De nieuwjaarsreceptie van Stad mag dit jaar ietwat meer kosten: meer frieten !

Het is duidelijk: de nieuwe coalitie zet steeds meer geld in op feesten. Kortrijk warme stad!
De nieuwjaarsreceptie voor de bevolking kostte vorig jaar 12.700 euro.
Dit jaar (op 3 januari) is er een budget voorzien van 15.400 euro.

Hierna een overzicht van de kosten, met tussen haakjes het geraamde bedrag van vorig jaar.
Spijs en drank: 9.500
– Voor Bockor (bier en frisdrank): 3.500 (idem)
– Voor De Clerck (glühwijn): 1.000 (900)
– Voor Familiale Soep (soep): 1.000 (800)
– Voor Bertrand (friet): 2.000 (idem)
РVoor Bossuw̩ (friet): 2.000 (nieuwe uitgave)

Personeel, huur en vuur: 5.900 euro
– Bediening door Scoutsbeweging 600 (idem)
– Bediening door vzw Tienekesfeesten: 1.000 (idem)
– Bierkar: 600 (nieuw)
– Renting (niet nader bepaald): 800 (vorig jaar huur tafels: 500)
– Vuurdecoratie (Sparks): 2.900 (vorig jaar kreeg Sparks 900 euro en Bolwerk voor vuurwerk 1.500 euro)

Tot ziens, beste lezer!
Opgepast.
Dit jaar start de receptie om 18 uur en eindigt om 20 uur.
Vorig jaar begon men om 17 uur (tot 19 uur).

Werking meldpunt 1777 wordt nog beter

Om de stad telefonisch te bereiken kan de burger gebruik maken van het (gratis) meldpunt 1777 of van het algemeen nummer 056/27.70.00. Dat oude nummer blijft bestaan al was het maar om oproepen vanuit het buitenland mogelijk te maken. Toch blijkt uit het jaarverslag 2013 dat er nog 37 procent bellen naar het algemeen nummer en blijkbaar nog niet echt op de hoogte zijn het bestaan van het meldpunt 1777. Men wil daar iets aan doen door in het voorjaar 2014 een promotiecampagne te voeren voor het meldpunt.

Piekmomenten bij het meldpunt
– Dagelijks: tussen 9 en 10 uur.
– Wekelijks: maandag-, woensdag- en vrijdagochtend.
– Jaarlijks: bij de eerste winterpiek, groeiseizoen van de planten, verkiezingen en net voor vakantieperiodes.

Efficiëntie
De verhouding tussen het aantal beantwoorde en aangeboden oproepen bedroeg in 2013 84,2 procent. Men wil dat optrekken naar 90 procent.
En groot aantal “onbeantwoorde” oproepen komen van bellers tijdens de sluitingsuren. Of van bellers die inhaken omdat de wachttijd hen te lang lijkt. Er zijn ook burgers die bellen naar het nummer van een stadsmedewerker. Als die persoon afwezig is wordt de oproep omgeleid naar het meldpunt.

Telefonische bereikbaarheid
Die wordt hoger.
– Men zal er in de toekomst voor zorgen dat er tijdens bepaalde uren altijd een stadsmedewerker van ieder team aanwezig is.
– Iedere oproep wordt geregistreerd en de betrokken (afwezige) medewerker krijgt het verzoek om de beller terug te bellen.
– Het meldpunt krijgt een ‘voice mail’ tijdens de sluitingsuren.

Communicatie
Wordt beter.
– Men krijgt een ontvangstbevestiging van de oproep.
– Men geeft zo nodig aan hoelang de behandeling van de melding zou kunnen duren.
– Tussentijdse communicatie over de behandeling van de melding wordt mogelijk.
– Men krijgt een bericht van afmelding.

Parkeeropbrengsten van het parkeerbedrijf Parko versus kosten

Kortrijkse burgers klagen verschrikkelijk over de gretigheid van de pakmadams en menen nog altijd dat het autonoom gemeentebedrijf Parko teveel geld binnenrijft. Maar cijfers kent men niet. (Ze staan ook nooit te lezen in de gazetten. Journalisten kennen de begrotingen of jaarverslagen van Parko niet.) Burgers vergeten evenwel dat Parko ook hoge kosten heeft.

Maar nu dus eerst de geraamde opbrengsten voor dit jaar 2014 en (tussen haakjes) volgend jaar 2015.
– Naheffingen (dat zijn dus de boetes): 1.180.000 euro (1.500.000 euro)
– Heffing in munten: 1.950.000 (2.000.000)
– Heffing SMS-parkeren: 400.000 (550.000)
– Parking Veemarkt: 425.000 (350.000)
– P Schouwburg: 750.000 (750.000)
– P Expo: 700.000 (700.000)
– P Broeltorens: 225.000 (250.000)
– P Station: 30.000 (nul wegens werken)
– P Nieuwsraat: 20.000 (30.000)
– Kasteelstraat: 8.500 (30.000)
– P Sint-Denijsestraat: (volgend jaar 3.000)

Totalen van de parkeeropbrengsten, inclusief de naheffingen: 5.688.500 (6.163.000)

Parko heeft nog andere opbrengsten. Bijvoorbeeld van bewonerskaarten, inname openbaar domein, GAS, bankintresten.
De geraamde totalen van ALLE opbrengsten samen: 6.006.000 euro in 2014 en 6.653.600 euro volgend jaar.
N.B. De geraamde opbrengsten stijgen jaar na jaar en bereiken 7 miljoen in 2018.

Maar zoals gezegd heeft Parko ook kosten.
Bijvoorbeeld:
– voor onderhoud en herstellingen (schoonmaak, HVAC, verlichting, parkeerautomaten, camera’s, signalisatie, enz.): 299.500 euro (323.000 euro)
– leveringen water, elektriciteit, gas, benzine: 134.500 (135.000)
– portkosten: 75.000 (140.000)
– uitbouwen fietsparkeerbeleid: 115.000 (115.000)
– gedetacheerd personeel stad Kortrijk: 230.000 (110.000)
– bezoldigingen: 1.605.000 (1.550.000)
– financiële kosten (intresten): 373.000 (411.000)

Totalen van de (geraamde) kosten: 5.329.750 (5.128.500)

Het saldo (totale opbrengsten min totale kosten) is dus positief: 676.350 euro in 2014 en zelfs 1,5 miljoen euro in 2015.
Dat saldo blijft positief over de komende jaren heen en bereikt in 2019 zelfs 2 miljoen euro.
Maar uit een ander stuk op kortrijkwatcher bleek al dat Parko in de toekomst geconfronteerd wordt met geweldig zware investeringen voor de bouw van nieuwe (ondergrondse) parkeergarages.

Onwaarschijnlijk hoge investeringen bij Parko

Het autonoom gemeentebedrijf Parko voorziet de komende jaren buitengewoon hoge investeringen voor de bouw van nieuwe parkings.
Een lijstje.

Parking Appel (Kortrijk Weide)
400.000 (2015)
350.000 (2016)

Parking Houtmarkt
1.260.000 (2015)
1.890.000 (2016)

Parking Budabrug
2.786.000 (2015)
4.179.000 (2016)

Parking Hospitaal
150.000 (2015)
1.000.000 (2018)
1.000.000 (2019)

Parking Station
2.000.000 (2018)
2.280.000 (2019)

Hoe zal men dat allemaal betalen?
Met nieuwe leningen:
– in 2016: 6 miljoen
– in 2017: 6,6 miljoen
– in 2018: 2 miljoen
– in 2019: 2.280.000
De financiële schulden van Parko lopen dus geweldig op: van 6.000.000 euro in 2015 naar 16.780.000 euro in 2019.

Voor de ondergrondse parking Houtmarkt kreeg Parko zopas van Stad (dat is van ons) een investeringstoelage van 2.743.415 euro.

Hoor en wederhoor over de stadfinancies

Volgende maandag bespreekt de gemeenteraad het budget 2015 van stad (en OCMW).
“Het Kortrijks Handelsblad” van 12 december (pag. 10) gaf bij die gelegenheid nu reeds het woord aan CD&V-raadslid Alain Cnudde, voormalig schepen van Financiën in de vorige CD&V-VLD coalitie.
Bravo ! Evenwel. Als reporters van onze lokale “embedded press” het woord verlenen aan een lid van de oppositie zullen zij het niet laten om daarbij onmiddellijk een schepen en/of de burgemeester om een wederwoord te vragen. Hoor en wederhoor, zo hebben ze dat geleerd op de journalistenschool zeker? (Verwacht inmiddels geen eigen inbreng van de reporter in kwestie.)

Het omgekeerde is bijna nooit (zeg maar: nooit) het geval.
Als het schepencollege weer eens met een of andere jubelende persbabbel enige plannen publiek maakt, dan komt geen persjongen even op de gedachte om prompt om een repliek te verzoeken bij een of ander raadslid van de oppositie.

De stadskas wordt geplunderd,” zo luidt de kop boven de bijdrage van raadslid Cnudde.
En hij vertelt hoe er aan het eind van de vorige bestuurspriode nog 35 miljoen in de stadskas zat, terwijl de huidige tripartite nu in een rotvaart (dit en vorig jaar) de reservefondsen aan het opsouperen is. Zelfs het Zilverfonds moet er dit jaar aan geloven. Voorts heeft Cnudde het nog over een aantal financiële meevallers, de schuldenlast en het feit dat er een “rancunebeleid” (schrappen vroeger geplande investeringen) wordt gevoerd.

Kop boven het wederwoord van Catherine Waelkens, de huidige N-VA-schepen van Financiën: “Totale schuld stijgt niet en wél structurele maatregelen“.
Kortrijkwatcher wil nu echt niet op alle slakken zout leggen, maar toch enkele bedenkingen maken bij wat Waelkens poneert.

Ja, zo zegt Waelkens: “De reserves zijn gedaald, maar de uitstaande schuld is evenveel gedaald.” (Zij geeft daarbij geen enkel cijfer.)
Kijk eens. Toen de tripartite aan de macht kwam stak er nog voor 26,9 miljoen euro in het gewoon en buitengewoon reservefonds samen. In de financiële verslaggeving bij het budget 2013 (pag. 38) gaf schepen Waelkens zelf te kennen dat de reserves als “rook voor de zon” verdwijnen. En waarlijk: in dat eerste bestuursjaar van de nieuwe coalitie alleen al werd daarvan al 19,2 miljoen opgesoupeerd.
Het Zilverfonds (om de stijgende pensioenlasten op te vangen) had 8,7 miljoen euro in kas. Daar haalt men volgend jaar 200.000 euro uit. In 2019 zal daar nog 4,5 miljoen van overblijven! Schepen Waelkens vindt dat er dan nog 60 procent in die pot zal steken. (60% van 8,7 is 5,2)

Is die daling van de reservefondsen met 19,2 miljoen nu gelijk aan de daling van de “uitstaande schuld”?
We gaan eens kijken.
Eind 2014 bedroegen de “financiële schulden” van Stad in het totaal (met de periodieke aflossingen) 142,8 miljoen. Voor 2015 wordt dat 148,8 miljoen. Er is dus gewoon geen daling van de schuld!

In de krant stelt schepen Waelkens in een ander verband nochtans nog een keer uitdrukkelijk vast dat de “totale schuld” van Kortrijk niet stijgt.
Ziehier de budgetcijfers, telkens aan het eind van het jaar.
-2014: 142,88 miljoen
-2015: 148,87
-2016: 159,84
-2017: 161,75
-2018: 156,37
(Waarom corrigeert de journalist dat niet in zijn vraagstelling?)

Nog in hetzelfde weekblad wil de burgemeester dan (want de pers vroeg ook hem om een repliek) kwijt dat er wel structurele (besparings)maatregelen worden genomen.
Het personeelsaantal vermindert van 850 naar 746, zonder naakte ontslagen“.
Die cijfers kennen we echt niet.
Volgens het meerjarenplan (derde aanpassing, pag. 30) is dit de evolutie in voltijdse equivalenten:
-2014: 794,12 VTE
-2015: 721,38 VTE
(Waarom corrigeert de journalist die cijfers niet?)

Mogen we hierbij nog opmerken dat het personeelsaantal niet enkel daalt door het niet vervangen van medewerkers die vertrekken (daarover krijgen we nooit cijfergegevens) maar ook door het uitbesteden van taken (kinderopvang, groendienst, poetsdienst).

De opmerking van de burgemeester over het schrappen van het geplande nieuwe politiekantoor op Kortrijk Weide is demagogisch. Een antwoord hierop vergt bladzijden. Overigens dalen de investeringen geweldig: van 39,9 naar 29,0 miljoen. Is dat wel een goede zaak?

Over de talloze financiële meevallers rept schepen Waelkens niet.
– Wij brengen graag nog eens in herinnering dat de totale belastingontvangsten en boeten stijgen van 63,4 miljoen euro naar 67,0 euro.
– De indexsprong zou 3,3 miljoen opleveren over een periode van vier jaar.
– Verkopen patrimonium (+ 2,2 miljoen).

P.S.
Is voor de schepen het begrip “uitstaande schuld” en “totale schuld” hetzelfde?
Bij “uitstaande schuld” hebben boekhouders het over de som van vier balansrubrieken. Maar waar is de balans?

Over de stijging van de “andere” belastingontvangsten in de periode 2013-2015 (2)

In een vorig stuk bekeken we de stijgende opbrengsten van de drie traditionele aanvullende belastingen. Die zgn. opcentiemen worden in alle gemeenten geheven, weliswaar met verschillende aanslagvoeten. Naast deze drie klassieke belastingen zijn er nog “andere” puur plaatselijke gemeentelijke belastingen.

Het budget 2015 vermeldt voor de “andere belastingen” een ontvangst van 10.035.278 euro. Het budget van het nog lopende jaar 2014 voorzag 8.738.157 euro. Een volledige vergelijking met het totaal voor het jaar 2013 valt moeilijk op te maken want toen gebruikte onze stad nog de oude begrotingsmethode.

Lezers van onze plaatselijke “embedded press” zijn intussen na twee jaar bewind nog altijd niet volkomen op de hoogte van het feit dat de tripartite-coalitie al onmiddellijk bij haar aantreden drie totaal nieuwe plaatselijke belastingen heeft ingevoerd. Niettegenstaande men beloofde dat er geen belastingverhoging zou komen.
Wat brachten ze op?

1. De verblijfsheffing (overnachtingen in hotels)
2013: 170.000 euro begroot maar volgens de jaarrekening nul euro netto vastgelegde rechten
2014: 200.000 euro (begroot)
2015: 203.480 euro (begroot)

2. Heffing op geldautomaten
2013: 25.000 begroot maar nul euro vastgestelde rechten
2014: 25.436
2015: 25.880

3. Heffing op “sampling”
Specifiek bedrag niet gevonden maar de ontvangst zit waarschijnlijk verborgen in de post “andere belastingen op ondernemingen”.

Hierna volgt een overzicht van nog een aantal door ons bestuur geheven belastingsoorten. We tellen er 33 maar we vermelden enkel deze met een hoge opbrengst. Zoek zelf de sterkste stijgers.

Parkeren
– 2013: 4.448.508 (vastgesteld recht)
– 2014: 3.357.569 (raming)
– 2015: 3.325.000 (raming)

Verspreiding van kosteloos reclamedrukwerk
– 554.037
– 1.300.000
– 1.622.750

Afgifte vuilniszakken
– 1.373.641
– 1.400.000
– 1.400.000

Afgifte administratieve stukken
– 382.755
– 329.478
– 643.563
(Deze sterke stijging zou te maken hebben met een andere vorm van boekhouding, maar geen zo sterke meeropbrengst betekenen.)

Ophalen bedrijfsafval
– 612.840
– 615.979
– 626.697

Gebruik van openbaar domein
– 382.776
– 387.537
– 394.280

Plaatsrecht kermissen
– 286.533
– 271.922
– 276.653

Reclameborden
– 156.000 begroot maar nul euro vastgesteld
– 158.721
– 221.400

Plaatsrecht markten
– 137.804
– 144.046
– 146.559

Vertoningen (films)
– 200.000 begroot maar slecht 90.012 vastgesteld
– 131.000
– 133.274

Taxidiensten
– 25.691
– 23.038
– 23.489

Leegstand
– 51.351 begroot maar slechts 14.109 vastgesteld
– 52.287
– 58.158

Zo.
Dat weten we dan alweer.

Over de stijging van de belastingontvangsten tussen 2013 en 2015 (1)

Laten we ons in deze bijdrage beperken tot een beschouwing over de drie zgn. klassieke opcentiemen in onze gemeenten.
Het is niet omdat de aanslagvoeten van de belangrijkste aanvullende belastingen onveranderd blijven dat de ontvangsten niet jaarlijks kunnen stijgen. Het inkomen van de belastingplichtigen en het aantal daarvan neemt immers toe.

1.Het tarief van de opcentiemen op de onroerende voorheffing (OV) is nog steeds 1750.
Welnu, de opbrengst van die “grondlasten” stijgt van 29,62 miljoen euro in 2013 (het eerste bestuursjaar van de nieuwe tripartite) naar 32,41 miljoen in volgend jaar. (Het budget 2015 is inmiddels opgemaakt en komt deze maand december nog voor in de gemeenteraad.) Dat is een stijging van 9,4 procent.

2. De aanslagvoet van de aanvullende belasting op de personenbelasting (APB) blijft 7,9 %.
Maar zie. Volgens de jaarrekening van 2013 bedroeg de netto-opbrengst daarvan slechts 16,63 miljoen. Volgend jaar 2015 loopt dat bedrag op tot 23,39 miljoen. Een stijging van niet minder dan 40,6 procent. Niet te geloven…Kan niet. (Voor het lopende jaar 2014 raamt men die belastingontvangst op 22,20 miljoen euro.)

Hier past dus een CORRECTIE. In 2013 was er een vertraagde doorstorting van de APB vanwege de federale overheid. Oorspronkelijk was de verwachte opbrengst 21,9 miljoen euro. Minister Geens gaf ons een voorschot van zowat 5 miljoen. Waarom geeft het voor de derde keer alreeds aangepaste Kortrijkse meerjarenplan nog altijd geen correct cijfer voor de APB van 2013? Dat voorschot is toch uitbetaald? Volgens een mededeling bij de jaarrekening van 2013 (pag. 27): 4.966.988 euro. De opbrengst van de APB in 2013 komt hiermee op 21,59 miljoen. Dit herleidt het stijgingspercentage tot 8,3 procent !

3. Er is eigenlijk nog een derde aanvullende belasting: die op de belasting van motorrijtuigen. De opbrengst daarvan is niet zo hoog maar we vermelden die voor de volledigheid, om de stijging te kennen van het totaal van de drie opcentiemen. In 2013 ging het om een bedrag van 1,18 miljoen. Volgend jaar wordt het 1,20 miljoen euro.

De totale inkomsten van de drie aanvullende belastingen gaan volgens de voorliggende documenten van 47,44 miljoen (2013) naar 57,02 miljoen (2015).
Stijgingspercentage in dit geval : 20,1 procent.
Evenwel ZONDER correctie voor de APB van 2013. De schepen van Financiën zou hierover best wat opheldering kunnen geven op de raadscommissie van dinsdag 9 december. Misschien is de stijging van de totale opbrengst van de drie opcentiemen in de beschouwde periode slechts 8,8 procent? Als we er tenminste van uitgaan dat de opcentiemen in 2013 in totaal en in werkelijkheid 52,41 miljoen opbrachten.

P.S.
Net omwille van de “natuurlijke” aangroei van de belastingontvangsten is er ooit bij monde van Marc Lemaitre door de SP.A fractie gevraagd om een bepaalde aanslagvoet te verminderen. Maar toen zat de fractie nog in de oppositie.
Straks is schepen Marc Lemaitre opnieuw ‘gewoon’ raadslid. Misschien kan hij zijn voorstel volgend jaar opnieuw op tafel gooien?

In een volgend stuk bekijken we de pure Kortrijkse gemeentebelastingen.

De luidklokken van de Onze-Lieve-Vrouwekerk luiden niet meer

In de O.L.V-kerk hangen in de zuidertoren zes klokken, waarbij een héél zware: de ‘Maria Bourdon’ klok met een diameter van 230 cm en een gewicht van 6.100 kg.
Geen van die klokken mag nu uit veiligheidsoverwegingen nog luiden, want de houten klokkenstoel is steeds meer gaan schommelen en lijkt niet meer echt stabiel.

Het is heel goed denkbaar (in feite zeker) dat ze met Pasen volgend jaar nog altijd niet zullen te horen zijn want de kerkfabriek wil nu de hele zuidertoren binnenin laten restaureren en heeft daartoe een dossier ingediend bij de Vlaamse regering met het oog op het verkrijgen van een restauratiepremie.
En zo’n dossier kan lang aanslepen.
Voor de pas beëindigde binnenrestauratie van de kerk en de gravenkapel heeft de kerkfabriek al in 2004 een uitgavenplan opgesteld. De goedkeuring van de restauratiepremie (393.000 euro) door minister Bourgeois kwam er pas in februari 2011, en de werken (firma Meuleman!) konden pas starten in januari 2013…

De kostprijs voor de werken in de gehele zuidertoren raamt het architectenbureau Demeyere uit Kortrijk op 119.408 euro, incl. BTW. Men hoopt nu (na nog eens 7 jaar wachten?) dat de Vlaamse regering daar 80 procent van zal betalen, de stad 10 procent en de kerkfabriek zelf ook 10 procent.

P.S. (1)
De kerkfabriek heeft tegelijk nog een dossier ingediend om een premie te verkrijgen voor de restauratie van een partij brandglasramen aan de westgevel. Geraamde kostprijs: 65.943 euro.

P.S. (2)
Op YouTube kunt u intussen nog het feestgelui en deelgelui beluisteren van 4 van de 6 klokken. Met beelden van de kerk. Een opname van 31 maart (duur 16:18) en 11 september 2013 (duur 15:41).

P.S. (3)
Al die klokken hebben een naam.
– Het Mariaklokje is het oudste en het kleinste. Gegoten in 1490 met diameter van 66 cm.
– Ezabel is van 1538 en meet 80 cm.
– Margareta is van 1688 en meet 88 cm.
– Anna is van 1439. (Diameter niet gevonden in het archief.)
– Catharina is van 1446 en meet 115 cm.
– De grote Maria bourdon dateert oorspronkelijk van 1781 en meet 230 cm. Werd in WOII weggesleept naar Duitsland, maar men kon de brokstukken terugvinden. Opnieuw gegoten in 1944.

P.S. (4)
Aan kortrijkwatcher is ooit verteld dat ten tijde van onderpastoor Guido Gezelle een klok naar beneden is gedonderd. Daar waar de doopvont staat. Ga daar noot staan. Rechts achter in de kerk.