Over het inhoudelijke concept van de kunst- en tentoonstellingssite Groeningeabdij (6)

Abonnees van onze digitale stadskrant weten al een en ander over het bouwconcept van de site. Dat er eind maart een studieopdracht is gegund aan een Tijdelijke Vereniging van drie bureaus die we de naam gaven “TV Sentimentele Monumentaliteit”. Het bouwproject op zichzelf wordt geraamd op 8,76 miljoen euro, excl. BTW en het totale beschikbare projectbudget op 13,78 miljoen, dankzij de gigantische Vlaamse subsidie (7 miljoen) van de als cultuurbarbaar bekend staande minister-president Jan Jambon.

De inhoudelijke kant van de in te richten site staat onder leiding van het Team Gautier Platteau (GP).
Het concept laat zich ongeveer als volg samenvatten (we citeren woordelijk maar wat ingekort, en met ons excuus voor de woordkramerij):
“De Groeningeabdij wordt een hybride mix van een kunsthal, een museum en een living (sic) voor de hele stad. Het is een bruisende ontmoetingsplaats; een oord van verwondering en de coolste speelplek van de stad in één. Het toont lokale verzamelingen naast topkunst en laat net zo goed kleine kinderen cureren als grote namen. Groeningeabdij onderzoekt met open geest wat ons als mensen definieert, onderscheidt en verbindt.
In spraakmakende tentoonstellingen en inspirerende participatieve trajecten verkent de Groeningeabdij, geïnspireerd door het verhaal van 1302, alle kanten aan het thema ‘identiteit’. In de stadsliving worden bezoekers in een nieuw soort museale ruimte verwelkomd.
De site wordt niet opgevat in een klassiek (stads)museumarchitectuur met ruim onthaal en betalend parcours maar als een huis met verschillende kamers die elk een eigen sfeer en programma hebben.”


De vijf kamers kunnen als volgt worden getypeerd:
1. Het paviljoen: sociaal, café, verassing, aantrekking, de magneet, de eetkamer.
2. Het dormitorium: gezellig, salons, ontmoeten, mini-tentoonstellingen.
3. De kloostergang: collectiepresentatie, overzicht, wisselende selecties.
4. De kapel: rustig/stilteplek, wisselende presentaties in combinatie met collectie.
5. De tentoonstellingszaal: state-of-the-art ruimte voor tentoonstellingen.

Wellicht moeten we er nog even de nadruk op leggen dat het definitief ontwerp pas volgende jaar in september/oktober zal worden goedgekeurd, dat de werken pas zullen starten in zomer 2022 en dat pas in 2024 wordt begonnen met de “nazorg”, de verhuis en de opbouw van de openingstentoonstelling.

Er zijn immers onvoorstelbaar vele actoren gemoeid met het project.
Niet enkel het team GP en het ontwerpteam “Sentimentele Monumentaliteit”, maar ook het team Musea, het team Gebouwen, het team Openbaar Domein, het team Historisch Hart van Kortrijk, en het politieke team bestaande uit o.a. de directeur Vrije Tijd, de schepen van cultuur Axel Ronse en het kabinet, het team Bouwen, Milieu, Wonen, het team IT, het team Financiën.

Verder werden en worden er diverse interne en externe stakeholders bevraagd zoals de ontwerper van het Begijnhofpark, de Academie, het Agentschap Onroerend Vlaanderen, de adviseurs Integrale Toegankelijkheid (te weten: Hanne Van Beneden, SAPH, Inter), de vastgoedcoördinator.
Hopelijk hebben we niemand vergeten.

De keuze van de studiebureaus met ontelbare beoordelaars (vroeger al een keer vermeld) had ook al wat voeten de aarde, wat moet dat dan nog worden met de keuze van de aannemer(s) en onderaannemers…

Nieuwe kostenraming van de site Groeningeabdij (5)

Ja, dat is al het vijfde stuk gewijd aan het prestigieuze project om van de Groeningeabdij en omgeving in het Begijnhofpark een kunst- en tentoonstellingssite te maken. En er zullen nog veel stukjes volgen aangezien de opening van de tentoonstelling pas wordt verwacht in 2024.

Men is wel al minstens van in 2019 in de weer met het project. En toen al vermoedden wij sterk dat de studieopdracht zou gaan naar een Tijdelijke Vereniging (TV) van drie bureaus, te weten Barozzi/Veiga (uit Barcelona), Koplamp-Architecten (Roeselare) en Tab Architects (Gent).
Om niet telkens de namen van de drie studiebureaus te moeten opsommen hebben we de groep de naam “TV Sentimentele Monumentaliteit” gegeven. En dit omdat zij in hun hoogdravende motivatietekst bij de gunning van de studie (30 maart 2020) hun ontwerp zelf beschreven als zijnde een getuigenis van architecturale “sentimentele monumentaliteit”. (We vinden dat niet uit hoor. Die tekst bevatte ettelijke eerder potsierlijke toelichtingen, waarvan we één voor de rest van ons journalistieke leven zullen onthouden: “De context bepaalt onze ingreep en de ingreep versterkt de context.”)
Allez, we gaan verder. U wil weten wat het ons gaat kosten.

In oorsprong bedroeg het voorziene projectbudget van stad 6,78 miljoen euro. Maar er is recent een subsidietoezegging gekomen van de Vlaamse Overheid (van de als cultuurbarbaar bekende Jan Jambon) van 7 miljoen, zodat het beschikbare budget nu verhoogd is tot 13,78 miljoen. (Voor onze wat oudere lezers: zowat 551 miljoen Belgische franks.)
Het bouwbudget op zichzelf (er is nog een “inhoudelijke” projectkost!) wordt nu geraamd op 8.761.198 euro (excl. BTW), want door de verhoging van de bouwkost is het ereloon (12,5 procent) voor de TV “Sentimentele Monumentaliteit” opgelopen tot 1.359.097 euro (incl. BTW).

In de scope van fase 1 zit de volledige aanpak van de Groeningeabdij met inbegrip van volgende onderdelen:
– nieuwbouwpaviljoen (café – “stadsliving”) met onderkeldering voor sanitair, horeca en ruimte voor kinderen;
– dormitorium met de salons van de stadsliving en op de verdieping een workshopruimte;
– 19de-eeuwse kapel met tentoonstellingsgang en op de verdieping een auditorium en meeting room;
– 16de-eeuwe kapel als tentoonstellingsruimte;
– ondergrondse tentoonstellingsruimten;
– herenwoning, dienstig als administratief gebouw.

Wat is er evenwel in deze fase NOG NIET voorzien?
De renovatie van de oude wasserij en de restauratie van enkele erfgoedelementen in het park (een muur, een grafmonument).
De kostenraming zal dus nog evolueren en dan wordt het nog wachten op de gunning aan de aannemers (pas in maart 2022) en later nog op de werkelijke prijs bij de oplevering. De echte bouwkostprijs zullen we hoogstwaarschijnlijk te weten komen in – laat ons zeggen – het jaar 2026.

P.S.
Over het inhoudelijke concept nog even wachten op een volgende editie van deze elektronische stadskrant.





Er komt een koesterhuis en – winkel in Kortrijk

Er is er al zo’n huis in Antwerpen. En nu komt er dus ook een in onze stad. Hoe men daartoe is gekomen weten we niet, maar vandaag was er blijkbaar een openluchtpersmoment van de burgemeester en een schepen op de hoek van de Lange-Brugstraat en het Boerenhol (achter het Overbekeplein).
Morgen gazetten lezen!

Twee woningen aldaar (de nrs. 1 en 2) met daarachter 11 garageboxen zijn eigendom van stad. Vanwege de slechte staat zijn de woningen niet meer te verhuren. Het stadsbestuur weet nog altijd niet wat ermee aan te vangen, zelfs niet in het kader van het grootse vernieuwingsproject van “historisch Kortrijk” tussen Sint-.Maartenskerk en O.L.Vrouwkerk.
In elk geval moet er vanaf eind 2022 toch iets gebeuren met die site. (Ooit werd eraan gedacht om die woningen en boxen te slopen zodat de toegang tot het Begijnhofpark aldaar wat meer allure zou krijgen.)
Nu wordt het nr. 1 dus tijdelijk verhuurd aan de Antwerpse vzw BERREFONDS (berre=beertje), een soort liefdadigheidsorganisatie van vrijwilligers die ouders en familieleden die een baby of kind verloren een warme steun wil verlenen om hun immense verdriet enigszins te verwerken.
De woning krijgt de naam “Koesterhuis” en men kan er op zaterdag en/of zondag terecht voor meer info en steunverlening, of een ontmoetings- en babbelmoment. Start van de werking op 2 januari. Openingsuren te vinden op de website van de vzw.

De vzw huurt de woning sinds 1 november dit jaar en dit tot 31 oktober 2022.
Officiële opening op 20 december. Aangezien de vzw instaat voor de opfriswerken is de huurprijs laag gehouden: het eerste jaar 50 euro per maand, het tweede jaar 100 euro. (Blijkbaar sluit het Koesterhuis toch ieder jaar enkel maanden want stad verwacht slechts 700 euro aan inkomsten in 2021 en 1.000 euro in 2020.)

Voor de werking van de vzw Berrefonds: zie alleszins hun website.
Er is een “koesterweek” voorzien van 13 tot 20 december en een verkoop van 2.500 warme sjaals (in samenwerking met Veritas).
Corona bedreigt evenwel de concrete uitvoering van allerhande acties…




Staat de koffie klaar?

In juli 2020 sloot het schepencollege met de firma Selecta Pelican (Antwerpen) een raamovereenkomst af voor de levering, de plaatsing en het onderhoud van koffietoestellen en de aankoop van gemalen koffie.
Het contract heeft een looptijd van 5 jaar.
Het gaat om 108 toestellen van het type tafelmodel en het type thermossysteem. De jaarlijkse huur van de toestellen kost nu 45.000 euro, incl. BTW.
De jaarlijkse aankoopprijs van de koffie wordt nu geraamd op 37.735 euro, of 40.000 euro met BTW.
Blij om te weten!
Méér weten?
De opdracht dateert eigenlijk al van in december 2019. Wegens het hoge bedrag van de raming (929.303 euro!) moest de opdracht Europees bekendgemaakt. Er waren 5 offertes waarvan 2 niet aanvaard.
Hoeveel de offerteprijs van Selecta Pelican bedroeg is niet gepubliceerd.

Een gemeenteraad die 6 uur, 23 minuten en 30 seconden kan duren (2)

Aan die langdurige Raad van 9 november hebben we al een keer een stukje gewijd, op zoek naar redenen die de duur ervan kunnen verklaren.

De zitting van de maand november was weer eens omwille van de corona-bedreiging virtueel-digitaal georganiseerd (iedereen zit dan voor zijn PC thuis) en dit zorgt toch wel voor veel vertraging.
Er zitten nogal wat digibeten in de Raad die niet kunnen werken met een elektronisch systeem dat alhier in Stad in voege is en bekend staat als “e-decision”. Laatst hoorden we een raadslid dat zijn micro had laten openstaan tot tweemaal luidkeels vloeken omdat hij er niet in slaagde zijn stem uit te brengen. (Men kan zijn stem dan alleen nog kenbaar maken via het sturen van een email naar de algemene directeur, wat tijd vergt.)
Als er niet per fractie wordt gestemd maar wel hoofdelijk, dan duurt het erg lang eer de uitslag binnen is bij de voorzitter van de Raad. In de laatste gemeenteraad hebben we zo twee hoofdelijke stemmingen gehad die telkens toch minstens 4 minuten in beslag namen.

Er zijn ook raadsleden die zich even wat beter zouden bezinnen over de vraag of zij inderdaad wel iets gaan zeggen en hoe ze dat dan zullen doen.
Zo kent onze ervaren, beslagen gemeenteraadwatcher twee raadsleden waarvan hij helaas objectief moet vaststellen dat zij het woord nemen om er daarbij telkens blijk van te geven dat zij eigenlijk niks te vertellen hebben, ofwel de kunst verstaan om eventjes naast de kwestie te praten. Het gaat om de twee fractieleden van de N-VA. Tja. Beleefdheidshalve noemen we geen namen. Gelukkig houden zij het altijd kort.

Het tegenovergestelde doet zich ook voor.
Zo’n schepen als Philippe De Coene (SP.A) heeft wél iets te vertellen maar hij doet dat immer zo breedvoerig, zo breedsprakerig dat je je het als raadslid zou ontzien om even een punt naar voor te brengen over een of andere sociale materie.
Bij interpellaties van beperkte aard heeft de schepen 4 minuten de tijd om te antwoorden. De Coene heeft zich daar in de zitting van november geen enkele keer aan gehouden. Telkens opnieuw (driemaal) haalde hij de vijf minuten. Daarbij heeft de nieuwe voorzitter Helga Kint het slechts één keer gewaagd om hem te vragen om “af te ronden”. Soms is een werklustig raadslid dan nog zo vermetel om een tussenvraag te stellen en dat geeft de vroegere OCMW-voorzitter dan weer in zijn repliek de gelegenheid om in het lang en het breed, op een imponerende en gedragen toon zijn gedegen kennis tentoon te spreiden. Het duurt dus wel even.
Matti Vandemaele dan, van Groen.
Hij houdt zich door de bank genomen wel aan zijn spreektijd, maar wat een babbelaar is me dat zeg! Wat een spraakwaterval! (Mensen die hem meemaken op de trein naar Brussel vertonen naar het schijnt wel eens de drang om een andere wagon op te zoeken.) In zijn replieken weerhoudt hij er zich doorgaans niet van om nog een keer te herhalen wat hij al eerder had gezegd. Iemand moet hem daar toch een keer op wijzen…

De gemeenteraad van 9 november is occasioneel dan ietwat verlengd door enig extern gedrag van twee bewindvoerders.
Vooreerst door het feit dat minister Vincent Van Quickenborne het lef had om zich in een zondagmiddagnieuws op WTV nog voor te stellen als burgemeester van Kortrijk en daarbij de suggestie wekte dat hijzelf ervoor had gezorgd dat omwille van COVID-19 het winkelcentrum K in Kortrijk die dag gesloten bleef.
Dan was er nog het zelden geziene feit dat een schepen, met name de als zeer ijdel gekende Axel Ronse (N-VA) het bestond om een Kortrijks (moslim)burger in de sociale media uit te schelden en nog voor de rechtbank te slepen ook. Ongezien! Interventies van het Vlaams Belang over deze unieke optredens konden niet uitblijven. Andere fracties van de oppositie hielden zich volledig op de vlakte. Dat was dan wel even een tijdwinst in de Raad…

Het is nog wat te vroeg om een oordeel te vellen over het tijdsgebruik van onze nieuwe waarnemend voorzitter Ruth Vandenberghe. Wel is duidelijk dat zij nog niet echt beslagen op het ijs komt en zich daarom angstvallig houdt aan het voorlezen van een nogal langdradig en kurkdroog, “ambtenaarees” opgesteld papier van haar kabinet en/of een ambtenaar. Dat is de vis in het water verdrinken. Zal zij dat in de nabije toekomst wel afleren?










Ons Kortrijks Staatsblad slaat de bal mis

Even onze serie over de lange gemeenteraad van november onderbreken want we lezen absoluut niet graag totaal verkeerde berichten in ons gewaardeerd eigenste Staatsblad, de regionale editie van HLN, genaamd “Leiestreek”.
Er komt een openbaar onderzoek naar aanleiding van de (voorlopige) goedkeuring van de straatnaamwijzigingen van de Leopold II-laan en de Cyriel Verschaevestraat.
Hierbij meldt onze Kortrijks Moniteur dat bewoners en omwonenden bezwaren kunnen indienen.
Maar alle Kortrijkzanen kunnen dat. Men moet niet noodzakelijk rechtstreeks betrokken zijn bij de zaak. Ieder Kortrijks natuurlijk persoon of rechtspersoon kan niet alleen bewaar indienen maar ook een standpunt vertolken, of een opmerking ten beste geven aan het College van Burgemeester en Schepenen. Men kan bijvoorbeeld een andere naam voorstellen. Of men kan beweren dat er gediscrimineerd wordt wanneer enkel zelfstandigen en vennootschappen en VZW’s een onkostenvergoeding krijgen en gewone bewoners niet. (De uit te keren vergoedingen worden geraamd op 30.000 euro.)

Het is wel zo dat bewoners en omwonenden (en eigenaars die er niet wonen!) een schrijven zullen krijgen van het stadsbestuur.

P.S.
Een juridisch kluchtje. In Sint-Pietersleeuw was er in augustus 2016 eens een openbaar onderzoek bij een straatnaamwijziging voor een traject waar niemand woonde…

Een gemeenteraad van 6 uur, 23 minuten en 30 seconden (1)

Die gemeenteraad van vorige maandag 9 november kon waarlijk met 73 seconden ingekort. 73 seconden. Het is nodig om daar even op te wijzen!
Want, wat eigenlijk nooit of alleszins zéér, zéér zelden gebeurt is dat de SP.A-fractieleider Nawal Maghroud het woord neemt. Zij had ditmaal welgeteld 1 minuut en 13 seconden nodig om uit te leggen waarom de straatnaam van de Cyriel Verschaevestraat (punt 27) moest gewijzigd worden. Eigenaardig genoeg had Nawal blijkbaar geen motivering ter beschikking om bij punt 26 ook de straatnaam Leopold II-laan te schrappen.
Dat komt omdat voormalig burgemeester en nu minister Van Quickenborne nog altijd Commandeur in de Orde van Leopold II is.
Als gemeenteraadslid had hij dan toch even een zegje moeten doen. (Och, ja. Het staat allemaal niet in onze gazetten.)

Tot daar deze eerste noodzakelijk bedenkingen om de duur van die zitting toch wat op de juiste wijze te duiden en te nuanceren. Pietje-Precies!
Maar misschien toch nog dit. De zitting kon evenwel TOCH langer geduurd hebben, indien SP.A-schepen Philippe De Coene dan bij dat punt 27 uitvoerig (zoal steeds) moedig het woord had genomen. Hij is immers vele jaren (25?) geleden al de initiatiefnemer geweest om die Verschaevestraat een andere naam te geven. En waarom de straatnaamwijziging plots niet nodig is bij de nabijgelegen straten, gewijd aan andere literatoren die in de oorlog ” fout waren“: Willem Putman, Felix Timmermans, André Demedts.
(Schepen De Coene kon overigens in de krant van HLN wel zijn zeg doen over de zaak. Waarom deed hij het niet in de Raad?)

Dat de Raad tot zowat middernacht of nog later liep (6 uur duurde, – men begon toen om 18 uur) is vroeger nog gebeurd hoor. Bijvoorbeeld toen men het gepast vond om tegelijk na een “gewone” (alreeds overladen) agenda ook nog het gehele begrotingsdebat (met inleidende algemene beschouwingen!) te laten aanvangen.
Maar nu zijn lange gemeenteraden praktisch onvermijdelijk geworden.
Het OCMW is nu immers “ingekanteld” in Stad, zodat de gemeenteraadsleden tegelijk nog de agendapunten van De Raad voor Maatschappelijk Welzijn op hun boterham krijgen.
– Op 9 november laatstleden was die agenda over Maatschappelijk Welzijn meer dan anders gestoffeerd met 8 punten en 2 interpellaties.
– De agenda van de gemeenteraad over stadsbeleid bestond uit 27 punten met 3 zgn. “uitgebreide” interpellaties (van VB’er Wouter Vermeersch) en niet minder dan 13 “beperkte” interpellaties.
Onze raadsleden hadden dus in het totaal 35 agendapunten te verwerken en 15 interpellaties.
(De meesten hadden zo’n werklast niet verwacht toen ze deelnamen aan de verkiezingen en durven uit eerlijke schaamte niet zeggen dat het ze spijt.)
Van die agendapunten waren er gelukkig wel 14 beschouwd als “hamerpunten”, d.wz. dat ze op voorhand al zonder discussie of stemming door de fracties zijn aanvaard.
Bleven over ter bespreking (zonder de interpellaties): 21 agendapunten.
We gaan ze nu niet allemaal opsommen, maar daarvan waren er een aantal heel belangrijk en ietwat complex, en van andere kon men er zich aan verwachten dat ze tot hevige discussies of incidenten konden leiden.

Even tussentijds samenvatten.
De lange duur van de raadszitting kan men wijten aan volgende redenen:
– het feit dat de gemeenteraadsleden als het ware tegelijk fungeren als OCMW-raadsleden;
– een overvolle agenda;
– vele zwaarwichtige agendapunten;
– een hoog aantal interpellaties;
– mogelijke incidenten.

Gewichtige punten vergen een ernstige discussie en daarvoor is tijd nodig.
Jammerlijk aan dit – ja, demagogisch – bewind is dat het College nogal eens (bewust?) serieuze beleidsbeslissingen niet uitgebreid laat behandelen in een zgn. Verenigde Raadscommissie of zelf in een aparte gemeenteraad. Dit was deze maand bijvoorbeeld het geval met de bespreking van het (nieuw aangestuurde ) armoedebeleid. Vanwege het gevorderde uur wou Groen- raadslid David Wemel dat punt verdagen, maar daar is niet op ingegaan. Ook over de in de maak zijnde nieuwe “regiovorming” (van minister Bart Somers) in West-Vlaanderen kon men zich te weinig beraden. (De nieuwe burgemeester, onze Ruthie beheerst trouwens die materie niet en kan geen standpunt innemen zonder het fiat van Quickie.)
Bij bepaalde interpellaties kan men de indieners ervan verdenken dat zij dat doen om zich te profileren en/of om in de pers te komen. (Dat laatste is wel steeds minder een hopeloos geval: de lokale gazetschrijvers mogen het niet meer over politiek hebben, tenzij over wat de aan de macht zijnde schepenen hen als een soort primeur influisteren.)

Een stijgend aantal interpellaties is daarentegen gewoon het gevolg – de schuld, ja! – van het niet transparante beleid van de tripartite. Eén voorbeeld van deze maand: de stand van zaken over het te bouwen voetbalstadion voor KVK, een vraag ingediend door Pieter Soens (CD&V). Schepen Arne van Sport was echt van plan om daarover (in de gemeenteraad) te zwijgen, en zegt er nog altijd te weinig over. (In de pers een beetje wel, daar moet hij geen schrik hebben van ambetante vragen.)

Nu hebben we het nog niet gehad over het feit dat er ook mondelinge vragen kunnen gesteld, zowel na de gewone gemeentelijke agenda als na de zitting gewijd aan maatschappelijk welzijn.
We hebben het aantal vraagstellers dit keer niet geteld, maar wel de tijdsduur die daaraan is besteed. Méér dan 20 minuten. (En men heeft slecht één minuut per vraag! En 1 minuut per antwoord.) Vele van die vragen zijn ronduit onbenullig. Of ze kunnen gewoon gesteld via het meldpunt. Hier moeten we het College voor een keer bijtreden. Aan die serie triviale vragen moet echt paal en perk aan gesteld. Jawel. Een schepen zou het eens moeten aandurven om bij zo’n puur praktische vraag van de dag over bijv. een slecht wegdek (vragen die vaak juist komen van een of andere burger) koudweg te verwijzen naar 1777. Of de voorzitter zou dat kunnen doen…

(Wordt vervolgd.)






Dreigde er die dag een heuse belegering van de stad Kortrijk? (2)

Het was de politie ter ore gekomen dat een stelletje rechtsextremisten op zondagavond 1 november een soort betoging (eerder manifestatie?) planden in de buurt van het Kortrijkse station.
Men besloot dan ook manhaftig om al vanaf de middag alle toegangswegen naar Kortrijk-centrum af te grendelen bij middel van controleposten, bemand door zowel lokale als federale politie. Jawel! Een volkomen ongezien en onconventioneel schouwspel. (Kent u alsnog een stad waar dat al is gebeurd ; naar aanleiding van een niet toegelaten, “spontane” en minuscule betoging?)

Er stellen zich vragen en bedenkingen bij al dit uiteindelijk lachwekkend machtsvertoon.
Nu is er maandag 9 november aanstaande gemeenteraad.
Zal de nieuwe voorzitter (Helga) het wagen om mogelijke vragen NIET door te verwijzen naar de volgende politieraad? Zij is er toch al wel politiekkundig van op de hoogte dat de bespreking van het veiligheidsbeleid tot de volle bevoegdheid van de gemeenteraad behoort? Dat men het in de politieraad enkel maar heeft over de organisatie en het beheer van het korps? (Begrotingen, aanbesteding, formatie en zo). Het is voor haar de vuurdoop: de kant kiezen van de burgemeester (dat is de uitvoerende macht!) of die van de controlerende gemeenteraad met zijn prerogatieven? (We hopen dat zij het tenminste tot een stemming zal laten komen. Dan wordt helemaal duidelijk hoe de politiek bewusteloze meerderheid – die tripartite – zijn eigen macht en bevoegdheden maar weer eens ondergraaft.)

Eerste vraag.
Hoe is de besluitvorming tot die ongehoorde actie in godsnaam tot stand gekomen? Dat zouden we wel eens willen weten zeg!
Iemand moet dan toch op dat waanzinnige idee zijn gekomen om een heel stadscentrum als het ware als een getto af te sluiten? We kunnen het ons praktisch niet voorstellen dat het plan op eigen houtje is ontsproten bij de kersverse waarnemend burgemeester Ruth Vandenberghe. Zou onze zgn. titelvoerend burgemeester Vincent Vanquickenborne er niet de hand in hebben gehad? Hij heeft er alleszins het lef voor.
Welke actoren namen deel aan de besluitvorming? Ministers, korpschefs, burgemeesters, ambtenaren, veiligheidsdiensten? En wie heeft dan persoonlijk uiteindelijk de knoop doorgehakt?

Een fundamentele vraag.
Om de federale politie te kunnen vorderen moet er wel voldaan zijn aan heel specifieke voorwaarden. Zie art. 43 van de WGP (in deze krant alreeds in een vorig stuk toegelicht).
De motivering van het (federale) politieoptreden van die omvang is door de burgemeester met twee argumenten gestaafd: de betoging was niet aangevraagd en dus niet toegelaten, en de samenscholing kon vanwege corona de gezondheid in gevaar brengen. Deze redenen voldoen niet aan de vereiste omstandigheden (criteria) om de federale politie op te roepen, opgesomd in het fameuze art. 43 van WGP.

– Is een (al of niet toegelaten) betoging van laat ons zeggen een 200-tal man (cfr. Puurs) een dermate ernstige bedreiging van de openbare orde dat het inroepen van de hulp van de federale politie viel te verantwoorden?
– Waren de middelen van de lokale politie onvoldoende om voor deze situatie de openbare orde te handhaven? Kon een relatief kleine politiemacht in de onmiddellijke stationsbuurt niet volstaan?
– Was het afsluiten van een heel stadsgedeelte wel in proportie met een mogelijk kwaadwillige samenscholing?
– Kan het misschien zo zijn dat de controle van de “invalswegen” eigenlijk eerder te maken had met het verijdelen van mogelijke tegenbetogingen of (gevaarlijke) tegenacties? Had men daar dan weet van?

Deontologische vraag.
Mag een politieagent vragen vanwaar men komt, waar men naartoe gaat en waarom?

Praktische vragen.
– Hoeveel korpsen en van welke zones werden ingezet? Aantal manschappen?
– Hoeveel manschappen van de federale politie werden er gevorderd?
– Om hoeveel manuren ging het in totaal (eventueel ook op vrijdag en zaterdag)?
– Hoeveel en welke voertuigen werden zoal ingezet?

Slotvraag.
Hoeveel heeft dat alles gekost en wie draait er voor al dat gedoe op?

De burgers van onze beste transparante stad van Vlaanderen dienen hierover alle mogelijke informatie te krijgen. Laat onze nieuwe burgemeester nu eens tonen dat zij politieke wetenschappen heeft gestudeerd. Of gewoon blijk geeft van ietwat fundamenteel politiek bewustzijn. Over wat een gemeenteraad is als opperste volksvertegenwoordiging.

Dreigde er op 1 november een belegering van stad Kortrijk? (1)

Wie vorige zondagmiddag en/of avond langs een of andere grote of kleine invalsweg probeerde het Kortrijks grondgebied binnen te rijden of te betreden (of het station verliet) zag zich geconfronteerd met een indrukwekkende, goed bemande controlepost van de lokale of federale (zelfs zwaar bewapende) politie. Een korte dialoog met een anoniem vermomde politieagent behoorde ook tot de mogelijkheden. Wie staande werd gehouden kreeg de wel zeer indiscrete (geoorloofde?) vraag te horen wat men in Kortrijk eigenlijk kwam doen. En waarom. Stel u voor.
Geen mens die wist wat er op til was, maar iedereen zag wel in dat er iets fameus serieus moest aan de gang zijn. Zo’n ongeziene machtsontplooiing aan de grenzen (als tolpoorten gelijk) van een stad is, voor elkeen van na WOII, toch ervaren als een unieke, historische gebeurtenis zowel stad als in dit land. Dreigde er een (burger)oorlog? Een catastrofale ontploffing? Een terreurdaad? Verwachtte men buitenaardse wezens?

Onze nieuwe, waarnemend burgemeester Ruth Vandenberghe (soort pseudo-VLD’er) heeft daarover via de media achteraf een zoetgevooisd briefje verspreid met een troostvolle motivering over die spectaculaire actie. Zo weten we min of meer wat er aan de hand w1. Zij had namelijk via politie- en andere inlichtingsdiensten vernomen dat er mogelijks op zondagavond 1 november ca. 19 uur aan de stationsbuurt een niet aangevraagde en dus ook niet toegelaten betoging van wat groupuscules zou plaatsgrijpen. Stel u nogmaals voor!
2. Komt daarbij dat in deze coronatijden samenscholingen medisch bekeken zeer ongepast en risicovol zijn. Het was dus ook haar verdomde plicht als burgermoeder om de gezondheid van de (Kortrijkse) burgers te beschermen.

Ja, dat is ook zo…
Een burgemeester is verantwoordelijk voor de veiligheid (de gezondheid…), de orde en rust in de gemeente. Vandaar dat een burgemeester ook hoofd is van de (lokale) politie en die politie bepaalde opdrachten kan geven.
Het is zelfs zo dat de burgemeester in bepaalde omstandigheden ook de federale politie kan vorderen. Dat is op instigatie van iemand (maar wie?) gebeurd in Kortrijk. (Hierbij dient men onmiddellijk de gouverneur en de arrondissementscommissaris van op de hoogte te brengen.)

Iemand moet de vandaag op dit gebied althans nog wat onervaren Ruthie (dat is het koosnaampje van onze nieuwe burgemeester) gewezen hebben op het bestaan van een art.43 van de “Wet op de Organisatie van de Geïntegreerde Politiedienst, gestructureerd op twee niveaus” (de beroemde WGP).
Daarin staat dat de burgemeester met het oog op de handhaving of het herstel van de openbare orde (dus NIET omwille van gezondheidsrisico’s!) de federale politie kan vorderen. Ja. En dat kan in geval van omstandigheden als “een ramp, onheil, schadegeval, oproer, kwaadwillige samenscholing of ernstige bedreigingen van de openbare orde”. En daar is tegelijk nog een bijzondere, niet te vergeten voorwaarde aan verbonden: het kan enkel “wanneer de middelen van de lokale politie onvoldoende zijn”. (Onthoud dat nu maar even. Of aan al die voorwaarden was voldaan.)

Nu onze voormalige burgemeester Vincent Van Quickenborne tot minister van Justitie is benoemd, willen we onze Ruthie tevens attenderen op het feit dat de federale politie (voor het vervullen van opdrachten van bestuurlijke politie) onder het gezag staat van de Minister van Binnenlandse Zaken maar ook (voor gerechtelijke zaken) onder het gezag van de Minister van Justitie, onze Vincent. (Dat is art. 97 van de WGP.) Heeft Quickie zich gemoeid??
Verantwoordelijk dan voor de uitvoering van het uitgestippelde politiebeleid van die twee vernoemde ministers is de commissaris-generaal van de federale politie. (Art.99 van de WGP).
Naast – natuurlijk – de korpschef van de politiezone VLAS (Filip Devriendt), waren dus heel wat instanties en personen betrokken bij die ongeziene Kortrijkse actie van zondag 1 november. Die operatie moet wel degelijk dagen op voorhand voorbereid zijn.
Alles, maar dan ook alles van dat gebeuren was volkomen onconventioneel en disproportioneel. Daarover willen we het ook nog hebben. Onwelgevallige vragen zijn hier alweer op hun plaats. De pers liet het hieromtrent weer afweten, zelfs nationaal.
(Wordt vervolgd hoor.)









Quote van de dag: “Schepen van Economie en Sport wenste geen commentaar te geven”

Het gaat over schepen ‘zeg maar’ Arne, vandaar minder bekend onder zijn familienaam Vandendriessche.
Hij is niet uit de lokale pers weg te slaan. Nog onlangs konden we via onze lokale onderzoeksjournalist Peter Lanssens van ‘Het Laatste Nieuws’ uitvoerig en in detail vernemen wat voor spijs Arne sinds de sluiting van de restaurants dagelijks heeft opgehaald bij de takeaway’s in Kortrijk. Foto van zijn partner erbij.

Maar gisteren 31 oktober dus was hij over een nochtans belangrijk politiek feit helemaal niet bereid om van zijn Kortrijk de meest transparante stad van Vlaanderen te maken.
In “De Tijd” (pag. 26) verscheen een voor Kortrijkzanen althans belangwekkende primeur: “Stad sluit deal met Vlaanderen over nieuw stadion KVK”. We komen daar zeker op terug, maar kort gezegd komt het er op neer dat de bouw (de ligging, de financiering) van een nieuw voetbalstadion alhier is losgekoppeld aan het al jaren lopende, ingewikkelde megaproject K-R8.
Dat planproces was namelijk vervat in een Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan” (GRUP) met die codenaam K-R8.
Stad mag nu parallel helemaal zelf een ruimtelijke planning voor het stadion opstellen. Dat is niet zonder belangwekkende gevolgen. Stad en de firma “Kortrijk Voetbalt” kan daarmee sneller gaan werken aan het project en met de intercommunale Leiedal bijv. een pps-constructie op touw zetten voor het bekostigen van het nieuwe stadion.
Schepen Arne wil over dit alles dus geen commentaar geven. Niet over de mogelijke verkoop van de club, niet over de ligging en de prijs van het stadion. Niet over waar en wanneer en hoe dat allemaal is beslist. Kortrijkwatcher wel, voor zover dat kan natuurlijk.
We herinneren er alvast nogmaals aan dat gewezen burgemeester Van Quickenborne meermaals en stellig heeft gezworen dat Stad geen cent zou steken in dat nieuwe voetbalstadion.

(Wordt vervolgd.)

Weblog over het reilen en zeilen in de Kortrijkse politiek door Frans Lavaert