Wat de raadsleden zoal denken over die Kortrijkse bevraging (de vierde) over het doven van de openbare verlichting (2)

In de vorige editie van deze alternatieve stadskrant konden we u – niet zonder het bij deze elektronische krant geheel passende leedvermaak – vertellen dat het stadsbestuur een flagrante fout had gemaakt in de formulering van de oorspronkelijke versie van de eerste vraag van het op til zijnde “referendum”. Die over het al of niet doven van de openbare verlichting gedurende bepaalde nachtelijke uren, op bepaalde nachten, maar NIET op bepaalde plaatsen.
De onwaarschijnlijke, onthutsende fout bestond erin dat men kiesgerechtigden de indruk gaf dat heel de zaak enkel maar een kwestie was van de wil om al of niet energie te besparen. Het antwoord op die eerste vraag werd aldus aangestuurd. Kortrijkzanen die absoluut niets meer wilden weten van het uitdoven van de lichten kregen aldus de indruk dat ze toch wel grote, onverantwoorde geldverspillers waren. (De kosten werden zelfs toegelicht.) De vileine Schadenfreude bij onze redactie had een gegronde reden: de fout werd namelijk ontdekt door externe “profs-specialisten” in vormen van ‘lokale democratie’. Van schepen Wouter Allijns (noch van de burgemeester) mochten we weten om wie het ging. (Kortrijkwatcher heeft een sterk vermoeden dat het net om die ‘specialisten’ gaat van de UGent die onlangs de opdracht kregen om de Kortrijkse zgn. “referenda” te evalueren. Wie anders?)

Deplorabel is even wel dat die broodnodige rechtzetting eigenlijk al te laat kwam. Alle media hadden immers al op 31 augustus breedvoerig bericht over die subjectieve vorm van bevraging. Met de nadruk op de (blijvende) besparing die gepaard gaat met het doven van de openbare verlichting.

En zo komen we tot de gemeenteraad van 11 september waarbij de raadsleden de gelegenheid kregen om de bevraging al of niet goed te keuren.

De eerste interveniënt was Jean De Béthune (CD&V). En voor de zoveelste keer deed hij er zijn beklag over dat de vraagstelling van het ‘referendum” alweer eerst is gepubliceerd in de media én op de website van Stad en dit terwijl (net door zijn toedoen) na veel gezaag daarover in vorige gemeenteraden was bekomen dat de raadsleden als eersten de gelegenheid zouden krijgen om te stemmen over mogelijke vragen die zouden voorgelegd aan de bevolking.
Fundamenteel was nog zijn opinie dat het onderwerp zelf niet echt geschikt is om over te laten aan de publieke opinie. Beleid moet gevoerd worden. Veiligheid moet niet publiekelijk afgemeten worden aan mogelijke energiebesparingen. Voorts vond Jean dat het bestuur bij de berekening van de kosten er “een potje” van gemaakt had. Het is allemaal veel complexer dan voorgesteld.

Volgend sprekerd was Matti Vandermaele van Groen.
Hij is wel degelijk voorstander van participatie (daar niet van) maar – zoals hij al opmerkte bij de bespreking van een vorige bevraging – is het ‘referendum’ naar zijn mening geen geschikt instrument is om beleid te voeren. De vraagstelling is immers noodzakelijkerwijze te simpel voor het voorliggende probleem. Ten gronde evenwel is een referendum eigenlijk des duivels: het zet alleen maar mensen en groepen van mensen tegen elkaar op.

Het Vlaams Belang had volgens voorzitter Helga Kints het agendapunt niet ter bespreking gesteld, maar raadslid Carmen Ryheul nam toch te woord. Voornaamste punt van haar betoog was dat er belangrijker thema’s zijn voor te leggen aan de Kortrijkanen maar dat het bestuur die niet aandurft. Zij verwijst ook naar het feit dat het bestuur zijn engagementen niet nakomt: de vele suggesties die indertijd bij het eerste referendum over autoloze zondagen binnenliepen werden nauwelijks bekeken.

Onafhankelijk raadslid Jacques Demeersseman is aan de beurt en dat betekent meestal heibel.
Hij vraagt naar cijfermateriaal over de impact van de veiligheid bij het doven van de verlichting. (Op de raadscommissie van 5 september luidde het dat die gegevens (nog) niet ter beschikking waren.) Geen antwoord. (In het Stadsmagazine van oktober is sprake van een status quo inzake verkeersongevallen en inbraken en een stijging van het onveiligheidsgevoel.)
Raadslid Demeersseman wil ook wel eens weten waarom er nog altijd moet gereserveerd worden om toegang te krijgen tot het recyclagepark in Heule, terwijl deze regel in het vorige ‘referendum’ over “Nette Stad” met een grote meerderheid werd verworpen. Geen antwoord.
Hij zal die vraag later op de avond in het kader van de replieken met veel nadruk nog een keer stellen. Na enige aarzeling antwoordt burgemeester Ruthie Vandenberghe (bevoegd voor afval) dan toch met een ongemeen kort antwoord: “heel binnenkort“.
Stuitend is dat.

Over het nogal accidentele einde van de zitting hadden we het al in onze vorige editie.
Om 22u25′ maakt voorzitter Helga Kints een abrupt einde aan de replieken door het (geamendeerde) voorstel van de bevraging ter stemming te brengen.
16 leden tegen (de volledige oppositie), 23 voor.
Eigenlijk is dat voor de Kortrijkzanen wel van belang te weten dat er bij de raadsleden niet de minste consensus is over de bevraging. Dat zo’n plan tot raadpleging van de bevolking de partijgrenzen niet overstijgt. Maar de pers geeft weer geen kik.