Hoeveel personeelsleden telt Stad eigenlijk? (6)

Lezer, ‘ t is gewoon maar om te zeggen dat we het nog niet weten.
En daar zijn hier al wel niet minder dan vijf stukken aan de kwestie gewijd. Het laatste dateert van 19 september.

Alle hoop om te achterhalen hoeveel mensen (eenheden, koppen) daadwerkelijk werken aan ’t Stad was gesteld op het verloop van laatstleden gemeenteraad van 24 september.
Want dan zou een keer de personeelsformatie zijn behandeld. Niets van.

Het studiebureau SD Worx kreeg voor de opmaak van de formatie meer dan een jaar geleden al een opdracht. Gegund voor 10.164 euro (BTW incl.). 58 uren werk aan 150 euro per uur. En voor de opmaak van de nieuwe statuten (rechtspositie) van het personeel kreeg de “Associatie Janvier/Demeulemeester” 250 uren de tijd aan 125 euro per uur. 31.250 euro exclusief 6.000 euro secretariaatskosten. Er was ook een deelopdracht over ‘de herwerking van de evaluatie- en het vormingsreglement’. Die ging ook naar de “associatie “, voor 75 uren tegen 125 euro per stuk.
Kortom, alle voorbereidend werk ligt er.

Hoe komt het dan dat we nog altijd niet weten hoeveel personen Stad tewerkstelt?
Door de vakbonden !

De personeelsformatie stond wel degelijk op papier, maar het desbetreffende agendapunt werd door de burgemeester, voorzitter van de Raad, niettemin verdaagd.
Omdat in het overleg Stad/vakbonden een geheel ander punt nog niet was uitgeklaard.
Om capabel (waardevol) personeel uit de privésector aan te trekken (bijvoorbeeld voor stadsplanning) vragen kandidaten uiteindelijk wel dat er enige rekening wordt gehouden met hun verworven anciënniteit. Hun ervaring. Zeg maar: met het salaris waarvan zij in de privésector voorheen genoten. Het laatste sectoraal akkoord over overheidspersoneel maakt dit inderdaad mogelijk.
Maar de gedelegeerden van de vakbonden stadspersoneel alhier maken nog altijd heibel over het aantal jaren anciënniteit waarvan extern aangeworven personeel zou kunnen profiteren. Houden ze niet van externen?

Vandaar dat het punt “aanpassen geldelijk statuut van het personeel” werd uitgesteld en meteen ook dat over de personeelsformatie.
Eigenlijk was het wel een beetje te verwachten.
In de memorie van toelichting van de gemeenteraad stond te lezen dat er over die zaak nog op 17 september was onderhandeld met de vakbonden, maar daarbij was niet uitdrukkelijk gestipuleerd dat zij akkoord gingen met het voorstel.

Shit. Jakkes.
Meteen werd ook de bijkomende jaarlijkse toelage voor kabinetsleden (3.428 euro) bij burgemeester en schepenen voorlopig ook afgeblazen.
Terwijl de vakbonden hiermee dan wel akkoord gingen. (De gedelegeerden van het stadspersoneel willen wel eens goed staan met de schepenen. En omgekeerd. Hilde Demedts is schepen van personeel en zal voor de rest van haar in jaren beperkt mandaat nog wel wat roet in het rond strooien. Naar alle kanten tegelijk, ’t is een deugnietje hoor. Een rakkertje. Stokken in de wielen steken was al van in Hilde’s bakvisjaren een geliefkoosd spelletje.)

P.S.
Geen gemeenteraadslid dat weet wat er zich afspeelt in het zogenaamde overleg tussen Stad en vakbonden. Ik herhaal: géén. Geen gemeenteraadslid weet hoe dit comité noemt. Wedden?
Wie zit er in dat ‘comité’? Waarom? Wie komt er daadwerkelijk naar de vergaderingen? Wie verheft daar zijn stem?
Welk mandaat kregen ze van het stadspersoneel zelf? Of van hun eigenste vakbondsleiding, aan de top? Of echoën ze gewoon na wat schepenen (van het ACV?) hen influisteren? Is iedereen uitgenodigd? Weet er iemand waar het dan over gaat?
Waar zijn de verslagen van die vergaderingen?
En mogen we ons nog een keer afvragen of gemeenteraadsbeslissingen noodzakelijk de goedkeuring van een sortiment totaal informeel comité van vakbondslieden behoeven?

Gemeenteraadsleden gaan gebukt onder zelfcensuur

We hebben het over de gemeenteraad van laatstleden 24 september.

Het ontslag van “centrummanager” Moena Langenraedt

Dat is door geen enkel gemeenteraadslid ter sprake gebracht, ook niet in besloten zitting.
Terwijl sommige raadsleden de petitie die hieromtrent in Stad circuleerde hebben ondertekend.
Men kon het zelfs niet opbrengen om – zonder over de grond van de zaak te praten – te vragen of de geijkte procedure bij ontslag van een ambtenaar werd nageleefd.

Huishoudelijk reglement gemeenteraad. Aanpassing. Tweede fase.

Dat was agendapunt 1.4 van de gemeenteraad.
Een leek kan zelfs niet bevroeden dat onder zo’n titel eigenlijk een verhoging van de vergoedingen voor raadsleden en hun fracties schuilgaat. Plus schepenen.
Stond dus ook niet in de perse.
Kortrijkwatcher gaf hierover reeds d.d. 7 september duidelijkheid in het stuk “Er zijn geen civil servants meer”.
Voor het gebruik van Tinternet thuis krijgen raadsleden nu jaarlijks niet minder dan 500 euro. Of ze daar nu mee overweg kunnen of niet. Of ze de stukken die ze van Stad via e-mail krijgen nu lezen of niet.
En voor de werking van de fractie krijgt men 135 euro per raadslid. Of die fractie nu werkt of niet. (Sommige raadsleden weten niet eens waar de dossiers van de gemeenteraad liggen. Er is zelfs een tijd geweest dat raadsleden dachten dat men die niet mocht inzien.)
De gemeenteraad heeft zonder daar één woord aan te verspillen zijn eigen “loonsverhoging” goedgekeurd.
Niemand vroeg zich af er niet een keer kon gedacht worden aan een deontologische code waarbij gesteld wordt dat de toelage voor de fractie enkel en alleen kan dienen voor “politieke werking”. En enkel zou kunnen geïnd worden met bewijsstukken. Etentjes tellen niet ! (Daarover verscheen ooit een ministeriële circulaire.)
Philippe De Coene, fractieleider van SP.A – Spirit – Groen, vroeg zelfs om een (betaalde) medewerker.
Kijk, ik blijf ervan overtuigd dat dit niet echt nodig is. Tenminste als de fractie zijn werk doet, en er een beetje in slaagt om aan taakverdeling te doen. Ieder zijn ‘portefeuille’. Het is trouwens zo dat stadsambtenaren tegenwoordig zeer behulpzaam zijn voor wie tenminste de energie kan opbrengen om wat technische bijstand te vragen. En als men dan per se zo’n medewerker wil, kan die eventueel betaald met het fractiegeld.

Onder dat agendapunt 1.4 stak ook de bijkomende forfaitaire onkostenvergoeding voor burgemeester en schepenen goed verscholen. Ten bedrage van 100 euro per maand. Dat is 1.200 euro per jaar. Bovenop de reeds bestaande onkostenvergoedingen. Stond ook niet in de krant.
Het Vlaams Belang was daar – in een afzonderlijke behandeling – dan plotseling wel tegen. Wat dan weer bij voormalig schepen De Coene enige woede teweegbracht. Vond de klacht van Jan Deweer (VB) een manifestatie van anti-politiek.
Kijk, al geruime tijd is de wedde van burgemeesters en schepenen zéér fors opgetrokken, gerelateerd aan het bedrag dat Vlaamse parlementariërs opstrijken.
Achterliggende bedoeling daarvan was dat men met die verhoogde wedde bij verkiezingen betere kandidaat-mandatarissen zou kunnen aantrekken. En dat in de grotere steden de schepenen en burgemeesters van dat salaris zouden kunnen leven, zonder andere beroepsinkomsten.
Wel, onze Kortrijkse leden van het College kunnen dat. Zij krijgen daarbij in bepaalde gevallen nog vergoedingen voor neven-mandaten. Vraag het maar aan schepen Lieven Lybeer. Jean de Bethune is ook goed.
Anti-politiek is dat men daarover zwijgt. Zijn onze civil servants dan ietwat beschaamd om hierover wat helderheid te verschaffen?

Agendapunten verdaagd

Bij het begin van de gemeenteraad was er een incident.
Raadslid Maarten Seynaeve (Vlaams Belang) had een resem aanvullende agendapunten ingediend. En niet van de minste. Voorstel om zelfstandigen tijdens openbare werken beter te informeren. Een vraag over gratis parkeren. Vraag om de evalutie van de dienstverlening op zaterdag. Vraag over de private bewaking tijdens fuiven in de Kleizaal. Vraag over het uitwijzingsbeleid. Vragen over het zigeunerpark.
Allemaal goed voorbereid. De arme man kon bij de opmaak van zijn agendapunten niet vermoeden dat de gemeenteraad van september zou worden uitgesteld. En was dus afwezig, want op sinds lang geplande huwelijksreis…Hij kan zijn punten zelfs niet hernemen op de eerstkomende gemeenteraad van oktober, want is dan nog altijd op honeymoon.
Burgemeester zag dus de kans schoon om de toch wat netelige punten te verdagen. Ze zullen eventueel schriftelijk beantwoord worden. Dan is men ervan af en komen die antwoorden niet in de publiciteit.
De burgemeester, voorzitter van de Raad, vond niet dat een ander lid van de Vlaams-Blok-fractie in de plaats kon treden van de afwezige Seynaeve. Bijvoorbeeld Jan Deweer. Hoewel zo’n wisseling vroeger wel een keer kon.
Meer nog.
Diezelfde avond van 24 september was er politieraad. Onder voorzitterschap van de burgemeester (CD&V).
Toen heeft politieraadslid – dat is hij immers ook – Lieven Lybeer (CD&V) het woord kunnen nemen voor het afwezige politieraadslid Patrick Jolie (CD&V).
Niemand zag daar graten in.
Dit alles gebeurde nog geen half uur vóór de gemeenteraad van start ging. In hetzelfde lokaal.
Zelfcensuur gebood stadschepen Lybeer en andere gemeenteraadsleden – aanwezig op de politieraad – om dat te berde te brengen in de gemeenteraad, bij het schrappen van de agendapunten van het Vlaams Belang.
Heeft Jan Deweer (VB) dan niet geprotesteerd met dit precedent als argument?
Welneen. Niet uit zelfcensuur weliswaar, hij heeft er gewoon niet op gelet.
Dat is politiek.

Een appeltje om te schillen (2)

Volgens de kranten zal de befaamde kunstenaar Jan De Cock verzocht worden om het kruispunt “De Appel” even OP TE FLEUREN.
En is Jan De Cock, door Jan Hoet bijgenaamd “de schrijnwerker”, noodzakelijk een dure vogel?

Indien hij de opdracht krijgt zal Jan De Cock allerminst de rotonde “opfleuren” of “opleuken”.
Men leze nu toch eens de lulnota van het team van de Vlaamse Bouwmeester over de artistieke aanpak van de kluifrotonde. (Zie vorig stuk.)
In die nota staat toch alweer klaar en duidelijk dat een kunstwerk in de publieke ruimte uiteraard niet wil zeggen dat het werk aan autonomie moet inboeten.
Lic. in kunsten Rolf Quaghebeur zegt het onomwonden:
“Het gaat erom te ontsnappen aan de risico’s van enerzijds vrijblijvendheid en anderzijds het inschakelen van het kunstwerk in politieke of tendentieuze programma’s die er beide niet alleen voor zorgen dat het draagvlak van het beeld bijzonder klein wordt maar ook en vooral dat het kunstwerk slechts een heel beperkte autonomie bezit waardoor het op korte of middellange termijn geheel en al afglijdt naar het puur decoratieve opleuken van een bepaalde plek (het kers-op-de-taart-fenomeen) of gewoon geen lang leven beschoren is en al snel vergeten wordt.”

De cursivering is niet van ons.
En als het u helemààl wil verstaan, nog een citaat.
“Het is wel zo dat zijn sculpturen (van Jan, – KW) zich soms vermengen, als een soort parasitaire structuren met hun omgeving maar evengoed transformeren ze hun omgeving en scheppen ze de mogelijkheidsvoorwaarden, niet om een bepaalde ruimte te betreden, maar om in een bepaalde ruimte te zijn.”
De cursivering is nu wel van ons.
Dat men toch een keer leze wat er staat! Niks geen opleuken of opfleuren! Voor één keer bijna geen GEZWETS.
En zelf zegt De Cock dat hij zich in zijn atelier voortdurend bevraagt over wat er “vandaag gebeurt in tijd en ruimte, om dat te deconstrueren en te verplaatsen naar zijn oorsprong”.
Jan, Kortrijkwatcher doet niets anders.

Is Jan De Cock een dure vogel?
Laat ons eerst even proberen te achterhalen hoe het zo kan uitgedraaid zijn dat men alhier ter stede net bij die dure vogel uit Brussel is beland.
Enkele elementen die daar waarschijnlijk hebben toe bijgedragen.
Voor zijn sculpturen (“denkmals”) sleept de kunstenaar tonnen vezelplaten weg bij Unilin van Frans De Cock. (Het is ten andere via Unilin en Innergetic dat de sculpteur-fotograaf met Quickstep een project rond Paris-Nice kon opzetten.)
Jan wordt ook gesponsord door allerhande in de streek toch welbekende industriekapiteins: Christian Dumolin, Filiep Libeert, Stefaan Vandecasteele, Michel Moortgat enz.
Verder stond ooit in krant dat het gezin van Kortrijks arts Gerry Van Tendeloo woont in een ‘denkmal’ (nr. 39) van Jan De Cock. Want Jan mocht jaren geleden eens een tentoonstelling inrichten in Kortrijk: “Diasporal Thoughts”. Hij maakte toen een constructie bovenop een gebouw van Stéphane Beel. En bij Lannoo is een zwaarlijvig boek van De Cock verschenen. Voorts had het weekblad “Knack” een keer een cover van de kunstenaar.
Kortom, we bevinden ons toch wel even tussen of midden of in de kennissenkring van de burgemeester.

Bij de onderhandelingen van volgende maand tussen Stad en de kunstenaar hoeft dat allemaal geen handicap te zijn. We zijn onder vrienden.
Men kent het lef van de kunstenaar en kan daar rekening mee houden.
In de nochtans progressieve krant “De Morgen” (2 mei 2006) is het “handelsmerk” van De Cock beschreven. Hij gaat gebukt onder “boerse onbehouwenheid, stompe arrogantie, schaamteloos gebrek aan ironie en talent. (Hij is) ongelooflijk oninteressant “. Het is de publicist Christophe Vekeman die het zegt, onder de titel “Cockhalzen”.

Een bepaald soort kunstmarkt is ontzettend gemanipuleerd. Onderhevig aan speculatieve beleggers – mecenaat genoemd – waarbij men zichzelf vervullende spraakmakende artiesten kweekt die dan met opgeblazen prijzen worden verhandeld. Jan De Cock, na schilder Luc Tuymans in de Tate!
Vraagt Jan veel geld?
Concrete prijzen zijn uiterst moeilijk te vinden. Voor zijn ‘Denkmal 1’ in de kunstbeurs ARTBrussels zou hij “minstens” 25.000 euro hebben gekregen.
Pff.

Maar laat ons nagaan wat de kunstenaar zoal zelf oppert over zijn financiële besognes. Dat is broodnodige informatie, dienstig bij de komende onderhandelingen.
In “De Morgen” van 14 mei 2005: “Ik ben misschien wel de meest onafhankelijke kunstenaar die er rondloopt. Mijn werk laat zich nooit door de markt dicteren.”
In “De Tijd” (25 maart 2006) gaat het er in een interview zeer expliciet aan toe.
Journalist Marc Ruyters zegt eerst dat de sculpturen van Jan wel veel geld kosten en dat de financiering door musea of andere instellingen ruim onvoldoende is.
Antwoord van De Cock: ” Let op, dat mag de discussie niet zijn. De financiële doctrine van een museum mag nooit het werk dicteren dat de kunstenaar maakt. (…) Als ik een werk maak, hangt dat nooit af van wat ik aangereikt krijg door de plek waar ik voor werk. (…) Er wordt overigens vandaag te veel over productiekosten gesproken. Terwijl je beter een werk maakt en achteraf ziet hoe je het betaalt. Zo heb ik altijd gewerkt. (…) Het is belangrijk dat een kunstenaar voor zichzelf een financiële vrijheid kan opbouwen. En daar heb je anderen voor nodig, ja.”

Volgende vraag: “Moet een kunstenaar dan een beetje ondernemer zijn?”
De Cock: “Nee, dat heb ik niet gezegd. Een kunstenaar moet onafhankelijk zijn. (..) Maar door de schaal waarop ik wil werken, heb ik een schare van goeie vrienden moeten zoeken die mij daarin steunen. Zij geloven daarin, helpen me financieel. Gelukkig zijn er nog enkele industriëlen die zeggen: maak je geen zorgen, wij sponsoren je. Dat is een echte avantgarde van mensen. Zij staan in de tweede linie om me te steunen.”

Het is duidelijk.
Het werk aan de kluifrotonde kan volgens de kunstenaar niet gebonden zijn aan een op voorhand gelimiteerde prijs.
Vraag is of een openbaar bestuur wel zo kan handelen, in het kader van de wet op de overheidsopdrachten.
Stad zou toch wel een beetje moeten weten of er zal gewerkt worden met spaanderplaten.
En of Jan De Cock zijn atelier zal verhuizen naar De Appel. Want dat doet hij normaal gezien wel. Afstanden geen bezwaar. Stad moet daar dan een werkplaats voor voorzien.
Tenslotte er nog even aan herinneren dat het absoluut niet in de aard van de kunstenaar ligt om zijn opdrachtgevers op voorhand te confronteren met tekeningen of driedimensionele modellen (maquettes) van zijn werk.

Een appeltje om te schillen (1)

Raadslid Moniek Gheysens (VLD) is een echt goeie ziel.
Ook zij had al geruime tijd gemerkt dat er door de werken aan het kruispunt De Appel storende blinde muren zijn ontstaan en heeft dientengevolge jaren geleden in de Raad een voorstel neergelegd om daar wat poëzie op aan te brengen. Bijvoorbeeld een gedicht van Lut de Block over, jawel: een appel. Dat voorstel werd toen door de burgemeester welwillend aanhoord.
Nu de VLD meeregeert in Stad zag Moniek haar kansen uitermate vergroot om uit te pakken met een nieuw voorstel: zet op de kluifrotonde een kunstwerk, met name een appel op een paal. In haar toespraak op de raadszitting van 24 september gaf ze grif toe dat zij “profiteert van de meerderheidspositie van mijn partij om dit voorstel te verwezenlijken”.

Consternatie alom ontstond bij de VLD-fractie (en de andere) bij het aanhoren van de repliek van de burgemeester.
Het voorstel van Moniek komt er niet door, en daar werd ook geen stemming over gevraagd terwijl dit volgens de gemeentewet noodzakelijk is.
Wat is er aan de hand?

Geheel onverwacht konden raadsleden en schepenen nu vernemen dat de NV Waterwegen en Zeekanaal (bouwheer van de Westelijke Ringbrug) die blinde muren commercieel wil uitbaten. Met billboards. De burgemeester betreurde dit enigzins maar voegde er aan toe dat Stad daar niets heeft over te zeggen.
Dat moet men maar aanvaarden.

Maar toch meent de burgemeester dat men er een mouw kan aan passen.
Waar het plan is gerijpt weet ik niet, maar in het comité “Sculpturen in de Stad” (waar Moniek toe behoort) is alreeds in mei een voorstel op de proppen gekomen.
Stad wil met de NV Waterwegen en Zeekanaal plus de Vlaamse Gemeenschap onderhandelen over twee zaken.
De publiciteitsborden mogen er komen, maar Stad wil de gelegenheid krijgen om daar op bepaalde tijdstippen een of ander “artistiek project” op te plaatsen. (Een gedicht?)
Ten tweede blijken er tussen de burgemeester en de Vlaamse Bouwmeester contacten te zijn geweest over de artistieke aanpak van de nieuwe kluifrotonde.
Burgemeester liet ter zitting onverhoeds een nota hierover uitdelen, opgemaakt door Rolf Quagehebeur. Dat is iemand – licentiaat in de kunst en tentoonstellingsmaker – die sinds februari behoort tot het team van de Vlaamse Bouwmeester, met name tot de “kunstcel”.
Het is een heel geleerde nota, vol oeverloos kunstgelul. Met voetnoten over de ‘Destructive Genesis of Meaning’ en de ‘metaforenmachine’.
Daar staat dan wel een zinnetje in waar bevoegde raadsleden of schepenen ook zullen van opkijken. “Het stadsbestuur van Kortrijk heeft heel terecht gekozen voor de optie om op de ronde punten geen kunstwerken te plaatsen.” (In de Raad zei de burgemeester: “Dat valt (immers) tegen.”)
Blijkt dus dat het team van de Vlaamse Bouwmeester al een kunstenaar in petto heeft om wat te doen met die blinde muren. Jan De Cock uit Brussel.

Ik citeer nu wat uit de zwetsnota van Rolf Quaghebeur.
” In de eerste discussie met kunstenaar Jan De Cock gaf de kunstenaar zelf aan (hijzelf zeg! – noot KW) dat het niet de bedoeling is om de stad te laten stoppen met stad te zijn omwille van een kunstwerk op een bepaalde plaats; integendeel. Voor hem staat een integrale aanpak van de directe omgeving rond de rotonde garant voor een kunstwerk dat voldoet aan het in de inleiding geschetste kader.”

Maar wat staat er dan in die inleiding? zo zult u vragen.
Ik citeer.
“Kunst en cultuur zijn niet langer per se de puzzelstukken waarmee onze (stedelijke) identiteit opgebouwd is. In die zin is elk kunstwerk in de publieke ruimte niet langer een beeld dat zomaar aan ons cultureel erfgoed of aan het stedelijke patrimonium toegevoegd kan worden zonder meer maar moet het kunstwerk zich integraal verweven met de stedelijke structuur en de specifieke ruimtelijke context. Dit wil uiteraard niet zeggen dat het kunstwerk aan autonomie moet inboeten, integendeel.”

Stad is intrensiek ongrijpbaar

Ik sla nu wel een alinea uit de lulnota over.
“Metaforisch zou je het kunnen uitdrukken als dat het beeld (dus toch een beeld? KW) zich als een virus of een parasiet gaat gedragen en de plek wel naar de hand zet en fundamenteel erop ingrijpt maar tegelijk de stad niet van haar functionaliteit wil ontdoen op die bepaalde plaats. Het gaat meer om het mentale afbreken en vernietigen – mét beelden – van een misschien te fel gedetermineerde ruimte dan om een poging te doen een bepaalde plaats volledig te gaan (her)definiëren.”

Dat Moniek daar niet heeft over nagedacht !
Citaat.
“Op de brokstukken hiervan – de voorwaarden die het kunstwerk bepaald (sic) – ontstaat op die manier automatisch ruimte om nieuwe betekenissen te doen genereren. Betekenissen evenwel die meegaan in de flexibiliteit en de fundamentele en intrinsieke ongrijpbaarheid van de stad.”

Wat komt er dan aan De Appel? zo zult u vragen.
Citaat.
“Kunst die intrensiek deel uitmaakt van het stedelijke weefsel, dit naar de hand weet te zetten zonder de ruimte te gaan definiëren maar wel de mogelijkheden schept om aan de roep van de hedendaagse stad voor flexibiliteit, diversiteit en multifunctionaliteit recht te doen is wellicht het meeste zinvolle kunstwerk voor een plaats als De Appel.”

Volgende maand is er over dit al dit gezwets plus commerce – overleg tussen Stad, de NV Waterwegen en Zeekanaal en het team van de Bouwmeester. Met Jan De Cock ook?
Kan Moniek Gheysens daar dan bij aanwezig zijn?

Carl Decaluwé geeft weer van zijn (reken)lat

In “De Standaard” van laatstleden zaterdag 22 september maakt Vlaams volksvertegenwoordiger Carl Decaluwé (CD&V) weer van zijn tak. Geeft van zijn lat.
Wat is me dat toch een driftig kereltje. Me dunkt toch.

Hij berekende zogezegd (dat doet hij natuurlijk zelf niet, hij vraagt het gewoon op, en de perse loopt daarin) dat de Vlaamse overheid tussen 1999 en 2006 (ja?) gemiddeld 34 miljoen euro per jaar uitgaf aan studieopdrachten. En, mits enige nuances, vindt hij dat toch waarlijk veel, zoniet teveel.
Hij schat ook dat de Vlaamse overheid de jongste drie jaar voor 5 miljoen euro hebben betaald aan communicatieadvies.
Waar hij die laatste schatting vandaan haalt weet ik niet. Zijn algemeen gemiddelde is ook zwaar geëxtrapoleerd.
De laatste vraag die ik ken van de volksvertegenwoordiger over de kosten van externe adviezen voor de Vlaamse regering dateert van 2003.
En toen kwam zijn parlementaire vraag natuurlijk vanuit de toenmalige oppositie.

Nu goed. Dat is politiek.
Samen met Carl Decaluwé kan men zich vinden in de vraag naar een debat over wat de administratie zelf moet kunnen en wat kan worden uitbesteed.
En zijn vrees dat bij het uitbesteden van studieopdrachten de kennis bij de administratie op den duur kan verdwijnen is tevens niet ongegrond.

Nu stelt er zich voor de volksvertegenwoordiger een politiek-logistiek-geografisch probleem. Terwijl hij een soort geograaf is!
Carl is namelijk CD&V-raadslid te Kortrijk.
In onze gemeenteraadszittingen komt hij nauwelijks tussen, ook niet over materies waarbij hij zichzelf voor deskundig acht. En dat zijn er vele. Zo nu en dan blaft hij wat.

In de gemeenteraad van nu 24 september kan hij zich rehabiliteren.
Bij het agendapunt over de personeelsformatie en de kosten daarvan zou hij een debat kunnen uitlokken over het probleem van de externe adviezen (en daarbij gepaard gaande lobby’s).
En zelfs een keer voorlezen wat hij daarover schrijft op zijn eigenste weblog.
Even toepassen op zijn eigenste stad.

Carl.
Midden vorig jaar heeft Stad per exempel drie studies uitbesteed waarvan er minstens één nu ter sprake komt in de gemeenteraad van 24 september 2007.
Deelopdracht 1 ging over het herwerken van het personeelsstatuut. 16.940 euro.
Deelopdracht 2 ging juist over de personeelsformatie. SD Worx vraagt 10.164 euro.
Deelopdracht 3 sloeg op de herwerking van het evalutie- en vormingsreglement: 6.776 euro.
Dit alles “zonder secretariaatskosten”.

Carl,
Als u wil kan ik voor u grosso modo berekenen wat Stad dit en vorige jaren heeft uitbesteed aan externe adviezen. En voor wie. Ook inzake communicatie.
Maar weet wel dat een extern studiebureau daar toch gemakkelijk 150 euro per uur voor vraagt. Mét bijstand van de stadsadministratie.
Die heb ik niet. U bij gelegenheid toch wel?
Wat te doen?
Carl, kom gewoon weer eens niet tussen bij het agendapunt “personeelsformatie”. Zwijg maar als vermoord. Of kom net wat te laat binnengehold.

P.S.
Het totaalbedrag van de drie opdrachten rondom personeel wordt geraamd op 33.880 euro. Oorspronkelijk (CBS van 7 maart 2006): 28.000 euro.
Voor de budettering verwijst men naar art. 131/122-03/06 in de begroting 2006.
Dat artikel is niet te vinden.
Wel dit: art.131/122-03: diverse erelonen (controle op ziekteverzuim) voor slechts 17.500 euro.
Wat moet je daar allemaal meedoen, met dit soort pietlugheden?
Verwaarlozen?

Wat kost ons stadspersoneel? (2)

Voor wie niet verder wil lezen: hou het op café maar op 40 miljoen.
Ga daarbij wel nooit in detail. Dan loopt het gesprek af.

INTUSSEN TOCH GEVONDEN DANK ZIJ EEN TIP VAN EEN ATTENT RAADSLID. De gunning is meer dan een jaar geleden gebeurd.De herwerking van de personeelsformatie zal waarschijnlijk 10.164 euro kosten, plus secretariaatskosten.)

Mogen we dat bedrag nu ook aanzien als een overheadkost van de dienst personeel? (Onze Stad verrekent geen overhead in de begroting, terwijl die voor personeel op 5 procent wordt geschat.)

Personeelskosten zijn samengesteld uit diverse onderdelen, zo leert ons de studie van SD Worx.
Er is het bruto-loon. RSZ. Haard -en standplaatstoelage. Vakantiegeld. Eindejaarspremie. Maaltijdcheques. Hospitalisatieverzekering.
Hilde, heeft men de vakbondspremies niet vergeten?

Voor de oude (de huidige) formatie komt dit volgens het geraadpleegde studiebureau neer op een totaal van 35.528.976 euro.
Volgens de begroting 2007 evenwel gaat het om 39.843.370 euro.
Maar, volgens SD Worx zitten in dit cijfer echter een aantal bedragen die met de kost van personeel uit de formatie niets te maken hebben. Bijvoorbeeld: de brandweer! Nu breekt me de klomp. Onze pompiers kosten Stad niks! Het is geeneens stadspersoneel ! Hilde, ga ze dat maar eens uitleggen. En schaf dan maar de retributies af die we betalen als zo’n spuitgast een kat uit de boom haalt, of een wespennest opruimt.
Ter info: de brandweer kost ons dit jaar netto aan personeel ca. 4 miljoen.
SD Worx vindt dus dat mits toepassing van wat uitzuivering de personeelskost kan begroot op 32,8 miljoen.

Vooraleer we verder met cijfers goochelen moeten we toch maar in gedachten houden dat de vele miljoenen die de stadsdiensten aan bijv. administratief werk uitbesteden bij studiebureaus, architecten, Leiedal virtueel ook personeelskosten zijn. Noem het voor mijn part maar overhead. Deden we dit niet, dan zou Stad een leger aan personeel moeten aanwerven, en nog wel grotendeels op A-niveau.

Maar goed.
We blijven bij de cijfers van SD Worx.
De oude formatie kost dus 35.528.976 euro.
De nieuwe formatie zou 35.014.766 euro kosten. Wonderbaar, hoe weinig dat scheelt.
Voor de nieuwe formatie gaat men uit van een gemiddeld bruto-loon, berekend door het gemiddelde te nemen van de eerste weddetrap van de eerste wedeschaal en de laatste trap van de laatste weddeschaal.
Opmerkelijk is wel dat de studie van SD Worx in eerste intantie geen rekening houdt met de GECO-korting op de RSZ. Daar is een goede reden voor, Hilde. In de toekomst zou het wel eens kunnen dat Stad bij aanwervingen geen onderscheid maakt tussen GECO’s en andere mogelijke kandidaten. Dat men zoekt naar de “best fit”. Hilde, dat zou echte HR kunnen zijn.

SD Worx vergelijkt de berekende loonkost van de nieuwe formatie met het bedrag dat is ingeschreven in de begroting. Dat was de opdracht.
Wij zouden zeggen: vergelijk 39,8 miljoen met de 35 miljoen, want dat komt goed uit.
Maar neen.
SD Worx maakt het Hilde moeilijk.

Het begrotingsbedrag wordt uitgezuiverd tot 32,8 miljoen. Tegenover de formatiekost van 35 miljoen komen we nu uit op een ongunstig resultaat van zowat 2 miljoen.

Dat mag niet.
Dus zegt de studie plots dat we wél rekening moeten houden met de GECO-korting op de RSZ-bijdragen. En die wordt geschat op 1,5 miljoen.
Dit brengt het verschil terug op ca. 600.000 euro. Een peulschil: nauwelijks 2 procent ten overstaan van de huidige begroting.

Allez, ’t is goed.
Nu nog wachten op het besluit van de Vlaamse Regering over de personeelsformatie en de nieuwe rechtspositie (het statuut) van het gemeentepersoneel.
Het ontwerp ervan is gekend, en dat zal duidelijk allerhande méérkosten vergen.
Hilde, hou de personeelskosten in de toekomst maar op 40 miljoen. Als “richtcijfer”.

Wat kost ons stadspersoneel ? (1)

Anecdote.
Een kapper wou eens gewoon arbeider aan Stad worden (E-niveau). Moest ingangsexamen doen. Gebuisd ! Kon niet handig genoeg omgaan met nadarafsluitingen. En ’t was een goeie kapper, in een beroemde kapperszaak.

Maar laat ons eerst even kijken hoe een personeelsformatie er dan wel concreet uitziet.
Zonder die gegevens kunnen we niet beginnen rekenen.

Een personeelsformatie wordt opgemaakt per graad.
En een graad is een korpsgroep met gelijkwaardige functies. De groep A5-A6 noemt zich bijvoorbeeld ‘directeur’. B1-B3 zijn ‘deskundigen’. C1-C3 zijn simpelweg ‘medewerkers’. Voor D en E bestaan geen woorden voor.

Vanwaar die hoofdletters A, B, C, enz., tot en met E?
Alle betrekkingen zijn ingedeeld in 5 niveaus die overeenkomen met een bepaalde diplomavereiste.
Personeelsleden van niveau A hebben het meest verder geleerd. Zij zijn nu nog houder van een HOLT-diploma. Die van niveau B komen uit het HOKT. Personeelsleden die van het hoger secundair onderwijs hebben genoten behoren tot het niveau C.
Voor het niveau D en E moet men wel over enige vaardigheid beschikken (bomen snoeien), maar er zijn géén diploma’s vereist. Voor alle duidelijkheid: die laatste criteria D en E gelden niet voor schepenen.

Per niveau worden de betrekkingen vervolgens gesitueerd in een basisgraad (aanvangsgraad) en hogere hiërarchische rangen.
Voor niveau A bijvoorbeeld is de basisgraad A1a, en de hogere graden kunnen oplopen tot A10a. In Kortrijk is de hoogste graad een A9a: de hoofingenieur-directeur. En de laagste zijn E1’s: een sleutelbewaarder, schoonmaaksters, seizoenarbeiders.
Voor de duidelijkheid: de stadssecretaris, de adjunct-stadssecretaris (die straks vertrekt) en de stadsontvanger hebben geen lettercombinatie. Dat zijn zgn. “wettelijke graden”.

Volgens de laatste gegevens telt de huidige personeelsformatie 845,84 voltijdse equivalenten. Maar zoals u weet zal de komende gemeenteraad een nieuwe formatie goedkeuren met 795,2 VTE.

De huidige formatie zullen we voortaan de “oude” noemen.
Die werd voor het laatst besproken in de gemeenteraad van juni 2004. Een van de meest lamentabele zittingen die de publieke tribune ooit kon aanschouwen. Ik herinner me nog goed dat er continu werd gebabbeld en gegekscheerd. Op de niveaus ADHD. Aan die personeelsformatie werd ten andere geen woord verspild. Herhaal: geen woord. “Geen bemerkingen in de Raad? Algemeen goedgekeurd!” (En toen gooide men nog wel heel het systeem van aanwerving helemaal omver.)

Functiebeschrijvingen op niveau A werden in 2004 geschrapt en vervangen door generieke functies, genaamd: “directeur”. Bijvoorbeeld: de rechtskundig adviseur werd directeur Communicatie en Recht.
Dat kwam zo.
Onze stadorganisatie kreeg een matrixmodel. Dit betekent dat er 5 beheersdirecties werden gevormd: Communicatie en Recht, ICT, Financiën, Facility, Personeel en Organisatie. Anderzijds kregen we 6 beleidsdirecties: Burger en Welzijn, Sport, Cultuur, Mobiliteit en Infrastructuur, Stadsplanning en -Ontwikkeling, Leefmilieu.
U begrijpt het al.
Beheersdirecties hebben een ondersteunende functie, zijn intern gericht. Terwijl de rol van beleidsdirecties ligt in het ontwikkelen van beleid. Dat is meer extern (als die directies er kunnen zijn, waar iets te doen is).

De oude formatie telde wel 10 directeurs. (Niveau A5a.)
De nieuwe 8. Vreemd. Alle 6 beleidsdirecties krijgen een directeur. Terwijl men slechts 2 directeurs voorziet voor de zgn. beheersdirecties: één voor Facility, en één voor Communicatie en Recht.

Nog wat vergelijkingen tussen de oude en de nieuwe formatie.

A
De hoogste niveaus (A6 en A9) blijven ongewijzigd. Eén hoofdingenieur, één burgerlijk ingenieur en één ir-architect.
In VTE dalen de “adjuncten van de directeur” (A1) van 61,55 naar 56,8 VTE. Het gaat hier bijvoorbeeld om een archivaris, een bibliothecaris., een preventieadviseur, een cultuurfunctionaris, een erfgoedcoördinator, een projectcoördinator, een conservator.

B
Een zeer grote wijziging doet zich voor op het niveau B1-3: de “deskundigen”.
De VTE lopen op van 70 naar 125,81. Ik weet niet waarom. De lijst van deskundigen is wel lang. Men heeft er – soms meerdere – voor communicatie, cultuur, erfgoed, huisvesting, jeugd, milieu, museum, sport, enzovoort. Er zijn coördinatoren voor de Werkwinkel, wijkcentrum, projecten. Je vindt ook een algemene deskundige. Een integratieambtenaar, een intercultureel bemiddelaar, een schoolopbouwwerker, een wijkmanager.
“Hoofddeskundigen” (B4-B5) oftewel ‘dienstleiders’ zijn volgens velen niet meer nodig. Niet meer essentieel. Want grote B-groepen worden doorgaans geleid door iemand van A-niveau. Maar toch gaat het slechts om een daling van 6 naar 5 VTE.

C
Op niveau C dalen de hoofdmedewerkers van 24 naar 10. Maar bij de ‘gewone’ medewerkers (bijv. een theatertechnicus, een bibliotheekassistent) is er een stijging van 185,43 naar 206,42 VTE.

D
De merkwaardigste wijziging doet zich voor op niveau D. Dat zijn redders (verdienen veel geld), kassiers, collectieverzorgers in de bib, e.d.m.
Hier gaan we van 278,80 naar niet minder dan 368,76 VTE. Dat komt omdat men voor volgend jaar nogal wat overgangen voorziet van E naar D. Mits een overgangsproef.
(Dit kon volgens het sectoraal akkoord 2005-2007 al vroeger gebeurd zijn.)

E
Vandaar dus de immense daling op niveau E: van niet minder dan 202,06 naar 5,41 VTE.
Als alle E’s nog dit jaar op D-niveau zouden vergoed worden komt dit neer op een virtuele meerkost van 380.000 euro.

En zo komen we tot de vraag die we wilden stellen en beantwoorden: wat dat allemaal kan kosten?
Maar misschien wil u nog vlug iets weten over de kabinetsmedewerkers? De formatie houdt het bij 16. Eén chef, vier attachés, 10 bedienden, één chauffeur.

(Wordt dus ooit vervolgd, maar op een andere pagina.)

Medium4You

Dat is een grandioze blog die systematisch op zoek gaat naar wat andere politiek getinte blogs – over geheel België – zoal te vertellen hebben.
Een bloemlezing. Door de reguliere perse doodgezwegen.
Of omgekeerd. Medium4You zoekt juist naar artikels over feiten die in de reguliere pers weinig kans maken.
Het redactiecomité publiceert dan de uitverkoren artikels integraal.

Om een reden die mij min of meer ontgaat geniet kortrijkwatcher nogal regelmatig van de aandacht van het redactiecomité.
(Artikels met materiaal van lasterlijke of pornografische aard worden niet opgenomen. Idem voor stukken met overduidelijke onnauwkeurigheden, vaagheden of aansporingen tot haat, racisme, enzovoort.)

Ons stuk over het ontslag van Moena is onlang ook overgenomen op medium4You. www.medium4you.be
Nog wel in de rubriek “misdaad en ontslag” (crimes et licenciements.)
Héél België weet het nu !
Verder verschenen nog stukken van kortrijkwatcher over theater Antigone, de aankoop van aardgas, het stadspersoneel, camerabewaking, partijprogramma’s, het golfterrein, etc.

Dankt u !

Hoeveel personeelsleden telt Stad eigenlijk ? (5)

We zetten even de gekende cijfers op een rij en beginnen bij het eerste jaar van de vorige bestuursperiode.
Daarna stellen we nog wat vragen die de raadsleden in de bevoegde raadcommissie van gisteren vergaten.
En in een volgend stukje hebben we het over de personeelskosten.

Kan er hier iemand een grafiekje van maken?

2001
Volgens de begroting:
– formatie: 1.142,73 VTE (voltijdse equivalenten)
– bestand: 1.084,69 VTE
Volgens het Verslag van het Bestuur:
– bestand: 798,59 VTE
– 930 eenheden

2002
Begroting:
– formatie: 891,87
– bestand: 790,05
Verslag van Bestuur:
– bestand: 798,59
– 930 eenheden

2003
Begroting:
– formatie: 891,84
– bestand: 800,12
Verslag van Bestuur:
– bestand: 808,29
998 eenheden

2004
Begroting:
– formatie: 891,02
– bestand: 807,70
Verslag van Bestuur:
– bestand: 887,33
– 974 eenheden

2005
Begroting:
– formatie: 904,84
– bestand: 832,28
Verslag van Bestuur:
– bestand: 828,02
– 976 eenheden

2006
Begroting:
– formatie: 904,84
– bestand: 832,28
Verslag van Bestuur:
nog niet verschenen.

2007
Begroting:
– formatie: 907,65
– bestand: 843,15

Voor de nieuwe personeelsformatie die komende maandag in de gemeenteraad zal worden goedgekeurd dacht het schepencollege oorspronkelijk aan 787 VTE als “richtcijfer”. En als “toetssteen” aan 843,15 VTE.
Uiteindelijk ligt er nu in de gemeenteraad een nieuw voorstel neer dat spreekt over 795,2 VTE.

Raadsleden vergaten te vragen hoeveel mensen (eenheden) er in 2006 werkten aan Stad. En hoeveel dat er nu zijn. Hoeveel mensen er op de paylist staan? Jaar na jaar. Of daar iets aan te doen is, en hoe dat komt.
Uit het dossier leren we enkel dat er op eind december 2006 een formatie was van 761,38 voltijdse equivalenten. En op 31 mei van dit jaar 770,62 VTE. Vergelijk met het begrotingsdocument.
Een interessante vraag is ook wat het voorstel van de 795,2 VTE eigenlijk betekent, in eenheden uitgedrukt.
En welke categorie van personeel (graad, niveau) moet er vooral inleveren?
En waarom is het oorspronkelijke richtcijfer van het College niet gehaald?
En hoe kwam men aan dat richtcijfer, en aan het uiteindelijke voorstel?
En wat is de betekenis van het cijfer dat men als “toetssteen” wil gebruiken? Toch niet dat het aan het eind van de rit wel mag gaan om 844 VTE?

Het enige wat we weten is dat het College ernaar streeft om een formatie voor te stellen die financieel verantwoord is op basis van de begroting 2007 en de meerjaren begroting. Het gemeentedecreet bepaalt dat in de toekomst de formatie dient te kaderen in de financiële nota van een strategische meerjarenplanning. Maar die is nog in de maak.

Ons Hilde, nu schepen van personeel, heeft de studie naar de financiële verantwoording uitbesteed aan de firma SD Worx.
Het is een interessant document geworden.
Met ook een intrigerend zinnetje: “(Het is) de intentie van het bestuur om de personeelsaantallen en het personeelsbudget NIET te verkleinen binnen deze legislatuur.”
Terwijl net de personeelskosten een uitgavenpost is waar structureel kan op bezuinigd worden. Maar het is een taboe-onderwerp.

Hoeveel personeelsleden telt Stad eigenlijk? (4 bis)

Bon. Ik geef het op.
Het grote doel van de onderzoeksjournalistiekachtigestukjes over dit stedelijk cruciaal onderwerp beoogde
overduidelijk het uitcijferen, het plus minus achterhalen hoeveel mensen (= “eenheden”) Stad nu in onze naam en voor ons tewerksteltingde , en nu nog .

Laat ons zeggen: hoeveel mensen of personen desgewenst door Stad oftewel door ons burgers worden betaald, ongeacht het feit of die werknemers tijdelijk of voltijds zijn. Of gehandicapt, of zo. Gediversifieerd.
En de evolutie over de jaren heen, dat ook was het doel van al dit slameur van wzerkwinkels.
Dan weten we – lezers – vanwaar we komen en heengaan.

Want dit is wat Kortrijkzanen interesseert.
Naast het feit of daar autochtone familieleden – kozens en kozijnen, nichten en neven van stadsmedewerkers – , eventueel brandweerlieden tot de formatie kunnen behoren met zwart werk, en dan bedenken voor welke schepen men dan kan stemmen gaan.

Dat wazeven VTM.

Nu, De Vraag of we WAERE (woure) krijgen voor ons belastinggeld. Die veertig miljoen. De vraag is niet of we te veel of te weinig ambtenaren hebben. Niet zeuren.
Vraag is wat ze allemaal uitrichten, en nog meer: of dat wat ze allemaal tiepen wel nodig is, – wat ze allemaal uitrichten. Of ze het kunnen. Als we dat allemaal eens bij middel van burgerpartipatie konden oplossen. Dat zou goed zijn.
(De vraag of bedienden daar bijvoorbeeld op het stadhuis nog aanwezig zijn of wel thuishoren op vrijdagmiddag na 16 uur is totaal irrelavant. Misschien werken ze wel thuis! Ge kunt dat niet weten. Veel ‘ambtenaren’ zijn ten andere arbeiders. Vergeet dit nooit. Denk soms dit: het zijn de arbeiders-ambetanaren die de bedienden aan het werk houden. Ja, denk daar maar soms een keer over. Over na.)

Het laatste officieel cijfer dat we nu al tellend konden achterhalen kwam uit het “Verslag van Bestuur” van 2004 en dat hield het op 974 eenheden, eind van datzelfde jaar. Sommigen hebben het intussen wel vaag over om en bij de 1000. Zou de schepen van personeel (Hilde Demedts) het wel weten?
Allerhande (vooral financiële) berekeningen heeft de schepen Hilde namelijk laten uitbesteden aan een private firma. (Dat zijn ook personeelskosten !)

We moeten het hier totaal onmachtig blijven houden bij het goed verstaan van het begrip ‘voltijdse equivalenten’ (VTE).
In vorige bijdragen zagen we dat er kop noch staart te krijgen is aan de voorliggende cijfers uit het verleden en het heden.
Nog recent besliste het College om bij de nieuwe personeelsformatie 787 VTE te hanteren als ‘richtcijfer’. Dat is nu blijkbaar weer veranderd.
En als personeelsbezetting wou men het houden bij 843,15 VTE. Als ‘toetssteen’.
De eerstkomende gemeenteraad zal een personeelsformatie goedkeuren van 795,2 VTE.
Over een mogelijke toetssteen qua bezetting heeft men het niet echt (expliciet) meer.

De “oude” personeelsformatie bedroeg volgens de laatste gegevens 845,84 VTE. Volgens het nieuwe formatievoorstel dus zowat 50 VTE minder.
Volgens alweer nieuwe gegevens bedroeg de personeelsbezetting (de term ‘bestand’ is in onbruik geraakt?) eind 2006: 761,38 VTE. En nog recenter, op 31 mei van dit jaar: 770,62 VTE. In een half jaar tijd toch een verhoging met bijna 10 voltijdsen.

Het nieuwe formatievoorstel (795,2 VTE) ligt hoger dan de huidige personeelsbezetting (770,62).
Dat is eigenlijk altijd zo geweest. In de praktijk is een invulling van 95 procent van de formatie naar het schijnt realistisch. Vanwege personeelswissels of bewegingen waarbij de werving een achterstand oploopt. En omwille van afwezigheden of kleine verminderingen van prestaties die niet ingevuld worden.
Dat is het leven. Maar soms voorzien directeurs voorafgaandelijk op overmatig wijze in niet ingevulde functies. Weeral wat werk minder, of meer mogelijkheden om verantwoordelijkheid af te schuiven. Aanvulling van expertise die men zelf mankeert. Het is allemaal des menschen.

Bij de nieuwe personeelsformatie voorziet men nog een overgangsformule met uitdovend karakter, en met eventueel gelijktijdige blokkering van een aantal betrekkingen. Bij deze overgangsformatie gaat het om 28,12 VTE.
Uitdovend zijn bijvoorbeeld de directeur van het conservatorium, een afdelingschef, een mobiliteitsmanager. Kunnen het wat méér zijn, in het licht van een kerntakendebat?
(Moena, zgn. centrummanager van het SOK heeft men intussen laten versterven.)
Het begrip “blokkage” versta ik niet. Hilde Demedts zal het in de komende gemeenteraad desgevraagd uitleggen.

Als god het belieft kijken we in een volgend stuk naar de toekomst. Want in het heden ligt het verleden.
En wat moet die nieuwe formatie allemaal kosten?