All posts by Frans

Kortrijkwatcher geeft volmondig het woord aan de oppositie

Deze elektronische krant staat bekend als een medium met een onafhankelijke, kritische blik op het Kortrijkse politieke leven. Maar we gaan een nieuwe toer op. Voortaan zullen we volmondig verslaggeving doen over de tussenkomsten van de oppositiepartijen in de gemeenteraad en tevens over hun persberichten. En soms zelfs letterlijk.
In een volgende editie zult u dan ook ongeveer in extenso de speech kunnen lezen van CD&V-raadslid Benjamin Vandorpe over de jaarrekening 2019, gehouden in de laatste gemeenteraad van 8 juni.
In de geschiedenis van onze stadsweblog is zoiets nog nooit gebeurd.

Maar onze gemeenteraadwatcher kan er echt niet meer tegen.
Tegen de wijze waarop onze plaatselijke pers kond doet over het Kortrijkse beleid. De verslaggeving over de gemeenteraden is praktisch tot nul herleid, ook wanneer er nochtans belangrijke punten worden behandeld, zoals – ja – de jaarrekening 2019. Dat document breng namelijk verslag uit over het gevoerde beleid van het vorige jaar. Nogal eens ontmaskerend.
Tussenkomsten van de oppositie komen in onze “embeddded press” nauwelijks aan bod. Wél die van het schepencollege.
Ook persberichten vanuit die partijen (CD&V, Vlaams Belang, Groen) worden vaak genegeerd of onmiddellijk vergezeld van een wederwoord van een of andere schepen of van de burgemeester. Vooral de regionale editie van ‘Het Laatste Nieuws’ (met perskoelie Peter Lanssens) is zowat de spreekbuis geworden van de tripartite aan de macht.
We kunnen er niet meer tegen.
In onze plaatselijke pers is er inzake politieke berichtgeving absoluut geen sprake meer van enige journalistieke deontologie.
Kortrijkwatcher zal dus in het vervolg heel gewillig aandacht besteden aan wat de oppositie zegt of doet.

Nogmaals over de realisatiegraad van de investeringen

Een tijdje geleden hadden we het hier op de redactie over de effectiviteit van de investeringen. Het is een uiterst belangrijke aanwijzing over de vraag of het beleid wel zijn vooropgestelde doel (heeft) bereikt.
We hadden het toen voor de vorige bestuursperiode over de werkelijk gedane investeringenuitgaven uitgezet tegenover het zgn. eindbudget van hetzelfde jaar. Dit wil zeggen: tegenover de laatste begrotingswijziging van dat jaar. Dit is een zeer coulante benadering want we houden dan rekening met de bijstellingen van het bestuur, het voortschrijdend inzicht dat gerezen is over bepaalde projecten die niet zullen doorgaan, of maar half zullen lukken. En met gegevens uit de vorige jaarrekening. Toch was de berekende realisatiegraad voor die periode (2013-2018) absoluut niet van die aard om over naar huis te schrijven. Kent u het nog allemaal?

We keken toen ook al even vlug naar de pas opgemaakte jaarrekening 2019.
De realisatiegraad voor de uitgaven was hier al beter. 72,3% van het geraamde eindbudget werd daadwerkelijk verwezenlijkt.

Onze gemeenteraadwatcher wil evenwel voor het jaar 2019 nu een keer minder goedertieren vertonen en nu eens de gedane uitgaven afzetten tegenover het oorspronkelijk opgemaakte budget. Het initiële budget.
Het bestuur houdt niet erg veel van dit soort vergelijkingen: men belooft aan de kiezer immers graag altijd méér dan men uiteindelijk zal realiseren.
We berekenen dus nu de verhouding tussen de uitgaven ter waarde van 20.278.531 euro tegenover het originele begrotingsbedrag van niet minder dan – ja zeg! – 38.916.234 euro. Hoeveel is de realisatiegraad dan wel?
52,10 procent ! Ietwat meer dan de helft van het begrote bedrag waar men ooit fier heeft mee uitgepakt. Ook in de pers. Dit begint op kiezersbedrog te lijken.

Waarom is onze gemeenteraadwatcher nu minder goedgunstig gezind?
– Onze tripartite pronkt telkenjare met het (hoge) initiële budget om de goegemeente weer eens attent te maken op het feit dat we nog altijd bestuurd worden door een ongelooflijk, historisch onvergelijkbaar investeringscollege. (De schepenen geloven het zelf bijna niet.)
– Dat blijkt maar weer eens uit de toelichting bij de jaarrekening 2019 op pag.7. Daar presteert iemand het om te gewagen van een “overschot” van 7,7 miljoen euro in de investeringsuitgaven, terwijl het in werkelijkheid gaat om een min-uitgave, een aan ons – brave burgers – beloofde maar niet-gerealiseerde prestatie waarvan wij allen beter zouden van worden.
(Hopelijk zal de burgemeester op de volgende gemeenteraad van maandag 8 juni eens vertellen wat men niet heeft gerealiseerd en hoe dat komt.)
Nog op deze pagina vindt men – het is waarlijk onwaarschijnlijk! – dat daarmee het resultaat van het budget (het saldo) beter is dan gebudgetteerd.
– We zijn een beetje kwaad, ja. Nu blijkt tevens dat bij de investeringsuitgaven – zonder commentaar – ook een kapitaalsverhoging van 1.332.465 euro voor IMOG is verrekend. Ja, op papier is dat dus een investeringsuitgave behorend tot de categorie “financiële vaste activa”. In de praktijk ervaren gewone mensen (en zelfs financieel directeurs van een gemeente) “echte investeringen” pas als ze slaan op “materiële vaste activa” (terreinen, gebouwen, wegen) of op “toegestane investeringssubsidies” (aan brandweer, politie, bibliotheek, KVK, enz.).
Als we die kapitaalsverhoging in mindering brengen (men deed dat vroeger in 2014 ook voor Gaselwest) komen we aan een realisatiegraad van 48,68 procent.
– Wat ons ook heeft boos gemaakt is dat gebruik van onverstaanbare afkortingen: voor 9 miljoen SIB’s voor BV, ICT, RES en andere. Niet echt uitgelegd. Zelfs niet goed op de raadscommissie.
– De realisatie van de verbonden investeringsontvangsten is ook niet schitterend. Initieel verwachte subsidies: 7,37 miljoen. Geïnde subsidies: 2,62 miljoen. Realisatiegraad: 36%.
Waarom zijn die subsidies nog niet binnen voor de herinrichting van de schoolomgeving Pottelberg en voor de President Kennedylaan?
Wat de ‘desinvesteringen’ (= verkopen) betreft verwachtte men 4,11 miljoen ontvangsten. Verkregen: 2,61 miljoen. Realisatiegraad: 64%. (Hier kan men als verontschuldiging aanroepen dat heel laat werd beslist tot verkoop van de openbare verlichting. Men hoopt intussen later nog op 1 miljoen.)

P.S.
Toch zullen schepen Kelly van Financiën en de burgemeester aanstaande maandag zeggen dat er geen vuiltje aan de lucht is. Voor Kelly hier nog een laatste, welgemeende waarschuwing: zeg aanstaande maandag niet alweer dat de investeringen jaar na jaar stijgen.




Onze Kortrijkse burgemeester is een soort levende oxymoron

Vincent Van Quickenborne kreeg in ‘De Tijd’ van laatstleden zaterdag 30 mei uiteraard een actueel stuk met een heel sprekende, veelzeggende kop: “Het masterplan van de Kortrijkse burgemeester”.
Volgens de krant wil hij de geloofwaardigheid van zijn partij herstellen door federaal in de oppositie te gaan om van daaruit in te beuken op de N-VA. Want hij is de grootste fan van een regering waarin de N-VA en de PS elkaar vinden. (Hij hoopt dat de de N-VA zich daarbij zal verbranden.) Nog altijd volgens de kwaliteitskrant wil hij al langer de kaart van een federale oppositiekuur trekken “met hemzelf in de glorieuze rol van oppositieleider”.
En nog een citaat, want daarover willen we het eigenlijk hebben: “Vincent Van Quickenborne heeft als Kamerfractieleider wat hij wou: nationale zichtbaarheid.” Wij zouden daar een soort oxymoron willen van maken: hij wil nationale- stedelijke zichtbaarheid.” Beide dus. Tegelijk. Maar dat gaat (materieel alleen al, qua tijdsgebruik) moeilijk samen.

Toen Vincent opnieuw burgemeester werd, liet hij luidkeels en meermaals weten dat hij in die functie absoluut de gehele bestuursperiode zou aanblijven. Een burgemeester in volkomen dienstbaarheid aan de stad. Bijvoorbeeld geen ministerpost zou aanvaarden. Hij bleef inmiddels wel federaal parlementariër, met als (ongeloofwaardig) argument dat hij via dit mandaat vanuit Brussel veel zou kunnen bereiken voor zijn stad Kortrijk. Nu weet elkeen toch een beetje dat de Kamer van Volksvertegenwoordigers zich nauwelijks of niet bemoeit met gemeentelijke materies. (Wat heeft de burgemeester overigens al bereikt inzake de bouw van een gloednieuw station alhier?)
Het ambt van burgemeester van een centrumstad is op zichzelf al een voltijdse bezigheid.
Vincent heeft als burgemeester tevens nog een rijtje neven-mandaten en nu is hij dus niet alleen”gewoon”volksvertegenwoordiger maar ook fractieleider.
Er liep alhier ter stede al een tijdje het gerucht dat hij “teveel bezig is met Brussel”. Welnu, we zullen er niet ver naast zitten als we zeggen dat hij in die bijkomende functie (met hier en daar ook nog een lidmaatschap in een of andere Kamercommissie) drie dagen per week (laat ons nu zeggen: na corona) in Brussel zal moeten vertoeven.
En hem kennende, zal hij zowat dag en nacht aan het bellen zijn met leden van zijn fractie, met de coryfeeën van zijn partij, met leden van het nationaal VLD-bestuur, met de Kamervoorzitter en leden van het bureau van de Kamer, met zijn en andere partijvoorzitters, enz., enz.
Al die vele, ontelbare uren waarbij hij aan de telefoon zal hangen, vergaderingen zal bijwonen of zelf beleggen (ook in het geniep), intriges zal bedenken, ruzies zal moeten bijleggen of aanwakkeren, het fractiewerk regelen en de leden ervan in de gaten houden, de pers te woord staan of zelf opzoeken, – al die tijd kan hij dus niet bezig zijn met zijn geliefde Kortrijk.
En laat ons ook niet vergeten dat hij als fractieleider geacht wordt continu aanwezig te zijn in de plenaire zittingen van de Kamer. En niet, zoals hij in het verleden placht te doen: bijna enkel en alleen opdagen bij de stemmingen op donderdagmiddag. (De volledige parlementaire vergoeding is dan binnen.)
Plus mag hij niet meer te laat komen in de Kamercommissie waar hij voorzitter van is. Dat is ook wel eens voorgevallen.

Ja. We hebben de politiekers die we verdienen. Workers!! Voortdoeners.



De effectiviteit van ons zgn. investeringscollege

We kennen nu de jaarrekeningen vanaf 2013 tot en met 2019.
De bedragen in die papieren slaan dus op de werkelijk gedane uitgaven (en ontvangsten) van onze eerste tripartite (2013-2018) en die van het eerste jaar van de tweede tripartite met het allegaartje, genaamd Team Burgemeester.
De coalitie VLD-SP.A en N-VA heeft zich ooit uitgeroepen tot het grootste investeringscollege ooit terwijl de huidige schepen van Financiën Kelly Detavernier (N-VA) vindt dat we in de vorige legislatuur en tot op heden telkenjare meer en meer hebben geïnvesteerd.
We kunnen nu ook voor ieder jaar de investeringsuitgaven afzetten tegenover het eindbudget, dat wil zeggen: tegenover de laatste gewijzigde begroting van dat jaar. Dat lijkt ons heel redelijk (alleszins verdraagzaam tegenover de coalitie) want met die laatste budgetaanpassing van het jaar is bij het bestuur voortschrijdend inzicht gebezigd. De arrogantie is dan getemperd.
Dat geeft ons een adequaat inzicht op de effectiviteit van het investeringsbeleid, met name de vraag of het doel is bereikt. Dat is DE vraag die er toe doet als men – zonder af te gaan op ons buikgevoel – een oordeel wil uitspreken over het gevoerde beleid, Gedaan met intuïtieve percepties!
We zeggen al onmiddellijk (voor het geval u niet verder leest) dat de tripartite in zijn eerste bestuursperiode in totaal 55,79% heeft gerealiseerd van wat werd begroot.

2013
Toen sprak men nog van investeringen als “uitgaven in buitengewone dienst”. De werkelijk gedane uitgaven noemde men toen ‘aanrekeningen’ en de geraamde bedragen ‘begrotingskredieten’.
Aanrekening: 11.837.162 euro
Krediet: 28.517.684 euro
Verwezenlijkt (realisatiegraad): 41,51%

2014
Dat is wel een heel speciaal jaar. Want toen is er als deelname bij Gaselwest een kapitaalsverhoging gebeurd ter waarde van 23.457.544 euro. Dit bracht de investeringsuitgave op een soort fictief bedrag van 45.236.829 euro. Tegenover een geraamd budget van 39,9 miljoen was dat een onwaarschijnlijke realisatiegraad.
We trekken dus de kapitaalsverhoging af om te komen tot de reële investeringsuitgave in de stad.
Uitgave: 21.779.285 euro
Eindbudget (wat men van zins was om te doen): 39.939.619 euro
Gerealiseerd: 54,53%

2015
Cijfers altijd in de volgorde 1) werkelijk gedane uitgave, 2)geraamde uitgave en 3) realisatie
17.561.061
48.666.211
36,08% (een dieptepunt)

2016
18.596.389
35.076.916
53,02%

2017
31.237.351
38.927.323
80,25% (inhaalbeweging – verkiezingen naderen)

2018
26.161.987
36.812.978
71,07%

2019
20.278.531
28.035.303
72,33%

Conclusie voor de vorige bestuursperiode 2013-2018:
Werkelijk uitgegeven: 127.173.235 euro
Voorgenomen: 227.940.731 euro
Gerealiseerd: 55,79% was de effectiviteit….




Wie betaalt de kosten van de resterende zwembaden Abdijkaai en Lagae?

WIJ allen natuurlijk, en niet de NV S&R uit Leuven (in de volksmond: Lago).
In juli 2016 is met de firma S&R een zgn. DBFMO-contract afgesloten voor de realisatie van het nieuwe zwembad op Kortrijk-Weide én de exploitatie van het open zwembad aan het kanaal én dat van Heule.
Nu er blijkbaar weer (heel) noodzakelijke opknapwerken aan de gang zijn in “den openen” (Lago was eerder nogal laks) is het nuttig om de Kortrijkzanen (evenals en vooral de pers) te herinneren aan het feit dat het contract van 2016 voorzag dat alle door S&R gemaakte kosten worden doorgerekend aan stad Kortrijk, weliswaar na aftrek van de inkomsten.
Gedurende de loop van het kalenderjaar gebeuren er gedeeltelijke maar vaste kwartaal-betaalbaarstellingen vastgelegd op 80 procent van de effectieve kosten. Aan het eind van het jaar wordt dan een definitief bedrag afgerekend.

We kennen nu de gemaakte kosten voor het gehele kalenderjaar 2019, en wel voor beide zwembaden samen. (Zo kunnen we jammer genoeg geen afsplitsing maken voor het zwembad aan de Abdijkaai. )
De totale kost voor 2019 bedroeg 765.180,17 euro. (Er was een opbrengst van 125.058,39 euro.)
Een overzicht:
– Exploitatie: 252.387 euro
– Investeringen: 208.881 euro
– Personeel: 296.170 euro
– BTW: 132.799 euro
Dat brengt het totaal op 890.237 euro, maar daar moet dus de opbrengst van worden afgetrokken. Die gaat naar stad…

P.S. (1)
Nog altijd doen er op niets gebaseerde geruchten de ronde over een eventuele sluiting van de resterende zwembaden. Meer speciaal is iedereen (velen!) bang over het voortbestaan de open zwemkom.
S&R zou volgens het contract die twee zwembaden alleszins voor drie jaar exploiteren. Te rekenen vanaf 2018. Maar wat daarna?
Daarover zegt het meerjarenplan 2020-2025 van stad in elk geval op pag. 7 letterlijk: “De middelen voor de uitbating van Heule én het openluchtzwembad zijn voorzien gedurende de ganse legislatuur.”
P.S. (2)
De (geïndexeerde) toelage voor S&R-Lago bedraagt voor dit jaar 1.467.000 euro. Volgend jaar: 1.489.000 euro. En in 2025: 1.578.000 euro.
(Over dertig jaar is dat zwembad van ons – stad Kortrijk- en zullen we het weer oplappen.)



Hoe zal men de impact van de coronacrisis bezweren? (4)

In vorige edities hadden we het over 1) het halveren van twee strategische buffers, 2) over het schrappen van twee investeringen – dit alles om de putten te dempen veroorzaakt door de steunmaatregelen aan de Kortrijkse burgers die lijden onder de coronaramp.
Het stadsbestuur voorziet nog een derde luik aan financiële maatregelen en daarover hebben we het nu.

Men wil uit de aard der zaak ook ingrijpen in het explotatiebudget van het meerjarenplan.
De voornemens staan weerom opgesomd op pag. 24 in het plan “De Weg uit de Crisis”. Zij behoren duidelijk eerder tot de meer paniekerige budgettaire ingrepen onder wat wij – in stadsbudgetten althans – beschouwen als de toepassing van de ietwat ridicule leuze “alle beetjes helpen”.
– Vooreerst zegt men in het algemeen dat wordt uitgekeken naar “slimme keuzes” in het exploitatiebudget. Die slimme keuzes zijn niet nader toegelicht. Het zou gaan om verschuivingen van enkele budgetten. Ten koste van welke andere dan?
– Misschien deze dan: “Meer telewerk en meer digitaal werken betekent ook een daling op sommige kosten (bv. papier, inkt, kopies, postzegels…).”
Hierbij willen we wel even aanmerken dat niettegenstaande men op het stadhuis sinds jaren al verwoed allerlei ICT-tools invoert, de papierberg nauwelijks daalt, of globaal zelfs niet vermindert. En vergeet niet dat al die ICT-dinges die men hier de laatste jaren heeft bedacht daarenboven schatten van mensen kosten. Ook aan studies, opleidingen, onderhoud en bijstand van externen. Soms méér dan begroot.
En van hiernavolgende maatregel begrijpen we waarlijk niets. Niks. We citeren:
” In 2021 passen we éénmalig een indexsprong toe op de werkingskosten, die ook in de volgende jaren impact heeft (effect 200.000 euro per jaar of samen 1 MIO).”
Werkingskosten of -uitgaven zijn bij ons weten alle exploitatie-uitgaven nodig voor de werking van de gemeentediensten. Bijvoorbeeld energiekosten, kantoorbenodigdheden (printers!), telefoon, onderhoud voertuigen. Maar dan zonder de personeelskosten! En bij ons weten zijn die kosten nu in het budget globaal te vinden onder de rubriek “goederen en diensten”. (Details ontbreken evenwel.)
In 2020 bedragen de uitgaven onder deze rubriek althans 65,79 miljoen en 66,09 miljoen in 2017. In 2022 voorziet het meerjarenplan 66,19 miljoen. Op zo’n bedragen 200.000 euro per jaar besparen is een peulschil.
Maar wat betekent die “éénmalige indexsprong”? Waarover heeft men het?? Wij weten het echt niet.

P.S.
Tot daar onze serie commentaarstukken over “De Weg uit de Crisis”.
Maar we kunnen er meer verwachten…

Hoe zal men de impact van de coronaramp financieren? (3)

De crisis brengt mee dat stad minder inkomsten dan begroot zal ontvangen en de steunmaatregelen vergen anderzijds meer uitgaven dan geraamd. Stad Kortrijk probeert dit alles momenteel te compenseren door het treffen van drie soorten van financiële maatregelen. Zie het plan: “De weg uit de crisis” (pag.24).

Een eerste luik wil de strategische buffers die men had aangelegd in het meerjarenplan 20-25 halveren.
Het beschikbaar budgettair resultaat gaat dan van 4 naar 2 miljoen. En de buffer van 1 miljoen binnen de autofinacieringsmarge van 1 naar 0,5 miljoen. Over die maatregelen hadden we het al in een vorige editie van deze elektronische krant. En we vroegen daarbij aan Kelly Detavernier – de schepen van Financiën – om enige opheldering over de posten in het budget die daardoor zullen getroffen worden. (Kelly had het ook nog over het verhoopte overschot op de jaarrekening 2019. Dat moet nu toch halfverwege de maand mei van dit jaar gekend zijn.)

De gedeeltelijke inbreng van die twee buffers en dat verwachte overschot op de jaarrekening 2019 zullen niet volstaan om de impact van de crisis op de stadsfinanciën te dempen. Zeker niet als de crisis maar blijft duren.

Vandaar dat tweede luik van maatregelen dat men wenst door te voeren.
Die voornemens slaan op een drastische verlaging van twee investeringen.
1. De heraanleg van de Doorniksewijk gaat nog niet door.
Dat was een heel belabberd dossier en voor het stadsbestuur was het feit dat De Lijn geen geld heeft om zovele elektrische trambussen te kopen voor de verbinding van het station met Hoog Kortrijk een dankbaar alibi om van dat slecht gemanaged project af te geraken.
Het verdagen van het project naar sint-juttemis brengt gedurende deze bestuursperiode een uitstel van investeringen mee ten bedrage van zes miljoen.
Hoe zag de investeringstabel er namelijk uit in het actieplan 2.4.6 van het meerjarenplan 20-25, genaamd “betere verbinding van het centrum met Hoog-Kortrijk”?
– Voor 2020 en 2021: nul euro (!)
(Dus voor deze jaren eigenlijk geen bezuiniging…)
– 2022: 300.000
– 2023: 300.000
– 2024: 3.200.000
– 2025: 2.200.000 euro.

2. De markthal op de Veemarkt wordt niet gebouwd.
(We weten niet welke politieker of partij dit project in het bestuursakkoord heeft gesmokkeld , maar men heeft nu plots en wel laat ingezien dat Kortrijk met al zijn leegstand geen nood heeft aan nog meer winkeloppervlakte.)
Wat moet de totale afschaffing van dit project (actieplan 9.1.8) opbrengen?
In totaal: 4,3 miljoen.
Dit voortschrijdend inzicht brengt ons alweer tot in 2022 eigenlijk niks op inzake schrapping van uitgaven.
De investeringstabel ziet er namelijk zo uit:
– 2020: nul euro
– 2021: nul euro
– 2022: nog altijd niks voorzien
– 2023: 394.160 euro
– 2024: 1.875.280 euro
– 2025: 2.030.560 euro.

Die beide “bijstellingen” van investeringsuitgaven brengen dus in totaal een minuitgave teweeg van 10,3 miljoen.
Nochtans is in het document “De weg uit de crisis” op pag. 24 slechts sprake van 8 miljoen. Schepen Kelly moet dat maar weer eens uitleggen.
In haar redenering bedraagt het resterende investeringsbudget voor de gehele planningsperiode 20-25 dus 283,1 miljoen.
Volgens kortrijkwatcher dus niet.
De totaliteit van de investeringen van stad én ingekantelde “satellieten” (OCMW, Parko, enz.) is geraamd op 291.171.291 miljoen.
Daar moeten we 10.300.000 euro van aftrekken. Geeft 280.871.291 euro.
(En dat moet dan nog worden gerealiseerd. Als de crisis lang genoeg aansleept zal men waarschijnlijk nog investeringen moeten schrappen. Kortrijkwatcher heeft er al enkele in gedachten…)

P.S.
Volgende editie is gewijd aan het derde (beetje pover) luik van maatregelen die stad wil treffen om het hoofd te bieden aan de financiële impact van corona.






Hoe zal men de impact van de corona-maatregelen financieren? (2)

In een vorig stuk vertelden we wat volgens ons bestuur de impact van de corona-maatregelen (opgesomd in het document “Weg uit de crisis”) zou kunnen zijn op onze stadsfinanciën.

Hoe wil men die verliesposten (meeruitgaven) nu financieren?
Vooreerst door twee strategische buffers te halveren...Ja zeg!


Dat is wel zéér curieus, om twee redenen.
Schepen van Financiën Kelly Detavernier (N-VA) dacht namelijk vroeger dat juist die buffers zouden volstaan om de impact van de corona-crisis te bezweren. En de buffers zouden tegelijk dienen om mogelijke financiële risico’s in de toekomst te bezweren. Bijvoorbeeld de zware pensioenfactuur.
Passons…

Ja, het meerjarenplan 20-25 legde de evenwichtsvoorwaarden hoger dan wettelijk opgelegd.
Zo legde men het resultaat op kasbasis (nu genoemd: beschikbaar budgettair resultaat – BBR) ieder jaar vast op ca. 4 miljoen. Dat is hoog. Eigenlijk volstaat het dat het bedrag elk jaar gewoon positief is.
Dit jaar is het BBR geraamd op 4.127.837 euro. Men wil dat dus herleiden tot ca. 2 miljoen. Maar “Weg uit de crisis” legt niet uit welke post(en) men dan wel ziet verminderen.
Het BBR is de som van alle uitgaven en ontvangsten. Concreet: de som van de saldo’s van de posten exploitatie, investeringen, financiering (leningen) én het budgettair resultaat van het vorig boekjaar.
Volgens de schepen van Financiën zou juist dat hoge positieve resultaat van vorig jaar de redding brengen. Die post is nu gebudgetteerd op 39 miljoen euro en dat bedrag mag dus volgens Kelly zeker niet lager uitvallen. We kijken uit.

De tweede buffer die men wenst te halveren slaat op de autofinancieringsmarge. De AFM gaat na of een bestuur wel voldoende marge genereert uit de courante werking om de leningslasten te dragen. Wettelijk gezien moet de AFM enkel positief zijn in het laatste jaar van het meerjarenplan.
In Kortrijk is de AFM ieder jaar positief. In 2025 gaat het zelfs om 3,17 miljoen. Raar: in het relanceplan “Weg uit de crisis” heeft men het over 1 miljoen in 2025 en men wil dit herleiden tot 0,5 miljoen. En nog eigenaardiger is dat in het meerjarenplan net gesteld wordt dat men de AFM in 2025 absoluut wil houden op 1 miljoen om tegenvallers op te vangen.
Eén van die financiële risico’s ten gevolge van de economische coronacrisis is door het stadsbestuur al geraamd: een daling van de aanvullende personenbelasting. Het zou gaan om een minopbrengst van 3,4 miljoen in deze legislatuur. Dat is eigenlijk per jaar niet erg veel (op 25 tot 26 of 27 miljoen), maar er zijn nog andere (belangrijke) belastingsoorten die (zullen) verminderen: parkeerbelasting en naheffingen, logiestaks, verspreiding reclamedrukwerk, opcentiemen op de onroerende voorheffing.

Mogen we even concluderen?
We verstaan die maatregel tot halvering van die twee buffers niet zo goed.
Kelly wel?

P.S.
In een volgende editie van deze krant komt er commentaar op de andere (twee) maatregelen die genomen worden om de impact van corona op de financiën te bekostigen. Die zijn wel te bevatten…

Over de impact van de coronacrisis op onze stadsfinanciën (1)

Stad stelt diverse maatregelen voor om de gevolgen van corona op alle mogelijke facetten – zo zullen we maar zeggen : van ons leven – te bestrijden. Op de laatste gemeenteraad van 11 mei is daarbij verrassend op de valreep een programma voorgelegd aan de raadsleden. (Zij wisten weer nergens van.)
De volledige, lijvige tekst staat te lezen op de website van stad onder de titel “Weg uit de crisis”.
(En ten overvloede brengt de lokale editie van HLN bij monde van stadsreporter Peter Lanssens , tegelijk woordvoerder van de tripartite, daar in schuifjes een commentaarloze samenvatting van. Journalistiek!)

Kortrijkwatcher haast zich hierbij om te zeggen dat de voltallige redactie de maatregelen helemaal niet slecht vindt (zelfs goed!), want we willen onze reputatie als positivo’s behouden. (Het enige wat dit keer enigszins te betreuren valt is dat de tripartite constructieve voorstellen van de oppositie opnieuw wenste te negeren. Een uitgestoken hand van Groen bijv. werd zelfs geweigerd.)

De pag. 23 en 24 van het document “Weg uit de crisis” zijn gewijd aan de impact van de crisis op onze stadsfinanciën. Interessant!
Er staat onze Stad een daling van diverse ontvangsten te wachten en anderzijds vergen de bepaalde maatregelen allerhande meeruitgaven. De effecten hiervan (het negatieve saldo) is alleen al voor dit jaar 2020 geraamd op 7,5 miljoen euro. Voorts raamt men de daling van de aanvullende personenbelasting (ten gevolge van de economische crisis) voor de gehele legislatuur dan op 3,4 miljoen euro. Over de effecten op de opbrengst van de opcentiemen op de onroerende voorheffing wordt niet gerept.

Het voorliggend plan omvat een serie concrete, goed opgesomde tegemoetkomingen (premies, investeringen, kwijtscheldingen) die samengeteld zowat 4,85 miljoen euro kunnen kosten.
Probleem is dat bepaalde uitgaven eenmalig zijn, maar andere geheel afhangen van de duur van de crisis. Die kosten zijn dus uiterst moeilijk te voorspellen.
Intussen heeft het bestuur toch al beslist met welke middelen men die uitgaven wil financieren.
Grosso modo (als we het goed begrijpen, -niet gemakkelijk) gaat het om drie soorten ingrepen in het budget:
– het (gedeeltelijk) aanwenden van twee strategische buffers in het meerjarenplan;
– het wegwerken van twee investeringen;
– twee ingrepen in het exploitatiebudget.

Over die cijfers wenst kortrijkwatcher in een volgende editie enig commentaar te leveren. Met uw goedvinden althans.

Is er een soort “verenigde oppositie” aan het groeien?

Vandaag alweer gemeenteraadsdag.
Vanwege “corona” niet in het stadhuis, maar opnieuw uitgezonden als een soort conference-call. (Vanaf 19 uur.)
Er komen weerom enkele heikele punten aan bod.
Heel zeker de zoveelste “uitgebreide” interpellatie van VB’er Wouter Vermeersch over de recente (2019) criminaliteitscijfers in de politiezone VLAS. Aangezien die ditmaal al sinds twee jaar niet zo best uitvallen, wil onze burgervader Q er zo min mogelijk over praten. Hij vindt ten andere dat het thema “veiligheid” niet hoort in de gemeenteraad maar voorbehouden is voor de politieraad. Wat natuurlijk niet juist is, en als jurist weet Vincent Van Quickenborne dat maar al te goed. (Kan hem allemaal niet schelen.) De politieraad is bevoegd voor de begroting, de personeelsformatie, de aanwervingen. Punt.
Intussen daar al op gelet?
– De criminaliteitscijfers staan nog altijd niet op de website van VLAS, laat staan een grondige analyse ervan.
– We kennen nog altijd niet de cijfers voor stad Kortrijk, noch over Lendelede en Kuurne afzonderlijk. We kunnen dus niet vergelijken met andere centrumsteden en binnen stad Kortrijk zelfs geen evolutie nagaan per misdrijf.
– De lokale ’embedded press’ toont er zeer weinig belangstelling voor. (Dat interesseert de mensen zeker niet?? Onze persjongens weten daar alles over. Over wat mensen interesseert. Zij hebben daarover verder voortgestudeerd.)

Wat de politieke omgang bij (tussen) de oppositie-fracties in het algemeen betreft, krijgt onze gemeenteraadwatcher de indruk dat er wel iets is aan het veranderen. Soort buikgevoel. Wel raar.
Het lijkt er bijv. een klein beetje op dat raadsleden als Matti Vandemaele (Groen) en Benjamin Vandorpe (CD&V) zich vandaag dan toch enigermate zullen scharen achter – of minstens meegaan – in de lijn van de interpellatie van het Vlaams Belang over het verdonkeremanen van de stijging van de criminaliteit in de politiezone en de mogelijk te nemen maatregelen.
Ook over het agendapunt “Vervolg coronadebat” was men bij de oppositie in de voorbereidende raadscommissie niet te spreken over het feit dat het punt volkomen blanco (ledig) bleef en dat pas later (vandaag dus?) hierover een nota zal ter tafel gelegd. (De burgemeester hield hierover intussen al een speech op de sociale media.)

In het algemeen is er dit jaar alleszins bij de drie oppositiepartijen een onmiskenbaar stijgend ongenoegen aan het groeien over de wijze waarop de huidige tweede tripartite de gemeenteraad (en de politieraad) meent te moeten behandelen. Ook ambtenaren.
De burgemeester en zijn vrouwelijke sherpa (de gemeenteraadsvoorzitter Tiene Castelein) gedragen zich steeds meer autocratisch en machiavellistisch tegenover gemeenteraad. Gewoon onbehoorlijk onbehouwen. Dominant. Een keer zelfs ongemanierd. En de schepenen laten zich nu ook steeds meer kenmerken door enige arrogantie.
(Staat allemaal niet in de pers.)

We overdrijven niet. (Er zijn de laatste tijd vanuit het schepencollege zelfs scheldwoorden gevallen die in ‘het mondeling verslag’ van het Parlement zouden geschrapt worden.)
Dit kan niet blijven duren.