“Kiezer, u wordt bedrogen”

Onder deze titel stond in de doorgaans heel “zakelijke” krant ‘De Tijd’ op 9 juni (pag. 14) een lezenwaardig artikel over geheime afspraken (voorakkoorden) voor het smeden van coalities (en verdelen van postjes) , nog voor de verkiezingsuitslag in een gemeente is gekend.
En waarlijk, stad Kortrijk komt er ter sprake, naar aanleiding van de stembusgang voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2012.
We citeren uit dit stuk een volledige alinea, met een merkwaardig slot.

“CD&V is er rotsvast van overtuigd dat aan de basis van de putsch van Vincent Van Quickenborne (Open VLD) in Kortrijk in 2012 een voorakkoord lag. Van Quickenborne sloot onmiddellijk na de verkiezingen van 2012 een coalitie met de N-VA en de sp.a en werd burgemeester, ook al was de CD&V van Stefaan De Clerck veruit de grootste partij. Van Quickeborne heeft altijd ontkend dat er een voorakkoord was, maar bij de CD&V beweren ze zelfs te weten wanneer dat gesloten is: op 11 juli 2012.

Dat was dus op een woensdagnacht, na (uit de hand gelopen?)  Vlaamse feestelijkheden??

P.S.
Er nog even aan herinneren (want de kranten zwijgen daar nog altijd steevast over) dat de huidige tripartite samen met moeite 51% van de stemmen behaalde.
De coalitie die zichzelf  zonder schaamte en met de obligate medeplichtigheid van de lokale perse nog altijd bestempelt al zijnde een  STADscoalatie.
In  de gemeenteraad van onze centrumstad is de tripatite haar meerderheid in zetels kwijt is geraakt.  Geen modale Kortrijkzaan die dit weet.

Decretaal bekeken bestaat de coalitie niet eens meer!
Er zijn nu namelijk vier onafhankelijke raadsleden.
Steve Vanneste (N-VA) werd uit de partij gezet.   Schepen Waelkens (N-VA) nam zelf ontslag “omdat zij toch niets te zeggen had”.   De twee VB’ers (Maarten Seynaeve en Isa Verschaete) zegden hun lidmaatschap bij het Vlaams Belang op maar redden de tripartite doordat zij nu de N-VA steunen bij de stemmingen.  (Al is dat al één keer mislukt.  Stond niet in de krant.)

Kansarmoede-index even relativeren (4)

Onze OCMW-voorzitter en schepen Philippe De Coene toont zich daar een meester in.
In de vorige editie van deze krant vertelden we daarover.  Hoe hij bij meevallende (dalende) indexcijfers van ‘Kind en Gezin’ voor Kortrijk meteen van oordeel was dat men dit had te danken aan zijn armoedebestrijdingsplan.
Maar nu de indicatoren van kinderen in kansarme gezinnen in Kortrijk al tweemaal zeer fors zijn gestegen luidt het plots dat er “geen oorzakelijk verband (bestaat) tussen de jaarlijks index en de lokale inspanningen (of het gebrek eraan). (“De Morgen” van 13 juni.)
Meer linksgerichte armoededeskundigen (bijna allemaal) wijten de stijgingen van de index in Vlaanderen overigens aan het gevoerde regeringsbeleid, zowel federaal maar vooral gewestelijk.  (En niet in het minst en bovenal ligt de schuld bij minister Liesbeth Homans.)  Zij vinden dat de bevoegde ministers meer doorgedreven structurele inspanningen moeten leveren op het vlak van tewerkstelling, inkomensbeleid, dienstverlening (bijv. kinderopvang), huisvesting.

Op te merken valt dat ook ‘Kind en Gezin’ zelf een genuanceerde toelichting verstrekt over de interpretatie van evoluties van de kansarmoede-index.
Wat voor zaken moet men in het achterhoofd houden als men de index wil gebruiken om beleid te beoordelen?
1.
K&G beoordeelt kansarmoede enkel voor zeer jonge kinderen.  Inspanningen  of trajecten in lokaal beleid voor alle kansarme gezinnen/kinderen vertalen zich daarom niet in een daling van de cijfers.  (In Kortrijk is bijvoorbeeld het effect van de casemanagers in 254 gezinnen en de brugfiguren in de basisscholen bij mijn weten niet gekend.)
2.
De registratie  is een momentopname.   Inspanningen of trajecten die in de concrete gezinnen worden opgezet, leiden niet tot een nieuwe beoordeling (registratie).
3.
Door de berekeningswijze is de index ook gevoelig voor verhuisbewegingen en voor de instroom van inwijkelingen waar bijv. lokale besturen niet altijd vat op hebben.
4.
Door de rollende berekening van de index werken kansarmoedecijfers uit en bepaald geboortejaar 3 jaar door op  de index.
5.
K&G bekijkt de kansarmoede op 6 levensdomeinen.  Beleid dat zich op andere zaken richt zal niet zichtbaar zijn in de cijfers.
6.
Werken aan meer structurele factoren (zoals bijv. de arbeidssituatie) zal pas na geruime tijd effect hebben.

En K&G besluit:
De kansarmoede-index lijkt ons dan ook minder geschikt om het succes of falen van recente beleidsinspanningen aan te tonen.  De  index is  vooral een belangrijke signaalindicator voor beleidsmakers die aangeeft dat er absoluut beleidsinspanningen nodig zijn.

Kansarmoede-index even relativeren (3)

Toen het bij OCMW-voorzitter Phillipe De Coene (SP.A) begon te dagen dat tussen 2009 en 2012 volgens de metingen van Kind&Gezin de ‘kinderarmoede’ in Kortrijk was  gestegen van 7,5% naar niet minder dan 18% viel hij bijna van zijn schepenstoel.  Een en ander was duidelijk te wijten aan slecht beleid van de vorige coalitie (CD&V en VLD) en zeker niet aan  het armoedebeleid van SPA-minister Ingrid Lieten die met miljoenen gooide naar lokale projecten.

Vandaar dat de schepen van armoede al eind 2013 triomfantelijk uitpakte met een heel ambitieus armoedebestrijdingplan met 185 (200? ) acties die in de periode 2013-2109 wel 30 (32?) miljoen mochten kosten.
En jawel hoor.
In 2014 zakte de K&G-indicator naar 15,9% en zelfs naar 12,9% in 2015.
“Het plan rendeert,” zo liet de schepen via WTV weten aan de bevolking.  En her en der (tot in het buitenland toe) werd hij gevraagd om zijn beleid uiteen te zetten.

Maar toen viel de eerste bom.
Een nieuwe K&G-index voor Kortrijk (gepubliceerd in juni 2017) inzake ‘kinderarmoede’ steeg van 12,9% (2015) naar 17,4 %.   Niet significant verschillend van de rampzalige 18% onder het vorige bestuur.
Via de plaatselijke media liet de schepen weten dat hij waarlijk heel verrast keek naar die forse stijging van de ‘kinderarmoede’.  “We gaan onmiddellijk contact zoeken met K&G om een “rekenkundige interpretatie” te doen van de cijfers,” (WTV 16 juni 2017).  Hij  zou ook (met een groep experten) de cijfers in detail analyseren en waar nodig het beleid bijsturen.  (HLN 17 juni 2017.)
Niets meer van gehoord.

Terwijl er intussen alweer een bom is gevallen.
Op 12 juni ll. kwam K&G op de proppen met een nieuwe kansarmoede-index, ook voor de deelgemeenten van Kortrijk.  In de periode 2015-2017 steeg het aantal kinderen tussen nul en drie jaar, levend in een kansarme gezinssituatie van Kortrijk-Stad van 24,0%  naar 25,4%.  Enkel in de deelgemeente Bissegem was er een (lichte) daling.

In “De Morgen” (13/06/2018) heeft schepen De Coene daar kwik op gereageerd.
(Wist hij al van die gegevens?)

Op een verrassende wijze die toch wel  – voor wie hem kent –  te verwachten viel.
–  Eerst schrijft hij dit: “In een gemeente waar de cijfers dalen, heeft het bestuur de neiging om zich op de borst te kloppen.  Stijgende cijfers dienen plaatselijk dan weer als munitie om er het bestuur het vuur mee aan de schenen te leggen.”
(Jawel. De schepen zelf heeft zich daar in het verleden duchtig aan bezondigd.)
–  Maar nu schrijft hij dadelijk hierna het volgende:  “De cijfers worden daarmee echter oneigenlijk gebruikt en dus niet waarvoor ze bedoeld zijn.”
– En hij vervolgt met een citaat:  “Kind en Gezin zelf laat gemeenten weten dat “de kansarmoede-index minder geschikt is om het succes van allerhande lokale inspanningen op korte termijn te  meten”.
( De tekst bij K&G is lichtjes verschillend: “…minder geschikt om het succes of falen van recente beleidsinspanningen aan te tonen.  De index is vooral  een signaalindicator  (…) dat er absoluut beleidsinspanningen nodig zijn.”)

“Anders gezegd  – zo vervolgt de schepen stellig –  er is geen oorzakelijk verband tussen de jaarlijkse index en de lokale inspanningen (of het gebrek eraan).”
De schepen roept bij deze vaststelling de hulp in van de onvermijdelijke armoededeskundige en bevriende Wim Van Lancker die al bij de lancering van de index in 2017 (??) tweette:  “Als de nieuwe armoede-cijfers iets duidelijk maken, dan wel dat ze ongeschikt zijn om het effect van lokaal beleid te meten.”
(De prof haat zowat Liesbeth Homans:  ” Met dit regeringsbeleid kan men geen daling verwachten.” (DM van 13/06/2018.)

Anderzijds is schepen De Coene toch van oordeel dat de cijfers van K&G wel degelijk (potentiële) gebruikswaarde hebben.  Maar dan moeten gemeenten weten welke mensen (gezinnen) achter die cijfers schuilen.  Hij doet een oproep aan K&G: “Laat het ons, met hun toestemming weten.”
Vandaar ook de titel van zijn stuk in DM:  “Geef ons de mensen achter de armoedecijfers.”
(Wat met het beroepsgeheim bij K&G??)

(Wordt vervolgd.)

Recente kansarmoedecijfers voor Kortrijk en de deelgemeenten (2)

Op 12 juni publiceerde “Kind en Gezin” opnieuw zijn kansarmoedecijfers voor alle Vlaamse gemeenten en bepaalde gebieden.
Laten we wat ingaan op de betekenis van die cijfers en hoe men daartoe komt.
(Er bestaan daar heel wat misverstanden over.)

Wat is kansarmoede?
Niet te verwarren met het begrip ‘armoede ‘op zichzelf.
Bij armoede is enkel het financiële tekort benadrukt.  Het beschikbaar inkomen (van het huishouden) ligt dusdanig laag dat men niet meer in staat is om met dat bedrag te voorzien in de meest elementaire behoeften.  (Een alleenstaande bijv. die netto per maand moet leven van 1.139 euro verkeert in ‘monetaire risico-armoede’.)
Bij kansarmoede gaat het om een multi-aspectuele armoede-situatie.
Naast een relatief laag inkomen wordt deze armoede gekenmerkt dan door een veralgemeende achterstelling of zelfs uitsluiting op het vlak van opleiding en vorming, huisvesting, welzijn en gezondheid, vrijetijdsbesteding en cultuur, politieke en sociale zeggingskracht.
“Kind en Gezin” omschrijft kansarmoede dus als volgt:
“Kansarmoede is een toestand waarbij mensen beknot worden in hun kansen om voldoende deel te hebben aan maatschappelijk hoogwaardige goederen  (zoals onderwijs, arbeid, huisvesting).  Het gaat daarbij niet om een eenmalig feit, maar om een duurzame toestand op verschillende terreinen, zowel materiële als immateriële.”

Hoe wordt geregistreerd of een kind in kansarmoede leeft?
Tijdens hun contacten gaan de regioteamleden van “Kind en Gezin” (verpleegkundigen en gezinsondersteuners) na of er signalen zijn van kansarmoede.
De registratie gebeurt normaliter eenmalig en doorgaans de eerste maanden na de geboorte.  Het is dus een momentopname die latere wijzigingen in de levensomstandigheden niet capteert.
De inschatting van kansarmoede gebeurt voor alle boorlingen waarmee K&G minstens één contact gehad heeft, dus – volgens K&G – voor meer dan 95 procent van de populatie. (Tja.)

Hoe wordt bepaald of een kind in kansarmoede leeft?
De regioteamleden van K&G toetsen elk gezin met een geboorte aan zes vooropgestelde criteria:
–  het beschikbaar maandinkomen van het gezin
–  de opleiding van de ouders
–  de arbeidssituatie van de ouders
–  de ontwikkeling van de kinderen (stimulatieniveau)
–  de huisvesting
–  de gezondheid
Per beleidsdomein wordt een ondergrens bepaald.  (Die we hier nu niet even niet opsommen want te ingewikkeld en ons niet concreet gekend.)
Wanneer nu de leefomstandigheden van een gezin op minstens 3 van de 6 criteria zich op of onder de ondergrens bevinden, dan spreken we over kansarmoede in het gezin.

Berekening van de kansarmoede-index.   
In een vorig stuk zagen we dat de index voor Kortrijk-stad gestegen is van  24,0% naar 25,4 %.  Hoe moeten we dat nu verstaan?
De kranten benadrukken dit te weinig:  het aangegeven indexcijfers slaat op een gemiddelde over een periode van drie jaar. Het Kortrijkse cijfer  van 25,4% slaat dus niet enkel op het jaar 2017, maar wel op de periode 2015-2017.
De kansarmoede-index van het jaar X  is het resultaat van een deling (maal 100).
In de teller staat het aantal kinderen geboren in het jaar X, X-1 en X-2 dat leeft in kansarmoede, en in de noemer het totaal aantal kinderen geboren in dezelfde drie jaren in  de betreffende gemeente of gebied.

Concreet.
Als de indicator van K&G voor Kortrijk-stad bijv. zegt dat die 25% bedraagt dan betekent dit dat in de stad 25 procent van de kinderen tussen 0 en 3 jaar leven in een kansarme situatie.

P.S.
In een volgend stuk gaan we in op de kwestie of de kansarmoede-index kan (mag) gebruikt worden om het succes of het falen van (lokaal) beleid te verklaren.
Voor onze schepen van armoede (de OCMW-voorzitter Philippe De Coene ) is dit een zeer prangende vraag.  Hij weet er geen weg mee.  (Wij ook niet.)

Recente kansarmoedecijfers voor Kortrijk en de deelgemeenten (1)

Het eerste cijfer slaat op het gemiddelde voor de periode 2015-2017.  Het tweede cijfer (tussen haakjes) gaat over het gemiddelde voor de periode 2014-1016.
Nog niet in veel kranten gelezen.
(Bron: Kind en Gezin.)

Kortrijk:  25,4%  (24,0%)
Aalbeke:  13,6  (12,9)
Bissegem:  10,9  (10,7)
Bellegem:  10,3  (12,7)  – een daling!
Marke:  9,2  (8,6)
Heule:  7,7  (6,4)
Rollegem:  7,1  (5,0)
Kooigem: te klein om te noteren.

P.S.
Enige toelichting volgt nog wel.

Drugbeleid in Kortrijk

In maart 2010 startte in Kortrijk een zogenaamde “antenne” van het Medisch Sociaal Opvangcentrum (MSOC) van Oostende,  (Er is nu ook zo’n antenne in Roeselare.)
Dat drugbeleid is niet zozeer onmiddellijk gericht op een doorgedreven ontwenningskuur maar zorgt wel voor een medische en sociale en psychologische ondersteuning van druggebruikers die om een of andere reden elders geen hulp (willen) vinden. Men doet aan “harm reduction”.
Het MSOC werkt daarbij samen met andere drughulpverlenende organisaties uit de provincie: vzw Kompas en De Sleutel.

In 2016 waren er in  95 cliënten “in begeleiding” in het MSOC Kortrijk. (Contactpunt in het voormalige Achturenhuis langs de spoorweg.)  Ongeveer 65% mannen en 15% vrouwen.  In 2017 waren er 102 cliënten.  Er is namelijk een intakestop.   (Waarom?)  Nieuwe dossiers worden verwezen naar Kompas of MSOC Oostende,
Hoofdproblematiek is heroïne, aangevuld met problematisch gebruik van alcohol en medicatie.
Vanuit de stad wordt tegenwoordig een budget van 16.825 euro ter beschikking gesteld op de rekening van het CAW ZWVL.  Er wordt nog altijd gewacht op een RIZIV erkenning…

Een sliert journalisten in het zog van Vincent Van Quickenborne

Vorige dinsdag 5 juni is Kortrijks burgemeester Van Quickenborne (VLD, – nu evenwel voor de gelegenheid lijsttrekker van een simpele kiesvereniging genaamd “Team Burgemeester”) naar Lyon getrokken om daar naar zelfrijdende stadsbusjes van de firma Navya te gaan kijken.
Als hij burgemeester blijft – zo laat hij uitschijnen – komt er een proefproject met dergelijke busjes tussen het station en Hoog-Kortrijk.

Dat zgn. “werkbezoek” (door Stad betaald?) is best puur en gewoon onomstotelijk te beschouwen als een opvallende actie in het kader van zijn persoonlijke kiescampagne voor de komende gemeenteraadsverkiezingen.  (Daar volgen er nog van! Wedden?)

Bewijs daarvan is het feit dat hij met dit zgn. werkbezoek (een vermomde verkiezingsstunt)  soloslim  heeft gespeeld door zich NIET te laten vergezellen door de echte schepen van mobiliteit in zijn huidige coalitie, met name SP.A-er Axel Weydts.  (De coalitie-partner is zeer waarschijnlijk niet helemaal opgezet met de éénmansactie van de burgemeester.)

Van Quickenborne is er wel in geslaagd om zich op de reis fysiek  te laten omringen door vertegenwoordigers van ALLE  lokale media.  Een ongeziene, letterlijk nu “embedded press” gezamenlijk op tocht zoals we nog nooit hebben meegemaakt in de politieke geschiedenis van Kortrijk.
Ze waren er allemaal:  Het Laatste Nieuws (Peter Lanssens),  Het Kortrijks Handelsblad (Axel Vandenheede),  Het Nieuwsblad (Kris Vanhee),  WTV (Kate Baert?)

INFLUENCERS

Enkelen van die inktkoelies ontpopten zich waarlijk als echte “influencers” ten dienste van Van Quickenborne.
Peter Lanssens achtte het niet alleen nodig om twee uitvoerige stukken te wijden aan de tocht naar Lyon (voor én na de reis), maar maakte zelfs nog op de dag zelf een gefilmd live-verslag op facebook.  Ook Axel Vandenheede vond het opportuun om er rechtstreeks over te berichten op FB.
De buitengewone hoeveelheid aandacht die zij tegenwoordig besteden aan de activiteiten van één politicus is een vorm van framing die ook journalistiek-deontologisch niet meer valt te verklaren.

We zouden nog twee dingen willen weten.
–  Heeft de redactie van die vier journalisten de reis bekostigd? (Toch niet de burgemeester zelf??)
–  Wat heeft Vincent Van Quickenborne aan zijn welwillend gezelschap nog zoal verteld als politiek relevante feiten gedurende die lange treinreis (7 uren heen en terug)?

Niet-Belgische Kortrijkzanen uitgenodigd om te gaan stemmen

In 2012 is dat eigenlijk ook min of meer gebeurd.  In deze zin althans dat alle kiesgerechtigden een brief kregen met informatie vanuit de Vlaamse administratie onder de vorm van een brochure van “vlaanderenkiest.be”.
Voor de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober zullen 4500 Kortrijkse kiesgerechtigde niet-Belgische Eu en niet EU-kiezers van de waarnemend stadssecretaris persoonlijk een “neutrale” brief krijgen  waarbij zij uitgenodigd worden op een infomoment over het belang om te gaan stemmen en over de manier waarop zij zich kunnen registreren.
Die vergadering gaat door op maandag 14 juni om 18u30 in de Zonnewijzer.
(Eens geregistreerd kunnen geïnteresseerden op 22 september om 14u30 terecht in het Dakcafé van het stadhuis om te gaan oefenen met een stemcomputer.)

Volgens burgerzaken zijn  er hier 1810 EU-burgers en 2680 Niet EU burgers met stemrecht.  Om dit kiesrecht te kunnen uitoefenen moeten niet-Belgen evenwel voldoen aan een aantal voorwaarden en enkele formaliteiten vervullen.
Zij moeten bijv. nog voor 1 augustus uitdrukkelijk vragen aan het gemeentebestuur om te worden ingeschreven op de kiezerslijst.  Niet Europese kiezers moeten ook minstens vijf jaar wettelijk en ononderbroken hun verblijfplaats in België hebben.

Bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen van 2012 lieten er zich ter stede slechts 255 burgers registreren.  En in 2006 nog minder:  93.
Voor de verkiezingen van dit jaar zijn de grootste groepen van stemgerechtigden uit de EU:  Fransen, Nederlanders, Polen, Roemenen en Spanjaarden.  Niet-EU: Afghanen, Armeniërs, Marokkanen, Somaliërs, Syriërs en personen uit de voormalige Russische federatie.

Naschrift bij het “recht van anwoord” van Filip Canfyn (3)

In zijn brief van 31 mei (‘recht van antwoord’) steekt architect-ingenieur Filip Canfyn waarlijk sterk van wal.
Hij vindt dat ik in mijn stuk (van 24 mei) over de Bouwmeesterfilm en zijn bijdrage daarin “de bal zwaar mis sla”.
We gaan deze uitlating maar eens beschouwen als een stilistische hyperbool die wel een beetje inherent is aan de doorgaans nogal barokke schrijfstijl van de auteur.
Niet al te letterlijk op te nemen dus.
Want de heer Canfyn heeft factueel slechts één (niet essentiële) fout ontdekt in mijn reportage over die debatavond.  (Niet over de film.)  We schreven dat hij in 2011 ontslag nam als directeur stadsplanning en -ontwikkeling in Kortrijk, terwijl dat volgens hem gebeurde in het jaar 2013.

Ons stuk had het uiteindelijk enkel en alleen over één erg storende en niet te verstane gebeurtenis (een incident) op een Kortrijkse debatavond waarbij Vlaams Bouwmeester middels een film ” Plannen voor Plaats ” de grote lijnen van zijn meerjarenplan voorstelde.  In die documentaire kwam Kortrijk zelfs uitvoerig aan bod.
De landelijke filmvoorstellingen en de bijhorende nabesprekingen beogen overal  overduidelijk dat de kijkers  van de gemeenten waar de evenementen doorgaan daadwerkelijk worden betrokken bij de ‘denkoefening’.

Hier in Kortrijk is het seriële debat door de organisator ‘Vorming Plus’ van Kortrijk uitdrukkelijk gesteld in het teken van de komende gemeenteraadsverkiezingen. Uitdrukkelijk.
Hoe kan men dat beter doen dan door in te gaan op facetten van de plaatselijke of regionale ruimtelijke ordening, de successen en de mislukkingen, afgemeten aan de aanbevelingen van de Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck?

Zo hadden we bijv.  als meer gevoelige Kortrijkzaan persoonlijk wel eens willen weten wat gastspreker Filip Canfyn zoal kon denken (of dacht)  over het belangrijke Kortrijkse “pars pro toto”-geval van de grootscheepse verkaveling genaamd “Langwater”,  in verhouding tot de “betonstop”.
Maar dat kon dus niet. (” Ter Biest” nog daargelaten… De doortrekking van de Ringlaan . De overkapping dan.)

Canfyn liet al  meteen horen dat hij op geen enkele  wijze zou antwoorden op verwijzingen naar Kortrijkse stedenbouwkundige toestanden of gebeurtenissen.
Hij was dus beter thuis gebleven.  En wij ook.  (Weigert hij in andere gemeenten ook te spreken over plaatselijke feiten?)

In zijn “recht van  antwoord” verdedigt hij zijn houding op een wijze die ons helemaal niet kan bekoren.
Hij poneert:
“Mijn wereld is groter dan Kortrijk en ik heb geen enkele ambitie om te schoonmoederen. ”  (…) “Het is mijn taak om de thematiek en het discours open te breken, en ruimer te maken dan de eigen Kortrijkse achtertuin.”
Jawel, beste Filip Canfyn.
Maar we moeten toch ergens met een geval (pars pro toto) beginnen? (En dan toch niet in Ooigem, zoals in die gespreksavond in de Budascoop?)

Verder geeft Canfyn aan dat hij het in zijn schrijfsels nooit heeft over Kortrijk, behoudens twee uitzonderingen.  “Ik heb Kortrijk als pars pro toto genomen toen  ik het eens over de façaditis en over de K had.  That’s all.”

That’s all?
We herinneren ons een zeer fascinerend stuk over spannende verhoudingen  tussen Bernardo  Seccchi (ontwerper van de Grote Markt en de begraafplaats op Hoog Kortrijk),  zijn ‘kompane’ Paola Vigano en anderzijds Eduardo Souto De Moura (ontwerper van het crematorium ‘Uitzicht’),  plus waarlijk nog… broer Bart Canfyn en Filip Canfyn zelf.
Die stukken zijn dusdanig de moeite waard (soms dodelijk) dat we er nog willen op terugkomen .
En het boek “Wonen voor 200.000 euro all-in “ gaat toch alleszins tevens indirect ook over Kortrijkse problematiek?

P.S.
Canfyn heeft hierin gelijk.
Ik mag niet impliciet insinueren dat hij behoort tot het clubje van megalomane, meesmuilende architecten-urbanisten, werkzaam in Vlaanderen.  Ja, hij is daar echt te dissident voor.

 

Een brief van Filip Canfyn behandeld als recht van antwoord (2)

Geachte Frans Lavaert,

Mijn respect voor een kritische stem en dus ook die van u is grenzeloos maar zo’n stem moet wel hout snijden. Uw stukje (van een week geleden) over de Bouwmeesterfilm en mijn bijdrage daarin slaat de bal nogal zwaar mis en daarom wil ik reageren.

Sinds ik geen directeur stadsplanning en -ontwikkeling van de Stad Kortrijk meer ben (dus sinds 2013 en niet 2011, zoals u beweert) heb ik nooit nog publieke uitspraken gedaan over wat dan ook in onze stad. Bewust. Mijn wereld is immers groter dan Kortrijk en ik heb geen enkele ambitie om te schoonmoederen. Kijk er mijn boeken, opiniestukken en bijna 150 columns op architectura.be maar op na: nooit gaat het over Kortrijk. Twee uitzonderingen: ik heb Kortrijk als pars pro toto genomen toen ik het eens over de façaditis en over de K had. That’s all.

Binnen die optiek werk ik momenteel ook met Vormingplus ‘achter de schermen’ aan hun programma rond de gemeenteraadsverkiezingen: het is mijn taak de thematiek en het discours open te breken en ruimer te maken dan de eigen Kortrijkse achtertuin omdat stedelijkheid Kortrijk overstijgt. Dat is mijn afspraak met Vormingplus: ik doe dit als ik maar geen gedachten over Kortrijk zelf moet spuien. Ik wil dit zo en niemand anders heeft mij daartoe gedwongen.

Mijn consequent gedrag moet dus niet verdacht gemaakt worden. U moet mij dus geen oneer aandoen, zonder respect voor mijn blijvende inzet pro ware stedelijkheid.

Ik apprecieer ook niet dat ik impliciet mag delen in uw insinuaties over megalomanie, meesmuilendheid en eigen-club-gedoe, die voor u de film samenvatten. Ik acht mezelf beter dan dat. Of behoort dat ook tot mijn zogenaamde dissidentie?

Ik zou het appreciëren dat u deze mail als een recht van antwoord behandelt.

Hoogachtend,

Filip Canfyn

Naschrift van Kortrijkwatcher komt nog…