Kansarme buurten in Kortrijk (3)

De Kansarmoede-atlas 2017 van de provincie constateert  in Kortrijk  op basis van een aantal  indicatoren 11 kansarme buurten.  Het lijstje stond in een vorige editie van deze krant.
In vergelijking met andere gemeenten in West-Vlaanderen is dat heel veel.
We bekleden de tweede plaats na Oostende dat er 20 telt.  In de andere centrumsteden Roeselare en Brugge gaat het resp.  om 9 en 8 buurten.
De 11 buurten van Kortrijk tellen samen 12.624 inwoners oftewel  16,6 procent van het totaal aantal Kortrijkzanen.  Aantal huishoudens: 6.323  (19,2 procent).

De drempelwaarde voor de dimensie “demografie” wordt evenwel in 16 buurten overschreden.
Indicatoren zijn hier het aantal eenoudergezinnen (258=20%), alleenstaanden  (3.215=50%) en gescheiden 60-plussers (570=17%) .
Zoals eerder al gezegd is  het voor deze en andere dimensies aan de hand van de bijgaande hyperkleine kaartjes niet echt mogelijk om precies te zeggen om welke buurten het gaat.  Ze worden ook niet met naam opgesomd.  (Het stadsbestuur of raadsleden  zouden dit kunnen opvragen. )
Andere grotere gemeenten die deze drempelwaarde overschrijden zijn Brugge, Roeselare en Ieper.

De dimensie “huisvesting”  omvat als indicatoren het aantal huurders en de woonstabiliteit.
Hier scoren 15 buurten niet al te best maar we blijven hier wel onder het gemiddelde van de grotere gemeenten.
Aantal huurders tussen 35en 59 jaar in die buurten: 1.406=55%.  Huurders 60+: 1.129=49%.  Woonstabiliteit: 941=14%.

Voor de dimensie “onderwijs” gebruikt men als indicator het aantal leerlingen in het basis- en secundair onderwijs met schoolse vertraging en het aantal leerlingen in het buitengewoon onderwijs.
Kortrijk scoort hier in 29 (!) buurten niet goed, maar dat geldt evenzeer voor de andere centrumsteden Brugge en Roeselare.  Aantal in aanmerking komende leerlingen op grond van dit criterium:  4.975.  Dit is 39 procent van het totaal aantal leerlingen.

Bij de dimensie “werkloosheid” gebruikt men als indicator het aantal laaggeschoolde werkzoekenden.
Kortrijk scoort hier relatief goed met slechtst 6 buurten.  Aantal laag geschoolde werkzoekenden in die buurten: 248.

 

 

 

Kansarme buurten in Kortrijk (2)

In de recent verschenen Kansarmoedeatlas 2017 heeft de provincie West-Vlaanderen voor alle gemeenten de kansarme buurten in kaart gebracht.
Voor alle buurten heeft men  op grond  van 10 indicatoren, gegroepeerd in 4 dimensies (demografie, huisvesting, onderwijs en werkloosheid),  een score berekend en daarna is bekeken of in die buurten een bepaalde drempelwaarde voor de betreffende  dimensie is overschreden.

Bij iedere dimensie is een kaart aangebracht die visueel aangeeft waar de meeste precaire buurten zijn te vinden.  De rode vlekken in iedere gemeente  tonen de echt kansarme buurten aldaar.
Jammer genoeg zijn die kaartjes (die telkens alle gemeenten van de  gehele provincie weergeven) veel te klein om nauwkeurig te zien om welke buurten het gaat.  We kunnen het slechts min of meer raden.
(De buurten die niet voldoen voor een of ander criterium worden niet met name genoemd.)

In de bijlage van de atlas zijn 11 Kortrijkse buurten opgesomd, maar men zegt slechts voor één onderzochte dimensie (demografie)  welke drempelwaarde in het gebied is overschreden.
Vermelde buurten zijn:
– Kortrijk-centrum
– Kortrijk-station-gerechtshof
– Oude Sint-Janswijk
– Nieuwe Sint-Janswijk
– Venning
– Deerlijkstraat
– Groeningekaai
– Klakkaart
– Goederenstation
– Overleie
– Astridpark

Wat we wel weten is dat er twee buurten zijn waar de score heel slecht is voor alle vier van de onderzochte dimensies: Oude Sint-Janswijk en Venning.
(In heel de provincie zijner slechts 17 buurten in dit geval.)

Kansarme buurten in Kortrijk (1)

De “Kansarmoedeatlas 2017 van de provincie West-Vlaanderen” is zopas verschenen.
Aan de hand van 10 indicatoren die samengebracht zijn in 4 dimensies (demografie, huisvesting, onderwijs en werkloosheid) werden de buurten in de provincie geanalyseerd.  Een kansarme buurt is een buurt waar er een cumulatie  van kansarmoede-indicatoren voorkomt. Concreet: waar men op 3 of 4 dimensies slecht scoort.  (Over de gehanteerde drempelwaarden treden we nu niet in detail.)

Op basis van data van 2016 zijn er in totaal 94 kansarme buurten in onze provincie, verspreid over 26 gemeenten.  Dit is een toename in vergelijking met de data uit 2014 (plus 8).
Meer dan de helft (48 buurten) zijn te vinden in de centrumsteden Brugge, Kortrijk, Roeselare en Oostende.
En net als in de twee vorige edities van de atlas  blijft  het zuiden van de provincie opvallen:  Kortrijk, Menen, Wervik tellen minstens 3 kwetsbare buurten.
In totaal wonen  er in de provincie 132.107 mensen in kansarme buurten.  Dit is 11,78 procent van het aantal inwoners.  En dit komt neer op 70.777 huishoudens (14,35 %).

De atlas telt  voor Kortrijk 16 buurten met 8.754 huishoudens waar de drempelwaarde van de demografie wordt overschreden (eenoudergezinnen alleenstaanden, gescheiden, 60-plussers).
11 buurten worden op een of ander criterium aangezien als waarlijk kansarm.
In volgende editie(s) gaan we daar nader op in.

Twee allerbeste rapporten over intergemeentelijke samenwerkingsverbanden

De afgelopen maanden woedde er een breed debat over intergemeentelijke samenwerkingsverbanden,- meer speciaal over de veelheid van structuren, de non-transparantie ervan, de talloze mandaten die politici in deze structuren opnemen en de vergoedingen die ze hiervoor ontvangen. De al of niet vermeende  “graaicultuur”.

Op 15 februari hield het Vlaams Parlement hierover een actualiteitsdebat waarbij Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans het Agentschap Binnenlands Bestuur de opdracht gaf het volledige landschap van de (inter)gemeentelijke participaties  in kaart te brengen.

Er zijn intussen al twee lijvige rapporten verschenen:
– “Inventaris gemeentelijke en intergemeentelijke participaties” (25 april);
–  “Gemeentelijke en intergemeentelijke participaties. Analyse in de diepte” (20 juni).
Allebei te vinden op Tinternet, de website binnenland.vlaanderen.be. of op http://lokaalbestuur.vlaanderen.be
Het eerste rapport laat je vooral versteld staan over het aantal “intercommunales”.  Het tweede is  op talloze gebieden heel relevant.  Verplichte lectuur voor onze raadsleden als die nog iets zouden willen zeggen over de materie.
Bij gelegenheid zal kortrijkwatcher wel dankbaar gebruik maken van deze studies.

Het recht op een taxibon is NOG NIET verruimd !

In november 2016 lanceerde het Kortrijkse OCMW de taxibon.
Die bon was toen bedoeld voor Kortrijkzanen die ofwel 75 jaar of ouder zijn en genieten van sociaal tarief, of jonger zijn dan 75, genietend van sociaal tarief en fysiek of visueel beperkt zijn.
Men moest dus rechthebbende zijn van een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering, met andere woorden leven van een laag inkomen (bijvoorbeeld maximaal 17.885 euro op jaarbasis).

Het OCMW wou in zitting van 28 september beslissen om de inkomensvoorwaarde te laten vallen.

Dit betekent dat vanaf 1 oktober elke thuiswonende Kortrijkzaan ouder dan 75 jaar in aanmerking zou komen voor de aankoop van taxibonnen.  Wie jonger is dan 75 ook nog maar de fysieke of visuele beperking blijft.

Het agendapunt is evenwel UITGESTELD.
WAAROM???

Zo’n taxibon is 5 euro waard.
Men mag er tien kopen per maand.
De gebruiker betaalt hiervan de helft. De taxifirma komt tussen voor 50 cent en het OCMW legt 2 euro per bon op.
Er zijn zouden nu drie taxibedrijven die taxibonnen aanvaarden: CheapTaxi, Taxi Quick en Taxi Cruise.  Een vloot van 10 taxivoertuigen.