisis” heeft men het over 1 miljoen in 2025 en men wil dit herleiden tot 0,5 miljoen. En nog eigenaardiger is dat in het meerjarenplan net gesteld wordt dat men de AFM in 2025 absoluut wil houden op 1 miljoen om tegenvallers op te vangen.
Eén van die financiële risico’s ten gevolge van de economische coronacrisis is door het stadsbestuur al geraamd: een daling van de aanvullende personenbelasting. Het zou gaan om een minopbrengst van 3,4 miljoen in deze legislatuur. Dat is eigenlijk per jaar niet erg veel (op 25 tot 26 of 27 miljoen), maar er zijn nog andere (belangrijke) belastingsoorten die (zullen) verminderen: parkeerbelasting en naheffingen, logiestaks, verspreiding reclamedrukwerk, opcentiemen op de onroerende voorheffing.

Mogen we even concluderen?
We verstaan die maatregel tot halvering van die twee buffers niet zo goed.
Kelly wel?

P.S.
In een volgende editie van deze krant komt er commentaar op de andere (twee) maatregelen die genomen worden om de impact van corona op de financiën te bekostigen. Die zijn wel te bevatten…

Over de impact van de coronacrisis op onze stadsfinanciën (1)

Stad stelt diverse maatregelen voor om de gevolgen van corona op alle mogelijke facetten – zo zullen we maar zeggen : van ons leven – te bestrijden. Op de laatste gemeenteraad van 11 mei is daarbij verrassend op de valreep een programma voorgelegd aan de raadsleden. (Zij wisten weer nergens van.)
De volledige, lijvige tekst staat te lezen op de website van stad onder de titel “Weg uit de crisis”.
(En ten overvloede brengt de lokale editie van HLN bij monde van stadsreporter Peter Lanssens , tegelijk woordvoerder van de tripartite, daar in schuifjes een commentaarloze samenvatting van. Journalistiek!)

Kortrijkwatcher haast zich hierbij om te zeggen dat de voltallige redactie de maatregelen helemaal niet slecht vindt (zelfs goed!), want we willen onze reputatie als positivo’s behouden. (Het enige wat dit keer enigszins te betreuren valt is dat de tripartite constructieve voorstellen van de oppositie opnieuw wenste te negeren. Een uitgestoken hand van Groen bijv. werd zelfs geweigerd.)

De pag. 23 en 24 van het document “Weg uit de crisis” zijn gewijd aan de impact van de crisis op onze stadsfinanciën. Interessant!
Er staat onze Stad een daling van diverse ontvangsten te wachten en anderzijds vergen de bepaalde maatregelen allerhande meeruitgaven. De effecten hiervan (het negatieve saldo) is alleen al voor dit jaar 2020 geraamd op 7,5 miljoen euro. Voorts raamt men de daling van de aanvullende personenbelasting (ten gevolge van de economische crisis) voor de gehele legislatuur dan op 3,4 miljoen euro. Over de effecten op de opbrengst van de opcentiemen op de onroerende voorheffing wordt niet gerept.

Het voorliggend plan omvat een serie concrete, goed opgesomde tegemoetkomingen (premies, investeringen, kwijtscheldingen) die samengeteld zowat 4,85 miljoen euro kunnen kosten.
Probleem is dat bepaalde uitgaven eenmalig zijn, maar andere geheel afhangen van de duur van de crisis. Die kosten zijn dus uiterst moeilijk te voorspellen.
Intussen heeft het bestuur toch al beslist met welke middelen men die uitgaven wil financieren.
Grosso modo (als we het goed begrijpen, -niet gemakkelijk) gaat het om drie soorten ingrepen in het budget:
– het (gedeeltelijk) aanwenden van twee strategische buffers in het meerjarenplan;
– het wegwerken van twee investeringen;
– twee ingrepen in het exploitatiebudget.

Over die cijfers wenst kortrijkwatcher in een volgende editie enig commentaar te leveren. Met uw goedvinden althans.

Wat kosten de corona-tegemoetkomingen aan de stad?

De financiële impact van de maatregelen is natuurlijk nog niet exact te bepalen, want niemand weet hoelang de corana-crisis kan duren. Maar als antwoord op een vraag van raadslid Benjamin Vandorpe (CD&V) krijgen we daar toch enigszins een voorlopig antwoord op.
– Het niet innen van de BID-belasting op basis van 397 handelszaken: ca. 100.000 euro.
– Opschorten logiestaks (52 belastingplichtigen): ca. 212.500 euro.
– Premies van 1.000 euro voor bepaalde cafés en restaurants (459 begunstigden): ca. 500.000 euro.
– Vrijstellen van marktkramers (105) van standgelden: 5.500 euro per maand (tot eind mei dan:13.500 euro).
– Later uitsturen van belasting: kohieren van belastingen op logiestaks, parkeren, filmvoorstellingen vertegenwoordigen een som van 193.753 euro.
(Maar uitstel is geen afstel, dus eigenlijk geen financiële impact.)
– Geen aanmaningen naar een 20-tal bedrijven. Ook dit is een betalingsuitstel en kan pas impact hebben al het betrokken bedrijf failliet gaat. Dan krijgen we te maken met oninbare vorderingen.

Al met al valt dit nogal mee.
Maar de noodtoestand verlamt de economie en brengt daarmee plaatselijk ook allerhande fiscale dalingen van ontvangsten mee, dalingen van retributies en omzetten bij stadsorganisaties, en anderzijds meeruitgaven voor corana-zorg. Raadslid Wouter Vermeersch (VB) deed daarover navraag.
Stad schat de directe financiële impact hiervan voor stad (tot eind mei dan) op 7,5 miljoen. Een significante aanpassing van het meerjarenplan zal nodig zijn.
Maar stad blijft optimistisch. Men zegt dat de jaarrekening 2019 positiever zal uitvallen dan gedacht (weerom minder verwezenlijkt dan gepland?) en er zijn in het meerjarenplan twee buffers ingeschreven ter waarde van 5 miljoen.


De meerkost van de te bouwen Reepbrug (2)

De 60 meter lange voet- en fietsbrug aan de Budatip met zijn fietsliften wordt heel zeker een iconisch bouwwerk want ontworpen door het bureau Ney & Partners, hetzelfde bureau dat de Collegebrug heeft bedacht.
Het schepencollege keurde op 15 juli 2019 het ontwerp goed alsook de financiële verdeelsleutel tussen de De Vlaamse Waterweg en stad. Hierbij werd 1.577.950 euro voorzien als aandeel voor de stad.
Men is dat wat vergeten maar oorspronkelijk dacht men dat de werken aan brug al zouden starten in 2016 en de opening ervan zou gebeuren in 2018. Later werd de timing bijgesteld naar 2019-2020 en tegenwoordig hoopt men dat de brug zal klaar zijn tegen midden 2022.
Intussen heeft De Vlaamse Waterweg nog een keer de openbare aanbesteding doorlopen en geconstateerd dat de goedkoopste offerte hoger ligt dan de raming bij het definitief ontwerp.
– De brug zal geen 1,75 miljoen kosten maar 2,33 miljoen. (We weten niet of dit met of zonder BTW is. Waarschijnlijk zonder.)
– De omgevingsaanleg daarentegen daalt van 641K naar 530K. (Waarom weet ik niet.)
In elk geval verhoogt het aandeel van de stad tot 1.704.852,89 euro.
Met eventuele latere verrekeningen kan dat oplopen tot 1.752.950 euro.
Er is als bijdrage van stad namelijk 927.950 euro voorzien voor de regularisatie van grondposities (wat dat ook moge betekenen).
En er is 150.000 euro ingeschreven in het budget 2019 en 675.000 in het budget voor de jaren 2020 (173.340), 2021 (260.000), 2022 (216.660).

Die laatste cijfers vond ik in het meerjarenplan. Dat zal dus moeten aangepast want het schepencollege heeft het nu over 400K in het jaar 2020, 100K in 2021 en 175K in 2022.

Belangrijk is dat De Vlaamse Waterweg de opdracht tot uitvoering van de werken pas zal geven als de stad zijn verhoogd engagement van 175.000 euro zal bevestigen. Het kan dus niet vlug genoeg gebeuren.

Zoals gebruikelijk staat dat allemaal niet in onze gazetten.