Category Archives: ambtenaren

K-CH2030 (2): de projectleider DURF2030

We kennen twee publicaties waarbij gezocht werd naar een “projectleider DURF2030 (A1a-A3a)”, en die dateren online van 18 november 2022.
In de korte advertentie (vacaturebank – Public) verwacht men dat de kandidaat ondernemend is, open staat voor andere meningen, open communiceert en een echte teamleider is. In de lange versie (10 blz.) die we kennen (“infobundel”) van stad Kortrijk duidt men heel in het lang en het breed concreet aan welke competenties men bij de kandidaten zal gaan meten. Het zijn er acht, te weten: klantgerichtheid, samenwerken, resultaatgericht, wendbaarheid, overtuigingkracht, plannen en organiseren, communiceren, analyseren. Volgt een hele uitleg over wat DURF2030 juist is en wat de taken van de projectleider omvatten. En tot slot komt er nog een uitgebreide bijlage over de drie ‘bouwblokken’ die moeten leiden tot Kortrijk als Europese culturele hoofdstad. (Kandidaten die indertijd deze bijlage niet hebben gelezen of kenden mochten het vergeten…)

We hebben waarlijk geen enkele reden om te betwijfelen dat Tom Hillewaere, intussen uitgeroepen als projectleider, niet zou beantwoorden aan die kwaliteiten. Voor ons part bewijst alléén al de wijze waarop hij vorige zomer de “SpektakelMusical 1302” aan de Leieboorden heeft georganiseerd (en er dan nog zelf een hoofdrol in vertolkte) dat hij geschikt is voor de functie. Laat dit gezegd zijn ! Axel Ronse, de schepen va Cultuur (N-VA), zei het op 16 januari ll. trouwens zelf bij de voorstelling van de gekozen “projectleider”: “Ik kan me geen betere trekker inbeelden. Met Tom hebben we meteen onze eerste keus beet.”

Niettemin is het de journalistieke-deontologische plicht van deze alternatieve elektronische stadskrant om nader in te gaan op de nogal ingewikkelde context van deze aanwerving.
In bovenstaande uitlating van de schepen bijv. zijn al twee termen van belang: hij heeft het over een “trekker” en de “eerste keus”. Om dat allemaal te begrijpen moeten we overgaan tot een beetje lang verhaal, misschien wel in meerdere delen.

In feite hadden we al zeker van in 2020 een soort van “trekker” ter beschikking, namelijk Katrien Voet, de “projectleider” van DURF2030. (Andere benamingen waren: gangmaker, coördinator.)
Dat niet-alledaags platform of netwerk heeft (had) juist tot doel om stad én regio warm te maken voor het streven om K-CH2030 te realiseren door het opzetten van artistieke projecten. (Die projecten worden georganiseerd alsof we eigenlijk al culturele hoofdstad zijn. Tot op heden hebben daar zowat 250 vooral jongeren aan meegewerkt. Bijna geen Kortrijkzaan weet daarvan.)
De stadsadministratie beschouwt die ‘community’ en ‘experimenteerruimte” (gevestigd in Broelkaai 6) als een “eerste bouwblok” om tegen eind 2024 bij Europa een zgn. Bidbook in te dienen waarin aangetoond wordt dat Kortrijk de titel van Europese culturele hoofdstad wel degelijk in hoge mate verdient.
Probleem is dat Katrien Voet op 30 september vorig jaar abrupt ontslag heeft genomen als gangmaker/projectleider/coördinator van DURF2030.
Er is hierover toen al bericht in deze krant. De reden of oorzaak van dit vertrek is vaag gebleven, maar het lijkt erop dat het ergens niet “klikte”. In “De Krant van West-Vlaanderen” (21 oktober 2022) was er sprake van dat Katrien “moeilijk kon matchen met de politieke context”. In dit verband is het wellicht de moeite waard dat er in augustus 2020 al gezocht werd naar een externe kandidaat of team om aan projectbegeleiding te doen voor dat stilaan beruchte bidbook. (Waarover later meer.) Heeft Voet dat misschien als een affront ervaren? Werd zij er te weinig bij betrokken? We weten het niet.
Schepen Ronse vond het wel allemaal niet zo erg. (Had hij toen al iemand op het oog?) Het ontslag van Katrien zou in elk geval de gang van zaken bij de kandidatuurstelling CH2030 niet verstoren en de schepen zou binnen de kortste keren zorgen voor een opvolging.

Het duurde evenwel nog tot 14 november 2022 (dus anderhalve maand na het ontslag van Katrien) eer het schepencollege ertoe kwam om een vacantverklaring met bijgaande selectieprocedure goed te keuren voor een voltijdse betrekking als “projectleider DURF2030 (A1a-A3a)”.
Inzake de toelatingsvoorwaarden kon men (dat is gewoon juridische traditie) kiezen tussen ofwel personeelsmobiliteit, bevordering (zowel intern als extern) of werving. Wat de selectievoorwaarden betreft werd gedacht aan de 8 competenties waarover we het al hadden. En inzake de procedure om een keuze te maken tussen de kandidaten gaf het Collegebesluit van 14 november aan dat een jury van 7 leden (waarvan 3 externen, allen met naam en toenaam genoemd) zou werken in drie fasen: 1) screening de de CV’s of een capaciteitstest, 2) een spoedinterview indien er meer dan zeven kandidaten zouden opdagen, 3) een gecombineerde proef waarvoor men 60 punten op 100 moest behalen.
Over die proef moeten we iets zeggen, als u zich eventjes het ontslag van Katrien Voet herinnert.
De jury zou niet enkel een voorgelegde werkgerelateerde ‘case’ beoordelen maar in een gesprek ook nagaan of er “een match te bespeuren viel tussen de job, de organisatie en de kandidaat”.
Het Collegebesluit gaf geen enkele aanduiding over de wijze waarop de kandidaat zou gevonden worden, noch over een datum waarop de kandidaturen ten laatste moesten ingediend.
Het is werving geworden en bij de publicatie van de vacature online op 18 november vonden we (brute pech van onzentwege!) geen limietdatum voor het indienen van de kandidaturen. De gecombineerde proef zou (onder voorbehoud) doorgaan op 20 december, dat weten we.
Van immens belang nog in het hele verhaal is dat bij die werving van een externe kandidaat één toelatingsvoorwaarde cruciaal van tel was: de kandidaat moest minstens 1 jaar relevante beroepservaring hebben binnen professioneel cultuurbeleid.

We schrijven 12 december 2022. Incident !
De procedure voor de aanwerving van een projectleider DURF2030 is nog helemaal niet afgelopen, terwijl het College jammer genoeg bij hoogdringendheid moet vaststellen dat men met de vroeger aangegeven toelatingsvoorwaarden “slechts een heel beperkt aantal kandidaten kan toelaten“. (Het College van die dag geeft intussen niet in het minst aan hoeveel kandidaten er misschien toch wel zijn opgedaagd. Dat is niet normaal.)
Besluit: men schrapt de bestaande toelatingsvoorwaarde waarbij was geëist dat kandidaten één jaar relevante beroepservaring binnen professioneel cultuurbeleid moesten kunnen aantonen. Maar – jawel hoor – “enige ervaring” blijft uiteraard een groot pluspunt.
Met het schrappen van die ene toelatingsvoorwaarde verwacht het College een groter aantal toegelaten kandidaten. Daarom ook wenst het College om tevens de selectieprocedure ietwat te wijzigen.
Vroeger speelde de aanwerving zich af in drie fasen: een screening van de CV’s of een capaciteitstest, een spoedinterview, en tenslotte een gecombineerde proef (met het voorleggen van en ‘case’ voor een zevenkoppige jury).
Nu zal de selectieprocedure zich afspelen in vier delen.
De screening en het speedinterview (indien er nu meer dan 12 i.p.v. 7 kandidaten zijn) blijven.
Maar er komt nu een eliminerende en anonieme thuisopdracht (deel 3), alvorens over te gaan tot en beslissende mondelinge proef deel 4). Voor die beide laatste delen moet men minstens 60 punten behalen.
Belangwekkend is hier weer dat er zal getoetst worden of er een potentiële match is tussen de job, de organisatie en de kandidaat. De kandidaat wordt zelfs voorgesteld aan “de organisatie”.
En juridisch bekeken is van nog groter belang of kandidaten voor de post (bestaande en mogelijk potentieel andere) wel openlijk zijn ingelicht over die nieuwe toelatingsvoorwaarde én de nieuwe selectieprocedure. Wij hebben in elk geval nog altijd geen nieuwe publicatie van de vacature gevonden. En dat is juridisch bekeken nu eenmaal niet koosjer.

En nu kijkt de aandachtige lezer van deze lange story hoogstwaarschijnlijk uit naar het verdere verloop van de zaak. Wel, alleszins gaat dit gepaard met een zeer wonderlijke wending. Van een projectleider met het bijvoegsel DURF2030 is vooralsnog geen teken van leven meer.
Er is op 7 november 2022 wel een “dienstenopdracht projectleiding” voor K-CH2030 uitgeschreven en die is op 9 januari van dit jaar gegund aan de toen nog niet helemaal opgerichte commanditaire vennootschap Hillewaere Tom, Sint-Rochuslaan 56 te 8500 Kortrijk. Er was maar één offerte.
Tom is dientengevolge op 16 januari met enige trom en hoog op de Budatoren uitgeroepen tot projectleider van K-CH2030. Zitten we hier met een louter terminologische kwestie?
En wat met het Duitse studiebureau dat het Bidbook zou opmaken, althans “begeleiden”?
We komen gek…

(Wordt vervolgd.)
















Een topambtenaar neemt ontslag…(3): project DURF2030 niet onder druk?

Katrien Voet nam dus eind september ontslag als adjunct-directeur cultuur, in casu sinds 2020 of zo in functie als coördinator-gangmaker van het project DURF2030. Dat project heeft als voorname doelstelling om zeker al in 2023 – volgend jaar is dat – met een uniek concept uit te pakken als motor voor het opmaken van een degelijk “bidbook” (projectvoorstel) om in 2030 dan (samen met een stad uit Cyprus) uitgeroepen te worden tot een Europese Culturele Hoofdstad. (Over de kandidaten wordt in 2026 beslist. En we hebben heel sterke concurrenten, bijv. Gent en Brussel.)

Volgens “De Krant van West-Vlaanderen” (KW, 21 oktober) is Katrien vertrokken omdat zij “helaas” moeilijk kon matchen met “de politieke context“. Een mysterieuze reden die de gazet niet nader heeft toegelicht.
Axel Ronse, de N-VA schepen van Cultuur, was er als de kippen bij om te zeggen dat “we (sic) altijd goed hebben samengewerkt met Katrien”.
Wij althans denken daar wel een beetje het onze van.
Er doen in elke geval geruchten de ronde (ja, we moeten het stellen met geruchten…) over het feit dat de schepen-volksvertegenwoordiger niet echt intensief bezig is met het project, terwijl er tevens twijfel heerst over de vraag of het schepencollege wel wild-enthousiast is over dat project CH2030. Anderzijds – en dat is helemaal niet paradoxaal – vernemen we tegelijk dat “de politiek” zich te pas en te onpas als een ambetante schoonmoeder gelijk bemoeit met de zaak.
Wel staat vast dat de ambitie om van Kortrijk in 2030 een CH van Europa te worden voor het stadsbestuur concreet naar buiten uit dienst moet doen als een vliegwiel, een booster om een aantal grootste culturele investeringen te verwezenlijken. Denk hierbij bijv. aan het opzetten van een “kennis- en belevingscentrum” (met een nieuwe bib) op de Buda-tip (2.750.000 euro volgens het meerjarenplan). Of de zgn “stadsliving Abby” in het Groeningepark (geraamde netto-kost 6,9 miljoen, bruto 14,4 miljoen). Of het “masterplan Schouwburg” (6,5 miljoen netto geraamd, bruto 14,3 miljoen).
Is er overigens wel geld genoeg voor die miljoeneninvesteringen?

Het zou wel eens kunnen dat het project CH2030 na de gemeenteraadsverkiezingen van 2024 een stille dood sterft. (Het ‘bidbook’ moet overigens bij de Europese Commissie binnen in datzelfde jaar.)

Het proces om de job van Katrien Voet in te vullen moet dus zéér binnenkort, eigenlijk vandaag nog worden opgestart. Want: we vragen ons zelfs af of er al wel een team CH2030 bestaat.
In voornoemd weekblad KW haast schepen Ronse zich nog om te melden dat stad op zoek gaat naar een coördinator (ja zeg!) Culturele Hoofstad “die instaat voor ‘de branding’ en ervoor moet zorgen dat de titel begint te leven”. (Hij erkent hiermee dus dat er bij de bevolking absoluut nog geen draagvlak – laat ons zeggen: enige belangstelling – bestaat voor die ambitie om Europees-culturele hoofdstad te worden. Niettegenstaande het platform DURF2030.

Wel, men is met die aanwerving al bezig sinds februari. Al van in die maand wil het schepencollege overgaan tot het (tijdelijk) aanwerven van een zakelijk leider voor het project CH2030. Die moet dus nu nog onderzoeken hoe het organisatiemodel er moet uitzien, hoe het budget voor de kandidatuur moet opgebouwd en kan gerealiseerd. Verder is hij verantwoordelijk voor het opleveren van de zakelijke, beheersmatige criteria voor het bidbook.
We staan dus nog nergens !
En weet je wat?
Het is nog erger. Ook al van in februari dit jaar wil men overgaan tot de aanwerving van een (waarschijnlijk ook tijdelijke) artistieke projectmedewerker/programmamaker. Die moet op korte termijn (!) ‘de storyline co-creatief’ realiseren. Hij/zij is dan verantwoordelijk voor het opleveren van de artistieke criteria voor het bidbook.
Ja, nee … we staan nog nergens. Over een stuurgroep of iets dergelijks horen we ook helemaal niets.

(Wordt vervolgd. We proberen zelfs wat te vernemen over de financiële kant van onze kandidatuur CH2030.
Over het projectbudget en over dat DURFFONDS. Dat allemaal is niet gemakkelijk, in een transparante stad als de onze.)




Een topambtenaar neemt ontslag omwille van een “politieke context” (2) – een corrigerende aanvulling is nodig…

In onze vorige editie hadden we het over “coördinator Katrien Voet stopt, maar Kortrijks project DURF2030 niet onder druk“. Dit was de titel van een stuk in “De Krant van West-Vlaanderen” (KW) van 21 oktober. Verder gaf het weekblad als reden van deze “stopzetting” dat er – helaas – een moeilijke match bleek te zijn tussen Katrien en “de politieke context”.
Tja, helaas heeft de senior-writer van “kortrijkwatcher’ zich toch weer eens verkeken en heeft hij ten onrechte vertrouwd op de plaatselijke pers waarvan hij nochtans absoluut geen hoge dunk heeft.
Er bereikte ons intussen nadere en heel fundamentele informatie over de casus Katrien Voet.
Jawel, het is juist dat zij stopt als coördinator van het project DURG2030, maar het zit zo: ZIJ STOPT HELEMAAL.
Al op 30 september laatstleden heeft zij aan het College van Burgemeester en Schepenen (CBS) haar ontslag aangeboden uit geheel haar functie van adjunct-directeur van Vrije Tijd/Team Cultuurcentrum, een functie die zij al bekleedt sinds 21 juni 2008.
Met andere woorden, geheel haar arbeidsovereenkomst als stadsmedewerker is sindsdien ten einde, en nu moet zij nog tot 1 januari 2023 haar opzeggingstermijn (drie maanden) volbrengen. Nog tot begin volgend jaar ergens op kantoor door het raam zitten staren… (Als dit in het magnifieke pand Broelkaai 6 moet gebeuren is dit misschien wat minder erg: zij kan er genieten van een prachtige tuin met orangerie en er is nog een bar ook.)
We vinden nergens een teken dat het ontslag van Katrien is gebeurd in het klassieke “in onderling overleg”, terwijl de schepen van cultuur Axel Ronse (N-VA) nochtans beweert dat hij altijd goed met Katrien heeft samengewerkt. (Wij vermoeden intussen dat bepaalde cultuurtopmedewerkers van stad de politiekers gewoon beu zijn.)
Intussen beweerde de schepen in voornoemde gazet KW nog dat het project om van Kortrijk in 2030 een Europese Culturele Hoofstad te worden door het verdwijnen van de gangmaker ervan, met name Katrien Voet, niet in gevaar komt.
Het blijft dus nodig om hier in deze elektronische gazet nog een woordje te wijden aan dat project DURF2003 en het bijhorende DURFFONDS.
Beschouw ‘kortrijkwatcher’ maar als een compliance-stadsblog…


Een topambtenaar neemt ontslag omwille van “een politieke context” (1)…

Ja, dat vergt alleszins wat nadere uitleg, en die proberen we hierna ook te geven.
We vrezen evenwel dat het niet zal lukken. En om – ja… – om de “context” te schetsen hebben we hoogst waarschijnlijk meer dan één stukje nodig.
Kort even alreeds dit bericht, om te beginnen.
Het weekblad “De Krant van West-Vlaanderen” (KW) meldt op vrijdag 21 oktober (pag. 10, tweede katern) – en wel als enige krant, ook dit is typisch – het volgende: “Coördinator Katrien Voet stopt, maar Kortrijks Project DURF 2030 niet onder druk”.
Reden? We citeren: “Helaas bleek de politieke context een moeilijke match te zijn voor Katrien en besluit ze de fakkel door te geven aan een nieuwe gangmaker.”
Niet te begrijpen.
Wat is “de politieke context”. En hoe kun je er moeilijk mee “matchen”. En waarom “helaas”?
Dat we het niet weten!

Maar wie is Katrien Voet?
Wel, de Waregemse architecte van opleiding is sinds september 2020 eerst “gangmaker’ “Kortrijk Culturele hoofdstad’ en later dan ‘coördinator’ van DURF2030. (Of omgekeerd, de termen worden door elkaar gebruikt.) Tevoren is ze al wel sinds 2008 in stad werkzaam als ‘cultureel functionaris”.
Als zo iemand ontslag neemt, dan betekent dat wel iets… Maar wat? We hebben er echt het raden naar.
In het weekblad KW geeft schepen van cultuur Axel Ronse (N-VA) nog als commentaar mee dat het groot project van Kortrijk om in 2030 de Europese Culturele Hoofdstad te worden niet in gevaar komt.

Om dit alles te begrijpen dient u nu ook te weten wat DURF2030 is, een organisatie waar Katrien Voet dus tot voor kort de gangmaker van was. Ter info, dit zgn. ‘platform’ is door het ontslag van Katrien toch niet helemaal onthoofd. Er is nog een coördinator (Naima Delaere), een jongeren-projectcoördinator (Helena Calleeuw van VIVES), een soort beheerder (Annelies Van den Berge van Buda), twee stagiairs, een verantwoordelijk voor het hoofdkwartier met de bar van de organisatie in het pand Broelkaai 6 (Angeline Toemasian).
De redactie van kortrijkwatcher schat inmiddels dat geeneens één procent van de volwassen Kortrijkzanen weet wat DURF2030 is en nog minder weet heeft van het bestaan van een DURFFONDS.
Kortrijkwatcher heeft het daar nochtans al over gehad.
Wel.
DURF2030 is een open platform waar zowel individuele burgers en creatievelingen als organisaties, ondernemers, overheden, allerhande instellingen en verengingen kunnen aan participeren.
Grote doelstelling is in feite om stad in staat te stellen om in 2024 al een unieke kandidatuur (‘bidbook’) voor Culturele Hoofdstad 2030 in te dienen. Het ‘platform’ doet dit “door concrete projecten te realiseren die via kunst en creativiteit een positieve impact hebben op maatschappelijke uitdagingen”.
Waarschijnlijk hebt u er nog weinig van gehoord, maar lopende projecten zijn bijvoorbeeld: ‘SpaceXDurf’, ‘Wanna know about, let’s talk about’, ‘Say my name’, Connect to collect’, ‘Dare to care”, enzovoort. (Engels wordt de cultuurtaal in Kortrijk, zoals vroeger het Frans.)
En voor zover u het nog niet wist: “Het doel is om te onderzoeken hoe we via kunst en creativiteit het maatschappelijk weefsel in onze stad en regio kunnen versterken, om betrokkenheid voor CH2030 te realiseren en een cross-sectoraal samenwerkingsmodel te ontwikkelen en uit te testen.” Ja hoor!

Stad speelt hierin een faciliterende rol door infrastructuur (Broelkaai 6) en personeel (bijv. Katrien Voet) ter beschikking te stellen, alsook middelen (centen!) voor de inhoudelijke werking.
Daartoe is een projectfonds opgericht met de naam ‘DURFFONDS 2030′ in de schoot van het Streekfonds West-Vlaanderen. En dat Fonds (zonder rechtspersoonlijkheid) wordt beheerd door de Koning Boudewijnstichting en is huisgenoot in Broelkaai 6 (het vroegere stadsmuseum).

Met heel deze “politieke context” kon Katrien Voet dus moeilijk “matchen”.
Haar ontslag bij DURF2030 is niet van belang ontbloot.
1) Er gaat heel wat geld en logistiek om in deze organisatie.
2) En het is maar de vraag of het project ‘Kortrijk Europese Culturele Hoofdstad’ niet wat in gevaar komt.
Er moet niet enkel een vervanger voor de job van Katrien gevonden worden maar ook voor de opmaak van het “bidbook” moet men zo snel mogelijk nog een zakelijk leider én een artistieke projectmedewerker/programmamaker zien te vinden.
Over die twee punten willen we het nog wel even hebben.














Personeelsverloop in de jaren 2019,2020,2021

Raadslid Benjamin Vandorpe (CD&V) vroeg hoeveel personen “de organisatie” Stad én OCMW de voorbije drie jaren hebben verlaten, en wat de gemiddelde duur van de tewerkstelling was. (De periode slaat dus op de eerste helt van de tweede bestuursperiode van de tripartite.)
Er kwam nogal prompt een antwoord maar met de bemerking dat de cijfers slaan op medewerkers die de organisatie hebben verlaten “in onderling overleg” (wat zeker niet altijd het geval was!) en dat de leerwerknemers en het vzw-personeel niet in rekening zijn gebracht.
Met “vzw personeel” bedoelt men de personen die tewerkgesteld zijn bij de vzw van de Zusters Augustijnen in de zorginstellingen. En dat zijn er niet weinig! Volgens onze meest recente informatie 630 koppen in 2021!

Onderstaande tabel moet dus ietwat genuanceerd bekeken worden.
2019: 30 “verlaters” op 1250 medewerkers
2020: 29/1270
2021: 32/1300

Hadden minder dan 1 jaar dienst: 23
Minder dan 5 jaar: 37
Minder dan 19 jaar: 19
Méér dan 10 jaar: 12

Spijtig dat raadslid Vandorpe niet heeft gevraagd naar het aantal verlaters per niveau van tewerkstelling. En of het om vastbenoemden gaat of contractuelen.
Maar uit de tabel blijkt wel nog een interessante vaststelling. Het is dus blijkbaar niet zo dat het aantal medewerkers vermindert, wat nochtans een zeer voornaam partij-programmapunt was van de VLD-Team Burgemeester.

Ter informatie nog de personeelsinzet in aantal voltijdse equivalenten (VTE) volgens de laatste aanpassing van het meerjarenplan voor het jaar 2020. We kiezen met opzet voor dat jaar omdat het werkelijk gaat om een telling van actuele waarden. Geen raming.
Stad: 699 VTE
OCMW: 329 VTE
VZW: 376 VTE
Totaal: 1.404 VTE

De 1270 koppen bij Stad én OCMW in 2020 komen dus overeen met 1.029 VTE. (Maar hier zitten ook de werknemers bij volgens art.60.)








Aanwerving nieuwe projectleiders mag niet ter sprake komen in de gemeenteraad

Vanavond om 19 uur alweer (virtuele) gemeenteraad.
En Helga Kints valt voor de zoveelste keer uit haar rol als objectieve, neutrale voorzitter van de Raad. Zij kiest alweer de rol van beschermvrouw van het schepencollege, de uitvoerende macht, – in plaats van op te komen voor de rechten van de gemeenteraad – bij wijze van spreken de wetgevende macht.
Even zo kort mogelijk vertellen waarover het gaat.

Stad zal op korte termijn (het is misschien al gebeurd) nieuwe, bijkomende projectleiders aanwerven. Drie voltijdse equivalenten. Volgens het meerjarenplan moet dit gebeuren om de realisatiegraad van de investeringen op te krikken.
(Ja, dat is zeker nodig! In het verleden zijn projecten niet kunnen doorgaan vanwege een tekort aan “capaciteiten“…)

Onafhankelijk raadslid (vroeger VB) Jacques Demeersseman wou daar wat meer over weten en diende daartoe een aantal vragen in. Bijvoorbeeld de vraag over hoeveel personen (koppen) de 3 VTE dan wel gaan. Over de projecten die zij zullen moeten leiden. Over de vraag wat er met die medewerkers zal gebeuren, eens de projecten zijn afgelopen. Over de bijkomende loonkost.
Allemaal puur informatieve ,legitieme vragen over een materie (personeelsbeleid) waarover de gemeenteraad zeker bevoegd is.
Maar nu.
Die vragen worden bestempeld als een” interpellatie”.
En volgens Helga Kints beantwoorden de gestelde vragen in het geheel niet aan de definitie van een interpellatie, zoals bepaald in het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad. Volgens die definitie moet een interpellatie slaan op vragen van politieke aard over het bestuur van de stad, over een beleidskeuze en een actuele kwestie.
Dat is volgens de voorzitter met de voorgelegde vragen hier niet het geval. Onvoorstelbaar…
Daarenboven vindt zij dat de vragen over cijfermateriaal gaan, iets wat veel voorbereidend werk vergt om een deftig antwoord te kunnen formuleren. (Dat zou dan stof kunnen zijn voor een schriftelijke vraag.)

Onze Helga verklaart hierom de ingediende vragen als onontvankelijk.
Probeer dat maar eens aan iemand uit te leggen.

Lage realisatiegraad van de investeringen en “de capaciteit aan projectieleiders”


Vanavond 6 april om 19 uur dus alweer gemeenteraad. Een héél speciale, belangrijke want gewijd aan de tweede aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 (AMJP-2).
Kortrijkwatcher zal het daar natuurlijk nog over hebben, na gehoord te hebben wat er allemaal is verteld in de Raad, en alleszins na lectuur van de mogelijke verslaggeving van onze plaatselijke reporters. (Altijd interessant, ook als ze niks schrijven!)

We kunnen het evenwel nu al niet laten om te wijzen op enkele intrigerende zinnetjes op pag. 167 uit dat nieuwe AMJP-2.
De tripartite zit met één zaak (van de vele) opnieuw zéér verveeld: de lage realisatiegraad van de investeringen in dit aflopend jaar 2021.
In het initiële meerjarenplan (MJP-nul) budgetteerde men de investeringen al heel hoog op 51,74 miljoen.
En bij de eerste aanpassing van het plan (AMJP-1) zag men het zelfs nog grootser: nu zou men voor 61,24 miljoen investeren. Een ongezien bedrag.
De tweede aanpassing van vandaag (AMJP-2) is inmiddels al veel discreter: men beoogt een meer nederig bedrag van 45,29 miljoen euro te verwezenlijken. (De jaarrekening 2021 zal nog moet uitwijzen of dit streefcijfer wel zal gehaald worden. Dat weten we normaal pas in mei 2022 – of zelfs later.)

Hoe legt de tripartite die lagere raming nu uit?
Vooreerst met enig jargon: “de transactiemomenten zijn geëvalueerd en bijgestuurd”. Dat wil gewoon zeggen dat een of ander werk, of dienstverlening of levering niet (op tijd) kon doorgaan.
Er zijn externe oorzaken:
– de Corona-crisis (dat is een klassieker);
– een recente oververhitting van de bouwsector (haha, aannemers hebben nu plots elders teveel werk?);
– moeizaam verloop van offertes of overheidsopdrachten die moeten hernomen worden (wiens schuld?);
– moeizaam verloop van grondverwerving;
– etc.

Maar het stadsbestuur erkent ook een interne oorzaak van de lagere raming: de capaciteit van de projectleiders die nog in uitbouw is. (Men beweerde ooit dat vanwege corona geen aanwervingen – testen – konden gebeuren.)
Vandaar: “Om de realisatiegraad te verhogen in deze budgetronde is beslist de capaciteit aan projectleiders nogmaals uit te breiden met 3 VTE.
Hoeveel van die leiders er nu al ter beschikking staan en om welke projecten het zal gaan of reeds gaat wordt niet gezegd.

Publieksvoorstelling van project Groeningeabdij zonder vragen of antwoorden

Dat was gisteren, in de schouwburg.
Het ging om dat grootste en dure (minstens 15 miljoen euro) maar jawel – mooi en gedurfd project – tot het maken van een nieuwe kunst- en tentoonstellingssite rondom de groeningeabdij.
Wie mogelijke vragen had kon die niet stellen in het publiek. N-VA schepen van cultuur Axel Ronse vond dat dit maar moest gebeuren tijdens de receptie achteraf. Maar hoe herken je nu als gewone burger een leidinggevend ambtenaar van dit project?
Na enig zoekwerk kreeg onze reporter ter plaatse iemand aan de praat die door de schepen werd aangezien als de projectleider. Zij kon geen of nauwelijks antwoord geven op onze – toegeven – technisch -informatieve vragen. Zij verwees ons naar een andere ambtenaar die dat wel zou kunnen en ging er naar op zoek in de cafetaria. Maar die kregen we niet te pakken. Hij daagde gewoon niet op bij onze reporter ter plekke. Reden onbekend.

De twee vernietigingsbesluiten in verband met het spreekrecht van raadsleden (3)

Dit stadsbestuur zou eigenlijk het liefst regeren zonder de gemeenteraad, in elk geval zonder interpellaties en hardnekkige vragen van ambetanteriken als Wouter Vermeersch (VB), Benjamin Vandorpe (CD&V) en Matti Vandermaele (Groen).
De juridische dienst van de tripartite dacht het slim te spelen door onder meer het aantal mogelijke interpellaties en vragen zowel in de zitting van de gemeenteraad als in die van raad voor maatschappelijk welzijn (samen) drastisch te beperken.
Naar aanleiding van een aantal bezwaren en een klacht van raadslid Wouter Vermeersche (VB) bij het Agentschap Binnenlands Bestuur heeft gouverneur Decaluwé op 30 augustus twee fundamenteel belangrijke besluiten uit het nieuwe huishoudelijk reglement van de gemeenteraad en de “OCMW-raad” vernietigd.

Lees eens goed wat de tripartite van plan was om het spreekrecht (initiatiefrecht) van raadsleden te beperken, en welke teksten de gouverneur dus heeft vernietigd.
Geschrapt in art. 45:
” Voor de gemeenteraadszitting en de zitting voor maatschappelijk welzijn samen kan elke fractie per twee zetels waarover zij beschikken maximaal één interpellatie indienen, met een absoluut maximum van vier interpellaties in zijn totaliteit per fractie.
Fracties die over minder dan twee zetels beschikken alsook individuele raadsleden die geen deel uitmaken van een fractie kunnen maximaal één interpellatie indien voor de gemeenteraadzitting en de zitting voor de aad van maatschappelijk welzijn samen.”

Art. 46 is volkomen gelijklopend maar slaat op het mogelijk aantal mondelinge vragen.
Die tekst is dus ook nietig verklaard.

Voorts legt de gouverneur aan onze juridische dienst nog iets uit dat men aldaar blijkbaar niet wist.
Hij leert de bollebozen-juristen op het stadhuis dat de gemeente en het OCMW nog steeds twee aparte rechtspersonen uitmaken, en er aparte vergaderingen plaatsgrijpen met aparte agenda’s.
De berekeningswijze van het maximaal aantal interpellaties en/of vragen moet daarom gebeuren per rechtspersoon en niet voor de twee rechtspersonen samen.
Voorts leert de gouverneur onze ambtenaren nog dat de gemeenteraad niet bevoegd is om in zijn huishoudelijk reglement modaliteiten vast te stellen voor de Raad voor Maatschappelijk Welzijn. (Art. 74 van het Decreet Lokaal Bestuur).

Het besluit van de gemeenteraad van Kortrijk van 5 juli (over het nieuwe huishoudelijk reglement) is dus genomen “met overschrijding van zijn bevoegdheid”. Betekent dit dan dat geheel het reglement (alle artikels) ongeldig is goedgekeurd?

P.S.
Vandaag 13 augustus (om 19 uur) is het alweer gemeenteraadsdag. De zitting zal dus moeten verlopen volgens het
oude reglement, met onbeperkte interpellaties en vragen. Het wordt weer spannend…

De verhouding loonkost versus de personeelsinzet (3)

Voor het aantal VTE als personeelsinzet per jaar, zie vorig stuk.

2020

Voor 2020 is er een jaarrekening beschikbaar, dus geen raming. De exploitatie-uitgaven bedroegen 181.7294.995 euro (veel minder dan gebudgetteerd). Voor de personeelsuitgaven vinden we eigenaardig genoeg enkel afgeronde uitgaven. Een totale loonkost van 95.247.000 euro. We overschrijden hier toch al meer dan de helft van de “gewone” uitgaven, namelijk 52.4 %. Terwijl we vroeger dachten dit dit later zou gebeuren.
Loonkost :
– Stad/OCMW: 68.725.000 euro
– VZW zorg: 23.523 euro
– OCMW sociaal: 2.999.000
De loonkost bij stad/OCMW bedroeg meer dan gedacht vanwege o.a bijkomende opdrachten door Corona, uitbreiding van de sociale dienst, telewerkvergoeding. Tevens door de klassieke indexverhoging, verhoging 2de pensioenpijler én aanwerving van “hogere profielen”. (Dit laatste valt al sinds enige tijd op.)
Ter info: de gemiddelde loonkost per VTE in dat jaar bedroeg 67,8K met onderling grote verschillen: zorginstellingen 62,6K, regulier (stad/OCMW) 72,4K).

2021
Exploitatie-uitgaven (raming): 198.404.104
Loonkost (raming): 102.024.592
Verhouding: 51,4 %

2022
Exploitatie: 198.404.104
Loonkost: 106.390.381
Verhouding; 53,6 %

2023
Exploitatie: 202.611.066
Loonkost: 106.855.983
Verhouding: 52,7 %

2024
Exploitatie: 207.213.717
Loonkost: 108.176.194
Verhouding: 52;2 %

2025
Exploitatie: 207.295.995
Loonkost: 109.621.706
Verhouding: 52,8 %