87 euro schuld per inwoner ??

Op de online-versie van “Het Nieuwsblad” van 25 juni stond een kaart waarbij je voor iedere Vlaamse gemeente de schuld per inwoner kon opvragen. Voor Kortrijk ging het om 87 euro. En in de krant kon je lezen dat Kortrijk net als Antwerpen en Gent als centrumstad met dit cijfer diep in het rood gaat.
Hoe de krant aan die 87 euro komt is ons een volkomen raadsel. Men legt het trouwens niet uit. (Er is enkel een vage verwijzing naar de autofinancieringsmarge, – waarover straks meer.)

Kijk.
– Het budget 2014 geeft aan dat de financiële schulden begin dit jaar 156.940.562 euro bedroegen. Dat is dus een schuld per inwoner van 2.077 euro (inwonersaantal: 75.544).
– Aan het eind van dit jaar raamt men de schulden op 141.855 894 euro. Dat 1.877 euro per inwoner.
– De netto periodieke aflossing bedraagt dus 15.085.668 euro. Per inwoner is dat 199 euro.

Maar hoe zit het nu met die zgn. autofinancieringsmarge?
Die duidt aan of we genoeg geld hebben om onze leningslasten te betalen. Neen dus. De marge is negatief. We komen 10,37 miljoen euro tekort, oftewel 137 euro per inwoner.

P.S.
Hoe berekent men die marge?
We berekenen eerst ons financieel draagvlak: het verschil tussen de exploitatieontvangsten en de uitgaven (zonder de schuldenlast). Dat is positief. Er is een overschot van 9,5 miljoen. Maar we hebben méér dan 9,5 miljoen gebruikt voor de aflossingen en intresten van leningen, namelijk 19,9 miljoen (15,0 plus 4,8 miljoen). In een gezin zou dat niet mogen…Maar is een gemeente een gezin?

Onze autofinancieringsmarge is dus voor dit jaar -10,3 miljoen. (Volgende jaren wordt het volgens de ramingen beter.)

Nog een spaarvarken kapot geslagen

Uit de rekening 2013 bleek al dat het gewoon reservefonds is herleid van 13 miljoen euro naar 7,2 miljoen. En het buitengewoon reservefonds (voor investeringen) is praktisch helemaal gesloopt: van 13,9 miljoen naar 473.000 euro.

Het vorige bestuur (CD&V-schepen van Financiën Alain Cnudde) is in 2007 begonnen met vullen van nog een derde spaarvarken: het Zilverfonds.
Dit fonds is ooit aangelegd om de stijging van de pensioenlast voor statutaire personeelsleden en mandatarissen (het pensioenstelsel van de RSZPPO) op te vangen.
Op heden is een koopsom van 7.250.000 euro gestort in het fonds, in de vorm van een verzekeringscontract TAK 21 bij Belfius. Inclusief intresten bedroeg het fonds in 2013 alreeds 8,7 miljoen en volgens de laatste gegevens is dat fonds op vandaag zelfs gestegen naar welgeteld 9.013.758 euro.

In het financieel verslag bij de jaarrekening 2013 liet de nieuwe schepen van Financiën Catherine Waelkens (N-VA) optekenen dat enkel de reservefondsen zouden worden aangesproken worden ter financiering van het exploitatie- en investeringsbudget, met uitsluiting dus van het Zilverfonds.
Dit jaar zal men nochtans voor het eerst raken aan dit spaarvarken. En nog wel om de “responsabiliseringsbijdrage” voor 2013 te betalen. Nu geraamd op 1.703.562 euro. Dat bedrag zal men dus door verkoop van vastrentende effecten uit het Zilverfonds halen. Volgens de RSZPPO mag Stad Kortrijk éénmalig gebruik maken van het Zilverfonds voor de betaling van de responsabiliseringsbijdrage 2013.

Wij vermoeden dat schepen Waelkens daar niet heel gelukkig mee is.
Want wat lezen we als commentaar in de toelichting bij de eerste aanpassing van het meerjarenplan 2014-2019?
Op pag. 49 onder de titel “financiële risico’s” staat letterlijk dit genoteerd:
De opname uit het Zilverfonds lijkt niet noodzakelijk en is ook niet aangewezen, gelet op het rendement ervan.”

——

Misschien wat uitleg over die “responsabiliseringsbijdrage”.
De lopende pensioenen van vroeger statutair benoemde personeelsleden worden betaald door een bijdragepercentage van de nog actieve statutaire ambtenaren. Dat is het fameuze repartitiestelsel. Lokale besturen waar de individuele pensioenlasten hoger liggen dat de ontvangsten uit de gestorte basisbijdrage zijn onderworpen een responsabiliseringscoëfficiënt. (Het is een beetje ingewikkelder dan dat, maar goed.)

Wat nu met Kanaal 127 ? (2)

In een vorig stuk zagen we dat de CVBA Kanaal 127 als vennootschap althans (en zonder subsidies) niet meer kan blijven voortbestaan.
Wat te doen?
De OCMW-raad van morgen woensdag 25 juni krijgt drie scenario’s voorgeschoteld.

1. Verkoop van de site en vereffening van de CVBA.
Leiedal schat de mogelijke verkoopwaarde niet hoog gezien het overaanbod van bedrijfsruimte. De mogelijke verkoopopbrengst zou 1.250.000 à 1.500.000 bedragen. Maar daar moet dan de aflossing van de openstaande leasing worden van afgetrokken, evenals de wederbeleggingsvergoeding.
Als men de hoogste verkoopwaarde zou bekomen (1,5 miljoen) dan blijft er na verkoop nog nauwelijks 700.000 euro over, te verdelen over zowel Stad als OCMW.
En bij stopzetting van de CVBA zullen de aandeelhouders maximaal 100.000 euro ontvangen, zijnde 12 % van hun inbreng.

2. Stopzetting van de CVBA Kanaal 127 maar met activiteitenovername door het OCMW.
De aandeelhouders krijgen dus maximaal 100.000 euro.
In dit scenario gaat het OCMW ervan uit dat er voor de exploitatie geen apart personeel meer nodig is. Een huurder (bijv. Mentor Consult) zou de secretariaatsfunctie kunnen waarnemen. (In 2012 bedroegen de personeelskosten voor twee voltijdse en vier deeltijdse medewerkers 259.943 euro. Zowat evenveel als het te verwerken verlies in dat jaar.)

Het OCMW draagt hier wel het ondernemersrisico van leegstand en dubieuze vorderingen. De CVBA had in het verleden af te rekenen met bedrijven op de site die in faling gingen of in vereffening en nog (huur)schulden hadden bij Kanaal 127.
Anderzijds heeft de CVBA ook verkeerde (verlieslatende) participaties genomen in falende bedrijven op de eigen site. De afwaarderingen bedragen niet minder dan 106.000 euro, voor het jaar 2013. (Een taboe-onderwerp.)

Maar het OCMW ziet voor zichzelf wel een opportuniteit: kantoren en loodsen integreren in de eigen werking. Men zou bijv. de sociale werkplaatsen in de Damastweverstraat kunnen verhuizen (verkoop van nr.3 en stopzetting van de huur van nr.1).

3. Voortzetting van de CVBA Kanaal 127 tot 2027 met financiële ondersteuning vanwege OCMW en/of Stad.
Men hoopt voor de periode 2014-2022 op een gecumuleerde inbreng van Stad en OCMW van 270.000 euro. Daarna niets meer?
(Het rekenblad met de jaarlijks ontvangsten en uitgaven kent de redactie van kortrijkwatcher niet.)
Ook in dit scenario hoopt men het centrum te kunnen exploiteren zonder personeelsuitbreiding en met huuropbrengsten die “op peil blijven”. (Geen slechte betalers meer…)

Voor welk scenario kiest de OCMW-raad?
Morgen om 18u30 komen luisteren in de Sint-Annazaal van het Begijnhof.

Maar kan het OCMW daar wel alleen over beslissen?
Heeft de gemeenteraad daar niets over te zeggen? En de aandeelhouders?

Wat nu met Kanaal 127 ? (1)

Kanaal 127 (gelegen aan de rand van Kortrijk, de grens met Stasegem) is een kleinschalig bedrijvencentrum met kantoren en werkplaatsen voor organisaties uit de sociale economie. De zaak loopt niet goed. De oude loods staat leeg, evenals 400 m² (met kantoor) van de nieuwe loods. En er komen nog enkele kantoren vrij gezien de afbouw van de eigen dienstverlening. Veel vraag naar bedrijfsruimte voor nieuwe projecten is er ook al niet.

Eigenlijk kan men stellen dat de CVBA Kanaal 127 failliet is.
De laatste jaarrekening die is te vinden op de website van de Nationale Bank slaat op het boekjaar 2012 en werd heel laat ingediend. Pas eind april 2013 kon de Algemene Vergadering het document goedkeuren. De Raad van Bestuur zag toen “belangrijke risico’s en onzekerheden die het verdere bestaan van de vennootschap of haar werking in het gedrang brengen”. Zo is de Vlaamse betoelaging sinds juli 2012 weggevallen. En de stadstoelage van 130.000 euro is intussen herleid tot 100.000 euro (in 2013) en 25.000 euro (in 2014).

De jaarrekening 2012 vermeldt al een over te dragen verlies van 249.013 euro.
En het gecumuleerd over te dragen verlies is volgens de voorlopige jaarrekening 2013 al opgelopen tot 506.310 euro. Het resterend eigen vermogen eind 2013 is kleiner: 337.042. (Solvabiliteit: 29,8 procent.) Dit jaar is de CVBA daadwerkelijk in ernstige liquiditeitsproblemen gekomen.
En nu blijkt dus dat een break-even bij de uitbating van het bedrijvencentrum niet haalbaar is, alleszins niet zonder een blijvende betoelaging. Het bedrijvencentrum is te kleinschalig, kent hoge vaste kosten (leasing, onderhoud, personeel), leegstand en wanbetaling.

Er moet dus iets gebeuren.
De OCMW-raad beraadt zich morgen woensdag 25 juni over drie scenario’s:
– de verkoop van de site en vereffening van de CVBA;
– stopzetting van de CVBA Kanaal 127 maar met activiteitenovername vanwege het OCMW;
– voortzetting van de CVBA Kanaal 127 met financiële ondersteuning vanwege het OCMW en/of Stad Kortrijk.

Welk scenario zou de voorkeur wegdragen van het OCMW??

Tijd wellicht om iets te zeggen over de vennootschap en de eigendomssituatie.

De CVBA is opgericht in 1997 en telt ongeveer 100 aandeelhouders. Geplaatst kapitaal: 840.750 euro. Grootste aandeelhouder is Leiedal met als inbreng 250.000 euro investeringssubsidie van het Vlaams Gewest. De cvba Hefboom is de tweede grootste aandeelhouder met 119.000 euro. Er zijn nog een aantal grote bedrijven aandeelhouder (Bekaert, Barco, Koramic, Electrabel, Belfius,…), enkele middenveldorganisaties en een 20-tal particulieren.

Stad Kortrijk en OCMW hebben in 2000 de site gekocht, elk met een inbreng van ca. 372.000 euro (zo’n 15 miljoen BEF).
Stad en OCMW hebben dan aan Kanaal 127 een erfpacht verleend vanaf juli 2000 tot eind juni 2027. (In 2027 worden de gebouwen ‘om niet’ overgedragen aan OCMW en Stad.)
Belfius Lease kreeg het opstalrecht. De renovatie van het kantoorgebouw en de nieuwbouwloodsen heeft Kanaal 127 gerealiseerd via een onroerende leasing bij Belfius Lease met een opgenomen bedrag van 1,2 miljoen euro. De looptijd is 20 jaar. Dit jaar bedraagt de trimestriële betaling 20.247 euro en de jaarlijkse O.V. 21.780 euro.

In een volgend stuk bekijken we even de aan de OCMW-raad voorgestelde scenario’s.

Opvallende stijgende uitgaven in het exploitatiebudget 2014

De volgende begrotingswijziging voor dit jaar heeft als resultaat een tekort van 38 miljoen euro, terwijl het oorspronkelijke budget 2014 een negatief saldo van 22,2 miljoen vertoonde.
Hierna ter info een serie opvallende meeruitgaven in het exploitatiebudget, gerangschikt volgens actiepunten.

Het totaal van de exploitatie-uitgaven stijgt van (oorspronkelijk) 114,2 naar 117,5 miljoen euro. Verschil: 3,2 miljoen. Maar het saldo blijft wél positief: 4,7 miljoen.

Actiepunt 01.01: Kortrijk spreekt. Gaat van 152.332 naar 297.581 euro.
Hierin valt op:
– organisatiebeheersing: van nul naar 39.979 euro
– communicatie: van 63.264 naar 173.947 euro.

Actiepunt O1.02: we werken aan vitale wijken en buurten.
– gebiedswerking: van nul naar 30.498 euro.

Actiepunt 05.01: we bevorderen betaalbaar en kwalitatief wonen. Gaat in het totaal van 51.376 naar 1.011.175 euro.

Actiepunt 06.01: we creëren een kindvriendelijke stad.
– jeugdcentrum Tranzit: van nul naar 29.893 euro.
(De post “jeugdcentrum Tranzit komt meerdere malen voor. In totaal een meeruitgave van 116.745 euro.)

Actiepunt 09.01: we realiseren Kortrijk als een hippe stad en evenementenstad. Van 296.678 naar 521.912 euro.
– grote evenementen: van 193.000 naar 378.000 euro. (Maar elders wordt een bedrag hiervoor herleidt van 864.990 naar 421.587 euro.)

Gelijkblijvend beleid Schepencollege. In totaal van 103,9 miljoen naar 105,5 miljoen.
Hierin valt op:
– personeel en vorming: van 4,0 miljoen nar 4,2 miljoen
– administratieve dienstverlening: 6.693 naar 940.624 euro
– wegen: van 425.963 naar 1.689.040 euro
– gewoon onderhoudsportefeuille wegen: van nul 883.685 euro
– beheer van regen- en afvalwater: van 368.87 naar 609.99& euro
– natuur, groen en bos: van nul naar 150.932 euro
– dierenbescherming: van nul naar 33.000 euro
– bestrijding krotwoningen: van 4.588 naar 326.477 euro
– straatverlichting van 709.450 naar 1.549.143 euro
– groene ruimte: van 766.193 naar 1.635.516 euro
– project IMAGO: van nul naar 231.217 euro
– Warande: van 57.931 naar 102.304 euro
– Europees (?): van nul naar 115.960 euro.

Breaking news toch? Het negatief saldo van het budget 2014 loopt op van -22 naar -38 miljoen

Op 7 juli zal de gemeenteraad een tweede budgetwijziging goedkeuren.
Onze undercover-journalist (wiens naam we in ons colofon niet verklappen) kon alreeds de documenten hieromtrent bemachtigen, nog VOOR de reguliere pers. En dat komt omdat het schepencollege over de evolutie van het budget ditmaal geen jubbelende persbabbel zal organiseren.

De oorspronkelijke begroting 2014 raamde de uitgaven op 157,78 miljoen euro. De ontvangsten op 135,54 miljoen. Negatief saldo: 22,24 miljoen.
Met deze tweede begrotingswijziging loopt het tekort op naar 38,0 miljoen.
– De geraamde uitgaven zijn namelijk gestegen met ca. 9,1 miljoen naar 166,97 miljoen.
– De geraamde ontvangsten dalen met ca. 6,6 miljoen naar 128,93 miljoen.

We hebben het hier nu over totaalsommen van drie soorten uitgaven (en ontvangsten).
– De uitgaven in het exploitatiebudget stijgen met ca. 3 miljoen naar 117,5 miljoen. (Dat is wat men vroeger beschouwde als zijnde “gewone uitgaven”.)
Het saldo is evenwel positief. Ontvangsten 122,2 miljoen. Uitgaven 117,2 miljoen. Verschil: + 4,7 miljoen.

– Het investeringsbudget stijgt met bijna 6 miljoen naar 31,3 miljoen.( Vroeger “buitengewone uitgaven” genoemd.)
Uitgaven 31,3 miljoen. Ontvangsten: 3,6 miljoen. Saldo: – 27,6 miljoen.

– Het liquiditeitenbudget (aflossingen van leningen) blijft ongeveer gelijk: 18,13 miljoen.
Uitgaven 18,1 miljoen. Ontvangsten 3,0 miljoen. Saldo: -15,0 miljoen.

Bij de ontvangsten zien we vooral een daling bij het liquiditeitenbudget (van 12,6 naar 3,0 miljoen!) omdat er minder nieuwe leningen zijn aangegaan, en omdat het gecumuleerd budgettair resultaat beter wordt en blijkbaar nog omdat men (oei!) voor 3 miljoen meer investeringsontvangsten verwacht.
Denk nu vooral niet dat de opbrengsten inzake belastingen dalen.

Later meer over stijgers en dalers in de uitgaven en de ontvangsten.

Feiten en cijfers inzake de “pure investeringen” in 2013 (2)

In de begroting van 2013 was er inzake pure investeringen (buitengewone uitgaven zonder overdrachten en schuldaflossingen) een bedrag van 19,44 miljoen euro voorzien.
– Daarvan is voor 14,47 miljoen vastgelegd (74,4 procent).
– Maar er is in dat jaar slechts 3,32 miljoen aangerekend (ingeschreven in de boekhouding, gefactureerd). Dat wijst dus op een heel lage realisatiegraad.

Als we het bedrag van de aanrekeningen afzetten tegenover de vastleggingen komen we aan een realisatiegraad van slechts 22,9 procent !
Laten we eens nagaan op welke belangrijke (grote) posten er weinig is gerealiseerd. Daadwerkelijk is uitgegeven.
We bereken dus in procent het aandeel van de aanrekeningen tegenover de (contractueel) vastgelegde uitgaven.

Praktisch voorbeeldje.
In een muur van de Orangerie achter het Broelmuseum is er al geruime tijd een angstaanjagende scheurvorming aan de hand.
Om het probleem te bestuderen en op te lossen was er 40.000 euro voorzien in de begroting 2013. In dat jaar is er evenwel voor de werken aldaar pas een uitgave van 6.553 vastgelegd, en NUL euro aangerekend. De realisatiegraad is in geld uitgedrukt dus NUL procent. (Er is al wel iets gedaan om te beletten dat de muur instort.)

Rubriek “algemene diensten”
– Aanpassingswerken gebouwen dienst patrimonium: 7,9 %.
– Buitengewoon onderhoud gebouwen dienst patrimonium: 19,8 %.

Rubriek “brandweer”
Aankoop materiaal: 3,8 %.

Rubriek “verkeer en waterstaat”
Openbare verlichting: 1,0 %.

Rubriek “jeugd, volksontwikkeling, sport, kunst”
– Aanpassingswerken zwembaden: nul %. (Er was voor 70.000 euro vastgelegd.)
– Fieldlab: nul %. (Er was 400.000 euro vastgelegd.)
– Herinrichting Vlasmuseum: 11,3 %.
– Onderhoud beschermde gebouwen: nul % (63.454 euro vastgelegd.)
– Groeningeheem: 8,0 %.

Rubriek “huisvuil”
Aankoop exploitatiemateriaal: 8,1 %.

Rubriek “afvalwater”
– Infrastructuurwerken: 34,9 %.
– Aankoop exploitatiemateriaal: 39,0 %.

Rubriek “volkshuisvesting en ruimtelijke ordening”
– Aankoop gronden (in het kader van R.O): 14,6 %.
– Sanering Kortrijk Weide: nul % (Er was 1,2 miljoen euro voorzien.)

Zo.
Dat weten we dan alweer.
Dat komt allemaal (de feiten dan) niet in de gazetten.
Nooit.
Kortrijkzanen weten daarom nergens van.
Vinden dat het goed gaat.

Feiten en cijfers inzake de investeringen in 2013 (1)

Ja. Bij de Kortrijkzanen die via onze plaatselijke “embedded press” ietwat nader het politieke beleid ter stede volgen staat de nieuwe tripartite ongetwijfeld bekend als een grote investeringscoalitie.
Nu de jaarrekening van 2013 is gekend (de ware ontvangsten en uitgaven) dient dit oordeel wat meer genuanceerd.

Het nieuwe bestuur was van plan om in buitengewone dienst 28,51 miljoen euro uit te geven.
Dit cijfer slaat dus op de som van de uitgaven inzake pure investeringen, overdrachten (bijv. investeringssubsidies) en schulduitgaven (aflossingen van leningen).
– Van die uitgaven van 28,5 miljoen is evenwel enkel 23,12 miljoen vastgelegd. Dat wil zeggen dat er voor 81,0 procent van die voorgenomen uitgaven bepaalde verbintenissen met leveranciers of bedrijven zijn aangegaan.
– En van die uitgaven is in 2013 dan voor slechts 11,28 miljoen aangerekend. Er is dus voor slechts 51,1 procent gefactureerd. Zeg maar gerust: slechts voor de helft daadwerkelijk gerealiseerd.

Concreet komt er dat op neer dat er voor niet minder dan 11,28 miljoen euro aan over te dragen kredieten beschikbaar zijn voor het budget van 2014.

Vanwaar die lage realisatiegraad?
Dat komt omdat het N-VA, VLD en Spa-bestuur een half jaar nodig had om het beleid (het Plan Nieuw Kortrijk) uit te stippelen en er pas in maart 2013 een budget is voorgelegd. (Zolang er geen begroting is kan men niet investeren.)

In welke rubrieken vinden we nu de hoogste over te dragen kredieten?
Anders gezegd, waar is vorig jaar relatief weinig of heel weinig gerealiseerd?
Als realisatiegraad beschouwen hier nu de verhouding tussen vastgelegde buitengewone uitgaven en de daadwerkelijke aanrekeningen, in procent uitgedrukt.
We komen tot enkele opvallende (onvermoede) vaststellingen.

– Algemene diensten: 27,5 %.
– Brandweer: 19,4 %
– Verkeer en waterstaat: 44,8 %.
– Jeugd, volksontwikkeling (sport), kunst: 17,6 %.
– Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening: 41,1 %.
– Huisvuil: 31,9 %.
– Handel, nijverheid, middenstand: nul % (niets aangerekend van de 11.000 vastgelegde uitgaven).
– Basisonderwijs: nul %.

Wellicht wenst u ook te weten waar de realisatiegraad wel hoog tot heel hoog was?

– Schulduitgaven: 100 % ! (7,3 miljoen vastgelegd en evenveel aangerekend).
– Bibliotheek: 97,4 % (Hier is zelfs wat meer vastgelegd dan begroot!)
– Kerkfabrieken: 100 % (De doorgeeflening is volledig uitbetaald, maar er was wel veel meer begroot dan vastgelegd.)
– Algemeen bestuur: 70,5 %.
– Milieu: 63,5 %.

In een volgend stuk bekijken we even de realisatiegraad van de “pure” investeringen.

Over de stijging van de personeelskosten en het indexcijfer

ER IS EEN UPDATE ONDERAAN

De lokale “embedded press” heeft het bij de Kortrijkse lezers heel goed ingehamerd: de nieuwe tripartite zou de personeelskost betekenisvol doen krimpen. Volgens de burgemeester zou er door de afslanking van het aantal personeelsleden al in het jaar 2013 voor 1,2 miljoen euro bespaard worden.
Het stond in de gazetten, en dat blijft dan voor iedere Kortrijkzaan eeuwig waar. Niets aan te doen.

De begrotingsrekening 2013 (met de werkelijk gedane uitgaven en ontvangsten) is intussen gekend geraakt.
En wat zien we?
РDe vorig jaar aangerekende personeelsuitgaven bedroegen 47.662.431 euro. (Er is w̩l m̩̩r vastgelegd hoor: 48,0 miljoen.) In 2012 (onder het vorige bestuur) ging het om 45.315.439 euro aangerekende uitgaven. Een verhoging met 5,1 procent.
– De netto-uitgaven (lonen van onderwijzend personeel bijv. krijgt Stad terugbetaald) liepen op van 38.769.725 naar 40.632.776 miljoen. Een stijging van 4,8 procent.

Toen raadslid Alain Cnudde (voorheen CD&V-schepen van Financiën) de schepen van personeel confronteerde met deze opmerkelijke stijgingen, verklaarde Koen Byttebier (VLD) dat een en ander het simpele gevolg was van een indexering, ergens eind van het jaar 2012.
En waarlijk. In november 2012 is de spilindex (119,62) voor wedden en sociale uitkeringen overschreden. Als dit gebeurt verhogen de specifieke lonen en uitkeringen in de publieke sector met 2 procent. In de praktijk werkt men met een verhogingscoëfficiënt. Die multiplicator bedroeg bij die laatste indexering 1,6048 . Die indexering kan de stijging van de personeelsuitgaven met 5 procent absoluut niet verklaren.
(Het is trouwens zo dat de sociale uitkeringen vanwege het bereiken van de spilindex al werden aangepast in de maand december van 2012. Die verhoging althans komt dus niet meer voor in de rekening 2013. De lonen worden twee maanden na het bereiken van de spilindex verhoogd, hier dus in januari 2013.)

Over de afslankingen

De nieuwe tripartite zou dus “een sober personeelsbeleid” voeren.
Voor het jaar 2013 rekende men op 25 natuurlijke afvloeiingen. Men zou slecht 8 personeelsleden vervangen, zodat het aantal medewerkers met 17 zou verminderen.
In hoeverre dat is gebeurd weet niemand.
De raadsleden kregen bij de meerjarenplanning ooit een tabel te zien die de stand van zaken aangaf aan het eind van 2013, maar niet aan het begin van dat jaar. Eind 2013 telde men 970 personeelsleden (koppen), of 819,37 voltijdse equivalenten. Het begrotingsdocument 2013 (dat dus per definitie niet anders kan dan de stand weergeven van begin van dat jaar) vermeldt het cijfer 911. Als dit “koppen” zijn zouden er dus 59 leden zijn bijgekomen! Kan niet. Gaat het om 911 VTE, dan zouden er 91,63 VTE zijn weggevallen. Kan ook niet.

(Dat er niemand valt over dit soort absurde feitelijke gegevens.)

Waar zitten de (netto) stijgende personeelsuitgaven?

– Algemene administratie: van 7,23 naar 7,85 miljoen.
– Algemene diensten: van 3,99 naar 4,05 miljoen.
– Huisvesting/stedenbouw: van 1,95 naar 2,04 miljoen.

Merkwaardige dalingen?

– Volksontwikkeling en kunst: van 1,23 miljoen naar 875.452 euro.
– Bibliotheekwerking: van 278.668 euro naar 124.229 euro.

UPDATE
Via facebook laat de schepen van personeel weten dat de impact van de indexering zich heeft beperkt tot 800.000 euro. Hoeveel daarvan op de rekening van 2013 of het jaar 2012 kwam is niet aangegeven. Voorts laat hij opmerken dat bij ongewijzigd beleid de personeelskosten zouden oplopen tot 49 miljoen euro. (Het krediet op de begroting 2013 bedroeg 48 miljoen. Bij de tweede begrotingswijziging – die dus dateert van eind december 2013! – ging het om 48,2 miljoen.) De schepen van personeel zegt verder nog dat de afslanking van personeelsleden op schema zit, maar verstrekt daaromtrent geen concrete cijfers voor 2013.

De reserves verdwijnen “als rook voor de zon”…

Wij zeggen dat niet hoor !
Wij zeggen het niet, dat de reserves als sneeuw voor de zon verdwijnen.
Het is onze schepen van Financiën Catherine Waelkens die dat schrijft, over die rook die als sneeuw voor de zon verdwijnt. Staat te lezen in de “Financiële verslaggeving in de rand van de begrotingstekening 2013”, op pag. 38.

Zij schrijft: “Om de stijging van de schuld het hoofd te bieden werden in het verleden reserves aangelegd, zowel om nieuwe toekomstige investeringen rechtstreeks te financieren, als de stijging van de aflossingen en intresten van bestaande leningen op te vangen.”

En als gevolg van haar spreekwoordelijke politieke onschuld somt de schepen zelfs op hoeveel reserves de huidige tripartite heeft geërfd van het vorige bestuur (burgemeester Stefaan De Clerck en schepen van Financiën Alain Cnudde, beiden CD&V).
– In 2012 bestond het gewoon reservefonds nog uit 13,0 miljoen euro en het buitengewoon reservefonds uit 13,9 miljoen euro. Samen 26,9 miljoen.
– Eind vorig jaar stak er in het gewoon reservefonds nog 7,2 miljoen en is het buitengewoon reservefonds (dat dient voor investeringen) geslonken tot 473.000 euro.
– In het eerste jaar van het nieuwe bestuur zijn de reserves gedaald met niet minder dan 19,2 miljoen. En de grote investeringen (gepland door de vorige coalitie!) moeten nog komen: Kortrijk-Weide (fuifzaal, zwembad), de stationsomgeving, het nieuwe politiegebouw, de verlaging van de Leieboorden.

Catherine wijst nog op andere meevallers die de vorige coalitie CD&V-VLD heeft nagelaten: een positief gecumuleerd resultaat van de gewone dienst (6,9 miljoen), van de buitengewone dienst (9,2 miljoen) en het zilverfonds (8,7 miljoen).
Dat Zilverfonds dient om de stijgende pensioenlasten op te vangen. Daar mag niet aan geraakt worden.
Maar vanaf 2014 – zo zegt de schepen van Financiën – moeten al die opgesomde andere middelen bij voorrang worden ingezet ter financiering van het algemeen thesaurietekort, “vooraleer het aangaan van nieuwe leningen mag in overweging genomen worden”.

Weet u hoeveel het geraamde algemeen thesaurietekort voor dit jaar bedraagt? Min 22,2 miljoen.
En de uitstaande financiële schuld wordt geraamd op 151,4 miljoen. In 2015 loopt die op tot 170,3 miljoen.
Dit jaar zullen we relatief weinig lenen: 9,5 miljoen. Maar in 2015 nemen we voor 34 miljoen nieuwe leningen op.