Leopold II als poetsenbakker (2)

Koning Leopold II was weer eens voor de zoveelste keer afwezig geweest in Brussel en zo rond begin van de jaren 1900 begonnen ministers van de regering De Smet de Naeyer dat echt beu te worden. Men durfde zelfs te eisen dat hij minimaal vier dagen per week zou aanwezig te zijn in de hoofdstad van zijn koninkrijk. Dit tot groot ongenoegen van L<II>.
Hij liet dan ook geen gelegenheid voorbijgaan om de politici een flinke poets te bakken.
Dat ondervond bijvoorbeeld de Kortrijkzaan Julien Liebaert, minister van Spoorwegen in de jaren 1899-1907.
En dit vertelt Johan Op de Beeck in zijn magistraal werk gewijd aan “Leopold II” op de pagina’s 649-651 (we parafraseren de auteur ietwat):

Leopold kwam weer eens na enig absenteïsme met zijn koninklijke trein terug uit Parijs en had daarbij heel lang moeten wachten voordat hij het Brusselse Zuidstation had kunnen binnenrijden. Daar zou minister van spoorwegen Liebaert voor boeten.
Alreeds de volgende dag kreeg hij een telefoontje dat men hem voor een audiëntie in Laken per auto zou komen ophalen in de Wetstraat.
Liebaert was hiermee zeer verguld. Nog meer toen hij na het (onschuldige) onderhoud tot zijn groot genoegen zag dat hij teruggebracht zou worden in de spectaculaire auto van het koninklijke wagenpark. Een Mercedes Simplex, een crèmekleurig monster met goudkleurige koplampen en gecapitonneerde fauteuils van rood leer. Trots als een pauw, door voorbijgangers bewonderd nagekeken, reed Liebaert Brussel binnen. Maar uitgerekend in de Paleizenstraat ging het mis. Panne! De wagen viel stil. In een oogwenk werd het gevaarte omringd door een volkstoeloop. Gegeneerd moest de minister wel uitstappen. Daarbij moest hij onder hoongelach van de omstanders navragen waar de dichtstbijzijnde tramhalte was.

De panne was doorgestoken kaart.
De chauffeur had van Leopold opdracht gekregen om met een quasi lege benzinetank weg te rijden uit Laken.
Bij een volgende gelegenheid dat ze elkaar opnieuw ontmoeten maakte de vorst daar geen geheim van en kreeg de minister de les om het spoorverkeer voortaan wat stipter te laten rijden. “Eh bien, nu weet u eens hoe het voelt om pech te krijgen,” kreeg Liebaert (in het Frans) te horen.
Leopold, de poetsenbakker !

P.S.
De dikke nek van de Kortrijkzaan Liebaert ging verscholen onder geweldig grote bakkebaarden.

Leopold II, de poetsenbakker (1)

Wie had dat gedacht, dat de wereldbekende koning niet enkel vileine trekken had, maar ook grappen kon uithalen.
In het recent verschenen vuistdikke boek “Leopold II” vertelt Johan Op de Beeck op de pag. 649-651 een verhaaltje dat een Kortrijkzaan misschien wat kan bekoren.
In Kortrijk is er namelijk een Julien Liebaertlaan en Julien speelt een slachtofferrol in de grappige anekdote. Julien was vele jaren geleden een volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Kortrijk, verder nog senator, minister van State, en kreeg zelfs – net voor zijn dood – de erfelijke adeltitel van baron.
In de jaren 1899-1907 was hij in de regering De Smet de Naeyer minister van Posterijen, Spoorwegen en Telegrafie, en het is in die rol dat hij fungeert in de poetsenbakkerij van Leopold.
We vertellen hier het verhaaltje ook nog omdat er in Kortrijk (Heule) een straat is vernoemd naar de beroemde en beruchte koning die ons land volgens de royalisten Congo-Vrijstaat heeft “geschonken”. De straatnaam wordt straks overigens gewijzigd in Rosa Laperestraat.
Dit ter inleiding en ter motivering van de publicatie alhier van de practical joke .

Zie onze volgende editie.
Komt er nog vandaag aan.

Over het inhoudelijke concept van de kunst- en tentoonstellingssite Groeningeabdij (6)

Abonnees van onze digitale stadskrant weten al een en ander over het bouwconcept van de site. Dat er eind maart een studieopdracht is gegund aan een Tijdelijke Vereniging van drie bureaus die we gemakshalve de naam geven “TV Sentimentele Monumentaliteit”. Het bouwproject op zichzelf wordt geraamd op 8,76 miljoen euro, excl. BTW terwijl het totale beschikbare projectbudget komt op 13,78 miljoen, dankzij een gigantische Vlaamse subsidie (7 miljoen) van de als cultuurbarbaar bekend staande minister-president Jan Jambon.

De inhoudelijke kant van de in te richten site staat onder leiding van het Team van curator en uitgever Gautier Platteau (GP) gevestigd in Kortrijk.
Het concept laat zich ongeveer als volg samenvatten (we citeren woordelijk maar wat ingekort, en met ons excuus voor de woordkramerij):
“De Groeningeabdij wordt een hybride mix van een kunsthal, een museum en een living (sic) voor de hele stad. Het is een bruisende ontmoetingsplaats; een oord van verwondering en de coolste speelplek van de stad in één. Het toont lokale verzamelingen naast topkunst en laat net zo goed kleine kinderen cureren als grote namen. Groeningeabdij onderzoekt met open geest wat ons als mensen definieert, onderscheidt en verbindt.
In spraakmakende tentoonstellingen en inspirerende participatieve trajecten verkent de Groeningeabdij, geïnspireerd door het verhaal van 1302, alle kanten aan het thema ‘identiteit’. In de stadsliving worden bezoekers in een nieuw soort museale ruimte verwelkomd.
De site wordt niet opgevat in een klassiek (stads)museumarchitectuur met ruim onthaal en betalend parcours maar als een huis met verschillende kamers die elk een eigen sfeer en programma hebben.”


De vijf kamers kunnen als volgt worden getypeerd:
1. Het paviljoen: sociaal, café, verassing, aantrekking, de magneet, de eetkamer.
2. Het dormitorium: gezellig, salons, ontmoeten, mini-tentoonstellingen.
3. De kloostergang: collectiepresentatie, overzicht, wisselende selecties.
4. De kapel: rustig/stilteplek, wisselende presentaties in combinatie met collectie.
5. De tentoonstellingszaal: state-of-the-art ruimte voor tentoonstellingen.

Wellicht moeten we er nog even de nadruk op leggen dat het definitief ontwerp pas volgende jaar in september/oktober zal worden goedgekeurd, dat de werken pas zullen starten in zomer 2022 en dat pas in 2024 wordt begonnen met de “nazorg”, de verhuis en de opbouw van de openingstentoonstelling.

Er zijn immers onvoorstelbaar vele actoren gemoeid met het project.
Niet enkel het team GP en het ontwerpteam “Sentimentele Monumentaliteit”, maar ook het team Musea, het team Gebouwen, het team Openbaar Domein, het team Historisch Hart van Kortrijk, en het politieke team bestaande uit o.a. de directeur Vrije Tijd, de schepen van cultuur Axel Ronse en het kabinet, het team Bouwen, Milieu, Wonen, het team IT, het team Financiën.

Verder werden en worden er diverse interne en externe stakeholders bevraagd zoals de ontwerper van het Begijnhofpark, de Academie, het Agentschap Onroerend Vlaanderen, de adviseurs Integrale Toegankelijkheid (te weten: Hanne Van Beneden, SAPH, Inter), de vastgoedcoördinator.
Hopelijk hebben we niemand vergeten.

De keuze van de studiebureaus met ontelbare beoordelaars (vroeger al een keer vermeld) had ook al wat voeten de aarde, wat moet dat dan nog worden met de keuze van de aannemer(s) en onderaannemers…

Nieuwe kostenraming van de site Groeningeabdij (5)

Ja, dat is al het vijfde stuk gewijd aan het prestigieuze project om van de Groeningeabdij en omgeving in het Begijnhofpark een kunst- en tentoonstellingssite te maken. En er zullen nog veel stukjes volgen aangezien de opening van de tentoonstelling pas wordt verwacht in 2024.

Men is wel al minstens van in 2019 in de weer met het project. En toen al vermoedden wij sterk dat de studieopdracht zou gaan naar een Tijdelijke Vereniging (TV) van drie bureaus, te weten Barozzi/Veiga (uit Barcelona), Koplamp-Architecten (Roeselare) en Tab Architects (Gent).
Om niet telkens de namen van de drie studiebureaus te moeten opsommen hebben we de groep de naam “TV Sentimentele Monumentaliteit” gegeven. En dit omdat zij in hun hoogdravende motivatietekst bij de gunning van de studie (30 maart 2020) hun ontwerp zelf beschreven als zijnde een getuigenis van architecturale “sentimentele monumentaliteit”. (We vinden dat niet uit hoor. Die tekst bevatte ettelijke eerder potsierlijke toelichtingen, waarvan we één voor de rest van ons journalistieke leven zullen onthouden: “De context bepaalt onze ingreep en de ingreep versterkt de context.”)
Allez, we gaan verder. U wil weten wat het ons gaat kosten.

In oorsprong bedroeg het voorziene projectbudget van stad 6,78 miljoen euro. Maar er is recent een subsidietoezegging gekomen van de Vlaamse Overheid (van de als cultuurbarbaar bekende Jan Jambon) van 7 miljoen, zodat het beschikbare budget nu verhoogd is tot 13,78 miljoen. (Voor onze wat oudere lezers: zowat 551 miljoen Belgische franks.)
Het bouwbudget op zichzelf (er is nog een “inhoudelijke” projectkost!) wordt nu geraamd op 8.761.198 euro (excl. BTW), want door de verhoging van de bouwkost is het ereloon (12,5 procent) voor de TV “Sentimentele Monumentaliteit” opgelopen tot 1.359.097 euro (incl. BTW).

In de scope van fase 1 zit de volledige aanpak van de Groeningeabdij met inbegrip van volgende onderdelen:
– nieuwbouwpaviljoen (café – “stadsliving”) met onderkeldering voor sanitair, horeca en ruimte voor kinderen;
– dormitorium met de salons van de stadsliving en op de verdieping een workshopruimte;
– 19de-eeuwse kapel met tentoonstellingsgang en op de verdieping een auditorium en meeting room;
– 16de-eeuwe kapel als tentoonstellingsruimte;
– ondergrondse tentoonstellingsruimten;
– herenwoning, dienstig als administratief gebouw.

Wat is er evenwel in deze fase NOG NIET voorzien?
De renovatie van de oude wasserij en de restauratie van enkele erfgoedelementen in het park (een muur, een grafmonument).
De kostenraming zal dus nog evolueren en dan wordt het nog wachten op de gunning aan de aannemers (pas in maart 2022) en later nog op de werkelijke prijs bij de oplevering. De echte bouwkostprijs zullen we hoogstwaarschijnlijk te weten komen in – laat ons zeggen – het jaar 2026.

P.S.
Over het inhoudelijke concept nog even wachten op een volgende editie van deze elektronische stadskrant.





Er komt een koesterhuis en – winkel in Kortrijk

Er is er al zo’n huis in Antwerpen. En nu komt er dus ook een in onze stad. Hoe men daartoe is gekomen weten we niet, maar vandaag was er blijkbaar een openluchtpersmoment van de burgemeester en een schepen op de hoek van de Lange-Brugstraat en het Boerenhol (achter het Overbekeplein).
Morgen gazetten lezen!

Twee woningen aldaar (de nrs. 1 en 2) met daarachter 11 garageboxen zijn eigendom van stad. Vanwege de slechte staat zijn de woningen niet meer te verhuren. Het stadsbestuur weet nog altijd niet wat ermee aan te vangen, zelfs niet in het kader van het grootse vernieuwingsproject van “historisch Kortrijk” tussen Sint-.Maartenskerk en O.L.Vrouwkerk.
In elk geval moet er vanaf eind 2022 toch iets gebeuren met die site. (Ooit werd eraan gedacht om die woningen en boxen te slopen zodat de toegang tot het Begijnhofpark aldaar wat meer allure zou krijgen.)
Nu wordt het nr. 1 dus tijdelijk verhuurd aan de Antwerpse vzw BERREFONDS (berre=beertje), een soort liefdadigheidsorganisatie van vrijwilligers die ouders en familieleden die een baby of kind verloren een warme steun wil verlenen om hun immense verdriet enigszins te verwerken.
De woning krijgt de naam “Koesterhuis” en men kan er op zaterdag en/of zondag terecht voor meer info en steunverlening, of een ontmoetings- en babbelmoment. Start van de werking op 2 januari. Openingsuren te vinden op de website van de vzw.

De vzw huurt de woning sinds 1 november dit jaar en dit tot 31 oktober 2022.
Officiële opening op 20 december. Aangezien de vzw instaat voor de opfriswerken is de huurprijs laag gehouden: het eerste jaar 50 euro per maand, het tweede jaar 100 euro. (Blijkbaar sluit het Koesterhuis toch ieder jaar enkel maanden want stad verwacht slechts 700 euro aan inkomsten in 2021 en 1.000 euro in 2020.)

Voor de werking van de vzw Berrefonds: zie alleszins hun website.
Er is een “koesterweek” voorzien van 13 tot 20 december en een verkoop van 2.500 warme sjaals (in samenwerking met Veritas).
Corona bedreigt evenwel de concrete uitvoering van allerhande acties…




Staat de koffie klaar?

In juli 2020 sloot het schepencollege met de firma Selecta Pelican (Antwerpen) een raamovereenkomst af voor de levering, de plaatsing en het onderhoud van koffietoestellen en de aankoop van gemalen koffie.
Het contract heeft een looptijd van 5 jaar.
Het gaat om 108 toestellen van het type tafelmodel en het type thermossysteem. De jaarlijkse huur van de toestellen kost nu 45.000 euro, incl. BTW.
De jaarlijkse aankoopprijs van de koffie wordt nu geraamd op 37.735 euro, of 40.000 euro met BTW.
Blij om te weten!
Méér weten?
De opdracht dateert eigenlijk al van in december 2019. Wegens het hoge bedrag van de raming (929.303 euro!) moest de opdracht Europees bekendgemaakt. Er waren 5 offertes waarvan 2 niet aanvaard.
Hoeveel de offerteprijs van Selecta Pelican bedroeg is niet gepubliceerd.

Een gemeenteraad die 6 uur, 23 minuten en 30 seconden kan duren (2)

Aan die langdurige Raad van 9 november hebben we al een keer een stukje gewijd, op zoek naar redenen die de duur ervan kunnen verklaren.

De zitting van de maand november was weer eens omwille van de corona-bedreiging virtueel-digitaal georganiseerd (iedereen zit dan voor zijn PC thuis) en dit zorgt toch wel voor veel vertraging.
Er zitten nogal wat digibeten in de Raad die niet kunnen werken met een elektronisch systeem dat alhier in Stad in voege is en bekend staat als “e-decision”. Laatst hoorden we een raadslid dat zijn micro had laten openstaan tot tweemaal luidkeels vloeken omdat hij er niet in slaagde zijn stem uit te brengen. (Men kan zijn stem dan alleen nog kenbaar maken via het sturen van een email naar de algemene directeur, wat tijd vergt.)
Als er niet per fractie wordt gestemd maar wel hoofdelijk, dan duurt het erg lang eer de uitslag binnen is bij de voorzitter van de Raad. In de laatste gemeenteraad hebben we zo twee hoofdelijke stemmingen gehad die telkens toch minstens 4 minuten in beslag namen.

Er zijn ook raadsleden die zich even wat beter zouden bezinnen over de vraag of zij inderdaad wel iets gaan zeggen en hoe ze dat dan zullen doen.
Zo kent onze ervaren, beslagen gemeenteraadwatcher twee raadsleden waarvan hij helaas objectief moet vaststellen dat zij het woord nemen om er daarbij telkens blijk van te geven dat zij eigenlijk niks te vertellen hebben, ofwel de kunst verstaan om eventjes naast de kwestie te praten. Het gaat om de twee fractieleden van de N-VA. Tja. Beleefdheidshalve noemen we geen namen. Gelukkig houden zij het altijd kort.

Het tegenovergestelde doet zich ook voor.
Zo’n schepen als Philippe De Coene (SP.A) heeft wél iets te vertellen maar hij doet dat immer zo breedvoerig, zo breedsprakerig dat je je het als raadslid zou ontzien om even een punt naar voor te brengen over een of andere sociale materie.
Bij interpellaties van beperkte aard heeft de schepen 4 minuten de tijd om te antwoorden. De Coene heeft zich daar in de zitting van november geen enkele keer aan gehouden. Telkens opnieuw (driemaal) haalde hij de vijf minuten. Daarbij heeft de nieuwe voorzitter Helga Kint het slechts één keer gewaagd om hem te vragen om “af te ronden”. Soms is een werklustig raadslid dan nog zo vermetel om een tussenvraag te stellen en dat geeft de vroegere OCMW-voorzitter dan weer in zijn repliek de gelegenheid om in het lang en het breed, op een imponerende en gedragen toon zijn gedegen kennis tentoon te spreiden. Het duurt dus wel even.
Matti Vandemaele dan, van Groen.
Hij houdt zich door de bank genomen wel aan zijn spreektijd, maar wat een babbelaar is me dat zeg! Wat een spraakwaterval! (Mensen die hem meemaken op de trein naar Brussel vertonen naar het schijnt wel eens de drang om een andere wagon op te zoeken.) In zijn replieken weerhoudt hij er zich doorgaans niet van om nog een keer te herhalen wat hij al eerder had gezegd. Iemand moet hem daar toch een keer op wijzen…

De gemeenteraad van 9 november is occasioneel dan ietwat verlengd door enig extern gedrag van twee bewindvoerders.
Vooreerst door het feit dat minister Vincent Van Quickenborne het lef had om zich in een zondagmiddagnieuws op WTV nog voor te stellen als burgemeester van Kortrijk en daarbij de suggestie wekte dat hijzelf ervoor had gezorgd dat omwille van COVID-19 het winkelcentrum K in Kortrijk die dag gesloten bleef.
Dan was er nog het zelden geziene feit dat een schepen, met name de als zeer ijdel gekende Axel Ronse (N-VA) het bestond om een Kortrijks (moslim)burger in de sociale media uit te schelden en nog voor de rechtbank te slepen ook. Ongezien! Interventies van het Vlaams Belang over deze unieke optredens konden niet uitblijven. Andere fracties van de oppositie hielden zich volledig op de vlakte. Dat was dan wel even een tijdwinst in de Raad…

Het is nog wat te vroeg om een oordeel te vellen over het tijdsgebruik van onze nieuwe waarnemend voorzitter Ruth Vandenberghe. Wel is duidelijk dat zij nog niet echt beslagen op het ijs komt en zich daarom angstvallig houdt aan het voorlezen van een nogal langdradig en kurkdroog, “ambtenaarees” opgesteld papier van haar kabinet en/of een ambtenaar. Dat is de vis in het water verdrinken. Zal zij dat in de nabije toekomst wel afleren?










Ons Kortrijks Staatsblad slaat de bal mis

Even onze serie over de lange gemeenteraad van november onderbreken want we lezen absoluut niet graag totaal verkeerde berichten in ons gewaardeerd eigenste Staatsblad, de regionale editie van HLN, genaamd “Leiestreek”.
Er komt een openbaar onderzoek naar aanleiding van de (voorlopige) goedkeuring van de straatnaamwijzigingen van de Leopold II-laan en de Cyriel Verschaevestraat.
Hierbij meldt onze Kortrijks Moniteur dat bewoners en omwonenden bezwaren kunnen indienen.
Maar alle Kortrijkzanen kunnen dat. Men moet niet noodzakelijk rechtstreeks betrokken zijn bij de zaak. Ieder Kortrijks natuurlijk persoon of rechtspersoon kan niet alleen bewaar indienen maar ook een standpunt vertolken, of een opmerking ten beste geven aan het College van Burgemeester en Schepenen. Men kan bijvoorbeeld een andere naam voorstellen. Of men kan beweren dat er gediscrimineerd wordt wanneer enkel zelfstandigen en vennootschappen en VZW’s een onkostenvergoeding krijgen en gewone bewoners niet. (De uit te keren vergoedingen worden geraamd op 30.000 euro.)

Het is wel zo dat bewoners en omwonenden (en eigenaars die er niet wonen!) een schrijven zullen krijgen van het stadsbestuur.

P.S.
Een juridisch kluchtje. In Sint-Pietersleeuw was er in augustus 2016 eens een openbaar onderzoek bij een straatnaamwijziging voor een traject waar niemand woonde…

Een gemeenteraad van 6 uur, 23 minuten en 30 seconden (1)

Die gemeenteraad van vorige maandag 9 november kon waarlijk met 73 seconden ingekort. 73 seconden. Het is nodig om daar even op te wijzen!
Want, wat eigenlijk nooit of alleszins zéér, zéér zelden gebeurt is dat de SP.A-fractieleider Nawal Maghroud het woord neemt. Zij had ditmaal welgeteld 1 minuut en 13 seconden nodig om uit te leggen waarom de straatnaam van de Cyriel Verschaevestraat (punt 27) moest gewijzigd worden. Eigenaardig genoeg had Nawal blijkbaar geen motivering ter beschikking om bij punt 26 ook de straatnaam Leopold II-laan te schrappen.
Dat komt omdat voormalig burgemeester en nu minister Van Quickenborne nog altijd Commandeur in de Orde van Leopold II is.
Als gemeenteraadslid had hij dan toch even een zegje moeten doen. (Och, ja. Het staat allemaal niet in onze gazetten.)

Tot daar deze eerste noodzakelijk bedenkingen om de duur van die zitting toch wat op de juiste wijze te duiden en te nuanceren. Pietje-Precies!
Maar misschien toch nog dit. De zitting kon evenwel TOCH langer geduurd hebben, indien SP.A-schepen Philippe De Coene dan bij dat punt 27 uitvoerig (zoal steeds) moedig het woord had genomen. Hij is immers vele jaren (25?) geleden al de initiatiefnemer geweest om die Verschaevestraat een andere naam te geven. En waarom de straatnaamwijziging plots niet nodig is bij de nabijgelegen straten, gewijd aan andere literatoren die in de oorlog ” fout waren“: Willem Putman, Felix Timmermans, André Demedts.
(Schepen De Coene kon overigens in de krant van HLN wel zijn zeg doen over de zaak. Waarom deed hij het niet in de Raad?)

Dat de Raad tot zowat middernacht of nog later liep (6 uur duurde, – men begon toen om 18 uur) is vroeger nog gebeurd hoor. Bijvoorbeeld toen men het gepast vond om tegelijk na een “gewone” (alreeds overladen) agenda ook nog het gehele begrotingsdebat (met inleidende algemene beschouwingen!) te laten aanvangen.
Maar nu zijn lange gemeenteraden praktisch onvermijdelijk geworden.
Het OCMW is nu immers “ingekanteld” in Stad, zodat de gemeenteraadsleden tegelijk nog de agendapunten van De Raad voor Maatschappelijk Welzijn op hun boterham krijgen.
– Op 9 november laatstleden was die agenda over Maatschappelijk Welzijn meer dan anders gestoffeerd met 8 punten en 2 interpellaties.
– De agenda van de gemeenteraad over stadsbeleid bestond uit 27 punten met 3 zgn. “uitgebreide” interpellaties (van VB’er Wouter Vermeersch) en niet minder dan 13 “beperkte” interpellaties.
Onze raadsleden hadden dus in het totaal 35 agendapunten te verwerken en 15 interpellaties.
(De meesten hadden zo’n werklast niet verwacht toen ze deelnamen aan de verkiezingen en durven uit eerlijke schaamte niet zeggen dat het ze spijt.)
Van die agendapunten waren er gelukkig wel 14 beschouwd als “hamerpunten”, d.wz. dat ze op voorhand al zonder discussie of stemming door de fracties zijn aanvaard.
Bleven over ter bespreking (zonder de interpellaties): 21 agendapunten.
We gaan ze nu niet allemaal opsommen, maar daarvan waren er een aantal heel belangrijk en ietwat complex, en van andere kon men er zich aan verwachten dat ze tot hevige discussies of incidenten konden leiden.

Even tussentijds samenvatten.
De lange duur van de raadszitting kan men wijten aan volgende redenen:
– het feit dat de gemeenteraadsleden als het ware tegelijk fungeren als OCMW-raadsleden;
– een overvolle agenda;
– vele zwaarwichtige agendapunten;
– een hoog aantal interpellaties;
– mogelijke incidenten.

Gewichtige punten vergen een ernstige discussie en daarvoor is tijd nodig.
Jammerlijk aan dit – ja, demagogisch – bewind is dat het College nogal eens (bewust?) serieuze beleidsbeslissingen niet uitgebreid laat behandelen in een zgn. Verenigde Raadscommissie of zelf in een aparte gemeenteraad. Dit was deze maand bijvoorbeeld het geval met de bespreking van het (nieuw aangestuurde ) armoedebeleid. Vanwege het gevorderde uur wou Groen- raadslid David Wemel dat punt verdagen, maar daar is niet op ingegaan. Ook over de in de maak zijnde nieuwe “regiovorming” (van minister Bart Somers) in West-Vlaanderen kon men zich te weinig beraden. (De nieuwe burgemeester, onze Ruthie beheerst trouwens die materie niet en kan geen standpunt innemen zonder het fiat van Quickie.)
Bij bepaalde interpellaties kan men de indieners ervan verdenken dat zij dat doen om zich te profileren en/of om in de pers te komen. (Dat laatste is wel steeds minder een hopeloos geval: de lokale gazetschrijvers mogen het niet meer over politiek hebben, tenzij over wat de aan de macht zijnde schepenen hen als een soort primeur influisteren.)

Een stijgend aantal interpellaties is daarentegen gewoon het gevolg – de schuld, ja! – van het niet transparante beleid van de tripartite. Eén voorbeeld van deze maand: de stand van zaken over het te bouwen voetbalstadion voor KVK, een vraag ingediend door Pieter Soens (CD&V). Schepen Arne van Sport was echt van plan om daarover (in de gemeenteraad) te zwijgen, en zegt er nog altijd te weinig over. (In de pers een beetje wel, daar moet hij geen schrik hebben van ambetante vragen.)

Nu hebben we het nog niet gehad over het feit dat er ook mondelinge vragen kunnen gesteld, zowel na de gewone gemeentelijke agenda als na de zitting gewijd aan maatschappelijk welzijn.
We hebben het aantal vraagstellers dit keer niet geteld, maar wel de tijdsduur die daaraan is besteed. Méér dan 20 minuten. (En men heeft slecht één minuut per vraag! En 1 minuut per antwoord.) Vele van die vragen zijn ronduit onbenullig. Of ze kunnen gewoon gesteld via het meldpunt. Hier moeten we het College voor een keer bijtreden. Aan die serie triviale vragen moet echt paal en perk aan gesteld. Jawel. Een schepen zou het eens moeten aandurven om bij zo’n puur praktische vraag van de dag over bijv. een slecht wegdek (vragen die vaak juist komen van een of andere burger) koudweg te verwijzen naar 1777. Of de voorzitter zou dat kunnen doen…

(Wordt vervolgd.)






Dreigde er die dag een heuse belegering van de stad Kortrijk? (2)

Het was de politie ter ore gekomen dat een stelletje rechtsextremisten op zondagavond 1 november een soort betoging (eerder manifestatie?) planden in de buurt van het Kortrijkse station.
Men besloot dan ook manhaftig om al vanaf de middag alle toegangswegen naar Kortrijk-centrum af te grendelen bij middel van controleposten, bemand door zowel lokale als federale politie. Jawel! Een volkomen ongezien en onconventioneel schouwspel. (Kent u alsnog een stad waar dat al is gebeurd ; naar aanleiding van een niet toegelaten, “spontane” en minuscule betoging?)

Er stellen zich vragen en bedenkingen bij al dit uiteindelijk lachwekkend machtsvertoon.
Nu is er maandag 9 november aanstaande gemeenteraad.
Zal de nieuwe voorzitter (Helga) het wagen om mogelijke vragen NIET door te verwijzen naar de volgende politieraad? Zij is er toch al wel politiekkundig van op de hoogte dat de bespreking van het veiligheidsbeleid tot de volle bevoegdheid van de gemeenteraad behoort? Dat men het in de politieraad enkel maar heeft over de organisatie en het beheer van het korps? (Begrotingen, aanbesteding, formatie en zo). Het is voor haar de vuurdoop: de kant kiezen van de burgemeester (dat is de uitvoerende macht!) of die van de controlerende gemeenteraad met zijn prerogatieven? (We hopen dat zij het tenminste tot een stemming zal laten komen. Dan wordt helemaal duidelijk hoe de politiek bewusteloze meerderheid – die tripartite – zijn eigen macht en bevoegdheden maar weer eens ondergraaft.)

Eerste vraag.
Hoe is de besluitvorming tot die ongehoorde actie in godsnaam tot stand gekomen? Dat zouden we wel eens willen weten zeg!
Iemand moet dan toch op dat waanzinnige idee zijn gekomen om een heel stadscentrum als het ware als een getto af te sluiten? We kunnen het ons praktisch niet voorstellen dat het plan op eigen houtje is ontsproten bij de kersverse waarnemend burgemeester Ruth Vandenberghe. Zou onze zgn. titelvoerend burgemeester Vincent Vanquickenborne er niet de hand in hebben gehad? Hij heeft er alleszins het lef voor.
Welke actoren namen deel aan de besluitvorming? Ministers, korpschefs, burgemeesters, ambtenaren, veiligheidsdiensten? En wie heeft dan persoonlijk uiteindelijk de knoop doorgehakt?

Een fundamentele vraag.
Om de federale politie te kunnen vorderen moet er wel voldaan zijn aan heel specifieke voorwaarden. Zie art. 43 van de WGP (in deze krant alreeds in een vorig stuk toegelicht).
De motivering van het (federale) politieoptreden van die omvang is door de burgemeester met twee argumenten gestaafd: de betoging was niet aangevraagd en dus niet toegelaten, en de samenscholing kon vanwege corona de gezondheid in gevaar brengen. Deze redenen voldoen niet aan de vereiste omstandigheden (criteria) om de federale politie op te roepen, opgesomd in het fameuze art. 43 van WGP.

– Is een (al of niet toegelaten) betoging van laat ons zeggen een 200-tal man (cfr. Puurs) een dermate ernstige bedreiging van de openbare orde dat het inroepen van de hulp van de federale politie viel te verantwoorden?
– Waren de middelen van de lokale politie onvoldoende om voor deze situatie de openbare orde te handhaven? Kon een relatief kleine politiemacht in de onmiddellijke stationsbuurt niet volstaan?
– Was het afsluiten van een heel stadsgedeelte wel in proportie met een mogelijk kwaadwillige samenscholing?
– Kan het misschien zo zijn dat de controle van de “invalswegen” eigenlijk eerder te maken had met het verijdelen van mogelijke tegenbetogingen of (gevaarlijke) tegenacties? Had men daar dan weet van?

Deontologische vraag.
Mag een politieagent vragen vanwaar men komt, waar men naartoe gaat en waarom?

Praktische vragen.
– Hoeveel korpsen en van welke zones werden ingezet? Aantal manschappen?
– Hoeveel manschappen van de federale politie werden er gevorderd?
– Om hoeveel manuren ging het in totaal (eventueel ook op vrijdag en zaterdag)?
– Hoeveel en welke voertuigen werden zoal ingezet?

Slotvraag.
Hoeveel heeft dat alles gekost en wie draait er voor al dat gedoe op?

De burgers van onze beste transparante stad van Vlaanderen dienen hierover alle mogelijke informatie te krijgen. Laat onze nieuwe burgemeester nu eens tonen dat zij politieke wetenschappen heeft gestudeerd. Of gewoon blijk geeft van ietwat fundamenteel politiek bewustzijn. Over wat een gemeenteraad is als opperste volksvertegenwoordiging.