Category Archives: OCMW

Evolutie van het aantal dossiers (equivalent) leefloon

2012:  1.557 dossiers
2013:  1.469
2014:  1.385
2015:  1.327
2016:  1.410
2017:  1.501

Het leefloon is een financiële tegemoetkoming aan minvermogenden (zij die niet kunnen leven van hun eventueel inkomen).  Het bedrag is afhankelijk van de familiale toestand: samenwonenden, alleenstaanden, samenwonenden met gezinslast.
Een equivalent leefloon (zelfde bedrag) kan toegekend aan personen die om een of andere reden geen recht hebben op een leefloon maar in een vergelijkbare noodtoestand verkeren.  Bijv. te weinig inkomen voor voeding, kleding, wonen.

Uit bovenstaande tabel blijkt dat al eind 2015 eigenlijk het aantal dossiers leefloon is beginnen toenemen na een periode van stagnatie/daling.
De trend zet zich voort zowel in 2016 als in 2017.  In 2017 was er een globale toename van +91, zijnde een combinatie van een toename van 109 dossiers leefloon en een  afname van 18 dossiers equivalent leefloon.

Het procentueel aandeel jongeren (minder dan 25 jaar) daalt lichtjes (32,4% in 2017) maar hun aantal blijft lichtjes toenemen:  486 dossiers in 2017 en 480 in 2016.  (Dat is veel hoor.  Beetje alarmerend.)

Wat dat allemaal kost?
In 2017 ging het om een bedrag van 6.197.473 euro. Maar!  Er was een subsidie  van 4.818.759 euro (77,8%) en een terugvordering van 228.855 euro (37%).
De netto- tussenkomst ten laste van ons OCMW bedroeg vorig jaar dus “slechts” 1.149.859 euro (18,6%).

De stijging van zowel de kost als de netto-tussenkomst in 2017 is wel nogal opvallend
.  (De bedragen voor het leefloon stegen trouwens ook.)
– 2016:  4.54.673 euro.  Netto:  774.571 (17,0%).
– 2015:  3.968.592 euro. Netto:  839.690 euro (21,2%).
De significante toename van de uitkeringen leefloon met méér dan 1 miljoen wijt het OCMW vooral aan de uitstroom van ex-asielzoekers (zo heet dat) en arbeidsmarktverstrengende maatregelen inzake werkloosheidsuitkeringen.

P.S. (1)
De subsidies voor het leefloon aan de OCMW’s komen van de “Programmatorische Federale Overheidsdienst (POD) Maatschappelijke Integratie.
P.S  (2)
Onze locale perse (die van de dode bomen) vindt dat allemaal niet interessant.  Onze lezers wel.

Kortrijks OCMW voert nieuwe berekening in voor aanvullende steun (3)

Wie is de  doelgroep bij de mogelijke verhoging van aanvullende steun?
(Pers is daar waar heel sober over.)

De gazetten wekken – zoals altoos uit onkunde en tekort aan objectiviteit –     alleszins verkeerdelijk de indruk dat het enkel gaat om leefloners.  Ja, de aanvullende steun gaat in eerste instantie naar gerechtigden op leefloon en steun equivalent leefloon, maar men maakt geen voorbehoud voor mensen die een ander inkomen hebben en volgens de berekening (referentiebudget volgens gezinssituatie) in aanmerking komen.

Er zijn voorwaarden tot toekenning steun !
–  Er moet een duurzame verblijf- en woonsituatie worden bewezen.  Mensen met tijdelijk verblijf en daklozen komen niet in aanmerking.  Evenmin mensen zonder legale verblijfplaats, met uitzondering voor kinderen ten laste waarvan de verblijfsituatie nog niet geregulariseerd is
–  Rechten op andere uitkeringen zijn uitgeput.
–  Transparantie over ALLE inkomsten van ALLE gezinsleden.
–  Inzet op daling van de uitgaven is nodig.  Bijv. inschrijven voor en sociale woning, overschakelen naar gunstiger energiecontracten.

En wie komt er in het geheel niet in aanmerking?  
–  Schorsingen in het recht op werkloosheidsuitkeringen .
–  Schorsingen in het recht op ziekte- of invaliditeitsuitkeringen.
–  Personen onder elektronisch toezicht.
–  Studenten.
(…)

P.S.
Naar schatting zouden er 170 dossiers in aanmerking komen.
Aanvullende steun kan er pas na 3 maanden komen,  – tijd nodig om de sociale situatie volledig in kaart te brengen.

Hoe hoog bedraagt de aanvullende steun?
Er is een kritische grens:  de aanvullende steun wordt afgetopt zodat het inkomen in totaal nooit het minimumloon overstijgt.  Er moet nog altijd een kloof zijn tussen een inkomen uit werken en een vervangingsinkomen om de werkloosheidval te vermijden.
Het spanningsveld tussen het minimumloon en  het ‘Kortrijks Menswaardig Inkomen’  (KMI) zou 35 procent kunnen bedragen voor alleenstaanden, 25 procent voor koppels en gezinnen met uitsluitend meerderjarige kinderen,  en 15 procent voor gezinnen met minderjarige kinderen of één meerderjarig studerend kind ten laste.
Het gemiddeld bedrag in opleg op leefloon zou 114 euro bedragen.  (Er circuleren andere bedragen in de kranten.  Op de website van de landelijke SP.a bijv. 125 euro.)
Méérkost op het OCMW-budget: een kleine 205.000 euro per jaar.

 

Kortrijks OCMW voert nieuwe berekening in voor aanvullende steun aan leefloners (2)

Op donderdag 5 juli viel hierover een beslissing in de OCMW-raad.
De klassieke drie lokale persjongens (die zelfs de toelichting bij de agenda van de Raad niet lezen) zijn hierover traditioneel al van tevoren ingelicht  – en tot ze het allemaal verstaan-  door de OCMW-voorzitter Philippe De Coene (SP.a), maar waren zo journalistiek-deontologisch zo kies om daar pas  de dag erna , op vrijdag 6 juli hierover te berichten.

Meest inslaande kop stond in “Het Nieuwsblad”:  “Leefloners kunnen tot 400 euro meer krijgen als ze werk willen zoeken”.  En in “Het Laatste Nieuws” laat de OCMW-voorzitter uitdrukkelijk weten dat het niet gaat om een verkiezingsstunt.  “We zijn er al meer dan een jaar mee bezig (…) en tijdens de jaarwisseling zijn we een kijkje gaan nemen in Gent waar het systeem al werkt'”.
(Ter info.
In Gent is de nieuwe berekeningsmethode ingevoerd door de OCMW-voorzitter en schepen Rudy Coppens (12 bezoldigde mandaten en 14 onbezoldigd).  Hij is nu ook lijsttrekker en kandidaat-burgemeester bij de volgende verkiezingen.
Tot daar.)

In september 2013 heeft ons OCMW beslist om de tool REMI aan te wenden voor de begeleiding van ‘cliënten’ in budget- en schuldhulpverlening en om de webapplicatie aan te wenden als  referentiekader om aanvullende steun toe te kennen.  REMI staat voor “Referentiebudget voor een Menswaardig Inkomen” en is ontwikkeld om een antwoord  te vinden op de vraag  hoeveel inkomen een gezin nodig heeft om op een menswaardige manier te kunnen participeren aan de samenleving.
Maar REMi houdt gen rekening met de minimumlonen en is een ingewikkelde berekeningstool zodat ons OCMW tot nu toe slechts zeer selectief een recurrente maandelijkse steun toekende.  Zo genoten in 2017 bijv. slechts 73 cliënten van REMI.  En het ging zeker niet noodzakelijk om leefloners.

In navolging van Gent (en Roeselare) zal ons OCMW vanaf september dit jaar een vlotter, rechtvaardiger en meer gestandaardiseerde aanpak en beleidslijn voor aanvullende steun toepassen.
Men zal daarbij gebruik maken van een computermodel van het ICT-bedrijf LOGINS uit Mechelen.

In onze lokale gazetten van 6 juli wordt telkens (door de OCMW-voorzitter) benadrukt dat enkel wie  actief een job zoekt een hoger leefloon krijgt.  Maar met de applicatie REMI primeerde ook al het activeringsprincipe!  Cliënten werden in eerste instantie begeleid in het uitputten van hun rechten en het verwerven van een inkomen op basis van eigen inspanningen.

Wellicht zal er met het nieuwe systeem nog intensiever worden ingezet op doorstroming naar tewerkstelling en zal men zelfs aanvullende steun weer intrekken indien er onvoldoende inspanningen worden geleverd op vlak van activering.  Schorsingen in het recht op werkloosheidsuitkering, niet naleven van afspraken met maatschappelijk werkers of trajectbegeleiders, uitoefenen van irregulier werk,…, zijn aanwijzingen om geen aanvullende steun toe te kennen of in te trekken.

(Wordt vervolgd.)

 

Kortrijks OCMW voert nieuwe berekening in voor aanvullende steun aan leefloners (1)

Staat vandaag op de agenda van de OCMW-raad.
In de gazetten zult u daar pas over lezen als d e OCMW-voorzitter hieromtrent een nota stuurt naar onze lokale pers.  (Ongetwijfeld met foto van hem en enkele hiertoe aangemaande genodigden.)

Algemeen wordt aangenomen dat de bedragen van het leefloon te laag zijn om volwaardig te kunnen participeren aan het maatschappelijk leven.
Voorheen berekende ons OCMW  aan de hand van een tool  genaamd REMi (Referentiebudget voor een Menswaardig Inkomen) de nodige aanvullende steun voor bepaalde leefloners.   In 2017 genoten hiervan 73 “cIiënten” (eigenlijk niet noodzakelijk leefloners, maar bijv. ook personen met een zware schuldenproblematiek).

Nu wil ons OCMW een rekensysteem invoeren dat al in Gent en Roeselare wordt toegepast.
Eind 2017 waren er hier 851 dossiers Leefloon- equivalent leefloon op dagbasis.
In het nieuwe systeem zouden vanaf september daarvan 20 procent (170 dossiers) in aanmerking komen voor een vorm van aanvullende steun.
Gemiddelde opleg 114 euro per maand.
Raming meerkost voor het OCMW-bugtet ca. 205.000 euro.

P.S.
Méér nieuws hierover als we de gazetten hebben gelezen.

Kansarmoede-index even relativeren (4)

Onze OCMW-voorzitter en schepen Philippe De Coene toont zich daar een meester in.
In de vorige editie van deze krant vertelden we daarover.  Hoe hij bij meevallende (dalende) indexcijfers van ‘Kind en Gezin’ voor Kortrijk meteen van oordeel was dat men dit had te danken aan zijn armoedebestrijdingsplan.
Maar nu de indicatoren van kinderen in kansarme gezinnen in Kortrijk al tweemaal zeer fors zijn gestegen luidt het plots dat er “geen oorzakelijk verband (bestaat) tussen de jaarlijks index en de lokale inspanningen (of het gebrek eraan). (“De Morgen” van 13 juni.)
Meer linksgerichte armoededeskundigen (bijna allemaal) wijten de stijgingen van de index in Vlaanderen overigens aan het gevoerde regeringsbeleid, zowel federaal maar vooral Vlaams.  (En niet in het minst en bovenal ligt de schuld bij minister Liesbeth Homans.)  Zij vinden dat de bevoegde ministers meer doorgedreven structurele inspanningen moeten leveren op het vlak van tewerkstelling, inkomensbeleid, dienstverlening (bijv. kinderopvang), huisvesting. Enzovoort.

Op te merken valt dat ook ‘Kind en Gezin’ zelf een genuanceerde toelichting verstrekt over de interpretatie van evoluties van de kansarmoede-index.
Wat voor zaken moet men in het achterhoofd houden als men de index wil gebruiken om beleid te beoordelen?
1.
K&G beoordeelt kansarmoede enkel voor zeer jonge kinderen.  Inspanningen  of trajecten in lokaal beleid voor alle kansarme gezinnen/kinderen vertalen zich daarom niet in een daling van de cijfers.  (In Kortrijk is bijvoorbeeld het effect van de casemanagers in 254 gezinnen en de brugfiguren in de basisscholen bij mijn weten niet gekend.)
2.
De registratie  is een momentopname.   Inspanningen of trajecten die in de concrete gezinnen worden opgezet, leiden niet tot een nieuwe beoordeling (registratie).
3.
Door de berekeningswijze is de index ook gevoelig voor verhuisbewegingen en voor de instroom van inwijkelingen waar bijv. lokale besturen niet altijd vat op hebben.
4.
Door de rollende berekening van de index werken kansarmoedecijfers uit en bepaald geboortejaar 3 jaar door op  de index.
5.
K&G bekijkt de kansarmoede op 6 levensdomeinen.  Beleid dat zich op andere zaken richt zal niet zichtbaar zijn in de cijfers.
6.
Werken aan meer structurele factoren (zoals bijv. de arbeidssituatie) zal pas na geruime tijd effect hebben.

En K&G besluit:
De kansarmoede-index lijkt ons dan ook minder geschikt om het succes of falen van recente beleidsinspanningen aan te tonen.  De  index is  vooral een belangrijke signaalindicator voor beleidsmakers die aangeeft dat er absoluut beleidsinspanningen nodig zijn.

“Fiasco in sociale woningbouw”…ook bij ons in Kortrijk (2)

Zoals eerder gezegd heeft “Het Laatste Nieuws” van 24 februari onderzocht hoe sociale  huisvestingsmaatschappijen en OCMW’s bij hun opdrachten tot het bouwen van sociale woningen nodeloos op kosten worden gejaagd doordat bouwondernemingen zoals Gabecon en Bouwcentrale Modern besparen op kwaliteit of vanwege te scherpe (te lage) prijzen wel moeten failliet gaan.
En dan is er een heraanbesteding nodig die vaak duurder uitvalt.
Een en ander zou  te wijten zijn aan het feit dat overheden bij openbare aanbestedingen verplicht zijn om scheep te gaan met de aannemer met de laagste prijsofferte.

De krant HLN gaf daarbij aan dat het Kortrijkse OCMW bij een of ander sociaal bouwproject geconfronteerd is of was met een  meerkost van 840.000 euro.
HLN zegt hierbij helaas niet om welk project het gaat maar zéér vermoedelijk slaat het op de realisatie van een indrukwekkende zorgcampus in Bellegem.  Indien dit het geval is, dan weten we niet waar HLN dat bedrag van 840.000 euro vandaan haalt.
Zie hierna.

Wat historie.
–  In augustus 2015 gaat de Kortrijkse OCMW-raad akkoord met een dossier dat voorziet in de bouw van een woonzorgcentrum in Bellegem voor 96 bewoners, 24 sociale flats, een lokaal dienstencentrum, een ondergrondse parking.
De kostprijs van alle werken samen is toendertijd  geraamd op 15.439.756 euro, exclusief BTW.  Er is voorgesteld om de opdracht te gunnen bij wijze van de open aanbesteding op nationaal en Europees niveau.
–  Bij die aanbesteding zijn er in december 2015 zeven offertes ontvangen, allemaal van Vlaamse ondernemingen.
De uitgave voor de opdracht is nu geraamd op 15.275.977 euro, exclusief BTW of 17.203.430 euro inclusief BTW.
–  De ontwerper (BURO II en ARCHI uit Brussel) stelt voor om de opdracht te gunnen  aan de laagste bieder, zijnde de firma Gabecon uit Geluveld.  Het inschrijvingsbedrag is 13.762.997 euro (excl.) of 15.532.679 euro (incl. BTW).
Dat is opvallend véél lager dan de raming.
De OCMW-raad van 21 januari 2016  keurt dit goed.
De werken aan de zorgcampus in Bellegem  zijn gestart in mei 2016.

–  De eerste alarmerende berichten over de gang van zaken op de werf duiken in april 2017 op in de pers.
Zo meldt de krant HLN op 19 april 2017 dat Gabecon kampt met financiële problemen.  Er is een tekort aan materiaal op de werf en de werken lopen een vertraging op van 6 weken.  OCMW-voorzitter Philippe De Coene meent nog dat die vertraging kan weggewerkt.
–  Op 31 mei 2017 meldt de OCMW -voorzitter via de krant HLN dat er wordt uitgekeken naar een andere aannemer en hij hoopt hierbij dat de nieuwe offerte “verzoenbaar” zal zijn met de initiële kostprijs.
–  In zitting van 15 juni 2017 beslist de OCMW-raad om de aannemingsovereenkomst met de NV Gabecon stop te zetten.  (In het verslag van deze Raad is hiervan niets terug te vinden.)   Gabecon verkeerde immers in WCO3 (het bedrijf is over te nemen) en stopte de werken sinds 1 april 2017.

Heraanbesteding
Die gebeurt in zitting van 31 augustus 2017.
De uitgave van de totale opdracht wordt nu geraamd  op 11.834.931 euro (excl.) of 13.388.135 (incl. BTW).
Alle aannemers die deelnamen aan de oorspronkelijke open aanbesteding van 2015  waren  uitgenodigd om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure.
Er liepen twee offertes binnen.
Ook hier wordt opnieuw gekozen voor de laagste bieder, zijnde Stadsbader NV uit Harelbeke.  Onderhandelde bedrag:  11.520.596  euro (excl.) of 13.028.234 euro (incl. BTW).

Meerkost van de heraanbesteding: onduidelijk

–  Voorzitter Philippe De Coene zegt in zitting van augustus 2017 dat deze nieuwe prijs ongeveer 900.000 euro hoger ligt dan de initiële aannemingsprijs.
Dat begrijpen we dus niet.
–  En we begrijpen het dus te minder bij de lectuur van de OCMW-budgetwijziging 2017 (goedgekeurd in de Raad van 23 november 2017).
Over  de motivering van de wijziging in de investeringsuitgaven staat letterlijk dit te lezen (pag. 1):
” Nieuwbouwproject Bellegem: de meerkost veroorzaakt door de faling van de eerste aannemer en heraanbesteding wordt geraamd op afgerond 1,25 mio EUR.”
Men hoopt wel een zo groot mogelijk deel van de meerkost te recupereren.  Bijv. de bankwaarborg van 723.290 euro.  

“Fiasco in sociale woningbouw” … ook bij ons in Kortrijk (1)

Op zaterdag 24 februari pakte ‘Het Laatste  Nieuws’ uit met een geruchtmakend dossier in verband met malversaties of disfuncties inzake sociale woningbouw,
Titel van het stuk: “Onderzoek naar fiasco in sociale woningbouw“.

We citeren.
“Op verschillende plaatsen in Vlaanderen zijn de voorbije jaren sociale woningen gebouwd waarvan de kwaliteit te wensen overlaat.  De verantwoordelijke bouwbedrijven gingen bovendien failliet en zadelden tientallen huisvestingsmaatschappijen op torenhoge kosten.  Het gaat om Gabecon uit Zonnebeke en Bouwcentrale Modern uit Kaprijke.  Naar die laatste loopt nu een gerechtelijk onderzoek (…) bij de omstandigheden waarin het bedrijf failliet is gegaan.  Bronnen bij justitie melden ons dat ook  Gabecon in het vizier van het gerecht loopt maar een officieel onderzoek is nog niet gestart.  Momenteel loopt er wel een rechtszaak tegen het failliete bouwbedrijf.  De zaak is aangespannen door de curator.  Hij wil een verdachte transactie vlak voor het faillissement ongedaan maken. ”

Volgens HLN is een en ander te wijten aan de nefaste gevolgen van het feit dat bij openbare aanbestedingen enkel naar de prijs wordt gekeken.  De inschrijver met de laagste prijs krijgt automatisch de opdracht binnen.  Grote spelers zoals Gabecon en Bouwcentrale Modern werken dan met dusdanig scherpe prijzen dat ze zichzelf in de voet schieten en in de werken besparen op kwaliteit.
Uiteindelijk kost dit geld aan de opdrachtgever.
Er moet bijvoorbeeld een heraanbesteding komen en de nieuwe aannemer die een werf moet  overnemen is geneigd om stevig door te rekenen.

Voor het OCMW van Kortrijk meent HLN dat er bij misgelopen werken gaat om een meerprjjs van 840.000 euro.
De krant zegt evenwel niet om welke werken het gaat en hoe men aan dat bedrag komt.
Als het gaat om Gabecon  uit Geluveld  dat de werken voor het woonzorgcentrum  (met sociale flats en een dienstencentrum) in Bellegem  in handen kreeg, dan beschikken wij wel over andere bedragen daaromtrent.

(Wordt dus vervolgd.)

Wat nieuws over OCMW-investeringen

Je hoort of leest daar zelden iets over.
Pers heeft het er pas over als er enig rumoer over het project ontstaat (de investering in het sociaal volksrestaurant) of als de OCMW-voorzitter het nuttig acht om even fier uit te pakken in het nieuws, – liefst met zijn foto erbij.

Eerst wat terminologie.
De financiële nota bij een budget bevat kredieten op basis waarvan een bestuur een uitgave mag doen.  Men onderscheidt twee soorten:
–  een transactiekrediet (voor zowel ontvangsten als voor uitgaven) is een krediet  te gebruiken of te ontvangen binnen één jaar;
–  een verbinteniskrediet is het totaal van alle transactiekredieten van een rubriek, de investeringsenveloppe.

Een voorbeeld.
De renovatie van woning 31 (het koffiehuis) in het begijnhof omvat een verbinteniskrediet van 1.641.888 euro.   Doorheen de jaren waren er volgende transactiekredieten uitgeschreven:
–  rekening 2014:  43.204
–  rekening 2015:  632.124
–  rekening 2016:  966.560 euro.
Investeringsontvangsten als verbintenis:  1.117.622 euro.

Volgens het laatst opgemaakte meerjarenplan (2014-2020) bedraagt het totaal aan investeringen (dus het verbinteniskrediet) 87.209.034 euro als uitgaven.  Investeringsontvangsten in die periode: 50.182.313 euro (subsidies en verkopen).
De transactiekredieten voor de  periode tot 2018 bedroegen:
–  2014:  6.369.619
–  2015:  6.862.422
–  2016:  6.152.327
–  2017:  8.471.489
–  2018:  18.009.316
De sterke verhoging van de uitgaven voor dit jaar is voornamelijk te wijten aan de uitbreiding van het wagenpark,  het woonzorgcentrum Bellegem  (aankoop grond, bouw en omgevingsaanleg).

Wagenpark wijkteams en vervoersdienst
Verbinteniskrediet:  129.173
Transactiekredieten: 29.173 (2016) en 100.000 euro (2018).

Dienstencentrum Bellegem
Verbinteniskrediet:  17.382.054 (subsidies als verbintenis:  291.079 euro.)
Transactiekrediet voor 2018 alleen al:  6.540.439 euro.

Nog enkele meer opvallende investeringen?
Buitenaanleg begijnhof
Verbintenis:   882.489
Transactie voor 2019 voorzien:  825.000 euro.

Masterplan administratief centrum en zorgbedrijf in de Doorniksestraat
Verbintenis:  2.749. 967
Transacties over meerdere jaren.  In 2017 bijv. 1.113.643 euro en dit jaar 877.632 euro.

Volksrestaurant
Verbintenis: 2.192.146
Transacties over meerdere jaren.  In 2017 bijv. 856.981 euro en dit jaar 754.363 euro.

Kinderopvang bij het volksrestaurant
Verbintenis:  2.705.558
Transacties weer over meerdere jaren:  1.164.791 in 2017 en 900.578 euro dit jaar.

Aankoop riksja’s  
Verbintenis:  15.303 euro
Transactie in 2017: idem

Buurtbus Zonnewijzer
Verbintenis:  45.000 euro
Transactie: in 2017: idem
(Subsidie:  20/000 euro.)

Enkele opvallende OCMW-actieplannen met de kostprijs

“Outreachend” werken met de buurtbus
Vergde volgens een budgetwijziging van 2017 een investeringsuitgave van 45.000 euro.  Maar er was ook een ontvangst van 20.000 euro.
Eigenaardig is dat in het meerjarenplan  (2014-2020) geen exploitatie-uitgaven zijn voorzien.

Samenwerking met radio Quindo
Krijgt ieder jaar 50.000 euro, tot in 2020.

SIEN: een magazine voor ‘mensen met minder’
Kost jaarlijks 12.500 euro.

Actie @llemaal digitaal
Ieder jaar een ietwat stijgende uitgave.
2017:  12.500
2018:  12.750
2019: 12.877,50 euro

Aanvullende steun voor beperkte inkomens
Telkens een uitgave van 100.000 euro en een ontvangst van 7.500 euro.

1 EUR-maaltijden
Dit jaar 20.000 euro maar evenveel ontvangsten.
Tiens.  Wordt die actie stopgezet?  Volgende jaren nul euro aan uitgaven voorzien.

Opstart sociaal restaurant VORK
Dit jaar een exploitatie-uitgave van 275.000 euro.  Ontvangsten:  180.000 euro.
De investeringen op een rijtje:
– Jaarrekening 2015:  462.682
– Jaarrekening 2016:  118.118
– Budgetwijziging 2017:  856.981
– Budget 2018:  754.362 euro

W13: een samenwerkingsovereenkomst van 13 OCMW’s uit de regio
Dit jaar een uitgave van 60.229 euro.
In de periode 2015-2018 is de Kortrijkse bijdrage 194.450 euro.

Samenwerking met CAW (Centrum Algemeen Welzijn)
Telkenjare veel geld:  212.000 euro.

Ondersteunen van ondernemers in moeilijkheden (actie DYZO)
Dit jaar 6.955 euro begroot.

Vluchtelingenbeleid
2017:  221.628 euro.  Maar goed gesubsidieerd met  213.549 euro.
2018:  160.993 euro.  Subsidie:  152. 533 euro.
Stad krijgt van Liesbeth Homans zeer veel geld hiervoor en stort dit door aan het OCMW.

Straathoekwerk
2017:  128.052
2018:  124.211
Nauwelijks ontvangsten:  440 euro.

Sociaal verhuurkantoor De Poort
Krijgt traditioneel en onveranderlijk jaarlijks veel geld:  125.000 euro.

Actie Dementievriendelijk
Wist u dat?  Aalbeke is als dementievriendelijke gemeente erkend!
Voor een ‘remeniscentie’-wandelingen en een ‘intergenerationeel’ speelplein is er dit en volgend jaar 10.000 euro voorzien maar er zijn evenveel ontvangsten.

Kinderopvang (overgenomen van Stad)
Dit jaar een uit gave van 1.380.370 euro.  Ontvangst: 989.331 euro.
Investering dit jaar:  1.035.578 euro.  Subsidie:  595.753 euro.

Tussenkomst UITPAS (voor kansarmen)
2017:  20.000
2018:  30.000
2019:  40.000 euro

Zaal De Scala
Exploitatie-uitgaven:
2017:  72.178
2018:  73.612
2019:  74.331 euro

Er zijn in de loop der jaren ook nogal wat acties stopgezet.
Enkele opvallende voorbeelden.

Toneel Antigone
Kreeg in 2016 voor het laatst nog 20.000 euro.
Crisisopvang
Laatste investering in 2017:  180.000 euro.
Regionale pool doorgangwoningen
Laatste uitgave in 2017:  22.889 euro. (Ontvangsten waren groter! 24.573 euro.)
Psychosociale risicoanalyse
Slechts in één jaar (2015) was er een uitgave:  5.586 euro.
Energiebesparende maatregelen
In eigen vestigingen: laatste uitgave van 82.000 euro in 2018.
In woonzorgcentra : idem.

Niet minder dan 13 partners engageren zich voor het OCMW-volksrestaurant (2)

Zoals eerder al gezegd zijn er 13 partners (stad inbegrepen) uit de sectoren horeca, arbeidsmarkt en onderwijs die zullen samenwerken om de doelstellingen van het volksrestaurant (VORK)  te verwezenlijken.

in eerste instantie zullen in VORK volgende praktijkgerichte opleidingen aangeboden worden:
–  opleiding tot keukenmedewerker voor 52 cursisten op jaarbasis;
–  opleiding tot zaalmedewerker voor 24 cursisten op jaarbasis.
VORK zal ook openstaan voor:
–  andere opleidingen (in samenwerking met VDAB) zoals hulpkok, kelner;
–  horeca-opleidingen (ism HVV): nog te bepalen:
–  alle vormen van werkplekopleidingen in het secundair onderwijs (vanuit bijv. RHIZO en Athena);
–  alle vormen van (sociale) activering en empowerment voor doelgroepen zoals OCMW-cliënten, mensen in armoede, vluchtelingen, personen met een handicap.

De 13 partners engageren zich voor minstens twee jaar  met een specifieke inbreng op financieel vlak, of in zaken als logistiek, ICT, infrastructuur (materiaal), personeel, kennis, expertise, vorming, instructie, verzekering.

Het is ondoenbaar om alhier voor iedere partner afzonderlijk de lijst op te sommen van hun talloze engagementen.  We beperken ons tot de partners met een duidelijke, puur specifieke financiële inbreng.

Het OCMW-Kortrijk engageert zich onder meer tot:
–  het gratis ter beschikking stellen van de keuken, de gelagzaal (816 m²) en de nodige vergader- of opleidingsruimte;
–  betaling van huur en onderhoud van de werkkledij van de OCMW-cliënten;
–  inbreng van een voltijdse restaurantverantwoordelijke/horeca-manager;
– indiensneming van twee halftijdse instructeurs keuken.

Horeca-Vorming Vlaanderen (HVV) engageert zich o.a.  tot:
–  betaling van 17.500 euro aan de vzw Mentor voor de financiering van trajectbegeleiding;
–  outputfinanciering van 38 cursisten ter waarde van 20.900 euro (te betalen aan de vzw Mentor);
–  opstartfinanciering opleidingen (kostprijs nog te bepalen).

VDAB West-Vlaanderen engageert zich o.a. tot:
–  betaling van 104.000 euro aan de vzw Mentor voor de financiering van de coach keuken en zaal;
–  betaling van 32.000 euro aan de vzw Mentor voor een halftijdse taalcoach;
–  aankoop van schoenen, huur en onderhoud van de werkkledij voor de cursisten keukenmedewerkers.

En wat doet de vzw Mentor?
Héél veel.
Bijvoorbeeld de algemene coördinatie van het project VORK.
Mentor is ook de juridische werkgever van een aantal coaches.