Category Archives: gemeentefinanciën

Voortdoen ! (2)

Zoals in onze editie van gisteren verteld, kennen we nu dankzij de eerste semesterrapportering de stand van zaken van het gevoerde beleid per 30 juni 2020.
Zo ook een overzicht van de gedane uitgaven in het investeringsbudget.
Laten we het vandaag eens enkel daarover hebben, want de tripartite heeft met de welwillende hulp van de reguliere pers de mythe (de perceptie) geschapen van een waar en historisch ongezien investeringscollege te zijn.
1.
Hoe zag het oorspronkelijke investeringsbudget er uit voor het jaar 2020? (We hebben het hier uitsluitend over Stad, niet over het OCMW.)
Het initieel uitgavenbudget bedroeg 61.781.987 euro.
Men heeft daar intussen de overdracht van overschotten uit de jaarrekening 2019 (dus van vorig jaar niet gerealiseerde projecten) aan toegevoegd en komen momenteel aldus aan een nieuw investeringsbudget van 70.867.804 euro.
2.
De vraag is nu hoeveel daar tot op de dag van 30 juni is van vastgelegd.
Dat wil zeggen: voor welke bedragen zijn er dan wel transacties ingeschreven in een budgettair dagboek voor één boekjaar, als gevolg van een al aangegane of voorgenomen verbintenis met een welbepaalde derde (een mogelijke aannemer bjjv., of een studiebureau, of een leverancier). Dat kan gebeuren met een bestelbon, of door een beslissing van het schepencollege of zelfs van de gemeenteraad.
Welnu, van dat nieuwe investeringsbudget 2020 van 70 mio en zoveel is in het eerste semester van dit jaar 18.347.474 euro vastgelegd. Ge moet dat een keer bepeinzen, als gewone mens of als ambtenaar. Dat is slechts 25,88% van wat je allemaal had bedacht om te doen, dus nog ver verwijderd van wat een ideaal (utopisch?) streefdoel zou moeten zijn, namelijk 50% of de helft van het budget. Nou ja.
Het stadsbestuur zoekt voor zichzelf troost (soelaas) voor deze uiterst geringe realisatiegraad.
Men merkt daarbij op dat de vastleggingen niet volledig zijn. De stad werkt sinds 2020 met nieuwe boekhoudsoftware en daardoor konden de gemaakte vastleggingen uit 2019 (nog) niet automatisch overgezet worden. (Eerlijk gezegd, we begrijpen dit niet.) Men raamt dit effect op 7,5 miljoen en komt zo aan een meer “reëel” vastleggingspercentage van ca. 36,5%. Bon, het is nog altijd geen 50%.
Stad zal moeten “voortdoen” in het volgende (nu lopende) halfjaar!
3.
Wat zijn nu de aanrekeningen of effectieve boekingen per 30 juni?
Welk bedrag aan facturen is er daadwerkelijk geboekt op het gepaste begrotingsartikel?
Haha! Een bedrag van welgeteld 9.318.899 euro of 13,14%. We zitten goed bij kas dus. Doe zo voort!

O ja!
We waren het bijna vergeten.
Stad heeft voor 2020 ook investeringstoelagen beloofd voor onder andere Fluvia, de kerkfabrieken, Kortrijk Voetbalt. Voor een bedrag van 3.2002.488 euro. Wat is daarvan in het eerste semester gerealiseerd? 558.355 euro oftewel 17,4%.

Een vergelijking met het eerste semester van vorig jaar is leerrijk.
Het vastleggingspercentage lag toen al op 60,5%.
Maar het aanrekeningspercentage was toen ook heel laag: 12,5% !

Hoe verklaart Stad nu het beduidend lage vastleggingspercentage?
U raadt het !
“Voor een stuk” zegt Stad is een en ander door corona uit te leggen en de bijgaande lock-down waarbij ook een deel van de bouwsector stillag. Tja. Vastleggingen zijn wél verbintenissen hé (plannen, projecten), die daarom absoluut niet onmiddellijk moeten uitgevoerd, zelfs niet binnen het boekjaar.
Corona of niet. Gedachten (voornemens) zijn vrij!

Overigens zijn er wel werken geweest met toch grote uitgaven (aanrekeningen van meer dan 500K): parking station (1,7 miljoen), vernieuwen straten (998K), centrum Warande (962K), investeringen in bestaand patrimonium (593K).

In de gemeenteraad van 14 september a.s. houdt VB-raadslid Wouter Vermeersch een uitgebreide interpellatie over de financiële impact van de coronacrisis.
Schepen van Financiën (Kelly Detavernier) en schepen van stadsontwikkeling (Wout Maddens) kunnen van de gelegenheid profiteren om een keer in detail op te lijsten welke investeringen er helaas niet konden doorgaan, uitsluitend door de schuld van Corona, en van niets, maar dan ook van totaal niets anders.
We vonden in het rapporteringsdocument op pag. 6 een merkwaardig, intrigerend zinnetje dat immers ook een en ander kan verklaren: “De capaciteit op vlak van projectleiders was ook nog in opbouw in het 1ste semester.”



Voortdoen ! (1)

Dat is de leuze die vooral schepen van stadsontwikkeling Wout Maddens (VLD) op sociale media in petto heeft als er weer eens een project op stapel staat. (Ook als een en ander nog niet helemaal duidelijk is inzake timing of zelfs ontwerp. Zie bijv. de plannen voor “historisch hartje Kortrijk” die recent alweer met de nodige fanfare werden kond gemaakt in de media.)
Schepen wil daarmee natuurlijk aangeven dat het stadsbestuur en zeker zijn kabinet waarlijk goed en naarstig voortdoet. Zijn we goed bezig zeg!
Ons niet gelaten, maar er bestaat nu een reële, exacte meetlat om te weten of men wel goed opschiet met bepaalde plannen of acties. De burger op een populistische manier bedotten is niet echt meer mogelijk (tenzij onze pers alweer tekort schiet in de berichtgeving).

Hoe zit dat?
Sinds dit jaar zijn gemeenten namelijk verplicht om een zgn. opvolgingsrapport op te maken over het (al of niet) gevoerde beleid in de eerste semester van het lopende jaar. Dat rapport (in Kortrijk 130 pagina’s) komt ter sprake in de volgende gemeenteraad van maandag 14 september. We krijgen dus een stand van zaken te lezen over de actieplannen uit het meerjarenplan, over de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven in het eerste halfjaar, en in voorkomend geval over mogelijke wijzigingen in de gedane assumpties (aannames).
Voor wie de makers van percepties (de perceptionelen) nu een keer echt de mond wil snoeren is dit soort van rapportering natuurlijk veel goud waard.
Alle acties uit het meerjarenplan (MPL) die lopen in 2020 (dat zijn er 298!) worden inhoudelijk geëvalueerd naar hun status op 30 juni 2020, en van de acties die financieel worden opgevolgd (76) in het exploitatiebudget krijgen we de gedane, werkelijk gerealiseerd bestedingen in dat eerste halfjaar.
Tegelijk krijgen we ook inzicht in de stand van zaken van het investeringsbudget.
– Wat was het initiële budget en wat is het geraamde budget als we rekening houden met de overdrachten uit de jaarrekening 2019?
– Welke bedrag is daarvan daadwerkelijk vastgelegd in een overeenkomst met de goedgekeurde kandidaat-inschrijver op de overheidsopdracht?
– En hoeveel van dat bedrag is al met factuur geboekt en aangerekend?

Cijfers zijn voor een volgende bijdrage alhier in kortrijkwatcher.
U zal versteld staan over de realisatiegraad inzake investeringen.
Wordt vervolgd.


Welke financiële informatie willen raadsleden? (En verstaan ze die wel?) (2)

Nogmaals de bron. Onze Wevelgemse mandatarissen.
MAES (L.), SEYNHAEVE (J.), BBC en raadsleden. Welke financiële informatie wiilen raadsleden? (Masterproef, Universiteit Gent, Faculteit Economie en Bedrijfskunde, Academiejaar 2016-2017.)

Woord vooraf
Sinds 2014 zijn de Vlaams gemeenten overgestapt naar een nieuwe manier van strategisch en financieel plannen. Gemeenten zijn verplicht om te plannen over een periode van 6 jaar en moeten dit ook financieel (budgettair) vertalen. Men heeft het dan ook over een meerjarenplanning (MJP) en over een ‘beleids- en beheercyclus’ (BBC). (Dat MJP mag wel herhaalde malen opnieuw wijzigen, in Kortrijk tot tienmaal toe. Tienmaal, in de vorige bestuursperiode. Beleid! Voortschrijdend inzicht!)

Voorheen is jarenlang gewerkt met de constant zo genoemde ‘nieuwe gemeentelijke boekhouding’ (NGB) waarbij de begroting jaar per jaar en postje per postje (de investering voor een publieke WC) een raming werd opgemaakt binnen de beschikbare middelen. Nu ja. Men schreef gewoon de vorige begroting af met hier en daar wat meer of min hoge bedragen dan tevoren. Naargelang een of andere schepen op een ideetje was gekomen of zich populair wou maken.
(Vele raadsleden vinden de vroegere NGB overigens nu nog altijd beter, concreter en vooral gemakkelijker.)

Interessant gegeven uit de studie, om te weten.

Wat vinden raadsleden de tien belangrijkste kerncijfers (in de BBC)?
In volgorde dan:
– De beschikbare financiële reserves (bedoelt men: ‘bestemde gelden’?)
– De uitstaande schuld
– Het resultaat op kasbasis (= beschikbaar budgettaire resultaat- BBR)
– De autofinancieringsmarge (AFM)
– De fiscale druk
– Het overschot of tekort op de gewone werking (= het exploitatiesaldo)
– Aflossingen en intresten leningen
– Percentage personeelskosten t. o. v. de totale werking (de exploitatie)
– Vergelijking van deze kerncijfers met voorgaande jaren
– Vergelijking van deze kerncijfers met andere gemeenten.

Even een tussentijdse opmerking van kortrijkwatcher: van die bovenstaande lijst geloof ik (bijna) niks van.

Raadsleden hebben diverse rollen, of verschillende besognes.
“Gewone” raadsleden voelen zich bijvoorbeeld eerder als controlerende vertegenwoordigers, in naam van de inwoners (zeker als ze tot de oppositie behoren!), terwijl de burgemeester en de schepenen (de uitvoerende mandatarissen) zich eerder positioneren als beleidsmakers. Zéér interessant onderscheid is dat.
(Weet u dat er ‘gewone’ raadsleden zijn die nu nog altijd denken dat zij geen beleidsvoorstellen kunnen doen?)

– Vandaar dat items als de AFM en het BBR veeleer de interesse opwekken bij de uitvoerende mandatarissen dan bij de vertegenwoordigende” raadsleden.
– Idem voor de “fiscale druk”, volgens de steekproef althans, maar ik kan dat bijna niet geloven. (De bevolking is toch uitermate bekommerd om wat men aan belastingen betaalt?)
– De gewone, controlerende raadsleden vertonen veel interesse voor de uitstaande schuld en voor de financiële opvolging van grote projecten. (Dat betwijfel ik ook…)

In de BBC-regels zijn twee begrippen van fundamenteel belang om na te gaan of een gemeente er financieel goed voorstaat. Voldoet aan de officiële, financiële evenwichten op korte of langere termijn.
1. Het beschikbaar budgettair resultaat (BBR); het vroegere resultaat op kasbasis. Moet elk jaar positief zijn.
2. De autofincieringsmarge (AFM). Die moet zeker aan het eind van het meerjarenplan (nu: in 2025) positief zijn.
De auteurs van de masterproef hebben aan de raadsleden niet enkel gevraagd in hoeverre zij die kerncijfers belangrijk vinden, maar ook – met een pervers genoegen?of ze die items wel begrijpen.

Hoevelen begrijpen het BBR?
Volgens de survey zeggen 65% van de uitvoerende mandatarissen dat ze deze term ‘in hoge en zeer hoge mate” (wat is het verschil?) menen te begrijpen, ten opzichte van 49% van de gewone mandatarissen. Vrouwen menen deze slechts voor 48% te kennen tegenover 60% van de mannen. Anciënniteit blijkt geen rol te spelen. Het diploma wel. Merkwaardige breuklijn: raadsleden van de meerderheid (61%) verklaren het BBR goed of zeer goed te begrijpen tegenover 48% van de oppositie.

Hoevelen begrijpen de AFM?
We zien een aanzienlijk verschil tussen de uitvoerende mandatarissen die met 73% menen deze term in hoge of zeer hoge mate te begrijpen, tegenover 47% van de gewone raadsleden. Er is ook een wezenlijk verschil tussen mannen (64%) en vrouwen (50%). Hier speelt leeftijd (anciënniteit) plots wel een rol: min-vijftigers (70%) begrijpen AFM, t.o.v. slechts 55% van de plus-vijftigers.
Bij de minderheid zijn er 46% die de term begrijpen, en bij de meerderheid (waar dan ook de uitvoerende mandatarissen zitten) 65%. Het diploma speelt een rol.

P.S. (1)
Onze gemeenteraadwatcher bekijkt vanuit zijn ervaring met de Kortrijkse gemeenteraad de gegevens over het al of niet begrijpen van de twee financiële evenwichtsvoorwaarden door de (gewone) raadsleden met gemengde gevoelens, meesmuilend, met scepsis.
Er is een nieuwe fractieleider die praktisch nog geen woord heeft gezegd, zodat we niet eens weten of zij ook maar iets begrijpt. Een andere nieuwe fractieleider houdt het bij futiliteiten en mankeert totaal politiek bewustzijn. En het nieuwe Team Burgemeester is een allegaartje, een samenraapsel van een stuitende politieke onwetendheid en onbenul.

IEMAND MOET HET EEN KEER ZEGGEN.
Dit was bijv. zeer tekenend. Toen bij de bespreking van de laatste jaarrekening 2019 de schepen van Financiën uitpakte met gunstige cijfers voor het BBR en de AFM was er niemand die aantoonde hoe men die cijfers kan manipuleren.


P.S (2)
Zo zijn er ook raadsleden die nog nooit een MJP hebben bekeken.
(Indertijd durfde ik wel eens aan een Kortrijks raadslid vragen welke kleur de kaft van het begrotingsdocument van het jaar dan wel had.) Tegenwoordig gaat alles via e-mail, hier ook “e-decision” genaamd, maar we hebben er het raden naar hoeveel raadsleden daarmee kunnen werken, of het ook wel doen.)

P.S. (3)
Een eenvoudige proef.
Vraag eens aan een u heel bekend raadslid: leg mij eens in drie-vier zinnen uit wat het BBR en de AFM is. Doe alsof ik een 16-jarige ben die straks mag gaan stemmen.

Zeker nooit aan een van onze plaatselijke (politieke) journalisten vragen!


Investeringsgraad van nul procent t.o.v. van initieel budget én t.o.v van het eindbudget (1)

Ja, dat kan ook, dat er in een bepaald jaar niets is verwezenlijkt inzake bepaalde, voorgenomen investeringen. Niets, maar dan ook niets van wat werd begroot (beloofd).
In voorgaande stukken alhier gaf kortrijkwatcher als “negativo” te kennen dat stad vorig jaar voor slechts 51,10 procent investeringsuitgaven realiseerde tegenover wat geraamd werd als initieel bedrag. Concreet: 20,27 miljoen t.o.v. van de oorspronkelijke voorziene 38,9 miljoen. (Tegenover het eindbudget haalden we wel nog 72 %, maar daar is dan een grote kapitaalsverhoging van 1,3 miljoen voor IMOG inbegrepen. )

We vroegen ons af wat er dan wel TOTAAL NIET werd gerealiseerd.
In de volgende editie van deze krant een lijstje van een aantal grote projecten met nul procent realisatiegraad. Niet allemaal dus, want we tellen er niet minder dan 59.
We gaan ons daarom beperken tot de investeringsuitgaven van méér dan 100.000 euro die in het geheel niet werden opgesoupeerd.
Dit soort gegevens (nieuws!) haalt natuurlijk onze plaatselijke pers niet…
Dat interesseert de mensen niet! Dat is allemaal veel te moeilijk!

Schepen Kelly van Financiën (N-VA) liet het ditmaal bij de bespreking van de jaarrekening geheel na om te wijzen op de schitterende realisatiegraad van de investeringen. Heel verstandig zeg! Wel wees zij – uitermate tevreden – op het feit dat we in 2019 alweer degelijke financiële evenwichten bereikten. Natuurlijk, als je weinig doet, moet je ook weinig uitgeven en tevens minder lenen. Kwam daarbij nog de meevaller van verhoogde ontvangsten uit de aanvullende personenbelasting: 2,3 miljoen meer dan geraamd. In het exploitatiebudget waren er 1,8 miljoen minder uitgaven en 2 miljoen meer ontvangsten, wat maakte dat het resultaat 3,8 miljoen beter uitviel dan gebudgetteerd.
Ja, zo kunnen wij het ook…

(Wordt dus vervolgd.)


Raadslid Benjamin Vandorpe (CD&V) over de jaarrekening 2019

(Zoals beloofd: zijn tussenkomst in de gemeenteraad van 8 juni, bijna in extenso.)

(…)
2019 was een boerenjaar qua inkomsten voor Stad Kortrijk met 2,3 miljoen euro meer inkomsten uit de Aanvullende Personenbelasting (APB) dan eerst geraamd. Ik laat u raden of Stad hiermee is omgegaan zoals de mier zou doen of de krekel in de fabel van Jean de la Fontaine.
Enkele voorbeelden.
Op de gemeenteraad van 9 oktober 2017 werd het volgende vooropgesteld in verband met het huurcontract parking K in Kortrijk door PARKO, en ik citeer:
Het AGB Parko heeft met betrekking tot deze voorgenomen huur, waarbij het geen vragende partij was en dus een sterke onderhandelingspositie innam, steeds navolgende krachtlijnen vooropgesteld:
– een nieuwe huurovereenkomst in plaats van de overname van een bestaande
– een langdurende overeenkomst
(…)
– een huurprijs onafhankelijk van de omzet
– financieel exploitatie-resultaat break-even


Is dat even tegengevallen, want wat leren de nieuwste cijfers: in 2019 haalt K in Kortrijk een omzet van 805.812,01 euro. De huur alleen bedraagt al 1.050.000 euro, dus voor dat je enige kosten maakt kom je al 250.000 euro te kort. Met de kosten erbij al gauw een half miljoen, 15 jaar lang, want Ceusters heeft bedongen dat jullie niet vervroegd onder het contract uit kunnen.
Begin morgen aub de onderhandelingen om het contract open te breken. Zelfs al betaal je daar een miljoen schadevergoeding voor, dan nog zal de schade voor de Kortrijkzanen veel kleiner zijn dan de miljoenen die nu verspild worden, want we hangen nog 12 jaar vast aan dit verdoemde wurgcontract. Precies waar we vooraf voor gewaarschuwd hadden. En kom niet af met ‘we zijn bezig met corrigerende acties’. Die waren er in 2019 ook al, met als enig resultaat een nog lagere omzet dan in 2018.

Het is helaas niet het enige contract waarmee het intussen misgelopen is. (…)
Herinner je het Gabecon debacle in Woonzorgcentrum Bellegem, de asbest story met Howest, de Lago borgstelling, het niet bestaande trambus contract met De Lijn.
(…)

Kortrijk wil de beste stad van Vlaanderen zijn. (…) Wel voor feesten zijn jullie daar alvast in geslaagd, maar wat de serieuze financiële zaken betreft, gaan jullie om met contracten zoals Boma dat zou doen met zijn café-ploeg F.C. De Kampioenen. Echte amateurs zijn jullie op dat vlak. (…)

– Van de projectinvesteringen (dus zonder de onderhoudsinvesteringen) hebben jullie maar 41% gerealiseerd van wat jullie beloofd hebben: 13,2 miljoen op een totaal van 32,2 miljoen. (…)
– Kortrijk heeft een derde minder investeringsuitgaven per inwoner dan Genk of Hasselt, zelfs de helft minder dan Leuven, Antwerpen of Brugge. (…) De persmythe van de “investeringscoalitie” is definitief doorprikt.
Ik weet het, het is niet gemakkelijk voor de pers om het een en ander te doorzien. Maar in plaats van alles klakkeloos over te nemen, stel een en ander in vraag en geef de oppositie de mogelijkheid om weerwerk te bieden. (…)
En vooral, stel jezelf de vraag: waarom de cijfers afzetten tegenover de budgetwijziging in plaats van tegen het echte initiële budget?
Waarom de criminaliteitscijfers opsmukken door deze van de stad met de regio (VLAS) samen te voegen.?
(…)
Ik vrees dat we nog niet alles boven gespit hebben. (…)
Bij deze nog een goede raad. Wees bij het opstellen van de komende plannen behoedzaam voor de uitdagingen van de toekomst:
– een daling van APB;
– Lago die zijn prognoses niet kan waar maken;
– de kosten voor Corona die groter zijn dan ingeschat.


Nogmaals over de realisatiegraad van de investeringen

Een tijdje geleden hadden we het hier op de redactie over de effectiviteit van de investeringen. Het is een uiterst belangrijke aanwijzing over de vraag of het beleid wel zijn vooropgestelde doel (heeft) bereikt.
We hadden het toen voor de vorige bestuursperiode over de werkelijk gedane investeringenuitgaven uitgezet tegenover het zgn. eindbudget van hetzelfde jaar. Dit wil zeggen: tegenover de laatste begrotingswijziging van dat jaar. Dit is een zeer coulante benadering want we houden dan rekening met de bijstellingen van het bestuur, het voortschrijdend inzicht dat gerezen is over bepaalde projecten die niet zullen doorgaan, of maar half zullen lukken. En met gegevens uit de vorige jaarrekening. Toch was de berekende realisatiegraad voor die periode (2013-2018) absoluut niet van die aard om over naar huis te schrijven. Kent u het nog allemaal?

We keken toen ook al even vlug naar de pas opgemaakte jaarrekening 2019.
De realisatiegraad voor de uitgaven was hier al beter. 72,3% van het geraamde eindbudget werd daadwerkelijk verwezenlijkt.

Onze gemeenteraadwatcher wil evenwel voor het jaar 2019 nu een keer minder goedertieren vertonen en nu eens de gedane uitgaven afzetten tegenover het oorspronkelijk opgemaakte budget. Het initiële budget.
Het bestuur houdt niet erg veel van dit soort vergelijkingen: men belooft aan de kiezer immers graag altijd méér dan men uiteindelijk zal realiseren.
We berekenen dus nu de verhouding tussen de uitgaven ter waarde van 20.278.531 euro tegenover het originele begrotingsbedrag van niet minder dan – ja zeg! – 38.916.234 euro. Hoeveel is de realisatiegraad dan wel?
52,10 procent ! Ietwat meer dan de helft van het begrote bedrag waar men ooit fier heeft mee uitgepakt. Ook in de pers. Dit begint op kiezersbedrog te lijken.

Waarom is onze gemeenteraadwatcher nu minder goedgunstig gezind?
– Onze tripartite pronkt telkenjare met het (hoge) initiële budget om de goegemeente weer eens attent te maken op het feit dat we nog altijd bestuurd worden door een ongelooflijk, historisch onvergelijkbaar investeringscollege. (De schepenen geloven het zelf bijna niet.)
– Dat blijkt maar weer eens uit de toelichting bij de jaarrekening 2019 op pag.7. Daar presteert iemand het om te gewagen van een “overschot” van 7,7 miljoen euro in de investeringsuitgaven, terwijl het in werkelijkheid gaat om een min-uitgave, een aan ons – brave burgers – beloofde maar niet-gerealiseerde prestatie waarvan wij allen beter zouden van worden.
(Hopelijk zal de burgemeester op de volgende gemeenteraad van maandag 8 juni eens vertellen wat men niet heeft gerealiseerd en hoe dat komt.)
Nog op deze pagina vindt men – het is waarlijk onwaarschijnlijk! – dat daarmee het resultaat van het budget (het saldo) beter is dan gebudgetteerd.
– We zijn een beetje kwaad, ja. Nu blijkt tevens dat bij de investeringsuitgaven – zonder commentaar – ook een kapitaalsverhoging van 1.332.465 euro voor IMOG is verrekend. Ja, op papier is dat dus een investeringsuitgave behorend tot de categorie “financiële vaste activa”. In de praktijk ervaren gewone mensen (en zelfs financieel directeurs van een gemeente) “echte investeringen” pas als ze slaan op “materiële vaste activa” (terreinen, gebouwen, wegen) of op “toegestane investeringssubsidies” (aan brandweer, politie, bibliotheek, KVK, enz.).
Als we die kapitaalsverhoging in mindering brengen (men deed dat vroeger in 2014 ook voor Gaselwest) komen we aan een realisatiegraad van 48,68 procent.
– Wat ons ook heeft boos gemaakt is dat gebruik van onverstaanbare afkortingen: voor 9 miljoen SIB’s voor BV, ICT, RES en andere. Niet echt uitgelegd. Zelfs niet goed op de raadscommissie.
– De realisatie van de verbonden investeringsontvangsten is ook niet schitterend. Initieel verwachte subsidies: 7,37 miljoen. Geïnde subsidies: 2,62 miljoen. Realisatiegraad: 36%.
Waarom zijn die subsidies nog niet binnen voor de herinrichting van de schoolomgeving Pottelberg en voor de President Kennedylaan?
Wat de ‘desinvesteringen’ (= verkopen) betreft verwachtte men 4,11 miljoen ontvangsten. Verkregen: 2,61 miljoen. Realisatiegraad: 64%. (Hier kan men als verontschuldiging aanroepen dat heel laat werd beslist tot verkoop van de openbare verlichting. Men hoopt intussen later nog op 1 miljoen.)

P.S.
Toch zullen schepen Kelly van Financiën en de burgemeester aanstaande maandag zeggen dat er geen vuiltje aan de lucht is. Voor Kelly hier nog een laatste, welgemeende waarschuwing: zeg aanstaande maandag niet alweer dat de investeringen jaar na jaar stijgen.




De effectiviteit van ons zgn. investeringscollege

We kennen nu de jaarrekeningen vanaf 2013 tot en met 2019.
De bedragen in die papieren slaan dus op de werkelijk gedane uitgaven (en ontvangsten) van onze eerste tripartite (2013-2018) en die van het eerste jaar van de tweede tripartite met het allegaartje, genaamd Team Burgemeester.
De coalitie VLD-SP.A en N-VA heeft zich ooit uitgeroepen tot het grootste investeringscollege ooit terwijl de huidige schepen van Financiën Kelly Detavernier (N-VA) vindt dat we in de vorige legislatuur en tot op heden telkenjare meer en meer hebben geïnvesteerd.
We kunnen nu ook voor ieder jaar de investeringsuitgaven afzetten tegenover het eindbudget, dat wil zeggen: tegenover de laatste gewijzigde begroting van dat jaar. Dat lijkt ons heel redelijk (alleszins verdraagzaam tegenover de coalitie) want met die laatste budgetaanpassing van het jaar is bij het bestuur voortschrijdend inzicht gebezigd. De arrogantie is dan getemperd.
Dat geeft ons een adequaat inzicht op de effectiviteit van het investeringsbeleid, met name de vraag of het doel is bereikt. Dat is DE vraag die er toe doet als men – zonder af te gaan op ons buikgevoel – een oordeel wil uitspreken over het gevoerde beleid, Gedaan met intuïtieve percepties!
We zeggen al onmiddellijk (voor het geval u niet verder leest) dat de tripartite in zijn eerste bestuursperiode in totaal 55,79% heeft gerealiseerd van wat werd begroot.

2013
Toen sprak men nog van investeringen als “uitgaven in buitengewone dienst”. De werkelijk gedane uitgaven noemde men toen ‘aanrekeningen’ en de geraamde bedragen ‘begrotingskredieten’.
Aanrekening: 11.837.162 euro
Krediet: 28.517.684 euro
Verwezenlijkt (realisatiegraad): 41,51%

2014
Dat is wel een heel speciaal jaar. Want toen is er als deelname bij Gaselwest een kapitaalsverhoging gebeurd ter waarde van 23.457.544 euro. Dit bracht de investeringsuitgave op een soort fictief bedrag van 45.236.829 euro. Tegenover een geraamd budget van 39,9 miljoen was dat een onwaarschijnlijke realisatiegraad.
We trekken dus de kapitaalsverhoging af om te komen tot de reële investeringsuitgave in de stad.
Uitgave: 21.779.285 euro
Eindbudget (wat men van zins was om te doen): 39.939.619 euro
Gerealiseerd: 54,53%

2015
Cijfers altijd in de volgorde 1) werkelijk gedane uitgave, 2)geraamde uitgave en 3) realisatie
17.561.061
48.666.211
36,08% (een dieptepunt)

2016
18.596.389
35.076.916
53,02%

2017
31.237.351
38.927.323
80,25% (inhaalbeweging – verkiezingen naderen)

2018
26.161.987
36.812.978
71,07%

2019
20.278.531
28.035.303
72,33%

Conclusie voor de vorige bestuursperiode 2013-2018:
Werkelijk uitgegeven: 127.173.235 euro
Voorgenomen: 227.940.731 euro
Gerealiseerd: 55,79% was de effectiviteit….




Hoe zal men de impact van de coronacrisis bezweren? (4)

In vorige edities hadden we het over 1) het halveren van twee strategische buffers, 2) over het schrappen van twee investeringen – dit alles om de putten te dempen veroorzaakt door de steunmaatregelen aan de Kortrijkse burgers die lijden onder de coronaramp.
Het stadsbestuur voorziet nog een derde luik aan financiële maatregelen en daarover hebben we het nu.

Men wil uit de aard der zaak ook ingrijpen in het explotatiebudget van het meerjarenplan.
De voornemens staan weerom opgesomd op pag. 24 in het plan “De Weg uit de Crisis”. Zij behoren duidelijk eerder tot de meer paniekerige budgettaire ingrepen onder wat wij – in stadsbudgetten althans – beschouwen als de toepassing van de ietwat ridicule leuze “alle beetjes helpen”.
– Vooreerst zegt men in het algemeen dat wordt uitgekeken naar “slimme keuzes” in het exploitatiebudget. Die slimme keuzes zijn niet nader toegelicht. Het zou gaan om verschuivingen van enkele budgetten. Ten koste van welke andere dan?
– Misschien deze dan: “Meer telewerk en meer digitaal werken betekent ook een daling op sommige kosten (bv. papier, inkt, kopies, postzegels…).”
Hierbij willen we wel even aanmerken dat niettegenstaande men op het stadhuis sinds jaren al verwoed allerlei ICT-tools invoert, de papierberg nauwelijks daalt, of globaal zelfs niet vermindert. En vergeet niet dat al die ICT-dinges die men hier de laatste jaren heeft bedacht daarenboven schatten van mensen kosten. Ook aan studies, opleidingen, onderhoud en bijstand van externen. Soms méér dan begroot.
En van hiernavolgende maatregel begrijpen we waarlijk niets. Niks. We citeren:
” In 2021 passen we éénmalig een indexsprong toe op de werkingskosten, die ook in de volgende jaren impact heeft (effect 200.000 euro per jaar of samen 1 MIO).”
Werkingskosten of -uitgaven zijn bij ons weten alle exploitatie-uitgaven nodig voor de werking van de gemeentediensten. Bijvoorbeeld energiekosten, kantoorbenodigdheden (printers!), telefoon, onderhoud voertuigen. Maar dan zonder de personeelskosten! En bij ons weten zijn die kosten nu in het budget globaal te vinden onder de rubriek “goederen en diensten”. (Details ontbreken evenwel.)
In 2020 bedragen de uitgaven onder deze rubriek althans 65,79 miljoen en 66,09 miljoen in 2017. In 2022 voorziet het meerjarenplan 66,19 miljoen. Op zo’n bedragen 200.000 euro per jaar besparen is een peulschil.
Maar wat betekent die “éénmalige indexsprong”? Waarover heeft men het?? Wij weten het echt niet.

P.S.
Tot daar onze serie commentaarstukken over “De Weg uit de Crisis”.
Maar we kunnen er meer verwachten…

Hoe zal men de impact van de coronaramp financieren? (3)

De crisis brengt mee dat stad minder inkomsten dan begroot zal ontvangen en de steunmaatregelen vergen anderzijds meer uitgaven dan geraamd. Stad Kortrijk probeert dit alles momenteel te compenseren door het treffen van drie soorten van financiële maatregelen. Zie het plan: “De weg uit de crisis” (pag.24).

Een eerste luik wil de strategische buffers die men had aangelegd in het meerjarenplan 20-25 halveren.
Het beschikbaar budgettair resultaat gaat dan van 4 naar 2 miljoen. En de buffer van 1 miljoen binnen de autofinacieringsmarge van 1 naar 0,5 miljoen. Over die maatregelen hadden we het al in een vorige editie van deze elektronische krant. En we vroegen daarbij aan Kelly Detavernier – de schepen van Financiën – om enige opheldering over de posten in het budget die daardoor zullen getroffen worden. (Kelly had het ook nog over het verhoopte overschot op de jaarrekening 2019. Dat moet nu toch halfverwege de maand mei van dit jaar gekend zijn.)

De gedeeltelijke inbreng van die twee buffers en dat verwachte overschot op de jaarrekening 2019 zullen niet volstaan om de impact van de crisis op de stadsfinanciën te dempen. Zeker niet als de crisis maar blijft duren.

Vandaar dat tweede luik van maatregelen dat men wenst door te voeren.
Die voornemens slaan op een drastische verlaging van twee investeringen.
1. De heraanleg van de Doorniksewijk gaat nog niet door.
Dat was een heel belabberd dossier en voor het stadsbestuur was het feit dat De Lijn geen geld heeft om zovele elektrische trambussen te kopen voor de verbinding van het station met Hoog Kortrijk een dankbaar alibi om van dat slecht gemanaged project af te geraken.
Het verdagen van het project naar sint-juttemis brengt gedurende deze bestuursperiode een uitstel van investeringen mee ten bedrage van zes miljoen.
Hoe zag de investeringstabel er namelijk uit in het actieplan 2.4.6 van het meerjarenplan 20-25, genaamd “betere verbinding van het centrum met Hoog-Kortrijk”?
– Voor 2020 en 2021: nul euro (!)
(Dus voor deze jaren eigenlijk geen bezuiniging…)
– 2022: 300.000
– 2023: 300.000
– 2024: 3.200.000
– 2025: 2.200.000 euro.

2. De markthal op de Veemarkt wordt niet gebouwd.
(We weten niet welke politieker of partij dit project in het bestuursakkoord heeft gesmokkeld , maar men heeft nu plots en wel laat ingezien dat Kortrijk met al zijn leegstand geen nood heeft aan nog meer winkeloppervlakte.)
Wat moet de totale afschaffing van dit project (actieplan 9.1.8) opbrengen?
In totaal: 4,3 miljoen.
Dit voortschrijdend inzicht brengt ons alweer tot in 2022 eigenlijk niks op inzake schrapping van uitgaven.
De investeringstabel ziet er namelijk zo uit:
– 2020: nul euro
– 2021: nul euro
– 2022: nog altijd niks voorzien
– 2023: 394.160 euro
– 2024: 1.875.280 euro
– 2025: 2.030.560 euro.

Die beide “bijstellingen” van investeringsuitgaven brengen dus in totaal een minuitgave teweeg van 10,3 miljoen.
Nochtans is in het document “De weg uit de crisis” op pag. 24 slechts sprake van 8 miljoen. Schepen Kelly moet dat maar weer eens uitleggen.
In haar redenering bedraagt het resterende investeringsbudget voor de gehele planningsperiode 20-25 dus 283,1 miljoen.
Volgens kortrijkwatcher dus niet.
De totaliteit van de investeringen van stad én ingekantelde “satellieten” (OCMW, Parko, enz.) is geraamd op 291.171.291 miljoen.
Daar moeten we 10.300.000 euro van aftrekken. Geeft 280.871.291 euro.
(En dat moet dan nog worden gerealiseerd. Als de crisis lang genoeg aansleept zal men waarschijnlijk nog investeringen moeten schrappen. Kortrijkwatcher heeft er al enkele in gedachten…)

P.S.
Volgende editie is gewijd aan het derde (beetje pover) luik van maatregelen die stad wil treffen om het hoofd te bieden aan de financiële impact van corona.






Hoe zal men de impact van de corona-maatregelen financieren? (2)

In een vorig stuk vertelden we wat volgens ons bestuur de impact van de corona-maatregelen (opgesomd in het document “Weg uit de crisis”) zou kunnen zijn op onze stadsfinanciën.

Hoe wil men die verliesposten (meeruitgaven) nu financieren?
Vooreerst door twee strategische buffers te halveren...Ja zeg!


Dat is wel zéér curieus, om twee redenen.
Schepen van Financiën Kelly Detavernier (N-VA) dacht namelijk vroeger dat juist die buffers zouden volstaan om de impact van de corona-crisis te bezweren. En de buffers zouden tegelijk dienen om mogelijke financiële risico’s in de toekomst te bezweren. Bijvoorbeeld de zware pensioenfactuur.
Passons…

Ja, het meerjarenplan 20-25 legde de evenwichtsvoorwaarden hoger dan wettelijk opgelegd.
Zo legde men het resultaat op kasbasis (nu genoemd: beschikbaar budgettair resultaat – BBR) ieder jaar vast op ca. 4 miljoen. Dat is hoog. Eigenlijk volstaat het dat het bedrag elk jaar gewoon positief is.
Dit jaar is het BBR geraamd op 4.127.837 euro. Men wil dat dus herleiden tot ca. 2 miljoen. Maar “Weg uit de crisis” legt niet uit welke post(en) men dan wel ziet verminderen.
Het BBR is de som van alle uitgaven en ontvangsten. Concreet: de som van de saldo’s van de posten exploitatie, investeringen, financiering (leningen) én het budgettair resultaat van het vorig boekjaar.
Volgens de schepen van Financiën zou juist dat hoge positieve resultaat van vorig jaar de redding brengen. Die post is nu gebudgetteerd op 39 miljoen euro en dat bedrag mag dus volgens Kelly zeker niet lager uitvallen. We kijken uit.

De tweede buffer die men wenst te halveren slaat op de autofinancieringsmarge. De AFM gaat na of een bestuur wel voldoende marge genereert uit de courante werking om de leningslasten te dragen. Wettelijk gezien moet de AFM enkel positief zijn in het laatste jaar van het meerjarenplan.
In Kortrijk is de AFM ieder jaar positief. In 2025 gaat het zelfs om 3,17 miljoen. Raar: in het relanceplan “Weg uit de crisis” heeft men het over 1 miljoen in 2025 en men wil dit herleiden tot 0,5 miljoen. En nog eigenaardiger is dat in het meerjarenplan net gesteld wordt dat men de AFM in 2025 absoluut wil houden op 1 miljoen om tegenvallers op te vangen.
Eén van die financiële risico’s ten gevolge van de economische coronacrisis is door het stadsbestuur al geraamd: een daling van de aanvullende personenbelasting. Het zou gaan om een minopbrengst van 3,4 miljoen in deze legislatuur. Dat is eigenlijk per jaar niet erg veel (op 25 tot 26 of 27 miljoen), maar er zijn nog andere (belangrijke) belastingsoorten die (zullen) verminderen: parkeerbelasting en naheffingen, logiestaks, verspreiding reclamedrukwerk, opcentiemen op de onroerende voorheffing.

Mogen we even concluderen?
We verstaan die maatregel tot halvering van die twee buffers niet zo goed.
Kelly wel?

P.S.
In een volgende editie van deze krant komt er commentaar op de andere (twee) maatregelen die genomen worden om de impact van corona op de financiën te bekostigen. Die zijn wel te bevatten…