Category Archives: gemeentefinanciën

De hoogste stadstoelagen voor dit jaar (minstens 150.000 euro)

(Tussen haakjes het bedrag van vorig jaar.)
Het totaal van de exploitatietoelagen bedraagt 49.776.359 euro  ( 49.213.024)

Werkingskosten politiezone VLAS:  14.499.929   (14.356.368)

Bijdrage OCMW: 12.959.270   (12.849.233)
(Jaarlijks een stijging van 3 procent.)

Beheers- en werkingskosten IMOG:  3.629.916   (3.662.504)

Werkingskosten brandweerzone Fluvia:  3.401.692   (3.354.303)

De 18 kerkfabrieken samen  1.246.920   (1.371.548)
(O.L.Vrouw krijgt het meest:  163.453.)

Toelagen SOK:  1.189.820   (1.292.000)

Premies veilig en duurzaam wonen:  800.000   (1.125.000)

vzw Feest in Kortrijk:  703.000   (453.000)
(Schepen Arne – tevens co-voorzitter van FIK – had als verkiezingsslogan: “steeds meer doen met steeds minder”.) 

Project Play (kunstenfestival) :  380.000   (nieuw)

BID plus commercieel plan:  375.000   ((idem)

Project leren en werken plus ongekwalificeerde uitstroom:  305.243   (299.743)

Lokale diensteneconomie:  280.000   (235.000)

Schouwburg:  253.822   (304.457)

KVK:  235.975   (233.312)

vzw Toerisme:  228.600   (373.600)

Huursubsidies De Poort:  222.000   (idem)

Leiedal:  200.653   (187.926)

Restauratiepremies beschermde gebouwen:  200.000   (148.470)

vzw Jongerenatelier:  180.000   (idem)

vzw Sportplus:  175.000  (88.428)
(Normaliter 150.000  maar vorig jaar inlevering wegens deelname aan  de kandidatuur “Europese Sportstad”.) 

Hoogste sportmanifestaties:  150.000   (190.158)

vzw Designregio:  150.000    (idem)

Nieuwe subsidies voor dit jaar

Project Play: 380.000 euro !
Het gaat om een kunstenfestival in open ruimte.  (Verkiezingsjaar.)

0ndersteuning moderne kunsten: 80.000 euro.
Weet iemand waarop dit slaat?

Drijf in cinema:  4.000 euro.
???

Participatie Europese Sportstad:  75.000 euro.
Tja.  Die afkoopsom. (En meerdere steden in  zowat ieder land krijgen zo’n titel. )

vzw Effect:  50.000 euro.
Sociale economie.

Occasionele kinderopvang:  30.000 euro.
???

Dierenasiel de Leiestreek:  32.000 euro.
Waarom?

“Cijfers interpreteren” zegt schepen Kelly Detavernier (3)

Of de bewering van de schepen van Financiën dat er “tussen 2014 en 2020 voor 200 miljoen zal geïnvesteerd worden” al of niet juist is doet in feite niet ter zake.
Die (overigens koffiedikrijke) vaststelling van de schepen is compleet  irrelevant als men ten minste het door de jaren heen gevoerde  beleid van de tripartite ietwat correct wil   beoordelen.
Het enige wat telt is de vraag of de tripartite het gestelde doel  inzake investeringen aan het eind van de rit wel zal behalen.

Maar wat was dat doel alweer?  (Weet er dit nog iemand?)
Al bij de start van de bestuursperiode (2013) riep het College van Burgemeester en Schepenen zich triomfantelijk uit tot een “INVESTERINGSCOLLEGE”.
Een historisch ongeziene golf van investeringen zou de stad overspoelen.
In een periode van zes jaar (2013-2018) zou Stad zelf niet minder dan 160 miljoen investeren.
In dertig jaar niet gezien.
   Stond allemaal breed uitgesmeerd in onze lokale perse.

Nu weten we uit een vorig stuk dat de vastleggingen altijd lager liggen dan de voorziene verbinteniskredieten.  In gewone mensentaal:  de effectief gedane investeringsuitgaven zijn altijd kleiner dan wat in de budgetten  was begroot.
Overschot van branie.

Voor de jaren 2013 tot en met 2016 zijn de rekeningen gekend.  De werkelijk gedane verbintenissen met de aannemers of leveranciers.  Op basis daarvan konden we hier vaststellen dat er gedurende die vier jaren  – afgezien van de kapitaalsverhoging bij Gaselwest – voor slechts 72.414.333 euro daadwerkelijk werd vastgelegd aan investeringen.

Om aan het gestelde doel van 160 miljoen te komen moeten we dus in 2017 en 2018 samen nog zowat 87,5 miljoen daadwerkelijk realiseren als investeringen.
Volgens de begrotingen (ramingen) van die twee jaren althans zou dit theoretisch kunnen!
Die budgetten verbinden er zich namelijk toe om gedurende die laatste twee bestuursjaren van de tripartite nog vlug voor 88,2 miljoen te investeren.
Laat ons zeggen:  bijeenscharrelen.  Wat men een inhaalbeweging noemt.

Maar uit het verleden leerden we dat we die voorziene bedragen onmogelijk volledig kunnen realiseren.

P.S.
De rekening van 2017 zullen we pas kennen in mei 2018.
En die van 2018 pas in mei 2019.  Dat is wel NA de gemeenteverkiezingen…
Dat is ietwat bizar.  Op het ogenblik van de verkiezingen van oktober 2018 zullen we nog niet echt heel precies weten of de tripartite zijn belofte inzake investeringen van ter waarde van 160 miljoen is kunnen nakomen.

Ga dan maar stemmen.

“Cijfers interpreteren” zegt schepen Kelly Detavernier (2)

Dat gaan we dus eens doen bij haar bewering ‘(Kortrijks Handelsblad’ van 15 december) dat de tripartite tussen 2014 en 2020 meer dan 200 miljoen zal geïnvesteerd hebben.
Kelly Detavernier (N-VA) doet hierbij alsof de begrote investeringen (dat zijn ramingen!) daadwerkelijk worden uitgevoerd (vastgelegd) én betaald (aangerekend).
Dat er dus in 2017 voor 38.927.323 euro wordt geïnvesteerd en in 2018 voor niet minder dan 49.280.797 euro.  ( In 2019 en 2020 wordt die bedragen volgens het meerjarenplan plots aanzienlijk minder: resp. 22.886.483 euro en 17.108.293 euro.)

Het verleden wijst uit dat de realisatiegraad van de geplande investering telkenjare laag ligt.  Een keer zelfs heel laag.
In 2013 (het eerste jaar van de nieuwe coalitie (VLD-N-VA en SP.a) voorzag men in “buitengewone dienst” (dat was toen nog de gangbare term) voor 20.637.227 euro “pure” investeringen (zonder de overdrachten en schulduitgaven).  In werkelijkheid is er toen voor slechts 14.477.598 euro aan uitgaven vastgelegd.  (De tripartite kon toen maandenlang niets investeren bij gebrek aan begroting. ) Realisatiegraad: 71%.
– In 2014 is er op het eerste zicht geweldig geïnvesteerd: 45.186.772 euro.  Maar dit bedrag is zéér vertekend omdat daarin een deelname van een kapitaalsverhoging bij Gaselwest stak van maar liefst 23,4 miljoen.  Abstractie gemaakt van die kapitaalsverhoging bedroeg de werkelijke realisatie eigenlijk 21.779.285 euro.
– In 2015 gaven we volgens de rekening slechts 17.561.061 euro uit aan investeringen.  Realisatiegraad tegenover het voorziene budget van 48.666.211 euro? 36 procent!
– 2016 nu.  Dat is het laatste jaar waarbij we de jaarrekening kennen en die reële cijfers dus kunnen afzetten tegenover het budget.  Gedane investeringsuitgaven: 18.596.389 euro.  Budget? 35.019.532 euro.  Een realisatiegraad van 53%.

(Wordt nog vervolgd.)

“Cijfers interpreteren” zegt schepen Kelly Detavernier (1)

Naar aanleiding van de bespreking van het budget 2018 en de (tiende!) aanpassing van het meerjarenplan 2014-2020 in de gemeenteraad van 11 december besteedt de “De Krant van West-Vlaanderen” (‘Het Kortrijks Handelsblad’) nogal wat aandacht aan de gemeentefinanciën.

Hierbij geeft de schepen van Financiën Kelly Detavernier (N-VA) grootmoedig toe dat de oppositie de cijfers kritisch mag bekijken maar men moet ze “wel interpreteren zoals ze zijn“.
Wel, we gaan dat eens doen aan de hand van een uitlating  van de schepen zelf over de investeringen van Stad .  Zij  beweert namelijk (pag. 16 van’ Het Kortrijk Handelsblad’ van 15 december) dat er tussen 2014 en 2020 meer dan 200 miljoen zal geïnvesteerd worden.
Die vaststelling (haar “interpretatie”) is puur volksbedrog.

(Wordt vervolgd in een volgende editie.)

Wat de brandweer ons kost?

De tem “brandweer” past niet meer.  Slaat nergens meer op !  Die gasten doen meer dan branden blussen  (of wat we ons kunnen  inbeelden)  en ten tweede is ons korps al sinds 2015  ingelijfd in een “hulpverleningszone” bestaande uit 15 gemeenten uit het zuiden van West-Vlaanderen.
Iedere gemeente van de HVZN draagt bij in de exploitatiekosten en investeringen volgens een verdeelsleutel die al is vastgelegd in 2014 en sindsdien onveranderd is gebleven.

De dotatie van stad Kortrijk is sindsdien bepaald op 37,26 %
.
In 2015 bedroeg het macrobudget van de zone 9.611.614,45 euro.
Bijdrage van Kortrijk was toen dus:  3.581.287 euro.
Dat is de hoogste van de 15 gemeenten.
Waregem kwam op de tweede plaats met een dotatie van 10,83% oftewel 1.040.937 euro.   Menen staat op de derde plaats: 9,95% oftewel 956.355 euro.
De kleinste bijdrage is die van Helkijn met 61.514 euro (0,64% in 2015.).

Evolutie van de dotatie van Kortrijk:
2015:  3.581.287 euro
2016:  3.801.003
2017:  3.967.229
2018:  4.014.618
2019:  4.077.816

De gehele zone kost sinds 2016 méér dan 10 miljoen.  (Dit jaar 10.647.432 euro.)

De financiële bijdrage van de gemeenten kan gesplitst in een exploitatie- en investeringstoelage.
Voor 2018 geeft Kortrijk 3.401.691 uit aan exploitatie.
Die dotatie is in ons budget niet meer aangezien als een personeelskost wat een vals beeld geeft over de schijnbare daling van de personeelsuitgaven in onze stad.

P.S.
De website van Fluvia is beneden alle peil.
Daar moet echt iets aan gedaan worden.

De financiële toestand van Kortrijk volgens het budget van 2017 (2)

Sinds enkele jaren is voor het beheer van de stadsfinanciën het BBC-systeem (Beleids- en Beheerssysteem) ingevoerd.
Daarbij is geponeerd dat een budgettair  evenwichtssysteem is bereikt als voldaan is aan (slechts) twee vereisten.

Het (geraamde) resultaat op kasbasis moet ieder jaar minstens nul zijn of méér.
Het Kortrijkse budget 2017 bereikt deze doestelling met + 11.681.900 euro.

(Het gaat om het verschil tussen het gecumuleerde budgettaire resultaat  van vorige jaren en de ‘bestemde gelden’.)  Zie tabel in vorige editie.

In onze stad is dat al telkenjare het geval weest.  Zelfs een keer met 50 miljoen (in 2015)!
Maar dat komt enerzijds omdat de realisatiegraad van bepaalde uitgaven vaak laag is (vooral inzake investeringen) zodat de gecumuleerde resultaten van voorheen als ‘per toeval florrissant zijn, en anderzijds omdat men nooit ook maar één euro voorziet voor bestemde gelden (soort reserves voor bepaalde terugkerende gebeurtenissen bijvoorbeeld).

In het laatste jaar van de planningsperiode moet de zgn.  ‘autofinancieringsmarge’ (AFM) minstens nul of meer zijn.
Dit betekent dat in dat jaar het exploitatieoverschot (zonder intrestkost) voldoende moet zijn om de kapitaalkost (leningslast) te dekken.

Voorbeeld (cijfers van 2017).

We bereken eerst het zgn ‘financieel draagvlak’ (A-B): 18.796.532
A. Exploitatie-ontvangsten:  134.981.441
B. Exploitatie-uitgaven ZONDER de netto-kosten van de schulden:  116.184.909 euro
(De intrestkosten bedroegen 3.566.317 tegenover de totale uitgaven van 119.751.226.)
Saldo (A-B) of financieel draagvlak is dus + 18.976.532.

Nu bereken we de periodieke leningsuitgaven (A+B):
A. Netto-aflossingen van de schulden:  15.175.679
B. Nettokosten van de schulden:  3.566.317
Samengeteld (A+B):  18.741.996

Hoeveel bedraagt de autofinancieringsmarge?
Het financieel draagvlak min de leningsuitgaven geeft  +54.526 euro.
De AFM in Kortrijk is in de periode 2014-2017altijd positief en zal dat volgens de nieuwste meerjarenplanning ook zo zijn in 2018-1019.

Er is in Kortrijk dus begrotingswijs (dat zijn ramingen!) voldaan aan de twee criteria voor het financieel evenwicht. 
Een en ander kan wel genuanceerd.
–  We zeiden het al.  De realisatiegraad van de investeringen is vaak bijzonder laag.  (De beloofde 160 miljoen wordt door ons zgn. investeringcollege zeker niet bereikt. )
–  Het budgettaire resultaat in de periode 2014-2017 was al in drie boekjaren lnegatief.  En in 2019 zou dit weer het geval zijn.
–  Van’ bestemde gelden’ geen spoor.
–  Stad doet aan een grote uitverkoop van patrimonium.  (geraamd op 11 miljoen.)
–  Leningen met een termijn die de gemiddelde afschrijvingstermijn overschrijden.  Gevolg: kleinere aflossingen.
–  De intrestvoeten zijn laag.
–  Het exploitatieresultaat wordt gunstig beïnvloed door activiteiten door te schuiven naar zgn. ‘satellieten’ (OCMW, PARKO, SOK) en de schulden aldaar stapelen zich duizelingwekkend  op.

De financiële toestand van Kortrijk volgens het meest recente budget 2017

(Let wel: alle bedragen hierna zijn ramingen.)

I. EXPLOITATIEBUDGET (om de boel draaiende te houden)

A. Uitgaven:  119.751.226
Bijv. bezoldigingen :  46,0 miljoen
Bijv. toegestane werkingssubsidies:  49,7 miljoen
B. Ontvangsten:  134.981.441
Bijv. belastingen en boetes:  67.833.068  (1,3 MIO méér dan oorspronkelijk gedacht)
Bijv. gekregen werkingssubsidies:  47.261.662
Saldo (B-A):  +15.230.215

II. INVESTERINGSBUDGET
A. Uitgaven:  38.927.323
(Bepaalde budgetten zijn sterk verhoogd: Kortriijk Weide, Botenkopertstraat, schoolomgeving Pottelberg, Overbekeplein. Merk ook op dat die uitgaven nooit volledig worden gerealiseerd.)
B. Ontvangsten: 5.887.835
Bijv. door verkoop van patrimonium.
Saldo (B-A): – 33.39.487 (minteken omdat het om een uitgave gaat)

III. ANDERE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN
A. Uitgaven: 41.205.147
Bijv. aflossingen van schulden:  22,0 miljoen
Bijv. toegestane leningen:  19,1 miljoen
B. Ontvangsten:  22.878.111
Bijv. op te nemen leningen: 19,& miljoen
Saldo(B-A):  -18.327.031

IV.  Budgettaire resultaat van het boekjaar (I+II+III):  -36.136.303 (weerom negatief)
V. Gecumuleerde budgettaire resultaat van vorig boekjaar:  47.818.204
(Een serie posten van vroeger zijn niet uitgevoerd.)
VI. Gecumuleerde budgettaire resultaat (IV+V): 11.681.900
(Dit is tegelijk het geraamde resultaat op kasbasis voor 2017 want er zijn weerom geen bestemde gelden voorzien.  

(Wordt vervolgd in een volgend stuk.)

Toelagen 2017 na budgetwijziging

Opvallende stijgingen:
– Stedelijke musea:  121.250 – 139.250
– Schouwburg:  176.259 – 186.850
– Culturele instellingen: 346.322 – 435.434 (Wilde Westen krijgt nu 50.700 euro. De Kreun valt weg.)
– Jongerenatelier:  172.000 – 180.000
– vzw Feest in Kortrijk:  403.000 – 453.000 (Schepen Arne zou steeds méér doen met steeds minder.)
– Grote sportmanifestaties:  100.000 – 130.000
– vzw AJKO:  47.906 – 72.000
– Zomerschool AJKO:  4.000 – 8.000
– Ondernemers kinderopvang:  29.600 – 59.600

Niet gestegen, maar interessant om te weten:
–  vzw Toerisme:  373.600
–  Kerkfabrieken:  1.371.584
–  Werkingskosten politiezone VLAS:  14.356.388
–  Brandweerzone Fluvia:  3.354.303
–  KVK:  233.312 (volgt index)
–  Bijdrage OCMW:  12.849.233
–  Toelage vzw Mentor:  90.000  

Gedaald:
–  Kortrijk Congé:  25.000 –  5.000  ( BESTAAT NIET MEER.)
–  Sportplus:  150.000 – 88.420
MAAR GROTE  KOSTEN OM VAN kORTRIJK een van de vele SPORTSTEDEN IN EUROPA TE MAKEN.
–  vzw De Warande:  81.031 – 65.931

De “Berg van Barmhartigheid” wordt NIET onderhands verkocht

Op de komende gemeenteraad van maandag 11 september zal de meerderheid de verkoop met biedingen van het stadseigendom Guido Gezellestraat 1  goedkeuren.
Het gaat om dat prachtige gebouw op de hoek van de Guido Gezellestraat en de O-L-Vrouwestraat waar ooit de bibliotheek was gevestigd.
Bij die gelegenheid kreeg schepen Arne Vandendriessche (“zeg maar Arne”) in “Het Nieuwsblad” van vandaag de kans om zijn erfgoedbeleid te verdedigen.

Bepaalde middens die begaan zijn met erfgoed (en ook de oppositie in de gemeenteraad ) zijn immers niet heel gelukkig met die verkoop van een stadseigendom met grote historische waarde.

Toen in januari 2016 het aanpalende erfgoedhuis in de O-L-Vrouwstraat 45 onderhands is verkocht aan  de Konvert-groep van de familie Verschetse  stemde Groen resoluut tegen en heeft de CD&V-fractie zich onthouden.
De N.V. Konvert Service is intussen bezig met het erfgoedhuis en aanpalende panden om te toveren tot een uiterst exclusieve hotelaccomodatie (met vergaderzalen, ontmoetingsruimtes, wellness) en vertoont nu ook interesse  om de “Berg van Barmhartigheid” te kopen.

De oorspronkelijke kandidaat-koper  heeft daarbij natuurlijk weer gehoopt op een onderhandse verkoop.
Met de aankoop van het erfgoedhuis is dit gelukt omdat het schepencollege nogal geforceerd van mening was  dat het project een doelstelling van “algemeen nut” (belang) nastreefde (bevordering van de tewerkstelling, de lokale handel en economie) en daarenboven  een semi-publiek karakter vertoonde.
De transactie diende uiteraard ook het financieel belang van de stad met een verkoopprijs van 650.000 euro.

Ditmaal is het schepencollege (of beter: de administratie?) blijkbaar niet meer van oordeel dat er een bijzondere motivering kan ingeroepen worden om de Berg van Barmhartigheid onderhands te verkopen.  Bij elke onroerende vervreemding van gemeentelijk patrimonium is trouwens openbare verkoop de regel.
De minimumprijs  is bepaald op 3.280.000 euro.
Stad heeft geld nodig.

De opbrengst van de verkoop zal dienen om  het “intergemeentelijk cultureel en onroerend erfgoeddepot voor het zuiden van West-Vlaanderen“(dat is de naam!) op de site  Vier Linden in Heule  mede te financieren.
De kostprijs ervan bedraagt minstens 4,13 miljoen euro.  (Indertijd dacht men dat de inbreng van Stad zou bestaan uit de grond ter waarde van 550.000 euro plus 1 miljoen voor de bouw.  Geen idee hoe de vork nu in de steel zit.)

De kandidaat-kopers moeten er zich wel bewust van zijn  dat een deel van het gebouw sinds 1 april 2013 voor een periode van 18 jaar (tot 2031) is verhuurd aan de regie der Gebouwen  voor de huisvesting van het Rijksarchief.
Stad krijgt daar momenteel jaarlijks geïndexeerd 175.271 euro voor.  (In de krant HN staat 152.000 euro.)  Die huurprijs zal nu gaan naar de koper.
Trek daarom van de som van opbrengst van de verkoop voor Stad  maar minstens 2 miljoen euro af.   Staat niet in de krant.