De verhouding loonkost versus de personeelsinzet (3)

Voor het aantal VTE als personeelsinzet per jaar, zie vorig stuk.

2020

Voor 2020 is er een jaarrekening beschikbaar, dus geen raming. De exploitatie-uitgaven bedroegen 181.7294.995 euro (veel minder dan gebudgetteerd). Voor de personeelsuitgaven vinden we eigenaardig genoeg enkel afgeronde uitgaven. Een totale loonkost van 95.247.000 euro. We overschrijden hier toch al meer dan de helft van de “gewone” uitgaven, namelijk 52.4 %. Terwijl we vroeger dachten dit dit later zou gebeuren.
Loonkost :
– Stad/OCMW: 68.725.000 euro
– VZW zorg: 23.523 euro
– OCMW sociaal: 2.999.000
De loonkost bij stad/OCMW bedroeg meer dan gedacht vanwege o.a bijkomende opdrachten door Corona, uitbreiding van de sociale dienst, telewerkvergoeding. Tevens door de klassieke indexverhoging, verhoging 2de pensioenpijler én aanwerving van “hogere profielen”. (Dit laatste valt al sinds enige tijd op.)
Ter info: de gemiddelde loonkost per VTE in dat jaar bedroeg 67,8K met onderling grote verschillen: zorginstellingen 62,6K, regulier (stad/OCMW) 72,4K).

2021
Exploitatie-uitgaven (raming): 198.404.104
Loonkost (raming): 102.024.592
Verhouding: 51,4 %

2022
Exploitatie: 198.404.104
Loonkost: 106.390.381
Verhouding; 53,6 %

2023
Exploitatie: 202.611.066
Loonkost: 106.855.983
Verhouding: 52,7 %

2024
Exploitatie: 207.213.717
Loonkost: 108.176.194
Verhouding: 52;2 %

2025
Exploitatie: 207.295.995
Loonkost: 109.621.706
Verhouding: 52,8 %



Evolutie van onze personeelsinzet (2)

Eerst wat aantallen in voltijdse equivalenten (VTE), daarna enig commentaar.
Maar vooraleer u die tabel overloopt toch bedenken dat het om gemiddelden gaat van het aantal effectief betaalde (als we de jaarrekening kennen) of gebudgetteerde VTE per jaar, want die aantallen kunnen wat schommelen tijdens het jaar.

2019
Stad: 707
OCMW: 370
VZW Augustinessen (zorginstellingen): 375
Totaal: 1.452

2020
Stad: 699
OCMW: 329
VZW: 376
Totaal: 1.404

2021
Stad: 752
OCMW: 369
VZW: 407
Totaal: 1.528

2022
Stad: 738
OCMW: 366
VZW: 408
Totaal: 1.512

2023
Stad: 734
OCMW: 364
VZW: 409
Totaal: 1.507

2024
Stad: 735
OCMW: 363
VZW: 410
Totaal: 1.508

De aantallen voor de jaren 2019 en 2020 zijn “juist”, in die zin dat ze steunen op de jaarrekeningen. De andere zijn ramingen.
De meeste medewerkers zijn niet vastbenoemd, maar zijn zgn. contractuelen. In tegenstelling tot de “statutairen” zijn ze gemakkelijker te ontslaan, en kosten minder. In 2020 waren er dat 1.203 op een totaal van 1.404. Voor dit jaar 1.271 op 1.5012. Bij Stad zelf zijn er in 2020 slechts 87 vastbenoemd en dit jaar 88.
Bemerk de opvallende dalingen van het aantal VTE in 2020 bij Stad en OCMW. Die zijn te wijten aan de tijdelijke werkloosheid en uitgestelde aanwervingen ten gevolge van Corona.
Toename van het aantal VTE ligt bij het het OCMW, inbegrepen “de zorg”. (Kortrijkzanen staan altijd verbaasd als ze horen dat er meer mensen bij het OCMW werken dan bij de Stad.)
In een volgend stuk gaan we per jaar na wat de verhouding is tussen de personeelskost en het totaal van exploitatie-uitgaven. Een verhelderend gegeven.

Dit jaar zal de loonkost Stad/OCMW voor het eerst oplopen tot meer dan 100 miljoen (1)

U weet het ongetwijfeld ook nog.
Toen in 2013-2014 de nieuwe tripartite aantrad was zowat de meest prioritaire beleidsdoelstelling het significant krimpen van de personeelskost door afslanking (niet-vervanging) van stadsmedewerkers. Toenmalig burgemeester Quickie opperde zelfs dat al in het eerste jaar van die bestuursperiode minstens 1 miljoen kon bespaard worden. Wat niet werd bewaarheid…Integendeel. Wel moet gezegd dat in die eerste legislatuur het aantal voltijdse equivalenten (VTE – dat zijn géén koppen) bij het stadspersoneel daalde van 794,12 (in 2014) naar 674,22 VTE (in 2020) bij het stadspersoneel dan.

Maar we laten nu die eerste legislatuur maar even geheel achterwege (“het verleden laten rusten”) en kijken naar de huidige stand van zaken, meer speciaal naar de cijfergegevens uit het meerjarenplan 2020-2025.
Dat vergt nogal wat werk.
We kijken naar de evolutie van de personeelsinzet in VTE voor Stad (nu ook met Parko en SOK), OCMW, de zorginstellingen (vzw Zusters Augustinessen) en het bijhorende loonbudget.
Het gaat dus om ramingen, uitgenomen voor 2020 want van dat jaar kennen we de rekening (de werkelijke uitgaven)

Maar 2020 was nu juist een speciaal geval, vanwege corona: tijdelijke werkloosheid en uitgestelde aanwervingen.

Een interessante nieuwigheid – een verfijning! – is dat in het huidige meerjarenplan een opsplitsing is gemaakt tussen de loonkost uitbetaald door de vzw Augustinessen in de zorginstellingen en het loonbudget (bezoldigingen, sociale lasten, pensioenen) bij Stad/OCMW.

Voor dit jaar 2021 laten we u nu niet langer in het ongewisse:
– vzw: 24.721.310 euro
– stad/OCMW: 77.303.219 euro (onderwijzend personeel inbegrepen)

Totaal dus 102.024.529 euro. Een raming, maar wel een relevant bedrag. Afgezet tegenover het totaal van alle exploitatie-uitgaven samen (198.145534 euro) in dat jaar komt dit neer op 51,4 procent. Méér dan de helft dus. Wist u dat?

(Wordt vervolgd…)

De studie (niet de werken) van de herinrichting van de Leieboorden (fase II) is eindelijk gegund (2)

Vorige keer vernam u dat die studiekosten in totaal worden geraamd op 1.019.275 euro en dat stad Kortrijk daar 824.100 euro voor zijn rekening zal nemen.
En nu vraagt u zich af aan welke firma de studie is opgedragen en voor welk bedrag.
Bij de tweede gunning (de eerste was wegens slecht bestek grandioos mislukt) dienden dezelfde drie firma’s als bij de eerste plaatsingsprocedure alweer een offerte in…
De duurste won!
Arcadis Belgium nv met een totaal van 1.164.985 euro (exc. BTW). Dat is dus niet zo heel ver naast de raming (1.019.275 euro.)
Voor de “gedeelten” zijn er toch wel verschillen. Stad komt er wel minder goedkoop vanaf dan gedacht.
– Vast gedeelte (ten laste van stad): 515.583 euro tegenover een raming van 373.700 euro)
– Voorwaardelijke gedeelten ten laste van stad: 515.583 euro tegenover een raming van 450.400 euro
– Voorwaardelijke gedeelten ten laste van de Vlaamse Waterweg: 214.465 euro tegenover een raming van 195.175 euro.

Waarom won de duurste offerte? In een openbare aanbesteding nog wel.
Een andere firma is onregelmatig bevonden vanwege hun aanpassingscoëfficiënt.
En nog weer een andere firma werd opnieuw onvoldoende deskundig bevonden.

Misschien nog even kijken hoeveel Stad in totaal (niet enkel voor studies maar ook voor werken) voorziet in zijn meerjarenplan?
Uitgaven: 7.505.000 euro.
Ontvangsten: 2.150.000 euro.
Dat is allemaal nog niet voor morgen hé.
Voor de voorwaardelijke gedeelten kent Stad zich een termijn van 10 jaar toe…

De studie (niet de werken) over de herinrichting van de Leieboorden (fase II) is eindelijk gegund (1)

Het gaat voornamelijk om de verlaging van de Dolfijnkaai, Handelskaai en de Reepkaai.
De voorwaarden en de wijze van gunnen voor de opdracht (openbare aanbesteding) dateert al van december 2020.
En we heinneren ons een artikel uit ‘Het Nieuwsblad’ van 26 januari waarbij gemeld werd dat de werken al waren van start gegaan, in elk geval bepaalde technische werken.
Bij die gunning van december vorig jaar daagden tegen begin februari dit jaar drie offertes op. Maar op basis van het initiële bestek bleek in het College van 19 april plots dat er geen correcte vergelijking mogelijk was tussen de ingediende offertes in verband met concept en visie. Tevens was de inschatting van de deskundigheid van één van de teams niet mogelijk.
Kortrijkwatcher denkt dat het bestek gewoon niet goed in mekaar stak. In elk geval is er in overleg met De Vlaamse Waterweg een scherper omschreven bestek opgesteld.

Het aangepaste bestek bevat 7 vaste gehelen, waarvan 2 vaste en 5 voorwaardelijke.
De vaste gedeelten slaan op een schetsontwerp voor alle deelprojecten en natuurlijk op de herinrichting van de kaaien. Die zijn geheel en al ten laste van de stad voor resp. 54.000 en 319.700 euro.
Het voorwaardelijk gedeelte 1 slaat op de herbouw van de Leiebrug en kost De Vlaamse Waterweg 146.000 euro.
Het voorwaardelijk gedeelte 2 gaat over de herinrichting van de Handelskaai van de Kasteelbrug tot de Schippersraat/Paleisstraat. Raming 122.600 euro, ten laste van stad.
Voorwaardelijk gedeelte 3: Reepkaai. 163.900 euro. Voor Stad.
Voorwaardelijk gedeelte 4: Kasteelbrug en omgeving. Ook 163.900 euro(°. Voor Stad.
Voorwaardelijk gedeelte 5: herbouw Leiebrug. 49.175 euro. Voor De Waterweg.

Wat opvalt is dat er nergens sprake is van een nochtans beloofde passantenhaven bij de Vismarkt.

Eindtotaal is dus geraamd op 1.019.275 euro waarvan 824.100 euro zal gedragen worden door Stad en 195.175 euro door de Waterweg.
Twee zaken mogen we niet vergeten:
– het gaat om ramingen en zonder BTW;
– het gaat om studies (ontwerpen, opvolging) en NIET om werken.
En wat is het verschil tussen vaste en voorwaardelijke gehelen?
Enkel de vaste ten laste van Stad worden nu financieel vastgelegd. Dat is dus voorlopig slechts 373.700 euro (zonder BTW)
De voorwaardelijke kunnen later via een CBS-beslissing opgenomen. Wanneer? Binnen een termijn van 10 jaar, na gunning.
Een en ander is dus niet voor morgen…

(Wordt vervolgd.)




Dienstmededeling

Heel de redactie van kortrijkwatcher zit in de bar van het open zwembad aan de Abdijkaai.
Kunnen nu nog een half uurtje zwemmen maar dat zal er wel niet meer van komen.
Dus pas morgen weer goed nieuws, maar wel een beetje verwarrend.
Gaat over de kostenraming voor het doortrekken van de “verlaagde Leieboorden”, kant Dolfijnkaai, Handelskaai, Reepkaai.
P.S.
Eigenlijk worden de Leieboorden geenszins verlaagd (hoe zou men dat wel kunnen doen?) maar de kaaien.

Deze inhoud is momenteel niet beschikbaar !

Dit gebeurt omdat de redactie van kortrijkwatcher de bijlage alleen heeft gedeeld met een kleine groep mensen en de tekst met toelichtingen daarna stante pede heeft verwijderd.
P.S.
Enkel en alleen onze burgemeester Ruthie en Helga, de voorzitter van de Raad, mogen onze voorstellen tot wijziging van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad (zitting van september a.s.) kennen. Onze trouwe lezers zullen dit onmiddellijk begrijpen en billijken als we zeggen dat het gaat om voorstellen die de macht en prerogatieven van de Raad nog meer ondermijnen dan nu al het geval is.

Naar een betere promotie van de Kortrijkse cadeaubon (2)

In het stadhuis is er zich nu al maandenlang een “Team IT, Promotie en Data” intens aan het bezinnen (parlesanten) hoe men de Kortrijkse cadeaubon beter kan promoten, verkopen en beheren. Momenteel verloopt het systeem via een contract met de vzw Handelsdisrict (in het jargon: BID = Busines Improvement District) maar dit vervalt eind dit jaar. Stad is daar blijkbaar niet tevreden over.
Op vandaag zou die cadeaubon een jaaromzet kennen van ca. 800.000 euro en werken er 150 handelaars aan mee. (De website over de cadeaubon telt meer dan 200 handelaars.) De vzw BID van het winkelwandelgebied verdient er jaarlijks ca; 26.000 euro mee want er is een “breakage”, een vervallingssysteem van vouchers en/of cadeaubonnen van 6,5 procent en BID int daar de helft van.

Stad ziet dat niet meer zitten en wil die winst op vervallen cadeaubonnen in eigen zal steken om daarmee meer in te zitten op prospectie en promotie zodat de omzet verhoogt naar 1 miljoen euro per jaar.
Stad zoekt daarom nog naar een nieuwe leverancier om heel het systeem van cadeaubonnen te optimaliseren en gebruiksvriendelijker te maken: fysiek en (minder omslachtige) online verkooppunten, extra ontwaardingsmethodes bij de handelaars. Wellicht ook geografische uitbreiding van dat BID?
Die nieuwe leverancier zou ook moet instaan voor administratieve en logistieke taken voorde cadeaubonnen.

De opdracht zal worden gegund via een “vereenvoudigde onderhandelinsprocedure met voorafgaande bekendmaking”. De uitgave voor deze opdracht wordt nu geraamd op op 239.035 euro (incl. btw) voor een periode van 4 jaar en de inkomsten op 260.000 euro.
Die inkomsten gaan uit van een veronderstelling van 6,5% vervallen bonnen op een omzet over 4 jaar van 4 miljoen.
Het meerjarenplan is op dit gebied budgetneutraal, dus dat moet gewijzigd.

Plechtig een site openen zonder die te bezoeken

Ja, dat kan, hoe absurd het ook mag lijken.
In Kortrijk kan dat!
Vorige vrijdag 9 juli woonden een 200-tal mensen (corona-tijden) de officiële opening bij van het gerestaureerde Begijnhof van Kortrijk. Na 37 jaar restauratiewerken is eindelijk de 10de fase (omgevingswerken) voorbij en dat moet natuurlijk gevierd. (Het kon wel allemaal wat leuker, origineler georganiseerd, maar goed.. Passons.)
De 200 ingeschrevenen werden van 19 tot 21 uur als het ware opgesloten in de nabijgelegen Sint-Maartenskerk om te luisteren naar enkele sprekerds en naar een optreden van de pianist Jef Neve, geassisteerd door de tenorsaxofonist Nicolas Kummert.
Daarna ging het (gestroomlijnd, afgespannen door een koord) naar het ook vlakbij gelegen, gezellig pleintje, genaamd Sint-Maartenskerkhof.
Daar startte om 9 uur een receptie, met drank à volonté en diverse hapjes met een waarlijk gastronomische allure. Bereid door de OCMW-keuken!
Op de officiële uitnodiging kon men nog lezen dat aansluitend de mogelijkheid bestond tot bezoek van het Begijnhof maar ik heb waarlijk niemand – maar dan ook niemand! – van de 200 deelnemers aan de plechtigheid ook maar aanstalten zien maken om een blik te gaan werpen op het gerestaureerde Begijnhof. Afstand 80 meter.
Men kan dus met een hapje en en drankje een site openen zonder die te bezoeken.

P.S.
Heel de plechtigheid kostte ietwat meer dan twee miljoen oude Belgische franks (BEF).
Het grootste deel van de kosten ging absoluut niet naar de receptie, maar wel naar de logistieke organisatie door de firma Theatech (shelter, klank, kerk, licht, meubilair, en nog een streaming ook). Er is tevens een brochure in meerdere talen gemaakt en uitgedeeld.

Verrassende zoekopdracht voor de ware kunstliefhebber onder onze lezers.

In het kader van het Kortrijkse kunstenfestival (een triënnale, dit jaar “Paradise” genoemd) prijkt er ook binnen in het Begijnhof (op de zgn. bleekweide) een monumentaal kunstwerk van de hand van de Zweed Jacob Dahlgren.
U hebt het wellicht al in het echt of op foto gezien want het blijkt een succesnummer te zijn in het parcours van het festival, alleszins bij de kindjes. Het gaat om een metershoge nogal brede cilinder die letterlijk volhangt met lange, kleurige linten. Men kan er dwars doorheen lopen, maar doe dit maar best gemaskerd want die tent lijkt me wel een mogelijke broeihaard van coronavirussen.
Het werk draagt als titel “The World of Abstraction” en was in 2016, weliswaar in kubusvorm, al een keer te zien in Grenoble.
Eind vorige eeuw was een zéér gelijkaardig kinetisch kunstwerk ook al gemaakt.
En dat is nu onze zoekopdracht.
Tik in Google de naam in van de bekende (kinetische) Parijse kunstenaar (met roots in Zuid-Amerika) Jesus Rafael Soto.
Rechts op de website zult u bij zijn biografie zien staan “afbeeldingen”. Tik daar op en kijk bijvoorbeeld op de eerste rij naar de afbeeldingen 4 en 6 en 7.
Zoek de verschillen met het werk van Jacob Dahlgren en meld die gerust aan de curatoren van “Paradise”: Hilde Teerlinck en Patrick Ronse. Breng ook de cultuurschepen Axel Ronse (N-VA) even op de hoogte. van uw merkwaardige vondst.
Wat een toeval !



Weblog over het reilen en zeilen in de Kortrijkse politiek door Frans Lavaert