24 kandidaten – één geslaagd

Kortrijk telt 5 gebiedswerkers, werkzaam in 14 deelgebieden.
Niemand die het heeft gemerkt, maar al sinds eind vorig jaar is er geen gebiedswerker meer aan het werk in bepaalde deelgebieden Kortrijk (west, oost, zuid en Kortrijk-Weide) plus Aalbeke en Rollegem.

Er was dus een plaats vacant.
Aan het toelatingsexamen deden er 24 kandidaten mee. Voor de tweede (mondelinge) proef bleven er nog 5 over.
Uiteindelijk is er daarvan één iemand geslaagd.  (Haar naam, e-mailadres en telefoon  staat nog altijd niet op de website van Stad.)

Vroeger waren die gebiedswerkers eigenlijk vooral bezig met de O.C’s.
Nu worden ze geacht de leefbaarheid van hun gebied te behouden of te versterken.  Hoe ze dat doen weet geen mens.  Ze hebben ook een detectiefunctie: zowel bedreigingen als opportuniteiten signaleren aan het stadsbestuur.

P.S.
Geachte Kortrijkse bewoner en lezer van deze krant.
–  Weet u wie uw gebiedswerker is?  Al gezien of gesproken?
–  Idem voor de ‘wijkagent’.

De meer subtiele Kortrijkse “embedded press”

Onze Kortrijkse lokale pers is ten opzichte van de besturende tripartite (die in de gemeenteraad intussen decretaal geen meerderheid meer heeft – dit ter info) vaak op een volstrekt beschamende wijze volkomen kritiekloos.  Of onbeschaamd?
Journalistiek totaal niet ambachtelijk. Niet prof !

Men overschrijft klakkeloos de (vele) persnota’s van het College van Burgemeester en Schepenen (CBS).   Men stelt geen vragen.  (Pers kan het trouwens niet aan.) 
En als de oppositie dan toch een enkele keer aan het woord komt, haalt men er zo haastig als mogelijk een wederwoord (repliek) bij vanuit het CBS.  Het omgekeerde gebeurt nooit.
In het verleden zijn er al veel zeer flagrante, zeg maar brutale gevallen (berichten) kond gedaan waarbij de zowel de printpers als WTV het lieten  afweten om enigszins de nodige objectiviteit en pure feitelijkheid te bewaren.
Het probleem is dat (mede daarom) de modale Kortrijkenaar dat niet eens weet.

We vergeten bijv.  nooit hoe een plaatselijke persjongen het waarlijk bestond om een lovend ‘woord vooraf’ te schrijven voor het jaarverslag en de rekening  van een gemeentebedrijf,  met name Parko.  Een onwaarschijnlijk, uniek gebeuren in alle gemeenten van het Vlaamse land.

De lokale Kortrijkse pers is ook meesterlijk in het verzwijgen van feiten die de reputatie van de tripartite zou kunnen in een minder gunstig daglicht stellen.
Lezer.  Denk nu niet per se aan die onverwachte meerkosten voor het nieuwe politiekantoor, want u weet daar niets over.

Een zeer tekenend en recent voorval is het feit dat geen enkele lokale krant (geen enkele!) aandacht heeft geschonken aan de heel sluikse kuiperijen van het CBS (en het OCMW) om een nieuwe stadssecretaris (algemeen directeur) en stadsontvanger (financieel directeur)in onze stad  te kunnen aanstellen.  (Over het aantal topambtenaren die ons onder dit bewind hebben verlaten lezen we ook niets.) 

Maar dat de Kortrijkse pers zich  “embedded” gedraagt kan ook op een heel subtiele manier tot uiting komen.
Een geslaagd voorbeeld daarvan vinden we nu alweer in de regionale bladzijde (genaamd “Leiestreek”) van “Het Laatste Nieuws” van 20 april laatstleden.

Daarin staat een verslag over het nieuws dat Vincent Van Quickenborne (VLD) zichzelf wil opvolgen als Kortrijks burgemeester.  Daarbij wordt nog gemeld dat hij in de volgende zes jaar “niet beschikbaar” zal zijn om bijvoorbeeld minister te worden.  (Maakte hij nog wel een kans?)
En nu komt dat subtiele, kurkdroge en prompte zinnetje van de verslaggever Peter Lanssens.
“Parlementair worden kan wel.  Dat is combineerbaar met het burgemeesterschap”. 
De dienstdoende reporter schrijft dus niet:  “Volgens burgemeester Van Quickenborne is een parlementair mandaat combineerbaar met het burgemeesterschap.”
Aldus krijgt de uitlating “dat is combineerbaar met  het burgemeesterschap” voor de argeloze lezer van die krant het karakter van een axioma.   Een postulaat in de krant dat zo duidelijk is, zo vanzelfsprekend  dat  het geeneens een bewijs behoeft.  Noch voor de lezer van de gazette en noch voor de journalist in kwestie.  (Dat laatste is nog het ergste.)

Van Quickenborne maakte het nieuws bekend aan de Leieboorden op donderdagmiddag 19 april.  Op dat ogenblik was er een belangrijke plenaire zitting (met stemmingen) in de Kamer aan de gang.
Als parlementariër moest Van Quickenborne natuurlijk daar aanwezig zijn, en niet aan de Leieboorden..
Het kwam evenwel bij geen enkele journalist op om de burgemeester ter plekke te wijzen op het feit dat hij in Brussel moest zijn.

In “Het Laatste Nieuws” noteert de journalist ook nog zonder enige bedenking of vraag dat de functies van burgemeester en Kamerlid nuttig zijn om “goede contacten in Brussel” te behouden.  Ten bate van de Stad.
Zo zegt de burgemeester dat hij op die manier vele miljoenen euro’s voor projecten naar Kortrijk kon halen,  zoals voor de vernieuwing van de stationsbuurt.
We kunnen hier nu niet in detail ingaan op dat ene voorbeeld.   Laat ons enkel dit zeggen.  Met het project ‘stationsbuurt’ zijn al vele jaren zes partners begaan, waarvan twee federaal: de NMBS en Infrabel.  Bij de NMBS zijn intussen al signalen te horen dat er géén gloednieuw station komt.  Het wordt hoogstens “vernieuwd”.

Overigens is voor de subsidiëring van stadsprojecten praktisch altijd het Vlaams Gewest bevoegd. Van Quickenborne zou dus wellicht beter lid worden van het Vlaams Parlement.
En zelfs dat is niet echt nodig.
Wie iets afweet van praktische politiek weet dat het binnen halen van subsidies wel eens afhangt van de vraag of de bevoegde minister een partijgenoot is van de burgemeester.  Ook is het van groot belang dat het goed klikt tussen ambtenaren (kabinetsmedewerkers) van de subsidiërende overheid en de stadsambtenaren die bezig zijn met het dossier.

P.S.
Onze senior-writer beweert op basis van zijn levendige ervaringen dat de combinatie van het burgemeesterschap van een centrumstad met een parlementair mandaat fysiek, mentaal en cognitief onhoudbaar is.

Zijn onze raadsleden onderbetaald? (slotbeschouwing) (5)

De kwestie kwam aan de orde middels een parlementaire vraag van federaal parlementslid en burgemeester Vincent Van Quickenborne.  Daaruit bleek dat hij de belasting op presentiegeld (37%) wou afschaffen door bijvoorbeeld  die zitpenningen fiscaal te beschouwen als onkostenvergoedingen.

Momenteel kan een raadslid per vergadering bruto maximaal 209 euro opstrijken maar netto wordt dit ‘slechts’ 123 euro.  (We laten hierbij de mogelijke kostenvergoedingen en cumulaties buiten beschouwing. )

In Kortrijk komt dit neer op 246 euro netto voor een gemiddelde van laat ons zeggen 4 uur gemeenteraad en een half uur commissievergaderingen.  Dat levert dan zowat 55 euro netto op per uur.
Het is geen hongerloon.
Zeker niet als we zien hoeveel raadsleden (in Kortrijk dan, – maar mogelijk ook elders) in de zittingen druk bezig zijn  op hun smartphone of laptop.
(Er is hier nu zelfs een fractieleider van een meerderheidspartij die constant aan het tokkelen is op zijn GSM en gewoon niet meer opkijkt.)  Dit soort lieden verdient letterlijk geen eurocent.  Ze zouden zich beter niet meer vertonen als ze enkel maar komen om de zitpenning te incasseren.  Vooral: niet meer opkomen bij de volgende verkiezingen.

In vorige stukken leerden we dat een raadslid dat zijn plichten wil vervullen nog heel wat tijd kan besteden aan de voorbereidingen van een gemeenteraad.  Aan het opdoen van de nodige algemene politieke kennis over diverse beleidsdomeinen.
Moeilijk te bepalen om hoeveel uren dat gaat.  Die tijdsbesteding schommelt ook van maand tot maand.
De jarenlange ervaring van onze toch beslagen gemeenteraadwatcher leert dat de gemiddelde werklast van een goed (hard) werkend raadslid gemakkelijk gemiddeld 14 uur per week kan bedragen.  Maar hoeveel van dit soort ‘goed werkende’ raadsleden zijn er in uw gemeente?  (Voor Kortrijk schatten we het aantal op ongeveer 10.  We zijn mild: 1 op 3.)

Na een aantal recente schandalige vormen van graaicultuur bij politici in bepaalde gemeenten ligt een mogelijke opslag (of onbelastbaarheid) van zitpenningen  tegenwoordig bijzonder gevoelig bij de publieke opinie.
Volgens ‘Het Laatste Nieuws’ (6 april) durft zelfs Van Quickenborne zijn idee niet al te luid meer rondbazuinen.  En nog volgens de krant was de VLD-nationaal niet al te zeer opgezet met het voorstel van de Kortrijkse partijgenoot.  Men bestempelde het als “een gedachte-experiment”. (Ook Jong-VLD is tegen.)

Het pleidooi van Van Quickenborne voor een verhoging van de vergoeding voor raadsleden kon wel op steun rekenen van enkele collega’s-burgemeester.  Bijv. ook van de Gentse burgemeester Termont.  (Wil die daarmee zijn eigen forse verloningen voor zijn vele mandaten indirect goed praten??)
Zelfs bestuurskundigen pleiten voor een opwaardering van de vergoedingen.
“Geef ze loon naar werken,” zegt bijv. prof. Herwig Reynaert (Ugent).  Ik vermoed dat hij concreet (in werkelijkheid) nog niet veel raadsleden “aan het werk” heeft gezien…

In vergelijking met de buurlanden zijn onze raadsleden niet eens zo slecht betaald.
– In Frankrijk verdienen raadsleden in gemeenten met minder dan 100.000 inwoners gewoon niets.  Elders 228 euro per maand. (Maar in de drie grote steden wel véél meer.)
– In Duitsland zijn de betaalsystemen per deelstaat zeer  verschillend.  Maar toch weer niet opmerkelijk hoog: van 99 tot 266 euro per maand.
– In Engeland schommelt de “basic allowance” tussen 227 en 2.270 euro.
– In Nederland is de vergoeding per maand afhankelijk van het inwonersaantal.
Vanaf 40.000 inwoners wel al meer dan 1.000 euro en dat kan oplopen tot 2.352 in steden zoals Amsterdam.  Maar in dat land wordt ook meer vergaderd.  En nog wel overdag ook.

Civil servant
Tijd om te besluiten.
Laat ons het begrip “LANDSDIENAAR”  weer invoeren.
Een raadslid zou zijn mandaat als geweldig eervol kunnen beschouwen en de uitoefening  ervan niet als een werklast aanzien.
Gewoon tevreden zijn met de huidig geldende  tarieven voor de zitpenningen en de  onkostenvergoedingen.
Gewoon zijn werk graag doen.

Zijn onze raadsleden onderbetaald? (4)

In het vorige stuk hadden we het over enkele  essentiële documenten die een raadslid wel moet inkijken als directe voorbereiding van een gemeenteraad.  Daarvoor dienen de presentiegelden.
Maar een goed raadslid wil ook wat algemene stielkennis opdoen.
Daarvoor is nogal wat lectuur onvermijdelijk.

Over de werking en de bevoegdheden van een gemeenteraad, natuurlijk.
Doorploeg dus alleszins het nieuwe Vlaams Decreet “lokaal bestuur”.
Het is tevens geboden om een en ander te weten over gemeentefinanciën,  over de nieuwe beheers- en beleidscyclus (BBC), de milieuwetgeving, cultuurbeleid, en andere beleidsdomeinen.
Daarvoor zijn handige ‘gemeentelijke zakboekjes’ van de uitgeverij Kluwer heel geschikt.  Of men kan vormingssessies bijwonen.

Veel valt evenwel eenvoudig en gratis te vernemen via het internet.
Onmisbaar is bijvoorbeeld de website van de VVSG, de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten.  (Ook het ledenblad “Lokaal” is verplichte lectuur.)
Nog onmisbaar is de website (inclusief de nieuwsbrief) van het Agentschap Binnenlands Bestuur.

PR.
Ja, na al dat thuiswerk wacht een raadslid nog allerhande taken buitenhuis….
(Sommigen doen eigenlijk maar alleen maar dat.)
Recepties en vergaderingen aflopen. (Wijk)feesten, kermissen, begrafenissen, openingen, kaartingen, enz.  Huisbezoeken  en kroegtochten.
Jammer maar waar.
Zonder continue aanwezigheidspolitiek in ‘de publiek ruimte’ staat een kandidaat-raadslid bij de verkiezingen nergens, hoe gedegen zijn dossierkennis ook is.

P.S.
in een volgend slotartlkel beantwoorden we eindelijk de vraag of een raadslid onderbetaald  is.

Zijn onze raadsleden onderbetaald? (3)

Pas verkozen raadsleden moeten bij het begin van de legislatuur zweren dat zij de verplichtingen van hun mandaat trouw zullen nakomen.

Zij moeten dus minstens de gemeenteraden en commissies (aandachtig) bijwonen ten einde de beleidsdaden van het schepencollege te controleren en als ze nog wat meer in hun mars hebben kunnen zij daarbij tevens alternatieven of voorstellen formuleren. Vragen (interpellaties) of amendementen, moties  en agendapunten indienen.
Daarvoor is wel enige stielkennis nodig en zowel in steden als in (kleine) gemeenten beseffen veel raadsleden geeneens wat voor werklast dit kan meebrengen.
We geven een overzicht van de essentiële taken die een raadslid  te wachten staan.
1.
Ter voorbereiding van een gemeenteraad  dient men natuurlijk de nodige documenten te lezen.  Minimaal de zgn. ‘memorie van toelichting’  bij de agendapunten, en als men werkelijk helemaal beslagen op het ijs wil komen dient men natuurlijk alle dossiers te doorploegen.
(In papieren vorm is dit in Kortrijk een stapel van minstens 20 cm hoog.  Zeg maar 30 cm.   Eén keer een halve meter. Vroeger wisten vele raadsleden alhier die dossiers in het stadhuis niet eens liggen, nu krijgen ze die meestal via internet elektronisch thuis bezorgd, – maar hoeveel raadsleden lezen die?)
Wie hierbij niet wil uit de lucht vallen bij collega’s , wacht best niet passief op een mogelijke fractievergadering of een raadscommissie.
Ter info.  De maanden november-december en mei zijn traditioneel heel druk want dan krijgen de raadsleden de budgetten (begrotingen) en jaarrekeningen van de gemeente en diverse  andere instellingen (gemeentelijke vzw’s, autonome gemeentelijke bedrijven, intercommunales) op de schoot  geworpen.
Dat zijn pakken hoor!  (Uw mandatarissen mag u in die periodes niet al te vaak in de kroeg zien.)
2.
Raadsleden die hun “plichten trouw willen nakomen” lezen ook wekelijks de notulen van het College van Burgemeester en Schepenen.  Onmisbaar als men het (toekomstig) beleid wil kennen.  (In Kortrijk gaat het vaak om méér daar 300 bladzijden, soms een keer bijna 500.)
3.
Ook de website van de gemeente dient men heel regelmatig te raadplegen om te weten wat er zoal gebeurt.  (Men kan er wel eens de toekomstige agenda van het Schepencollege raadplegen.  Goed om te kunnen anticiperen op toekomstig beleid.)
4.
Tevens is het heel geraadzaam om dagelijks de lokale pers te volgen.
Het komt voor – alleszins in Kortrijk – dat die media eerder dan de raadsleden op de hoogte zijn van wat het Schepencollege aan het bekokstoven is.

P.S
In een volgend stuk de meer facultatieve taken van een gemeenteraadslid.
Maar ook niet te veronachtzamen.

Zijn onze raadsleden onderbetaald? (2)

Laat het ons eerst even bij Kortrijk houden.
Raadsleden krijgen – bruto en afgerond – momenteel (index!) –  per zitting 209 euro presentiegelden.  Netto komt dit neer op 132 euro want er is alhier een bedrijfsvoorheffing afgehouden van 37,30 procent.  In principe zijn er in onze stad 12 (twee in december, géén in augustus) raadszittingen per jaar.

Dat levert een netto-vergoeding op van 1.548 euro over het jaar heen.  Per zitting maakt dat 129 euro.  Ja.
Hoeveel is dat dan per uur?  Moeilijk te bepalen.
Een Kortrijkse gemeenteraad kan van 3 tot 3,5  en soms 5 uur lang duren.  Laat ons een gemiddelde nemen van 3,5 uur.  Dan hebben de raadsleden per uur gemeenteraad bijna 37 euro netto “verdiend”. (1.548 euro gedeeld door 42 uur.)
Echt veel is dat nu misschien niet, maar het is ook niet héél weinig.

Men moet daarbij ook eens iets in acht neemt dat in de pers  nooit ter sprake komt:  het ronduit onbetamelijk gedrag van bepaalde raadsleden tijdens de vergadering.
Een groot aantal raadsleden (Kortrijkwatcher kent ze allemaal bij naam!) zit zich ter zitting zichtbaar stierlijk te vervelen.   Dat aantal verstaat er ook niks van wat er ter sprake komt.
Ze komen ook nooit tussen.  Sommigen – en niet zo weinigen –  bedachten daar de voorbije jaren steeds betere ingenieuze oplossingen voor om die tergend lange uren door te komen.  (Vroeger lazen ze de krant!)
Men zit te tokkelen op het internet (e-mails, facebook, twitter, google, en zelfs games, of voetbal) of men is quasi doorlopend onledig bezig op de eigen smartphone (GSM, app’s).  Ze maken bijwijlen zelfs  foto’s om op FB te plaatsen.
Enkelen verrichten continu BEROEPSHALVE persoonlijk (thuis)werk en kijken zelfs niet eens op.
(Onze gemeenteraadwatcher maakte het zelfs mee dat een raadslid niet had gemerkt dat de zitting ten einde liep.  Hij bleef maar voort tokkelen, hoofd in de schoot.)

Er is nog een vergoeding die we hier niet mogen vergeten.
Kortrijkse raadsleden krijgen tevens zitpenningen als ze de zgn. voorbereidende maandelijkse raadscommissievergadering bijwonen waarvan ze lid zijn.  Die vergoeding bedraagt ook weer netto 132 euro.  Maar zo’n commissie duurt normaliter hoogstens een half uur, soms slecht tien minuten.  (Geen Kortrijkzaan weet dit, laat staan een journalist.)

Hypothese.
Stel dat er jaarlijks 11 raadscommissies zijn van telkens gemiddeld een half uur.
Per jaar vergadert men dan vijf en een half uur in het totaal.
Die 11 vergaderingen leveren 1.452 euro netto op.
De netto-vergoeding per vergadering bedraagt  132 euro.
Hoeveel is dat dan per uur als er per jaar 5,5 uur is vergaderd?  We durven het bijna  niet zeggen.  264 euro.  (1.452 gedeeld door 5,5.)

BESLUIT
We kunnen er redelijk van uitgaan dat een Kortrijks raadslid per uur zitting in de gemeenteraad netto 37 euro incasseert en in de raadscommissie 264 euro.

Is dat veel of is dat weinig?  Wordt vervolgd…

N.B.
In de vaststellingen hierboven is geen rekening gehouden met het feit dat Kortrijkse raadsleden althans volgens het huishoudelijk reglement nog genieten van andere vergoedingen en ‘faciliteiten’.  De bezoldigingen uit mogelijke cumulaties lieten we gemakshalve terzijde.

Zijn onze raadsleden onderbetaald? (1)

Onze burgemeester Vincent Van Quickenborne (VLD) vindt dat blijkbaar wel.
Men kan dat afleiden uit een schriftelijke vraag die hij als parlementariër op 6 februari stelde aan de Johan Van Overtveld, minister van Financiën.
De vraag (nog altijd niet beantwoord) luidde als volgt:

“De gemeenteraadsleden ontvangen voor hun aanwezigheden in de gemeenteraad persentiegeld per zitting. Dat presentiegeld behoort tot de baten en moet met fiche 281.30 vermeld worden.  Er wordt bedrijfsvoorheffing op ingehouden die in de aangifte samen met het inkomen in het vak van de baten vermeld moet worden.
De nettobedragen zijn relatief laag (minder dan 90 euro netto) en kunnen volgens sommigen gezien worden als onkostenvergoeding gelet op de onkosten die raadsleden maken (verplaatsingen, bureaumateriaal, communicatiekosten, steun, enz.) 

1.Wat is de totaalopbrengst van de belastingen uit inkomsten of presentiegelden voor de jongste vijf jaren?  2. Acht u het opportuun om dit fiscaal te zien als een onkostenvergoeding in plaats van als een baat?”

De vraagsteller vergeet hierbij toch wel een paar zaken.
*  Een raadlid kan ook de kosten inbrengen die het maakt voor de uitoefening van het mandaat.  (Een wettelijk forfait of een bewijs van de werkelijke kosten. )
*  Hoewel presentiegelden een zelfstandig inkomen zijn, hoeft men er geen sociale bijdragen op te betalen.
*   In veel gemeenten ontvangen raadsleden  bovenop het presentiegeld nog allerhande onkostenvergoedingen  en ‘faciliteiten’.  In Kortrijk bijvoorbeeld voor bepaalde reiskosten, internet, aankoop van desktop, laptop of ander ‘portable devices’, vorming.  Men kan ook briefpapier krijgen, een e-mailadres, inzage in krantenknipsels, parkeertickets (Schouwburg), een ongevallenverzekering en een verzekering voor beroepsaansprakelijkheden.  Voor de werking van de fractie in haar geheel is er ook een toelage voorzien.
*  Hoe de vraagsteller aan dat netto-inkomen van minder dan 90 euro komt is ons een raadsel.   De gemeenteraad bepaalt zelf de hoogte van de presentiegelden, momenteel met een minimum van 47,81 euro en een maximum van 209,14 euro, bruto.   Normaliter kiest men voor het maximale bedrag.  Als we daar 37% belasting van aftrekken  blijft daar netto 131,83 euro van over.
*  Een gemeenteraadslid cumuleert  nogal eens een aantal andere mandaten waarvoor hij wordt vergoed.

Voetnoot
De ingehouden bedrijfsvoorheffing hangt af van de hoogte van de vergoeding.
Tot minder dan 500 euro:  27,25 %.  Van 500 tot 650 euro:  32,30%.  Hoger dan 650 euro (wat toch overal het geval is?-zeker in Kortrijk): een afhouding van 37,30%.   

(Wordt vervolgd.)

Premie herbruikbare luiers kent geen succes (meer)

Al sinds 2004 subsidieert Stad de aankoop van (katoenen) herbruikbare luiers.
De premie bedraagt maximum 100 euro als men een aankoop van minstens 150 euro van die luiers kan bewijzen. (Zie aanvraagformulier op de website van Stad.)
De subsidie wordt slechts éénmaal per kind jonger dan drie jaar toegekend.

Misschien is er bij onze archivaris iets ontgaan maar voor zover hij weet is er dit jaar nog maar één aanvraag voor zo’n premie ingediend.  (Voor incontinentie materiaal bestaat een gelijkaardige premie maar die is blijkbaar nog nooit opgevraagd.)
Volgens OVAM bestaat het huishoudelijk afval voor 8,5 procent uit wegwerpluiers en incontinentiemateriaal.  (Stad houdt het bij 9,5 procent.)
Dat zou voor Kortrijk 910 ton betekenen…
Een kind zou binnen de luierperiode van 2,5 jaar zowat één ton aan wegwerpluiers produceren voor de afvalberg.  Kan er ons dat iemand bevestigen?  Een ervaringsdeskundige?

Weerom goed nieuws: Stad betaalt de CurieuzeNeuzen !

CurieuzeNeuzen Vlaanderen is een zgn.  wetenschappelijk onderzoek waarbij men aan de bevolking (20.000 gezinnen, verenigingen, bedrijven en scholen) vraagt om de luchtkwaliteit te meten.
De meetopstelling aan een raam gebeurt in de volledige maand mei en beoogt de concentratie van stikstofdioxide.  (Beschouw het maar als een aanval op diesel.)
De geselecteerden dienen  wel 10 euro te betalen.  Maar de geselecteerde  inwoners van Kortrijk hoeven dit bedrag niet op zich te nemen.  Stad betaalt!
Er zijn momenteel zowat 450 inschrijvingen voor de stad.
Daarvan kunnen er 250 locaties in aanmerking komen.  Zegt men.

“Als burgemeester kan ik een betere papa zijn”

Dat is de kop boven het dubbelinterview met Gwendolyn Rutten en Vincent Van Quickenborne, verschenen in  “De Krant van West-Vlaanderen” van 19 januari.

De vraag was: “Bent u een goede vader, meneer Van Quickenborne?”
Het antwoord:
“Als burgemeester meer dan als staatssecretaris of minister, denk ik. ”
En hij bedoelt daarmee dat hij met een uitvoerend mandaat op nationaal vlak nauwelijks zijn dochter nog kan zien.  In bed stoppen.

Wedervraag dan:  “Dus u blijft burgemeester?”
Antwoord:  “Nogmaals, ik beslis pas later. Maar het speelt mee in mijn overweging.”

Nog een ander vraag luidde:  “Wij hebben gehoord dat u straks voorzitter zou willen worden van Open VlD.”
Antwoord:  “Ik ben daar nog niet mee bezig.  Dat is pas in 2020.”

Te voren kwam het dilemma al ter sprake:
“Kun je het burgemeesterschap combineren met andere mandaten? (…)We kunnen ons voorstellen dat een centrumstad zwaarder doorweegt.”
Het ultieme antwoord:
“Een parlementslid dat kan steunen op lokale ervaring zet makkelijker dingen in beweging. Als ik spreek over armoede, weet ik waarover ik het heb omdat ik het in mijn eigen stad zie en probeer aan te pakken. Omgekeerd geloof ik dat ik een betere burgemeester ben doordat ik nationaal actief ben. Ik heb veel ervaring en veel contacten.  Wanneer ik voor mijn streek en mijn stad iets wil doen, heb ik maar één telefoontje nodig.”

En nu komt het.
“MIJN LEVEN IS INTERESSANTER DOORDAT IK DE BEIDE KAN COMBINEREN.  IK ZOU HET MOEILIJK HEBBEN OM EEN VAN DE TWEE TE MISSEN.”