Category Archives: gemeentefinanciën

Uit onze rubriek “zagen en klagen”

Waarover willen we nu weer eens mopperen?
U hebt het zeker al eens meegemaakt, dat een bedrijf (winkel) in januari even sluit met de mededeling dat men de inventaris van het voorbije jaar is aan het opmaken.
Zo’n inventaris is een opsomming van investeringen, goederen, voorraden, geldmiddelen, schulden.
In een stad spreekt men van een jaarrekening.
Die komt hier jaarlijks pas tot stand in juni, een enkele keer in mei. Dus zeker nooit in januari…
De jaarrekening 2020 staat nu geagendeerd op de gemeenteraad van maandag aanstaande, 14 juni 2021.
Dit doet er ons aan denken dat er over nog een ander financieel dossier valt te zeuren.
Een gemeente moet nu jaarlijks én verplicht een opvolgingsrapport maken over het eerste semester van het lopende jaar. Dit rapport vermeldt een stand van zaken over de voorgenomen actieplannen, een overzicht van de reeds gerealiseerde ontvangsten en uitgaven, mogelijke wijzigingen in de financiële risico’s.
En dit moet minstens voor het einde van het derde kwartaal voorgelegd aan de Raad. Vorig jaar is men met het semesterrapport voor de eerste helft van 2020 naar de gemeenteraad gekomen in de maand september van dat jaar. Misschien nog net op tijd, maar feitelijk toch rijkelijk laat want men vertelde ons dat de opmaak ervan al dateerde van mei.
Hoe zou het zitten met het semesterrapport van dit jaar? Eind juni nadert!

Nu maar even ophouden met zagen en klagen. Er is veel werk op de plank.
Want het zal heel interessant zijn om beide documenten te vergelijken. Hoe argumenteert men bijv. de realisatiegraad van de investeringen in het semesterrapport 2020 enerzijds en in de jaarrekening 2020 anderzijds? De evolutie van de schuld? De impact van Corona? Etc.
Totaal aantal bladzijden te doorploegen voor resp. beide dossiers: 131 plus 267.

Tot kijk , beste lezer !

“In geen enkele West-Vlaamse centrumstad ligt de de schuld zo hoog als in Kortrijk.” (2)

Dat is dus de uitzonderlijk gewaagde kop van een stuk dat op 17 december geheel onverhoeds verscheen in de regionale editie van ‘Het Nieuwsblad’. Dit is het soort van titel dat je nooit ofte nooit zult te lezen krijgen in het lokale katern van ‘Het Laatste Nieuws’, voor de Kortrijkse politiek een gazet geredigeerd door de volslagen “embedded” journalist Peter Lanssens.

In HN illustreert Kris Vanhee zijn drastische uitspraak met een tabel van de schuld per inwoner in de Vlaamse centrumsteden (één vergeten), voor de periode 2014-2018.
En ja hoor, ook in het jaar 2018 was de rangorde als volgt: 1) Kortrijk (2185 euro per capita, nu met reële correctie 2.568 euro), 2) Roeselare (1.650 euro), 3) Oostende (1.460 euro), 4) Brugge (739 euro).

In onze editie van gisteren gaf onze eigenste gemeenteraadwatcher een tabel ten beste die slaat op meer recente én toekomstige cijfers. Waarvoor dank!
We zagen daar dan dat de gebudgetteerde schuld tussen 2020 en 2024 oploopt van 191,2 miljoen tot 251.4 miljoen. Per inwoner van 2.480 euro naar 3.197 euro.
Het is misschien even het gepaste moment om in ons archief over burgemeester Vincent Van Quickenborne te duiken en om hem te herinneren aan een uitspraak die (weerom) achteraf niet waar is gemaakt: “De schulden zullen niet stijgen, daar sta ik borg voor.” (Nog wel opgetekend in ‘Het Nieuwsblad”, op 26 januari 2016.)

In het fameuze artikel van HN waar we nu naar refereren is wel geen gewag gemaakt van de recente plaats van onze stad inzake de schuld per inwoner, vergeleken met de andere drie West-Vlaamse centrumsteden.
We raadpleegden daarom de (aangepaste, laatste) meerjarenplannen van die steden, speciaal voor dit jaar 2020.
We deelden dus de totale schuld (het budget-document T4) door het aantal inwoners van het jaar 2020.
1. Kortrijk:
191.260.813 euro schuld / 77.109 inwoners = 2.480 euro schuld per capita.
2. Oostende:
168.096.373 euro / 71.800 = 2.341 euro.
3. Roeselare:
Hier zitten we met het probleempje dat de schuld is opgesplitst voor de entiteiten stad, derden, “commercial paper” en De Lijn! We hebben maar alles samengeteld en kwamen aan een totaal van 114.157.805 euro. (Voor de stad alleen gaat het om 98.138.189 euro). Als we het totaal delen door het aantal inwoners (63.500) komen we hier aan 1.797 euro schuld per capita.
4. Brugge:
110.536.993 / 118.700 = 931 euro.

Zo ziet u meteen dat onze stad althans in de provincie ook nu nog altijd koploper is inzake schuld per inwoner.
Over de vergelijking van budgetten met andere steden is natuurlijk veel te zeggen. Over de schuldpositie alvast iets wat maar al te vaak wordt vergeten.
Met name het thesauriebeleid zelf! (In HN van 17 december wordt dit aspect niet aangeraakt.)
– Men dient bijvoorbeeld te vermijden om leningen op te nemen wanneer men over genoeg liquide middelen beschikt. (In Kortrijk is dat alleszins de bedoeling.)
– Voor iedere stad apart is het nodig om zich af te vragen of de schuldenlast al of niet slaat op een geïntegreerde boekhouding. Of de schuld namelijk is geconsolideerd met andere entiteiten zoals OCMW en bijv. vroegere autonome bedrijven. (In Kortrijk is die “inkanteling” nu wel het geval.)
– Zijn de gebruikte leningsinstrumenten wel koosjer? In Brugge werkt men ook met thesauriebewijzen en obligatieleningen. Die zijn in handen van beleggers, niet van een bank.
– En hoe staat het met de aflossingen? Hier dient men de periodieke aflossing van een bepaald jaar af te zetten tegenover de totale schuld van het vorige boekjaar. Dat percentage geeft dan een indicatie van de looptermijn. We deden dat een keer voor 2020 (aflossing: 12.354.283 euro) tegenover 2019 (schuld: 199.710.930 euro). Dat geeft 6 procent oftewel een afbetalingstermijn van 16,6 jaar. Is dat goed? Is dat slecht? (Kenners vinden 8 procent goed, wat dan slaat op 12,5 jaar (100:8). Weet er iemand waarom?)

NASCHRIFT
Beste lezer,
Vergeet deze en andere technische beslommeringen en nog veel andere vragen over goede en slechte schulden, over aflossingen of over grootse investeringsprogramma’s.
Politiek bekeken zou iedere lokale gazet slechts twee zaken moeten onderstrepen:
– dat de schulden steeds maar stijgen in weerwil van de dure eed van Quickie dat dit nooit zou gebeuren;
– dat de realisatiegraad van de investeringen voor dit jaar geraamd wordt op slechts 58 procent.
En in de vorige bestuursperiode 2013-2018: gemiddeld 55 procent.
Als de Kortrijkzanen dit maar onthouden – of te lezen kregen – , dat zou al veel zijn.



“In geen enkele West-Vlaamse centrumstad ligt schuld zo hoog als in Kortrijk” (1)

Dat is de opzienbarende en alhier – zeker journalistiek bekeken – gedurfde kop bij het stuk van Kris Vanhee in de plaatselijke editie van ‘Het Nieuwsblad”, genaamd “Nieuws uit de streek”, dd. 17 december. (Komt niet van ons; kortrijkwatcher zou dit als positivo niet aandurven.)

Concreet zinspeelt Kris dan meer speciaal op de merkwaardige hoogte van de schuldenlast per capita (baby’s incluis) in de (vier) beschouwde steden.
Beetje ambetant is dat er in de titel gewag wordt gemaakt van een vergelijking met onze – niet nader genoemde vier – provinciale centrumsteden terwijl in de (vet gedrukte) inleiding (de journalistieke bekende ‘peptalk’) plotseling sprake is van een vergelijking met ALLE centrumsteden.
Vervelend mankement in het ‘verhaal’ is nog dat onze concullega Vanhee deze onverwacht vermetele uitspraak in het geheel niet staaft met accurate, actuele cijfers over die provinciale centrumsteden, met name Brugge, Oostende, Roeselare en ook Kortrijk zelf.
Intuïtief geloven we zijn bewering wel, maar voor de zekerheid hebben we toch voor dit jaar 2020 (want daarover gaat het NU toch?) dan maar eens zelf de toestand nagegaan. Berekend. Zoals het er nu uitziet. Cf. infra, of wellicht in een volgend stuk.
Waarop baseert de journalist van ‘Het Nieuwsblad’ zich dan om zonder concreet cijfermateriaal te komen tot zo’n erg stoute vaststelling? (Een manmoedige titel die hem bij onze populistische bewindslieden niet in dank zal worden afgenomen.)
Wel, hij publiceert en maakt gebruik van een vergelijkende tabel van de totale schuld per inwoner in de Vlaamse centrumsteden tijdens de voorbije jaren. (Klein detail: slechts 12 van de 13 steden worden vernoemd, want Turnhout is vergeten.) Die tabel slaat op schuldevolutie van de jaren 2014 tot en met … 2018.
De meest recente cijfers voor 2019 en 2020 zijn er dus niet bij.
We menen te weten hoe dat zo komt.
Vanhee citeert een Kortrijkse raadscommissie als bron. Dat zal wel die van juni van dit aflopende jaar zijn geweest, waarin VB-raadslid Wouter Vermeersch vroeg naar zo’n vergelijkende tabel. Maar toen waren de gegevens van de centrumsteden pas tot in het jaar 2018 gekend. Vandaar het ontbreken van de meest recente data.
Uit de in de krant gepubliceerde tabel blijkt intussen overduidelijk dat in al die voorbije jaren onze tripartite wel degelijk per capita in West-Vlaanderen de hoogste schuld kon bewerkstelligen én handhaven. Daar niet van.
Ter illustratie. Al in het eerste werkjaar 2013 van de coalitie (VLD, SP.A en N-VA) bijvoorbeeld bedroeg de totale schuld per kop in Kortrijk 2.118 euro. Gevolgd door Oostende (1.657 euro), Roeselare (1.575 euro), Brugge (801 euro).
Misschien nog een schoonheidsfoutje uit de tabel rechtzetten?
Voor 2018 is voor onze stad een bedrag van 2.185 euro schuld per kop aangegeven. Volgens de laatste info van onze dienst Financiën was de reële schuld per capita in dat jaar evenwel 2.568 euro.

Bon.
De krant doet het niet, dus geven we hier nu per jaar de meer actuele en toekomstige cijfers.
De nieuwe, actuele tabel van de evolutie van de totale schuld met daarbij de schuld per inwoner.
Wel eerst enige belangrijke, broodnodige voorafgaandelijke bemerkingen:
– de totale schuld voor Kortrijk is die zoals op balans nu of later kan voorkomen, met in onze stad inclusief de doorgeefleningen (bijv, aan kerkfabrieken, politie, XOM);
– voor de jaren 2018 en 2019 kon men zich baseren op de reële jaarrekeningen, dus de reële schuld;
– vanaf 2020 en verder gaat het om de gebudgetteerde (geraamde) schuld, daarbij nog met een voorheen nooit gedane consolidatie van de entiteiten stad én OCMW én Parko & SOK.
– vanaf 2021 rekent men simpelweg (al te simpel?) met een groeivoet van 0,5 procent;
– bij de berekening van de schuld per capita houdt men in de evolutie rekening met stijging van het aantal inwoners in Kortrijk van 77.109 naar 79.056 in 2025.
Nuttig om te weten.
Daar gaan we…

2018
Absolute schuld: 195.866.052 euro
Per capita dan: 2.568 euro
2019
199.710.930 euro
2.603 euro
2020
191.260.813
2.480
2021
195.235.894
2.519
2022
220.066.931
2.826
2023
244.87.281
3.128
2024
251.454.693
3.197
2025
252.467.146
3.194

In een volgens stuk moeten we zelf nog de titel van het artikel in ‘Het Nieuwsblad’ waarmaken. Die gewaagde, vergelijkende uitlating over wie nu de hoogste schuld torst bij de vier West-Vlaamse centrumsteden bewijzen. Want de krant doet dat eigenlijk niet.
Wordt dus vervolgd.







Dienstmededeling

‘t Is zondag.
Onze gemeenteraadwatcher is al heel de middag zijn kop aan het breken over dat stuk in “Het Nieuwsblad” (17 december) met als…kop: “In geen enkele West-Vlaamse centrumstad ligt schuld zo hoog als in Kortrijk.”
Goed dat het toch een keer over gemeentefinancies gaat in de gazet, want dat gebeurt in onze regionale kranten haast nooit meer. Terwijl dit soort zaken de burger wel degelijk interesseert, in tegenstelling tot wat onze persjongens daarover denken. (Ja, het is een moeilijke materie…)
Maar het artikel in HN bevat wat schoonheidsfoutjes, laat het ons zo zeggen. We moeten er dus wel even op terugkomen.

Wat betaalt stad aan Lago voor de zwembaden?

Voor de goede orde eerst even zeggen dat Lago een commerciële naam is voor de exploitant van de zwembaden maar dat de naam van de firma eigenlijk S&R is, een grote naamloze vennootschap. Daar gaat het geld naartoe.

Het nieuwe zwembadcomplex Lago aan Kortrijk-Weide
Krijgt volgens het aangepaste meerjarenplan voor dit jaar van ons Kortrijkzanen allemaal (zwemmers of niet) een werkingstoelage van 1.444.962 euro. Volgend jaar: 1.489.000 euro. In 2022: 1.511.000 euro en zo verder stijgend tot 1.578.000 euro in 2025. (Hecht niet al teveel belang aan die bedrage. Zij zullen telkenjare veranderen. Maar zo kennen we wel de orde van grootte van de bedragen.)
Vanwege de corona-sluiting zal Stad volgend jaar een compensatieregeling treffen, waarschijnlijk onder de vorm van een “overbruggingskrediet”. Om hoeveel het zal gaan is officieel nog niet geweten, maar er circuleert een bedrag van 1 miljoen. Arne, de schepen van sport, garandeert dat het absoluut niet zal gaan om een gratis-cadeau.

De zwembaden Abdijkaai (“den openen”) en Lagae-Heule
(In contracten of afspraken worden die altijd samen behandeld.)
Voor beide zwembaden krijgt S&R volgens de ons bekende gegevens een jaarlijkse toelage van 513.185 euro, dienstig voor de uitbating (personeel en zo) en het onderhoud. Grote investeringen zijn voor rekening van Stad, evenals de energiekosten (water, elektriciteit, gas). Toegangsopbrengsten gaan naar Stad. (Nogmaals, volgens wat ons en raadsleden bekend is. Er kunnen zaken veranderd zijn. CD&V-Raadslid Pieter Soens kreeg op die vraag nooit een antwoord.)
Die exploitatietoelage is een soort raming die principieel slaat op 80 procent van de kosten. Na afloop van het jaar komt dan een afrekening met de ware kosten. In 2019 ging het om een netto-kost van 765.180 euro voor beide zwembaden samen.
Maar de regeling zal dus veranderen.
Die nieuwe vorm van betoelaging is tersluiks al in de gemeenteraad van 14 december aanvaard doordat men het bedrag in het aangepaste meerjarenplan heeft goedgekeurd. Maar de raadsleden beseften dat niet ! (Zij hadden er ook geen informatie over gekregen…)
Men zal nu werken met een “prijssubsidie”.
Een bedrag per zwembeurt, exclusief BTW.
– 15 euro tot 45.000 zwembeurten;
– 10 euro tussen 45.000 en 50.000;
– 8 euro vanaf 50.000 zwembeurten.
Zwemclubactiviteiten tellen niet mee.
Ter info. In 2019 telde men in beide zwembaden samen 41.504 beurten.
Bereken nu zelf hoeveel Stad zou betaald hebben als men vorig jaar het systeem al had toegepast. (Probleempje is wel dat we het BTW-tarief niet kennen. Zou het kunnen gaan om 6 procent?)
In het aangepaste meerjarenplan is die “prijssubsidie” voor 2021 geraamd op 810.000 euro. Voor de volgende jaren is voorlopig hetzelfde krediet ingeschreven.

Het staat allemaal niet in de gazetten…







Vandaag koninginnendebat in de gemeenteraad

Begint straks om 19 uur, Jammer genoeg vanwege corona alweer digitaal te volgen.
Belangrijkste agendapunt: de eerste aanpassing van het Meerjarenplan (MJP) 2020-2025. In feite zullen we dus kennis kunnen maken met het aangepaste budget (begroting) 2020, wat onder meer inhoudt dat we nu effectief zullen zien wat het geraamde verlies is van het boekjaar, de vermoedelijke realisatiegraad van de investeringen (58 procent !) , het verloop van de schuld, enzovoort.
We komen vandaag ook te weten hoe het staat met de belastingen voor volgend jaar, de retributies, de gemeentelijke administratieve sancties, allerhande OCMW-tarieven, werkings- en investeringssubsidies. Etc.
In een ver verleden wijdde men twee aparte zittingen aan dit soort zaken.
Fractieleiders krijgen nu 6 minuten!

Wijlen journalist Gerrit Luts had daar dan een volle pagina voor over in “Het Nieuwsblad”. Hij sprak van een “koninginnendebat”.
Maar wees gerust. Kortrijkwatcher houdt u verder op de hoogte!

P.S.
Er is nog een voor het bestuur althans vervelend aanvullend punt toegevoegd aan de agenda, vanwege een VB-raadslid. U raadt al om wie het gaat? Hij stelt (in besloten zitting) een vraag waar het stadsbestuur tot op heden absoluut niet wou op antwoorden. De vraag waarom de ooit met enige bombarie aangestelde Souad Abihi plotseling geen programmaregisseur meer is van het project “diversiteit en inburgering”. Nu genaamd “samenleven”.

De impact van corona op onze stadsfinanciën is minder erg dan gevreesd (2)

In de gemeenteraad van september kwam een uitermate belangrijk document aan bod: een eerste semesterrapport over het gevoerde beleid t/m 30 juni. Soort verslag over de ‘bedrijfsvoering’ van een firma zou je kunnen zeggen.
Wij (de lezers van kortrijkwatcher althans, niet die van de reguliere pers) kwamen daarbij te weten dat voor slechts 25,9 procent aan “vastleggingen” (verbintenissen om te investeren) in dit eerste half jaar kon gerealiseerd. En dat is heus niet of louter en alleen te wijten aan de corona-crisis! Laat u zich maar niks wijs maken. Zéér tekenend in dit verband was dat het schepencollege op de laatste gemeenteraad, niettegenstaande herhaaldelijk aandringen, niet wenste in te gaan op de vraag naar een concrete lijst van investeringsverbintenissen voor projecten die specifiek door covid19 niet of niet helemaal konden doorgaan of werden uitgesteld.
Verder leerden we dat per 30 juni van dit jaar voor slechts 45,1% exploitatie-uitgaven effectief zijn geboekt. Er konden ook geen verhoopte verkopen uit ons patrimonium worden gerealiseerd. (En voor de kenners: de autofinancieringsmarge was toen althans negatief!)

Bon.
Dat veelzeggend semesterrapport (130 pag.) is wel alreeds in mei opgemaakt.
In de gemeenteraad van september is op vraag van Wouter Vermeersch (VB) een zeer geactualiseerde versie voorgelegd, ditmaal opgemaakt begin van deze maand. Ook daarvan konden de Kortrijkzanen via de pers geen jota vernemen. (“Dat interesseert de mensen niet.” Dat weet u toch!)

Belangrijk om te vernemen is dat er zich sinds dat verslag van mei een aantal onverwacht gunstige financiële ontwikkelingen hebben voorgedaan.
Willen onze lezers daar wel méér van weten?
Ziehier:
1. De directe netto impact van corona, voorheen geschat op 7,5 miljoen, is lager dan in mei nog werd gedacht.
Daar zijn volgens het stadsbestuur drie hoofverklaringen voor:
– de parkeerbelastingen zijn beter dan geraamd;
– de personeelskost is nog lager dan geraamd vanwege een vertraging inzake nieuwe aanwervingen;
– er zijn (vele en significante) bijkomende subsidies van andere (hogere) overheden toegekend.
2. Wat de corona-premies van stad zelf betreft zijn er minder café- en handelaarspremies aangevraagd dan gedacht.
3. De inflatieverwachting is naar beneden bijgesteld zodat de personeelskosten minder snel zullen geïndexeerd.
Wij voegen daar zelf nog plagenderwijs aan toe: het investeringsbudget is lager uitgevallen dan voorzien. Pro memorie: er komt geen heraanleg Doorniksewijk, geen markthal op de Veemarkt, en het opfrissen van het winkelwandelgebied is verdaagd. Dat gaat om miljoenen minder uitgaven – iets wat alweer geen Kortrijkenaar weet. En de stadsgidsen ook niet!

Voornoemde financieel gunstige ontwikkelingen samen raamt de stadsadministratie op ca. 5,08 miljoen euro op legislatuurbasis.

Maar er zijn tevens financieel ONgunstige ontwikkelingen sinds het rapport van mei.
1. De krimp inzake economische groei zal een daling van algemene belastingontvangsten (APB en OV) teweegbrengen.
2. De geactualiseerde raming van onze responsabiliseringsbijdrage is minder gunstig dan men voorzag in het bestuursakkoord.
3. De coronacrisis zal waarschijnlijk niet (volledig) uitgewoed zijn eind dit jaar zodat ook volgend jaar diverse ontvangsten structureel zullen verlagen. Bijv. retributies.

Het effect van deze drie ongunstige ontwikkelingen schat de administratie op ca. 5,15 miljoen euro op legislatuurbasis.

BESLUIT:
DE MEEVALLERS EN DE TEGENVALLERES HEFFEN ELKAAR ONGEVEER OP.

Men zegge het voort…

De impact van corona op onze stadsfinanciën is minder erg dan verwacht (1)

Onze streekgazetten vinden dat weer niet de moeite waard om daar een woordje aan te wijden, terwijl dat toch goed nieuws is? Kortrijkwatcher zal dus maar weer eens zijn journalistieke plicht vervullen.
Zie weliswaar in een volgende editie, want we moeten nog wat lezen. Dat is veel werk.
In het rapport van het eerste semester van dit jaar (al in mei gemaakt) over het intussen gevoerde beleid, subsidiair over de weerslag van covid op de budgetten van stad (zowel inzake exploitatie als investeringen) bleek er wel wat droevigs aan de hand, maar een nieuwe stand van zaken – opgemaakt begin september – brengt beter nieuws. Financieel gunstige en ongunstige ontwikkelingen compenseren zich ongeveer in dezelfde grootteorde.
Ca. 5,08 miljoen tegenover 5,15 miljoen.
Maar waarom pakt de tripartite daar nu niet mee uit?

Voortdoen ! (2)

Zoals in onze editie van gisteren verteld, kennen we nu dankzij de eerste semesterrapportering de stand van zaken van het gevoerde beleid per 30 juni 2020.
Zo ook een overzicht van de gedane uitgaven in het investeringsbudget.
Laten we het vandaag eens enkel daarover hebben, want de tripartite heeft met de welwillende hulp van de reguliere pers de mythe (de perceptie) geschapen van een waar en historisch ongezien investeringscollege te zijn.
1.
Hoe zag het oorspronkelijke investeringsbudget er uit voor het jaar 2020? (We hebben het hier uitsluitend over Stad, niet over het OCMW.)
Het initieel uitgavenbudget bedroeg 61.781.987 euro.
Men heeft daar intussen de overdracht van overschotten uit de jaarrekening 2019 (dus van vorig jaar niet gerealiseerde projecten) aan toegevoegd en komen momenteel aldus aan een nieuw investeringsbudget van 70.867.804 euro.
2.
De vraag is nu hoeveel daar tot op de dag van 30 juni is van vastgelegd.
Dat wil zeggen: voor welke bedragen zijn er dan wel transacties ingeschreven in een budgettair dagboek voor één boekjaar, als gevolg van een al aangegane of voorgenomen verbintenis met een welbepaalde derde (een mogelijke aannemer bjjv., of een studiebureau, of een leverancier). Dat kan gebeuren met een bestelbon, of door een beslissing van het schepencollege of zelfs van de gemeenteraad.
Welnu, van dat nieuwe investeringsbudget 2020 van 70 mio en zoveel is in het eerste semester van dit jaar 18.347.474 euro vastgelegd. Ge moet dat een keer bepeinzen, als gewone mens of als ambtenaar. Dat is slechts 25,88% van wat je allemaal had bedacht om te doen, dus nog ver verwijderd van wat een ideaal (utopisch?) streefdoel zou moeten zijn, namelijk 50% of de helft van het budget. Nou ja.
Het stadsbestuur zoekt voor zichzelf troost (soelaas) voor deze uiterst geringe realisatiegraad.
Men merkt daarbij op dat de vastleggingen niet volledig zijn. De stad werkt sinds 2020 met nieuwe boekhoudsoftware en daardoor konden de gemaakte vastleggingen uit 2019 (nog) niet automatisch overgezet worden. (Eerlijk gezegd, we begrijpen dit niet.) Men raamt dit effect op 7,5 miljoen en komt zo aan een meer “reëel” vastleggingspercentage van ca. 36,5%. Bon, het is nog altijd geen 50%.
Stad zal moeten “voortdoen” in het volgende (nu lopende) halfjaar!
3.
Wat zijn nu de aanrekeningen of effectieve boekingen per 30 juni?
Welk bedrag aan facturen is er daadwerkelijk geboekt op het gepaste begrotingsartikel?
Haha! Een bedrag van welgeteld 9.318.899 euro of 13,14%. We zitten goed bij kas dus. Doe zo voort!

O ja!
We waren het bijna vergeten.
Stad heeft voor 2020 ook investeringstoelagen beloofd voor onder andere Fluvia, de kerkfabrieken, Kortrijk Voetbalt. Voor een bedrag van 3.2002.488 euro. Wat is daarvan in het eerste semester gerealiseerd? 558.355 euro oftewel 17,4%.

Een vergelijking met het eerste semester van vorig jaar is leerrijk.
Het vastleggingspercentage lag toen al op 60,5%.
Maar het aanrekeningspercentage was toen ook heel laag: 12,5% !

Hoe verklaart Stad nu het beduidend lage vastleggingspercentage?
U raadt het !
“Voor een stuk” zegt Stad is een en ander door corona uit te leggen en de bijgaande lock-down waarbij ook een deel van de bouwsector stillag. Tja. Vastleggingen zijn wél verbintenissen hé (plannen, projecten), die daarom absoluut niet onmiddellijk moeten uitgevoerd, zelfs niet binnen het boekjaar.
Corona of niet. Gedachten (voornemens) zijn vrij!

Overigens zijn er wel werken geweest met toch grote uitgaven (aanrekeningen van meer dan 500K): parking station (1,7 miljoen), vernieuwen straten (998K), centrum Warande (962K), investeringen in bestaand patrimonium (593K).

In de gemeenteraad van 14 september a.s. houdt VB-raadslid Wouter Vermeersch een uitgebreide interpellatie over de financiële impact van de coronacrisis.
Schepen van Financiën (Kelly Detavernier) en schepen van stadsontwikkeling (Wout Maddens) kunnen van de gelegenheid profiteren om een keer in detail op te lijsten welke investeringen er helaas niet konden doorgaan, uitsluitend door de schuld van Corona, en van niets, maar dan ook van totaal niets anders.
We vonden in het rapporteringsdocument op pag. 6 een merkwaardig, intrigerend zinnetje dat immers ook een en ander kan verklaren: “De capaciteit op vlak van projectleiders was ook nog in opbouw in het 1ste semester.”



Voortdoen ! (1)

Dat is de leuze die vooral schepen van stadsontwikkeling Wout Maddens (VLD) op sociale media in petto heeft als er weer eens een project op stapel staat. (Ook als een en ander nog niet helemaal duidelijk is inzake timing of zelfs ontwerp. Zie bijv. de plannen voor “historisch hartje Kortrijk” die recent alweer met de nodige fanfare werden kond gemaakt in de media.)
Schepen wil daarmee natuurlijk aangeven dat het stadsbestuur en zeker zijn kabinet waarlijk goed en naarstig voortdoet. Zijn we goed bezig zeg!
Ons niet gelaten, maar er bestaat nu een reële, exacte meetlat om te weten of men wel goed opschiet met bepaalde plannen of acties. De burger op een populistische manier bedotten is niet echt meer mogelijk (tenzij onze pers alweer tekort schiet in de berichtgeving).

Hoe zit dat?
Sinds dit jaar zijn gemeenten namelijk verplicht om een zgn. opvolgingsrapport op te maken over het (al of niet) gevoerde beleid in de eerste semester van het lopende jaar. Dat rapport (in Kortrijk 130 pagina’s) komt ter sprake in de volgende gemeenteraad van maandag 14 september. We krijgen dus een stand van zaken te lezen over de actieplannen uit het meerjarenplan, over de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven in het eerste halfjaar, en in voorkomend geval over mogelijke wijzigingen in de gedane assumpties (aannames).
Voor wie de makers van percepties (de perceptionelen) nu een keer echt de mond wil snoeren is dit soort van rapportering natuurlijk veel goud waard.
Alle acties uit het meerjarenplan (MPL) die lopen in 2020 (dat zijn er 298!) worden inhoudelijk geëvalueerd naar hun status op 30 juni 2020, en van de acties die financieel worden opgevolgd (76) in het exploitatiebudget krijgen we de gedane, werkelijk gerealiseerd bestedingen in dat eerste halfjaar.
Tegelijk krijgen we ook inzicht in de stand van zaken van het investeringsbudget.
– Wat was het initiële budget en wat is het geraamde budget als we rekening houden met de overdrachten uit de jaarrekening 2019?
– Welke bedrag is daarvan daadwerkelijk vastgelegd in een overeenkomst met de goedgekeurde kandidaat-inschrijver op de overheidsopdracht?
– En hoeveel van dat bedrag is al met factuur geboekt en aangerekend?

Cijfers zijn voor een volgende bijdrage alhier in kortrijkwatcher.
U zal versteld staan over de realisatiegraad inzake investeringen.
Wordt vervolgd.