All posts by Frans

Welke onroerende goederen wil stad (OCMW)verkopen in de periode 2020-2025? (1)

Tuinstraat-Nieuwstraat
Beheerstraat-Nolfstraat
Parko-gebouw
Verkopen ifv centralisatie depot Ruimte (?)
Kerkenplan
Aalbeke: Skut, oud gemeentehuis, brandweerkazerne
Blauwpoort Waregem (dit sleept al jaren aan)
Lichtendal
Hoeves in Beveren-Leie, Marke, Moorslede en gelegenheidsverkopen
Landbouwgronden
Ontwikkeling stadsgronden (Prado,…)
Project Mercurius
Woning Achturenhuis
Woningen Moorseelsestraat Heule
Verkopen verkaveling Oostrozebeke
Perceelgrond Beveren-Leie
Restgronden stad

P.S.
In volgende editie verwachte opbrengsten, maar enkel de totalen per jaar.

Nauwgezet bekeken: de 13 miljoen voor nieuwe sportinfrastructuur

Zoals iedereen nu wel begint te beseffen is de lokale editie van ‘Het Laatste Nieuws’ (HLN) zowat het staatsblad van de Kortrijkse tripartite, met meer speciaal persjongen Peter Lanssens (lps) als gedweeë woordvoerder van het schepencollege.
In de krant van 15 januari krijgt alweer schepen Arne van Team Burgemeester (aka Vandendriessche) uitvoerig het woord over de op til zijnde nieuwe sportinfrastructuur. Met foto. Ongehinderd door enige kennis van zaken heeft (lps) opgetekend wat schepen Arne hem heeft gedicteerd of als kopij heeft bezorgd.
Aanleiding voor het humbug-bericht is dat Arne aan (lps) heeft verteld dat zijn geplande investeringen vorige maandag (13 januari) groen licht kregen van het schepencollege inzake de te verwezenlijken nieuwe sportinfrastructuur. Het gaat om 13.050.000 euro.
Dat ‘pakket’ slaat dan op het omvormen van het sportcentrum Wembley tot een open recreatiedomein plus nog vier andere projecten: het vernieuwen van een sportcentrum en een sporthal, het aanbrengen van kunstgrasvelden, de komst van een vechtsporthal. (In deze alinea maakt de krant geen gewag van nieuwe kleedkamers.)
Met de nodige acribie heeft kortrijkwatcher dus even de dagorde bekeken van dat College van 13 januari. Daar staat als punt 18: “masterplan Wembley en omgeving”. En niets meer. Geen sprake van de andere vier voornoemde projecten. Voor Arne was dit punt dus gewoon een dankbare aanleiding om zijn toekomstig sportbeleid bij de ’embedded press’ nogmaals in de verf te zetten.

Schepen Arne pakt uit met cijfers, en dit is altijd opnieuw voor onze gemeenteraadwatcher een teken om danig op zijn hoede te zijn.
De krant (Arne) meldt dat de stad Kortrijk voor 13.050.000 euro van nu (2020) tot eind 2024 (dus niet 2025, van belang – zie verder) zal pompen in nieuwe sportinfrastructuur.
We overlopen even de bedragen, zoals opgetekend door (lps).
Er zijn drie prioritaire acties (wordt niet zo gezegd in de gazet):
– het omvormen van het sportcentrum Wembley in de Moorseelsestraat: 5,25 miljoen euro;
– de komst van een vechtsporthal in het gewezen zwembad Mimosa op Sint-Elisabeth: 1 miljoen euro (als we er nog het jaar 2025 bij tellen!);
– de aanleg van vijf kunstgrasvelden voor de provinciale voetbalclubs: 3,25 miljoen euro.
Volgen nog niet-prioritaire acties:
– nieuwe kleedkamers voor de sportcampus Lange Munte: 3 miljoen euro;
– renovatie van sporthal 3 Hofsteden in de Renaat de Rudderlaan: 550.000 euro.
Samengeteld geeft dit inderdaad voor de vijf acties 13.050.000 euro. Dat klopt. Maar!

Wat kortrijkwatcher evenwel danig intrigeert is dat slechts voor twee acties de aangegeven kostprijs klopt met wat in het meerjarenplan 2020-2025 is aangegeven. En dan nog...
1. De kostprijs voor de kunstgrasvelden (3,25 miljoen). In de krant worden slechts de geplande acties weergegeven voor de jaren 2020 (Aalbeke en Heule), 2021 (Bellegem en Bissegem) en 2022 (SV Kortrijk). Dan komen we slechts aan 2,61 miljoen euro volgens het meerjarenplan. (Volgens dat plan is er niets voorzien in 2023 maar voor 2024 is nog een krediet van 630.502 euro. Dan komen we wel aan die 3,25 miljoen. (Maar waarop slaat dit bedrag dan wel?)
2. Gelijkaardige vaststelling voor de vechtsporthal. De 1 miljoen halen we pas als we er het jaar 2025 bij rekenen.

Wat zijn nu de begrote bedragen volgens het meerjarenplan?
– Wembley: 5 miljoen (i.p.v. 5,25 miljoen);
– vechtsporthal: 741.670 euro voor 2023 en 2024 (i.p.v. 1 miljoen);
– kunstgrasvelden: 3,25 miljoen (met het jaar 2025 erbij);
– kleedkamers: 2.780.025 euro (i.p.v. 3 miljoen);
– 3 Hofsteden: 445.000 euro (i.p.v. 550.000 euro).
Samengeteld komen we dan aan een investering van “slechts” 12.216.695 euro. Vanwaar dat verschil? Moet er nu een eerste herziening komen van het meerjarenplan?

P.S.
In de krant zegt Arne nog dat stad in de sport drie keer meer zal investeren dan in de vorige legislatuur.
De juistheid van die bewering valt niet te controleren. De schepen geeft geen cijfers. Zegt ook niet waarmee hij vergelijkt. Met de begroting uit het vorige meerjarenplan 2014-2020? Of met de werkelijk gerealiseerde uitgaven? En: rekent hij er nog het jaar 2020 bij uit dat vorige meerjarenplan?
Persjongen Peter Lanssens heeft ook hier niet om nadere toelichting gevraagd…











Enkele meer bizarre actieplannen in de bestuursperiode 2020-2025

Als we bij een of ander van die rare plannen een specifiek budget vinden wordt dit vermeld. De nummering slaat op de beleidsdoelstellingen.

1.2.4. We organiseren eenmaal per jaar een wijkparlement. (Moest al gebeurd zijn.)
2.3.3. Er komt een fietscrèche (sic) in het winkel-en wandelgebied. (Daar is al lang sprake van. Men dacht ooit aan de gewezen pizzahut op de Grote Markt.) En de dienstverlening voor fietsers komt samen in 1 loket: de fietsambassade! Daarvoor vinden we een krediet van 10.000 euro per jaar.
2.5.6. We onderzoeken het nut van de invoering van een lage emissiezone.
(Schepen Weydts is niet echt enthousiast. Kreeg al heel wat te verduren met zijn fiets- en parkeerbeleid.)
3.2.8. We organiseren een eerste zintuigenwandeling doorheen de stad. (??)
3.5.2. We stimuleren het gebruik van van herbruikbare boodschappentassen.
3.5.3. We organiseren een plastiekvrije week.
4.2.3. We onderzoeken of er ruimte is voor een camping. Krediet: 50.000 euro, eenmalig.
4.4.2. We richten een ondernemingsraad op. (??)
4.5.2. We brengen plekken voor scale-ups in kaart. (??)
4.6.2. We onderzoeken het potentieel van een internationale school voor secundair onderwijs.
5.6.5. We introduceren de Kostenknipper. (??)
5.7.4.. We richten een wijkgezondheidscentrum op in overleg met huisartsen en experten. (In de vorige legislatuur niet gelukt.)
5.7.9. We stellen een vermissingsprotocol op voor mensen met dementie. (Ongetwijfeld een voorstel van de burgemeester.)
6.3.1. Er komt een nieuw cricketveld op de Lange Munte.
6.3.2. We onderzoeken de mogelijkheid van een privaat golfterrein. (Dit stootte vroeger altijd op een veto van de S.P.A.)
7.1.3. We organiseren een Grote Kuis in elke wijk. (??)
7.4.4. Er komt een digitale controlepost van de politie in het centrum van de stad. (Graag meer uitleg…)
7.4.5. We onderzoeken of er een nieuw brandweergebouw kan komen in Kortrijk. Grote kost! Ieder jaar een krediet van 1.117.800 euro.
7.5.4. We stellen een jongerenflik aan.
7.5.5. We richten een lokaal meldpunt op voor cybercriminaliteit.
(Is dit een taak voor een gemeentebestuur? Wie bedenkt er nu zoiets? Een misdrijf melden aan de stadsadministratie.)
7
.6.3. We gebruiken drones bij inbraken en brand.7.6.4. We testen nieuwe technologieën uit zoals bodycams en geluidsensoren. (Daar zijn ze dus: de camera’s die geluiden opnemen.)
7.9.6. We zorgen voor een hondenzwemvijver.
8.7.4. We organiseren een vaste en regelmatige openluchtcinema. (Taak voor een gemeentebestuur?)
9.1.6. De Veemarkt wordt mogelijks opgewaardeerd met een markthal.
Budget: 394.160 (2023), 1.875.280 (2024), 2.030.560 euro (2025).
9.1.9. Parking Groeningelaan verdwijnt en wordt groen.
Budget: 58.330 (2022), 861.670 (2023), 80.000 euro (2024).

Opbrengst van de terrasbelasting ?

Kortrijk heeft met ingang van 1 januari van dit jaar de terrasbelasting afgeschaft.
Het besluit hiertoe werd in de gemeenteraad genomen bij de bespreking van het nieuwe meerjarenplan 2020-2025, maar een apart debat over die opheffing is eigenlijk niet gebeurd.
Het belastingreglement op het plaatsen van terrassen is voor het laatst goedgekeurd in zitting van 14 december 2015 en sloeg wel degelijk op de aanslagjaren 2016 tot en met 2020. De tarifering was volgens een zonedefinitie ingedeeld in drie categorieën en ging van 5 euro per m² over 12,5 naar 30 euro per m², jaarlijks te betalen.
Dat is dus nu ongedaan gemaakt.

Volgens de jaarrekeningen bedroeg de vordering 58.662,50 euro in 2017 en 60.762,50 euro in 2018.
De jaarrekening 2019 is nog niet gekend (dat kan aanslepen tot in mei) maar schepen Arne (u weet wel: ook Vandendriessche genaamd) meent nu al zeker te weten dat de opbrengst voor 2019 zal oplopen tot 78.025 euro voor 205 horecazaken. (Op WTV hield men het op 70.000 euro. Journalistiek!)

Slaat dit bedrag puur op vorderingen of zijn dit alreeds werkelijk geïnde bedragen? (De invordering van de belasting geschiedt middels een kohier en niet met een contante betaling.)

Hoogst waarschijnlijk is men bij de stadsadministratie zeer opgelucht dat die belasting is afgeschaft. Wat een rompslomp moet het niet geweest zijn om telkenjare per horecazaak de hoogte van het belastingbedrag te bepalen. Stijgingen en dalingen van het aantal terrassen. Verkleinen en vergroten van de oppervlakte (en hoe meet men die m² als er geen afbakening is?) Bepalen van mogelijke vrijstellingen. En al die discussies op de Grote Markt…

Zou dit (kunnen) waar zijn?

Dat de fontein op het Schouwburgplein zal verdwijnen en men op die plaats een nieuw toeristisch informatiebureau gaat bouwen?
Wat er in elke geval verdacht lijkt is dat het College al minstens twee keer het besluit over de keuze van de site van dit bureau heeft verdaagd. Ook is het zo dat men in het algemeen van oordeel is dat zo’n toerisme-bureau moet komen op de ‘looplijn’ tussen het station en het centrum.

Hoeveel personen mogen inbreuken vaststellen op de Gas-wet?

We waren een beetje de tel kwijt, maar menen nu toch de actuele stand van zaken te kennen.
Bij het gemeentepersoneel zijn er eind vorig jaar 5 personen bijgekomen die geslaagd zijn in het examen (40 uur opleiding in maximum 10 dagen) om inbreuken vast te stellen die aanleiding kunnen geven tot het opleggen van een gemeentelijke administratieve sanctie (GAS).
Dat maakt in het totaal 25.

Bij de parkeerwachters van PARKO moeten we onderscheid maken. Van de 29 zijn er 12 die uitsluitend de “gewone” inbreuken op de Gas-wet mogen vaststellen.
Maar daarnaast zijn er nog 17 die specifieke inbreuken op het nieuwe art. 3,3° van de Gas-wet mogen vaststellen. Zij hebben nog een extra-opleiding gekregen van 8 uur zodat zij mogelijke overtredingen betreffende “stilstaan en parkeren” mogen vaststellen (en dat zijn er véél, en de boetes brengen goed op). Plus nog de overtredingen van de verkeersborden C3 (verboden toegang) en F103 (voetgangersgebied) zoals vastgelegd door camera’s.
Het lang gekoesterde streefdoel is dus bereikt: alle parkeerwachters zijn ergens bevoegd voor de toepassing van de Gas-wet.

Merk nog op dat politieambtenaren, agenten van politie en bijzondere veldwachters bevoegd blijven om inbreuken op de Gas-wet vast te stellen.
In dit verband doet er een gerucht de ronde dat er tussen politie en parkeerwachters alhier een soort een soort taakverdeling bestaat.
Personeel van Parko zou zich uitsluitend bekommeren om eventuele inbreuken op plaatsen met een specifiek parkeerregime, en daarom ook slechts optreden tussen 9 en 19 uur. De rest van het grondgebied is dan prioritair weggelegd voor de politie. (Dit is dus een gerucht.)

Dat nieuw te bouwen stadion KV Kortrijk zal ons niets kosten, niets!

De burgemeester heeft het al een keer gezegd, en onlangs (Het Laatste Nieuws, 28 december) heeft de schepen van sport Vandendriessche (zeg maar Arne) het nog een keer bevestigd: stad zal het project “faciliteren”, maar niet financieren.

We hebben zoiets al een keer gehoord.
“De Warmste Week” zou ons ook niets kosten, want stad zou enkel ‘logistieke steun’ verlenen aan de actie. De kostprijs voor die steun (‘faciliteren’ genaamd) is uiteindelijk uitgedraaid op zoiets als 443.000 euroots, waarbij men in die som nog vergeten heeft de werkuren van het stadspersoneel te verrekenen.

De bouw van het nieuwe zwembad op Kortrijk Weide heeft stad ook gefaciliteerd. Stad zette een publiek-private samenwerking (PPS) op touw met de firma S&R uit Leuven. Dat is niet zonder slag of stoot verlopen. Na het gehakketak met de mislukte concurrentiedialoog is men overgeschakeld op een onderhandelingsprocedure. Wat de begeleiding van die voorbereidende fase allemaal heeft gekost, daar hebben we het raden naar. En het DBFMO-contract met S&R (intussen Lago) was dermate ingewikkeld dat stad externe juridische hulp én externe trajectbegeleiding heeft moeten inroepen. Kostprijs? Volgens onze laatste (verouderde?) gegevens: 317.018 euro (waarvan 184.952 euro door Kortrijk gedragen en de rest door Zwevegem). Dat is wat me noemt: faciliteren.

Voor de bouw van het voetbalstadion op Evolis laat Vincent Tan, de Maleisische eigenaar van de club niets meer van zich horen. Volgens schepen Arne vertoont hij een gebrek aan professionalisme en is hij zelfs niet te vertrouwen. (We raden het schepen Arne volledig en ten strengste af om naar Maleisië op reis te gaan!)
Tan verliest dus zijn voorkeurrecht en stad zal nu een PPS-constructie opzetten met één of meerdere privé-partners. Waarschijnlijk weer met DBFM-contracten. Dat wil zeggen dat de private partner(s) instaan voor design, build (bouwen), finance (financiering) en maintain (onderhoud).
Dat – het faciliteren van het project – zal stad (dat zijn wij) dus allemaal geen cent kosten. (Vergeet dit nooit!)
Er is blijkbaar al een soort masterplan ontworpen door B-architecten. Door wie gefaciliteerd? Door wie is dat betaald?

P.S.
KVK (Kortrijk Voetbalt) krijgt dit jaar een investeringstoelage van 150.000 euro en een werkingstoelage van 240.047 euro. Het gebruik van de terreinen en tribunes is nog altijd gratis. Dat staat nooit in de gazetten en zal er ook in de toekomst nooit te lezen vallen.

Realisatiegraden in investeringen (3)

Ja, we hebben het over realisatiegraden, in het meervoud.
– Men kan bijvoorbeeld de totale investeringsuitgaven van een gemeente in ogenschouw nemen. Dan neemt men niet enkel de materiële investeringen (gebouwen, wegen, enz) en de immateriële vaste activa (concessies, ontwikkelingskosten) mee in de som, maar ook de financiële vaste activa (bijv. onze participatie in Gaselwest) en de toegekende investeringssubsidies (bijv. aan kerkfabrieken). Dat zijn dan vier soorten van investeringsuitgaven. Vier.
Dat is wat het Kortrijkse schepencollege ons voorhoudt als de tripartite een keer triomfantelijk wil uitpakken met een hoge realisatiegraad.
– En om ons – onwetenden – helemaal te beduvelen ook nog investeringen incalculeert van andere autonome bedrijven.
– Een andere mogelijkheid is dat men enkel rekening houdt met immateriële een materiële vaste activa. Dat is bijv. wat het adviesbureau BDO heeft gedaan met zijn stilaan berucht onderzoek naar de realisatiegraad van de investeringen in Vlaamse steden en gemeenten.
– Nog een andere, weliswaar ongebruikelijk rekenmethode (in Gent?) zou er kunnen in bestaan om te werken met het saldo van investeringsuitgaven en -ontvangsten. De netto-investeringen.

– Omdat de andere investeringen nogal wispelturig zijn (jaar na jaar wisselen of in kleinere gemeenten gewoon niet niet voorkomen) kan men zich zelfs louter beperken tot de materiële vaste activa. Wat heeft het bestuur verwezenlijkt inzake werken? Dat is wat de burger het meest interesseert toch? (Kortrijk is veel veranderd!)

Zoals vroeger al eens gezegd, vragen we ons af of er ergens een officiële regel is ingevoerd die gemeenten oplegt welke soorten van activa men dient te betrekken bij de berekening van de investeringsgraad. De totale of niet?

– En nu!
Ander probleem is welke ratio (verhouding) men dient te gebruiken voor die berekening. De kwestie van de samenstelling (de som) van de teller en de keuze van de noemer! Moet men de daadwerkelijk gedane investeringen afzetten tegenover het geraamde eindbudget (dus na budgetwijzigingen) of integendeel tegenover het initieel goedgekeurde budget? Dat is het budget waarmee besturen aan het begin van een begrotingsjaar altijd met trompetgeschal mee uitpakken en hierbij kritiekloos worden gevolgd door de plaatselijke pers. Maar in het laatste het geval dan (vergelijken met het oorspronkelijke bedrag) komen de gemeenten er niet zo goed uit…Ze doen dat dus nooit.

Voor het Kortrijkse budget en de jaarrekening 2018 hierna enkele uitkomsten.

1. De ratio van de totale waarlijk gedane investeringsuitgaven (jaarrekening) tegenover het geraamde eindbudget.
Dat is dus de Kortrijkse methode. Dan stellen we het bedrag 26,16 M tegenover 36,81 M. Realisatiegraad is dan 71,0 %.
Pendant is de procentuele afname van de verhoopte en waarlijk verwezenlijkte investeringen: -28,9 %. (Rij eens met de fiets een berg af met zo’n hellingspercentage…)
2. De ratio pure materiële gedane investeringen tegenover het eindbudget.
Dan heeft men zich ietwat beraden. Nu zijn de immateriële, financiële en investeringssubsidies uitgeschakeld.
We stellen dan (slechts) 23,85 M tegenover 36,81 M. De uitslag is al minder vleiend: een realisatiegraad van 64,7 %.
3. De ratio totale gedane uitgaven tegenover het initiële budget.
– We maken de uitslag nog minder vleiend. De verhouding is nu 26,16 M tegenover niet minder dan 49,28 M. (Want waarlijk: nog voor het jaar 2018 begon raamde men de investeringsuitgaven op 49.280.797 M. Een verkiezingsjaar!)
Realisatiegraad? 53,0 %. U zal noch de schepen van Financiën (Kelly), noch de burgemeester betrappen op het gebruik van deze berekeningswijze. Die ontmaskert volkomen de grootspraak va,n het zgn. investeringscollege.
– We kunnen het nog erger maken en enkel rekening houden met de verwezenlijkte materiële vast activa. Dat is namelijk wat de mensen concreet zien gebeuren aan werken. (Wat is onze stad veranderd zeg! Verlaagde Leiekaaien!)
De verhouding is nu 23,85 M / 49,28 M. Uitkomst: 48,3 %. Een procentuele afname van niet minder dan 51,6 %. Dat komt zeker nooit in de gazetten!
4. De afname van de netto-investeringen
Ja, dat zou men ook eens kunnen bekijken. Even nagaan wat de evolutie is van het verschil tussen de gedane investeringsuitgaven en het de werkelijk verkregen ontvangsten.
– Het initiële saldo bedroeg 33.42 M.
– Het eindbudget 23,03 M.
– En in de jaarrekening had men het over… 15,97 M.
Zie eens die afname van wat de investeringen aan Stad zelf hebben gekost.
– Van het oorspronkelijke budget naar het eindbudget is er een daling van min 31,0 %.
– Van het eindbudget naar het werkelijke saldo: min 30,6 %.
– En hou u vast: van het oorspronkelijke saldo naar het saldo in de jaarrekening: min 52,12 %.
Wat een investeringscollege was met dat !

Zo. Nu hebt u alles gehad.
Dank u voor het kijken.




Die realisatiegraad van de investeringen – om gek van te worden (2)

(Zie nog vorig stuk.)
Op basis van gegevens van het adviesbureau BDO (dat zich blijkbaar baseerde op cijfers van de Administratie Binnenlands Bestuur) lieten de kranten voor onze stad Kortrijk dan weten dat de investeringsgraad voor materiële vaste activa alhier ter stede 74 procent bedroeg in 2018. Kortrijkwatcher weet niet hoe men daarbij komt.

Wij doen nu beroep op cijfers zoals die voorkomen op de officiële website van Stad om – weliswaar diverse – investeringsgraden te berekenen. Want dat is juist een groot probleem: nergens is te vinden welke ratio gemeenten en steden hanteren (of officieel dienen te gebruiken) om zo’n investeringsgraad te berekenen.
Als ze die al in de jaarrekeningen berekenen, want meestal gaan gemeentebesturen achteraf niet al te fier op hun reële verwezenlijkingen op dit gebied.

Nu, eerst de bedragen dus, voor ons Kortrijk, in het jaar 2018. Het jaar 2019 is natuurlijk nog lopend en het zal nog maanden duren eer we de ware toedracht van de gedane investering voor dit jaar kennen. En de lokale pers zal er niet over reppen, maar dit weerom geheel terzijde.

Initieel of oorspronkelijk budget 2018 (goedgekeurd in de gemeenteraad van 11 december 2017).
Het College staat voor een nieuw begrotingsjaar en wil daarom beloftevol groots uitpakken. De kiezer epateren. (2018 is trouwens een verkiezingsjaar.) Prof. Filip De Rijnck (een Kortijkzaan) zei het in dit verband nog: “Er zit soms politieke marketing achter: gemeentebesturen doen alsof ze grote plannen hebben.”
– De uitgaven worden – voor wat komen gaat – dolenthousiast geraamd op 49.280.797,00 euro. (De lokale pers kan vindt daar geen graten in.)
– Over de mogelijk ontvangsten (subsidies van hogere overheden en verkopen van patrimonium) is men ook overmoedig positief: men hoopt op 15.859.599,00 euro.
– Het saldo (uitgaven min ontvangsten), of het door Stad zelf werkelijk te besteden geraamde bedrag is dus 33.421.198,00 euro.

Eindbudget 2018 (in gemeenteraad van 10 december 2018 goedgekeurd).
Het schepencollege is intussen al wat ontnuchterd. De werken liepen minder vlot dan verwacht? Een of andere verkoop ging niet door? Er is misschien wat geld tekort zodat een voorgenomen project wordt uitgesteld? Eén of meerdere budgetwijzigingen blijken soms nodig?
In Kortrijk was er in 2018 op de valreep slechts één budgetwijziging, zedig vertolkt als zijnde een “betere inschatting van transactiemomenten”. Er is 12,4 miljoen “doorgeschoven” naar volgend jaar. (Tsja. Een stad is geen huishouden hoor.)
– De (nog altijd geraamde) uitgaven worden uit de aard der zaak naar beneden bijgesteld: 36.812.978,16 euro. Maar dit gaat tevens om immateriële vaste activa én investeringssubsidies.
– Bijhorende subsidies blijven uit of verkopen gaan niet door…
De ontvangsten dalen naar 13.777.692,90 euro.
– Het saldo wordt nu ook kleiner: 23.035.285,26 euro.

Jaarrekening 2018 (gemeenteraad van 17 juni 2019)
Het jaar is al lang voorbij. De harde waarheid komt nu aan het licht. De werkelijke bedragen (transacties) zijn eindelijk gekend.
– Totale aangerekende uitgaven : (slechts) 26.161.987,34 euro.
Maar! Enkel voor materiële vaste activa: 23.851.182,76 euro.
– Gedane ontvangsten vallen ook tegen: 10.191.627,39 euro.
– Saldo: 15.970.359,95 euro.

Aan de hand van bovenstaande cijfergegevens gaan we in een volgende editie over tot enkele berekeningen van de realisatiegraad van investeringen in 2018. Want zoals u ziet zij er meerdere ratio’s mogelijk. Niet te doen, zolang A N-VA-schepen van Financiën Kelly Detavernier geen klaarheid schept.