Category Archives: gemeentefinanciën

Definitief aandeel gemeentefonds 2016 minder dan begroot

Eerst een woordje vooraf
Om hun werking te financieren heffen gemeenten belastingen.  (In Kortrijk voor dit jaar geraamd op 66,5 miljoen euro.)
Het ene bestuur kan meer ontvangsten uit belastingen halen dan het andere.  Veel hangt af van het inkomen van de inwoners, de kadastrale inkomens en de al of niet aanwezige industrie.
Om die inkomensongelijkheid voor een stuk te corrigeren  beschikt de  overheid over een aantal financieringsfondsen zoals het Gemeentefonds en het vroegere Stedenfonds.
Bij de verdeling van de middelen houdt men rekening met bepaalde specifieke omstandigheden die van gemeente tot gemeente verschillen.
Gaat het om een centrumgemeente?  Een groot of klein aantal inwoners?  Heerst er ‘fiscale armoede’?  Hoe staat het met de oppervlakte van de open ruimte (bos)?  Telt de gemeente veel  werklozen, leefloners, kansarmen?

De gemeente en het OCMW kunnen in onderling overleg bepalen welk aandeel van het Gemeentefonds rechtstreeks aan het OCMW wordt gestort.  Als er geen andersluidende beslissing is genomen krijgt het OCMW automatisch  8 procent. (In Kortrijk is dit het geval.)
Het lijkt er nu op  dat een aantal  voorheen ‘(on)gunstige’ factoren in Kortrijk voor het toekennen van het aandeel uit het Gemeentefonds in de loop van het jaar 2016 op een of andere manier zijn “verbeterd”, want we krijgen voor dat voorbije jaar minder dan was voorzien.

Het definitief aandeel voor 2016
Midden januari van dit jaar is  daadwerkelijk beslist dat Stad Kortrijk uit het Gemeentefonds een dotatie krijgt van 31.158.615 euro.  Terwijl het geraamde budget voor 2016 toch wel aanzienlijk meer bedroeg:  33.848.045 euro.
(Het definitieve aandeel voor het OCMW is daarmee ook verlaagd en bedraagt nu 2.709.444 euro.)

Prognoses
(De groeivoet is in principe 3,5 procent.)
– 2017
Stad:  32.214.638 euro (is ook zo begroot)
OCMW:  2.801.272 euro
– 2018
Stad:  33.342.162 euro
OCMW:  2.899.318 euro

Opbrengst het voormalige Stedenfonds
Het Stedenfonds voor de centrumsteden is  nu opgenomen in het Gemeentefonds.
Men spreekt voortaan over “de aanvullende dotatie voor centrumsteden”.
Voor Kortrijk gaat het in 2017 om 3.183.400 euro.
Voor 2018:  3.255.897 euro.

Aanvullende dotatie ter vervanging van de diverse sectorale subsidies
Vroeger kregen gemeenten zeven aparte sectorale subsidies voor jeugd, cultuur, sport, flankerend onderwijsbeleid, ontwikkelingssamenwerking, integratie en kinderarmoedebestrijding.
Sinds 2016  zijn al die subsidiestromen geïntegreerd in het Gemeentefonds  en niet langer geoormerkt.
De voorwaarden voor het verkrijgen van die  middelen en de daaraan gekoppelde rapporteringsplicht verdwijnen daarmee.
De aanvullende dotatie voor 2017 bedraagt 2.223.064 euro.
Stad kan daar voortaan vrijelijk over beschikken (verdelen over de sectoren).

 

 

 

Over “alternatieve” en ware feiten in de Kortrijkse politiek (2)

Eerst een algemeen voorbeeld.  Over wat de gemiddelde Kortrijkzaan in de pers vanwege het stadsbestuur voorgeschoteld krijgt als ‘alternatief  feit’ en daarna de (harde) werkelijkheid.  De factcheck.

NAAMGEVING
Alternatief feit:
De tripartite (VLD, SP.a, N-VA) bestempelt zichzelf altoos en overal triomfantelijk als zijnde een stadscoalitie.  STADscoalitie.  Proef de naam.
Ware feit:
Dit arrogant  en megalomaan ‘epitheton ornans’ (door de pers overgenomen) van de tripartite zou enigszins kunnen ‘waar’ of aanneembaar of beetje WELVOEGLIJK zijn als de drie partijen bij de verkiezingen van 2012 bijvoorbeeld samen 80 procent van de stemmen in de wacht hadden gesleept.  Of zoiets.  90 procent??
Het ‘harde’ feit is dat de coalitie samen in 2012  26.240 stemmen op een totaal van 50.534 stemmen  kon verzamelen.
Dat is dus 51 procent.   Wel met drie partijen moeizaam samen gescharreld.
Een klein beetje meer dan de helft van de Kortrijkse kiezers… (Alle andere partijen behaalden samen 24.294 stemmen.)
De tripartite kon daarmee 22 zetels op 41 in de gemeenteraad bemachtigen.  Net genoeg.  In feite is de coalitie intussen zijn nipte meerderheid kwijtgeraakt.
De zgn.  stadscoalitie dankt tegenwoordig zijn bestaan aan de steun van twee gewezen Vlaams-Belangers.  Hard feit.  Er zijn nu immers vier onafhankelijke raadsleden: twee ex-VB’ers en twee ex-N-VA’ers.
De tripartite beschikt dus nu “op papier” eigenlijk pas over 20 zetels op 41.  Maar gelukkig voor de ‘stadscoalitie’ hebben de twee ex-VB’ers zich bekeerd tot N-VA…
Dit besef is in de geesten van de gemiddelde Kortrijkzaan nog nergens doorgedrongen.

BEVOLKING
Alternatief feit:
De tripartite gaat er fier over dat de Kortrijkse bevolking in 2016 met 140 eenheden is toegenomen.  Schepen Koen Byttebier (VLD) van bevolking wijt dit volledig aan het uitmuntend, op alle vlakken zeer goede beleid van de (nieuwe) coalitie.
Ware feit:
In 2008-2009 groeide de bevolking aan met 288 koppen.
En in 2009-2010 met 682 koppen.
Welk goed beleid is er toen gevoerd?

BELASTINGEN
Alternatief feit:
De tripartite gaat er prat op dat de belastingen niet worden verhoogd.
Ware feit:
De ‘embedded press’ alhier herhaalt dit ook jaar na jaar.  Het gaat om twee (ja, belangrijke) tarieven die onveranderd blijven.  Maar men vertelt er niet  bij dat de tripartite al meteen drie geheel nieuwe belastingen heeft  ingevoerd en twee ‘half nieuwe’.  (Ze bestonden al maar de belastbare materie is verbreed.)

PERSONEELSKOSTEN
Alternatief feit:
Een voornaam punt in het programma van de coalitie was dat er een ‘sober’ personeelsbeleid zou worden gevoerd.  Men zou de personeelsuitgaven in toom houden en zelfs verlagen.  Door het aantal medewerkers te verlagen zou alreeds in het eerste jaar van de bestuursperiode voor 1,2 miljoen euro bespaard worden. Aldus de burgemeester.  Gretig geciteerd in onze lokale pers.
Ware feit:
In dat eerste  jaar 2013 stegen de personeelskosten van 45,3  naar 47,7 miljoen euro.
Daarna zijn ze wel gedaald.  Maar hoe komt dat dan almeteens?
Er wordt van alles uitbesteed: kinderopvang, groenonderhoud, schoonmaak van stadsgebouwen.
En de personeelsuitgaven voor de brandweer zijn verdwenen.  Opgeslorpt in een dotatie voor de hulpverleningszone Fluvia.
En het SOK (stadsontwikkelingsbedrijf) krijgt nu ook meerdere taken toegewezen:  bouw, exploitatie en beheer van stadsgebouwen op Kortrijk-Weide en Buda.

NIEUW POLITIEGEBOUW
Alternatief feit:

De coalitie heeft de vroegere plannen voor de bouw van een politiecommissariaat op Kortrijk-Weide opgedoekt.  Wegens te duur.  De nieuwe burgemeester had het ( heel honend en met framing overigens) over 40 miljoen.  Zijn nieuw plan zou daarentegen slechts 14 miljoen kosten.  Het was ons als vaststaand feit ingelepeld door de pers alhier.
Ware feit:
Het nieuwe gebouw aan de Renaat De Rudderlaan zal minstens 35 miljoen kosten. (Voor een kleinere oppervlakte?  En met minder subsidies!)

INVESTERINGEN
Alternatief feit:

Het stadsbestuur heeft het over “de grootste investeringsgolf” ooit.
Voor Stad samen met de politiezone Vlas en Parko gewaagt men van 278 miljoen  euro investeringen voor de gehele periode van zes jaar.
Voor Stad zelf was het streefdoel 160 miljoen.
Ware feit:
De vraag is wat men in feite concreet zal gerealiseerd (en betaald!) hebben.
Voor wat de investeringen van Stad zelf betreft was de realisatiegraad in de eerste drie jaren  van de coalitie in elk geval zeer laag.
41% van de geraamde investeringen zijn verwezenlijkt in 2013.
54% in 2014.   36% in 2015.  Dat zijn de  ‘harde’ feiten.
(Voor 2016 zullen we pas rond mei de werkelijke cijfers kennen.)

 

Over ons investeringscollege…(2)

In een papieren exemplaar (die van de dode bomen)  van onze lokale ‘embedded press”  (dat we nog in de goede, betere  boekhandel  konden op de kop tikken) luidde het dat het Kortrijkse stadsbestuur volgend jaar voor 160 miljoen euro zou investeren.
En uit een andere editie van hetzelfde soort van papieren perse  leerde u  als onwetende  Kortrijkzaan dat (min de kost van het OCMW-zorgcentrum ) de  lopende  stadsinvesteringen voor 2017 zouden oplopen tot zowat 111 miljoen.
Ja zeg!

We halen er nu even het officieel document bij , zijnde dat boek met als titel:  budget 2017.
Pag. 38.
(Voor onze persjongens: het begrotingsdocument draagt  een gele kaft.)
Over de transactiekredieten voor investeringsverrichtingen voor volgend jaar staat daar te lezen:
– uitgaven:  38.190.569 euro
– ontvangsten:  11.491.753 euro
– saldo:  26.698.816 euro.

En nu we toch bezig blijven,  kijken we even  naar de toekomst om na te gaan of er in de stadsbegroting – tijdens deze bestuursperiode – wel sprake is van een grootse, ongeziene  “investeringsgolf”.  (Zoals we met zijn allen konden vernemen uit de gewone perse.)
Daarvoor nemen we  (de meest actuele, de achtste aanpassing!)  van het “strategisch meerjarenplan 2014-2019” ter hand,  dat is – beste persjongens –  dat tamelijk dik en groot boek met de grijze kaft.

Eerst de bruto- investeringen (zonder de subsidies van andere overheden):
–  2017:  38.190.569 euro
–  2018:  30.044.038 euro
–  2019: 16.263.597 euro
Nu de netto-investeringen (het saldo van uitgaven min ontvangsten):
–  2017:   26.698.816 euro
–  2018:  22.481.676  euro
–  2019:  11.319.947 euro.
De tendens is dus duidelijk dalend! 
Nochtans lezen we op pag. 51 van dat meerjarenplan als commentaar van de financiële dienst wat volgt:
“Het investeringsritme blijft behouden,  mits beperkte verschuivingen op transactiebasis en een lichte stijging van +/- 3 MIO over de jaren 2017-2019 met behoud van de grote projecten.”
Het zijn dit soort van zinnen (beweringen ) die onze opiniërend hoofdredacteur evenals onze gemeenteraadwatcher van KW bijna gek maken.
Zoals voorheen al geopperd  in de gazetten  heeft de tripartite zich in 2013 uitgeroepen tot een “investeringscollege”.  Grote koppen!

Realisatiegraad

Voor de gehele bestuursperiode (6 jaar) zou men voor 160 miljoen investeren.  Zal men eind 2018 aan dat bedrag komen?
Twijfel is mogelijk.
Laten we niet vergeten dat een begroting een raming is.  Een schatting.
We doen er best aan om telkenjare via de rekeningen na te gaan wat er effectief is gerealiseerd.
Zie maar eens.  Nu.
–  Voor het jaar 2013 was er voor 28,57 miljoen euro begroot.
In werkelijkheid is er slechts 11,83 miljoen uitgegeven.  Een realisatiegraad van 41 procent.
–  In 2014 was er oorspronkelijk voor 39,93 miljoen begroot.
Wat is er uiteindelijk aangerekend (zonder de kapitaalsverhoging voor Gaselwest)?  27,77 miljoen.  Realisatiegraad:  54 procent.
–  In 2015 bedroeg de begroting 48,66 miljoen.
Er is slechts 17,56 miljoen uitgegeven.  Realisatiegraad:  36 procent.

Het is nu uitkijken naar de rekening voor het jaar 2016.
De tripartite staat voor een enorme uitdaging.  Hoe aan die 160 miljoen geraken?
Lees het in de gazetten!

 

 

 

Over ons investeringscollege…(1)

Op onze redactie worden we allemaal steevast een beetje zéér nerveus als de lokale  media uitpakken met cijfers inzake onze stadsfinancies.
Laatsleden 10 december  was het weer raak.
De onkunde.

Naar aanleiding van de opmaak  van budgetten van diverse entiteiten  heeft het schepencollege (wie? ambtenaren ook?)  op een nu zo geheten  ‘persontmoeting’ allerhande cijfergegevens verstrekt inzake investeringsuitgaven.
En de pers maar als gekken noteren. ( Daar zijn foto’s van op FB.)
Onze plaatselijke Kortrijkse scribenten alhier hebben nog nooit  – van hun leven – een of ander begrotingsdocument ingekeken.  (Laat dit nu een keer gezegd zijn.)

Woordvoerders (de  burgemeester?) hadden  het over de grootste investeringsgolf sinds 30 jaar.  Sinds 30 jaar.  Goed uitgerekend.
De geschreven pers kopte gewillig en eensgezind : “Kortrijk investeert 278 miljoen euro”.

In “Het Nieuwsblad” (en ook op WTV) sloeg dit bedrag blijkbaar op volgend jaar!
Dat is natuurlijk volkomen onjuist.
Het gaat om cijfers uit allerhande geraamde (nog niet gerealiseerde) meerjarenplannen die strekken tot 2019.
En die koppen waren intussen in die zin misleidend voor slordige lezers (de meesten) dat ze de indruk wekten dat het om cijfers ging met betrekking tot de pure stadsbegroting.
Het ging wel degelijk om een optelsom van bedragen uit de begrotingen van Stad (jawel) maar ook van het OCMW (volgens “Het Laatste Nieuws”) én van de politiezone Vlas en  en Parko (volgens “Het Nieuwsblad” dan.)
Waar geen enkele plaatselijke persjongen  uit eigen kracht ook maar iets van afweet.

In onze commentaar zullen we ons hier nu beperken tot de cijfergegevens van de loutere stadsbegroting  en het bijhorend meerjarenplan 2014-2019 (de achtste aanpassing!).

Ook hieromtrent waren de media onduidelijk en zelfs verkeerd.
En HN sloeg de bal volkomen mis met de mededeling dat Stad zelf volgend jaar voor 160 miljoen zou investeren. Volgend jaar !
Hoe men aan dat cijfer komt is een raadsel.
Het investeringsbudget 2017 (volgend jaar) bedraagt netto welgeteld 26.698.816 euro.
(Er zijn voor 38.190.569 euro uitgaven begroot, maar er zijn ook ontvangsten ten bedrage van 11.491.753 euro.)

Wat we ons wel herinneren is dat bij het aantreden van de tripartite het schepencollege zichzelf in 2013 uitriep als een “investeringscollege”,  want men was duidelijk van plan om over de gehele bestuursperiode voor 160 miljoen te investeren.
Zal men die doelstelling wel  halen?
Er is ruimte voor twijfel.
Daarover hebben we het in een volgende uitgave van deze elektronische krant.

O ja !
Nog dit.
Krijgen we nu waarlijk de grootste investeringsgolf sinds jaren??
Voor de pure stadbegroting is dit alleszins niet het geval.
In het budget 2017 staat op pag. 60 letterlijk dit te lezen:
“Het investeringsritme blijft behouden, er is een lichte stijging van +/- 3 miljoen, gespreid over de jaren 2017-2019.”
En zelfs dat is geenszins het geval!
(Cijfers hierover ook in een volgende editie.)

 

 

 

Ongeziene investeringstoelagen na budgetwijziging

In het oorspronkelijke budget 2016 voorzag de tripartite voor slechts 2.430.412 euro aan investeringstoelagen te schenken aan andere  instellingen (soms “satellieten” genaamd) die op een of andere manier ook een vorm van beleid voeren.
De toelagen gingen toen initieel en enkel en alleen naar de brandweer (Fluvia) en het Stadsontwikkelingsbedrijf (SOK- voor de fuifzaal).

Met de budgetwijziging van vorige maand is dat bedrag opgelopen tot  niet minder dan 4.296.913 euro.  En het aantal zgn. “satellieten” is ferm uitgebreid.

Een opsomming.
– De investeringsdotatie voor Fluvia is gelijk gebleven: 501.147 euro.
– De investeringstoelage aan SOK voor de fuifzaal is opgelopen van 1.929.265 naar niet minder dan 2.010.000 euro.

– W&Z  krijgt nu 100.000 euro voor het bastion aan de Collegebrug  en 1.154.921 euro voor de verlaging van de Leieboorden (Broelkaai, Verzetskaai).
– De politiezone VLAS krijgt nu ook een investeringstoelage: 55.100 euro.
– De intercommunale Leiedal geniet van 53.736 euro voor het nieuwe bedrijventerrein Kortrijk-Noord.
– Investeringstoelage van 236.116 euro voor de parking WaaK/Warande (aan wie?)
– Designregio krijgt 41.783 euro om iets te doen met de Budafabriek.
– Investeringstoelage voor Harmonie Aalbeke van 50.000 euro voor het Ontmoetingscentrum.
– Het Jongerenatelier kan 50.000 euro besteden aan de Pontforthove.

Een aantal kleinere investeringstoelagen  gaan naar de kinderboerderij Van Clé,  naar O.L.Vrouwkerk, en naar het bufferbekken Lange Munte.

Geen van die  wijzigingen is  gemotiveerd in het document “budgetwijziging 1” van 2016.

 

Verhoogde en verlaagde stadstoelagen voor dit jaar

In de gemeenteraad van 12 september is er een eerste budgetwijziging voor 2016 goedgekeurd.  Bij die gelegenheid zijn er – zonder veel commentaar of vragen – merkwaardig veel nominatieve exploitatietoelagen aan instellingen gewijzigd.   Het totaalbedrag van die subsidies is nu 47.808.489 euro.  Initieel ging het om 41.658.181 euro.
(Onze lokale pers heeft het daar niet over.  En het gaat om beleid hoor.)

  1. Hierna vooreerst de  voornaamste verhogingen.

–  Citymarketing kreeg een bijdrage van 25.000 euro.  Daar komt nu  een projecttoelage bij van 52.760 euro.  Totaal 77.760 euro.
–  Het autonoom gemeentebedrijf Buda kreeg oorspronkelijk 265.000 euro. Nu 325.000 euro.  (+60.000).
– vzw Jongerenatelier: +30.000.  Gaat van  172.000 naar 202.000 euro.
– vzw Feest in Kortrijk (FIK) 25.000 meer.  Dat wordt  dan 403.000  euro. (Voorzitter Arne zou steeds meer doen met steeds minder.)
– vzw Sportplus: +25.000.  Dit geeft nu 150.000 euro.
– KVK: + 7.000.  Dat wordt 230.762 euro.
Parkeergelden: van 2.300.000 naar niet minder dan 4.400.000 euro.
– Beheerskosten IMOG  verhogen met 29.873 naar 122.371 euro.
– Premie veilig en duurzaam wonen: +100.000.  Geeft  550.000 euro.

2.  Nu de voornaamste verlagingen.

-Infrastructuur voor jeugdverenigingen:  143.189 min 10.787 euro.
-Lokale diensteneconomie: 250.000 min 15.000 euro.
-Ondernemerschap en innovatie:  200.000 min 20.000 euro.
-Toelage Leiedal: 200.653 min 13.000 (aanpassen aan aantal inwoners).
– Nu of nooit premie: 310.000 min 100.000 euro.
Restauratiepremie beschermde gebouwen: van 434.000 naar slechts 284.000 euro.

3. Schrappingen:

– Kortrijk Congé is opgedoekt.  Kreeg vroeger 20.000 euro.
– Stad geen lid meer van MIC.  Kreeg vroeger 57.500 euro.

4. Volkomen nieuwe subsidies:
(Geen mens weet waarover dit gaat.)

– Kortrijk Heritage: 5.000 euro.
– Koninklijke oudheidkundige kring: 2.500 euro.
– vzw Legato: 9.000 euro.
– Ondernemers kinderopvang: 19.500 euro.
Statutaire werkingskosten IMOG: 4.047.958 euro.
– Huis van het Kind: 5.415 euro.
– Toelage ’t Werkt: 34.000 euro.

5. Verschuivingen:

-Toelage van 50.000 euro  ‘Kortrijk stad van ontwerpers’ gaat naar vzw Designregio.
– Toelage van 150.000 euro voor Interieur gaat naar vzw Designregio.

 

 

 

 

 

Stad doet aan indekkingstechniek bij omzetting van leningen

Zonder ook maar één Kortrijkzaan te raadplegen (in het kader van “Kortrijk spreekt”)  heeft Stad  twee leningen bij de Belfius Bank omgezet.
We zijn de lezers van kortrijkwatcher wat uitleg verschuldigd want de gazetten weten weer van niks.

En het is duidelijk dat we een nieuwe schepen van Finaciën hebben. Met kennis van zaken.
Momenteel willen we een “lineair CMS spread 30Y-2Y ” startend met een vaste rentevoet tot 01/07/2017  geldig is omzetten  in leningen gebruik makend van de techniek van de “lineair CMS spread30Y-2Y” startend met een vaste rentevoet  tot 01/07/2018.
Immers.
Deze indekkingstechniek impliceert dat de kredietnemer zich gedurende de looptijd van de structuur tegen een vaste rentevoet financiert zolang het verschil tussen de 30-jarige rente (IRS 30Y) en de 2-jarige rente (IRS 2Y) groter is dan een vooraf bepaalde barrière. De leningen starten met een vaste rentevoet tot een vooraf vastgelegde datum, in dit geval 01/07/2018.
Immers.
Tot vermelde datum zijn de leningen aldus niet onderhevig aan het risico in geval dat de spread  lager komt dan de barrière.

De leningen ten bedrage van 4.046. 673,58 EUR  waarop momenteel een vaste rentevoet van toepassing is wordt omgezet naar een “Variable Maturity Swap Partially Capped” tot de eindvervaldag van de leningen.
Immers.
De VMS is een rentevoet die periodiek herzien wordt op basis van de IRS 1 jaar.
Deze IRS-referentie wordt vermeerderd met de spread en constante. En die worden bepaald op het moment van afsluiting en ligt vast tot de eindvervaldag. Er is een maximumrenetvoet (cap) geldig gedurende een deel van de looptijd van de indekkingstechniek , in dit geval 01/07/2020.

Zo. Dat weet u dan ook al weer.
Niet thuis proberen na te doen met uw woonlening.

Stad werkt eigenlijk met verlies

Niet dat we dat nu onmiddellijk heel erg moeten vinden (stad is geen bedrijf), maar we dienen het wel een keer te beseffen.
En het mag ook eens expliciet gezegd.
Bij de bespreking van het budget of van de jaarrekening heeft men het altijd over  ‘uitgaven en ontvangsten” maar  nooit over ‘kosten en opbrengsten’.
Die dubbele begrippen zijn overlappend maar betekenen toch niet helemaal hetzelfde .
Als stad  bijvoorbeeld een machine koopt is dat een (investerings)uitgave, maar geen kost.  Eenmaal  de machine in gebruik genomen,   draagt die bij tot de werking van de gemeente en wordt dat een kost .  
Stel dat stad een goed verkoopt dan gaat dat gepaard met een opbrengst die bij betaling door de koper een ontvangst wordt.

Bij de staat van ‘opbrengsten en kosten’ dienen we dus bij de kosten rekening te houden met afschrijvingen, waardeverminderingen,  voorzieningen en uitzonderlijke kosten.  Aan de zijde van  de opbrengsten dienen we te letten op  afwijkende financiële en uitzonderlijke opbrengsten.

Neem nu even de jaarrekening 2015.

De aangerekende exploitatie-uitgaven bedroegen 112.980.258 euro.
De aangerekende exploitatie-ontvangsten :  138.483.553 euro.
Het saldo is positief:  25.50.294 euro.
Beschouw dat nu helemaal niet als een winst.

We bekijken  nu de staat van ‘opbrengsten en kosten’ van dat zelfde  jaar.
– De gedane kosten  bedroegen 149.144.475 euro.
– De opbrengsten:  141.672.403 euro.
Er is dus een tekort (verlies) van  -7.472.071 euro.
Er viel in 2014 trouwens ook een verlies te noteren:  -9.353.123 euro.
Idem in 2013 (eerste jaar van de coalitie):  -8.077.890 euro.
Hebt u dat ooit al ergens gelezen of gehoord?

Enkele opvallende posten (2014 – 2015)
De afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen stegen van 28,2 naar 34,4 miljoen euro.
De mlnwaarden bij de realisatie van vaste activa stegen van bijna niks (547 euro) naar 69.333 euro.
De financiële opbrengsten stegen van 6,4 naar 16,0 miljoen.
De  opbrengsten van werkingssubsidies (van andere overheden) stegen van 43,8 naar 44,9 miljoen.

Wordt het eigen vermogen van Stad opgesoupeerd?

Dit vraagt gewezen schepen van Financiën Catherine Waelkens (vroeger N-VA, nu onafhankelijk) zich al twee gemeenteraadszittingen af. Zij constateerde namelijk dat het netto-actief in de balans van 2015 ten opzichte van 2014 is gedaald met 8,28 miljoen.
Het netto-actief is het verschil tussen het totaal  van de activa min de voorzieningen en schulden.  Voor 2015 bedraagt dat netto eigen vermogen 134.625.458 euro.

In de laatste gemeenteraad van vorige maandag vroeg Jean de Bethune  zich nog af hoe het is gesteld met de evolutie van het netto eigen vermogen van Stad.
Kortrijkwatcher heeft dat eens bekeken.

In 2012:  283.720.514 euro.  (Toen was  Jean de Bethune nog schepen in de coalitie CD&V-VLD.)
2013:  145.153.805 euro. (Eerste jaar van de nieuwe coalitie met drie partijen.)
2014: 142.908.416 euro.  (Dit is het eerste jaar dat er voorzieningen zijn opgenomen in de passiva, weliswaar slechts voor 1 miljoen.)
2015: 134.625.458 euro.
In dat jaar zijn in de rubriek ‘schulden op lange termijn’ voor eerst voorzieningen  voor de pensioenen opgenomen. Voor 20,7 miljoen euro.  (De nieuwe schepen van Financiën Kelly Detavernier  had het over 23 miljoen.)

Een grote opkuis van oninbare vorderingen

De uitgavenpost “andere operationele kosten”  (onderdeel: algemene  financiering) was in het budget 2015  oorspronkelijk geraamd op 140.615 euro.
In het echt  liet de jaarrekening 2015  een uitgave zien van niet minder dan 1.130.654 euro.
Een mééruitgave ( beter gezegd: minder opbrengsten)  van 990.039 euro,  Een stijging van 704 procent.
Dat komt omdat men beslist heeft om over te gaan tot een grote opkuis van zgn. onwaarden voor de periode 2004-2013.
Dat gaat dus over allerhande schuldvorderingen bij Kortrijkse burgers die om allerlei redenen niet meer kunnen opgeëist. Bijvoorbeeld om dat de persoon in kwestie is overleden, of insolvabel is, of niet meer is te traceren.

Voor het boekjaar 2005 zijn er nog facturen onbetaald gebleven waarbij de onmogelijkheid tot betalen door de financiële beheerder is vastgesteld.
De nu voorgelegde lijst van oninbare retributies betreft  650 facturen voor een totaal bedrag van 45.908 euro.

Deurwaarder !

Voor de invordering van onbetwistbare en wel nog opeisbare  openstaande retributies (boekjaar 2015) heeft het College nu beslist om  een deurwaarder te sturen naar de schuldenaars.  (Ze kregen al vooraf een aanmaning.)  134  niet nader bepalade facturen voor een bedrag van 39.527 euro.

Ook de schuldenaars bij  het hulpcentrum 100 worden aangepakt.
Hier gaat het om 167 facturen ten bedrage van 8.407 euro.

De deurwaarder zal ook de  leden van de openbare bibliotheek bestoken die ontleende materialen niet hebben teruggebracht.  159 facturen voor de som van 12.466 euro.