De impact van corona op onze stadsfinanciën is minder erg dan verwacht (1)

Onze streekgazetten vinden dat weer niet de moeite waard om daar een woordje aan te wijden, terwijl dat toch goed nieuws is? Kortrijkwatcher zal dus maar weer eens zijn journalistieke plicht vervullen.
Zie weliswaar een volgende editie, want we moeten nog wat lezen.
In het rapport van het eerste semester over het gevoerde beleid, subsidiair over de weerslag van covid op de budgetten van stad (zowel inzake exploitatie als investeringen) bleek er wel wat droevigs aan de hand, maar een nieuwe stand van zaken – opgemaakt begin september – brengt beter nieuws. Financieel gunstige en ongunstige ontwikkelingen compenseren zich ongeveer in dezelfde grootteorde.
Ca. 5,08 miljoen tegenover 5,15 miljoen.
Maar waarom pakt de tripartite daar nu niet mee uit?

Dat jaarlijks digitaal “referendum” komt er dit jaar niet hoor ! (2)

De juridische dienst van Stad heeft het blijkbaar nog niet door (of wil of mag dat niet door hebben) dat een “referendum” op gemeentelijk vlak juridisch een volstrekt onbestaande constructie is, maar dat deze naamgeving eventueel wél volkomen legaal kan vervangen worden door de term “volksraadpleging”. Zo’n raadpleging is dan evenwel in de praktijk gewoon niet te doen, want decretaal bekeken dient een volksraadpleging ongeveer gelijkaardig te verlopen als een echte gemeenteraadsverkiezing. Met al de poespas (en de kosten!) daar om heen kunnen we al dit gedoe onmogelijk jaarlijks organiseren.
Kortrijkwatcher had het daarover in onze vorige editie, en stelt voor dat we voortaan de raadpleging van de inwoners met een ja-neen-vraag gewoon beschouwen en benoemen als een “bevraging”. Simpel.
Maar goed.

De vraag was hier eigenlijk waarom er dit jaar dan (in oktober) geen ‘bevraging’ zal plaatsgrijpen. De populistische tripartite die er altijd prat op gaat dat men participatie, zelfs inspraak hoog in het vaandel voert, zit met deze flagrante omissie natuurlijk zeer verveeld. (Of eigenlijk niet? Pers rept er niet over. De modale Kortrijkzaan weet nergens van.)

– Mogen we er daarom even aan herinneren dat de burgemeester ooit formeel heeft beloofd dat mogelijke vraagstellingen voor dit jaar ter goedkeuring zouden voorgelegd aan de gemeenteraad? Niet gebeurd.
– Weet u nog dat er in het Stadsmagazine ooit is aangekondigd dat wij, Kortrijkzanen zelf zouden kunnen voorstellen indienen over mogelijke vraagstellingen? Die zouden dan kunnen bezorgd via “kortrijkspreekt@kortrijk.be”. Meer info zou nog volgen.
– En Ruth Vandenberghe, onze schepen van participatie (ja en heus, dat hebben wij!), heeft ooit geopperd dat mogelijke vragen konden ingediend via de (nog altijd niet bestaande) “wijkparlementen”. Over dit alles nooit meer van gehoord.
Tja.

Om het verzuimen van al deze beloften goed te praten pakt de tripartite uit met een ongelooflijke, maar wel een voor de hand liggende smoes. Een voorwendsel dat het College acht als vanzelfsprekend verstaanbaar en begrijpelijk voor ons, achterlijke Kortrijkse burgers.
Het is allemaal de schuld van Corona.
Groot gelijk zeg. Burgers konden in deze barre tijden natuurlijk geen voorstellen indienen, want je weet nooit of hun PC niet is besmet door het virus. Het College van Burgemeester en Schepenen (CBS) kon uiteraard sinds maart geen voorstellen bedenken of voorleggen aan de gemeenteraad want er was altijd iemand ziek of vertoonde minstens symptomen. Quarantaine!
Schepen Ruth van Participatie vindt het dientengevolge maar normaal dat de organisatie van de bevraging voor dit jaar door de pandemie “vertraging oploopt” en zelfs “onhaalbaar” is. Zij dankt intussen de protesterende raadsleden uit de oppositie – voornamelijk Jean de Bethune van de CD&V en Wouter Vermeersch van het VB – (in zitting van 14 september) voor hun begrip!
En weet je wat?
In het licht van de corona-crisis moeten volgens het bestuur drie dingen herbekeken worden: de fysieke participatie, de voorlichting en een aantal praktische zaken.
– De fysieke participatie? Hoezo? De bevraging is toch digitaal? En wie geen PC bezit kan terecht in de bibliotheek, de ontmoetingscentra of wijkcentra. Die lokalen zijn open hoor!
– De voorlichting? Die geschiedt toch middels een brochure (30 dagen op voorhand uit te reiken). Is de drukker ziek? Wordt er geen post bedeeld? Kan dat niet op de website van stad?
– Praktische zaken? Welke? Wat wordt daarmee bedoeld? De gebiedswerkers zijn daar naar verluidt met een onderzoek mee bezig. Waarmee zijn ze bezig, en sinds wanneer? Wat hebben ze eigenlijk te maken met de organisatie van een “digitaal referendum”?
Och ja.
Ja, weet je wat? Dat is de vraag.
Het CBS is nog altijd koortsachtig bezig met het zoeken naar een vraag
1) waar de drie fracties van de tripartite samen mee kunnen akkoord gaan en 2) natuurlijk ook een vraag die tegelijk ongevaarlijk is voor het gevoerde beleid.
En punt 3: tevens een vraag die de gemeenteraad niet in de gordijnen jaagt.
Men wil tenslotte absoluut een déconfiture, een nederlaag vermijden zoals is geschied bij de vorige bevraging (over de autoloze zondagen).
Zo is dat.
En als het niet waar is, dan zal zullen we het ook nooit weten.




Dat jaarlijks digitaal “referendum” komt er dit jaar niet hoor (1)

Volkomen in het kader van het door de tripartite gevoerde demagogisch-populistisch beleid is in het bestuursakkoord tussen VLD, SP.A en N-VA opgenomen dat men jaarlijks een digitaal referendum zal organiseren met een ja-neen vraag, waarop Kortrijkse inwoners vanaf 16 jaar dan kunnen op antwoorden. Directe democratie! Inspraak! Participatie! “Kortrijk spreekt”!
U zal zich alleszins herinneren dat er in oktober vorig jaar zo’n “referendum” is geweest, waarbij men aan ons vroeg of er maandelijks een autoloze zondag kon komen in de binnenstad. (In feite bedoelde men geenszins dat heel het gebied binnen de kleine ring in aanmerking zou komen, – een groot misverstand. Het ging over de fietszone in de binnenstad.) Suggesties waren ook welkom. Nog iets van gehoord? En weet u nog dat het plan van meer speciaal schepen Axel Weydts (SP.A) toen is verworpen?

Dus is het nu hoog tijd om volgende maand oktober de burger opnieuw te raadplegen. Daar komt dus niets van in huis. Het punt was niet eens geagendeerd op de gemeenteraad van gisteren 14 september.
Het schepencollege heeft dit verzuim met een onvoorstelbare SMOES proberen goed te praten, waarover straks meer.

We moeten toch weer een keer en allereerst iets zeggen over het foutieve gebruik van de term “referendum”. Alstublieft. Die term wordt zelfs nog gehanteerd in het (nieuwe) Kortrijkse participatiereglement, terwijl het begrip juridisch gezien op gemeentelijk en provinciaal vlak gewoon niet bestaat. We herhalen: niet bestaat.
De term “volksraadpleging” is decretaal daarentegen voor lokale besturen wél degelijk in gebruik. En de mogelijkheid om concreet uit te voeren. Maar bijna geen gemeente begint daar mee.

Want zo’n volksraadpleging organiseren is geen klein bier!
De procedure en het verloop ervan is bijna volkomen gelijkaardig aan dat van gemeenteverkiezingen! Stel u voor. Met heel de santeboetiek die erbij hoort: oproepingsbrieven en stembrieven, stemlokalen en stembureaus en telbureaus, enzovoort.
Dit kan Kortrijk zich alleen al financieel niet eens jaarlijks permitteren.
Vandaar dat noch de term “referendum”, noch de term “volksraadpleging” hier in deze transparante en innoverende stad op vlak van inspraak kan gehanteerd worden. Is er nu werkelijk geen jurist in de stadsadministratie die dit ziet? Burgemeester zelf ook niet?
We pleiten daarom voor het gebruik van het ordinaire woord “bevraging”.

(Wordt vervolgd.)

Voortdoen ! (2)

Zoals in onze editie van gisteren verteld, kennen we nu dankzij de eerste semesterrapportering de stand van zaken van het gevoerde beleid per 30 juni 2020.
Zo ook een overzicht van de gedane uitgaven in het investeringsbudget.
Laten we het vandaag eens enkel daarover hebben, want de tripartite heeft met de welwillende hulp van de reguliere pers de mythe (de perceptie) geschapen van een waar en historisch ongezien investeringscollege te zijn.
1.
Hoe zag het oorspronkelijke investeringsbudget er uit voor het jaar 2020? (We hebben het hier uitsluitend over Stad, niet over het OCMW.)
Het initieel uitgavenbudget bedroeg 61.781.987 euro.
Men heeft daar intussen de overdracht van overschotten uit de jaarrekening 2019 (dus van vorig jaar niet gerealiseerde projecten) aan toegevoegd en komen momenteel aldus aan een nieuw investeringsbudget van 70.867.804 euro.
2.
De vraag is nu hoeveel daar tot op de dag van 30 juni is van vastgelegd.
Dat wil zeggen: voor welke bedragen zijn er dan wel transacties ingeschreven in een budgettair dagboek voor één boekjaar, als gevolg van een al aangegane of voorgenomen verbintenis met een welbepaalde derde (een mogelijke aannemer bjjv., of een studiebureau, of een leverancier). Dat kan gebeuren met een bestelbon, of door een beslissing van het schepencollege of zelfs van de gemeenteraad.
Welnu, van dat nieuwe investeringsbudget 2020 van 70 mio en zoveel is in het eerste semester van dit jaar 18.347.474 euro vastgelegd. Ge moet dat een keer bepeinzen, als gewone mens of als ambtenaar. Dat is slechts 25,88% van wat je allemaal had bedacht om te doen, dus nog ver verwijderd van wat een ideaal (utopisch?) streefdoel zou moeten zijn, namelijk 50% of de helft van het budget. Nou ja.
Het stadsbestuur zoekt voor zichzelf troost (soelaas) voor deze uiterst geringe realisatiegraad.
Men merkt daarbij op dat de vastleggingen niet volledig zijn. De stad werkt sinds 2020 met nieuwe boekhoudsoftware en daardoor konden de gemaakte vastleggingen uit 2019 (nog) niet automatisch overgezet worden. (Eerlijk gezegd, we begrijpen dit niet.) Men raamt dit effect op 7,5 miljoen en komt zo aan een meer “reëel” vastleggingspercentage van ca. 36,5%. Bon, het is nog altijd geen 50%.
Stad zal moeten “voortdoen” in het volgende (nu lopende) halfjaar!
3.
Wat zijn nu de aanrekeningen of effectieve boekingen per 30 juni?
Welk bedrag aan facturen is er daadwerkelijk geboekt op het gepaste begrotingsartikel?
Haha! Een bedrag van welgeteld 9.318.899 euro of 13,14%. We zitten goed bij kas dus. Doe zo voort!

O ja!
We waren het bijna vergeten.
Stad heeft voor 2020 ook investeringstoelagen beloofd voor onder andere Fluvia, de kerkfabrieken, Kortrijk Voetbalt. Voor een bedrag van 3.2002.488 euro. Wat is daarvan in het eerste semester gerealiseerd? 558.355 euro oftewel 17,4%.

Een vergelijking met het eerste semester van vorig jaar is leerrijk.
Het vastleggingspercentage lag toen al op 60,5%.
Maar het aanrekeningspercentage was toen ook heel laag: 12,5% !

Hoe verklaart Stad nu het beduidend lage vastleggingspercentage?
U raadt het !
“Voor een stuk” zegt Stad is een en ander door corona uit te leggen en de bijgaande lock-down waarbij ook een deel van de bouwsector stillag. Tja. Vastleggingen zijn wél verbintenissen hé (plannen, projecten), die daarom absoluut niet onmiddellijk moeten uitgevoerd, zelfs niet binnen het boekjaar.
Corona of niet. Gedachten (voornemens) zijn vrij!

Overigens zijn er wel werken geweest met toch grote uitgaven (aanrekeningen van meer dan 500K): parking station (1,7 miljoen), vernieuwen straten (998K), centrum Warande (962K), investeringen in bestaand patrimonium (593K).

In de gemeenteraad van 14 september a.s. houdt VB-raadslid Wouter Vermeersch een uitgebreide interpellatie over de financiële impact van de coronacrisis.
Schepen van Financiën (Kelly Detavernier) en schepen van stadsontwikkeling (Wout Maddens) kunnen van de gelegenheid profiteren om een keer in detail op te lijsten welke investeringen er helaas niet konden doorgaan, uitsluitend door de schuld van Corona, en van niets, maar dan ook van totaal niets anders.
We vonden in het rapporteringsdocument op pag. 6 een merkwaardig, intrigerend zinnetje dat immers ook een en ander kan verklaren: “De capaciteit op vlak van projectleiders was ook nog in opbouw in het 1ste semester.”



Voortdoen ! (1)

Dat is de leuze die vooral schepen van stadsontwikkeling Wout Maddens (VLD) op sociale media in petto heeft als er weer eens een project op stapel staat. (Ook als een en ander nog niet helemaal duidelijk is inzake timing of zelfs ontwerp. Zie bijv. de plannen voor “historisch hartje Kortrijk” die recent alweer met de nodige fanfare werden kond gemaakt in de media.)
Schepen wil daarmee natuurlijk aangeven dat het stadsbestuur en zeker zijn kabinet waarlijk goed en naarstig voortdoet. Zijn we goed bezig zeg!
Ons niet gelaten, maar er bestaat nu een reële, exacte meetlat om te weten of men wel goed opschiet met bepaalde plannen of acties. De burger op een populistische manier bedotten is niet echt meer mogelijk (tenzij onze pers alweer tekort schiet in de berichtgeving).

Hoe zit dat?
Sinds dit jaar zijn gemeenten namelijk verplicht om een zgn. opvolgingsrapport op te maken over het (al of niet) gevoerde beleid in de eerste semester van het lopende jaar. Dat rapport (in Kortrijk 130 pagina’s) komt ter sprake in de volgende gemeenteraad van maandag 14 september. We krijgen dus een stand van zaken te lezen over de actieplannen uit het meerjarenplan, over de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven in het eerste halfjaar, en in voorkomend geval over mogelijke wijzigingen in de gedane assumpties (aannames).
Voor wie de makers van percepties (de perceptionelen) nu een keer echt de mond wil snoeren is dit soort van rapportering natuurlijk veel goud waard.
Alle acties uit het meerjarenplan (MPL) die lopen in 2020 (dat zijn er 298!) worden inhoudelijk geëvalueerd naar hun status op 30 juni 2020, en van de acties die financieel worden opgevolgd (76) in het exploitatiebudget krijgen we de gedane, werkelijk gerealiseerd bestedingen in dat eerste halfjaar.
Tegelijk krijgen we ook inzicht in de stand van zaken van het investeringsbudget.
– Wat was het initiële budget en wat is het geraamde budget als we rekening houden met de overdrachten uit de jaarrekening 2019?
– Welke bedrag is daarvan daadwerkelijk vastgelegd in een overeenkomst met de goedgekeurde kandidaat-inschrijver op de overheidsopdracht?
– En hoeveel van dat bedrag is al met factuur geboekt en aangerekend?

Cijfers zijn voor een volgende bijdrage alhier in kortrijkwatcher.
U zal versteld staan over de realisatiegraad inzake investeringen.
Wordt vervolgd.


Sint-Rochuskerk wordt kunst- en cultuurtempel (2)

Er lopen al sinds de lente van dit jaar her en der enige losse geruchten de ronde dat de kerk (in die uitvalsweg naar Doornik) zou verkocht worden aan een “artiest”. Een artiest zeg. Stel u voor, zo’n een nieuwigheid inzake herbestemming van kerken.
Alhier ter stede is de kerk alleszins beroemd geraakt toen de legendarische KUL-studentenpastor John Dekimpe daar ook in functie trad. Ook een ‘artiest’…

Onze redactie heeft intussen een fortuin besteed aan telefoons om te weten wie die artiest-koper dan wel kan zijn. Maar het is geen artiest! Het zou gaan om een industrieel, of zoiets, die nogal wat kunst bezit, kunstminnend is en daar in het kerkgebouw iets goed mee wil verrichten. Aanvankelijk zaten we op het spoor van een bekende textielmagnaat uit de streek, maar dit spoor bleek achteraf vals te zijn. Spijtig niet?

Contacten met meerdere personen, waarvan we pertinent zeker zijn dat zij de naam van de koper (of de firma) kennen, houden evenwel hun mond. De beminde parochianen mogen het niet weten. (Overigens onderhandelde de koper met de kerkfabriek via een tussenpersoon.) De omerta is totaal.
Wat de reden is van al deze waarlijk ongemene, ongehoorde, algehele geheimhouding ontgaat ons tot op heden.
Of zou het eenvoudig kunnen zijn (ja?) dat de voorstanders van die verkoop (en juist aan deze persoon of deze firma?) ronduit vrezen dat volledige openbaarheid en transparantie over de gekozen herbestemming van de kerk al te veel commotie zou veroorzaken bij de beminde gelovigen?
Dat we het niet weten!

In het kerkenplan nr. 1 van 2017 staat wel degelijk dat “elke pastorale entiteit zal aangeven welke gebouwen op welke wijze verder noodzakelijk zijn om een vitale gemeenschap te vormen.”
Het kerkenplan nr. 2 van 2018 heeft het daarbij uitdrukkelijk over een “zeer participatieve werkwijze en ruimte voor gesprek en overleg” bij de besluitvorming rondom de bestemming van de kerken. In het Kortrijkse decanaat is het evenwel in de praktijk de gewoonte dat de deken E.H. Geert Morlion het voor het zeggen heeft, nu geheel in lijn met de nieuwe bisschop Lode Aerts.
Ter info. In het kerkenplan 2 luidde het nog dat de liturgische functie wel uit het kerkschip zou verdwijnen, maar als het ware zou verhuizen naar het hoogkoor. (Dan had men het dus toen wel over een neven– en niet over een herbestemming, zoals nu het geval is.)

Er is dus intussen al maanden een compromis afgesloten met de koper en het verlijden van de akte zal – naar men zegt – niet lang meer op zich laten wachten.
Tip voor de beminde parochianen. De laatste liturgische viering komt er op 29 december. Men zal dan ook de naam bekend maken van de nieuwe pastorale entiteit en de samenstelling ervan. Waarschijnlijk komt in de naam het woord “Verrijzenis” voor aangezien de gelijknamige kapel van de school (lyceum) ‘O.L.Vrouw van Vlaanderen’ het nieuwe onderkomen wordt van de parochianen uit de entiteit.

De koper zou voor de Sint-Rochuskerk om en bij 250.000 euro veil hebben gehad. Een koopje, zo zou je kunnen opperen maar – zoals men dat zegt – “er zijn nog véél kosten aan”. (Verwarming, ramen, – naar het schijnt.)
De koper heeft beloofd dat hij de kerk zal omtoveren tot een soort hoogstaand cultureel centrum, een museum gelijk, met (bijv.) tentoonstellingen en concerten.
In het compromis staat ook dat het gebouw gedurende 15 jaar absoluut niet kan dienen voor enige commerciële (winstgevende) activiteit. Als hij het toch zou wagen, komt er een soort (hoge) geldelijke boete bij te pas.
Mooi zo.

P.S.
Als de kerkfabriek Sint-Rochus niet meer bestaat, dan moet Stad ook geen jaarlijkse toelage meer betalen. Voor de jaren 2021-2024 komt dat neer op een besparing van 369.156 euro. (We hebben het voor u, trouwe lezer, speciaal uitgerekend.) Maar! De Verrijzeniskapel zou naar verluidt in slechte staat zijn, en de opkalefatering gaat ook nogal wat kosten.
Schepen Kelly Detavernier (N-VA) van kerkfabrieken is al aan het rekenen?




De kostprijs voor de “heraanleg” van de parking in de Groeningelaan ??

De parking aldaar verdwijnt voor een groot deel en wordt een park en speelplaats voor de basisschool aldaar. Men aanziet dat niet als het opdoeken van een parking, maar wel als een “ontharding”, want onder deze naamgeving kan men subsidies verkrijgen.

Kort geleden deed schepen van groen Bert Herrewyn (SP.A) daar op facebook kond van, met vermelding van de prijs: 450.000 euro, excl. BTW. Hij verwees daarbij ook naar de website van stad waar het project nogal uitvoering ter sprake komt. Ook daar wordt dezelfde kostprijs vermeld.
Hier op kortrijkwatcher heerst een goede gewoonte.
Als een schepen (of de pers) ergens een bedrag vermeldt gaan we stante pede een officieel document raadplegen. In dit geval het meerjarenplan 2020-2025 waar de actieplannen van de tripartite worden opgesomd met de bijhorende voorziene investeringen.

Het actieplan 9.1.9 wordt omschreven als “Parking Groeningelaan verdwijnt en wordt groen. Het park wordt heraangelegd”.
Ziehier nu de geraamde uitgaven, en let even op het eerste jaar waarop de investeringen zijn gepland. (Er zijn nochtans al werken bezig.)
2022: 58.330 euro
2023: 861.670 euro
2024: 80.000 euro.
Totaal: 1 miljoen!

Nog ter info.
Zo’n (toch eenvoudig) project kan de administratie (met al zijn architecten en groen- of milieudeskundigen) niet zelf ontwerpen…
Men heeft dus een studiebureau ingeschakeld. Dat is de firma Cnockaert uit Wervik geworden. Ereloon: 66.516 euro. Dat is 3 procent méér dan geraamd door de administratie.

P.S.
Schepen Herrewyn reageert niet op onze toelichting op FB.

Wil je nu wat weten? Er is een studie over lokale politieke verslaggeving (1)

Pas verschenen.
Een onderzoeksrapport getiteld: “Lokale politieke verslaggeving”, met als ondertitel “Hoe ervaren regiojournalisten en lokale beleidsmakers re-giojournalistiek in Vlaanderen”?”
Studie gemaakt in de periode september 2018- juli 2020, met als auteur Ria Goris van de Erasmushogeschool Brussel (opleiding journalistiek), nog wel met medewerking van de VVSG en het Kenniscentrum Vlaamse Steden.

Men heeft 27 burgemeesters en schepen uit de 13 centrumsteden bevraagd.
Parallel daaraan nog 26 regiojournalisten, telkens één van Mediahuis, (Gazet van Antwerpen, Het Nieuwsblad, Het Belang van Limburg) en één journalist van DPGMedia (Het Laatste Nieuws).
Men zocht in elke centrumstad telkens naar de journalisten met het meeste ervaring met politieke verslaggeving, waardoor we denken dat Peter Lanssens uit HLN ook zijn zegje heeft mogen doen. (Jammer dat de geciteerde uitlatingen niet verbonden zijn aan een centrumstad.)
Dat waren dan de face-to- face bevragingen.

Daarnaast heeft men nog 450 regiojournalisten gevraagd om medewerking. En 139 daarvan vulden de vragenlijst in. Dat is nogal wat.
Het spreekt vanzelf dat we enige aandacht zullen besteden aan dit rapport. Meer speciaal aan onderzoeksvragen over behandelde thema’s en onafhankelijkheid in de regiojournalistiek.
Maar uiteindelijk hebben de resultaten van het onderzoek ons niet verrast.
Bijvoorbeeld de vaststelling over de toenemende sensationalisering van het regionieuws, het gebruik van kant-en-klaar nieuws, de (vaak vriendschappelijke) relatie tussen beleidsmakers en pers.

Aangezien het journalisten(-in-spe) zelf zijn geweest die het onderzoek hebben gevoerd en beantwoord, stoten we wel op enkele fundamentele lacunes. Niet behandelde taboe-onderwerpen.
– Het bestaan van de “burgerjournalistiek” (zoals Apache, Scheldt, Doorbraak, of ja…stadblogs als kortrijkwatcher).
– Het intellectueel niveau van de regiojournalisten. (Wat hebben ze gestudeerd? Wat is hun echte hoofdberoep?)
– Heeft het niveau van hun verslaggeving wel te maken met de (lage) verloning?

En wat er volkomen mankeert is dat men de kwaliteit van de verslaggeving in de centrumsteden niet heeft vergeleken. Maar ja, dat was blijkbaar geen onderwerp van onderzoek…(Of course. Zou ook moeten gedaan worden door niet-journalisten.)

P.S.
Weet je wat een hoge piet van onze WTV mij – senior-writer van kortrijkwatcher – een keer zei?
Burgerjournalisten koken misschien wel, maar het zijn geen koks.


Weblog over het reilen en zeilen in de Kortrijkse politiek door Frans Lavaert