Burgemeester en journalist van “De Tijd” doen samen aan framing (1)

Vorige dinsdag 7 augustus startte het gerenommeerde zakenblad “De Tijd” met een reeks over “De zorgen van de  gemeenten” waarbij men vijf weken lang (op dinsdag) wil onderzoeken hoe ze die oplossen. (Volgende week: Zulte!)

Het eerste verslag is gewijd aan  Kortrijk en is in meerdere opzichten ronduit verbijsterend.  De reportage beslaat een volledige bladzijde (pag.6)  met een foto van het skateboard aan de Leie waar de huidige bewindsploeg geen barst mee te maken heeft.  (Dat beeld op zich is al een eerste flagrante vorm van ‘framing’ voor de lezers van de krant die totaal geen weet hebben over Kortrijks gebeuren.)

Het eerste wat opvalt is dat de journalist in kwestie (Jasper D’Hoore) zich uitsluitend laat voorlichten door de burgemeester.
Er wordt inzake het gevoerde beleid geen enkele belangrijke schepen vernoemd, en de burgemeester zelf citeert ook geen enkele collega uit zijn tripartite (die geen meerderheid meer heeft, – maar dat belangrijk gegeven komt dus niet ter sprake).  Als een soort ‘captatio benevolentiae’ vemeldt de onvoorstelbare sluwe (handige) burgemeester wel enige verdiensten van zijn voorgangers Emmanuel De Bethune en zelfs Stefaan De Clerck.

Geen woord in het stuk vanuit de oppositie.

Reporter D’Hoore laat zich meeslepen in een scenario evenals een ‘setting’ die helemaal bedacht is door de burgemeester zelf.
Journalistiek bekeken een ongeziene beroepsfout.  Samen bezoeken ze per fiets 20 nieuwe publieke maar ook private projecten, terwijl we niet komen te weten of de burgemeester aldus te goeder trouw  was om ook die projecten te tonen die onvoltooid zijn gebleven of een volkomen krakkemikkig verloop kennen:  de verbinding met Hoog-Kortrijk, het nieuwe stadsmuseum,  de Vetex-site, de R8,  het nieuwe politiekantoor, de nieuwe moskee, het kanaal Kortrijk-Bossuit, de herbestemming van klinieken, het nieuwe station.

De reporter laat zich daarbij volkomen overdonderen door “de energie van  een Duracell-konijn (…) als de  45-jarige burgemeester“.  Hij geeft zelfs toe dat hij er geen speld kon tussen krijgen bij de toelichtingen van de burgemeester.  Moet kunnen in  de journalistiek van tegenwoordig.

De journalistiek ultieme vraag is wel of reporter D’Hoore genoeg beslagen op het ijs is gekomen om Vincent Van Quickenborne een pertinente vraag te stellen of van repliek te dienen.
Uit zijn verhaal in de krant  blijkt dit alleszins niet het geval.
Vandaar dat we spreken van “framing“, een modieuze term om aan te duiden dat het stuk getuigt van een eenzijdige, zelfs niet correcte versie van de feiten.  (In een volgende bijdrage van kortrijkwatcher krijgt u daar een zeer frappant voorbeeld van.)

Het stuk is uitermate onkritisch.
D’Hoore beperkt er zich toe om een keer ietwat leukerig (het klikte blijkbaar)  te gewagen van enige ‘grootspraak’ bij de burgemeester en ‘Van Quickenborniaanse overdrijvingen’.
De straat tussen  de Grote Markt en het muziekcentrum wordt omgebouwd tot een  Kortrijkse Ramblas en Budabeach geeft de stad een Berlijnse allure.
Maar van puur inhoudelijke kritiek (bespreking)  is geen sprake.
De mantra’s van de burgemeester worden allemaal klakkeloos weergegeven.
– Kortrijk was ingedommeld en is nu een levendige plek.  Ja.  Stad van brood en spelen.  (Op ons kosten.)
– De financiën zijn gezond. Ja.  Kandidaat-burgemeester heeft ooit beloofd dat stad in 2016  schuldenvrij zou zijn.  (Voerde drie nieuwe belastingen in.)
Tjonge.  De weblog ‘kortrijkwatcher’ is waarlijk niet aan D’Hoore besteed.

De  grondslag (aanpak) waarop het stuk in “De Tijd” is opgebouwd is overigens fundamenteel fout.  Men bezocht dus een aantal openbare werken.  In gezelschap van gids Q. Zoals gezegd waarschijnlijk net niet die projecten die nogal faliekant aan het aflopen zijn.
Maar erger is dat door deze  aanpak bepaalde belangrijke beleidsdomeinen niet aan bod konden komen, noch de commentaar erover: het sociaal beleid (de hopeloze strijd tegen kinderarmoede, dat mislukte goedkope woonverhuurkantoor van stad),  het cultuurbeleid  (we hebben nog één museum in plaats van drie).  Citymarketing (leegstand).  De niet verlaagde personeelsuitgaven.  De outsourcing.  Etc.
Heus.
We leggen niet op alle slakken zout…Hebben er ook geen zin in.

(Wordt vervolgd.)