Category Archives: OCMW

Personeelsevolutie bij het OCMW maakt rare sprongen

Onder het voorzitterschap van Francesca Verhenne (CD&V) groeide het personeelbestand geweldig.  In de periode 2006-2019 bijvoorbeeld ging het van 614 naar 755 voltijdse equivalenten (VTE).  Naar verluidt was dit te wijten aan het stijgend aantal te behandelen dossiers bij de sociale dienst.

In 2013 (begin van het bewind van Philippe  De Coene) waren er plots slechts 626,34 VTE.  En in 2014 nog minder: 582,99 VTE.
Maar dan gaat het weer in stijgende lijn:
–  2015:  593,26 VTE
–  2016:  608,07
–  2017:  627,88
– 2018:  634,10

Aan het einde van de planningsperiode (van het meerjarenplan) komt er weer een afbouw:
–  2019:  631,97 VTE
–  2020:  624,99

De grilligheid van die evolutie (aantallen die in de opeenvolgende jaarlijkse papieren  van het OCMW voortdurend veranderen – hoe kan dat?) is de toelichting bij de begrotingsdocumenten enkel uitgelegd voor de grote uitbreiding in 2017-2018.
In 2018 komt het project MISSION op gang (vijf casemanagers die mensen in armoede gaan opzoeken en bijstaan),  de zgn. middelen Borsus en TWE vergen 5  VTE,  er is een extra sociale Maribel (1 VTE),  en een projectmedewerker SWITCH.
(We gebruiken nu het jargon dat ook OCMW-raadsleden nauwelijks kennen of beheersen.)

De afbouw vanaf 2019 is te wijten aan het niet vervangen van gepensioneerden en het aflopen van het project MISSION.   (Nochtans las ik ergens  dat de casemanagers zouden behouden blijven op kosten van het OCMW zelf.  Nu worden ze betaald met een driejaarlijkse Europese subsidie van 330.000 euro.)

Ter info.
Er zijn bij OCMW nog altijd twee soorten personeelsleden.
Je hebt er die werken in dienst van de vzw Augustinessen  (te vinden in de woonzorgcentra) en anderen die – laat ons zeggen – tewerkgesteld zijn in de kantoren van het OCMW.
Personeel van de nonnen van de vzw (dat nooit vast benoemd is!)  is in aantal altijd groter dan de andere categorie.  Voor 2018  zijn er bij de vzw 388,61 VTE in dienst en bij het ‘pure ‘ OCMW 254,49 VTE.
In het budget 2018 is er voor “bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen” een bedrag voorzien van 19.678.532 euro.  Slaat dat dan enkel op de loonlast van de ‘pure’ OCMW-personeelsleden?

 

Over enkele samenwerkingsovereenkomsten van het OCMW

Middels convenanten (afspraken van overheden met particuliere organisaties) verleent het OCMW al jaren subsidies aan instanties die bezig zijn met allerhande vormen van welzijnswerk .
Dit jaar gaat het in totaal om 1.037.123 euro.

Het gaat soms om grote sommen:
–  SVH De Poort:  125.000 plus  405.000 euro (luik werk)
–  CAW (Centrum Algemeen Welzijnswerk):  212.000
–  Interlokale W13 (vereniging van OCMW’s): 60.229
–  Radio Quindo (voor jongeren):  50.000
–  De Bolster (begeleid wonen):  45.000

Het merkwaardige is dat Stad in bepaalde gevallen  aan dezelfde instanties nogmaals subsidies verleent.
–  Zeer opvallends is het bedrag van 222.000 euro aan De Poort.
–  De vzw Ajko  (kwetsbare jongeren) krijgt 69.000 euro van Stad en 12.000 euro van het OCMW.
–  Radio Quindo krijgt nog 25.000 euro van Stad.
–  Kanaal 127 (dienstverlening voor bedrijven) put ook uit twee bronnen:  15.000 euro (Stad) en 15.000 euro (OCMW).

“Concurrerende” verenigingen voor en van armen krijgen ook geld van het OCMW:
–  Aktie:  25.000 euro
–  De Kier:  5.000
–  De Vaart (voedselbedeling):  4.500

En wie heeft er hier al van gehoord?
–  LOGO (lokaal gezondheidsoverleg):  6.700 euro
–  DYZO (voor zelfstandigen in moeilijkheden):  6.955
–  Emmanuel (gezinnen en mensen in nood):  5.000

 

Het recht op een taxibon is NOG NIET verruimd !

In november 2016 lanceerde het Kortrijkse OCMW de taxibon.
Die bon was toen bedoeld voor Kortrijkzanen die ofwel 75 jaar of ouder zijn en genieten van sociaal tarief, of jonger zijn dan 75, genietend van sociaal tarief en fysiek of visueel beperkt zijn.
Men moest dus rechthebbende zijn van een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering, met andere woorden leven van een laag inkomen (bijvoorbeeld maximaal 17.885 euro op jaarbasis).

Het OCMW wou in zitting van 28 september beslissen om de inkomensvoorwaarde te laten vallen.

Dit betekent dat vanaf 1 oktober elke thuiswonende Kortrijkzaan ouder dan 75 jaar in aanmerking zou komen voor de aankoop van taxibonnen.  Wie jonger is dan 75 ook nog maar de fysieke of visuele beperking blijft.

Het agendapunt is evenwel UITGESTELD.
WAAROM???

Zo’n taxibon is 5 euro waard.
Men mag er tien kopen per maand.
De gebruiker betaalt hiervan de helft. De taxifirma komt tussen voor 50 cent en het OCMW legt 2 euro per bon op.
Er zijn zouden nu drie taxibedrijven die taxibonnen aanvaarden: CheapTaxi, Taxi Quick en Taxi Cruise.  Een vloot van 10 taxivoertuigen.

Waarom wil het Kortrijkse OCMW nu nog per se een secretaris?

Al sinds 1 juni 2014 zit het OCMW zonder secretaris!
Pas in maart van dit jaar besliste de OCMW-raad dat de functie opnieuw moest ingevuld..
Kandidaturen moeten nu ten laatste binnen op 7 mei en de aanstelling van de nieuwe secretaris zal ingaan op 13 juli.

Waarom is dat allemaal zo raar?
Wel.
Vanaf begin 2019 worden alle OCMW’s ‘ingekanteld‘  (zo zegt men dat) in de gemeente.
Concreet betekent dit dat de gemeenteraadsleden tegelijk ook het mandaat van lid van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn zullen opnemen.  En de voorzitter van de gemeenteraad zal tevens de voorzitter zijn van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn.  De leden van het schepencollege vormen dan het Vast Bureau.  De voorzitter van dat Bureau is de burgemeester.

In Kortrijk krijgen we dan telkens per maand (?) twee gemeenteraden – al of niet na elkaar – waarvan één – laat ons zeggen –  gaat over OCMW-materie.
In elke gemeente komt er één “secretaris-directeur” en één financieel directeur die zowel ten dienste staan van het ‘OCMW’ als van de gemeente. (Gemeenten met meer dan 60.000 inwoners kunnen een adjunct-secretaris-directeur aanstellen.)
De gemeenteraad doet de aanstellingen binnen zes maand nadat het ambt vacant is geworden.  Om de continuïteit van het bestuur te waarborgen kan de invulling van de eerste secretaris-directeur  en de financieel directeur evenwel al gebeuren per 1 augustus 2018 !
Met andere woorden:  de nieuwe OCMW-secretaris kan tegen die datum al zijn job kwijt geraken…
Of is het misschien net de bedoeling dat de huidige stadssecretaris én huidige stadsontvanger aan de dijk worden gezet?  Vervangen worden door de secretaris én ontvanger van het OCCMW???

Het botert al een tijd absoluut niet tussen die twee hoogste stadsmedewerkers (decretale graden!) en het schepencollege.
(Staat nog altijd niet in onze gazetten.  De ingebedde perse van de dode bomen.)

Termijnoverschrijdingen en boeten

Grote projecten van het OCMW lopen nogal eens (merkwaardige) vertragingen op.
Scheelt dat aan de ontwerpers zelf?  Of aan wie?
We vermelden er  nu – en voorlopig – slechts twee.

Het bouwproject DAM 49-53
Het ging hierbij om een sloop en het bouwen van 17 sociale huurappartementen en de renovatie van 6 studio’s op de Dam.
De voorziene uitvoeringstermijn bedroeg 500 kalenderdagen.
Omwille van externe omstandigheden zijn er vier termijnverleggingen toegekend.  Als gevolg van de vertragingen  bij de uitvoering van de ruwbouw konden andere aannemers evenwel hun werken niet verder zetten.
De uiteindelijke termijnoverschrijding bedroeg  niet minder dan 392 kalenderdagen.  Dat leidde dan weer tot extra werk voor de ontwerpers waardoor het architectenbureau een bijkomend ereloon kreeg van 15.820 euro…
Volgens een bepaalde formule  (zoek ze maar eens op!) zou de boete voor de aannemer zelfs 1,32 miljoen euro bedragen.  Maar de boete mag naar het schijnt  maximaal  5 procent van de oorspronkelijke aannemerssom (2,35 miljoen) bedragen.  Zodat de boete is herleid tot 117.789 euro.

Een restauratie in het Begijnhof
Hier ging om de zgn.  fase 6 van de lopende restauratiewerken.
De inkompoort,  de woningen 37-41 (rechts bij het binnenkomen)  en het gangetje naar Sint-Maartenskerhof.
De ontwerper heeft tot viermaal toe een voorlopige oplevering geweigerd.
De voorziene uitvoeringstermijn bedroeg 195 werkdagen.  Het werden er 139 méér.
Volgens de geijkte formule zou de boete 311.690 euro kunnen bedragen.
Maar wegens het maximumtarief van 5 procent van de aannemerssom (1,36 miljoen) is het 68.158 euro geworden.
Het OCMW ging niet in op de vraag van de aannemer om de boete gevoelig te verminderen.

Stad (OCMW) krijgt veel geld voor aanpak vluchtelingeninstroom (2)

(Zie nog vorig stuk dd. 27 december 2016.)

De tweede schijf van de ‘middelen Vlaams binnenlands bestuur’ geschonken door minister Liesbeth Homans (van de N-VA, nota bene) voor de aanpak van de meer recente vluchtelingeninstroom is nu binnen.
Stad Kortrijk  kreeg ditmaal 271.998 euro en dit bedrag is doorgestort aan het OCMW.

We weten nu ook wat het OCMW ditmaal met deze som zal uitrichten.
1.  Jongerencoach OKAN (Onthaalklas Anderstalige Nieuwkomers tot 18 jaar) en schakelklas (voor 18-21-jarigen): 60.650 euro.  (Er is meer nood aan individuele ondersteuning en die zal gebeuren door de Groep Intro.)
2.  Woonbegeleiding door de Woonclub van het CAW:  50.000 euro.  (Deels nog met middelen uit de eerste schijf.)
3.  Traumabegeleiding en psychosociale zorg in samenwerking met Solentra: 17.200 euro. ( Solentra is iets verbonden aan de psychiatrische afdeling van het UZ Brussel.)
4.  Behoud schakelklas in Driehofsteden (inburgering 17-25-jarigen): 26.000 euro.
5.  Behoud ondersteuning basiseducatie (bij Alfatraject): 40.000 euro.
6.  Tolkendienst: 5.000 euro.
7.  Inzet van deel OCMW-personeel sociale dienst voor de buddywerking met erkende vluchtelingen: 10.000 euro (met deel van de eerste schijf).
8.  Twee “toeleiders” in diversiteit: 60.000 euro.

Wat is gedaan met de eerste schijf van 163.615 euro?
1.  Jongerencoaching in de OKAN-klassen: 40.000 euro.
2.  Opstart Schakelklas voor wie te oud is voor de OKAN: 46.000 euro.
3.  Extra klas Open School voor 21-25-jarigen voor maatschappelijke integratie, Nederlands en beroepsoriëntering: 23.000 euro.
4. Inzet projectmedewerker OCMW voor de aanpak vluchtelinginstroom: 50.000 euro.  (Uit de dienst getreden begin dit jaar en bij ons weten nog niet vervangen.)

P.S.
De middelen van minister Homans kent men toe op basis van ‘de ernst van de situatie’ inzake (meer recente) instroom van vluchtelingen in de gemeenten.
Over het aantal recente ingestroomde vluchtelingen in Kortrijk vinden we geen enkel cijfer.
We weten enkel dat Stad in de eerste referentieperiode (november 2015-mei 2016) op de 12-de plaats stond en bij de tweede periode (april 2016-oktober 2016) op de  7-de plaats.  De ‘ernst de situatie’ is gegroeid.

 

Stad krijgt veel geld voor de vluchtelingeninstroom

(Mag hoor, maar men dient het te weten.)
De Vlaamse regering (zijnde meer in het bijzonder minister Liesbeth Homans van de N-VA ) stelde in mei 2016 een bedrag van 20 miljoen euro ter beschikking voor steden en gemeenten waar de vluchtelingenproblematiek zich het meest ernstig voordoet of voordeed.
Dit bedrag is onlangs  nog op  23 december laatstleden opgetrokken tot 22,554 miljoen euro.

Bij een eerste schijf van 10 miljoen kreeg Kortrijk op 13 juli 2016 een bedrag van 163.615 euro toegewezen.  We stonden hiermee op de twaalfde plaats inzake de ernst van de situatie.
(Zelfs in Roeselare, Mechelen, Kapellen, Houthalen,  Brugge  leek de vluchtelingeninstroom serieuzer tijdens de referentieperiode november 2015-mei 2016.)

Bij de onlangs verdeelde schijf van nu 23 december behaalde onze stad de zevende plaats, na Antwerpen, Gent, Leuven, Oostende, Sint-Niklaas, Mechelen.
Stad Kortrijk krijgt nu 271.998 euro.
Twee buurgemeenten kregen ook subsidies:  Wevelgem (36.461 euro) en Harelbeke (25.475 euro).

De subsidies worden toegekend volgens bepaalde criteria:
–  70% volgens het aantal erkende vluchtelingen en ‘subsidiair beschermden’ in de referentieperiode;
–  20%  volgens het aantal legale personen van buitenlandse herkomst in 2014;
–  10% volgens sociale maatstaven zoals die gelden voor het Vlaams Gemeentefonds.

De gemeenten dienen  in de jaarrekeningen 2016, 2017, 2018 te rapporteren wat ze met dat geld hebben aangevangen en welke effecten konden bereikt.  (De subsidies mogen  overgedragen aan het OCMW.)

N.B.
Het staat weerom niet in onze plaatselijke gazetten.
Het is namelijk compleet ondenkbaar dat de Kortrijkse SP.A-OCMW-voorzitter aan de perse vertelt (“het over zijn lippen krijgt”)  wat hij zoal in de wacht sleept qls steun van ene  N-VA minister als Homans. ( Evenals de steun in zijn strijd tegen de Kortrilkse armoede.)

 

 

 

 

Een jaarlijks financieel voordeel van méér dan 1 miljoen voor het OCMW??

Die vraagtekens in de titel drukken doodgewoon uit dat we het (beoogde, vermeende?) financieel voordeel niet begrijpen.
Zoals we hier gisteren meldden richt het OCMW volgend jaar een zorgbedrijf op onder de vorm van een Intern Verzelfstandigd Agentschap, een IVA.
Men koos voor deze rechtsvorm OOK omdat hiermee de samenwerking met de vzw Zusters Augustinessen als werkgever voor het zorgpersoneel mogelijk blijft.
En dat levert – volgens het OCMW-bestuur althans – een jaarlijks financieel voordeel op vanuit 1) de RIZIV-financiering en  2) het personeelsstatuur van niet mlnder dan 1.120.000 euro.

Wat een forfait is weten alle redactieleden van kortrijkwatcher.  Geen probleem.
–  Maar waaraan liggen die hogere forfaits van het Rijksinsituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering,  louter (?) omdat het personeel van het zorgbedrijf door de Zusters is aangesteld?  Het gaat om een bedrag van 700.000 euro.  (Blijft dat jaarlijks onveranderd?)
–  En de (andere) rechtspositieregeling (statuut) van dat personeel brengt 420.000 op?
Is het personeel van de nonnen anders – slechter – vergoed (het algehele totaal van de renumeratie)  dan de ‘pure’ OCMW-medewerkers?  Is dat een vorm van discriminatie?

Oproep.
Kan een of andere lezer of OCMW-raadslid dit even uitleggen?

 

 

Naam van op te richten OCMW-zorgbedrijf is nu gekend en de baas ook

De OCMW-raad nam in juni 2016 de principiële beslissing tot het oprichten van een “zorgbedrijf” onder de vorm van een intern verzelfstandig agentschap, een IVA.

Kortrijkwatcher heeft  daarover al een paar keer bericht, want onze redactie wist zelf ook niet juist waarover het ging.  (Bij de centrumsteden draaien er nu al OCMW-zorgbedrijven in Antwerpen, Leuven, Roeselare en in onze regio overwegen nog OCMW’s  om dat ook te doen.)

De komende OCMW-raad (de drukpers weet alweer van toeten noch  blazen)  beslist dat het bedrijf de naam “ZORG KORTRIJK”  zal dragen.  Een korte, krachtige naam.
Het logo is opgemaakt door de stedelijke communicatiedienst.
De OCMW-raad stelt het hoofd van het agentschap vast. Ja.
Maar het staat nu al vast dat het An Spriet wordt, momenteel waarnemend OCMW-secretaris.  (Het OCMW stelt het nog altijd zonder een  ‘echte’ secretaris, nadat de vorige oneervol is ontslagen.   (Geen haan die daarover kraait.)
An Spriet zal hierbij nauw samenwerken met Frank Claerhout,  dat is de algemeen directeur van de vzw Zusters Augustinessen.  (Alle zorgpersoneel bij het OCMW  ressorteert onder die VZW.  Het agentschap zal dus  twee werkgevers kennen.)

Maar waarom wil men nu perse een verzelfstandigd OCMW-zorgbedrijf?
De Vlaamse Regering wil dat vanaf begin 2019 alle OCMW’s geïntegreerd (ingekanteld) zijn in de gemeenten.  Daardoor zal onze gemeenteraad wel het budget van “Zorg Kortrijk” goedkeuren, maar het zorgbedrijf als verzelfstandig agentschap blijft onder het bestuur van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn vallen.  Er zijn geen overdrachten, noch van exploitatie, noch van patrimonium, noch van personeel.  Het beleid en de strategie blijft in handen van die Raad.

En waarom een Intern Verzelfstandigd Agentschap (een IVA en geen EVA)?
Hier is het bij het Kortrijkse OCMW historisch zo gegroeid dat het personeel van de zorgdiensten altoos  in handen is van de vzw Zusters Augustinessen. Al zeker  sinds midden vorige eeuw.  Aan die toestand wil  men niet raken.  (Er zouden financiële voordelen aan verbonden zijn.   En het personeelsstatuut is anders bij de werkgever van de Augustinessen.)
Bij een Extern Verzelfstandigd Agentschap (EVA)  met rechtspersoonlijkheid is een contractuele constructie met de private vzw van de nonnen niet meer mogelijk.

Welke diensten maken deel uit van “Zorg Kortrijk”?
1.  De zes woonzorgcentra (inclusief de in  aanbouw zijnde De Zon in Bellegem).
2.  De transmurale zorg:
–  dagverzorgingscentrum De Kolleblomme in Heule)
–  kortverblijf (6 plaatsen)
–  nachtopvang voor ouderen
3.  De woningen voor begeleid wonen:
–  assistentiewoningen
–  sociale huurwoningen
–  ouderenwoningen
–  pensionwoningen; kamer- en logementswoningen
4.  De thuiszorgdiensten
–  poetshulp
–  maaltijden aan huis
– verhuur alarmoproepsystemen
–  gezinshulp
–  vormen van assistentie
5.  De kinderopvang
6.  De centrale keuken
7.  Het volksrestaurant
8.  Mogelijk nieuwe initiatieven en samenwerkingen met derden.

Hoeveel personeel zal “Zorg Kortrijk” tellen?
–   VZW personeel van de nonnen (woonzorgcentra): 517 koppen (392,31 VTE)
–  eigen OCMW-personeel voor thuiszorg, wonen, kinderopvang, keuken: 100 koppen (55,09 VTE)
De ondersteunende (administratieve) diensten worden niet opgesplitst tussen het zorgbedrijf en andere OCMW-diensten.  (Vroeger was er sprake van een 70-tal personeelsleden) onder te brengen in de nieuwbouw aan de tunnel van de Doorniksestraat.)

En wat moet dat zorgbedrijf kosten?
Op het totaal OCMW-budget van ca. 60 miljoen euro zal “Zorg Kortrijk” ongeveer 60 procent opslorpen.  Er is al voor 2017 een tabel met kostensaldi per dienstengroep opgemaakt.  Het tekort zou 3,5 miljoen bedragen.