Category Archives: gemeentefinanciën

Check the bill, please. Vooral als die eigenaardigheden vertoont. (3)

Eerst een stukje anti-politiek Even voldoen aan uw ongezonde nieuwsgierigheid. Corporate governance ! Hoeveel verdient zo’n gemeentelijke mandataris eigenlijk? In 2004 kregen de burgemeester en schepenen samen effectief 544.040 euro uitbetaald. Gemiddeld iets van 60.000 euro. Maar de burgemeester verdient meer: zoiets als 62.000 euro. De schepenen 75 procent daarvan, en dat geeft ongeveer 47.000 euro. Net als voor federale ambtenaren is er ook vakantiegeld en een eindejaarspremie voorzien. Tenminste als ze een volledige prestatie leveren. De post vakantiegeld in de begrotingsrekening 2004 bedraagt 16.058 euro, en er is voorlopig een niet gebruikt krediet van 8.265 euro. Burgemeesters en schepenen genieten ook van een schoon pensioen. Niet vergeten. Men kan daar dus alhier in het West-Vlaanderen echt van leven, en het zou daarom véél beter zijn voor de stad als onze schepenen hun job voltijds zouden uitoefenen. (Alhoewel, in sommige gevallen juist niet. Bepaalde ambtenaren zijn namelijk heel bekwaam. En dusdanig bescheiden dat ze de schepenen in de poppenkast hun ding laten doen. Geknielde slavenarbeid verrichten ze!) Voor de goede orde vergeten we even de cumulaties. Meer in het bijzonder die van de schepenen. Soms zijn ze ook nog voorzitter van een “intercommunale” (Leiedal), baas van het nieuwe crematorium (nog geen naam) , hebben ze iets te maken met de verbrandingsoven van Harelbeke (IMOG). Of ze hebben een serieuze inbreng bij de VVSG of Dexia. FIGGA ! Vanwaar zij de tijd halen voor al dit soort werkzaamheden is me een raadsel. Het heeft zeker met een soort kunde te maken die een normale ambachtsman (een metser bijv.?) al of niet heeft. EVEN EEN BEETJE NU TOCH ECHTE ANTI-POLITIEK. EEN AMBACHTSMAN (EEN METSER) KENT ZIJN STIEL. EN DAT ZIE JE. ONMIDDELLIJK. EEN POLITICUS KAN ZIJN (ON)KUNDE TOT IN DE LENGTE VAN DAGEN VERDUIKEN. OF DAT POORTJE NU GEMETST IS OF NIET. JE WEET NOOIT OF HIJ EEN BEETJE VOORTDOET – OPSCHIET – OF NIET. DUS BLIJFT U VOOR HEM (HAAR) STEMMEN. (Het is een beetje kromme redenering, maar onze politici weten maar al te goed genoeg wat ik bedoel.) Enkele gemeenteraadsleden uit de meerderheid kennen er ook iets van. Ze worden dan plots plompverloren gebombardeerd tot voorzitter van het OCMW, of zijn onverhoeds heel deskundig in een AZ Groeninge. (Dat is een kliniek!) Of ze zien zich al met een keer geparachuteerd als deskundig ondervoorzittter van uitgerekend … een vliegveld. Of worden in het kader van onderhandelingen over coalitie-vorming stemmentrekker-voorzitter van een huisvestingsmaatschappij. Of weten in het kader van de traditionele afpraken veel en zo niet alles van gas en elektriek (Gaselwest). (Als mij dit soort Peter-principe zou overkomen kon ik niet slapen. Ik zou in de plaats van mijn kiezers nooit de gedachte hebben gehad dat ze mij net daarvoor hadden verkozen. Ken daar niets van.) Gemeenteraadsleden kregen vorig jaar 106.860 euro presentiegeld uitbetaald. Er is een nog niet gebruikt krediet van 41.876 euro. Er waren vorig jaar 22 vergaderingen (gemeenteraden en commissies) en die leveren elk zowat 150 euro bruto op. Eén gemeenteraadszitting kost ongeveer 192.000 BEF, de papieren niet meegerekend, noch de overuren voor ambtenaren. Ziezo, dat was waarlijk eventjes een heel sterk staaltje en alineaatje anti-politiek. Voor mij kunnen mandatarissen niet genoeg verdienen, als ze maar werken. En ietwat meetbaar presteren. En dat is in zeer veel gevallen net niet het geval. (Ik heb het nog altijd over Kortrijk.) Traagheid van bestuur? Slordigheid? Wat me in die begrotingsrekeningen telkens opnieuw verbaasd is de lange opsomming van ontvangsten en vooral uitgaven uit vorige dienstjaren. Dit keer weer zowat 70 bladzijden met een totaal aan achterstallige uitgaven van ca. 17 miljoen (vastgelegd) en toch weer slechts ca. 9 miljoen aangerekend. Je ziet daar dan posten in als bezoldigingen (veel!), huurlasten, en zelfs telefoonkosten van vroeger. (Jammer dat het desbetreffende jaar niet meer wordt vermeld. Die uitgaven dateren soms van heel lang geleden.) Raming versus werkelijkheid In een vroeger stukje hebben we geleerd wat vastgelegde uitgaven zijn. Dat zijn schulden die men moet betalen aan gekende schuldeisers. Die uitgaven zijn geregistreerd in de boekhouding en het Schepencollege heeft ook een beslissing genomen daarover, bijvoorbeeld middels een bestelbon of een contract. Bij de aanrekening van een uitgave gaat de gemeenteontvanger akkoord met de uitbetaling want er is een factuur die juist werd bevonden. Soms zijn er merkwaardige discrepanties tussen de oorspronkelijke raming van een uitgave en de vastlegging en/of de aanrekening. Idem voor bepaalde ontvangsten en vastgestelde rechten daarop. In een vorig stukje gaven we al het voorbeeld van de geraamde ontvangsten inzake sluikstorten: 30.000 euro. Terwijl er slechts 9.600 euro rechten werden vastgesteld. De belasting op reclameborden werd geraamd op 151.962 euro en er is vorig jaar helemaal niets ontvangen. Idem voor de belasting op het plaatsen van terrassen ! Er was hiervoor 26.507 euro aan ontvangsten voorzien en er werd nul euro aan rechten vastgesteld. De horeca kan niet klagen. Aan de uitgavenzijde zien we soms opvallend lage aanrekeningen in verhouding tot het oorspronkelijk geraamde bedrag van de uitgave. De brandweer zou vorig jaar zowat 785.000 euro krijgen voor allerhande investeringen en daarvan is slechts 30.000 euro aangerekend. (Er is wel al veel vastgelegd.) Subsidies aan ondernemingen werden geraamd op 115.000 euro en er is slechts 33.000 euro uitbetaald. Erelonen voor ruimtelijke ordening zouden 720.000 euro bedragen. Er is slechts 92.515 euro aangerekend. Zegt dat niet iets over een zeker tekort aan bestuurskracht? Trekkingsrechten niet opgebruikt Het ergste is wel dat het stadsbestuur veel te weinig gebruik maakt van zijn trekkingsrechten. Dat zijn toelagen van de federale overheid, vroeger bestemd voor rioleringen of wegenwerken. (Nu mag men er van alles mee doen.) Gewoon gratis te krijgen. Men moet daar wel plannen kunnen bij voorleggen, en veel paperassen voor invullen. Voor “verkeer en waterstaat” waren voor 459.000 euro trekkingsrechten voorzien en men heeft slechts 320.000 euro aan ontvangsten kunnen optekenen. Voor afvalwater heeft men zelfs het voorziene bedrag van 540.000 euro gewoon niet gebruikt. Dit jaar is het afgelopen met de trekkingsrechten. Volgens de begroting hebben we nog 3,5 miljoen tegoed ! Geld dat zomaar van straat valt op te rapen! Men moet er zich wel eventjes voor bukken. Een regelrechte schande als dat geld niet wordt opgesoupeerd. Ik eis dan in elk geval mijn belastingcenten terug. Investeringen dienen gerealiseerd En zo zijn we gekomen bij wat we eigenlijk willen vertellen. De burgemeester gaat er telkenjare prat op dat de investeringen op peil blijven, en hij citeert hierbij graag het ronde getal van 20 miljoen. Ik zou van dit investeringsbedrag zeker de doorgeefleningen voor de kerkfabrieken (642.000) en de politiezone (ook… 642.000 euro) aftrekken. We krijgen dat geld trouwens terug. Ook de vele erelonen (zeker 700.000 euro!) mogen er me dunkt uitgehaald worden. Ik hou het dus liever bij een bedrag van bijvoorbeeld 18 miljoen. Voorst moeten we kijken naar wat er daadwerkelijk is gerealiseerd. Volgens de dienst financiën was er vorig jaar voor 21,5 miljoen investeringen gepland. Daarvan is 14,6 miljoen echt vastgelegd zodat de realisatiegraad slechts 68 procent bedraagt. (Vorige jaren werd er voor ietwat meer dan 80 procent gerealiseerd.) Als positivo hanteer ik wat andere cijfers. De geraamde investeringen bedroegen 18,6 miljoen. Daarvan is 13,1 miljoen vastgelegd en slechts 3,6 miljoen aangerekend. (De werken schoten blijkbaar niet vlug op?) En zie: op basis van mijn cijfers kom ik aan een realisatiegraad van 71 procent ! Beter dan wat het stadsbestuur zegt. Zie je wel! (Wie stuurt er dit stukje op naar de burgemeester?) Wat werd er dan NIET gerealiseerd ? Dit is op basis van de begrotingsrekening héél lastig om te achterhalen. Een mankement aan het vigerende en verouderde boekhoudkundig systeem. Minister Marino Keulen zou daar iets moeten aan doen. De namen van de artikels zijn veel te abstract en verouderd. Het stadsbestuur zou hierbij toelichting moeten geven. Je leest bijvoorbeeld dat het bedrag van 100.000 euro voor “buitengewoon onderhoud gebouwen JOC” niet eens werd vastgelegd. Om dit te begrijpen moet je dan de lijst van investeringen uit de begroting raadplegen. Dan vind je na veel geblader en gesakker dat het hier gaat om een rookafzuigsysteem dat dus blijkbaar vorig jaar niet werd geplaatst. Een lastig werk is dat. Het vraagt bijvoorbeeld wel tien minuten tijd om uit te vissen dat de niet-toegekende erelonen ten bedrage van 76.886 euro voor “plannen van aanleg, urbanisatie, studies” slaan op een voorstudie voor De Libel en de Neerbeekvallei. (Voor welke schepen is dit dan een nederlaag?) Maar bij sommige artikels kun je echt niet vinden waarover het gaat. Ik ga maar één voorbeeld geven. Art. 424/843-53 uit de rubriek “verkeer en waterstaat” vermeldt een bedrag van 650.000 euro voor “leningen aan andere overheidsinstellingen”. Dat bedrag is nooit vastgelegd. Onmogelijk te achterhalen waarop dit slaat. We zijn goed bezig. Nog één voorbeeld en dan is het gedaan. Art. 761/725-60 geeft een niet gebruikt krediet aan van 150.000 euro voor “uitrusting en buitengewoon onderhoud gronden jeugdzorg”. Nergens gevonden waarover het gaat. Het zou kunnen dat we moeten gaan kijken naar een of andere begrotingswijziging. Maar zo kunnen we tot overmorgen bezig blijven. En dan is er gemeenteraad. De schepen van Financiën Alain Cnudde moet het dan maar een keer uitleggen. Werk aan de winkel bij agendapunt 1.17.

Check the bill, please. Zeker als die hoog oploopt. (2)

De pas verschenen begrotingsrekening van 2004 (zie nog vorig stuk) laat zien dat de stad voor het eerst in de geschiedenis de kaap van de 100 miljoen euro aan ontvangsten daadwerkelijk heeft overschreden. Is dit dan méér dan 4 miljard oude franken? Dat kan niet. Om tot aan een miljard te tellen heb je al minstens dag en nacht 33 jaar nodig.

Een historische mijlpaal.

Voor de uitgaven zijn we nu (2004) nog niet zover, maar die kaap van honderd miljoen aan uitgaven komt gegarandeerd wel in zicht in het verkiezingsjaar 2006.
Meer dan de helft van die ontvangsten komt rechtstreeks uit onze zak, via de Kortrijkse gemeentelijke belastingen en retributies.
U bent het weeral vergeten. In 2002 heeft het stadsbestuur de tarieven van de aanvullende personenbelasting (APB) en de onroerende voorheffing (grondlasten of OV) fenomenaal verhoogd. Normaal gezien doet men dit onmiddellijk na de verkiezingen, maar de “sossen” waren even tegen.
Inzake APB betaalde in 2001 elke inwoner van de stad nog 181 euro per kop. In 2004 is dit dus 262 euro geworden. De OV steeg in diezelfde tijdspanne van 261 naar 289 euro per kop.
In het totaal betaalden we vorig jaar aan belastingen én retributies elk afzonderlijk (baby’s inbegrepen) gemiddeld 667 euro. Men kan daar iets mee doen.
Er zijn veel mensen die dat gewoon niet kunnen geloven.

Proef op de som
U kunt nu echt een keer uw laatste aanslagbiljet bekijken. (En dat slaat dan waarschijnlijk nog op de inkomsten van 2003.)
Onderaan bij de berekening van die aanslag zie je daar staan “belasting staat“.
Het bedrag hierbij vermeld is bijvoorbeeld – ik zeg maar iets – 7.058 euro.
Voor de gemeentebelasting APB wordt die som vermenigvuldigd met de Kortrijkse aanslagvoet van 8,5 procent. (Vóór de belastingverhoging: 6,5 procent.)
Wat geeft die APB dan? Op basis van diezelfde staatsbelasting? Afgerond: 600 euro.
Ja maar, zegt u nu: dat is toch nog geen 667 euro? Wel neen, stupid. Je bent immers nog voor enkele tientallen euro gaan sporten of documenten bij de stad gaan ophalen. En daar heb je nog 67 euro aan retributies voor betaald. Begrijp dat nu toch een keer!

Waar gaat uw geld naartoe?
In de financiële verslaggeving bij de begrotingsrekening 2004 staat er weer een leuk en informatief tabelletje.
Eigenlijk zou men dat gerust kunnen publiceren in de Stadskrant. Kortrijkzanen houden wél van dit soort cijfergegevens. Zeker als er dan nog een keer vergeleken wordt met vorige jaren en andere centrumsteden.
De onvolprezen dienst financiën van de stad berekent ieder jaar hoeveel we per inwoner netto betalen aan diverse bestuursdomeinen. Het gaat hierbij wel te verstaan over “gewone uitgaven”. Dat wil zeggen: de investeringen zijn buiten beschouwing gelaten.

Per inwoner torsen we een “openbare schuld” van 159 euro. In 2003 was dat nog 155 euro.
(Later meer hierover.)

Het meeste geld hadden wij met zijn allen vorig jaar over voor “politie en justitie”: 155 euro per inwoner.
De burgemeester vond vroeger dat de kosten voor de politiezone VLAS te weinig werden gecompenseerd door de federale overheid, maar de laatste tijd zijn die klachten geheel verstomd. Met recht: de stijging van de netto-kost tot de dotatie (in 2004 ging het om een bedrag van 11 miljoen) overschrijdt de inflatie niet. (Het was ten andere ook niet nodig om die waanzinnige en dure camerabewaking op het Schouwburgplein te installeren.)

In dalende volgorde betaalt iedere Kortrijkzaan verder individueel 145 euro aan de sector “sociale zekerheid en bijstand”.
In feite gaat het hier praktisch enkel over de dotatie aan het OCMW. Stad besteedt in vergelijking met andere centrumsteden traditioneel veel geld aan het OCMW. In 2004: 10,7 miljoen. In de jaren 2001-2002-2003 was dat nog 7,1 miljoen.
Wie daar een beetje kanttekeningen bij maakt is in de ogen van schepen en gewezen OCMW-voorzitter Frans Destoop gewoon een zeer slecht mens. Men moet evenwel geen rechtse rakker zijn om in te zien dat het OCMW volkomen is vergeten wat zijn kerntaken zijn. Daarbij zitten er daar in de kantoren ook nog potverdeerders. Luxe-paarden. Niemand die daar nog over klapt.
(Allochtonen zeker niet.)

“Volksontwikkeling en kunst” krijgt alhier traditioneel ook veel centen van ons allen:
vorig jaar 118 euro per inwoner. Al gaat u naar de Schouwburg of niet. Dat is solidariteit, moet u weten.
Het stadsbestuur gaat daar ook al jaren heel fier over. Sinds de Bethune senior. Kortrijk is rijk aan culturen. Bestuurders vergeten er dan wel aan toe te voegen dat deze rubriek niet enkel op cultuur slaat maar ook op sport en zelfs op allerlei vormen van groenaanleg en andere milieupolitiek.

Aan “verkeer-wegen-waterlopen” gaven wij Kortrijkzanen vorig jaar elk 92 euro. In gewone dienst wel te verstaan. Dus zonder de onvoorstelbare investeringen die schepen Leleu ons voorspiegeld. In 2003 sloegen die “gewone” uitgaven per persoon nog op 77 euro. Dit jaar en het verkiezingsjaar 2006 zal heus wel een nieuw record opleveren. Leleu heeft geld zat. Weet waar het te halen.

De “eredienst” doet het hier ter stede ook nog altijd beter dan elders: 15 euro geven wij aan de kerkfabrieken, of we nu ter kerke gaan of niet.

Over de “personeelskosten” wil ik nu voor een keer niet zagen. Die gasten-ambtenaren beginnen me nu graag te zien. Zo zie je maar hoe een onafhankelijke Kortrijkse watcher kan evolueren. Ben nu wel beetje beschaamd.

Prestaties
De term “prestaties” behoort echt tot het jargon van de gemeentefinanciën.
Men bedoelt daarmee de ontvangsten van de gemeentediensten voor door hen verrichte diensten of geleverde goederen. Bijvoorbeeld een opbrengst van verhuringen. Een terugbetaling kosten werken voor derden.
Burgemeester laat zo nu en dan eens uitschijnen dat die ontvangsten niet overdreven zijn, zelfs stagneren of achteruitgaan. Dat is gewoon niet waar. Maar de aanstekelijke gratispolitiek wil hij zich in een zwak moment soms ook eens eigen maken.
Daar horen we intussen ook niet zoveel meer van.
In de rekening 2004 zijn de ontvangsten terzake zelfs weer hoger dan geraamd: 2,5 miljoen tegenover 2,1. En ze stijgen telkenjare. Nou ja, ik weet het. Dit jaar 2004 nu voor een keer niet, maar dat is me dunkt te wijten aan het feit dat het OCMW de poetshulp heeft overgenomen.
Ben niet zeker, maar als het Schepencollege het dan maar een keer GOED uitlegt is iedereen tevreden.

P.S.
Dit laatste is niet gebeurd in de gemeenteraad van mei 2005. Wat dacht je?

Check the bill, please! (1)

Zoals gewoonlijk komt in de gemeenteraad van mei de begrotingsrekening van het vorig jaar ter sprake.
Dat is altijd een heel interessant document, want men kan daaruit afleiden wat het stadsbestuur uiteindelijk en concreet in dat jaar heeft uitgericht met ons belastinggeld.
Een begrotingsrekening is namelijk een cijfermatige weergave van de werkelijk verrichte ontvangsten en uitgaven gedurende het afgelopen dienstjaar (nu dus 2004).
Het gaat om naakte, juiste cijfers van wat men “vastgelegde” rechten en uitgaven noemt.

Zo’n rekening is dus een spiegel van het gevoerde beleid:
ze geeft aan in welke mate het uitgetekend begrotingsprogramma van dat jaar in werkelijkheid werd gerealiseerd.
De begroting van datzelfde jaar daarentegen is een raming, een schatting van de te verwachten ontvangsten en uitgaven.

Een concreet voorbeeld.
Voor 2004 verwachtte (begrootte) het stadsbestuur inzake belastingen op het sluikstorten 30.000 euro.
De schepen van milieu heeft blijkbaar deze hoop moeten laten varen.
Want in de rekening zien we nu dat de zgn. vastgestelde rechten slechts 9.606 euro bedroegen. Vastgestelde rechten zijn de erkende vorderingen. De gelden die met zekerheid door Kortrijkzanen aan de stad verschuldigd zijn, ongeacht of deze vorderingen al of niet daadwerkelijk werden geïnd.
Als “spiegel van het beleid” kan men hier bijvoorbeeld uit afleiden dat de milieudienst inzake het onderscheppen van sluikstorten niet kort op de bal speelt. Of dat er minder aan sluikstorten wordt gedaan. Kan ook. U mag kiezen en gemeenteraadsleden kunnen in onze naam maandag aanstaande 9 mei als ze nog tijd vinden om uitleg verzoeken.

Nog een voorbeeld, nu aan de uitgavenzijde.
Voor 2004 bedacht het stadsbestuur de kerkfabrieken voor zijn gewone uitgaven een cadeau te geven van zowat 1.216.000 euro. Bijna alles daarvan werd vastgelegd.
Er zijn namelijk verbintenissen (een bestelbon bijvoorbeeld) aangegaan voor ca. 1.205.300 euro. Maar in dat jaar is er “slechts” een aanrekening (uitbetaling) gebeurd voor een bedrag van 1.203.700 euro. Er is dus een klein niet gebruikt krediet van zowat 10.000 euro.
De rekening is hier weer een “spiegel van het beleid”: de schepen van kerkfabrieken zorgt goed voor de clerus en is een stipte betaler. Of omgekeerd: de kerkfabrieken worden goed gerund.

Zo’n begrotingsrekening is een boek van 365 pagina’s.
Maar dat is nog niet alles. Bij die rekening is er nog een financiële verslaggeving van 44 bladzijden.
U hebt intussen al begrepen dat gemeenteraadsleden dezer dagen best niet gestoord worden.

En dan is er nog de jaarrekening. 200 bladzijden !!
Dat is nog wat anders.
Te vergelijken met de boekhoudkundige documenten die men in bedrijven opmaakt.
Een jaarrekening bestaat uit drie delen.

Je hebt eerst de balans: een weergave van de bezittingen van de stad en de schulden.
De stad bezit bijvoorbeeld voor ca. 18 miljoen aan niet bebouwde gronden en terreinen.
En bij de passiva zien we een eigen vermogen ten belope van bijna 240 miljoen.

Het tweede deel van de rekening heet de resultatenrekening.
Dat is een weergave van de kosten en opbrengsten. Bij een kost (een telefoonrekening bijvoorbeeld) wordt de gemeente armer en het eigen vermogen daalt. Bij een opbrengst wordt de gemeente rijker.
Voor 2004 is er een boni van meer dan 7 miljoen.

Het derde deel van de jaarrekening bestaat uit een uitgebreide toelichting en een hele serie bijlagen.
We vernemen daar dan bijvoorbeeld dat ongeveer 65 procent van het vermogen van de stad bestaat uit eigen vermogen. (Heel raar is dat de “cash flow” dit keer niet is berekend.)

Zo.
De saaie les is voorbij.
Een volgende keer leest u hier met des te meer kennis van zaken enkele opvallende gegevens uit de begrotings- en jaarrekening 2004.
Check the bill !
Haal alvast uw portemonnee maar boven.

Gemeentefiscaliteit : niet gemakkelijk hoor !

We bekennen het. Ook pas dit jaar opgemerkt!
De cijfers over de opbrengsten van de fiscaliteit voor de stad verschillen naargelang de bron die men raadpleegt.

Neem nu de laatste bekende begrotingsjaarrekening van 2003.
Zo’n rekening geeft de daadwerkelijke ontvangsten aan.
Welnu, in 2003 werd er door de stad volgens de jaarrekening aan personenbelasting 19.766.761,82 euro ontvangen.

Nu kijken we naar de balans van dat jaar, meer speciaal de resultatenrekening, onder de rubriek I.A’ genaamd “opbrengsten van de fiscaliteit”.
Daar vinden we bij de personenbelasting 19.766.761,82 euro terug.
Dat klopt dus.
En er zijn nog een paar posten die kloppen. Bijvoorbeeld: de belastingen op administratieve prestaties, de belastingen op vertoningen en vermakelijkheden, de belastingen op motorrijtuigen, de zgn. “andere aanvullende belastingen”.

Maar nu.
Een hele serie andere belastingcijfers verschillen naargelang men de begrotingsrekening of de resultatenrekening raadpleegt.
Bijvoorbeeld brachten de opcentiemen op de onroerende voorheffing in voornoemde documenten resp. 21.544.818,03 euro en 23.921.554,31 euro op.

De opbrengsten van de fiscaliteit in de resultatenrekening liggen altijd hoger.
Het totaal van alle opbrengsten van de fiscaliteit is dan natuurlijk ook ongelijk.
In 2003 was dit volgens de rekening iets van 49 miljoen en volgens de courante opbrengsten
iets van 52 miljoen.

Nog niemand gevonden die dit eventjes uitlegt.