Category Archives: OCMW

Waarom wil het Kortrijkse OCMW nu nog per se een secretaris?

Al sinds 1 juni 2014 zit het OCMW zonder secretaris!
Pas in maart van dit jaar besliste de OCMW-raad dat de functie opnieuw moest ingevuld..
Kandidaturen moeten nu ten laatste binnen op 7 mei en de aanstelling van de nieuwe secretaris zal ingaan op 13 juli.

Waarom is dat allemaal zo raar?
Wel.
Vanaf begin 2019 worden alle OCMW’s ‘ingekanteld‘  (zo zegt men dat) in de gemeente.
Concreet betekent dit dat de gemeenteraadsleden tegelijk ook het mandaat van lid van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn zullen opnemen.  En de voorzitter van de gemeenteraad zal tevens de voorzitter zijn van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn.  De leden van het schepencollege vormen dan het Vast Bureau.  De voorzitter van dat Bureau is de burgemeester.

In Kortrijk krijgen we dan telkens per maand (?) twee gemeenteraden – al of niet na elkaar – waarvan één – laat ons zeggen –  gaat over OCMW-materie.
In elke gemeente komt er één “secretaris-directeur” en één financieel directeur die zowel ten dienste staan van het ‘OCMW’ als van de gemeente. (Gemeenten met meer dan 60.000 inwoners kunnen een adjunct-secretaris-directeur aanstellen.)
De gemeenteraad doet de aanstellingen binnen zes maand nadat het ambt vacant is geworden.  Om de continuïteit van het bestuur te waarborgen kan de invulling van de eerste secretaris-directeur  en de financieel directeur evenwel al gebeuren per 1 augustus 2018 !
Met andere woorden:  de nieuwe OCMW-secretaris kan tegen die datum al zijn job kwijt geraken…
Of is het misschien net de bedoeling dat de huidige stadssecretaris én huidige stadsontvanger aan de dijk worden gezet?  Vervangen worden door de secretaris én ontvanger van het OCCMW???

Het botert al een tijd absoluut niet tussen die twee hoogste stadsmedewerkers (decretale graden!) en het schepencollege.
(Staat nog altijd niet in onze gazetten.  De ingebedde perse van de dode bomen.)

Termijnoverschrijdingen en boeten

Grote projecten van het OCMW lopen nogal eens (merkwaardige) vertragingen op.
Scheelt dat aan de ontwerpers zelf?  Of aan wie?
We vermelden er  nu – en voorlopig – slechts twee.

Het bouwproject DAM 49-53
Het ging hierbij om een sloop en het bouwen van 17 sociale huurappartementen en de renovatie van 6 studio’s op de Dam.
De voorziene uitvoeringstermijn bedroeg 500 kalenderdagen.
Omwille van externe omstandigheden zijn er vier termijnverleggingen toegekend.  Als gevolg van de vertragingen  bij de uitvoering van de ruwbouw konden andere aannemers evenwel hun werken niet verder zetten.
De uiteindelijke termijnoverschrijding bedroeg  niet minder dan 392 kalenderdagen.  Dat leidde dan weer tot extra werk voor de ontwerpers waardoor het architectenbureau een bijkomend ereloon kreeg van 15.820 euro…
Volgens een bepaalde formule  (zoek ze maar eens op!) zou de boete voor de aannemer zelfs 1,32 miljoen euro bedragen.  Maar de boete mag naar het schijnt  maximaal  5 procent van de oorspronkelijke aannemerssom (2,35 miljoen) bedragen.  Zodat de boete is herleid tot 117.789 euro.

Een restauratie in het Begijnhof
Hier ging om de zgn.  fase 6 van de lopende restauratiewerken.
De inkompoort,  de woningen 37-41 (rechts bij het binnenkomen)  en het gangetje naar Sint-Maartenskerhof.
De ontwerper heeft tot viermaal toe een voorlopige oplevering geweigerd.
De voorziene uitvoeringstermijn bedroeg 195 werkdagen.  Het werden er 139 méér.
Volgens de geijkte formule zou de boete 311.690 euro kunnen bedragen.
Maar wegens het maximumtarief van 5 procent van de aannemerssom (1,36 miljoen) is het 68.158 euro geworden.
Het OCMW ging niet in op de vraag van de aannemer om de boete gevoelig te verminderen.

Stad (OCMW) krijgt veel geld voor aanpak vluchtelingeninstroom (2)

(Zie nog vorig stuk dd. 27 december 2016.)

De tweede schijf van de ‘middelen Vlaams binnenlands bestuur’ geschonken door minister Liesbeth Homans (van de N-VA, nota bene) voor de aanpak van de meer recente vluchtelingeninstroom is nu binnen.
Stad Kortrijk  kreeg ditmaal 271.998 euro en dit bedrag is doorgestort aan het OCMW.

We weten nu ook wat het OCMW ditmaal met deze som zal uitrichten.
1.  Jongerencoach OKAN (Onthaalklas Anderstalige Nieuwkomers tot 18 jaar) en schakelklas (voor 18-21-jarigen): 60.650 euro.  (Er is meer nood aan individuele ondersteuning en die zal gebeuren door de Groep Intro.)
2.  Woonbegeleiding door de Woonclub van het CAW:  50.000 euro.  (Deels nog met middelen uit de eerste schijf.)
3.  Traumabegeleiding en psychosociale zorg in samenwerking met Solentra: 17.200 euro. ( Solentra is iets verbonden aan de psychiatrische afdeling van het UZ Brussel.)
4.  Behoud schakelklas in Driehofsteden (inburgering 17-25-jarigen): 26.000 euro.
5.  Behoud ondersteuning basiseducatie (bij Alfatraject): 40.000 euro.
6.  Tolkendienst: 5.000 euro.
7.  Inzet van deel OCMW-personeel sociale dienst voor de buddywerking met erkende vluchtelingen: 10.000 euro (met deel van de eerste schijf).
8.  Twee “toeleiders” in diversiteit: 60.000 euro.

Wat is gedaan met de eerste schijf van 163.615 euro?
1.  Jongerencoaching in de OKAN-klassen: 40.000 euro.
2.  Opstart Schakelklas voor wie te oud is voor de OKAN: 46.000 euro.
3.  Extra klas Open School voor 21-25-jarigen voor maatschappelijke integratie, Nederlands en beroepsoriëntering: 23.000 euro.
4. Inzet projectmedewerker OCMW voor de aanpak vluchtelinginstroom: 50.000 euro.  (Uit de dienst getreden begin dit jaar en bij ons weten nog niet vervangen.)

P.S.
De middelen van minister Homans kent men toe op basis van ‘de ernst van de situatie’ inzake (meer recente) instroom van vluchtelingen in de gemeenten.
Over het aantal recente ingestroomde vluchtelingen in Kortrijk vinden we geen enkel cijfer.
We weten enkel dat Stad in de eerste referentieperiode (november 2015-mei 2016) op de 12-de plaats stond en bij de tweede periode (april 2016-oktober 2016) op de  7-de plaats.  De ‘ernst de situatie’ is gegroeid.

 

Stad krijgt veel geld voor de vluchtelingeninstroom

(Mag hoor, maar men dient het te weten.)
De Vlaamse regering (zijnde meer in het bijzonder minister Liesbeth Homans van de N-VA ) stelde in mei 2016 een bedrag van 20 miljoen euro ter beschikking voor steden en gemeenten waar de vluchtelingenproblematiek zich het meest ernstig voordoet of voordeed.
Dit bedrag is onlangs  nog op  23 december laatstleden opgetrokken tot 22,554 miljoen euro.

Bij een eerste schijf van 10 miljoen kreeg Kortrijk op 13 juli 2016 een bedrag van 163.615 euro toegewezen.  We stonden hiermee op de twaalfde plaats inzake de ernst van de situatie.
(Zelfs in Roeselare, Mechelen, Kapellen, Houthalen,  Brugge  leek de vluchtelingeninstroom serieuzer tijdens de referentieperiode november 2015-mei 2016.)

Bij de onlangs verdeelde schijf van nu 23 december behaalde onze stad de zevende plaats, na Antwerpen, Gent, Leuven, Oostende, Sint-Niklaas, Mechelen.
Stad Kortrijk krijgt nu 271.998 euro.
Twee buurgemeenten kregen ook subsidies:  Wevelgem (36.461 euro) en Harelbeke (25.475 euro).

De subsidies worden toegekend volgens bepaalde criteria:
–  70% volgens het aantal erkende vluchtelingen en ‘subsidiair beschermden’ in de referentieperiode;
–  20%  volgens het aantal legale personen van buitenlandse herkomst in 2014;
–  10% volgens sociale maatstaven zoals die gelden voor het Vlaams Gemeentefonds.

De gemeenten dienen  in de jaarrekeningen 2016, 2017, 2018 te rapporteren wat ze met dat geld hebben aangevangen en welke effecten konden bereikt.  (De subsidies mogen  overgedragen aan het OCMW.)

N.B.
Het staat weerom niet in onze plaatselijke gazetten.
Het is namelijk compleet ondenkbaar dat de Kortrijkse SP.A-OCMW-voorzitter aan de perse vertelt (“het over zijn lippen krijgt”)  wat hij zoal in de wacht sleept qls steun van ene  N-VA minister als Homans. ( Evenals de steun in zijn strijd tegen de Kortrilkse armoede.)

 

 

 

 

Een jaarlijks financieel voordeel van méér dan 1 miljoen voor het OCMW??

Die vraagtekens in de titel drukken doodgewoon uit dat we het (beoogde, vermeende?) financieel voordeel niet begrijpen.
Zoals we hier gisteren meldden richt het OCMW volgend jaar een zorgbedrijf op onder de vorm van een Intern Verzelfstandigd Agentschap, een IVA.
Men koos voor deze rechtsvorm OOK omdat hiermee de samenwerking met de vzw Zusters Augustinessen als werkgever voor het zorgpersoneel mogelijk blijft.
En dat levert – volgens het OCMW-bestuur althans – een jaarlijks financieel voordeel op vanuit 1) de RIZIV-financiering en  2) het personeelsstatuur van niet mlnder dan 1.120.000 euro.

Wat een forfait is weten alle redactieleden van kortrijkwatcher.  Geen probleem.
–  Maar waaraan liggen die hogere forfaits van het Rijksinsituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering,  louter (?) omdat het personeel van het zorgbedrijf door de Zusters is aangesteld?  Het gaat om een bedrag van 700.000 euro.  (Blijft dat jaarlijks onveranderd?)
–  En de (andere) rechtspositieregeling (statuut) van dat personeel brengt 420.000 op?
Is het personeel van de nonnen anders – slechter – vergoed (het algehele totaal van de renumeratie)  dan de ‘pure’ OCMW-medewerkers?  Is dat een vorm van discriminatie?

Oproep.
Kan een of andere lezer of OCMW-raadslid dit even uitleggen?

 

 

Naam van op te richten OCMW-zorgbedrijf is nu gekend en de baas ook

De OCMW-raad nam in juni 2016 de principiële beslissing tot het oprichten van een “zorgbedrijf” onder de vorm van een intern verzelfstandig agentschap, een IVA.

Kortrijkwatcher heeft  daarover al een paar keer bericht, want onze redactie wist zelf ook niet juist waarover het ging.  (Bij de centrumsteden draaien er nu al OCMW-zorgbedrijven in Antwerpen, Leuven, Roeselare en in onze regio overwegen nog OCMW’s  om dat ook te doen.)

De komende OCMW-raad (de drukpers weet alweer van toeten noch  blazen)  beslist dat het bedrijf de naam “ZORG KORTRIJK”  zal dragen.  Een korte, krachtige naam.
Het logo is opgemaakt door de stedelijke communicatiedienst.
De OCMW-raad stelt het hoofd van het agentschap vast. Ja.
Maar het staat nu al vast dat het An Spriet wordt, momenteel waarnemend OCMW-secretaris.  (Het OCMW stelt het nog altijd zonder een  ‘echte’ secretaris, nadat de vorige oneervol is ontslagen.   (Geen haan die daarover kraait.)
An Spriet zal hierbij nauw samenwerken met Frank Claerhout,  dat is de algemeen directeur van de vzw Zusters Augustinessen.  (Alle zorgpersoneel bij het OCMW  ressorteert onder die VZW.  Het agentschap zal dus  twee werkgevers kennen.)

Maar waarom wil men nu perse een verzelfstandigd OCMW-zorgbedrijf?
De Vlaamse Regering wil dat vanaf begin 2019 alle OCMW’s geïntegreerd (ingekanteld) zijn in de gemeenten.  Daardoor zal onze gemeenteraad wel het budget van “Zorg Kortrijk” goedkeuren, maar het zorgbedrijf als verzelfstandig agentschap blijft onder het bestuur van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn vallen.  Er zijn geen overdrachten, noch van exploitatie, noch van patrimonium, noch van personeel.  Het beleid en de strategie blijft in handen van die Raad.

En waarom een Intern Verzelfstandigd Agentschap (een IVA en geen EVA)?
Hier is het bij het Kortrijkse OCMW historisch zo gegroeid dat het personeel van de zorgdiensten altoos  in handen is van de vzw Zusters Augustinessen. Al zeker  sinds midden vorige eeuw.  Aan die toestand wil  men niet raken.  (Er zouden financiële voordelen aan verbonden zijn.   En het personeelsstatuut is anders bij de werkgever van de Augustinessen.)
Bij een Extern Verzelfstandigd Agentschap (EVA)  met rechtspersoonlijkheid is een contractuele constructie met de private vzw van de nonnen niet meer mogelijk.

Welke diensten maken deel uit van “Zorg Kortrijk”?
1.  De zes woonzorgcentra (inclusief de in  aanbouw zijnde De Zon in Bellegem).
2.  De transmurale zorg:
–  dagverzorgingscentrum De Kolleblomme in Heule)
–  kortverblijf (6 plaatsen)
–  nachtopvang voor ouderen
3.  De woningen voor begeleid wonen:
–  assistentiewoningen
–  sociale huurwoningen
–  ouderenwoningen
–  pensionwoningen; kamer- en logementswoningen
4.  De thuiszorgdiensten
–  poetshulp
–  maaltijden aan huis
– verhuur alarmoproepsystemen
–  gezinshulp
–  vormen van assistentie
5.  De kinderopvang
6.  De centrale keuken
7.  Het volksrestaurant
8.  Mogelijk nieuwe initiatieven en samenwerkingen met derden.

Hoeveel personeel zal “Zorg Kortrijk” tellen?
–   VZW personeel van de nonnen (woonzorgcentra): 517 koppen (392,31 VTE)
–  eigen OCMW-personeel voor thuiszorg, wonen, kinderopvang, keuken: 100 koppen (55,09 VTE)
De ondersteunende (administratieve) diensten worden niet opgesplitst tussen het zorgbedrijf en andere OCMW-diensten.  (Vroeger was er sprake van een 70-tal personeelsleden) onder te brengen in de nieuwbouw aan de tunnel van de Doorniksestraat.)

En wat moet dat zorgbedrijf kosten?
Op het totaal OCMW-budget van ca. 60 miljoen euro zal “Zorg Kortrijk” ongeveer 60 procent opslorpen.  Er is al voor 2017 een tabel met kostensaldi per dienstengroep opgemaakt.  Het tekort zou 3,5 miljoen bedragen.

 

 

 

 

 

 

 

Stad doekt oude spookstichtingen voor liefdadigheid op

Iemand heeft bij Stad een wachtrekening ontdekt waarop een bedrag van 28.462,43 euro stond geboekt.  Blijkbaar geld dat toebehoorde aan een aantal aloude private stichtingen met filantropische doelstellingen waar niets meer mee gebeurde.
Dat bedrag wordt  nu overgedragen naar de sociale dienst van het  OCMW  en zal worden besteed aan steunverlening met klemtoon op opvoeding en scholing van kinderen alsook aan ziekenverzorging.

Het ging om volgende instellingen waarvan niemand nog het bestaan kende:
–  Stichting Vercruysse-De Bien
Voor kledij en voeding van arme Kortrijkse meisjes ondergebracht bij de Zusters van Saint Vincent de Paul.  Stichtingsakte verleden op 27 februari 1837.
–  Stichting Amerlinck-Demeestere
Onderhoud van zieke en/of arme vrouwen/weduwen en hun dochters en anderzijds aanbieden van onderwijs aan amen.  Oprichtingsakte dateert van 21 september1770.
–  Stichting Verrue
School voor arme meisjes.  Opgericht bij KB van 20 mei 1835.
–  Stichting Vandale  (voor weldadigheid)
Enerzijds arme kinderen leren lezen en schrijven en werken, anderzijds om gratis  arme zieke patiënten bij te staan.  Gesticht in 1787.
–  Stichting Vandale (voor onderwijs)
Gesticht in 1787.
–  Stichting Bastin en Brouckaert
Geen nadere gegevens gekend.  Oprichtingsakten ontbreken.

 

 

 

 

 

 

 

 

OCMW op zoek naar huisvesting. Conflict dreigt.

In het huidige OCMW-gebouw in de Budastraat zijn er momenteel een 150-tal personeelsleden aan het werk.  De ruimte is te krap en het gebouw is gedateerd.
Het OCMW onderzocht de mogelijkheden voor een oplossing.
Wat kwam er zoal uit de bus?

1.  Acht personeelsleden van het team ‘welzijn’ vonden intussen een onderkomen in het stadhuis.
2.   De ziekenhuisdiensten van AZ Groeninge verlaten het gebouw ‘budavleugel’ van de campus Reepkaai tegen 1 mei 2017.  Vanaf dan krijgt het OCMW de vrijgekomen ruimtes (gelijkvloers en drie verdiepingen) ter beschikking.  Het OCMW zal in dat oud hospitaal  zijn kerndiensten vestigen: de sociale dienst, de activering, de woonbegeleiding,  het beleidsteam (projecten, armoedebestrijding, vrijwilligers).  In de site Budastraat 27 krijgt de vzw Mentor een vaste stek en blijven er nog wat ondersteunende diensten.
Hiervoor waren een aantal aanpassingen nodig van de erfpachtoverenkomst tussen het OCMW en het AZ.  Daar stond bijvoorbeeld in dat de campus Reepkaai  uitsluitend kon gebruikt worden voor ziekenhuisactiviteiten.
Om het ziekenhuisgebouw gebruiksklaar te maken zijn een aantal investeringen nodig.  Twee miljoen, te spreiden over 2017 en 2018.

Hiermee  dreigt  er een tweevoudig conflict te ontstaan tussen het stadsbestuur en het OCMW.
–  Stad  vindt dit investeringsbedrag hoe dan ook te hoog, ook al omdat men die oplossing als tijdelijk aanziet.
–  De ambitie moet volgens Stad zijn om tegen 2022-2023  te komen tot een definitieve  oplossing voor de gezamenlijke huisvesting van het personeel Stad en OCMW.  Liefst in het stadhuis.
Het OCMW zelf voorziet integendeel dat de bezetting van het hospitaal zeker tot 2030 zal duren.  En het OCMW vindt overigens nog dat de latere integratie van de OCMW-diensten in de Stad  de inname van het hospitaalgebouw niet in de weg staat.  Het stadhuis en het sociaal huis liggen op een boogscheut van elkaar.
Stad daarentegen  oppert dat vanuit een nieuwe HR-visie, zijnde het ‘nieuwe werken’ minder permanente ruimte nodig is voor eenzelfde aantal medewerkers.
Hierbij kan ook rekening gehouden woorden met het ‘werken op afspraak’.

3.  Op de nog te bouwen en verbouwen  site Gheysen in de Doorniksestraat  komt er naast het volksrestaurant en de kinderopvang ruimte voor een aantal ondersteunende diensten die deel uitmaken van het toekomstige zorgbedrijf : facilitaire diensten, team wonen, administratie van de zorgdiensten.

P.S.
OCMW-raad weet dit alles nog niet…

 

 

Woonreglement Kortrijks Begijnhof fundamenteel gewijzigd

Zonder enige inspraak (consultatie) van de huidige bewoners en zelfs zonder enige voorafgaande kennisgeving op de bewonersvergadering heeft de OCMW-raad van 20 oktober het oude bewonersreglement op enkele punten totaal gewijzigd.
(Zowat ieder jaar krijgen bewoners van het begijnhof achteraf te horen wat er in de buurt al  of niet is beslist.)

In het kader van de actie “Kortrijk spreekt”:
Men zou dit toch best zo spoedig mogelijk uitgebreid kenbaar maken (in het Stadsmagazine) en aan eenieder uit de regio (ook buitenland) zodat nieuwe, potentiële kandidaten-huurders  weten hoe het nu zit.

– In het zeer oorspronkelijke reglement dienden kandidaat-huurders 55 jaar te worden in het jaar dat  van de onderschrijving van het contract .  (In de praktijk was hierbij stilzwijgend verondersteld – gehoopt – dat er geen kinderen of pubers zouden komen wonen . Dat was heus de bedoelingZeker geen brommers.)
Nu is er totaal geen sprake meer van een leeftijdsgrens.

– Oorspronkelijk was handel drijven, een beroep of ambacht uitoefenen of een drankslijterij uitbaten absoluut niet toegelaten.
Nu wel.  (Er is nu een “koffiehuis” in het begijnhof.)
Evenwel mits uitdrukkelijke toestemming van de OCMW-raad (dus niet enkel afhankelijk van de voorkeur van de OCMW-voorzitter)  voor zover de voorgestelde activiteiten niet indruisen tegen het beschermd karakter van het begijnhof en de rustige omgeving.
Tevens zal steeds overwogen worden dat het bewonersaspect primeert en dat andere activiteiten slechts selectief zullen worden toegelaten.

– Alle werkzaamheden, inclusief herschilderen, moeten vooraf ter goedkeuring aan de technische dienst van het OCMW voorgelegd.  (Op eigen houtje een zolder isoleren en er een kamer inrichten bijv. kan niet meer.)

– In het oorspronkelijke reglement kon het OCMW het hangen van kant of volle gordijnen opleggen voor alle zichtbare ramen.
Nu is enkel bepaald dat het buitenaanzicht van alle gordijnen steeds wit moet zijn.

– Vroeger stond in het reglement dat de verhuring van woningen uit de eerste gerestaureerde fase gebeurde door het voormalige Kortrijkse kantoor Immo op de Grote Markt, onder voorbehoud van aanvaarding door de eigenaar.  In het nieuwe reglement is niet eens gestipuleerd tot wie men zich moet wenden om in aanmerking te komen  als nieuwe huurder.  Om op de wachtlijst te staan.

Dit moet eens en voor goed uitgeklaard.
(Er is geen voorrang voor  inwoners van groot-Kortrijk.  Een oud en onveranderd reglement.  Enkel de chronologische plaats op de wachtlijst van het OCMW telt.  Maar hoe geraak je daar op?  Via een verhuurkantoor?  Waar?)

P.S.
De huurprijzen voor nieuwe bewoners zijn wel verhoogd.