Sociale economie (3): de geld- en jobcreatie

Voorafgaand.
Dit stuk kadert in een ellenlange serie lessen (tot volgend jaar oktober) teneinde potentiële kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen 2006 alle lust of zin te ontnemen om op een lijst te gaan staan. Gemeentepolitiek is geen dorpspolitiek!
Maar als u dan toch wil weten hoe u gratis aan een boormachine kunt komen en zelfs bijna gratis kunt verhuizen moet u toch door de brij hierna. Niets aan te doen.

Niemand heeft er intussen nog iets van vernomen, terwijl Stad (dat is hier en nu schepen Lieven Lybeer) in april van dit jaar actieplannen inzake sociale economie en diensteneconomie voor 2005-2006 heeft laten goedkeuren door de gemeenteraad.
Er was geen tijd meer om uitgebreid de veldactoren en directies te consulteren want om subsidies vanwege Vlaams minister van sociale economie Kathleen Van Brempt in de wacht te slepen was er toen dringend een nieuwe engagementsverklaring van de stad nodig.

Men heeft dan maar wat in mekaar geflanst rondom een tamelijk recente hype bij de bestrijders van de kansarmoede: Buurt- en Nabijheidsdiensten (BND). (In juli 2001 ging het actieplan over de oprichting van een Werkwinkel.)
De inspiratie werd voornamelijk opgedaan bij de vzw BIK te Kuurne. Zie de desbetreffende website.

Wat zijn BND’s?
Dat zijn dienstverlenende voorzieningen met drie geïntegreerde kenmerken.
1° Ze willen de leefkwaliteit van de gebruikers verhogen door “in te spelen” op relevante collectieve en persoonlijke behoeften. (Een klusjesman komt een lamp vervangen.)
2° Ze creëren duurzame arbeidsplaatsen voor alle medewerkers waarvan minstens de helft gerekruteerd wordt uit de kansengroepen. (Over de beoogde jobcreatie later meer.)
3° Ze betrekken de medewerkers en alle belanghebbende op een participatieve wijze bij de organisatie. (Men houdt lulvergaderingen.)

Eigenlijk zijn er drie types BND’s te onderscheiden.
Te weten de CND’s, de IND’s en de BOD’s.
* Collectieve ND’s zijn niet buurtgebonden. Slaan o.m. op groendienst (buiten uw tuin), occasionele kinderopvang.
* Individuele ND’s zorgen bijvoorbeeld voor thuishulp, boodschappen, klein tuinonderhoud.
* De pure BuurtOntwikkelingsdiensten beantwoorden aan specifieke noden in uw buurt.

Wat gaan die NDB’s nu te Kortrijk doen? (Ze moesten al lang begonnen zijn.)
1.
In de aanvangsfase – en meer speciaal ook binnen de aandachtswijken – zal men een klusjesdienst oprichten waarbij ook uitleen van materiaal mogelijk is. U hebt bijvoorbeeld een boormachine nodig.
2.
Er komt ook een vervoersdienst. Pas op: niet voor mensen, maar voor materialen. Die boor wordt dan bij u thuis afgeleverd. Of u kunt ook vragen om uw eigen kapotte boormachine naar het containerpark te brengen. Zelfs boodschappen thuis laten afleveren kan ook.
3.
De vervoerdienst niet verwarren met de verhuisdienst. Wat dat kan ook. Als u geen beroep kunt doen op uw buren (die ook kansarm zijn) of financieel een beetje kampt met moeilijkheden (u wil met de rode lantaarn vluchten voor uw schuldeisers) kunt u op een stedelijke verhuisdienst terecht.
4.
Er komt ook kinder- en tienerwerking. Men zal uw lastige puber bijvoorbeeld begeleiden naar de skatebowl aan de Leie.
5.
Tenslotte wordt er ook gezorgd voor kinderopvang. Crèches met laagdrempelige toegang die zich richten tot een gemengd publiek (een “gezonde mix” van arme en rijke kleuters).

Goed beschouwd is er alhier dus geen BOD in de maak.
Er zijn voor 2005-2006 wel nog twee bijkomende projecten voorzien.
Maar die zijn nog niet ingevuld. En het zou niet gaan om BND’s.
Men wil namelijk in de toekomst adequaat “inspelen” op nieuwe evoluties inzake sociale economie. Die projecten zullen dan puur met lokale middelen gefinancierd worden: 50.000 euro.

WAT MOET DAT NU ALLEMAAL KOSTEN ?
Voor dit jaar (dat al bijna voorbij is!) voorzag men voor het totaal van de projecten aan uitgaven en inkomsten 272.449 euro.
Personeelskosten 230.000. Werkingskosten 42.449 euro.
Als opbrengsten hoopt men op lokale en Vlaamse subsisies (telkens 51.531 euro) en nog een niet nader bepaalde cofinanciering van 134.387 euro. Er zijn ook nog opbrengsten uit de dienstenactiviteiten zelf (35.000 euro) zodat de begroting sluitend is. Men noemt dat dan “zelfbedruipende” projecten.

Het project “kinderopvang” is met het hoogste budget bedeeld: 75.000 euro. (Zou dat geld zijn voor de werking van het nieuwe kinderopvangstehuis in Sint-Jozef? In de begroting is 850.000 euro voorzien vor de aankoop van een gebouw.) De “verhuisdienst” krijgt 55.612 euro. De andere projcten 30.612 euro.

Maar hoe zit het nu met de jobcreatie?
Want dat is de definitie van de stad voor “sociale economie”:
Integratie van zwakke bevokingsgroepen in de maatschappij via het verhogen van hun kansen op tewerkstelling, wat o.m. inhoudt opleiding, werkervaring en begeleiding, maar vooral en in de eerste plaats ook effectieve bedrijfsontwikkeling en jobcreatie.”

Voor de vijf projecten in totaal voorziet men “gestalte te geven” aan NEGEN voltijdse jobs.
En de zuivere personeelskosten (zonder werkingskosten) bedragen 230.000 euro. Dat lijkt redelijk: één miljoen BEF investeren per gecreëerde job. Allez. ‘t Is goed.
Als we het aantal jobs afzetten tegenover de totale investering van 272.000 euro krijgen we wel al een minder flatterend beeld.

En nu nog iets. Heel de vraag is of die personeelsleden niet zullen betaald worden middels andere statuten (SINE, PWA, enz.). Het zullen niet allemaal contractuelen zijn die u een boormachine bezorgen. Komen de aangerekende personeelskosten in de begroting zelf van de projecten daar dan bovenop?

En verder is het zo dat al die projecten ook materieel en immaterieel ondersteund worden door allerhande andere, overkoepelende oprganisaties. Bijvoorbeeld het Welzijnsconsortium en Werk.waardig, het OCMW (met bijvoorbeeld Werk.punt) , het Lokaal Werkgelegenheidsforum, de Werkwinkel, de dienstencentra, de ontmoetingscentra.
De kosten die daarmee gepaard gaan worden nergens in het budget aangerekend.

Hoeveel besteedt de stad zelf aan de sociale economie?
Volgens eigen zeggen via de post “personeel diensteneconomie”: 151.531 euro(waavan dus 51.531 euro naar de BND’s.) Maar er is ook een “fonds sociale economie”: 125.000 euro. En Hiva krijgt voor een studie 27.500 euro. Het Welzijnsconsortium: 10.413 euro.
Schepen Lieven Lybeer liet zich schriftelijk in de laatste gemeenteraad van 24 oktober ontvallen dat hij ervan droomt om 5 procent van de stadsbegroting voor te behouden voor sociale economie projecten. Soms vraagt men zich af of een schepen wel weet hoeveel de grootte van de begroting bedraagt. Vijf procent daarvan is 5,5 miljoen euro.

Berekenen wat de creatie van één job in de sociale economie dan wel kost is een hels karwei.
Het moet mogelijk zijn – mits het inschakelen van een leger aan actuarissen en statistici – maar dat is het laatste waar professionele welzijnswerkers uit de sociale economie in al hun rapporten en zgn. evaluaties aan denken te doen.

Taak voor HIVA!
Het Hoger Instituut voor de Arbeid heeft vanwege de stad al de opdracht gekregen om eventjes het werkveld van onze sociale economie in kaart te brengen, met de rol die de stad daarin kan spelen. (Het kerntakendebat is hier nooit van de grond gekomen.) De opdracht dateert al van in april. Kosten: 27.500 euro.