Category Archives: investeringen

Een energieplan met te weinig financiële middelen

Het prestigieuze energieplan van SP.A-schepen Bert Herrewyn steunt op niet minder dan 6 basispijlers, te weten:  het renovatieplan, het lichtplan, het zonneplan, het waterplan, digitale monitoring en bepaalde innovatieve (welke?) projecten.

Het gehele plan wordt ondersteund via een intern energiefonds.
Dat fonds is evenwel financieel volstrekt ondermaats om het megalomane energieplan uit te voeren.
Voor dit jaar bijvoorbeeld is er is er een budget beschikbaar gesteld van 277.000 euro.  En voor de periode 2014-2020 is er een verbinteniskrediet (de gehele enveloppe) van slechts 385.000 euro gepland.

Voor een bepaald onderdeel van het energieplan, met name het zonneplan is er gewoon geen publiek geld (belastingontvangsten) beschikbaar en moet de tripartite zijn toevlucht nemen tot een  – jawel-  héél  innovatief project.
Zeg maar gekunstel.
Met het zonneplan wil Stad maximaal inzetten op het lokaal produceren van elektriciteit, door middel van zonnepanelen op eigen daken of terreinen.  (Tussen haakjes, we horen niets meer over het isoleren van daken op stadsgebouwen.)

In eerste instantie denkt men aan het plaatsen van zonnepanelen op daken van de  sporthal Lange Munte, het nieuwe regionaal erfgoeddepot in Heule,  Hangar K op Kortrijk Weide, het jeugdcentrum Tranzit en de evenementenhal Depart, eveneens op Kortrijk Weide.   Het zou gaan om zowat 10.000 vierkante meter  (2.000 panelen) waarvoor zowat 700.000 euro nodig zou zijn.

De gemeenteraad gaf nu ongeveer kritiekloos het College de toelating om  een alternatieve constructie in te voeren om die publieke investering te financieren.  Men gaat op zoek naar een firma die de panelen wil leveren, plaatsen, financieren, exploiteren en onderhouden.
(Er zouden al drie potentiële kandidaten zijn.  Hoe gaat dat in zijn werk?)

Men wil die geraamde 700.000 euro bij de Kortrijkzanen  ophalen.
Inwoners van Groot-Kortrijk krijgen de kans om zonnepanelen of delen ervan voor 15 jaar te “huren”  middels een inbreng van 25 tot 5.000 euro.
Dat is een kansspel.  Stad schat het rendement voor de huurder op 2 tot 4 procent, afhankelijk van de mate van zonneschijn.

Op verdere technische details van het bedachte systeem  gaan we nu niet in.
Het verwondert ons intussen wel dat er op de laatste gemeenteraad geen fundamentele politieke bedenking is gemaakt.
Met name deze.
De tripartite kenmerkt zich tot het bedenken van grootse, ambitieuze projecten. Vaak van vroeger.

Als daarvoor infrastructuurwerken noodzakelijk zijn die  grote budgetten opslokken, dan dient het bestuur daarvoor de nodige middelen uit te trekken.  Als het bestuur die niet vindt (de belastingdruk en en de schulden zitten al aan het plafond) dan dient men maar te besparen op andere uitgaven.  Of minstens zijn ambities bij te stellen.
In feite blaast de tripartite al jaren van een te hoge toren.

P.S.
Volgens de pers wil VLD-schepen (zeg maar) Arne snel naar 100.000 m² gaan of 20.000 panelen…

Wat nieuws over OCMW-investeringen

Je hoort of leest daar zelden iets over.
Pers heeft het er pas over als er enig rumoer over het project ontstaat (de investering in het sociaal volksrestaurant) of als de OCMW-voorzitter het nuttig acht om even fier uit te pakken in het nieuws, – liefst met zijn foto erbij.

Eerst wat terminologie.
De financiële nota bij een budget bevat kredieten op basis waarvan een bestuur een uitgave mag doen.  Men onderscheidt twee soorten:
–  een transactiekrediet (voor zowel ontvangsten als voor uitgaven) is een krediet  te gebruiken of te ontvangen binnen één jaar;
–  een verbinteniskrediet is het totaal van alle transactiekredieten van een rubriek, de investeringsenveloppe.

Een voorbeeld.
De renovatie van woning 31 (het koffiehuis) in het begijnhof omvat een verbinteniskrediet van 1.641.888 euro.   Doorheen de jaren waren er volgende transactiekredieten uitgeschreven:
–  rekening 2014:  43.204
–  rekening 2015:  632.124
–  rekening 2016:  966.560 euro.
Investeringsontvangsten als verbintenis:  1.117.622 euro.

Volgens het laatst opgemaakte meerjarenplan (2014-2020) bedraagt het totaal aan investeringen (dus het verbinteniskrediet) 87.209.034 euro als uitgaven.  Investeringsontvangsten in die periode: 50.182.313 euro (subsidies en verkopen).
De transactiekredieten voor de  periode tot 2018 bedroegen:
–  2014:  6.369.619
–  2015:  6.862.422
–  2016:  6.152.327
–  2017:  8.471.489
–  2018:  18.009.316
De sterke verhoging van de uitgaven voor dit jaar is voornamelijk te wijten aan de uitbreiding van het wagenpark,  het woonzorgcentrum Bellegem  (aankoop grond, bouw en omgevingsaanleg).

Wagenpark wijkteams en vervoersdienst
Verbinteniskrediet:  129.173
Transactiekredieten: 29.173 (2016) en 100.000 euro (2018).

Dienstencentrum Bellegem
Verbinteniskrediet:  17.382.054 (subsidies als verbintenis:  291.079 euro.)
Transactiekrediet voor 2018 alleen al:  6.540.439 euro.

Nog enkele meer opvallende investeringen?
Buitenaanleg begijnhof
Verbintenis:   882.489
Transactie voor 2019 voorzien:  825.000 euro.

Masterplan administratief centrum en zorgbedrijf in de Doorniksestraat
Verbintenis:  2.749. 967
Transacties over meerdere jaren.  In 2017 bijv. 1.113.643 euro en dit jaar 877.632 euro.

Volksrestaurant
Verbintenis: 2.192.146
Transacties over meerdere jaren.  In 2017 bijv. 856.981 euro en dit jaar 754.363 euro.

Kinderopvang bij het volksrestaurant
Verbintenis:  2.705.558
Transacties weer over meerdere jaren:  1.164.791 in 2017 en 900.578 euro dit jaar.

Aankoop riksja’s  
Verbintenis:  15.303 euro
Transactie in 2017: idem

Buurtbus Zonnewijzer
Verbintenis:  45.000 euro
Transactie: in 2017: idem
(Subsidie:  20/000 euro.)

Raad eens hoeveel de sanering van Walle heeft gekost…

Eigenlijk we weten het zelf niet juist want we kennen enkel het bedrag exclusief de BTW.
Het werk (rioleringen  en zo) zal wel méér dan 1 miljoen (euroots!) gekost hebben, met BTW dan..
De sanering waarvan sprake sloeg op het gedeelte vanaf de brug onder het EI tot aan het eethuis “Oud Walle”.
De werken werden in april 2014 gegund aan de firma “Algemene Onderneming D’Heer” uit Zele voor een bedrag van 913.914 euro, dus excl. BTW.

De eindafrekening is nu gekend en bedraagt 984.141 euro, nog altijd zonder BTW.
Er waren meerwerken voor 6,84 % van het gunningsbedrag.
De extra werken sloegen op een meerprijs voor een werfweg, de aanleg van een tijdelijke parking, een tijdelijke buis, een verkeersdrempel, de aanpassing van een pompstation, enz.

P.S. (1)
Bij de openbare aanbesteding liepen er 6 offertes binnen, waarvan enkel de firma  uit Zele beneden het miljoen bleef: 980.935 euro MET BTW.
Dat was zowat 8 procent onder de raming van 1.072.726 euro, incl. BTW.
P.S. (2)
VMM beloofde de rioleringen te subsidiëren voor maximaal 395.735 euro.  Hoeveel het is geworden weten we niet.  Nog een element dat de ware kostprijs verduistert.

Nog wat over dat prijskaartje van ons Regionaal Erfgoeddepot (2)

Hebben die studiebureaus Tides Kortrijk  (stabiliteit en coördinatie), Ingenium NV (technieken) misschien  hun werk niet goed gedaan?

In een vorige editie van onze samizdat- krant konden we in elk geval vaststellen dat de kosten van het depot op de site Vier Linden te Heule zijn opgelopen van 4,15 miljoen naar 5,20 miljoen euro.   Een meerkost van 1.043.977,31 euro oftewel een prijsstijging van niet minder dan  25 procent.
Dit moet absoluut geagendeerd op de volgende Kortrijkse gemeenteraad want onze stad is de bouwheer (én toekomstig exploitant) van het gehele  project.

Onze archivaris heeft nog geprobeerd om op zolder de offertes van de diverse aannemers te vinden maar dat is hem niet gelukt.
Hij kon enkel de namen achterhalen van de firma’s die eventueel gelukkig kunnen gemaakt met die prijsstijgingen.
Het gaat om Beeuwsaert Construct bvba (ruwbouw en omgeving), Francovera NV (buitenschrijnwerk), Wycor NV (binnenafwerking), Naessens HVAC (HVAC en sanitair), Engie Fabricom (elektriciteit),  VSK Electronics (toegangscontrole, branddetectie, inbraak, camera’s), Coopman Orona (lift).

Wie gaat dat allemaal betalen?
Ook dat gegeven is niet gemakkelijk op te sporen.
We weten dat stad Kortrijk heel de zaak “pre-financiert”.  (Het gaat om netto-investeringen die de niet-gesubsidieerde investeringen omvatten.)

Hierna enkele losse gegevens die we met veel moeite konden bijeensprokkelen.  Die kunnen onjuist zijn.   Sorry !
–  De bouwgrond wordt door onze stad kosteloos ingebracht.  (De waarde ervan wordt geschat op 550.000 euro).
–  Stad zou ook 1 miljoen inbrengen voor de bouw.  (En daartoe patrimonium verkopen.)
–  De provincie zou instaan voor 2 miljoen.
–  Van het Fonds van Culturele Infrastructuur  (FOCI) had men ook een subsidie verwacht maar dat schijnt niet gelukt te zijn.  In plaats daarvan heeft minister van cultuur Sven Gatz 500.000 euro beloofd omwille van de “inkanteling” van de erfgoedbibliotheek Westflandrica uit Brugge.

De 13 participerende gemeenten leveren geen directe financiële bijdrage in de bouw maar zullen wel een huurprijs betalen en zouden hiermee bijdragen in  de exploitatie en investerings-afschrijvingen. (Vanaf 2020 hoopt men ook op werkingssubsidies in het kader van decreet Onroerend Erfgoed.)

Tussen de zgn. “prioritaire partners” is er voor de duur van 9 jaar (kan stilzwijgend verlengd worden) een nieuwe samenwerkingsovereenkomst afgesloten, – en die moet ook nog voor de gemeenteraad komen.
Het gaat om de twaalf gemeenten van het arrondissement Kortrijk, plus Wervik.
Verder is er tot eind 2019 ook een begeleidende rol toebedeeld aan een soort projectvereniging waar nog niemand het bestaan van kende , – een erfgoedcel – genaamd  ZUIDWEST (voorzitter ene Pietro Lacopucci).

De partners worden geacht een (geïndexeerde) basishuurprijs te betalen (euro/ingenomen m²/maand).  Die huurprijs zal men berekenen op basis van de netto-kost voor de stad Kortrijk gedeeld door het aantal ingenomen vierkante meter.
De “netto-kost ” wordt dan berekend op basis van vier parameters.
We vermelden er twee:
–  de afschrijving van de netto-investeringen a rato van 30 jaar voor gebouwen en 10 jaar voor de inrichting en meubilair.
–  de explotatiekost en onderhoudkost. voor het gebouw, de administratie, facility, personeel en werking.
Stad stelt zich hierbij garant dat in de eerste gebruiksperiode die eindigt in 2025 de basishuurprijs maximaal 8,8 euro/m²/maand zal bedragen.
(Stad zelf engageert zich tot de inname van van minstens 2.000 m² én de bijhorende kost.)

ZO.
NU WEET U OOK TOCH AL IETS…
Lees nu verder de gazetten.

 

Het huurcontract van Parko met het shoppingcentrum K is toch geagendeerd op de gemeenteraad

Aanvankelijk bestond daar enige twijfel over of dat wel moest:  of de huur van de ondergrondse parking van het winkelcentrum door Parko wel moest goedgekeurd door de Raad?  (Door ons, Kortrijkzanen, tegen deze voorwaarden.  En zonder inspraak.)

Of integendeel een doodgewone aktename  van dat contract (van 19 september) misschien niet volstond?
Hier op kortrijkwatcher bleek algauw dat een pertinente goedkeuring  van de gemeenteraad wel degelijk noodzakelijk  was.  Stad verbindt er zich  namelijk toe om de huurwaarborg van 250.000 euro  (drie maanden huur!) te garanderen.
Er is nog een reden om het punt te agenderen op de gemeenteraad.
De huurovereenkomst heeft een looptijd van (minstens) 15 jaar en overschrijdt hiermee de duur van de bestaande beheersovereenkomst die Stad ooit heeft gesloten met het autonome gemeentebedrijf  Parko.  Stad is daarmee de rechtsopvolger van het AGB voor alle aangegane verbintenissen.

Mogen we intussen en alweer nog even wijzen op het deontologische gehalte van dit stadsbestuur?
–  De leden van de Raad van Bestuur van Parko konden via de pers vernemen dat hun bedrijf de parking van K in Kortrijk zou huren.
– De huurovereenkomst is pas  daarna op 19 september officieel goedgekeurd door de RvB van Parko.  Met een ulra-krappe meerderheid van 6 tegen 5.   Zowel de vertegenwoordigers van CD&V als die van Groen en van het Vlaams Belang stemden tegen.
– De huur start al op 1 oktober.  En de komende  gemeenteraad van 9 oktober moet die nog goedkeuren.

Parko heeft een interne studie gemaakt omtrent de bouwtechnische, electro-mechanische en financiële aspecten van de overeenkomst.
Daarnaast  heeft het bedrijf extern juridisch én financieel advies opgevraagd.
Benieuwd of alle deze DRIE documenten ter beschikking zijn gesteld van de gemeenteraadsleden.  Steken ze wel in het dossier?

Op de komende zitting zouden de raadsleden ook nog de financiële toestand van Parko  kunnen ter sprake brengen.
Bepaalde ratio’s uit de jaarrekening 2016 zijn immers niet echt rooskleurig .
–  Het werkkapitaal is laag (678.076 euro).
–  De current ratio die de liquiditeit meet van de onderneming is ook niet echt schitterend  (1,18)
–  De solvabiliteit haalt de minimum norm van 0.20 niet (0.19).
–  De schulden zijn opgelopen tot 21,4 miljoen euro.  (Eigen vermogen: 3,9 miljoen.)

En aan grootse projecten voor de toekomst ontbreekt het intussen niet.
Hoeveel bedraagt het aandeel van Parko in de ondergrondse parking van het stationsproject? En in die ondergrondse parking aan het museum Texture?

Het  geld kan niet op, bij Parko.

 

 

Alweer goed nieuws: er komt koffiehoek in de bib

In het najaar zal men in de hoofdbibliotheek (Leiestraat) een gezellig koffiehoekje realiseren,  met mooi meubilair dat stad nog ergens had staan of liggen.  Enkele verweerde zeteltjes en stoelen (van onder andere Knoll!) zijn geherstoffeerd.  Daarnaast wil men met een originele buffetkast van Decoene uit een kantoor van de bib verhuizen om de koffiehoek wat meer cachet te geven.

Bij de firma Wynant-Broekaert is via een raamcontract een koffiemachine van het type JURA Giga X3C Professional besteld voor de prijs van 4.500 euro oftewel 5.445 euro inclusief BTW.  Het toestel is ruimschoots geschikt voor de bereiding van 20 koffies per dag.  Per koffie zal 1 euro aangerekend worden.  De inschatting is dat er 15 à 20 koffiedrinkers per dag opdagen.  (Die zullen dus elk maar één kopje kunnen drinken.)  Vermoedelijke opbrengst:  4.680 à 6.240 euro per jaar (zonder aftrek van de kost koffie en onderhoud).

Waar moeten de centrumstadsduifjes nu naartoe? Worden ze dakloos?

Al in november 2015 kreeg Studio Basta de opdracht om een ontwerp te maken voor de omgevingsaanleg rond het Muziekcentrum.  Gegund voor 48.400 euro.
Intussen bleek na veel gedoe dat er aldaar geen plaats meer zou zijn voor de design-duiventil in de buurt.  (Lang geleden  in een vorig bestuur een bedenking van toenmalig  schepen De  Coene.)

Alweer na veel beraad is er een haalbaarheidsstudie (!) uitgeschreven die moest op zoek gaan naar een nieuwe geschikte plaats.  Gegund aan de firma Sileghem & Parners uit Zwevegem voor 2.904 euro.   Maar dat rapport is nu dan pas na de zomer verwacht.

In afwachting zal men de duiventil stapelen “op depot”.
Duifjes worden dakloos !
Want de werken voor de omgevingsaanleg rond het Muziekcentrum zijn nu gegund aan de NV Steenhaut uit Deerlijk voor 436.548 euro.
De prijsaanbiedingen zijn grondig bestudeerd door het studiebureau ARA.  Nooit van gehoord.  Kostprijs onbekend.
Voor de heraanleg van de ingang van de Kreun krijgt de muziekvereniging “Wilde Westen” een investeringstoelage van 35.000 euro.  Dit bedrag is niet terug te vinden in het stadsbudget 2017.

Stadsduifjes zullen zich moeten heroriënteren

De grondige en uitermate buitensporig kostelijke (staat niet in de gazetten) renovatie van de site Muziekcentrum omvat ook de aanpak van de buitenaanleg (kant Casinoplein) rond het gebouw.
Al in november 2015 is de studieopdracht gegund (voor de studie!) aan Studio Basta voor 48.400 euro (incl. BTW).   De kosten voor de buitenaanleg daarna zelf zouden 465.830 euro kunnen bedragen.
(Kortrijkwatcher is dit keer en nu u niet zeker hierover.  Graag aanvulling of correctie over dat bedrag van de bevoegde schepen van cultuur.)

We herinneren het ons op de redactie van kortrijkwatcher nog heel goed.
Als gevolg namelijk van het actieplan 66 van het milieubeleidsplan van 2002 heeft men na heel wat  studiewerk –  zelfs met consultatie van Engelse duivenexperts  –  in 2005 beslist om met behulp van een duiventil de duivenplaag in het stadscentrum te bestrijden.  (Resultaten kent niemand niet.)
Kostprijs van de constructie toen : 17.000 euro.  Plaatsing: 4.260 euro.  (Een tweede duiventil om de overlast bijv.  rondom  het Begijnhofpark te bestrijden is er nooit van gekomen.)

En nu moet die  originele – nergens elders toegepaste duiventil  – dus verplaatst.
Er zijn drie suggesties binnengelopen (niet van “Kortrijk Spreekt”): 
– het dak van het stadhuis,
–  het dak van het Muziekcentrum zelf,
–  of het dak van het nieuwe OCMW-complex op site Gheysen.

Het project vergt evenwel een haalbaarheidsstudie.
Een onderzoek namelijk naar  de haalbaarheid op vlak van stabiliteit, toegankelijkheid, realiseerbaarheid op de drie opgegeven locaties.
Tevens een raming voor het demonteren, verplaatsen en opnieuw monteren van de constructie.
En Stad is niet bekwaam om dat een keer  zelf te doen.

Men heeft slechts twee bedrijven aangeschreven  voor de prijsvraag.
En enkel één bureau reageerde:  Sileghem & Partners uit Zwevegem.
De verwachte kost tegen uurtarief voor het studiewerk lag tussen 960 en 2.400 euro (exl. BTW) op basis van een min. en maximum te presteren uren.
Uiteindelijk is het werk dan maar gegund voor 2.904 euro, inclusief BTW.
Eind goed, alles goed.

Dit “investeringscollege” haalt zijn doelstelling niet…

Bij de start van de nieuwe bestuursperiode (2013) riep de tripartite zich meteen triomfantelijk uit tot een “investeringscollege”.  Er zou een nooit geziene, historische  investeringsgolf de Stad overspoelen. Immers, in zes jaar tijd zou het nieuwe stadsbestuur voor niet minder dan 160 miljoen euro investeren.
Weet u het nog?
De lokale pers vond dat ook helemaal goed.  Waar en juist.  Had geen vragen.

Nu we de stadsrekening van 2016 kennen is het voor wie het wil weten inmiddels duidelijk dat men het  – met luide trom  -aangekondigde cijfer onmogelijk kan halen.

Voor 2016 was er  voor 35,07 miljoen euro  aan investeringsuitgaven begroot.  Hoeveel is het geworden? 18,59 miljoen.
Dit is een realisatiegraad van 53 procent, en de nieuwe schepen van financiën Kelly Detavernier (N-VA) ging daar zeer fier over.  Want het jaar tevoren bedroeg de realisatiegraad slechts 36 procent.  Stel je voor zeg !

Tja, om te beginnen  ging het om investeringen met een  vertraagde uitvoeringsperiode.  Grote dossiers die niet tijdig klaar geraakten: de stationsomgeving, de verlaging van de Leieboorden, het muziekcentrum, de Pottelberg, het erfgoeddepot.
En ten tweede – en vooral! – bedroegen die investeringsuitgaven toch niet erg veel meer dan in 2015.  Het ging toen om 17,56 miljoen. Een stijging van welgeteld 1,03 miljoen…

Voor de goede orde  en stand van zaken maken we nu even een lijstje van de geraamde en werkelijk gedane bruto-investeringen in de voorbije  jaren, met telkens tussen haakjes de realisatiegraad in procent.
In onze lokale ‘embedded press’ zul je die cijfers nooit (nooit!) te  zien krijgen, en nog minder in ons maandelijkse stadsmagazine.)
Met bruto-investeringen bedoelen we de uitgaven zonder de ontvangsten (leningen of subsidies).

2013
– Begroot: 28,57 miljoen
– Uitgegeven: 11,83 miljoen (41%)
2014
– Begroot: 39,93
– Uitgegeven (zonder de kapitaalsverhoging bij Gaselwest):  21,72 (54%)
2015
– Begroot: 48,66
– Uitgegeven: 17,56 (36%)
2016
– Begroot: 35,07
– Uitgegeven: 18,59 (53%)

Samengeteld heeft dit “investeringscollege” dus in vier jaar tijd zowat 70 miljoen daadwerkelijk geïnvesteerd.
Nog twee jaar te gaan om aan de beloofde 160 miljoen euro te komen.
Dat zal niet lukken!
Zelfs niet als we in de twee volgende jaren een realisatiegraad van 100
procent zouden behalen, – wat utopisch is.
– Hoeveel is er namelijk  (bruto) begroot als investeringsuitgave in 2017?  38.190.569 euro.
–  En in het laatste jaar 2018 van deze bestuursperiode ?  30.044.038 euro.

Men zegge het voort!

 

 

Over de onwaarschijnlijke verhoging en de verdeling van de studiekosten parkeergarages Houtmarkt (3)

In onze  fel verkochte editie van 28 april (de losse verkoop dan) hadden we het over de kostprijs van de bouw van de twee ondergrondse parkings (waarvan één voor de woon-zorgcampus (WZC) Sint-Vincentius), de bovenaanleg van het plein en de omgeving (Lange Brugstraat).

De werken werden in januari 2015 gegund aan de THV Artes-Depret/Artes-Roegiers uit Zeebrugge voor 7.339.841 euro.   Het stadsaandeel zou 29,4 procent bedragen.
Vanwege meerwerken is de prijs nu (april 2017)  opgeklommen tot 7.641.860 euro.  Stadsaandeel nu 31,9 procent.
Over de bijdragen van de  bouwheer en exploitant Parko én anderzijds het WZC wordt niet gerept.
Bij gebrek aan relevante, transparante, toegankelijke  documenten  heeft Kortrijkwatcher gepoogd om die theoretisch te berekenen,  puur op grond van het bestemde budget van het gemeentelijk bedrijf Parko.  Als die percentages niet (helemaal) kloppen:  schiet niet op de pianist.

‘Pour la petite histoire’ nog dit.
In de gemeenteraad van april 2012  dacht men nog dat de kostprijs voor de ondergrondse parkings 2,6 miljoen zou bedragen en 1,9 miljoen voor de bovengrondse werken.

Inmiddels weten we hoe immens hoog de studiekosten voor die werken zijn opgelopen.
De gunning van de studieopdracht én veiligheidscoördinatie ging in 2012 naar de Tijdelijke Vereniging Okra (landschapsarchitecten) uit  Utrecht, de SBE (raadgevende ingenieurs) uit Sint-Niklaas en Zwarts/Jansma (architecten) uit Amsterdam.
Bedrag van de offerte toen : 345.560 euro.  Vastgelegd stadsaandeel: 125.560 euro (=36,3 %).

Verschiet nu niet !
De eindafrekening voor die studieopdracht en veiligheidscoördinatie is nu niet minder dan 718.642,51 euro geworden.  Een stijging  met 107 procent.
*  Wat is nu het stadsaandeel?  225.143 euro oftewel 31,3 procent.
*  En wat draagt Parko bij in deze kost?  493.497 euro oftewel 68,6 procent.
*  En wat betaalt hierin het WZC Sint-Vincentius, vraagt u zich nu zeker af? NIKS!  Of zal Parko een deel van de factuur  doorsturen naar het woon-zorgcentrum?

We kunnen intussen nu al enigszins berekenen wat de totale prijs zal worden van het project.
–  Laatste gekende afrekening (met de meerwerken) voor Artes:  7.641.860 euro
–  Archeologische prospectie:  28.435 euro (2/3 betaald door Parko,  1/3de Stad)
–  Studiekosten:   718.642 euro
TOTAAL:  8.388.937 euro (incl. BTW)

Op de volgende Raad van Bestuur of de Algemene Vergadering van het AGB Parko mag hierover wel eens een hartig woordje worden gesproken.
Ook kan men zich nu toch wel eens afvragen hoeveel één parkeerplaats aan Sint-Vincentius heeft gekost tegenover één publieke parkeerplaats aan Stad en Parko (zonder de bovenaanleg).  Want vergeet niet dat het WZC wel degelijk DE vragende partij was voor de aanleg van tevens een publieke  parkeergarage met gemeenschappelijke toegang.