Category Archives: burgemeester

Iets over het belabberd interview met Kortrijks burgemeester op Canvas (2)

Vorige donderdag 15 maart liep er op de VRT een reportage over politionele camerabeveiliging op openbaar domein, met focus op de mogelijke aantasting van onze privacy. Vandaar ook de titel: “Privacy & ik”. (Er komt nog een tweede deel dat wil nagaan in hoeverre men ons ‘gaan en staan’ én vertier én afkomst in winkels en straten in de gaten houdt, via het gebruik van onze mobiele telefoon. In Kortrijk betaalde stad aan Proximus daar vorig jaar al 30.000 euro voor.)
Aangezien de straten van Kortrijk en deelgemeenten onder impuls van (nu titelvoerend) burgemeester Vincent Van Quickenborne over de jaren heen (en in de toekomst nog steeds) werkelijk bezaaid worden met camera’s van allerlei slag, en stad Kortrijk op dit gebied samen met Mechelen trendy-koplopers zijn, sprak het vanzelf dat de makers van de documentaire maar al te graag meer speciaal de verantwoordelijke burgemeesters van beide steden fysiek bij het programma wilden betrekken.
Met Bart Somers (ook met een dubbel-functie) had men blijkbaar geen problemen.
Maar het contact met Van Quickenborne liep van geen leien dak.
Na aanvankelijke toe- en afzeggingen voor een mondelinge afspraak met presentator Tim Verheyden weigerde Quickie uiteindelijk elk interview. Met als drogreden dat hij nu Minister van Justitie is en de materie derhalve eerder toekomt aan een Minister van Binnenlandse Zaken. Van Quickenborne is nu wel iemand die – als het hem goed uitkomt – in de media absoluut niet nalaat om te benadrukken dat hij nog altijd DE burgemeester is van stad Kortrijk. (En die zich als Minister van Justitie intussen federaal gevaarlijk dicht op het terrein van Binnenlandse Zaken waagt. Daar komt nog boel van.)
De waarheid is dat hij als een heus ‘politiek beest’ terugschrok voor die reportage. Het feit is dat hij op voorhand wel goed aanvoelde en voorzag dat hij zou geconfronteerd worden met een spervuur van zeer ongemakkelijke vragen. Over de proportionaliteit en effectiviteit van zijn steeds maar aangroeiend cameranetwerk. Over de gigantische kosten. Over oneigenlijk gebruik van ANPR-camera’s. Over de rol van Securitas (burgers). Over preventieve en repressieve resultaten, enzovoort.
Vandaar dat hij het karwei waarmee hij nu een keer niets had bij te winnen het liefst overliet aan zijn plaatsvervangend burgemeester, Ruth Vandenberghe. Het schaap…
Het is deze politieke gang van zaken die ons hier interesseert.

We laten daarom hier en nu in deze bijdrage met opzet de problematiek van de (politionele) cameratechnologie geheel achterwege omdat de reportage een onverwachte (ongewilde) openbaring opleverde over het gebrekkige politieke reilen en zeilen van het bestuur in deze centrumstad.
Alleen al het feit dat Van Quickenborne voor een televisieprogramma vaandelvlucht pleegt, dat is voor al wie hem een beetje kent totaal opzienbarend. Zoals gezegd is hij de grote instigator van het cameranetwerk in onze stad. Na zijn aantreden in 2013 met de nieuwe coalitie zijn er binnen de kortste keren in één jaar tijd 28 camera’s geplaatst. En met zijn nieuwe bestuursakkoord van 2019 (“Kortrijk, Beste Stad van Vlaanderen”) is het hek helemaal van de dam. Onder zijn bewind is al meer dan één miljoen euro gespendeerd aan die surveillance, en zijn meerjarenplan voorziet voor vijf jaar nog 2,5 miljoen. We zitten nu al aan 1 camera per 328 inwoners.
Over dit alles en de resultaten ervan wenst Quickie dus landelijk geen publieke verantwoording af te leggen. (Kortrijkse raadsleden zijn dit al gewoon en zijn al jaren in slaap gewiegd.)
Dit is evenwel al een eerste politiek feit zonder weerga. Dat hij dan maar ontslag neemt als titelvoerend burgemeester. (Er is heus meer voor hem weggelegd.)

Een tweede belangrijk, concreet politiek gegeven uit de TV-uitzending leerde ons nog iets opzienbarend, met name over de bestuurskracht van onze Kortrijkse administratie. De presentator van het programma “Privacy & ik” vertelde ter info dat hij in totaal – en na aandringen, in drie fasen – acht (8) maanden heeft moeten wachten op vragen en antwoorden naar enige deftige, schriftelijke informatie over het Kortrijkse cameranetwerk.
De hete aardappel werd doorgeschoven naar plaatsvervangend burgemeester Ruth Vandenberghe. Dat is uitgedraaid op een catastrofe.
Derde politiek feit. Ook Ruth VDB weigerde aanvankelijk tactisch geheel laconiek om mee werken aan het programma. Met als onvergetelijk – maar wel geloofwaardig argument – dat zij niet wist waarover zij inzake deze materie iets accuraat zou kunnen vertellen.
Uiteindelijk wilde Ruthie (koosnaampje) op de valreep wél een interview toestaan. In de uitzending zelf verontschuldigde zij zich voor haar aanvankelijke weigering, ditmaal met het ONgeloofwaardige argument dat zij het vanwege al die corona-beslommeringen véél te druk had.
Dat is dan een vierde politiek feit, geleerd uit de uitzending : onze nieuwe burgemeester durft ook een leugentje ten beste geven. Want in werkelijkheid wist zij natuurlijk over geheel die cameratechnologie geen snars, en heeft men haar op het laatste nippertje met wat (nieuwe) documentatie nog ietwat kunnen klaarstomen voor het interview.
Ach ja. Ruthie en haar omgeving (de veiligheidsadviseur) zagen op de duur wel in dat stad Kortrijk zich geheel belachelijk zou maken indien men (als enige stad) bleef weigeren om aan het programma mee te werken.
Zij heeft dat eigenlijk ook min of meer bekend. Op een bepaald ogenblik vraagt presentator Tim Verheyden (niet zonder enige ironie) waarom het stadsbestuur eerst het perspectief op een mogelijk TV-programma nodig heeft om pas daarna met een soort visie-nota en cijfermateriaal op de proppen te komen. Jamaar-ja, zei Ruthie: de nodige data waren er wel hoor, maar ze moesten nog ietwat geordend geregistreerd. Maar goed, zij geeft het toe: het is een werkpunt voor het stadsbestuur. (Men is intussen wel “in vijfde versnelling” gekomen”.)
Dat werkpunt is dan te beschouwen als een vijfde politiek feit: het bestaan van een slordige, trage administratie.

In het TV- interview met Ruth Vandenberghe – dat men wel degelijk kan beschouwen als een vuurproef in haar politieke loopbaan – is er nog een bijzondere passage geweest waarbij onze eigenste “cerebrale” pijngrens ernstig werd overschreden. We zullen dit maar niet als een politiek, maar wel als een puur persoonlijk feit bestempelen.
Ruth beweerde dat camera’s wel degelijk een soort schrikeffect teweegbrengen. Zij is er heilig van overtuigd dat mensen (en dan zeker wie iets in het schild voert) zich anders gaan gedragen in de nabijheid van veiligheidscamera’s.
Presentator Tim Verheyden repliceerde daarop dat de wetenschappelijke studies hieromtrent dit terdege tegenspreken. Waarop Ruth zomaar antwoordt: “Dan zeg ik dat uit eigen naam.” (Zij voelt zich als jonge vrouw veel veiliger in de winkelstraten met camera’s in de buurt.) We hebben in burgemeester Ruth nu een persoon leren kennen die de wetenschap in eigen naam én als jonge vrouw tegenspreekt! Dit slaat waarlijk een bres in ons cognitief welzijn.

Tenslotte gaf onze nieuwe burgemeester toch wel toe dat de effectiviteit van camera’s niet precies (“één op één”) te meten valt. Maar het draagvlak bij de bevolking is groot. Dat maakt haar blij.
Tja, Wat moeten we daarmee nu aanvangen? Nog meer camera’s??




Ofwel wist burgemeester Ruth Vandenberghe het, ofwel wist zij het niet…

Het is de meest dodelijke opmerking of vraag die men aan een bevoegd politicus uit de uitvoerende macht kan stellen. Men is namelijk in beide gevallen in de fout.

Vorige maandag 8 maart is in de Kortrijkse gemeenteraad uitvoerig gedebatteerd over de vraag van de korpschef van de politiezone VLAS om een principiële toestemming te krijgen voor het gebruik van drones voorzien van een camera op Kortrijks grondgebied.
De oppositiepartij CD&V was tegen omdat het reglement voorziet dat zo’n drone ook kan ingezet boven “niet voor het publiek toegankelijke besloten plaatsen, – voor de duur van de interventie”. Dus bijv. ook tuinen. Raadslid Jean De Bethune vond trouwens nog dat het begrip “interventie” wel eens moet gedefinieerd worden.
Even opmerken dat het College van procureurs-generaal “het gebruik van drones om zicht te verwerven in een private plaats niet toelaatbaar is.
Het Vlaams Belang heeft zich uiteindelijk onthouden bij de stemming, voornamelijk omdat de lijst van gevallen waarbij een drone kan ingezet niet limitatief is bepaald. Fractieleider Wouter Vermeersch had nog een serie vragen, waarop natuurlijk geen duidelijke, concrete antwoorden zijn gevolgd.
En Groen. Was geen fan, zodat raadslid Matti Vandemaele vroeg om uitstel van het agendapunt ten einde te komen tot een consensus over de vraag van de korpschef over alle partijen heen. (Over dat uitstel is niet gestemd!) Uiteindelijk ging Groen toch met alles akkoord en wel omdat het schepencollege inging op de vraag van die fractie naar een jaarlijkse rapportage en evaluatie over het gebruik van drones. (Niemand merkte op dat men voor de bestaande veiligheidscamera’s geen rapportage krijgt over de impact ervan op de criminaliteit en de ophelderingsgraad.)
Raadsleden van de regerende tripartite hadden zoals zo vaak weer niks bijzonders te vertellen.
Burgemeester Ruth Vandenberghe nam – ook zoals gebruikelijk – heel kort het woord. Voor haar was er geen vuiltje aan de lucht. Een drone met camera is in haar ogen gewoon net zoiets als een veiligheidscamera of een ANPR-camera op straat. Overigens luidde het nog dat men er kan op rekenen dat de principes van de proportionaliteit en opportuniteit bij het gebruik van drones zullen gerespecteerd worden.
Ruthie (dat is haar koosnaam) vertelde wel niet hoe dat zit met de beoordeling “in drie trappen” over de vraag of in een bepaalde casus de dronetechnologie kan toegepast.
Ook repte zij het er met geen woord over dat men over de toekomstige inzet van drones met een uitgebreide informatiecampagne aan de bevolking duidelijk gecommuniceerd zou worden.

Wat is of was nu het geval?
Ruthie kwam op 8 maart rond zowat 20 uur ’s avonds aan het woord.
Op geen enkel moment heeft zij de Raad geïnformeerd dat er diezelfde dag in de voormiddag alreeds een drone aan de slag was geweest rond het industrieterrein Evolis en Cowboy Henk aan de Oudenaardsesteenweg op – mogen we aannemen? – Kortrijks grondgebied. (Men was op zoek naar verdachte fietsdieven die op de vlucht waren geslagen.)
Ruth Vandenberghe is als burgemeester verantwoordelijk voor het veiligheidsbeleid in de stad en is daarbij nog voorzitter van het politiecollege en de politieraad.
1.
Zeg me nu niet dat Ruthie op 8 maart ’s avonds nog niet op de hoogte was van die interventie. Waarom heeft ze dat dan niet gezegd aan de raadsleden? Dat men al gebruik had gemaakt van de dronetechnologie NOG VOOR de gemeenteraad zijn toestemming daartoe had verleend. Haar stilzwijgen getuigt in dit geval van een uiterste minachting voor het functioneren en de bevoegdheid de gemeenteraad.
2.
Stel dat Ruthie het niet wist!…
Dan is zij het niet waard om nog te functioneren als voorzitter van het politiecollege. Ofwel heeft de korpschef haar om de tuin geleid, letterlijk bedrogen. Als hij haar in het ongewisse heeft gelaten, dan moet de burgemeester tenminste een tuchtprocedure tegen de korpschef op gang brengen.

P.S.
Ook de raadsleden die niet echt voorstander waren van het dronegebruik lieten op die maandag 8 maart telkens hardop weten dat zij er alle vertrouwen in hadden dat de korpschef zich aan de voorgeschreven regels voor de inzet van dronetechnologie zou houden.
Al vanaf de eerste dag ging hij in overtreding…Kan men dat kifkif laten?



Met deze Ruth VDB als burgemeester gaat het echt niet (3)

Ruth Vandenberghe (onze nieuwe burgemeester) heeft tot op heden het geluk gehad dat de vier gemeenteraden die zij in haar functie al heeft meegemaakt vanwege covid allemaal digitaal moesten gebeuren. Ieder raadslid zit dan thuis met micro en camera gevangen achter zijn PC. (Als ze het kunnen.)
Indien bijvoorbeeld de laatste zitting van afgelopen maandag gewoon fysiek was doorgegaan in de traditionele raadszaal van het stadhuis, dan was die zeker héél tumultueus verlopen. Met ongetwijfeld twee schorsingen en veel geroep en getier. Met zelfs een zekere radeloosheid op de schepenbank.
Het begon al toen Hannelore Vanhoenacker (CD&V-fractieleider) alweer (het was al een keer gebeurd op 7 december) bij ordemotie het woord vroeg om er zich over te beklagen dat raadsleden geen informatie kregen over de overlegcomités tussen stad en de exploitant van de zwembaden (Lago), meer speciaal over mogelijke financiële afspraken naar aanleiding van de verliezen in omzet voor de firma S&R door de verplichte corona-sluitingen.
Zij vond het schandalig dat de schepen van sport (zeg maar Arne) in de namiddag – nog voor de gemeenteraad – een persconferentie had gehouden i.v.m. de zwembaden en dat de raadsleden pas anderhalf uur voor de zitting een hele pak verslagen over de afspraken met Lago toegestuurd kregen.
De CD&V- fractieleider schoot waarlijk ongewoon voor haar doen uit haar krammen. Vond dat dit bestuur de gemeenteraad minacht en eist voortaan en voor altijd een andere, heuse behandeling door het CBS van de tussenkomsten van de raadsleden.
– Reactie van schepen Vandendriessche? Geen.
– Van de burgemeester? Geen.
– En van de nieuwe voorzitter van de gemeenteraad, Helga Kints? “Bedankt”. (Zo kluchtig, niet?)
Gegarandeerd zou Hannelore in een normale, fysieke gemeenteraad de schorsing hebben gevraagd om vooralsnog de documenten te kunnen lezen. (Zij bevatten trouwens relevante informatie.)

Die gemeenteraad van 15 december was nu wel de belangrijkste van het jaar want er was een eerste aanpassing van het meerjarenplan (MJP) 2020-2025 geagendeerd. Vroeger zou men daar aan zo’n dik boek twee zittingen gewijd hebben en zou de burgemeester (Quickie bijvoorbeeld, ja) met enige bravoure alleszins het woord hebben genomen om het beleid van het voorbije jaar te verdedigen en tevens dat van de komende jaren juichend toe te lichten. Wat deed onze Ruth, die toch voor meerdere materies en voor het algemeen gevoerde beleid is bevoegd ? NIKS!
De NV-A- schepen van Financiën (Kelly Detavernier) moest het allemaal maar (technisch dan) zelf beredderen. De algemene bespreking van het MJP was dus in een goed uur afgelopen.

Daarna kwamen nog een heel aantal gewichtige punten aan bod: belastingen, retributies, investeringen (realisatiegraad!), schuldenlast, subsidies, dotaties aan de politiezone en de brandweerzone, etc.
Onze burgemeester Ruth is bij al die agendapunten welgeteld driemaal tussengekomen. We zullen hierbij nu eens geheel letterlijk en onverkort haar gevleugelde uitspraken weergeven. Ze kunnen historisch bewaard blijven in de annalen van de gemeenteraad.

Punt 3 ging over de dotatie aan de politiezone Vlas.
In een gestoffeerd betoog was Wouter Vermeersch (VB) van oordeel dat die dotatie hoger moest en dat het aantal operationele korpsleden zeker met 18 moest uitgebreid.
Ruth Vandenberghe is – moet u weten – voorzitter van het politiecollege en verantwoordelijk voor deze zaken. Wat was haar gevleugeld antwoord? “We maken daar werk van.” Punt. Niets meer.

Punt 4 behandelde de dotatie aan Fluvia.
Valt ook onder de bevoegdheid van de burgemeester.
Opnieuw vond Wouter Vermeersch (en Pieter Soens van de CD&V) dat het korps lijdt aan onderbezetting.
Gevleugelde repliek van onze Ruthie? “We zijn ermee bezig.” Punt.

Punt 5 dan. Ging over de dure vuilniszakken en de sluiting van containerparken.
Hannelore Vanhoenacker en Wouter Vermeersch hadden hierover wel wat te zeggen.
In haar vorig schepenleven was Ruth bevoegd voor dit soort zaken. Was in haar element.
Dus pakte zij in één zin (1) uit met een gevleugeld besluit: “Alles is hierover al gezegd.” Zo.

IN EEN NORMALE RAAD WAS DE ZITTING HIERMEE AFGELOPEN.
Zou de oppositie globaal de zaal hebben verlaten, ongetwijfeld tot consternatie van Helga, de nieuwe voorzitster.

Over de rest van de punten (14 waren er, in het totaal) deed Ruth er gemakshalve het zwijgen toe.
Bij de aanvullende punten van de raadsleden ging het in IR 2 – zoals hier in vorig stuk al gezegd – over het standpunt van stad (de coalitie) in verband met de opwaardering van het kanaal Bossuit-Kortrijk.
Ruthie weigerde ten tweeden male om te antwoorden op de vele vragen van Mattias Vandemaele (Groen). Zij verwees naar een niet nader toegelicht pré-advies van het schepencollege. (Wat is dat eigenlijk? Voor wie bestemd?)
Ook hier zou de oppositie in een gewone, fysieke zitting de schorsing van de vergadering hebben geëist.

Als mondelinge vraag tenslotte wou Wouter Vermeersch wel eens weten of Ruth een Vlaamse dan wel een tricolore (Belgische) burgermeestersjerp draagt. Zonder een woord te zeggen toonde Ruth in een fractie van een seconde haar sjerp in beeld. Was dat humoristisch bedoeld, of weet zij het zelf niet?

Een besluit
Als het leven weer naar “de normaliteit” zal terugkeren, dan zal blijken dat burgemeester Ruth Vandenberghe het politiek nog zeer moeilijk zal krijgen.
Even een P.S. om dit nu al te illustreren.
In ‘Het Laatste Nieuws’ van 15 december is haar gevraagd of Kortrijk “klaar is voor de vaccinaties”. Gevleugeld antwoord van Ruth: “Het is nog te vroeg om daar al iets concreets over te zeggen.” Tja, die datum onthouden.
Een burgemeester is verantwoordelijk voor de openbare veiligheid en gezondheid in de gemeente en weet hier ter stede op zo’n cruciale vraag op datum 15 december 2020 nog niets over te zeggen. Zo kan het dus niet verder!
En dat de markthal op de Veemarkt er door corona niet komt is niet juist. (Vertelt zij ook in de gazet.) Dat dure project is gewoon afgevoerd.







Zo kan het niet verder, met deze Ruthie als burgemeester (2)

Ruthie is de koosnaam van Ruth Vandenberghe, onze nieuwe (waarnemend) burgemeester sinds Vincent Van Quickenborne op 1 oktober vaandelvlucht pleegde om minister te worden in de vivaldi-regering.
Ruthie heeft intussen in haar nieuwe functie al vier gemeenteraden achter de rug. De redactie van kortrijkwatcher had zich hard voorgenomen om haar eerste oordeel over het optreden van de nieuwe burgermoeder nog wat op te schorten.
Maar sinds de laatste zitting van gisteren 14 december is hier geen sprake meer van enige oordeelkundige bedachtzaamheid. Het werd echt teveel voor onze gemeenteraadwatcher.
Overigens is bij nader toezien absoluut geen omzichtigheid geboden om het te hebben over haar persoon en optreden. Zij is namelijk om te beginnen al twee decennia in de weer met de Kortrijkse politiek. Is dus een ware ervaringsdeskundige die geen incubatietijd nodig heeft om zich in te werken in het reilen en zeilen van de stedelijke politiek.
Als ambtenaar en/of kabinetsmedewerker (bij de christen-democraten!) was zij bijv. werkzaam in de persdienst, communicatie, stadsontwikkeling en participatie. Was tot voor kort zelfs nog schepen van de kiesvereniging genaamd “Team Burgemeester”.
Wie herinnert het zich niet? In die hoedanigheid kon zij een historische blunder begaan met de organisatie van een digitaal zgn. ‘referendum’ waarbij een onjuiste vraag werd voorgelegd aan de Kortrijkzanen en de uitslag statistisch onmogelijk representatief kon zijn.

Komt daarbij dat zij zichzelf in een maideninterview met “Het Laatste Nieuws” (10/10/20) een persoonlijkheidsstructuur toedichtte met een rist van minstens tien politiek bekeken voortreffelijke kwaliteiten. (Cf. kortrijkwatcher van 13 oktober.)

Zij viel vandaag in dezelfde krant zelfs nog in herhaling! Zij beschrijft zichzelf in een tweede interview met de slippendrager Peter Lanssens namelijk (opnieuw) als toegankelijk, empathisch, luisterbereid, perfectionistisch en behept met een enorm verantwoordelijkheidsgevoel.
Het zijn haar woorden!
Met een politicus die op een zodanig openlijke wijze – zonder enige schroom – zichzelf allerlei deugden toeschrijft hoeft men geen mededogen te hebben en is dientengevolge een eerste, misschien wel definitief oordeel geheel passend en zeker niet onbillijk. Ja.
Al in oktober, bij haar eerste zitting toen bijgewoond als burgemeester, kon men constateren dat zij niet echt beslagen op het ijs kwam. (Over regiovorming van naburige gemeenten in onze provincie wist ze duidelijk niets.) Spontaan een bedenking, een repliek, een oordeel formuleren zonder daarbij letterlijk een notitie (van wie?) voor te lezen, dat kan ze niet.

Ruthie kan niet zonder “debatfiches”.
Houden we het hier nu maar even ter bespreking bij de twee raadszittingen van deze maand.
In de Raad van 7 december bijvoorbeeld had Mattias Vandemaele (Groen) het over het feit dat plaatselijke SP.A-coryfeeën plotseling niets meer moesten weten van een her- of opwaardering van het kanaal Bossuit-Kortrijk. (Schepen Wout Maddens liet hierbij promp weten dat de tripartite-coalitiepartner SP.A “deloyaal en onbetrouwbaar” is!)
Raadslid Vandemaele stelde daarover tien punctuele vragen waarbij Ruthie reageerde met het voorlezen van een lange, wollige “verklaring” – zonder ook maar met één woord in te gaan op één van de gestelde vragen. Het was alsof die vragen niet eens bestonden.
Vandaar dat Vandemaele gisteren 14 december opnieuw obstinaat helemaal dezelfde vragen stelde. Hoe reageerde onze nieuwe burgemeester nu? Door te vertellen dat het schepencollege net op dezelfde 14 december een pré-advies over de kwestie had opgesteld en ook verdere besprekingen met Kuurne en Harelbeke verwacht. Punt. Over de inhoud van dat advies geen woord. (We hebben intussen even de agenda van het schepencollege van 14 december bekeken. Geen enkel agendapunt gaat over het kanaal Bossuit-Kortrijk.)

Onze perfectionistische burgemeester Ruth Vandenberghe speelt ook op veilig door gewoon nergens op te reageren. In die Raad van 7 december waren er vijftien “interpellaties” ingediend, waaronder twee voorstellen. Op geen enkel van die vragen had Ruthie de behoefte om ook maar een woordje te zeggen. Tenzij dan over het (ondoordachte) voorstel van Nawal Maghroud (SP.A) om het ereburgerschap van de stad te verlenen aan Martine Tanghe. Hier moest Ruth onvermijdelijk wel vertellen dat het BRT-nieuwsanker het aanbod had geweigerd. Commentaar liet ze achterwege.
Samengevat.
Op de zitting van 7 december kon de burgemeester evengoed afwezig zijn gebleven.

En ten overvloede. Ook op de (uiterst belangrijke) politieraad van de zone VLAS van 30 november was zij volstrekt overbodig. Zij is daar voorzitter van maar liet gewoon de korpschef het karwei opknappen.

(Wordt vervolgd.)







Met deze Ruth als burgemeester kan het niet verder…(1)

De gemeenteraad is vandaag ca. 23 uur beëindigd. Ging over het meerjarenplan 2020-2025.
Onze nieuwe waarnemend burgemeester Ruth Vandenberge geeft nietszeggende antwoorden op vragen van raadsleden of weigert te antwoorden. Morgen meer hierover. Het loopt de spuigaten uit, waarlijk.
Hier moet worden ingegrepen!
De nieuwe voorzitter van de gemeenteraad (Helga Kints) laat ook maar alles begaan. Vindt dat de antwoorden volstaan. Dat het genoeg is geweest.
Dat het tijd is om af te ronden.
(Ruth is blijkbaar in deze virtuele raad haar escorte, in dezelfde ruimte. Wie zit er daar nog in de buurt? De algemene directeur? De financiële directeur? Hangt Vincent Van Quickenborne nog aan de telefoon?)

Dreigde er die dag een heuse belegering van de stad Kortrijk? (2)

Het was de politie ter ore gekomen dat een stelletje rechtsextremisten op zondagavond 1 november een soort betoging (eerder manifestatie?) planden in de buurt van het Kortrijkse station.
Men besloot dan ook manhaftig om al vanaf de middag alle toegangswegen naar Kortrijk-centrum af te grendelen bij middel van controleposten, bemand door zowel lokale als federale politie. Jawel! Een volkomen ongezien en onconventioneel schouwspel. (Kent u alsnog een stad waar dat al is gebeurd ; naar aanleiding van een niet toegelaten, “spontane” en minuscule betoging?)

Er stellen zich vragen en bedenkingen bij al dit uiteindelijk lachwekkend machtsvertoon.
Nu is er maandag 9 november aanstaande gemeenteraad.
Zal de nieuwe voorzitter (Helga) het wagen om mogelijke vragen NIET door te verwijzen naar de volgende politieraad? Zij is er toch al wel politiekkundig van op de hoogte dat de bespreking van het veiligheidsbeleid tot de volle bevoegdheid van de gemeenteraad behoort? Dat men het in de politieraad enkel maar heeft over de organisatie en het beheer van het korps? (Begrotingen, aanbesteding, formatie en zo). Het is voor haar de vuurdoop: de kant kiezen van de burgemeester (dat is de uitvoerende macht!) of die van de controlerende gemeenteraad met zijn prerogatieven? (We hopen dat zij het tenminste tot een stemming zal laten komen. Dan wordt helemaal duidelijk hoe de politiek bewusteloze meerderheid – die tripartite – zijn eigen macht en bevoegdheden maar weer eens ondergraaft.)

Eerste vraag.
Hoe is de besluitvorming tot die ongehoorde actie in godsnaam tot stand gekomen? Dat zouden we wel eens willen weten zeg!
Iemand moet dan toch op dat waanzinnige idee zijn gekomen om een heel stadscentrum als het ware als een getto af te sluiten? We kunnen het ons praktisch niet voorstellen dat het plan op eigen houtje is ontsproten bij de kersverse waarnemend burgemeester Ruth Vandenberghe. Zou onze zgn. titelvoerend burgemeester Vincent Vanquickenborne er niet de hand in hebben gehad? Hij heeft er alleszins het lef voor.
Welke actoren namen deel aan de besluitvorming? Ministers, korpschefs, burgemeesters, ambtenaren, veiligheidsdiensten? En wie heeft dan persoonlijk uiteindelijk de knoop doorgehakt?

Een fundamentele vraag.
Om de federale politie te kunnen vorderen moet er wel voldaan zijn aan heel specifieke voorwaarden. Zie art. 43 van de WGP (in deze krant alreeds in een vorig stuk toegelicht).
De motivering van het (federale) politieoptreden van die omvang is door de burgemeester met twee argumenten gestaafd: de betoging was niet aangevraagd en dus niet toegelaten, en de samenscholing kon vanwege corona de gezondheid in gevaar brengen. Deze redenen voldoen niet aan de vereiste omstandigheden (criteria) om de federale politie op te roepen, opgesomd in het fameuze art. 43 van WGP.

– Is een (al of niet toegelaten) betoging van laat ons zeggen een 200-tal man (cfr. Puurs) een dermate ernstige bedreiging van de openbare orde dat het inroepen van de hulp van de federale politie viel te verantwoorden?
– Waren de middelen van de lokale politie onvoldoende om voor deze situatie de openbare orde te handhaven? Kon een relatief kleine politiemacht in de onmiddellijke stationsbuurt niet volstaan?
– Was het afsluiten van een heel stadsgedeelte wel in proportie met een mogelijk kwaadwillige samenscholing?
– Kan het misschien zo zijn dat de controle van de “invalswegen” eigenlijk eerder te maken had met het verijdelen van mogelijke tegenbetogingen of (gevaarlijke) tegenacties? Had men daar dan weet van?

Deontologische vraag.
Mag een politieagent vragen vanwaar men komt, waar men naartoe gaat en waarom?

Praktische vragen.
– Hoeveel korpsen en van welke zones werden ingezet? Aantal manschappen?
– Hoeveel manschappen van de federale politie werden er gevorderd?
– Om hoeveel manuren ging het in totaal (eventueel ook op vrijdag en zaterdag)?
– Hoeveel en welke voertuigen werden zoal ingezet?

Slotvraag.
Hoeveel heeft dat alles gekost en wie draait er voor al dat gedoe op?

De burgers van onze beste transparante stad van Vlaanderen dienen hierover alle mogelijke informatie te krijgen. Laat onze nieuwe burgemeester nu eens tonen dat zij politieke wetenschappen heeft gestudeerd. Of gewoon blijk geeft van ietwat fundamenteel politiek bewustzijn. Over wat een gemeenteraad is als opperste volksvertegenwoordiging.

Dreigde er op 1 november een belegering van stad Kortrijk? (1)

Wie vorige zondagmiddag en/of avond langs een of andere grote of kleine invalsweg probeerde het Kortrijks grondgebied binnen te rijden of te betreden (of het station verliet) zag zich geconfronteerd met een indrukwekkende, goed bemande controlepost van de lokale of federale (zelfs zwaar bewapende) politie. Een korte dialoog met een anoniem vermomde politieagent behoorde ook tot de mogelijkheden. Wie staande werd gehouden kreeg de wel zeer indiscrete (geoorloofde?) vraag te horen wat men in Kortrijk eigenlijk kwam doen. En waarom. Stel u voor.
Geen mens die wist wat er op til was, maar iedereen zag wel in dat er iets fameus serieus moest aan de gang zijn. Zo’n ongeziene machtsontplooiing aan de grenzen (als tolpoorten gelijk) van een stad is, voor elkeen van na WOII, toch ervaren als een unieke, historische gebeurtenis zowel stad als in dit land. Dreigde er een (burger)oorlog? Een catastrofale ontploffing? Een terreurdaad? Verwachtte men buitenaardse wezens?

Onze nieuwe, waarnemend burgemeester Ruth Vandenberghe (soort pseudo-VLD’er) heeft daarover via de media achteraf een zoetgevooisd briefje verspreid met een troostvolle motivering over die spectaculaire actie. Zo weten we min of meer wat er aan de hand w1. Zij had namelijk via politie- en andere inlichtingsdiensten vernomen dat er mogelijks op zondagavond 1 november ca. 19 uur aan de stationsbuurt een niet aangevraagde en dus ook niet toegelaten betoging van wat groupuscules zou plaatsgrijpen. Stel u nogmaals voor!
2. Komt daarbij dat in deze coronatijden samenscholingen medisch bekeken zeer ongepast en risicovol zijn. Het was dus ook haar verdomde plicht als burgermoeder om de gezondheid van de (Kortrijkse) burgers te beschermen.

Ja, dat is ook zo…
Een burgemeester is verantwoordelijk voor de veiligheid (de gezondheid…), de orde en rust in de gemeente. Vandaar dat een burgemeester ook hoofd is van de (lokale) politie en die politie bepaalde opdrachten kan geven.
Het is zelfs zo dat de burgemeester in bepaalde omstandigheden ook de federale politie kan vorderen. Dat is op instigatie van iemand (maar wie?) gebeurd in Kortrijk. (Hierbij dient men onmiddellijk de gouverneur en de arrondissementscommissaris van op de hoogte te brengen.)

Iemand moet de vandaag op dit gebied althans nog wat onervaren Ruthie (dat is het koosnaampje van onze nieuwe burgemeester) gewezen hebben op het bestaan van een art.43 van de “Wet op de Organisatie van de Geïntegreerde Politiedienst, gestructureerd op twee niveaus” (de beroemde WGP).
Daarin staat dat de burgemeester met het oog op de handhaving of het herstel van de openbare orde (dus NIET omwille van gezondheidsrisico’s!) de federale politie kan vorderen. Ja. En dat kan in geval van omstandigheden als “een ramp, onheil, schadegeval, oproer, kwaadwillige samenscholing of ernstige bedreigingen van de openbare orde”. En daar is tegelijk nog een bijzondere, niet te vergeten voorwaarde aan verbonden: het kan enkel “wanneer de middelen van de lokale politie onvoldoende zijn”. (Onthoud dat nu maar even. Of aan al die voorwaarden was voldaan.)

Nu onze voormalige burgemeester Vincent Van Quickenborne tot minister van Justitie is benoemd, willen we onze Ruthie tevens attenderen op het feit dat de federale politie (voor het vervullen van opdrachten van bestuurlijke politie) onder het gezag staat van de Minister van Binnenlandse Zaken maar ook (voor gerechtelijke zaken) onder het gezag van de Minister van Justitie, onze Vincent. (Dat is art. 97 van de WGP.) Heeft Quickie zich gemoeid??
Verantwoordelijk dan voor de uitvoering van het uitgestippelde politiebeleid van die twee vernoemde ministers is de commissaris-generaal van de federale politie. (Art.99 van de WGP).
Naast – natuurlijk – de korpschef van de politiezone VLAS (Filip Devriendt), waren dus heel wat instanties en personen betrokken bij die ongeziene Kortrijkse actie van zondag 1 november. Die operatie moet wel degelijk dagen op voorhand voorbereid zijn.
Alles, maar dan ook alles van dat gebeuren was volkomen onconventioneel en disproportioneel. Daarover willen we het ook nog hebben. Onwelgevallige vragen zijn hier alweer op hun plaats. De pers liet het hieromtrent weer afweten, zelfs nationaal.
(Wordt vervolgd hoor.)









Hoe staat het met de “ethos” van minister Van Quickenborne? (les 3bis)

De vraag is gerechtigd.
Vincent Van Quickenborne (V.VQ.) heeft er zich tegenover de Kortrijkzanen plechtig en formeel (de eed ontbrak nog net!) toe verbonden om tot het eind van de legislatuur (2014) burgemeester te blijven van zijn beminde centrumstad die volgens én dankzij hem is uitgegroeid tot een voorbeeldstad.
Stel u voor. De schaamte voorbij? Het was zelfs een bruikbaar propaganda-argument om hem intussen toch ook maar te laten verkiezen tot federaal Kamerlid.

Met een discours aan de Kortrijkzanen én zijn uitlatingen in zijn goedgunstige pers heeft hij daartoe naar overtuigingsmiddelen (argumenten) gezocht die Aristoteles retorisch bekeken rangschikt onder de categorieën “logos”, “pathos” en “ethos”.
Een vorig stuk in deze stadskrant eindigde met de prangende vraag of hij zijn “verhaal” wel aan zichzelf zou kunnen verkopen? Dramatische vraag die in de lengte van jaren pas een antwoord zal krijgen bij een politieke misstap van zijnentwege. Of een verspreking, een loslippigheid van een concullega of medewerker.
Wij, en velen met ons, twijfelen alleszins aan het gehalte “ethos” ervan, d.w.z. aan de geloofwaardigheid en de oprechtheid van zijn argumentatie.
Daar willen we het nu wel een keer over hebben.

Zo zei burgemeester Quickie bijvoorbeeld dat de keuze om zich tot minister te laten benoemen niet evident was, ook al omdat hij Kortrijk “ongelooflijk graag ziet”.
Nu is het zo dat wij sinds lang vanuit het stadhuis geruchten horen dat hij al te veel “bezig is met Brussel”. In de pers (‘Het Nieuwsblad’ van 1 oktober) durfde alvast één iemand dit aldus verwoorden: “De drive en de schwung die hem kenmerken waren al geruime tijd niet meer aanwezig. Kortrijk begon te klein en te weinig uitdagend te worden.” (Het gaat om een uitspraak van Sien Vandevelde, communicatie-verantwoordelijke van de lokale oppositiepartij CD&V.) De bewering dat “hij graag verder had gedaan (sic) als burgemeester” kunnen we dientengevolge met enige scepsis bejegenen.

V.VQ. was nog van mening dat hij in deze crisistijden “niet aan de zijlijn kon blijven staan”. De plicht riep. Ook deze bewering geniet van enige twijfelzucht bij ons alsook bij de Kortrijkzanen die Quickie’s zeer bijzondere persoonlijkheidstrekken en (als ‘brutaal’ beschouwd) politiek handelen enigszins beter kennen. De geldings- en dadendrang en zijn onmeetbare ambitie, plus zijn ongeziene lef, doen bij ons en anderen de vraag rijzen of hij zich – ook in tijden ZONDER crisis – niet geroepen zou voelen tot het ministerschap.

V.VQ. zegt dat hij lang heeft nagedacht over de beslissing om over te stappen tot het federale niveau. Er nachten van wakker lag.
Dat kunnen we best geloven hoor, maar waarschijnlijk in een héél ander tijdsbestek dan hij publiek laat uitschijnen.
We stellen weer een fundamentele vraag: sinds wanneer heeft Van Quickenborne de onweerstaanbare drang (art.71) voelen opwellen om zich opnieuw met kracht als een ministeriabel iemand een weg naar boven te banen?
Wij doen een gok.
Al in augustus 2019 schuift V.VQ. de VLD-fractieleider Egbert Lachaert naar voor als DE geschikte VLD-partijvoorzitter. Nu moet u weten dat den Egbert zelf toen op dat ogenblik geenszins kandidaat was. In januari 2020 dringt Quickie er nogmaals op aan dat Lachaert zich zou kandidaat stellen. Hij ontvangt hem ook nog als een trofee op de nieuwjaarsreceptie van zijn Kortrijkse kiesvereniging genaamd “Team Burgemeester”

(Men beseft dat nog altijd niet goed: in centrumstad Kortrijk is er geen VLD meer.)
En in de aanloop van de verkiezingen van de VLD-voorzitter (die eerst zouden plaatsgrijpen in maart 2020) schaart hij zich volledig als een tandem gelijk achter Lachaert. Als zijn running mate.
V.VQ. weet pertinent goed dat het de partijvoorzitters zijn die de kandidaat-ministers aanduiden en is er ook van op de hoogte dat Lachaert op zijn beurt absoluut Alexander De Croo als premier wou in de vivaldi-regering.
Kijk.
Oostends burgemeester Tommelein zei het nog als commentaar op zijn nederlaag in die voorzittersverkiezingen. “Je moet het hem (Vincent) nageven dat hij telkens op een heel opportunistische manier de juiste kaart trekt.” En in Knack (7 oktober) lazen we eenzelfde analyse: “Hij (Vincent dus) ruikt van kilometers afstand een potentiële winnaar.”

En misschien moeten we dit nog even nageven.
De nieuwe premier De Croo is historisch zelf ook nog schatplichtig aan V.VQ…
Hij heeft zeker niet vergeten dat Quickie in 2009 (!) samen met Patricia Ceysens hem overtuigde om zijn kans te wagen als VLD-voorzitter.

Ja. Neen. Onze Quickie is heus niet van gisteren!
En zijn moreel kompas (de ethos!) is nogal beverig.
Later wenkt Europa? Na Verhofstadt? Want niettegenstaande al zijn ongetemde lef zal V.VQ. het niet meer wagen om zich in 2024 opnieuw op te werpen als kandidaat-burgemeester in zijn geliefde Kortrijk. Maar dat is inmiddels ook al geregeld: het wordt de nu waarnemend burgemeester Ruth Vandenberghe.

Past minister Van Quickenborne wel alle regels toe uit de “Ars Rhetorica”: ook de ‘ethos’? (deel 3)

Even recapituleren voor wie de eerste lessen uit de trilogie niet heeft gevolgd of niet weet waarover het gaat. Door zich te laten benoemen tot minister heeft Vincent Van Quickenborne (V.VQ.) zijn harde en herhaalde belofte om tot 2014 Kortrijks burgemeester te blijven helemaal niet nagekomen. In les 1 van deze trilogie beschreven we hoe hij via enkele theoretische overwegingen zijn overstap naar het federale niveau argumenteerde.
Aristoteles rangschikte dit soort van overtuigingsmiddelen onder de term ‘logos’. In de tweede les dan zagen we hoe hij daartoe ook enige “pathos” hanteerde.
Tot slot hebben we het nu over de “ethos” van V.VQ.
Het derde en, volgens Aristoteles, het beste middel waarover een spreker kan beschikken om zijn publiek te overtuigen om te kiezen voor de zaak die hij meent te moeten of kunnen bepleiten.

Het begrip ETHOS omvat twee aspecten.
1) Het gaat om de vraag of de spreker beschikt over de nodige ervaring, deskundigheid over het onderwerp. 2) En anderzijds de vraag of hij met al die expertise zich ook nog kan presenteren als iemand die vertrouwen uitstraalt.
Over de competentie van V.VQ., zijn kwalificatie in de materie bestaat er geen twijfel, – zijn ministerschap over de Noordzee nu wel even daar gelaten.
Quickie is van opleiding jurist, was senator, volksvertegenwoordiger, fractieleider, staatssecretaris en minister en frequenteerde in zijn politiek leven meerdere partijen. Daar niet van. “Hij kan het.”

Heel anders is het wel gesteld met de vraag of zijn reputatie of imago voldoende gestoeld is op waarachtigheid, oprechtheid. Zoals men zegt in betere kringen: zijn “earnestness”! Die uitstraling heeft hij bij de enigszins geïnformeerde burger zeker onvoldoende. Het is toch een algemeen gedeeld gevoel bij politiek meer geïnteresseerden dat Quickie niet altijd geloofwaardig overkomt. Zelfs zijn non-verbaal gedrag draagt daartoe bij: zijn theatraliteit, zijn gespeelde en al te vaak uitgeoefende, populistische verontwaardiging over alles en nog wat. En dat hij tevens al te veel in zijn betoog een zinsnede start met “eerlijk gezegd” wekt ook al enig wantrouwen op.

V.VQ. is waarlijk door de wol geverfd. Zijn woordbreuk tegenover de Kortrijkzanen leert veel over zijn politieke mores.
Laat ons naar aanleiding van dit “verraad” daar in een volgend stuk wat concreet op ingaan. Constructieve journalistiek!
We willen wat meer feitelijk terugkeren naar zijn discours waarbij hij zijn beminde Kortijkzanen wou overtuigen van de redelijkheid en de noodzaak van zijn besluit om verder af te zien van zijn mandaat als geliefde burgervader.
Laat ons eens een gedachte-experiment opzetten en aan V.VQ. de fundamentele vraag stellen: “Kunt u uw verhaal wel aan uzelf verkopen?”

(Wordt vervolgd.)