Juridische kanttekeningen bij het ontslag van Moena

WOORD VOORAF

De “zaak Moena” is een unicum in de Kortrijkse geschiedenis. Zie de serie: “Waar is de tijd?”
Een democratisch gekozen bevolking uit het stadscentrum verzet zich tegen de afdanking van een ambtenaar. Dit is een zaak, waardig voor de landelijke pers.

—-
Moena Langenraedt was stilaan een bekende verschijning in de stad. Met haar bulderende lach zag en hoorde je ze van om het hoekje opdoemen. Haren in de wind, of de regen.
En nu wordt zij ontslagen als centrummanager. Eigenlijk was zij dat officieel niet echt. Bij het stadsontwikkelingsbedrijf (SOK) wordt ze “coördinator” van het centrummanagement genoemd. (Er is hier ook nog een rastermanager. En beetje “gebiedswerking”. En nog van alles, in het centrum.)

Dat het bericht van haar ontslag pas nu in de krant komt is nog onverwachter dan het ontslag zelf. Journalisten.
Want de officiële beslissing dateert al van in juli en een soort gluiperige voorbereiding van de afdanking was al in het voorjaar aan de gang. Of van vroeger, Joost weet het.
De opzegtermijn is zeven maanden. Zullen we haar nog zo lang tegen het lijf lopen?

Als de procedure op de juiste manier is gevolgd kan het niet anders of de bestuursleden van het SOK zijn daar al lang van op de hoogte. De Raad van Bestuur (bevoegd voor personeelsaangelegenheden) heeft dat ontslag toch goedgekeurd? Of is een en ander eerst bedisseld in het directiecomité? Is er een stemming geweest? Op grond van een beoordelingsrapport?

En wie zetelt er in die Raad van Bestuur? Ook gemeenteraadslid Koen Byttebier die als lid van een handelscomité nu pas zijn diepe ontgoocheling uitspreekt over de gang van zaken. Verder nog andere gemeenteraadsleden of mensen uit het College: de burgemeester, Wout Maddens, Christine Depuydt, Martine Vandenbussche, Philippe De Coene, Isa Verschaete. (Er zijn ook externe deskundigen waaronder bijvoorbeeld Frans Destoop en Marc Lemaitre. En iemand als Antoine Sansen is commissaris.)

Zal iemand van die raadsleden het wagen om “de zaak Moena” op de agenda te plaatsen van de volgende gemeenteraad?
Komen vertellen hoe een en ander in zijn werk is gegaan? Zijn / haar stemgedrag verantwoorden?
Zeer benieuwd.
Dat men niet afkomt met de smoes dat er over personen niet mag gepraat worden. Het kan in besloten zitting alleszins. En in de openbare zitting is het wel mogelijk om formele vragen te stellen over de gebruikte procedure. (Zie verder.)
En overigens is een extern verzelfstandigd agentschap – dat is het autonoom gemeentelijk bedrijf SOK – ook onderworpen aan de verplichtingen inzake formele motivering en openbaarheid van bestuur die gelden voor de gemeente. Vergaderingen van de Raad van Bestuur zijn wel niet openbaar, maar de notulen wel. Ze liggen op het stadssecretariaat. Maar liggen ze daar wel?Iemand moet minstens eens gaan kijken in welke vergadering van het SOK de beslissing is genomen om Moena van straat te krijgen.
Er nog even op wijzen dat gemeenteraadsleden op gezette tijden verslag moeten uitbrengen over de uitoefening van hun mandaat in andere besturen.

De handelaars zijn dus woedend, want ze hielden van Moena’s groot hart. Van haar daadkracht en gedrevenheid.
De exploitant van ‘t Gazetje wil zelfs een petitie lanceren. Als Bart Pauwels enige impact op de zaak wil verwerven moet hij één procent van de Kortrijkzanen ouder dan 16 jaar achter zijn petitie kunnen scharen. En dan met een gemotiveerde nota enige vragen of voorstellen op de agenda plaatsen van de gemeenteraad. Voor september is het te laat want het verzoek moet minstens twintig dagen voor de gemeenteraadszitting ingediend zijn.

Een van de vragen zou kunnen zijn of het gemeentedecreet werd toegepast. En het sectoraal akkoord van 2002. Punt 7 over de evaluatie. (Allerhande minimale voorwaarden inzake evaluatie worden in de toekomst nog strenger. De bewerkers van de afdanking waren er op tijd bij.)
Personeelsleden zijn – ongeacht hun rechtspositie – onderworpen aan een stelsel van personeelsevaluatie. En de rechtspositie van personeel in een autonoom gemeentebedrijf is overeenstemmend met die van het gemeentepersoneel.
Is er een evaluatie geweest tijdens de proefperiode? Een periodieke evaluatie? Wie waren de beoordelaars? Ook de hiërarchische chef, Trui Tydgat? En wie nog?
Moena Langenraedt in “Het Laatste Nieuws” van vandaag: “Ze hebben me in de rug geschoten. Ik ben nuchter genoeg om te beseffen dat ik niet in het plaatje pas. Ik mag nog zo goed mijn werk doen, het blijft een politiek spel. Blijkbaar had ik te veel temperament.”
De beoordelaars bij een evalutie maken, rekening houdend met een beoordelingsgesprek, nog een beschrijvende kwalitatieve evaluatie. Daar zou dus het “plaatje” kunnen geschetst zijn waar Moena niet in past. Maar bestaat die beschrijvende evalutie wel? Vragen staat vrij.

Gevolgen van een negatieve evaluatie zijn niet noodzakelijk het ontslag. Herplaatsing is mogelijk, of een blokkering van de schaalanciënniteit.
Afdankingen “wegens beroepsongeschiktheid” zijn slechts mogelijk na minstens twee opeenvolgende ongunstige evaluaties. Niemand verdenkt Moena ervan niet te beschikken over voldoende kennis of vaardigheden. Ze zit met een baksteen in de maag. Kan managen, dat is werk organiseren. En ondernemen. Ze spreekt zelfs Russisch! Aan de motivatie, de prestaties van Moena twijfelt volgens de gazetten ook niemand. Omgaan met mensen kan zij als geen ander. Maar misschien minder met SOK-directrice Trui Tydgat.

Een evalutie moet voldoen aan kwaliteitsnormen.
Ten eerste is het voor een ondergeschikte een zeer gevaarlijke situatie om 1) meer te weten 2) en te kunnen en 3) te doen dan de hiërarchische overste die verondersteld wordt van alles te beoordelen.
Medewerkers zelf moeten tegelijkertijd juist vanwege hun beoordelaars voldoende ingelicht zijn over het evaluatiesysteem.
Het verloop ervan, de periodiciteit, de criteria. Openheid veronderstelt niet dat men “in de rug wordt geschoten”. Openheid impliceert dat er voldoende duidelijke, rechtstreekse communicatie is tussen de beoordelaars en het personeelslid. Tussentijdse toetsing moet nog vermijden dat personeelsleden bij afloop van de evalutieperiode met onverwachte gevolgen worden geconfronteerd. Daartoe kunnen communicatiemomenten afgesproken worden. En wanneer in de loop van de periode duidelijk blijkt dat een personeelslid riskeert ongunstig geëvalueerd te worden, dan zijn tussentijdse functioneringsgesprekken noodzakelijk.
Men kan betwijfelen of dit alles is gebeurd. Een tussenkomst in de gemeenteraad kan daar uitsluitsel over geven.

De beoordeling wordt aan het personeelslid niet enkel meegedeeld, maar ook toegelicht en besproken.
Moena kan daarbij een herziening vragen van de evaluatie en zelfs in beroep gaan bij de Vlaamse minister, maar zij is volgens de gazetten dat blijkbaar niet van plan.
“Het is een politiek spel.”

De burgemeester situeert de zaak Moena al te gemakkelijk in het kader van de toekomstige oprichting van een handelsdistrict, een BID. Dat is er nog lang niet!
En hij poneert hierbij dat de handelaars uit het district dan de “centrummanager” moeten aanstellen. Ja? Waar staat dat nu geschreven? Er is hier in België nog nergens een BID opgericht, laat staan dat er regelgeving voor is.
Overigens. In het SOK is er nu nog slechts één administratief medewerker (Rosie Van Raemdonck). Komt er nu een vacature aldaar? Trui Tydgat kan toch moeilijk alles alleen doen?

P.S. Maar dan over het PLAATJE.
Het wordt tijd dat de website van SOK wat meer wordt gestoffeerd. Verslagen van vergaderingen, begrotingen en rekeningen. Jaarverslagen. Met de verloningen. Personeelsformatie en bestand. Vergoedingen. Cursussen. Verlofregelingen. Diploma’s. VTE’s.
Thuiswerk. Overuren. Zwangerschappen moeten kunnen.
SOK is een gemeentebedrijf. Vooruit Trui ! Openbaarheid van bestuur ! Werk aan de winkels ! En zorg er tenminste al voor dat uw eigen personeel én bestuur én zowat iedereen die dat nuttig acht de nodige verslagen in handen krijgt. Een ambtenaar die dat niet doet wordt op basis van punten zeker gebuisd.
Truitje, laat je ook niet door Ollanders van Foruminvest inpakken. SOK was vroeger Woonregie. Nog vroeger Grondregie. Dat je dat allemaal niet meer weet…?
Ga nooit meer naar de Mipem-beurs in Cannes. Nooit meer. Rij gewoon eens naar Rollegem. Dat is een deelgemeente waar je een keer aan woonpolitiek zou kunnen doen. Vlakbij Cora is dadde.

Hoeveel personeelsleden telt Stad eigenlijk? (3)

Dat zullen we hoogstwaarschijnlijk te weten komen bij de volgende gemeenteraad van 24 september.
Want de Raad moet dan de nieuwe personeelsformatie goedkeuren. En die is door het College vastgelegd op 787 voltijdse equivalenten. Als ‘richtcijfer’.Terwijl men voor de personeelsbezetting het aantal als ‘toetssteen’ zal hanteren van het bestand op 1 januari. Volgens het begrotingsdocument is dit 843,15. Hoeveel ‘eenheden’ zou dit kunnen inhouden? Toch min of meer 1000, of niet? (Zonder politie, wel met onderwijs.)

Hoe het College aan dat cijfer van 787 VTE is gekomen zal dan ook uitgelegd worden.
Door schepen Hilde Demedts die daar een heel brei en brij zal van maken. En als we het niet verstaan zal het onze schuld maar wezen. Desnoods zal zij nog achteraf nog bijkomende schriftelijke inlichtingen willen geven voor al wie daarom vraagt. Hopelijk springt schepen Lybeer haar ter hulp. En concludeert de burgemeester dat het agendapunt uitputtend is afgehandeld.
Maar het kan ook anders aflopen ! Personeelsbeleid is net als voetbal en kerkfabrieken een taboeonderwerp in de Raad.
Enige bemerking hierover kost stemmen en wekt alom toorn op. Voor wat specifiek de ambtenaren betreft dient iedere interventie te beginnen met een lofbetuiging. En na enig raddraaien rond een mogelijke problematiek, ook. Ambtenaren zijn nodig, ze zijn goed, en ze doen veel.
De afloop van het debat is moeilijk te voorspellen. Als er iemand het onderwerp ‘efficiëntie’ durft aan te raken, of die nieuwe term voor ‘ambtenaren’ lanceert is het hek van de dam.

Me dunkt steekt er achter de 787 geen personeelsbehoefteplan meer achter. (Het moet officieel niet meer!)
Men wil wel het budget (exclusief indexverhogingen) beperken. Dat zal moeilijk zijn als men bijvoorbeeld naar algemene verwachting midden volgend jaar personeelsleden van de graad E naar D wil upgraden. Uiteindelijk zal de geraamde meerkost hiervoor oplopen van ca. 380.000 naar 762.720 euro. En mag de gelijkschakeling van contractuelen en statutairen ook nog wat kosten? De bevordering van contractanten? Nog wat meer vorming? Wordt er eindelijk eens ingegrepen in de overuren en weddesupplementen?

Hoe zit dat nu eigenlijk met de personeelskosten?
Eerst een ietwat eigenaardige vaststelling.
Het personeel vergt niet alleen uitgaven maar kent ook inkomsten! Vanwege geleverde prestaties bijvoorbeeld. Dit jaar 4 miljoen. Maar vooral ontvangen we allerhande subsidies van hogere overheden. Toch zeker wel 15 miljoen. Als we alle mogelijke ontvangsten voor dit jaar samentellen komen we uit op een bedrag van niet minder dan 101 miljoen. En alle mogelijke uitgaven samen bedragen ca. 104 miljoen. Volgens deze redenering kost ons personeel nauwelijks 3 miljoen.
Burgemeester en schepen Lieven Lybeer blij !
We gaan het dus onmiddellijk even anders bekijken. Want bij die ontvangsten rekent men ook die uit de fondsen en de belastingen…Dat is niet eerlijk. Van de zogenaamde ontvangsten moeten we daarom in gedachten minstens 90 miljoen aftrekken.

De pure bezoldigingen van onze ambtenaren (voor zowat de helft arbeiders) kosten Stad dit jaar 39,8 miljoen euro. Het grootste deel daarvan gaat naar leefmilieu (bijna 6 miljoen) en de culturele sector (5,6 miljoen).
Er zijn ook werkingskosten: 15 miljoen. Ook hier zijn die het hoogst bij leefmilieu en cultuur. En natuurlijk nog de dienst ‘facility’. Die kerkfabrieken. Bij de uitgaven rekent men namelijk ook bepaalde overdrachten, bijvoorbeeld voor de politiezone VLAS (11,9 miljoen) en voor ons welzijn (9 miljoen voor het OCMW).

Laat het ons maar houden bij de pure (bruto)personeelsuitgaven.
Voor dit jaar dus geraamd op 39,8 miljoen. Dat is 38,2 procent van de begroting. (Het is ooit – tien jaar geleden – 42 procent geweest.)
Volgens het financieel meerjarenplan is de prognose voor volgend jaar is 40,2 miljoen. Ongeacht de nieuwe personeelsformatie zullen de kosten in 2010 oplopen tot bijna 42 miljoen. Voor het gemak hanteert men een stijgingspercentage van 2 procent.

Er rest Stad niet veel tijd meer om nog een een begrotingswijziging voor te leggen. Op naar een nieuw conclaaf ! In de herfstvacantie.

En vanwaar komen we?
Als je de netto-personeelsuitgaven van 1995 zou gelijkstellen aan 100 komen we voor het jaar 2006 aan een indexcijfer van 154.
Een geweldige stijging deed zich voor in 2001. Terwijl er toen sprake was van een soort personeelsstop. Ook genoemd het “stand still” principe.
Men heeft dat niet al te lang volgehouden. Enkele dure vogels aangesteld, zoals die verkeersdeskundige.

Nog ter info.
– Bij de cijfers hierboven is nooit rekening gehouden met de politie.
Het korps VLAS telt 261 leden en 49 CALogs. VTE’s: 301,85.
– En bij het OCMW werken 777 mensen (te vergelijken met Stad, dat ook aan welzijn doet, en voor gigantische bedrage) waarvan evenwel 427 deeltijds. VTE: 614,08.
– Zal men in de voorgestelde formatie van 787 VTE ook het parkeerbedrijf Parko betrekken? 36 medewerkers, of 34,7 voltijdse equivalenten. En de kabinetten? Hoeveel medewerkers telt men daar? 20?
– We hadden het zonder tegenbericht ook altijd over bruto-uitgaven. Voor de netto-personeelsuitgaven dient men zowat 6 miljoen af te trekken van het bruto-bedrag. Vanwege retributies, prestaties, bijdragen of premies van de hogere overheid, convenanten, enzovoort.
– Merk tenslotte nog op dat bij de personeelsuitgaven nooit sprake is van het vele (studie)werk dat wordt uitbesteed. Voor miljoenen erelonen. En de opdrachten die we geven aan Leiedal kosten ook veel geld. Die “outsourcing” beschouwt men al het ware als onbestaande.

P.S.
Een lieve lezer meldt mij dat er in het jaarverslag 2004 sprake is van 974 eenheden oftewel 887,39 VTE. Toestand op 31 december van dat jaar.
Nu moet u weer eens kijken naar wat de begroting van 2005 zegt. Formatie: 904,84. Bestand: 632,88 VTE. En de begroting van 2004 zelf heeft het over een formatie van 891,02 VTE en 807,70 VTE.
ER IS KOP NOCH STAART AAN TE KRIJGEN.

Hoeveel personeel telt Stad eigenlijk? (2)

Het is hier nu nog altijd maandag 10 september en al over 20 uur en ik ben nog aan het tellen. Terwijl Terzake bezig is. En WTV zit in Belgisch Congo.

2002
Om deze stress te begrijpen moet u maar even meelezen in het “Verslag over het bestuur en de toestand der stadzaken ” van 2002, het hoofdstuk betreffende het gemeentepersoneel.

Daar staat een telling van het bestand (dus niet: de formatie) te lezen van het gemeentepersoneel op 31 december 2002. Dat bestand bedroeg toen blijkbaar 972 “eenheden” (mensen?) oftewel 870,64 voltijdse equivalenten (VTE’s). Voor de goede orde: dit is zonder de politie.
Mét politie waren er hier in 2000 dan nog 1.204 eenheden. 165 vanaf trekken.

Daarna – in het verslag van 2002 – is een vergelijking gemaakt met, jawel – ook december 2002.
“Voor december 2002 werden er in het totaal 1.204 eenheden effectief betaald, inclusief mandatarissen, gewezen mandatarissen, en vrijwillige brandweer, gelegenheidspersoneel.”
Wie wil weten hoeveel gemeentepersoneel hier werkt dient volgens dit verslag dus ook te tellen wie er zoal wordt betaald. Gewezen mandatarissen.

Maar hoe geraak je helemaal de tel kwijt?
Nog door het verslag van 2002 te lezen.
Daar staat ook de ‘voorlopige’ toestand in van het gemeentepersoneel op 31 december 2002.
Aantal eenheden: 930. Uitgedrukt in VTE: 798,59.

En nu nemen we het begrotingsdocument van 2002 even ter hand. Het is lang geleden maar goed om te weten.
Personeelsformatie: 891,87.
Personeelsbestand: 790,05.

2003
We tellen verder.
Eind 2003 hadden we volgens het verslag af te rekenen met 998 eenheden, d.w.z. 808,29 VTE’s.
Begroting zegt:
– personeelsformatie: 891,84.
– bestand: 800,12.

2004
Het laatste verslag van 2004 over de stadszaken heb ik verdomd niet in mijn bezit. Vind het ook niet op de website van Stad.
Maar goed. Volgens het begrotingsdocument 2004 – dat dus is opgesteld in het najaar van 2003 – bestond de formatie toen uit 891,02 VTE’s. En het bestand uit 807,70.
Vergelijk met het verslag de stadszaken van eind december 2003. Van de een op de andere dag, na oudejaars.

2005.
Formatie: 904,84.
Bestand: 832,… komma zoveel. (Vergeten!)

2006.
Formatie: 904,84.
Bestand: 826,24.

En nu: 2007.
Formatie: 907,65.
Bestand: 843,15.

Al die cijfers dienen gewoon om u te vertellen dat niemand weet waar het College het “richtcijfer” vandaan haalt om voortaan 787 VTE als totale personeelsformatie te beschouwen. Zonder cijfers na de komma. En qua bezetting: die van 1 januari. Dat zou dus volgens het begrotingsdocument moeten zijn: 843,15.
Dit is waarlijk NIET minder dan vroeger. Wat bezetting betreft.
Althans.

En die 787 VTE?
Heeft Stad misschien minder dan vroeger te doen?
Het grootse Kerntakendebat moet nog altijd komen.

Tot een volgende keer. Rekenmachine gloeit.
Hoe kan een ‘bezetting’ groter zijn dan een ‘formatie’?
Ook door overuren? Vraag het gewoon aan Vera.

Hoeveel personeel telt Stad eigenlijk ? (1)

Heel het weekend geteld, en er nog niet aan uitgeraakt.
Zelfs het College is nog altijd bezig om “de huidige situatie terug correct weer te geven“. Want voorheen was die situatie blijkbaar niet correct. Kan het geloven, met al dat personeel.

De vraag hoeveel personeel Stad aan het werk houdt is eenvoudig, maar het antwoord niet.
Tellen we het OCMW erbij? De politie? Het onderwijs? De IVA’s en EVA’s? De kabinetten? Bepaalde ‘intercommunales’?
En wat is in godsnaam het verschil tussen een personeelsformatie en een personeelsbestand?

Naar schatting zijn er in Vlaanderen 190.500 mensen in dienst van de lokale besturen. Het gaat om 99.000 personeelsleden bij de gemeenten, waarvan 25.000 gesubsidieerde personeelsleden in het gemeentelijk onderwijs, 67.500 bij de OCMW’s, 16.000 bij de lokale politie, en ruim 8.000 bij de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden.

Het personeel bij de lokale besturen wordt traditioneel opgedeeld in drie categorieën.
Er zijn statutaire personeelsleden, vast of op proef. Zij zijn bij eenzijdige beslissing met een statutair dienstverband verbonden aan het lokale bestuur.
In de Vlaamse gemeenten gaat het om zowat 30.000 mensen. Bij de OCMW’s om 24.000.
Maar meer dan de helft van het personeel (55 procent) bij lokale besturen is contractant. En over de jaren heen neemt het aantal toe. Een contractueel personeelslid is in dienst genomen bij arbeidsovereenkomst, conform de wet van 3 juli 1978. De Vlaamse regering probeert nu om de rechtspositie (het statuut) van die ‘contractuelen’ te verbeteren, gelijk te schakelen aan die van de ‘statutairen’.
Dan heb je nog de zogenaamde Gesco’s, de gesubsidieerde contractanten. Hoewel ze soms minder vatbaar zijn qua arbeidsattitude schakelen lokale bestuursleden graag Gesco’s in want dank zij Vlaamse subsidies krijgt men hierbij een aanzienlijke vermindering van socialezekerheidsbedragen.

Het in de maak zijnde besluit van de Vlaamse regering omtrent de rechtspositie van het gemeentepersoneel rept eigenlijk niet meer specifiek over Gesco’s.
De personeelsformatie – die in voltijdse equivalenten (VTE’s) per graad het aantal betrekkingen weergeeft – vermeldt de statutaire en contractuele betrekkingen, met in voorkomend geval ook de betrekkingen die bestemd zijn voor de intern verzelfstandigde agentschappen (IVA’s) én de kabinetten van de burgemeester en schepenen.
Betrekkingen die ingesteld worden ter uitvoering van werkgelegenheidsmaatregelen van de hogere overheid worden niet meer opgenomen in de personeelsformatie. Evenmin als betrekkingen die gecreëerd worden om een plotse opstoot van van werk. (Ook als het gaat om een of ander stadsvernieuwingsproject?)

Een personeelsformatie vermeldt dus de betrekkingen.
Iets anders is de bezettting ervan. De reële personeelssterkte. Dit is namelijk het personeelsbestand.
Heel raar – voor een bedrijf is dit ongehoord – is dat de Vlaamse regering het niet nodig acht om bij de opmaak van de personeelsformatie te vertrekken van een personeelsbehoefteplan.
Men dient enkel nog de financiële haalbaarheid van de formatie vast te stellen, in het kader van de begroting en het financiële meerjarenplan.

En zo heeft het College onlangs beslist om de stijging van de personeelsbezetting te beperken, zowel qua budget als in aantallen. Men heeft het zelfs over een daling.
En het Collegebesluit hanteert hierbij de term “personeelsformatie”.
Als “richtcijfer” hanteert men 787 VTE als totale personeelsformatie. En bij het concretiseren van de formatie (dit is het bestand?) wil men de personeelsbezetting van 1 januari als “toetssteen” gebruiken.
Ik begrijp er niets van.
Uitleg in een volgend stukje.

Er zijn geen civil servants meer

De gemeenteraadsleden krijgen voortaan 500 euro per jaar als tussenkomst van Stad in hun internetkosten. En nu weten dat er raadsleden zijn die niet kunnen omgaan met Tinternet. Voorts krijgen de fracties nu 153 euro per raadslid. Dit zou moeten dienen voor hun politieke werking, maar in de praktijk gebeurt dit niet. Een deontologische code zou kunnen voorzien in een reglementering voor de aanwending van die financiële middelen.
Er nog even aan herinneren dat raadsleden zitpenningen krijgen, per bijgewoonde commissie en gemeenteraad. Zitpenningen, mooi woord voor presentiegeld.

Burgemeester en schepenen worden natuurlijk vergoed voor hun verplaatsings- en verblijfkosten in het kader van dienstreizen. Vraag het bij gelegenheid maar eens aan schepen Lieven Lybeer. Ook hun kosten voor opleiding en vorming worden vergoed. Nu zullen de leden van het College ook nog een forfaitaire onkostenvergoeding krijgen van 100 euro per maand. Hiervoor zullen evenwel bewijsstukken worden opgevraagd. Bijvoorbeeld voor het gebruik van de vaste telefoon, internetaansluiting, representatiekosten. (Schepen Jean de Bethune vertelde mij ooit dat hij zijn e-mails nooit bekijkt.)
Maar waarom zouden schepenen en burgemeester nog hun vaste telefoon gebruiken? Zij krijgen allemaal een GSM en zowel het abonnement als de dienstgesprekken vallen ten laste van Stad.
Over de wedde van burgemeester en schepenen: zie stuk van 1 februari 2007.

Ook het geldelijk statuut van het kabinetspersoneel wordt “aangepast”. Voortaan krijgen zij bij voltijdse tewerkstelling bovenop hun salaris nog een jaarlijks geïndexeerd brutobedrag bedrag van 4.800 euro. De financiële repercussie wordt geraamd op ca. 100.500 euro op jaarbasis. De motivering van deze toelage is dat kabinetspersoneel niet kan genieten van de regeling inzake overuren en weekendwerk.
(Zeer weinig Р̩̩n of twee? Рkabinetsmedewerkers komen naar de gemeenteraad. Dat zal nu veranderen zeker?)
In de begroting 2007 is voor de kabinetten een netto-uitgavenpost van 1.793.424 euro ingeschreven. Daarin steekt ook al een vergoeding van 5.200 euro voor opleiding. En 5.270 euro voor reiskosten.

Kunstenoverleg(platform) vindt wat lauw water uit

Houd alvast de avond van donderdag 20 september vrij. Vanaf 20 uur gaat er in het Arenatheater (Schouwburg) een debat door over het memorandum dat het ‘kunstenoverleg’ heeft opgesteld over het stedelijk kunstenbeleid.
(Kom maar afgezakt na halfnegen, van zodra burgemeester en Machteld hun zeg hebben gedaan.)

Het College kon op 17 juli akte nemen van de tekst en was van plan om daar een zgn. “strategisch college” aan te wijden. Of dit al is gebeurd weet ik niet.
(Een strategisch college is een thematische vergadering van de betrokken schepenen en ambtenaren.)

Het memorandum dateert eigenlijk al van mei, en nog van vroeger ook. Minstens van voorjaar 2006. Want ons aller vriend wijlen Willy Malisse die vorig jaar 11 juli uit het voetlicht is verdwenen heeft er nog de hand in gehad.

Vandaar ook dat de tekst nogal gedateerd aandoet. Het gaat om een memorandum, nietwaar?
Men vraagt om zaken die – ondermeer juist dankzij Willy zaliger -al min of meer zijn verwezenlijkt, of zeker in de steigers staan.

Het Kunstenplatform is samen met het Verenigingsplatform en het Erfgoedplatform een onderdeel van de Cultuurraad.
De concrete samenstelling – namen van de leden – ervan is mij volkomen onbekend. Nog nooit ook maar enig nieuws van dit orgaan vernomen, tenzij wat sporen van geruzie. (N.B. Voor wanneer is de vernieuwing van de gehele cultuurraad voorzien?)

MEMO

Het memorandum bevat niet minder dan 15 aanbevelingen. Zes krachtlijnen en goed geteld acht ‘acties’. Samen 16 puntjes.
U kunt die tegenwoordig allemaal vinden op www.budakortrijk.be. Plus op de webstek van de Markse humor.
Als krachtlijn dan vraagt het Kunstenoverleg ondermeer aan het College om de realisatie van een Strategisch Langetermijnplan. Ja!
En Kortrijk moet daarbij een leidinggevende rol spelen in de kunstensector van de eigen EU-regio (sic) en (sic) op termijn ook in Vlaanderen. Ja.
Inzake actiepunten wil het platform nog dat Stad een kunstenaarssite creëert met kunstenaarsresidenties. Cultuurinfrastructuur realiseert op Buda. Een Muziekcentrum uitbouwt. Beheersstructuren uitwerkt. Enzovoort, enzovoort. Ja.
Kortom alles wat momenteel ongeveer aan het geschieden is.
Is de voorzitter van het Kunstenplatform wel van Kortrijk?

VERGADERTIJGERS

Weet je wat? Ja toch?
Het Kortrijkse ambtelijke – wel te verstaan – cultuurbeleid lijdt tegenwoordig aan teveel gepraat, aan teveel teksten. Teveel bureaucratie, gepaard aan onverantwoordelijkheid. Tekort aan nederigheid.
Om het even anders uit te drukken: het gaat om een wespennest (meervoud).

Er zijn mensen (geen beesten) nodig met daadkracht. Organisatietalent. Werkkracht. Mensen die met hun voeten nog even de grond raken. Boekhouders ook. Plannenmakers. Doenders. Kundigen. Dagelijkse beheerders. Terreinwerkers.
(Het Vlasmuseum kun je tegenwoordig zonder een probleem ‘s nachts bezoeken.)

En voor het overige wordt er paradoxaal genoeg te weinig gepraat. Het beloofde debat (mei 2007) over de drastische studie van prof. De Brabander inzake het museumbeleid is er niet van gekomen.
En weet je waarom? Een diagnose – én de daaruit voortvloeiende aanbevelingen – veronderstellen dat men het namelijk over FEITEN heeft. En onvermijdelijk over feitelijke personen.
Wie doet wat?

Nu ja.
Cultureel Kortrijk staat op een keerpunt, en het dubbeltje kan nog aan de goeie kant vallen.
Schaf maar al die platformen af.

P.S.
Raadslid Christine Depuydt (CD&V) wordt klaargestoomd om schepen van cultuur te worden. Na Bral zeg. Opgave!
Als zij nu wat minder kon gaan tateren in en buiten de gemeenteraad, wat dan?

Theater Antigone steelt nog net de show in het komende cultuurseizoen

Laatstleden 26 augustus ging de jaarlijkse cultuurmarkt door in Antwerpen. Dus niet bij ons.
Op dit evenement kon je ontdekken wat cultureel Vlaanderen het komende seizoen zoal in petto heeft.
175.000 bezoekers kwamen af op die markt. 197 infostanden, waaronder géén van de Kortrijkse musea, géén Kortrijkse cultuurcentra, géén Buda Kunstencentrum, géén Kortrijks Design, géén Muziekcentrum. Geen nieuwe bib.
Theater Antigone was wel vertegenwoordigd.

Op de website ‘Cultuurnet Vlaanderen’ krijgen we een aantal tips over niet te missen culturele gebeurtenissen in het komende seizoen.
Acht Bekende Vlamingen zeggen waar ze absoluut naartoe willen. Kortrijk – stad van creatie, innovatie en design – komt niet ter sprake. Tenzij zijdelings doordat Ozark Henry met zijn ‘Soft Machine’ ook even onze stad aandoet.

Het weekblad “Knack” bracht op 22 augustus in een apart katern zijn “geheime cultuurtips” voor 2007-2008. Verborgen schatten die we dreigen te missen in de overvloed aan manifestaties. We lezen wat er aan behartenswaardig valt te ontdekken in Borgerhout, Turnhout, Leut, Sint-Truiden, Herent, Hasselt, Teuven, Heusden-Zolder, Bechem, Zwalm, Stekene.
En Kortrijk?

HET MAG WEER: LACHEN IN HET THEATER

Waarlijk: theater Antigone krijgt een aparte vermelding met de opvoering van burleske eenakters van Georges Feydeau. Avant-première op 14 februari. Oudere TV-kijkers herinneren zich nog levendig die komedies van op de Franse televisie. Rechtstreeks in het theater opgenomen. “Hortense a dit je m’en fou”. “On purge bébe”. “Mais ne te promène donc pas toute nue!”

In “De Standaard” van 25 augustus verscheen een speciale selectie van de creacties omtrent ‘cultuur in het najaar’. Die bijlage werd op de cultuurmarkt van Antwerpen in duizenden exemplaren verdeeld.
Voor onze Kortrijkse cultuurliefhebbers breken weer zware tijden aan. Het aanbod in Gent, Antwerpen, Brugge, Brussel, Mechelen, Hasselt en Leuven is namelijk alweer even weelderig als gevarieerd. Allemaal centrumsteden. Vergelijkbare plaatsen met Kortrijk (zoals toch Brugge, Leuven, Hasselt) kregen een speciale bladzijde in de krant.
Van onze stad geen gulden spoor.

Er schort iets aan onze historische stad, studentenstad, toeristische stad, ondernemersstad, winkelstad, designstad, cultuurstad. Stad van innovatie. Film. Dans. Humor. Dichters.
Er klopt iets niet.
Maar wat?
Verantwoordelijken voor communicatie zijn er hier ter stede toch al genoeg?

Nog ter info.
In de maand juni verscheen er in “Knack” een speciale promotionele bijlage over het seizoen 2007-2008 van Theater Antigone. 35 bladzijden.

Het secretariaat van Antigone is gevestigd in de Tacktoren.
Tel. 056/ 24 08 87.
www.antigone.be
Voorstellingen gaan door in de Overleiestraat 47. Prachtige bar ! En goedkoop ook nog.
Er is een ‘jongerenwerkplaats’.
Het theatergezelschap van Jos Verbist zoekt nog vrijwilligers, weldoeners en sponsors.